Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling EOS: demo[Regeling vervallen per 01-01-2010.]

Geldend van 18-12-2005 t/m 31-12-2009

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 26 oktober 2004, nr. WJZ 4066961, tot vaststelling van regels inzake subsidies energiedemonstratieprojecten (Uitvoeringsregeling EOS: demo)

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2010]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. het besluit: het Besluit EOS: demo en transitie-experimenten;

  • c. project: project als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, onder 1˚, van het besluit;

  • d. referentie-kosten: kosten voor een investering ten behoeve van een in Nederland gangbaar systeem, apparaat of techniek die in technisch opzicht vergelijkbaar is met een in Nederland uit te voeren project maar waarmee niet hetzelfde niveau van milieubescherming kan worden bereikt als met het uit te voeren project, terwijl, in geval van een uit te voeren project voor hernieuwbare energie, de capaciteit voor de opwekking van energie van dat project ten minste overeenkomt met die van de eerstbedoelde investering.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2010]

Als energiethema’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het besluit worden aangewezen de navolgende thema’s en combinaties daarvan:

  • a. biomassa;

  • b. nieuw gas/schoon fossiel en efficiënt gebruik van gas;

  • c. energie-efficiëntie in de industriële en de landbouwsector;

  • d. gebouwde omgeving;

  • e. opwekking en netten.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 2 Het in artikel 3, vijfde lid, van het besluit bedoelde subsidiepercentage bedraagt 40% Van de projectkosten. Indien de ondernemer in de landbouwsector een kleine of een middelgrote onderneming in stand houdt kan het subsidiepercentage met 10 procentpunten van de projectkosten worden verhoogd.

  • 3 Het in artikel 3, vijfde lid, van het besluit bedoelde maximale subsidiebedrag bedraagt € 1.000.000,–, met dien verstande aan een ondernemer die een glastuinbouwbedrijf exploiteert niet meer subsidie wordt verstrekt dan het maximum dat is vastgelegd in het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling voor Nederland met betrekking tot de programmaperiode 2000–2006.

  • 4 Algemene kosten die niet direct tot de investering zijn te herleiden, komen niet voor subsidie in aanmerking.

  • 5 Het tweede tot met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien:

    • a. een of meerdere van de deelnemers in een samenwerkingsverband ondernemer in de landbouwsector zijn, en

    • b. de voordelen van de subsidie geheel of gedeeltelijk ten goede komen aan een of meerdere ondernemers in de landbouwsector en de ondernemer in de landbouwsector niet zelf de aanvrager van de subsidie is.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De hoogte van de subsidiabele extra investeringskosten komt overeen met de som van de per kostensoort berekende investeringskosten van het project verminderd met de referentie-kosten, extra opbrengsten en enig ander extra voordeel gedurende de eerste vijf jaar van de gebruiksduur van de investering alsmede extra besparingen die met het project gemoeid zijn.

  • 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden berekend aan de hand van artikel 5 en de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 Onder de kostensoorten, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdelen a tot en met d, van het besluit wordt respectievelijk verstaan:

    • a. wat betreft bedrijfsterreinen: de koopsom en overdrachtskosten met uitzondering van overdrachtsbelasting of de gekapitaliseerde erfpachtcanon exclusief de kosten van vestiging van de erfpacht, indien de grond van een gemeente of enig ander van overheidswege opgericht lichaam in erfpacht is verkregen;

    • b. wat betreft bedrijfsgebouwen en daartoe te rekenen centrale voorzieningen: de koopsom en de overdrachtskosten of de aan derden verschuldigde bouwkosten met uitzondering van de financieringskosten en de overdrachtsbelasting;

    • c1. wat betreft machines en apparatuur voor zover deze na afloop van het project voor dezelfde doeleinden worden ingezet als beoogd met het project en blijven bijdragen aan een duurzame energiehuishouding: kosten voor de aanschaf ervan;

    • c2. wat betreft machines en apparatuur voor zover deze na afloop van het project voor andere doeleinden worden ingezet dan beoogd met het project of niet meer bijdragen aan een duurzame energiehuishouding: kosten voor de aanschaf ervan, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het project toe te rekenen afschrijvingskosten, berekend op basis van de historische aanschafprijzen en de door de belastingdienst geaccepteerde afschrijvingstermijnen, met uitzondering van mogelijkheden tot vervroegde afschrijving, of lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, en gebaseerd op de bedrijfseconomische levensduur;

    • d. wat betreft materialen en hulpmiddelen: het verbruik ervan, gebaseerd op historische aanschafprijzen.

  • 2 Voorts wordt onder de kostensoorten, genoemd in artikel 4, tweede lid, onderdelen e en f, van het besluit voor zover zij geactiveerd zijn op de fiscale balans respectievelijk verstaan:

    • a. wat betreft onderhoud en inspectie alsmede administratie met inbegrip van de verslagen, bedoeld in de artikelen 16 en 22, derde lid, onderdeel a, van het besluit, en beheer: kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het eerste lid, de onderdelen a tot en met d;

    • b. wat betreft verzekeringen: kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het eerste lid, de onderdelen a tot en met c;

    • c. wat betreft onvoorziene reparaties: kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan het eerste lid, de onderdelen b en c;

    • d. wat betreft monitoring: kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan voortgangscontrole op een project;

    • e. wat betreft ontmanteling: kosten ervan voor zover gehele of gedeeltelijke verwijdering van een project in verband met milieubescherming verplicht is, te berekenen over een periode van ten hoogste 20 jaar;

    • f. wat betreft het geleidelijk opstarten en in gebruik nemen van een project: kosten ervan die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan capaciteitsverlies en gederfde inkomsten.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2010]

  • 1 De tweede periode in 2005, bedoeld in artikel 6 van het besluit, na afloop waarvan de aanvragen worden behandeld, die in die periode zijn ontvangen, wordt vastgesteld op 1 juli 2005 tot en met 29 september 2005, 17.00 uur.

  • 2 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van artikel 6 van het besluit, ontvangen in de in het eerste lid genoemde periode, wordt vastgesteld op € 5.000.000.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2010]

Het formulier, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het besluit voor een aanvraag om subsidie is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2010]

De wegingsfactor, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van het besluit wordt als volgt vastgesteld:

  • a. van de verduurzaming van de energiehuishouding op 2;

  • b. van de innovatie op 1.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2010]

Als criteria als bedoeld in artikel 11, zesde lid, van het besluit worden vastgesteld:

  • a. de mate waarin het project een bijdrage levert aan een duurzame energiehuishouding in met name de technologische en economische aspecten daarvan mede gerelateerd aan de slaagkans en praktische navolging van het project ;

  • b. de mate waarin het project een bijdrage levert aan innovatie ten opzichte van de huidige stand van de techniek in Nederland.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2010]

Het bedrag, bedoeld in artikel 19, vijfde lid, van het besluit is € 15.000.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2010]

Het formulier, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van het besluit voor een aanvraag om een voorschot is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2010]

Het formulier, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van het besluit voor een aanvraag om subsidievaststelling is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2010]

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling EOS: demo.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, te weten de vestiging aan de Juliana van Stolberglaan 3, 2509 AC Den Haag (e-mailadres: info@senter.nl) en die aan de Catharijnesingel 59, 3503 RE Utrecht (e-mailadres: info@novem.nl).

Den Haag, 26 oktober 2004

De

Minister

van Economische Zaken,

L.J. Brinkhorst

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te Utrecht.]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te Utrecht.]

Bijlage 3 [Vervallen per 01-01-2010]

[Red: Ligt ter inzage bij SenterNovem te Utrecht.]