Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit controle op rechtspersonen

Geldend van 01-02-2017 t/m heden

Besluit van 21 oktober 2004, houdende bepalingen ter uitvoering van de Wet documentatie vennootschappen (Besluit documentatie vennootschappen)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 21 juli 2004, nr. 5299128/04/6;

Gelet op de artikelen 3, tweede lid, onder f, 4, tweede lid, 5, tweede lid, en 8, tweede lid, van de Wet documentatie vennootschappen;

De Raad van State gehoord (advies van 16 augustus 2004, nr. W03.04.0388/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 15 oktober 2004, nr. 5312336/04/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Bronnen van de registratie

Artikel 2

Als bestuursorganen of diensten die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten of met het toezicht op financiële instellingen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e, van de wet, worden aangewezen:

Paragraaf 3. De inhoud van de registratie

Artikel 3

Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van de wet, kunnen, voor zover het natuurlijke personen betreft, slechts de volgende gegevens of categorieën van gegevens in de registratie worden opgenomen:

  • a. de geslachtsnaam en voorvoegsels;

  • b. de voornaam of voornamen;

  • c. het adres, de postcode en de woon- of verblijfplaats;

  • d. de geboorteplaats en het geboorteland;

  • e. de geboortedatum, of bij gebrek aan een volledige datum, het geboortejaar;

  • f. de nationaliteit;

  • g. de burgerlijke staat;

  • h. de samenlevingsvorm;

  • i. het burgerservicenummer;

  • j. de naam of de handelsnaam waaronder de persoon handelt en de ondernemingen en rechtspersonen waarbij de persoon blijkens het handelsregister betrokken is;

  • k. justitiële gegevens in de zin van artikel 1, onder a, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens met betrekking tot de persoon;

  • l. gegevens met betrekking tot rechterlijke uitspraken die betrekking hebben op een faillissement, een surseance van betaling of de toepassing van een schuldsaneringsregeling waarbij sprake is van de betrokkenheid van de persoon;

  • m. andere openbare gegevens;

  • n. gevolgde opleidingen;

  • o. het beroep en het arbeidsverleden;

  • p. gegevens met betrekking tot betalingsachterstanden bij de rijksbelastingdienst;

  • q. faillissementsverslagen;

  • r. gegevens met betrekking tot toezichtshandelingen en bestuurlijke sancties jegens de desbetreffende persoon, afkomstig van de bestuursorganen en diensten, genoemd in artikel 2;

  • s. strafvorderlijke gegevens in de zin van artikel 1, onder b, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens alsmede vonnissen in strafzaken met betrekking tot de persoon, en,

  • t. andere gegevens die reden geven om aan te nemen dat een rechtspersoon waarbij de desbetreffende persoon betrokkenheid heeft wordt gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat haar werkzaamheden leiden tot benadeling van schuldeisers of rechthebbenden.

Artikel 4

Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid van de wet, kunnen, voor zover het rechtspersonen betreft, slechts de volgende gegevens of categorieën van gegevens in de registratie worden opgenomen:

  • a. de statutaire naam en de handelsnaam of de handelsnamen;

  • b. de rechtsvorm;

  • c. de zetel;

  • d. het vestigings- en postadres, de postcodes, de plaats of plaatsen van vestiging en het land of de landen van vestiging van de rechtspersoon, met inbegrip van de gegevens van nevenvestigingen en filialen;

  • e. de oprichtingsdatum;

  • f. het nummer, bedoeld in artikel 9, onder a, van de Handelsregisterwet 2007;

  • g. eventuele andere nummers ten behoeve van de identificatie van de rechtspersoon;

  • h. de statutaire doelomschrijving en de feitelijke activiteiten;

  • i. een splitsing of fusie waarbij de rechtspersoon is ontstaan;

  • j. de gegevens, bedoeld in artikel 3, met betrekking tot natuurlijke personen die het beleid van de rechtspersoon bepalen of mede kunnen bepalen, alsmede de gegevens, bedoeld onder a tot en met i en k tot en met u, met betrekking tot rechtspersonen die het beleid van de desbetreffende rechtspersoon bepalen of mede kunnen bepalen;

  • k. justitiële gegevens in de zin van artikel 1, onder a, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens met betrekking tot de rechtspersoon;

  • l. gegevens met betrekking tot rechterlijke uitspraken die betrekking hebben op een faillissement of een surseance van betaling waarbij sprake is van de betrokkenheid van de rechtspersoon;

  • m. andere openbare gegevens;

  • n. liquiditeitsgegevens en gegevens met betrekking tot het eigen vermogen van de rechtspersoon, conform de gedeponeerde jaarrekeningen;

  • o. de resultatenrekening over de laatste twee boekjaren, gerekend vanaf de datum van de eerste verwerking van de gegevens van de desbetreffende rechtspersoon of onderneming;

  • p. financiële gegevens van een bij de rechtspersoon betrokken onderneming die een negatief eigen vermogen heeft of die in de laatste twee boekjaren, gerekend vanaf de datum van de eerste verwerking van de gegevens van de desbetreffende rechtspersoon of onderneming, verlies heeft geleden;

  • q. gegevens met betrekking tot betalingsachterstanden bij de rijksbelastingdienst;

  • r. faillissementsverslagen;

  • s. gegevens met betrekking tot toezichtshandelingen en bestuurlijke sancties jegens de desbetreffende rechtspersoon, afkomstig van de bestuursorganen en diensten, genoemd in artikel 2;

  • t. strafvorderlijke gegevens in de zin van artikel 1, onder b, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens alsmede vonnissen in strafzaken met betrekking tot de desbetreffende rechtspersoon, en,

  • u. andere gegevens die reden geven om aan te nemen dat de rechtspersoon wordt gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat haar werkzaamheden leiden tot benadeling van schuldeisers of rechthebbenden.

Artikel 4a

Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van de wet kunnen voorts de volgende gegevens of categorieën van gegevens in de registratie worden opgenomen:

  • a. de gegevens, bedoeld in artikel 4, van andere rechtspersonen of vennootschappen waarbij de desbetreffende rechtspersoon betrokken is;

  • b. de aard van de functie, de bevoegdheid of de hoedanigheid van een natuurlijke of rechtspersoon met betrekking tot de rechtspersonen of vennootschappen waarbij de desbetreffende natuurlijke persoon of rechtspersoon betrokkenheid heeft, en de data van begin en einde van de functie, bevoegdheid of hoedanigheid;

  • c. aantal en aard van de aandelen in een rechtspersoon of vennootschappen die de desbetreffende natuurlijke of rechtspersoon houdt.

Artikel 5

Over de personen, bedoeld in artikel 4, eerste, tweede en derde lid, van de wet, kunnen in de registratie worden opgenomen:

  • a. de datum van een veroordeling van de persoon of van een rechtspersoon waarbij de persoon betrokken is of is geweest terzake van een relevant strafbaar feit, alsmede de aard van het strafbare feit, de aard en de hoogte van de opgelegde straf en de datum waarop het strafbare feit is gepleegd;

  • b. de datum van een transactie ten aanzien van de persoon of van een rechtspersoon waarbij de persoon betrokken is of is geweest terzake van een relevant strafbaar feit, alsmede de aard van het strafbare feit, de hoogte van de transactie, de eventueel gestelde andere voorwaarden en de datum waarop het strafbare feit gepleegd zou zijn; en

  • c. andere feiten en omstandigheden in verband met een relevant strafbaar feit die reden geven om aan te nemen dat het gevaar bestaat dat de rechtspersoon zal worden gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat zijn werkzaamheid zal leiden tot benadeling van zijn schuldeisers.

Paragraaf 4. Het verstrekken van gegevens uit de registratie

Artikel 5a

Als bestuursorganen, diensten, toezichthouders en andere personen, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

Artikel 5b

Mededeling van gegevens met betrekking tot derden, neergelegd in een risicomelding als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet is toegestaan in de volgende gevallen:

  • a. de Autoriteit Financiële Markten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, De Nederlandsche Bank N.V., de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;

  • b. De Nederlandsche Bank N.V.: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Autoriteit Financiële Markten, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;

  • c. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving, en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;

  • d. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, en aan de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu;

  • e. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder c, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken en aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland;

  • f. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken en aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving;

  • g. de politie: aan het openbaar ministerie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de regionale inlichtingen- en expertisecentra, de Koninklijke marechaussee, de rijksbelastingdienst, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

  • h. de rijksbelastingdienst: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving, en aan de colleges van burgemeester en wethouders;

  • i. de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), en aan de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;

  • j. de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders, bedoeld in de Aanwijzingsregeling toezichthoudende ambtenaren en ambtenaren met specifieke uitvoeringstaken op grond van SZW wetgeving: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2, onder a en d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de rijksbelastingdienst;

  • k. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst en aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland;

  • l. de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU- NL): aan de politie, het openbaar ministerie, de regionale inlichtingen- en expertisecentra, de Koninklijke marechaussee, de rijksbelastingdienst, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;

  • m. ten aanzien van elk van de bestuursorganen, genoemd in artikel 5a: aan de Nationale ombudsman en de rechter.

Artikel 6

Aan de volgende instanties of personen worden als vaste gebruikers als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de wet, desgevraagd in individuele gevallen persoonsgegevens uit de registratie verstrekt:

Artikel 7

Indien dat noodzakelijk is vanwege een zwaarwegend algemeen belang, verband houdend met de integriteit in het financiële, economische of maatschappelijke verkeer, kunnen desgevraagd uit de registratie persoonsgegevens worden verstrekt aan instanties in een ander land dat geen passend niveau van bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 76 van de Wet bescherming persoonsgegevens biedt.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet in werking treedt.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit controle op rechtspersonen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 21 oktober 2004

Beatrix

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner

Uitgegeven de negende november 2004

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner