Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vennootschapsbelasting, aansluitende fiscale eenheid na juridische fusie of splitsing; [...] indieningstermijn verzoek; goedkeuring bezitsvereiste[Regeling vervallen per 03-03-2007 met terugwerkende kracht tot en met 01-01-2007.]

Geldend van 03-10-2004 t/m 31-12-2006

Vennootschapsbelasting, aansluitende fiscale eenheid na juridische fusie of splitsing; verruiming indieningstermijn verzoek; goedkeuring bezitsvereiste

De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Als hoofdregel onder het op 1 januari 2003 in werking getreden herziene regime fiscale eenheid geldt dat een verbreking niet meer terugwerkt (tot het begin van het boekjaar).

Bij een fusie of splitsing is nog wel een verbreking met terugwerkende kracht mogelijk:

  • 1. Op grond van artikel 14, derde lid, van het Besluit fiscale eenheid 2003 is op verzoek het ontvoegingstijdstip gesteld op de aanvang van het boekjaar waarin de fusie of splitsing plaatsvindt, dan wel

  • 2. Op grond van artikel IV, tweede lid, van de Wet van 11 december 2002, Stb. 618 (herziening regime fiscale eenheid) is verzocht om toepassing van de overgangsregeling; hierdoor vindt de verbreking van de fiscale eenheid met terugwerkende kracht plaats tot het begin van het boekjaar waarin de fusie of splitsing plaatsvindt die tot de verbreking leidt.

Ingeval een (bestaande) fiscale eenheid tussen een moedermaatschappij en een of meer dochtermaatschappijen in vorenbedoelde situaties met terugwerkende kracht wordt verbroken doordat de moedermaatschappij is betrokken bij een fusie of splitsing, en (een deel van) het vermogen van de moedermaatschappij (inclusief de aandelen in de dochtermaatschappij(en)) overgaat naar een niet tot de fiscale eenheid behorende verkrijgende rechtspersoon, wil men vaak een fiscale eenheid vormen in aansluiting op het verbrekingstijdstip van de oude fiscale eenheid, waarbij de verkrijgende rechtspersoon als moedermaatschappij van vorenbedoelde dochtermaatschappij(en) gaat fungeren (zgn. aansluitende fiscale eenheid).

Door een tweetal redenen is een aansluitende fiscale eenheid niet mogelijk:

  • Onder het nieuwe regime fiscale eenheid dient het verzoek om een fiscale eenheid uiterlijk te worden gedaan drie maanden na het gewenste voegingstijdstip: zie artikel 15, vijfde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het verzoek kan echter nooit tijdig worden ingediend – dan wel de indieningstermijn is feitelijk korter dan drie maanden – doordat de fusie of splitsing die leidt tot de verbreking (met terugwerkende kracht) zich later voordoet dan de verbreking;

  • Op het gewenste voegingstijdstip heeft de verkrijgende rechtspersoon niet de juridische en economische eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij(en).

Ingeval de verkrijgende rechtspersoon op het gewenste voegingstijdstip een reeds bestaand lichaam is, keur ik in de hiervoor bedoelde situaties goed dat:

  • een zodanig verzoek als tijdig ingediend wordt aangemerkt, indien het is ingediend binnen drie maanden na het verlijden van de fusie/splitsingsakte, en

  • de verkrijgende rechtspersoon wordt geacht per begin van het boekjaar waarin de juridische fusie of splitsing plaatsvindt de juridische en economische eigendom van de aandelen in de dochtermaatschappij(en) te bezitten, mits de fusie of splitsing de enige reden is die tot verbreking van de fiscale eenheid leidt.

De hiervoor opgenomen goedkeuring kan overeenkomstige toepassing vinden, ingeval niet de moedermaatschappij, maar een dochtermaatschappij van de fiscale eenheid is betrokken bij een fusie of splitsing. De verbreking met terugwerkende kracht ten aanzien van de verdwijnende dochtermaatschappij leidt ook tot een verbreking (met terugwerkende kracht) ten aanzien van andere tot de fiscale eenheid behorende (klein)dochtermaatschappijen, waarvan de verdwijnende dochtermaatschappij het bezit van de aandelen heeft.

De goedkeuring ziet dan op de vorming van een aansluitende fiscale eenheid tussen de (niet tot de fiscale eenheid behorende) verkrijgende rechtspersoon en de andere (klein)dochtermaatschappij(en).

De in dit besluit getroffen goedkeurende regeling over de verruiming van de indieningstermijn en het bezitsvereiste bij situatie 1 zal in het Besluit fiscale eenheid 2003 worden opgenomen.