KruimelpadGeldend op 07-05-2009
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op Bijlagen I, II, IV en V van het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen totstandgekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 187), richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), de artikelen 1, onder g, 6, achtste lid, 6a, tweede lid, 12a, eerste lid, 18, eerste lid, en 35a, vijfde lid, van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen en de artikelen 2, 8, vijfde lid, en 9, tweede lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. afmelding: het bericht dat de afgifte door de kapitein van een schip van scheepsafval en overige schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen is beëindigd;
b. aanmelding: de verstrekking van gegevens krachtens artikel 12a van de wet.
Als richtlijn havenontvangstvoorzieningen, bedoeld in artikel 1, onder g, van de wet wordt aangewezen richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332), zoals deze laatstelijk is gewijzigd bij richtlijn nr. 2002/84/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 houdende wijziging van de richtlijnen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (PbEG L 324).
1.De houder van een havenontvangstvoorziening meldt op een door de havenbeheerder te bepalen wijze iedere afmelding onverwijld aan de havenbeheerder.
2.De afmelding gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. de identiteit van het schip;
b. de datum en het tijdstip van afmelding;
c. de afgegeven soorten en hoeveelheden scheepsafval en overige schadelijke stoffen dan wel restanten van schadelijke stoffen.
3.De havenbeheerder neemt de gegevens op in de registratie, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de wet.
De havenbeheerder meldt onverwijld aan de inspecteur-generaal, op diens verzoek en op een door hem te bepalen wijze, de volgende gegevens:
a. de aanmelding van de door de inspecteur-generaal aangegeven schepen;
b. de in artikel 3, eerste en tweede lid, vermelde gegevens.
1.De houder van een havenontvangstvoorziening meldt binnen een maand na afloop van ieder kwartaal aan de havenbeheerder op een door de havenbeheerder te bepalen wijze de volgende gegevens over het desbetreffende kwartaal:
a. de som van alle kosten, gemoeid met de inzameling, opslag en verwerking van scheepsafval;
b. de totale hoeveelheid ingezameld, opgeslagen en verwerkt scheepsafval;
c. de totale hoeveelheid ingezameld, opgeslagen en verwerkte overige schadelijke stoffen en restanten van schadelijke stoffen.
2.De havenbeheerder neemt de gegevens op in de registratie, bedoeld in artikel 6, zesde lid, van de wet.
De havenbeheerder meldt binnen twee maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de inspecteur-generaal de volgende gegevens over het desbetreffende jaar:
a. de som X van de geheven bijdragen, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, van de wet;
b. de som Y van de in de desbetreffende haven gemaakte kosten gemoeid met de inzameling, opslag en verwerking van scheepsafval dat krachtens artikel 6a, derde lid, is afgegeven;
c. de som Z van de in de desbetreffende haven gemaakte kosten gemoeid met de inzameling, opslag en verwerking van scheepsafval dat krachtens artikel 6a, zesde lid, van de wet is afgegeven;
d. de bepaling van het percentage van de kosten van inzameling, opslag en verwerking van scheepsafval, volgens de formule X / (Y+Z) x 100%;
e. de totale hoeveelheid ingezameld, opgeslagen en verwerkt scheepsafval;
f. de totale hoeveelheid ingezamelde, opgeslagen en verwerkte overige schadelijke stoffen en restanten van schadelijke stoffen.
Het percentage van de som van de jaarlijks geheven bijdragen voor het in ontvangst nemen van scheepsafval, bedoeld in artikel 6a, tweede lid, van de wet, bedraagt ten minste dertig.
Het aantal jaarlijks door de ambtenaren van de divisie Scheepvaart te inspecteren schepen is ten minste gelijk aan 25 procent van het totaal aantal afzonderlijke schepen dat in een representatief kalenderjaar de havens aandoet, die zijn aangewezen krachtens artikel 6, eerste lid, van de wet.
De havenbeheerders van de in bijlage I aangewezen havens dragen zorg voor toereikende havenontvangstvoorzieningen voor het in ontvangst nemen van de in die bijlage aangewezen:
a. categorieën scheepsafval, overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
b. stoffen en uitrusting die deze stoffen bevat als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de wet.
Als rechtspersoon, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen, wordt aangewezen de Stichting Financiering Afvalstoffen Visserij, statutair gevestigd te Urk.
Een melding als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit havenontvangstvoorzieningen wordt gedaan met behulp van het model, opgenomen in bijlage II bij deze regeling.
1.In afwijking van artikel 5 meldt de houder van de havenontvangstvoorziening de op het bij inwerkingtreding van deze regeling lopende kwartaal betrekking hebbende gegevens als bedoeld in dat artikel gelijktijdig met de op het eerstvolgende kwartaal betrekking hebbende gegevens.
2.In afwijking van artikel 6 worden de op het kalenderjaar 2004 betrekking hebbende gegevens als bedoeld in dat artikel uiterlijk 1 maart 2006 aan de inspecteur-generaal gemeld.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 6 juli 2004 tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepenen de Wet op de economische delicten in verband met richtlijn nr. 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 november 2000 betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen (PbEG L 332) (Stb. 348) en het Besluit havenontvangstvoorzieningen in werking treden.
Haven | Toereikende havenontvangstvoorzieningen voor: | |||
|---|---|---|---|---|
Olierestanten en oliehoudende mengsels1 Sanitair afval2 | Restanten van schadelijke stoffen3 | Vuilnis4 | Stoffen die de ozonlaag aantasten en uitrusting die deze stoffen bevat5 | |
Amsterdam | X | X | X | X |
Beverwijk | X | X | ||
Breskens | X | X | ||
Bruinisse | X | X | ||
Colijnsplaat | X | X | ||
Delfzijl | X | X | X | |
Den Helder | X | X | X | |
Den Oever | X | X | ||
Dordrecht | X | X | X | |
Eemshaven | X | X | ||
Harlingen | X | X | ||
Lauwersoog | X | X | ||
Maassluis | X | X | ||
Moerdijk | X | X | X | |
Oudeschild | X | X | ||
Rotterdam | X | X | X | X |
Scheveningen | X | X | ||
Schiedam | X | X | ||
Stellendam | X | X | ||
Terneuzen | X | X | X | |
Urk | X | X | ||
Vlaardingen | X | X | X | |
Vlissingen | X | X | X | |
Velsen/IJmuiden | X | X | ||
Yerseke | X | X | ||
Zaandam | X | X | ||
Zierikzee | X | X | ||
Formulier voor de melding van ontoereikendheid van havenontvangstvoorzieningen1[6]
Aan de havenbeheerder van: | (naam van de haven) | ||
1. Gegevens betreffende het schip | |||
Naam van het schip: | |||
Eigenaar of exploitant van het schip: | |||
Kenletters of -cijfers: | |||
IMO nummer: | |||
Bruto-inhoud in registertonnen: | |||
Haven van registratie: | |||
Scheepstype: | olietanker | chemicaliëntanker | ferry |
Passagiersschip | vrachtschip | bulkcarrier | |
ander type (specificeren) | |||
2. Gegevens betreffende de haven | |||
Land: | |||
Haven of havengebied: | |||
Kade, pier, ligplaats of ankerplaats: | |||
Exploitant van de havenontvangstvoorziening (indien bekend): | |||
Datum van aankomst: | |||
Datum van het voorval: | |||
Datum van vertrek: | |||
3. Aard en geschatte hoeveelheid aangeboden scheepsafval | |||
3.1 Olie (Marpol Annex I) | |||
Type oliehoudend scheepsafval: | |||
Bilgewater | m3 | ||
Sludge afkomstig van de brandstofzuiveringsinstallatie | m3 | ||
Schilfers en slops afkomstig van gereinigde tanks | m3 | ||
Vervuild ballastwater | m3 | ||
Tankwaswater | m3 | ||
Ander scheepsafval (specificeren) | m3 | ||
Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar? | Ja/Nee | ||
Kosten: | |||
3.2 In bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Marpol Annex II) | |||
Type mengsel van water en residu van schadelijke vloeistof dat afkomstig is van tankwassingen en dat aan een havenontvangstvoorziening is aangeboden | |||
Categorie A stof | m3 | ||
Categorie B stof | m3 | ||
Categorie C stof | m3 | ||
Andere stof (specificeren) | m3 | ||
De stof wordt aangemerkt als: (aankruisen) | stollend of | stof met een hoge viscositeit | |
Gangbare benaming van de vervoerde schadelijke vloeistof: | |||
Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar? | Ja/Nee | ||
Kosten: | |||
3.3 Vuilnis (Marpol Annex V) | |||
Type vuilnis | |||
Plastic | m3 | ||
Stuwhout en verpakkingsmateriaal dat blijft drijven | m3 | ||
Vermalen resten van papier, lompen, glas, metalen, flessen, aardewerk, etc. | m3 | ||
Papier, lompen, glas, metalen, flessen, aardewerk, etc. | m3 | ||
Voedselresten | m3 | ||
Asresten uit de verbrandingsinstallatie | m3 | ||
Waren havenontvangstvoorzieningen beschikbaar? | Ja/Nee | ||
Kosten: | |||
3.4 Overige afvalstoffen | |||
4. Werden aangeboden scheepsafval of restanten van schadelijke stoffen door de exploitant van de havenontvangstvoorziening geweigerd? | |||
5. Ontoereikendheid van de havenontvangstvoorziening | |||
5.1 Opmerkingen over de ontoereikendheid | |||
5.2 Locatie van de havenontvangstvoorziening (dichtbij het schip, moeilijk te bereiken locatie, noodzaak tot verhaalbeweging of andere manoeuvre) | |||
5.3 Indien u problemen ondervond, met wie hebt u dit probleem besproken, of bij wie heeft u dit eerder gemeld? | |||
5.4 Heeft u voorafgaand aan de aankomst in de haven uw afgiftebehoefte in overeenstemming met de geldende regelgeving gemeld? | Ja/Nee | ||
5.5 Heeft u bij aankomst een bevestiging ontvangen over de beschikbaarheid van de verlangde havenontvangstvoorziening? | Ja/Nee | ||
6. Aanvullende opmerkingen | |||
7. Handtekening van de kapitein of diens vertegenwoordiger | Datum | ||
Olie en oliehoudende mengsels als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage I van het Verdrag.
Sanitair afval als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage IV van het Verdrag.
Schadelijke vloeistoffen als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage II van het Verdrag.
Vuilnis als bedoeld in voorschrift 1 van Bijlage V ven het Verdrag.
Stoffen die de ozonlaag aantasten als bedoeld in voorschrift 2 van Bijlage VI van het Verdrag.
De havenbeheerder kan dit formulier elektronisch ter beschikking stellen.