Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Opleiden in de school voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, 2004 - 2006[Regeling vervallen per 01-01-2008.]

Geldend van 10-12-2004 t/m 31-12-2007

Regeling Opleiden in de school voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, 2004 - 2006

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap;Mede namens de minister van landbouw, natuur en voedselkwaliteit;

Gelet op:

Besluit

Hoofdstuk 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 1. Begripsbepaling [Vervallen per 01-01-2008]

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doelomschrijving [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Deze regeling heeft als doel éénmalig een opstartsubsidie te verlenen aan subsidieontvangers om:

    • a. een infrastructuur voor opleiden en begeleiden in de school vorm te geven, als onderdeel van het integraal personeelsbeleid, en

    • b. afspraken te maken met opleidingen voor onderwijspersoneel over taak- en verantwoordelijkheidsverdeling bij opleiden in de school.

  • 2 De regeling beoogt tevens dat ervaringen met opleiden in de school worden overgedragen aan niet-deelnemende onderwijsinstellingen van het bevoegd gezag en aan andere bevoegde gezagsorganen.

Artikel 3. Aanvrager van subsidie [Vervallen per 01-01-2008]

Subsidie op basis van deze regeling wordt slechts verleend als de aanvrager niet eerder subsidie heeft ontvangen op grond van de Regeling ontwikkelproject opleiden in de school in het primair onderwijs 2002 - 2004, de Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 2003 - 2004, het Project opleiden in de school in de BVE 2002 - 2004, het traject opleiden in de school voor het speciaal basisonderwijs van de stuurgroep WSNS plus 2003 of het traject opleiden in de school voor het (voortgezet) speciaal onderwijs van de stuurgroep WSNS plus 2004.

Artikel 4. Omvang van de subsidie [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De subsidieontvanger waarop de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra van toepassing is, ontvangt een éénmalige subsidie van € 50,- per leerling per deelnemende school, met dien verstande dat het maximum aantal deelnemende scholen per subsidieontvanger 5 bedraagt. Voor het bepalen van het aantal leerlingen per deelnemende school geldt de teldatum van 1 oktober 2003.

  • 2 De subsidieontvanger waarop de Wet op het voortgezet onderwijs van toepassing is, ontvangt een éénmalige subsidie van € 20,60 per leerling per deelnemende school, met dien verstande dat de maximale subsidie per deelnemende school € 22.000,- bedraagt en de maximale subsidie per subsidieontvanger € 110.000,- Voor het bepalen van het aantal leerlingen per deelnemende school geldt de teldatum van 1 oktober 2003.

  • 3 De subsidieontvanger waarop de Wet educatie en beroepsonderwijs van toepassing is en die niet behoort tot de sector landbouw en natuurlijke omgeving, ontvangt een éénmalige subsidie van € 93.000,-

  • 4 De subsidieontvanger waarop de Wet educatie en beroepsonderwijs van toepassing is en die behoort tot de sector landbouw en natuurlijke omgeving ontvangt een eenmalige subsidie van € 20,60 per leerling per deelnemende locatie waar voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs wordt verzorgd, met dien verstande dat de maximale subsidie per deelnemende instelling € 22.000,- bedraagt.

Artikel 5. Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is een bedrag van € 16.200.000,- beschikbaar.

  • 2 Voor subsidieverlening in het kader van deze regeling is voor primair onderwijs een bedrag van € 10.000.000,- beschikbaar, voor voortgezet onderwijs een bedrag van € 5.160.000,- en voor BVE, daaronder niet begrepen scholen en instellingen als bedoeld in het derde lid, een bedrag van € 960.000,- Indien het totaal aan subsidieverlening in één van deze onderwijssectoren minder bedraagt dan het beschikbare bedrag voor die sector, wordt het resterende bedrag gelijkelijk verdeeld over de twee andere onderwijssectoren.

  • 3 Voor de scholen en instellingen voor onderwijs in de sector landbouw en natuurlijke omgeving is voor subsidieverlening op grond van deze regeling een bedrag van € 80.000,- beschikbaar.

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 6. Aanvraag van subsidie [Vervallen per 01-01-2008]

De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling wordt schriftelijk ingediend bij:

  • SenterNovem / Educatieve Technologie Den Haag

    Postbus 93144

    2509 AC Den Haag

Onder vermelding van ’Subsidieaanvraag Regeling Opleiden in de school voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en BVE, 2004-2006’.

Aanvraagformulier

Wil de aanvraag voor behandeling in aanmerking komen dan moet deze in elk geval opgesteld zijn conform het aanvraagformulier van SenterNovem. Het aanvraagformulier is op te vragen en te downloaden bij SenterNovem:

”http://www.Senter.nl/onderwijs” (onder ’Opleiden in de school’) en bevat onder meer de volgende gegevens:

  • a. naam, adres, bevoegd gezag-nummer van de aanvrager;

  • b. naam, vestigingsadres en brinnummer van de deelnemende onderwijsinstellingen;

  • c. naam van de contactpersoon bij de aanvrager;

  • d. naam en adres van de opleidingen voor onderwijspersoneel waarmee in het kader van deze regeling wordt samengewerkt;

  • e. naam en school of instelling van de personeelsleden die in het kader van deze regeling worden opgeleid tot opleider in de school;

  • f. de omvang van de gevraagde subsidie;

  • g. ondertekening van de aanvraag door het bevoegd gezag.

Artikel 7. Subsidievoorwaarden en vereisten subsidieaanvraag [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling bevat, behalve het volledig ingevulde aanvraagformulier conform artikel 6, in elk geval:

    • a. een verklaring van de aanvrager dat hij zijn ervaringen overdraagt aan niet-deelnemende onderwijsinstellingen van het bevoegd gezag en aan ten minste één ander bevoegd gezag binnen de onderwijssector waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b. een verklaring van de aanvrager dat de deelnemende onderwijsinstellingen de netwerkbijeenkomsten zullen bijwonen;

    • c. een projectplan als bedoeld onder het tweede lid.

  • 2 Het projectplan bevat in elk geval de volgende elementen:

    • a. de doelstellingen die de aanvrager en de deelnemende onderwijsinstellingen willen bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;

    • b. een overzicht van de doelgroepen die en het aantal personeelsleden dat wordt opgeleid in het kader van deze regeling, binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;

    • c. de resultaten die de aanvrager en de deelnemende onderwijsinstellingen willen bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;

    • d. een activiteitenplan als bedoeld onder het derde en vierde lid;

    • e. een tijdsplanning;

    • f. een begroting voor de te verrichten activiteiten, die in elk geval inzicht geeft in de activiteiten die met de subsidie worden gefinancierd en in de activiteiten waarvoor eigen middelen worden ingezet.

  • 3 Het activiteitenplan geeft inzicht in de wijze waarop de aanvrager het projectresultaat denkt te verwezenlijken en omvat in elk geval activiteiten, gericht op:

    • a. het vormgeven van de infrastructuur voor opleiden en begeleiden in de school;

    • b. het scholen van ten minste één personeelslid tot opleider in de school;

    • c. het maken van afspraken met opleidingen voor onderwijspersoneel over taak- en verantwoordelijkheidsverdeling bij opleiden in de school;

    • d. het overdragen van ervaringen aan niet-deelnemende onderwijsinstellingen van het bevoegd gezag en aan ten minste één ander bevoegd gezag binnen de desbetreffende onderwijssector.

  • 4 Het activiteitenplan geeft tevens inzicht in de wijze waarop de aanvrager de infrastructuur voor opleiden en begeleiden in de school tot onderdeel maakt van het integraal personeelsbeleid.

  • 5 De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de opleidingen voor onderwijspersoneel waarmee de aanvrager in het kader van deze regeling samenwerkt.

Artikel 8. Termijn indiening aanvraag [Vervallen per 01-01-2008]

Een aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling kan tot en met 14 januari 2005 worden ingediend. Aanvragen die na 14 januari 2005 worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 9. Criteria bij toekenning [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 SenterNovem brengt aan de minister advies uit over al dan niet inwilliging van aanvragen tot verlening van subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De minister besluit in volgorde van de datum van ontvangst van de aanvragen over verlening van de subsidie. In het geval de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de aanvraag dient aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst.

  • 3 De inwilliging van aanvragen tot verlening van subsidie vindt zodanig plaats dat wat het het primair en voortgezet onderwijs tezamen betreft, ten minste 20% van de subsidieontvangers zijn vestigingsplaats heeft in één van de regio’s met de grootste arbeidsmarktknelpunten, dit wil zeggen die regio’s die als zodanig worden genoemd in hoofdstuk 3 van de nota Werken in het Onderwijs 2005.

Artikel 10. Toekenning van subsidie [Vervallen per 01-01-2008]

Subsidieaanvragers ontvangen vóór 1 april 2005 van Cfi bericht over toekenning van de subsidie op grond van deze regeling, met dien verstande dat subsidieaanvragers met een onderwijsinstelling in de sector landbouw en natuurlijke omgeving vóór 1 april 2005 bericht ontvangen van BI/DWK van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over toekenning van de subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 11. Niet vervullen begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-01-2008]

Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of ten laste van de begroting van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 12. Tijdvak subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2008]

Subsidie wordt verleend voor het tijdvak van 1 augustus 2004 tot en met 31 juli 2006.

Hoofdstuk 4. Betaling [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 13. Betaling van de subsidie [Vervallen per 01-01-2008]

De subsidieontvanger ontvangt uiterlijk 30 april 2005 50% van het toegekende bedrag, bedoeld in artikel 10. Uiterlijk 31 augustus 2005 ontvangt de subsidieaanvrager de overige 50% van het toegekende bedrag, met inachtneming van artikel 15.

Hoofdstuk 5. Overige verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 14. Informatieplicht [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van beleid en de besteding van toegekende middelen.

  • 2 De subsidieontvanger is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. De subsidieontvanger geeft desgewenst aan deze ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.

Artikel 15. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2008]

  • 1 De subsidie is een tegemoetkoming die wordt verstrekt als aanvullende vergoeding op uitgaven die zijn verbonden aan het doel dat in deze regeling is omschreven.

  • 2 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.

  • 3 Het toegekende subsidiebedrag kan naar evenredigheid worden teruggevorderd indien in strijd wordt gehandeld met de subsidievoorwaarden.

  • 4 De verklaring van de accountant bij de aanvraag vaststelling rijksvergoeding dan wel bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze subsidie.

  • 5 De subsidie wordt verantwoord in de jaarrekening van de subsidieontvanger.

  • 6 Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 16. Bekendmaking [Vervallen per 01-01-2008]

Deze regeling zal met toelichting in het Gele Katern worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 17. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2008]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na datum van uitgifte van het Gele Katern waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 2004.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2008.

Artikel 18. Citeerartikel [Vervallen per 01-01-2008]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Opleiden in de school voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, 2004 - 2006.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschap,

M.J.A. van der Hoeven

Mede namens de

minister

van landbouw, natuur en voedselkwaliteit,

dr. C.P. Veerman