Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling innovatiearrangement 2004[Regeling vervallen per 23-01-2014.]

Geldend van 18-09-2004 t/m 22-01-2014

Subsidieregeling innovatiearrangement 2004

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4, eerste lid, van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 23-01-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. school: een school voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, hierna te noemen vmbo-school;

  • b. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB), een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de WEB en een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de WEB, hierna te noemen BVE-instelling, en een hogeschool als bedoeld in artikel 1.2, onder a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, hierna te noemen HBO-instelling;

  • c. bedrijf: een bedrijf of instelling, niet zijnde een BVE- of een HBO-instelling, een brancheorganisatie of een Opleidings- & Ontwikkelingsfonds;

  • d. innovatiearrangement: een regionaal of sectoraal project waarmee het innovatief vermogen van het beroepsonderwijs wordt verbeterd, binnen de context van versterking van de relatie tussen onderwijs en bedrijfsleven, ten behoeve van het verbeteren van de loopbaan van de leerling/deelnemer in het hele beroepsonderwijs;

  • e. Het Platform Beroepsonderwijs: de Stichting Platform Beroepsonderwijs te Driebergen;

  • f. Sociale Partners: de Stichting van de Arbeid;

  • g. uitvoeringskosten: de kosten van Het Platform Beroepsonderwijs voor de uitvoering van deze regeling.

Artikel 2. Doelstelling [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Doel van deze regeling is het ondersteunen en stimuleren van innovatiearrangementen in 2004 door middel van het beschikbaar stellen van subsidie ten behoeve van projecten.

  • 2 Een innovatiearrangement dient gericht te zijn op tenminste één van de volgende thema’s:

    • a. verbetering van het rendement en de doorstroom van het beroepsonderwijs,

    • b. verhoging van de professionaliteit van degene die het beroepsonderwijs heeft afgerond, en

    • c. innovatie van de pedagogiek en didactiek van het beroepsonderwijs.

Artikel 3. Subsidieontvangers [Vervallen per 23-01-2014]

Subsidie op grond van deze regeling kan worden verleend aan een school of instelling ten behoeve van een samenwerkingsverband waarin wordt samengewerkt door een bedrijf en:

  • a. een BVE-instelling en een vmbo-school, of

  • b. een scholengemeenschap waarvan zowel een vmbo-school als een BVE-instelling deel uitmaken, of

  • c. een BVE-instelling en een HBO-instelling.

Artikel 4. Uitvoering van de regeling [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Deze regeling wordt – in overleg met en met instemming van sociale partners – uitgevoerd door Het Platform Beroepsonderwijs.

  • 2 De in lid 1 vermelde partijen kunnen ter zake van de procedure tot indiening van aanvragen nadere voorwaarden stellen.

  • 3 Aan Het Platform Beroepsonderwijs wordt overeenkomstig afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht mandaat verleend om besluiten te nemen over verlening, weigering, vaststelling, intrekking en terugvordering van subsidie op grond van deze regeling.

Artikel 5. Subsidieplafond [Vervallen per 23-01-2014]

Voor het innovatiearrangement en de daarbij behorende uitvoeringskosten is op grond van deze regeling in 2004 een totaal bedrag beschikbaar van € 10.945.000.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 De subsidie voor een project bedraagt maximaal € 1.000.000, en niet meer dan 40% van de subsidiabele projectkosten, bedoeld in het derde lid.

  • 2 Indien voor het project ter zake van de projectkosten of een deel daarvan door een ander bestuursorgaan een subsidie is of wordt verstrekt, niet zijnde een subsidie uit Europese fondsen, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend, dat per project het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan 40% van de subsidiabele projectkosten, bedoeld in het derde lid.

  • 3 Slechts de kosten die aantoonbaar noodzakelijk zijn en daadwerkelijk gemaakt worden voor de uitvoering van het project komen in aanmerking voor subsidie.

Artikel 7. Selectie van projectvoorstellen [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Voor 1 november 2004 kunnen door samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 3 bij Het Platform Beroepsonderwijs projectvoorstellen voor innovatiearrangementen worden ingediend.

  • 2 Een projectvoorstel bevat informatie over de volgende onderwerpen:

    • a. De namen van de partners van het samenwerkingsverband.

    • b. Indien een aanvraag geschiedt door een instelling of een scholengemeenschap waarin zowel BVE als het vmbo participeren, dan dient uit de aanvraag de zelfstandige inbreng van dit vmbo en dit mbo binnen het samenwerkingsverband duidelijk te blijken.

    • c. Welk probleem moet het project oplossen?

    • d. Welke innovatie wordt beoogd?

    • e. Een opgave van de maximale projectkosten.

    • f. De looptijd van het project.

  • 3 Projectvoorstellen worden door een – door Het Platform Beroepsonderwijs en sociale partners benoemde – beoordelingscommissie, beoordeeld op innovativiteit, uitvoerbaarheid en bruikbaarheid. Indien het budget dat gemoeid is met het aantal positief beoordeelde projectvoorstellen, groter is dan het subsidieplafond toelaat, selecteert de beoordelingscommissie zoveel van die projectvoorstellen dat het subsidieplafond niet wordt overschreden. Voor selectie komen het eerst die projectvoorstellen in aanmerking die het meest bijdragen aan het doel van deze regeling.

  • 4 De selectie van projectvoorstellen vindt plaats voor 1 december 2004.

  • 5 Bij de selectie kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is prioriteit worden gegeven, indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de evenwichtige participatie van vmbo-scholen aan de projecten.

Artikel 8. Subsidieaanvraag [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Projectplannen voor innovatiearrangementen kunnen alleen worden ingediend door samenwerkingsverbanden waarvoor het projectvoorstel is geselecteerd volgens artikel 7.

  • 2 Subsidie wordt binnen 5 weken na bekendmaking van de selectie aangevraagd door het indienen van een volledig uitgewerkt projectplan. Het projectplan wordt ingediend door een school of instelling namens een samenwerkingsverband.

  • 3 Een projectplan bevat informatie over de volgende onderwerpen:

    • a. Welke activiteiten worden ondernomen?

    • b. Wanneer zijn de verschillende activiteiten afgerond en wat is de looptijd van het project?

    • c. Welk doel wordt beoogd met de te verrichten activiteiten?

    • d. Wie zijn de partners binnen het samenwerkingsverband en wat is de daadwerkelijke bijdrage van deze partners aan het project?

    • e. Wat zijn de totale kosten van het project en hoe wordt voorzien in de financiering van deze kosten?

    • f. Op welke wijze komt de publieke beschikbaarheid en de verspreiding van de resultaten van het project tot stand?

  • 4 Indien een scholengemeenschap waarvan een vmbo-school deel uitmaakt, samenwerkt binnen het samenwerkingsverband, dan dient uit het projectplan de zelfstandige inbreng van het vmbo binnen het samenwerkingsverband duidelijk te blijken.

Artikel 9. Besluit op de aanvraag [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Het Platform Beroepsonderwijs besluit, in overleg met Sociale Partners, na advies van de beoordelingscommissie, uiterlijk 1 maand na ontvangst van de projectplannen op de aanvraag. Indien Het Platform niet binnen 1 maand kan beslissen, deelt hij de aanvrager mee binnen welke termijn de beslissing wel tegemoet kan worden gezien.

  • 2 Op de aanvraag wordt positief beslist als in het projectplan op deugdelijke en consistente wijze het geselecteerde projectvoorstel is uitgewerkt en daarbij ten aanzien van het project wordt voldaan aan de eisen, gesteld in deze regeling.

Artikel 10. Verdere subsidieverplichtingen [Vervallen per 23-01-2014]

  • 1 Het project start binnen zes maanden na verlening van de subsidie en heeft een looptijd van ten hoogste 3 jaar.

  • 2 Aan het project wordt daadwerkelijk een substantiële inhoudelijke en financiële bijdrage geleverd door de deelnemers aan het samenwerkingsverband.

  • 3 De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap of Het Platform Beroepsonderwijs ingestelde onderzoeken die gericht zijn op het monitoren en verspreiden van kennis en het verschaffen van nadere inlichtingen over de werking en de effecten van deze regeling.

Artikel 11. Subsidievaststelling [Vervallen per 23-01-2014]

De subsidieontvanger dient binnen 3 maanden na afloop van het project de aanvraag tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 18 van de Wet overige OCenW-subsidies in bij Het Platform Beroepsonderwijs.

Artikel 12. Evaluatie regeling [Vervallen per 23-01-2014]

Door Het Platform Beroepsonderwijs wordt voor 31 juli 2007 een tussenrapportage ingediend en voor 31 december 2008 een eindrapportage inzake de werking en de effecten van deze regeling.

Artikel 13. Inwerkingtreding [Vervallen per 23-01-2014]

Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 14. Citeertitel [Vervallen per 23-01-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling innovatiearrangement 2004.

Artikel 15. Bekendmaking [Vervallen per 23-01-2014]

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en in het Gele Katern worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. Rutte