Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling programma van eisen transponder en protocol implanteren transponder I&R paardachtigen (PVV) 2004[Regeling vervallen per 01-07-2009.]

Geldend van 10-12-2006 t/m 30-06-2009

Besluit van de voorzitter van het Productschap Vee en Vlees van 14 juli 2004 tot vaststelling van het programma van eisen waaraan de bij de Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004 voorgeschreven transponder dient te voldoen alsmede tot vaststelling van het protocol waarin de voorschriften zijn gegeven ter zake van het implanteren van transponders (Besluit vaststelling programma van eisen transponder en protocol implanteren transponder I&R paardachtigen (PVV) 2004)

Artikel 1 [Vervallen per 01-07-2009]

Het programma van eisen als bedoeld in artikel 1 , onderdeel 14, van de Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004 is opgenomen in bijlage I bij dit besluit.

Artikel 2 [Vervallen per 01-07-2009]

Het protocol als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Verordening identificatie en registratie van paardachtigen (PVV) 2004 is opgenomen in bijlage II bij dit besluit.

Artikel 3 [Vervallen per 01-07-2009]

  • 3 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling programma van eisen transponder en protocol implanteren transponder I&R paardachtigen (PVV) 2004.

  • 4 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dag van dagtekening van het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin het wordt geplaatst.

Zoetermeer, 14 juli 2004

J.J. Ramekers

voorzitter

Goedgekeurd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij besluit van 30 augustus 2004, beschikking nr. TRCJZ/2004/5088.

Bijlage I. bij het Besluit vaststelling programma van eisen transponder en protocol implanteren transponder I&R paardachtigen (PVV) 2004 [Vervallen per 01-07-2009]

Programma van eisen [Vervallen per 01-07-2009]

A. Transponder [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. Product conform ISO-normen 11784 en 11785.

  • 2. Bioglas of kunststof omhulsel.

  • 3. Signaalsterkte: leesbaarheid tot een afstand van 25 cm met een normale reader.

  • 4. Het transpondernummer van transponders die geïmplanteerd worden in paarden in Nederland, moet beginnen met de landencode van Nederland, zijnde 528.

  • 5. Stickers met nummer en barcode (minimaal 6 stuks), moeten per transponder mee verpakt zijn.

  • 6. Individueel steriel verpakt.

  • 7. Barcode op de sticker moet met een barcodereader uitleesbaar zijn.

  • 8. Defectrisico 0,5/10.000 of lager. Garantieafspraken bij defect.

  • 9. Levensduur garantie minimaal 25 jaar.

B. Uniciteit transpondernummer [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. Sluitende registratie van uitgeleverde nummers op afnemersniveau.

  • 2. Aanlevering van uitgeleverde nummers aan databanken.

C. Applicator [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. Steriele single-use applicator.

  • 2. Lancet geslepen naald, niet ponsend, 25 mm lang.

  • 3. Gezekerde uitstoot van transponder uit applicator.

D. Reader [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. De reader moet transponders kunnen lezen die voldoen aan de ISO-normen 11784 en 11785 (hierdoor kunnen zowel type FDXb en HDX worden uitgelezen).

  • 2. CE goedkeuring (radiofrequentie).

  • 3. Minimale uitleesafstand moet tot 20 cm mogelijk zijn.

  • 4. Reader moet aanwezigheid van een niet ISO-transponder aangeven.

  • 5. Bij het vinden van een chip moet de reader een geluidssignaal afgeven.

  • 6. Levensduur garantie minimaal 5 jaar.

  • 7. Computerverbinding moet mogelijk zijn.

  • 8. Geheugenfunkties moeten beschikbaar zijn.

E. Uitlevering [Vervallen per 01-07-2009]

  • Volgens gecontroleerde GDP (Good Distribution Practice). Dit houdt o.a. in een sluitende voorraadadministratie, opslagcondities en opslagprotocollen, traceerbaarheid.

Bijlage II. bij het besluit vaststelling programma van eisen transponder en protocol implanteren transponder i&r paardachtigen (pvv) 2004 [Vervallen per 01-07-2009]

Protocol implanteren van transponders [Vervallen per 01-07-2009]

A. Uitrusting voor het implanteren van transponders [Vervallen per 01-07-2009]

De paardenpaspoort consulent of dierenarts die een paardachtige gaat identificeren en voorzien van een transponder, in voorbereiding op de paspoortuitgifte, dient over de volgende materialen te beschikken:

  • 1. Halsters voor veulens en paard/pony (moet de eigenaar voor zorgen)

  • 2. (Halster)touw (moet de eigenaar voor zorgen)

  • 3. Praam

  • 4. Schone kist of trommel met daarin:

    • scheermes en eventueel tondeuse of V-schaar

    • spiritus (knijpfles of sproeiflacon)

    • betadine (knijpfles of sproeiflacon)

    • steriele gaasjes

    • steriel verpakte injectiepen geladen met transponder

    • opgeladen afleesapparaat

  • 5. Een map met daarin:

    • identificatie- en registratieformulieren

    • schrijfwaren

    • legitimatie

  • 6. Medische afvalbak (gratis verkrijgbaar bij de gemeente)

  • 7. Een nietmachine voor overgebleven barcodestickers

B. Administratieve handelingen [Vervallen per 01-07-2009]

Vooraf: [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. Vooraf de eigenaar het identificatie- en registratieformulier laten ondertekenen.

  • 2. Bij paarden/pony's identiteit vaststellen aan de hand van het originele registratiedocument (oude stamboekpapier).

  • 3. Origineel registratiedocument met hieraan geniet de barcodestickers en het ingevulde identificatie- en registratieformulier opsturen naar paspoortuitgevende instantie.

Achteraf: [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. Handtekening met datum zetten als bewijs van het verrichten van de hierboven genoemde handelingen en als bevestiging van het correct functioneren van de transponder na injectie.

  • 2. Noteren van alle eventuele bijzonderheden rondom het inbrengen van de transponder i.v.m. aansprakelijkheid en verzekering.

C. Werkwijze [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. Met het afleesapparaat aan beide zijden van de hals controleren of er al een transponder in zit. Zo ja, geen 2e transponder inbrengen; zo mogelijk de afgelezen code administratief vastleggen. Als er volgens het paspoort een transponder aanwezig zou moeten zijn, maar deze is niet af te lezen, de procedure in het "protocol klachten electronische identificatie" volgen.

  • 2. Met het afleesapparaat controleren of er een werkende transponder in de steriele verpakking zit.

  • 3. Controleren of de uitgelezen identificatiecode overeenkomt met die op de barcode stickertjes. Zo nee, deze transponder niet gebruiken, het vervallen nummer registreren en injectoren inleveren bij de paspoortuitgevende instantie onder vermelding van reden van terugzending.

  • 4. Nagaan of de identificatiecode begint met de landcode 528.

  • 5. Prepareren van de injectieplaats: linkerzijde hals, halverwege tussen achterhoofd en schouders. Bij veulens: 2-3 vingers onder de manenkam.

    Bij paarden een handbreedte onder de manenkam.

    • scheren van de injectieplaats

    • ontvetten van de injectieplaats (gaasje met spiritus)

    • desinfecteren van de injectieplaats

  • 6. Klaarmaken van de injectiepen

    • aan het handvat uit de verpakking halen

    • bij twijfel een volgende injectiepen nemen, vervallen nummer registreren en pen inleveren bij de paspoortuitgevende instantie onder vermelding van reden van terugzending

  • 7. Implanteren van de transponder

    • injectiepen inbrengen tot aan de huid, naald loodrecht in de spieren (tot 2 à 3 cm diepte); intramusculaire en niet subcutaan

    • transponder met veertje uit de naald drukken

    • met een schone tampon met betadine de injectieplaats dicht drukken

    • eventuele bijzonderheden administratief vastleggen

  • 8. Controleren van de werking van de transponder

    • met het afleesapparaat de identificatiecode aflezen en nogmaals controleren of deze met de barcodestickertjes overeenkomt

    • als de code niet af te lezen is, de werking van het afleesapparaat controleren. Lukt het aflezen niet, dan een nieuwe transponder injecteren.

D. Schoonmaken en opruimen materiaal [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. verpakkingsmateriaal in de gewone vuilnisbak

  • 2. injectiepen in de medische afvalbak

E. Administratieve handelingen [Vervallen per 01-07-2009]

  • 1. handtekening met datum zetten als bewijs van het verrichten van de hierboven genoemde handelingen en als bevestiging van het correct functioneren van de transponder na injectie.

  • 2. noteren van alle eventuele bijzonderheden rondom het inbrengen van de transponder i.v.m. aansprakelijkheid en verzekering.

F. Protocol klachten electronische identificatie [Vervallen per 01-07-2009]

Als bij een controle gebleken is, dat de transponder (chip) in uw paard niet werkt, moet u de volgende stappen ondernemen.

  • 1. Afspraak maken met uw dierenarts.

  • 2. Uw dierenarts nogmaals laten controleren of de transponder niet werkt.

  • 3. Een röntgenfoto laten maken door de dierenarts van de hals.

  • 4. De dierenarts op bijgaand klachtenformulier laten aantekenen wat de aard van de klacht is.

  • 5. De nieuwe transponder die is bijgevoegd door de dierenarts laten inbrengen.

  • 6. Het paardenpaspoort, het identificatie- en registratieformulier, het klachtenformulier, de transponderstickers en de röntgenfoto opsturen naar de paspoortuitgevende instantie.

  • 7. De dierenarts kan de rekening rechtstreeks naar de paspoortuitgevende instantie sturen, die deze zal betalen.

Klacht over elektronische identificatie

Datum van de Klacht

:

 
     

Klacht afkomstig van

:

 

Naam

:

 

Dhr./Mw. 1

     

Adres

:

 
     

Postcode en Woonplaats

:

 
     

Gegevens Eigenaar

:

 

Naam

:

 

Dhr./Mw.2

     

Adres

:

 
     

Postcode en Woonplaats

:

 
     

Gegevens Dier

:

 

Diersoort

:

 
     

Ras

:

 
     

Naam

:

 
     

Geboortedatum

:

 
     

Geslacht

:

 
     

Gegevens Transponder

:

 

Datum waarop transponder is ingebracht

:

 
     

Naam dierenarts/paardenpaspoortconsulent3 die transponder heeft ingebracht

:

 
     

Implantatieplaats

:

 
     

Transpondernummer

:

528

     

Aard van de klacht: het juiste hokje aankruisen a.u.b.

 

Migratie (indien de transponder – vanaf de implantatieplaats - zich over een afstand van meer dan 7 cm onder de huid heeft verplaats).N.B. Gaarne aangeven op welke plaats de transponder zich nu bevindt.

Transponder niet aanwezig

Niet functioneren van de transponder

Andere oorzaak

Korte omschrijving van de klacht:

 
  • ^ [1]

    Doorhalen wat niet van toepassing is

  • ^ [2]

    Doorhalen wat niet van toepassing is

  • ^ [3]

    Doorhalen wat niet van toepassing is