KruimelpadGeldend op 24-01-2011
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. De tegemoetkoming van de gemeente bedraagt:
a. voor een ouder als bedoeld in artikel 1.22 eerste lid, onder c, voorzover de ouder een persoon is als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, e of f, een derde deel van de kosten van kinderopvang, verhoogd met een bij regeling van Onze Minister zodanig vast te stellen bedrag, dat het totaal aan kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming van de gemeente niet meer bedraagt dan de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid;
b. voor een ouder als bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onder c, voor zover de ouder een persoon is als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder d, g, j, k of l, een derde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid.
2. De tegemoetkoming van de gemeente bedraagt:
a. voor een ouder als bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onder a, b, d, e, f of g, voorzover de ouder een persoon is als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder c, e of f, een zesde deel van de kosten van kinderopvang, verhoogd met een bij regeling van Onze Minister zodanig vast te stellen bedrag, dat het totaal aan kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming van de gemeente niet meer bedraagt dan kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid;
b. voor een ouder als bedoeld in artikel 1.22, eerste lid, onder a, b, d, e, f of g, voorzover de ouder een persoon is als bedoeld in artikel 1.6, eerste lid, onder d, g, j, k of l, een zesde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid.
3. De tegemoetkoming van de gemeente bedraagt voor een ouder of zijn partner als bedoeld in artikel 1.22, tweede lid, een bij regeling van Onze Minister zodanig vast te stellen bedrag, dat het totaal aan kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming van de gemeente niet meer bedraagt dan de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 1.7, eerste lid.
4. Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld ter voorkoming van samenloop van tegemoetkomingen ingevolge dit artikel, voorzover de ouder en zijn partner personen zijn als bedoeld in het eerste lid, onder a, onderscheidenlijk met tegemoetkomingen ingevolge artikel 1.30, voorzover het gevallen betreft, waarin, ofwel de ouder ofwel zijn partner een persoon is als bedoeld in het tweede lid, onder a, en de ander een persoon is als bedoeld in artikel 1.30, tweede lid.