Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit beleidsvoornemen en subsidieplafond tweede helft 2004 voor subsidiëring [...] Ministerie van Buitenlandse Zaken (Programma Onderzoek)[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 14-07-2004 t/m 31-12-2005

Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 2 juli 2004, nr. DCO-210/04, tot vaststelling van een beleidsvoornemen en een subsidieplafond voor de tweede helft van het jaar 2004 voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Programma Onderzoek)

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 1.1.6, 2.4.7 en 2.4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Gedurende de periode van 1 juli tot en met 31 december 2004 geldt voor subsidieverlening voor onderzoek op grond van de artikelen 2.4.7 en 2.4.8 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken dat uitsluitend voorstellen voor onderzoek die bijdragen aan het realiseren van de prioritaire thema's: ‘HIV/aids’, ‘Milieu en Water’ en ‘Goed Bestuur en het Verbeteren van het Ondernemingsklimaat’, in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Daarbij geldt voor elk van de drie thema’s een subsidieplafond van één (1) miljoen euro.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Bij de beoordeling van aanvragen voor subsidie worden de volgende criteria gehanteerd. Het onderzoek dient:

  • 1. maatschappelijk relevant te zijn;

  • 2. gericht te zijn op armoedevermindering en duurzame ontwikkeling, waarbij het genderperspectief integraal wordt toegepast;

  • 3. vraaggericht te zijn, hetgeen betekent dat de onderzoekprioriteiten en de invulling van het onderzoek zoveel mogelijk vastgesteld dienen te worden door de (eind)gebruikers van de resultaten van het onderzoek;

  • 4. toepassingsgericht te zijn en

  • 5. niet beperkt te zijn tot een land, doch gericht op activiteiten die een regionaal of wereldwijd karakter hebben en relevant zijn voor de partnerlanden vermeld in de nota ‘Aan Elkaar Verplicht’ waarmee structureel wordt samengewerkt. 1

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

Organisaties die in aanmerking wensen te komen voor subsidieverlening dienen aantoonbaar ruime ervaring te hebben met het beheer en (doen) uitvoeren van vraaggeoriënteerd onderzoek en onderzoekcapaciteit bevorderende activiteiten.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze:
de

plv. Directeur-Generaal Internationale Samenwerking

,

R.G. de Vos

  • ^ [1]

    Het gaat om de partnerlanden vermeld in de nota ‘Aan Elkaar Verplicht’: Afghanistan, Albanië, Armenië, Bangladesh, Benin, Bolivia, Bosnië Herzegovina, Burkina Faso, Colombia, Egypte, Eritrea, Ethiopië, Georgië, Ghana, Guatemala, Indonesië, Jemen, Kaap Verdië, Kenia, Macedonië, Mali, Moldavië, Mongolië, Mozambique, Nicaragua, Pakistan, Palestijnse autoriteit, Rwanda, Senegal, Sri Lanka, Suriname, Tanzania, Uganda, Vietnam, Zambia, Zuid-Afrika