Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Loonbelasting, eindheffing[Regeling vervallen per 22-02-2007.]

Geldend van 10-06-2004 t/m 21-02-2007

Loonbelasting, eindheffing

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Aan mij zijn vragen voorgelegd over de toepassing van de eindheffing in de loonbelasting. De vragen en antwoorden zijn hierna opgenomen.

Veel gebruikte afkortingen

Wet LB: Wet op de loonbelasting 1964

URLB: Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001

Vraag 1. Definitie jaarloon [Vervallen per 22-02-2007]

Bij toepassing van de eindheffingstabellen wordt om een jaarloon gevraagd. Wat wordt daarbij onder jaarloon verstaan?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Artikel 6, tweede lid, van de Regeling loonbelasting- en premietabellen 1990 bepaalt dat voor toepassing van de tabellen eindheffing als jaarloon geldt het jaarloon in de zin van artikel 26, van de Wet L). Dat is dus hetzelfde jaarloon als bij toepassing van de tabel bijzondere beloningen. Een uitzondering geldt voor eindheffingsloon als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de Wet LB, daarbij geldt als jaarloon: het loon over het jaar, onderscheidenlijk de jaren waarop de op te leggen naheffingsaanslag betrekking heeft.

Vraag 2. Invloed van een correctie op het jaarloon [Vervallen per 22-02-2007]

Het loon van werknemer X over 2003 is vastgesteld op € 27.000. In 2004 wordt door de Belastingdienst een correctie van € 6.000 aangebracht op het loon over 2003 van werknemer X. Over deze correctie wordt door middel van eindheffing nageheven. Verhoogt de correctie het jaarloon 2003 voor toepassing van artikel 26 van de Wet LB?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, de correctie verhoogt niet het jaarloon 2003 voor toepassing van artikel 26 van de Wet LB.

Loon dat in de eindheffing wordt betrokken maakt geen deel uit van het loon waarover de werknemer loonheffing verschuldigd is. Het maakt daarom geen deel uit van zijn jaarloon. Een correctie die in de eindheffing wordt betrokken verhoogt het jaarloon dan ook niet. De jaaropgave van de werknemer blijft ongewijzigd. Het jaarloon voor toepassing van artikel 26, van de Wet LB blijft voor werknemer X ook na de correctie € 27.000.

Vraag 3. Buitenlandse werkgever [Vervallen per 22-02-2007]

Een binnenlands belastingplichtige is in dienstbetrekking bij een buitenlandse werkgever. De buitenlandse werkgever is niet inhoudingsplichtig voor de loonbelasting. Kan de buitenlandse werkgever de verschuldigde loonheffing via eindheffing voor zijn rekening nemen?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, de buitenlandse werkgever kan de verschuldigde loonheffing niet via eindheffing voor zijn rekening nemen.

Toepassing van de eindheffing is voorbehouden aan inhoudingsplichtigen. De buitenlandse werkgever die in Nederland een loonadministratie houdt kan zich op grond van artikel 6, tweede lid, onderdeel b, van de Wet LB aanmelden als inhoudingsplichtige. Eindheffing kan dan ook door hem worden toegepast.

Vraag 4. Aftrek premie WW die betrekking heeft op eindheffingsloon [Vervallen per 22-02-2007]

Over loon dat in de eindheffing wordt betrokken, maar dat tevens deel uitmaakt van het loon voor de werknemersverzekeringen, wordt een werknemersdeel in de premie WW betaald. De werkgever verhaalt dit werknemersdeel op de werknemer. Mag dat werknemersdeel in mindering worden gebracht op het loon voor de loonheffing van die werknemer?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, dat werknemersdeel mag niet in mindering worden gebracht op het loon voor de loonheffing van die werknemer.

Bij het vaststellen van de eindheffingstarieven is op grove wijze reeds rekening gehouden met de premies werknemersverzekeringen. Voor een aftrek van de premie WW die betrekking heeft op het eindheffingsloon is daarom geen plaats.

Vraag 5. Schade als bedoeld in artikel 84, onderdeel d, van de URLB [Vervallen per 22-02-2007]

Als loon met een bestemmingskarakter dat in de eindheffing moet worden betrokken zijn in artikel 84, onderdeel d, van de URLB aangewezen ‘uitkeringen en verstrekkingen tot vergoeding van schade ten gevolge van overstromingen, aardbevingen en dergelijke, die niet pleegt te worden verzekerd’. Moet het bij ‘dergelijke schade’ gaan om schade als gevolg van een natuurramp?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, bij ‘dergelijke schade’ hoeft het niet te gaan om schade als gevolg van een natuurramp.

Met de toevoeging ‘en dergelijke’ in artikel 84, onderdeel d, van de URLB wordt bedoeld op de werknemer drukkende schade die niet pleegt te worden verzekerd en die wordt veroorzaakt door een niet voorzienbaar, plotseling opkomend onheil, zoals dat ook het geval is bij overstromingen en aardbevingen.

Vraag 6. Verplicht eindheffingsloon als brutoloon in de heffing betrokken [Vervallen per 22-02-2007]

Als de inhoudingsplichtige loon met een bestemmingskarakter bij het brutoloon van de werknemer telt en over het totaal loonheffing inhoudt, wat zijn daarvan dan de gevolgen?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Loon met een bestemmingskarakter moet verplicht in de eindheffing worden betrokken. In de voorgelegde situatie zal de eindheffing over het toegekende loon met een bestemmingskarakter worden nageheven. Tegen de inhouding van loonheffing over het loon met een bestemmingskarakter kan bezwaar worden aangetekend. Verrekening van de verschuldigde eindheffing met de terug te vragen loonheffing is niet mogelijk. Het gaat hier immers om twee verschillende heffingen van verschillende belastingplichtigen.

Vraag 7. Aan- en verkoopkosten eigen woning [Vervallen per 22-02-2007]

Aan- en verkoopkosten van de woning van de werknemer bij bedrijfsverplaatsingen en andere zakelijke verhuizingen als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, onderdeel g, van de Wet LB worden aangemerkt als loon met een bestemmingskarakter dat verplicht in de eindheffing moet worden betrokken. Welke kosten vallen onder het hier gebezigde begrip aan- en verkoopkosten?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Onder aan- en verkoopkosten van de woning vallen notaris- en makelaarskosten, overdrachtsbelasting en kadastrale rechten in verband met de registratie van de woning.

Vraag 8. Terugbetaling aan- en verkoopkosten bij einde dienstbetrekking [Vervallen per 22-02-2007]

Een werkgever vergoedt zijn werknemer de aan- en verkoopkosten bij een zakelijke verhuizing. De belasting over deze vergoeding wordt door middel van eindheffing door de werkgever afgedragen. Wanneer de werknemer na verloop van tijd ontslag neemt moet hij de vergoeding terugbetalen. Kan de werkgever de eerder afgedragen eindheffing terugvragen?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, de werkgever kan de eerder afgedragen eindheffing niet terugvragen.

De vergoeding is op het moment waarop hij werd uitbetaald terecht in de eindheffing betrokken. Wel vormt de vergoeding op het moment waarop hij wordt terugbetaald negatief eindheffingsloon. Het gevolg hiervan is dat de werkgever de eindheffing naar het tarief van het moment waarop de terugbetaling plaatsvindt, als negatief bedrag in zijn aangifte loonheffing mag opvoeren. Het opvoeren van dit negatieve bedrag aan eindheffing mag er niet toe leiden dat een negatieve aangifte loonheffing ontstaat. In dat geval zal een afzonderlijk verzoek om teruggave moeten worden gedaan.

Vraag 9. Geleden verlies wegens diefstal en dergelijke [Vervallen per 22-02-2007]

Een werknemer lijdt schade aan persoonlijke goederen tijdens de uitoefening van zijn dienstbetrekking. De schade is geen gevolg van een bijzondere omstandigheid. Vrije vergoeding is in dat geval niet mogelijk, zoals is bevestigd door de Hoge Raad (arrest van 15 februari 1995, BNB 1995/119). Kan een vergoeding voor deze schade in de eindheffing worden betrokken?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, een vergoeding voor deze schade kan niet in de eindheffing worden betrokken.

Artikel 84, onderdeel c, URLB noemt een vergoeding van door de werknemer geleden verlies wegens diefstal en dergelijke, dat hem in verband met het vervullen van de dienstbetrekking is overkomen, als loon met een bestemmingskarakter dat in de eindheffing moet worden betrokken. Schade wordt hier niet genoemd. Een vergoeding van schade opgelopen in verband met het vervullen van de dienstbetrekking kan dan ook niet in de eindheffing worden betrokken.

Vraag 10. Vergoeding van extraterritoriale kosten [Vervallen per 22-02-2007]

De vergoeding van de aan- en verkoopkosten van de woning van de werknemer in verband met een zakelijke verhuizing vormt loon met een bestemmingskarakter dat in de eindheffing moet worden betrokken. Hoe moet met de eindheffing worden omgegaan wanneer deze vergoeding deel uitmaakt van een vrijgestelde vergoeding van extraterritoriale kosten?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Voor zover een vergoeding is vrijgesteld en dus niet tot het loon behoort, is geen eindheffing verschuldigd.

Vraag 11. De bewijslast voor een bruto looncorrectie [Vervallen per 22-02-2007]

Op grond van artikel 31, vierde lid, van de Wet LB wordt een netto looncorrectie anders behandeld dan een bruto looncorrectie. Bij wie ligt de bewijslast dat een looncorrectie een bruto looncorrectie is?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Een looncorrectie wordt op grond van artikel 31, vierde lid, eerste volzin, van de Wet LB als een netto looncorrectie aangemerkt. Een uitzondering hierop is mogelijk wanneer de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat hij de belasting en premie pas later voor zijn rekening heeft genomen (artikel 31, vierde lid, tweede volzin, van de Wet LB).

Vraag 12. Individueel berekende naheffing – netto looncorrectie [Vervallen per 22-02-2007]

Een inhoudingsplichtige maakt niet aannemelijk dat sprake is van een netto looncorrectie. Kan hij verzoeken om een individueel berekende naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet LB?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, de inhoudingsplichtige kan niet verzoeken om een individueel berekende naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, van de Wet LB.

De mogelijkheid te verzoeken om een individueel berekende naheffingsaanslag staat niet open voor situaties waarin de inhoudingsplichtige reeds rechtens dan wel feitelijk van de mogelijkheid van verhaal heeft afgezien (Memorie van Toelichting; Wet aanpassing loon- en inkomstenbelasting c.a. 1997, Kamerstukken II, 25.051, nr. 3, blz. 53–54).

Vraag 13. Individueel berekende naheffing – geen verhaalsmogelijkheid [Vervallen per 22-02-2007]

Een inhoudingsplichtige heeft de intentie te verhalen, maar het vermoeden bestaat dat dit verhaal feitelijk niet zal slagen, omdat verhaalsmogelijkheden ontbreken. Kan de inhoudingsplichtige verzoeken om een individueel berekende naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, ten eerste, van de Wet LB?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Ja, de inhoudingsplichtige kan verzoeken om een individueel berekende naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, ten eerste, van de Wet LB.

In deze situatie heeft de inhoudingsplichtige (nog) niet afgezien van de mogelijkheid van verhaal. De inhoudingsplichtige kan in dat geval verzoeken om een individueel berekende naheffingsaanslag. Bij een individueel berekende naheffingsaanslag wordt de naheffingsaanslag vastgesteld op het bedrag aan loonheffing dat in het verleden ten onrechte niet is ingehouden. Wanneer achteraf blijkt dat het verhaal feitelijk niet mogelijk is, is sprake van een oninbare vordering en niet van nettoloon voor de werknemer op wie niet kon worden verhaald.

Vraag 14. Individueel berekende naheffing – noodzaak beschikking [Vervallen per 22-02-2007]

Een inspecteur geeft geen beschikking af als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet LB. Kan de inspecteur dan toch kiezen voor een individueel berekende naheffingsaanslag, dus zonder toepassing van de eindheffing?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Nee, de inspecteur kan dan niet kiezen voor een individueel berekende naheffingsaanslag.

Het besluit een naheffingsaanslag individueel te berekenen moet de inspecteur nemen bij voor bezwaar vatbare beschikking (artikel 31, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet LB).

Vraag 15. Tarief bij naheffing over ‘eindheffingsloon’ [Vervallen per 22-02-2007]

Een inspecteur heft na over loonbestanddelen die bij toekenning in de eindheffing hadden moeten of mogen worden betrokken. Geldt het tabeltarief of het enkelvoudige tarief of het vaste tarief van 10% of 15%?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

In die gevallen wordt de naheffingsaanslag berekend aan de hand van het eindheffingstarief dat bij toekenning van het loon had moeten of mogen worden toegepast.

Vraag 16. Naheffing over reiskostenvergoeding woon-werkverkeer [Vervallen per 22-02-2007]

Een werkgever vergoedt voor alle reizen € 0,28 per kilometer. Achteraf blijkt dat blijkt dat de 40- of 60-dagenregeling van toepassing is. De inhoudingsplichtige betrekt de bovenmatige vergoeding niet in de loonheffing. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op. Welk tarief is van toepassing, het enkelvoudige- of het tabeltarief.

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Bij naheffing over reiskostenvergoedingen waarop het reiskostenforfait van toepassing is geldt het tabeltarief.

Een uitzondering op deze hoofdregel geldt wanneer het besluit van 20 december 2000, nr. CPP 2000/3086M van toepassing is. In dat besluit is geregeld dat het enkelvoudige tarief wordt toegepast (ook bij naheffing) voor zover voor de inhoudingsplichtige niet duidelijk was dat de betreffende arbeidsplaats in het lopende kalenderjaar ten minste 40 keer (tot 1 januari 2002) of 60 keer (vanaf 1 januari 2002) zou worden bezocht.

Voorbeeld

Een werknemer reist in 2003 precies 80 maal naar eenzelfde arbeidsplaats. De werkgever heeft een vergoeding verstrekt van € 0,28 per kilometer. Er wordt nageheven. De werkgever had tot en met de 45e reis terecht het vermoeden dat de werknemer minder dan 60 maal naar deze arbeidsplaats zou reizen. Na de 45e reis wordt duidelijk dat de arbeidsplaats 60 keer zal worden bezocht. Dat betekent dat bij de berekening van de naheffingsaanslag het enkelvoudige tarief moet worden toegepast met betrekking tot de eerste 45 reizen en het gebruteerde tabeltarief met betrekking tot de overige 35 reizen.

Het reiskostenforfait is afgeschaft per 1 januari 2004.

Vraag 17. Inhouding tegen een te laag tarief vastgesteld [Vervallen per 22-02-2007]

De inhoudingsplichtige heeft ongewild, als gevolg van een administratieve fout, de inhouding van loonheffing tot een te laag bedrag vastgesteld (bijvoorbeeld omdat de verkeerde tabel is toegepast, of omdat ten onrechte heffingskorting is toegepast). De hoogte van het belastbare loon is juist vastgesteld. Als gevolg hiervan is op een jaarloon van € 30.000 geen € 7.990 ingehouden en afgedragen, maar € 7.000. Hoe moet het na te heffen bedrag aan loonheffing worden berekend?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Gelet op het feit dat het gaat om een klein aantal werknemers en de gevolgen van onverkorte toepassing van de eindheffing zal de inspecteur op grond van artikel 31, tweede lid, ten tweede, van de Wet LB bij beschikking kiezen voor een individueel berekende naheffingsaanslag. De na te heffen loonheffing zal in dat geval € 990 bedragen. De inhoudingsplichtige zal deze € 990 moeten verhalen op de werknemer. Wanneer dat verhaal achterwege blijft vormt de niet verhaalde € 990 nettoloon op het moment waarop wordt besloten niet te verhalen.

Vraag 18. Gedeeltelijk niet ingehouden- en afgedragen loonheffing [Vervallen per 22-02-2007]

De inhoudingsplichtige heeft het belastbare loon te laag vastgesteld. Hierdoor is het bedrag aan ingehouden loonheffing eveneens te laag vastgesteld. Wordt de naheffingsaanslag in deze situatie via de eindheffing berekend?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Ja, de naheffingsaanslag wordt in deze situatie via de eindheffing berekend.

Eindheffing is op grond van artikel 31, van de Wet LB van toepassing op bestanddelen van het loon waarover de verschuldigde belasting niet is afgedragen. Over het verschil tussen het te laag vastgestelde belaste loon en het belastbare loon moet in dit geval via de eindheffing worden nageheven.

Voorbeeld

Het belastbare loon bedraagt € 3.200. De inhouding is berekend over € 2.300. Deze onjuistheid wordt achteraf bij controle vastgesteld. Het verschil tussen het belastbare loon en het belaste loon is hier € 900. Over deze € 900 moet via de eindheffing worden nageheven (zie ook vraag 19 en 20). De inhoudingsplichtige kan in deze situatie natuurlijk ook verzoeken om een individueel berekende naheffingsaanslag.

Vraag 19. Netto looncorrectie [Vervallen per 22-02-2007]

De inspecteur brengt een correctie aan. De inhoudingsplichtige maakt niet aannemelijk dat hij pas op een later tijdstip heeft besloten de belasting en premie voor zijn rekening te nemen. Hoe moet de na te heffen belasting in dit geval worden berekend?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de Wet LB wordt de verschuldigde belasting bij naheffing door middel van eindheffing geheven. Op grond van artikel 31, derde lid, onderdeel a, ten eerste, van de Wet LB is in dat geval het tabeltarief van toepassing. Op grond van artikel 31, vierde lid, eerste volzin, van de Wet LB moet worden uitgegaan van het tabeltarief voor het tijdvak waarin het loon is genoten. Daarbij wordt aangenomen dat de inhoudingsplichtige de verschuldigde belasting en premie op het moment waarop het loon is genoten voor zijn rekening heeft genomen. Het tabeltarief wordt toegepast op het uitbetaalde loon.

Voorbeeld

Werknemer Y heeft een jaarloon van € 30.000. In 2003 is aan werknemer Y een bijzondere beloning van € 2.000 uitbetaald, zonder dat daar loonheffing op is ingehouden. In 2004 wordt een naheffingsaanslag opgelegd. Het op de werknemer van toepassing zijnde tabeltarief bedraagt in 2003: 72,4%. De na te heffen belasting wordt als volgt berekend: 72,4% × € 2.000 = € 1.448.

Vraag 20. Bruto looncorrectie [Vervallen per 22-02-2007]

De inspecteur brengt een correctie aan. De inhoudingsplichtige maakt aannemelijk dat hij pas later, doch uiterlijk ten tijden van de naheffingsaanslag heeft besloten de belasting en premie voor zijn rekening te nemen. Hoe moet de na te heffen belasting in dit geval worden berekend?

Antwoord [Vervallen per 22-02-2007]

Wanneer de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat hij pas later, doch uiterlijk ten tijde van de naheffingsaanslag, de verschuldigde belasting en premie pas later voor zijn rekening heeft willen nemen, is artikel 31, vierde lid, tweede volzin, van de Wet LB van toepassing. Toepassing van dat artikel leidt ertoe dat de na te heffen belasting moet worden berekend door het tabeltarief dat van toepassing was op het moment waarop de inhoudingsplichtige besloot de belasting en premie voor zijn rekening te nemen toe te passen op bij de werknemer ontstane voordeel. Dat voordeel bestaat uit de niet van de werknemer ingehouden loonheffing op het moment waarop hij het loon genoot.

Voorbeeld

Werknemer Y heeft in 2001 en 2002 een jaarloon van € 30.000. In 2002 is aan werknemer Y een bijzondere beloning van € 2.000 uitbetaald, zonder dat daar loonheffing op is ingehouden. In 2003 wordt een naheffingsaanslag opgelegd. De inhoudingsplichtige maakt op dat moment aannemelijk dat hij de verschuldigde belasting en premie pas in 2003 voor zijn rekening heeft willen nemen. De volgende tarieven zijn van toepassing: bijzonder tarief 2002: 42%; tabeltarief 2003: 72,4%.

Eindheffing tegen het tabeltarief moet worden toegepast op het bij de werknemer ontstane voordeel. Dat voordeel is gelijk aan het bedrag aan loonheffing zoals dat in 2002 op de € 2.000 had moeten worden ingehouden. Dat bedrag kan op twee manieren worden berekend:

  • toepassing van de tabel bijzondere beloningen (tarief 2002): € 2.000 × 42% = € 840;

  • toepassing van het enkelvoudige eindheffingstarief (tarief 2002): € 2.000 × 42% = € 840.

Beide berekeningen kunnen afhankelijk van de omstandigheden een verschillende uitkomst opleveren. In dat geval mag worden gekozen voor de meest voordelige berekening.

De € 840 zal van de inhoudingsplichtige worden nageheven over 2002. Daarnaast is de inhoudingsplichtige in 2003 eindheffing verschuldigd tegen het tabeltarief over € 840. Die eindheffing bedraagt 72,4% × € 840 = € 608,16.