Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsbesluit subsidieplafond Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2004-II[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 02-07-2004 t/m 31-12-2005

Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 2 juni 2004, nr. DMV/VG-302/04a, tot vaststelling van een beleidsvoornemen en een subsidieplafond op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.7, 1.1.10, en 2.1.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor subsidieverlening op grond van artikelen 2.1.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken ten behoeve van activiteiten op het gebied van kleine wapens geldt voor de periode van 1 juni 2004 tot en met 31 december 2004 het als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsvoornemen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de in artikel 1 genoemde periode geldt een subsidieplafond van € 500.000,–.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit met de bijbehorende bijlage zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze:

plv. Directeur Generaal Internationale Samenwerking

,

R. G. de Vos

Bijlage [Vervallen per 01-01-2006]

Beleidsvoornemen Kleine Wapens voor financiering van maatschappelijke organisaties uit het Stabiliteitsfonds 2004 [Vervallen per 01-01-2006]

Het Fonds Kleine Wapens is per 1 januari 2004 opgegaan in het Stabiliteitsfonds. De financiële middelen die hiervoor zijn gereserveerd zijn in het Stabiliteitsfonds opgenomen, waarbij de huidige uitgavenniveaus zullen richtsnoer blijven voor de toekomst. De aan de Tweede Kamer verzonden brieven van 3 oktober 2003 en 12 maart 2004 inzake het Stabiliteitsfonds vormen het beoordelingskader voor mogelijk uit het Fonds te financieren activiteiten op het gebied van kleine wapens. Ongeveer driekwart van de hieronder genoemde beschikbare middelen dient, conform de criteria van het Stabiliteitsfonds, te worden uitgegeven in de prioritaire regio’s (de Westelijke Balkan, de Hoorn van Afrika en de Grote Meren regio) en Afghanistan.

1. Het kleine-wapensprobleem [Vervallen per 01-01-2006]

Wereldwijd zijn ruim een half miljard kleine wapens in omloop. Door het gebruik van kleine wapens vinden zo’n 500.000 mensen per jaar de dood, met name door criminaliteit en gewapende conflicten. Dat zijn ruim 1300 doden per dag. Naast het humanitaire leed vormt de kleine-wapensproblematiek een belemmering voor de stabiliteit en ontwikkeling van een land alsmede regionale vrede en veiligheid.

De dreiging die uitgaat van ongecontroleerde verspreiding en accumulatie van kleine wapens en het risico van proliferatie naar criminele organisaties en terroristische groeperingen is sinds de gebeurtenissen op 11 september 2001 nog actueler geworden. Daarom hecht de regering groot belang aan de uitvoering van de afspraken die in VN-, OVSE- en EU-verband zijn gemaakt om de ongecontroleerde verspreiding van kleine wapens tegen te gaan.

Om illegale handel in kleine wapens tegen te gaan, is een adequate wet- en regelgeving inzake productie, handel, doorvoer en bezit van kleine wapens noodzakelijk. Er moet een goede controle zijn op de tussenhandel (brokering) in wapens. Wapens moeten traceerbaar zijn en derhalve zijn voorzien van een duidelijke markering. Bovendien moet er een registratie terzake worden bijgehouden en moet deze informatie kunnen worden uitgewisseld. Om te voorkomen dat kleine wapens in het illegale circuit terechtkomen, is adequaat voorraadbeheer, veilig transport en opslag en vernietiging van overtollige wapens noodzakelijk.

Er zijn zowel op mondiaal als op regionaal niveau een aantal belangrijke documenten en verklaringen aanvaard, zoals het Actieprogramma van de Verenigde Naties (VN), het Document inzake kleine wapens van de Organisatie voor Vrede en Stabiliteit in Europa (OVSE), de Joint Action van de Europese Unie (EU) en verklaringen van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), de Southern African Development Community (SADC), de Economic Community of West African States (ECOWAS) en de landen uit de Grote Meren Regio (Nairobi Declaration), waarin afspraken op deze terreinen zijn gemaakt.

De Nederlandse regering ondersteunt activiteiten van landen die daar zelf niet toe in staat zijn en helpt bij de uitvoering van de internationale afspraken. Het Fonds Kleine Wapens (€ 2,3 mln. jaarlijks) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken is in het leven geroepen om concrete activiteiten die op de implementatie van bovengenoemde verklaringen zijn gericht, te ondersteunen. Het Fonds is sinds 1 januari 2004 opgegaan in Stabiliteitsfonds, waarin het uitgavenniveau van het Fonds Kleine Wapens als richtsnoer is meegenomen.

2. Pijlers Nederlandse kleine-wapensbeleid [Vervallen per 01-01-2006]

Het Nederlandse beleid inzake het tegengaan van ongecontroleerde verspreiding van kleine wapens steunt op drie pijlers:

  • 1. Tegengaan van illegale handel: Dit vereist dat wapens in het illegale circuit moeten worden opgespoord, dat wapens derhalve goed traceerbaar moeten zijn, dat adequaat voorraadbeheer moet plaatsvinden en een goede registratie terzake, dat transport van wapens goed moet worden beveiligd en dat landen worden geholpen bij de vernietiging van grote overtollige voorraden.

  • 2. Regulering legale handel: Het is niet mogelijk greep te krijgen op de illegale wapenhandel indien de legale handel in wapens onvoldoende wordt gereguleerd. Hiervoor is van belang dat strikte wet- en regelgeving wordt gehanteerd op het gebied van productie, bezit, handel, tussenhandel (brokering) en doorvoer van kleine wapens.

  • 3. Wapenvernietiging: De derde pijler betreft het innemen, opslaan en vernietigen van overtollige kleine wapens. Dit kunnen ingezamelde- of geconfisqueerde kleine wapens zijn of overtollige voorraden van leger en politie.

3. Strategie [Vervallen per 01-01-2006]

Nederland geeft concreet invulling aan het beleid inzake kleine wapens door activiteiten te ondersteunen in landen die moeten worden geholpen bij het bestrijden van het kleine wapens probleem. Deze hulp is in de eerste plaats gericht op ondersteuning van activiteiten ter implementatie van het VN-Actieprogramma of bestaande regionale verklaringen tegen illegale handel in kleine wapens en vindt plaats binnen de algemene, thematische en regionale uitgangspunten van het Stabiliteitsfonds. Om deze reden zal ongeveer driekwart van de beschikbare middelen in dienen te worden gezet in de voor het Stabiliteitsfonds prioritaire regio’s (de Westelijke Balkan, de Hoorn van Afrika en de Grote Meren regio), alsmede Afghanistan.

Nederland geeft de voorkeur aan activiteiten van maatschappelijke organisaties die ervaring hebben met het opzetten en uitvoeren van projecten op het gebied van kleine wapens. Bovendien moet de ondersteuning van het project breed worden gedragen. Dat betekent dat Nederland in principe geen losse opzichzelfstaande activiteiten steunt, waarin evenmin bijdragen van anderen voorkomen.

In het Stabiliteitsfonds is als richtsnoer opgenomen dat jaarlijks 2,3 miljoen euro beschikbaar is voor het ondersteunen van projecten op het gebied van kleine wapens. Hiervan is 1 miljoen euro beschikbaar voor financiering van maatschappelijke organisaties op de hierna onder A–C genoemde terreinen. Daartoe wordt één maal per jaar een subsidieplafonds vastgesteld en gepubliceerd. Het beschikbare budget maakt deel uit van de Official Development Assistance (ODA) van de minister. Dit houdt in dat voor subsidiering alleen activiteiten in aanmerking komen die worden uitgevoerd in deel 1 van de OESO/DAC lijst.

De volgende activiteiten komen in aanmerking voor financiering.

A. Implementatie van internationale afspraken in mondiale of regionale verklaringen en actie programma’s [Vervallen per 01-01-2006]

Projecten die zijn gericht op de tenuitvoerlegging van de internationale afspraken die zijn gemaakt in het kader van de bestrijding van de illegale wapenhandel in al zijn aspecten. Dat betekent ook dat aandacht zal worden besteed aan de regulering van de legale handel. Nederland zal uitvoering geven aan mondiale en regionale afspraken die zijn vastgelegd in verschillende documenten, zoals bijvoorbeeld de EU-Joint Action, het OVSE-document inzake Kleine Wapens, het VN-Actieprogramma, het SADC-Actieprogramma en SADC-vuurwapenprototocol, de verklaringen van Nairobi en Bamako en het ECOWAS-moratorium.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken wil assistentie verlenen bij de implementatie van deze afspraken door het financieel ondersteunen van activiteiten die hieraan bijdragen. Hierbij moet worden gedacht aan activiteiten op het gebied van:

  • 1. Het opzetten van een goed systeem van exportcontrole en het opstellen of harmoniseren van wet- en regelgeving inzake productie en handel in kleine wapens

  • 2. Training op het gebied van grenscontrole en uitwisseling van informatie

  • 3. Regulering van wapenhandelaren en brokers.

  • 4. Vernietiging van in beslag genomen wapens.

  • 5. Beveiliging en registratie van wapenvoorraden van de strijdkrachten en de politie.

  • 6. Het ontwikkelen van indicatoren voor het bepalen van overtollige voorraden kleine wapens.

  • 7. Het ontwikkelen van een mechanisme voor het markeren en traceren van kleine wapens

  • 8. Het organiseren van activiteiten die er toe bijdragen dat het uitvoeren van de internationale afspraken efficiënter kan plaatsvinden, zoals het opstellen van nationale actieplannen en het opzetten van nationale en regionale ‘focal points’ .

B. Wapeninzameling en -vernietiging [Vervallen per 01-01-2006]

Activiteiten op het gebied van wapeninzameling en wapenvernietiging komen in beginsel in aanmerking voor financiering.

C. Bewustwording en onderzoek [Vervallen per 01-01-2006]

Activiteiten op het gebied van bewustwording en onderzoek die concreet bijdragen aan de oplossing of aan de verduidelijking van het kleine-wapens probleem kunnen door het Ministerie van Buitenlandse Zaken financieel worden ondersteund. Dit geldt eveneens voor activiteiten gericht op versterking van het beleid, waaronder het verrichten van studie naar een juridisch bindend instrument voor brokering of de traceerbaarheid van wapens, of activiteiten die tot doel hebben de voortgang van de implementatie te bevorderen of de assistentie daarbij beter te organiseren.

4. Procedureel [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidieaanvragen dienen te worden ingediend bij de Directie Veiligheidsbeleid, Afdeling Wapenbeheersing en Wapenexportbeleid (DVB/WW) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst en worden getoetst aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken, uitgangspunten en richtlijnen van het Stabiliteitsfonds en het onderhavige beleidskader. Aanvragen die hier niet aan voldoen komen niet in aanmerking voor financiering.