Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Publiek en Communicatie 2004[Regeling vervallen per 27-02-2010 met terugwerkende kracht tot en met 29-04-2009.]

Geldend van 04-10-2008 t/m 28-04-2009

Besluit van de directeur Rijksvoorlichtingsdienst/Publiek en Communicatie van 11 mei 2004, nr. 04M465189, houdende mandaat, volmacht en machtiging aan functionarissen binnen de Rijksvoorlichtingsdienst/Dienst Publiek en Communicatie van het Ministerie van Algemene Zaken

De directeur Rijksvoorlichtingsdienst/Publiek en Communicatie,

Gelet op artikel 5 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2004;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 27-02-2010]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;

  • b. volmacht: de bevoegdheid om in naam van de minister privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;

  • c. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

Artikel 2 [Vervallen per 27-02-2010]

  • 2 De plaatsvervangend directeur Dienst Publiek en Communicatie maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:

    • a. bij afwezigheid van de directeur Dienst Publiek en Communicatie;

    • b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur Dienst Publiek en Communicatie zijn toevertrouwd.

  • 3 Het hoofd Bedrijfsbureau maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik bij gelijktijdige afwezigheid van de directeur Dienst Publiek en Communicatie en van de plaatsvervangend directeur Dienst Publiek en Communicatie.

Artikel 3 [Vervallen per 27-02-2010]

  • 1 Het hoofd Academie voor Overheidscommunicatie, hoofd Media & Monitoring, hoofd Consultancy, het hoofd Postbus 51 Informatiedienst en hoofd Campagnemanagement wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de projectuitgaven van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijftigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit aangenomen opdrachten.

  • 2 Het hoofd Academie voor Overheidscommunicatie, hoofd Media & Monitoring, hoofd Consultancy, hoofd Campagnemanagement, de directiesecretaris en hoofd Bedrijfsbureau wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de materiële begroting van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval tienduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.

  • 3 Het hoofd Postbus 51 Informatiedienst wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de materiële begroting van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijftigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.

  • 4 Het hoofd Media & Monitoring wordt machtiging verstrekt om betalingen op het gebied van de media-inkoop te autoriseren mits er financiële dekking is vanuit aangenomen opdrachten.

  • 5 Een functionaris zoals bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid maakt van de aan hem verleende volmacht en machtiging uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat deze behoren te worden afgedaan door de (plv.) directeur Dienst Publiek en Communicatie.

  • 6 De krachtens het eerste tot en met het vijfde lid aan de genoemde hoofden verleende bevoegdheden worden verleend aan de door de directeur aangewezen plaatsvervangers. Plaatsvervangers maken van deze bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van respectievelijke hoofden.

  • 7 De krachtens artikel 2, eerste lid, aan het hoofd Bedrijfsbureau verleende bevoegdheden zijn uitsluitend voorbehouden aan het hoofd Bedrijfsbureau, en niet aan de aangewezen plaatsvervanger.

  • 8 Beslissingen op het gebied van het personeelsbeleid, waaronder begrepen aanstelling en schorsing, inzake bij Publiek en Communicatie werkzame functionarissen in schaal 14 BBRA en lager zijn voorbehouden aan de directeur Dienst Publiek en Communicatie.

  • 9 De bevoegdheden worden nader bepaald door en uitgeoefend met inachtneming van:

    • a. departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen;

    • b. nadere procedures en instructies van de directeur Dienst Publiek en Communicatie.

Artikel 4 [Vervallen per 27-02-2010]

  • 1 Ondertekening door in voorgaande artikelen genoemde functionarissen van een document krachtens mandaat of volmacht luidt als volgt:

    DE MINISTER-PRESIDENT,

    Minister van Algemene Zaken,

    namens deze:

    (handtekening)

    (naam)

    (functie)

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondertekening van een document krachtens machtiging, tenzij uit de aard en de inhoud van het document reeds voldoende blijkt dat het namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is opgesteld. In dat geval luidt de ondertekening als volgt:

    (handtekening)

    (naam)

    (functie)

  • 3 Een document als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt opgesteld conform de vastgestelde huisstijl van het Ministerie van Algemene Zaken.

Artikel 5 [Vervallen per 27-02-2010]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2004.

Artikel 6 [Vervallen per 27-02-2010]

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Publiek en Communicatie 2004.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst en in afschrift worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer, de Secretaris-Generaal, de Directeur-Generaal, en de in dit besluit genoemd functionarissen.

De

Minister-President

,

Minister

van Algemene Zaken,
namens deze:
de

directeur Rijksvoorlichtingsdienst/Publiek en Communicatie

,

J.C.M. Veenman