Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen, motorrijtuigenbelasting, openbaar vervoer of taxivervoer[Regeling vervallen per 01-10-2006.]

Geldend van 06-05-2004 t/m 30-09-2006

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen, motorrijtuigenbelasting, openbaar vervoer of taxivervoer

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Vragen [Vervallen per 01-10-2006]

In de BPM en de MRB bestaan er fiscale faciliteiten voor personenauto’s die zijn bestemd om openbaar vervoer of taxivervoer te verrichten:

  • in de BPM een teruggaaf in drie jaarlijkse termijnen achteraf (artikel 16 van de Wet BPM 1992) of een éénmalige teruggaaf vooraf (Besluit van 27 juni 2001, nr. CPP2001/2033) en

  • in de MRB een vrijstelling (artikel 72, lid 1, onderdeel n, van de Wet MRB 1994).

Het recht op de fiscale faciliteiten moet blijken uit een ingevolge de Wet personenvervoer 2000 afgegeven geldige vergunning (hierna: WP-vergunning).

In dat kader zijn de volgende vragen gesteld:

Vraag 1: Kan een personenauto waarmee werknemersvervoer wordt verricht, voor de BPM-teruggaaf c.q. de MRB-vrijstelling in aanmerking komen?

Vraag 2: Kan een personenauto waarmee vervoer van huisartsen in dienst bij of werkend voor een huisartsenpost wordt verricht, voor de BPM-teruggaaf c.q. de MRB-vrijstelling in aanmerking komen?

Vraag 3: Kan een auto voor de BPM-teruggaaf c.q. de MRB-vrijstelling in aanmerking komen als er zowel vergunningplichtig als niet-vergunningplichtig taxivervoer of openbaar vervoer mee wordt verricht?

Antwoord 1 (werknemersvervoer) [Vervallen per 01-10-2006]

  • Nee, als het werknemersvervoer betreft zoals bedoeld in artikel 2 van het Besluit Personenvervoer 2000, kan het niet voor de BPM-teruggaaf c.q. de MRB-vrijstelling in aanmerking komen.

  • Werknemersvervoer wordt namelijk op grond van artikel 2 van het Besluit Personenvervoer 2000 uitgezonderd van de WP-vergunningplicht: ‘vervoer met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers, ….’

  • Ja, als het werknemersvervoer niet voldoet aan de definitie in het Besluit Personenvervoer 2000, het aldus geen vervoer betreft ‘met auto’s, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers’, kan het wel voor de fiscale faciliteiten in aanmerking komen.

Daarvan is sprake als voldaan is aan de volgende voorwaarden en beperkingen.

1. Het kenteken van de auto en de WP-vergunning staan niet op naam van de werkgever of een door de werkgever direct of indirect beheerste andere rechtspersoon.

2. De bestuurder is (tevens) in dienst bij de WP-vergunninghouder. Dat betekent dat de bestuurder niet mag worden ‘uitgeleend’ aan de WP-vergunninghouder, maar dat er expliciet een arbeidsovereenkomst is voor dit vervoer.

3. In geval van openbaar vervoer dient er een dienstregeling te zijn.

4. Door de werkgever of de werknemers wordt ter zake van het vervoer een vergoeding betaald aan de WP-vergunninghouder.

5. Het exploitatie-risico ligt direct noch indirect bij de werkgever maar volledig bij de WP-vergunninghouder. Dit betekent dat:

  • a. er geen sprake mag zijn van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting waarbinnen de WP-vergunninghouder en de werkgever vallen, en

  • b. de werkgever geen overwegende invloed mag uitoefenen op de bedrijfsvoering van de rechtspersoon waar het exploitatie-risico van het vervoer ligt.

Het bovenstaande geldt ook voor de overige in dezelfde alinea van artikel 2 van het Besluit Personenvervoer 2000 genoemde soorten van vervoer door de daarbij genoemde instellingen, te weten:

  • onderwijsinstellingen ten behoeve van hun leerlingen,

  • tehuizen ten behoeve van hun vaste bewoners,

  • verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen ten behoeve van hun patiënten.

Antwoord 2 (huisartsenvervoer) [Vervallen per 01-10-2006]

Nee, in beginsel kan een personenauto waarmee vervoer wordt verricht van huisartsen in dienst van of werkend voor een huisartsenpost, niet voor de BPM-teruggaaf c.q. de MRB-vrijstelling in aanmerking komen als dat vervoer door de huisartsenpost zelf wordt uitgevoerd.

Het huisartsenvervoer kan wel voor teruggaaf c.q. vrijstelling in aanmerking komen, als het vervoer wordt verricht door en voor rekening en risico van andere ondernemer dan de huisartsenpost, bijvoorbeeld een taxi-ondernemer. In het bijzonder als er sprake is van een situatie zoals bedoeld in het positieve antwoord op vraag 1.

Antwoord 3 (gemengd vervoer) [Vervallen per 01-10-2006]

Ja, een auto kan voor de BPM-teruggaaf c.q. de MRB-vrijstelling in aanmerking komen als er zowel vergunningplichtig als niet-vergunningplichtig taxivervoer of openbaar vervoer mee wordt verricht. In dat geval moet het niet-vergunningplichtig vervoer wel minder dan 10% van het totale vervoer uitmaken.