Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Wet op de jeugdzorg

Geldend op 28-01-2011

[Regeling vervalt per 01-01-2015]


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 58

    • 1. De stichtingen en de zorgaanbieders, niet zijnde een zorgaanbieder als bedoeld in artikel 18, tweede lid, stellen een cliëntenraad in, die binnen het kader van hun doelstelling de gemeenschappelijke belangen van de cliënten behartigt. De verplichting tot het instellen van een cliëntenraad geldt voor een zorgaanbieder ten aanzien van elke door hem in stand gehouden zorgeenheid. Een zorgaanbieder kan deze verplichting ook nakomen door instelling van een cliëntenraad die voor meer dan een door hem in stand gehouden zorgeenheid werkzaam is.

    • 2. De stichtingen en de zorgaanbieders regelen schriftelijk:

      • a. het aantal leden van de cliëntenraad, de wijze van benoeming, welke personen tot lid kunnen worden benoemd en de zittingsduur van de leden;

      • b. de materiële middelen waarover de cliëntenraad ten behoeve van zijn werkzaamheden kan beschikken.

    • 3. De in het tweede lid bedoelde regeling is zodanig dat de cliëntenraad:

      • a. redelijkerwijze representatief kan worden geacht voor de cliënten en

      • b. redelijkerwijze in staat kan worden geacht hun gemeenschappelijke belangen te behartigen.

    • 4. In de cliëntenraad wordt voorzien in tenminste twee plaatsen voor jeugdigen, tenzij kan worden aangetoond dat dit niet aangewezen is.

    • 5. De cliëntenraad regelt schriftelijk zijn werkwijze met inbegrip van zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte.

    • 6. De kosten van het door de cliëntenraad voeren van rechtsgedingen als bedoeld in artikel 66, vierde lid, komen slechts ten laste van de stichting of de zorgaanbieder indien deze van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.

    • 7. Na vaststelling van de in het tweede lid bedoelde regeling treft de stichting of de zorgaanbieder de voorzieningen die op grond van die regeling noodzakelijk zijn voor de benoeming van de leden van de cliëntenraad. Zij treffen de bedoelde voorzieningen opnieuw telkens wanneer de cliëntenraad gedurende twee jaren niet heeft gefunctioneerd wegens het ontbreken van het in de regeling vastgestelde aantal leden.