Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 07-04-2004 t/m 31-12-2014

Besluit van 15 maart 2004, houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij, de be- en verwerking van en de handel in vee en vlees, alsmede opheffing van het Bedrijfschap voor de Handel in Vee (Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november 2003, nr. AV/CAM/2003/88543, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 67, 70, 70A, 73, tweede lid, 76, eerste lid, 88a, 102, tweede lid, en 126 derde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 11 december 2003 nr. W12.03.0491/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 maart 2004, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/95709, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I:. Instelling productschap [Vervallen per 01-01-2015]

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. de wet: de Wet op de bedrijfsorganisatie;

  • b. het productschap: het Productschap Vee en Vlees;

  • c. commissie: een orgaan als bedoeld in artikel 88a van de wet;

  • d. de raad: de Sociaal-Economische Raad;

  • e. vee: eenhoevige dieren, runderen, varkens, schapen en geiten;

  • f. vlees: vlees afkomstig van vee.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 In dit besluit wordt onder veehouderij verstaan:

    • a. het al dan niet voor eigen rekening en risico houden van vee;

    • b. de productie van en aanwending van sperma, eicellen en embryo's van eenhoevige dieren, runderen en varkens;

    • c. het fokken van vee.

  • 2 In dit besluit wordt onder handel verstaan:

    • a. de handel van de in het eerste lid, onderdeel b en c, vermelde producten en dieren;

    • b. de werkzaamheid van tussenpersonen;

    • c. het wegen, verzamelen of sorteren van vee.

  • 3 In dit besluit wordt onder handel niet de doorvoer- en driehoekshandel verstaan.

§ 2. Het productschap en zijn organen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Er is een Productschap Vee en Vlees.

  • 2 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin:

    • a. de veehouderij wordt uitgeoefend;

    • b. vee dan wel vlees, andere delen van vee of daaruit verkregen producten worden be- of verwerkt – tenzij dit be- en verwerken uitsluitend bestaat in het smelten en het verder bewerken en verwerken van vet – tot producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen;

    • c. uitsluitend ten behoeve van de onder b bedoelde ondernemingen diensten worden geleverd op het terrein van be- of verwerking van vlees;

    • d. darmen van vee worden verwerkt;

    • e. de handel wordt uitgeoefend in sperma, eicellen en embryo's van eenhoevige dieren, runderen en varkens;

    • f. de handel wordt uitgeoefend in vee dan wel in vlees, andere delen van vee of daaruit verkregen producten welke, al dan niet na verdere be- of verwerking, tot menselijk voedsel kunnen dienen, met uitzondering van gesmolten vet;

    • g. de handel wordt uitgeoefend in darmen van vee of kunstdarmen.

  • 3 Het productschap is gevestigd te Zoetermeer.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

Het bestuur van het productschap bestaat uit 18 leden. Hiervan worden benoemd:

  • a. voor ondernemingen op het gebied van de veehouderij drie leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;

  • b. voor ondernemingen op het gebied van de vleeswaren- en vleesconservenindustrie twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers;

  • c. voor ondernemingen op het gebied van de veehandel een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers;

  • d. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel in vlees, andere delen van vee of daaruit verkregen producten, alsmede met die handel verwante bedrijven een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers; en

  • e. voor ondernemingen op het gebied van de slagerij en de detailhandel in vlees, vleeswaren en vleesconserven twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het productschap heeft commissies voor aangelegenheden op het gebied van:

    • a. de varkenshouderij, te weten de Commissie Varkenshouderij;

    • b. de vleeswaren- en baconindustrie, te weten de Commissie Vleeswarenindustrie;

    • c. de veehandel, te weten de Commissie Veehandel;

    • d. de industriële verwerking van vlees, andere delen van vee of daaruit verkregen producten, alsmede met die handel verwante bedrijven, te weten de Commissie Vleesindustrie.

  • 2 De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers.

  • 3 De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden van de commissies benoemen, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.

  • 4 De voorzitter van het productschap is tevens voorzitter van de commissies.

  • 5 De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het productschap.

  • 6 De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies, voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit en kunnen elk voor haar werkgebied voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie Varkenshouderij bestaat uit negen leden. Daarvan worden zeven leden benoemd door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie Vleeswarenindustrie bestaat uit zes leden. Daarvan worden drie leden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie Veehandel bestaat uit twaalf leden. Daarvan worden negen leden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie Vleesindustrie bestaat uit twaalf leden. Daarvan worden zes leden benoemd door organisaties van ondernemers en zes leden door organisaties van werknemers.

§ 3. Bevoegdheden [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

Het productschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan, met uitzondering van onderdeel d: de lonen en andere arbeidsvoorwaarden.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2015]

Bij een op grond van artikel 93, tweede lid, van de wet vastgestelde verordening kan worden bepaald dat deze mede andere dan de in artikel 102, eerste lid, van de wet bedoelde natuurlijke en rechtspersonen bindt, voorzover deze handelingen verrichten die bedrijfsmatig in de ondernemingen waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het productschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste lid, van de wet op gebaseerd op een grondslag welke het bestuur passend acht, met dien verstande dat het tarief voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen groepen van ondernemingen verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen of groepen daarvan gelijk is.

  • 2 Heffingen, waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het productschap in verband met die bestemming passend acht.

Hoofdstuk II:. Opheffing bedrijfschap [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2015]

In dit hoofdstuk wordt onder bedrijfschap verstaan: het Bedrijfschap voor de Handel in Vee.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bedrijfschap is opgeheven.

  • 2 Onverminderd het feit dat het bedrijfschap vanaf de inwerkingtreding van dit besluit is opgeheven, blijft de Verordening registratie en verstrekking van gegevens (PVV) 2003 van kracht tot de datum waarop de door het productschap vastgestelde verordening terzake in werking zal treden.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit berust het beheer van het vermogen van het bedrijfschap bij het productschap.

  • 2 Rechtsvorderingen welke tot het vermogen van het bedrijfschap behorende rechten en verplichtingen tot onderwerp hebben, worden ingesteld door of tegen het productschap.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het productschap is belast met de vereffening van het vermogen van het bedrijfschap. Het kan daartoe de tot het vermogen van het bedrijfschap behorende roerende en onroerende zaken vervreemden.

  • 2 Het productschap stelt met het oog op de vereffening een boedelbeschrijving op. Het stelt tevens de rekening van inkomsten en uitgaven van het bedrijfschap vast over het tijdvak, aanvangende op de eerste januari van het jaar volgende op het kalenderjaar waarover laatstelijk een rekening van inkomsten en uitgaven door het bestuur van het bedrijfschap is vastgesteld, en eindigend op de dag van inwerkingtreding van dit besluit.

  • 3 De boedelbeschrijving en de rekening van inkomsten en uitgaven, zoals bedoeld in het tweede lid, behoeven de instemming van de raad.

  • 4 De instemming van de raad met de rekening van inkomsten en uitgaven strekt tot décharge van het dagelijks bestuur van het bedrijfschap, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het productschap maakt het tijdstip van de aanvang van de vereffening bekend in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie, alsmede in de daartoe naar zijn oordeel in aanmerking komende nieuwsbladen, onder vermelding van de afkondiging van dit besluit.

  • 2 In de bekendmaking worden degenen die een vordering op het bedrijfschap hebben, opgeroepen die vordering binnen een daarbij aangegeven termijn bij het productschap in te dienen. Deze termijn wordt niet korter gesteld dan zes maanden, te rekenen vanaf de dag van de bekendmaking.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De opheffing van het bedrijfschap tast de rechtskracht van de door dit lichaam wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.

  • 2 Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van het bedrijfschap oefent de voorzitter van het productschap zo nodig de in artikel 127 van de wet toegekende bevoegdheden uit.

  • 3 Het productschap kan, voorzover dit voor de voldoening van schulden van het bedrijfschap noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het bedrijfschap gehanteerde maatstaven.

  • 4 Ten aanzien van een heffingsverordening als in het derde lid bedoeld en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126 en 127 van de wet van overeenkomstige toepassing.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het door het bedrijfschap gevormde fonds voor het verlenen van toeslagen op ingegane pensioenen en premievrije pensioenaanspraken blijft in stand. Uit dit fonds kunnen volgens door het dagelijks bestuur van het productschap, uitgaande van het door het dagelijks bestuur van het bedrijfschap gevoerde beleid, te stellen regelen toeslagen worden verleend op pensioenen en premievrije pensioenaanspraken van gewezen werknemers van het bedrijfschap of hun nabestaanden.

  • 2 Het productschap voldoet uit het in het eerste lid bedoelde fonds geen andere vorderingen dan die, welke strekken tot nakoming van de verplichtingen waarvoor dit fonds is ingesteld.

  • 3 De over de middelen van het fonds verkregen rente wordt aan het fonds toegevoegd.

  • 4 Het productschap verantwoordt het beheer van het fonds door middel van een bijzondere functie in zijn begroting.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Zo spoedig mogelijk nadat het productschap het vermogen van het bedrijfschap heeft vereffend, brengt het daarover aan de raad verslag uit. Het verslag gaat vergezeld van een door het productschap vastgestelde rekening van inkomsten en uitgaven.

  • 2 De vaststelling van het verslag en van de rekening van inkomsten en uitgaven betreffende de vereffening kan slechts plaatsvinden nadat de ontwerpen van deze stukken gedurende twee maanden op het kantoor van het productschap voor een ieder ter lezing zijn neergelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar zijn gesteld en indien binnen die termijn bij het productschap geen bezwaren zijn ingekomen.Van de neerlegging en de verkrijgbaarheid geschiedt openbare kennisgeving in de Staatscourant en in het Mededelingenblad Bedrijfsorganisatie.

  • 3 Elk ingekomen bezwaar wordt door het productschap onderzocht. Indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, zet het productschap de vereffening voort en maakt, zo nodig, een nieuw verslag en een nieuwe rekening op, waarin aan het bezwaar is tegemoet gekomen. Ten aanzien van laatstbedoeld verslag en laatstbedoelde rekening is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het productschap nieuwe bezwaren, welke reeds tegen het eerste verslag en de eerste rekening hadden kunnen worden ingebracht, niet in overweging neemt. Wordt het bezwaar ongegrond bevonden, dan stelt het productschap het verslag en de rekening alsnog vast.

  • 4 De rekening behoeft instemming van de raad. De instemming strekt tot décharge van het productschap. Het productschap doet van het verlenen van de instemming zo spoedig mogelijk openbare kennisgeving op de wijze als is aangegeven in het tweede lid.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2015]

Indien het fonds, zoals bedoeld in artikel 19, eerste lid, niet toereikend is, wordt hetgeen blijkens de rekening als bedoeld in artikel 20 aan vermogen van het bedrijfschap over is, door het productschap, voorzover noodzakelijk, aangewend ter dekking van het verwachte tekort.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2015]

Hetgeen na afwikkeling van de verplichtingen jegens de gewezen werknemers van het bedrijfschap en hun nabestaanden van het in artikel 19, eerste lid, bedoelde fonds over is, wordt door het productschap, de betrokken organisaties van ondernemers en van werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de raad.

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2015]

Vermogen van het bedrijfschap dat blijkens de rekening, genoemd in artikel 20 over is, wordt door het productschap, de betrokken organisaties van ondernemers en werknemers gehoord, een bestemming gegeven, zoveel mogelijk ten nutte van het betrokken deel van het bedrijfsleven. Dit besluit behoeft de goedkeuring van de raad.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Rechterlijke uitspraken, gedaan tegen het bedrijfschap of, op grond van het eerste lid, tegen het productschap, worden door het productschap uitgevoerd, voorzover nodig ten laste van het vermogen van het opgeheven bedrijfschap.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2015]

Het productschap draagt in de zin van de Archiefwet 1995 zorg voor de archiefbescheiden van het bedrijfschap.

Hoofdstuk III:. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 januari 1999 ingestelde Productschap Vee en Vlees wordt opgeheven.

  • 2 Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 januari 1999 ingestelde Productschap Vee en Vlees blijven van kracht tot de datum waarop de door het op grond van dit besluit ingestelde Productschap Vee en Vlees vastgestelde verordeningen en andere besluiten terzake in werking zullen treden.

  • 3 Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 januari 1999 ingestelde Productschap Vee en Vlees, gaan over naar het op grond van dit besluit ingestelde Productschap Vee en Vlees.

  • 4 Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 15 januari 1999 ingestelde Productschap Vee en Vlees worden geacht te zijn ingesteld door of tegen het op grond van dit besluit ingestelde Productschap Vee en Vlees.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2015]

De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 januari 2006.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Vee en Vlees.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

's-Gravenhage, 15 maart 2004

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,

A. J. de Geus

De Minister van Economische Zaken ,

L. J. Brinkhorst

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ,

C. P. Veerman

Uitgegeven de zesde april 2004

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner