Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit Regeling Brabants Historisch Centrum[Regeling vervallen per 03-02-2017.]

Geldend van 02-02-2005 t/m 02-02-2017

Besluit Regeling Brabants Historisch Centrum

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 97 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 03-02-2017]

Het Rijk neemt deel aan de gemeenschappelijke regeling waarbij een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd ‘Brabants Historisch Centrum’ wordt ingesteld en die als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 2 [Vervallen per 03-02-2017]

De uit de gemeenschappelijke regeling voortvloeiende structurele kosten worden onder aftrek van inkomsten door de minister, de besturen van de gemeenten en de besturen van de waterschappen gedragen volgens de verdeling: rijk € 2.227.000, gemeente Bernheze € 101.790, gemeente Boekel € 33.080, gemeente Boxmeer € 103.620, gemeente Cuijk € 85.840, gemeente Grave € 44.900, gemeente Haaren € 40.986, gemeente Landerd € 51.960, gemeente Lith € 23.910, gemeente Maasdonk € 40.390, gemeente Mill € 39.350, gemeente Oss € 267.380, gemeente Schijndel € 54.943, gemeente Sint Anthonis € 41.600, gemeente Sint-Michielsgestel € 61.409, gemeente Sint-Oedenrode € 60.380, gemeente Uden € 141.310, gemeente Veghel € 128.560, gemeente Vught € 57.708, waterschap De Aa € 41.501, waterschap De Dommel € 57.012 en waterschap De Maaskant € 57.240.

Artikel 3 [Vervallen per 03-02-2017]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan

Regeling Brabants Historisch Centrum [Vervallen per 03-02-2017]

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

De raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught,

De algemene besturen van de waterschappen Aa en Maas en De Dommel,

Gelet op de artikelen 96 en 97 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

Besluiten:

tot het treffen van de navolgende gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid dat de archiefbescheiden en collecties beheert die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Noord-Brabant, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught, en de waterschappen Aa en Maas en De Dommel.

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 1 [Vervallen per 03-02-2017]

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

  • b. de gemeenten: de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Lith, Maasdonk, Mill, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught;

  • c. de waterschappen: de waterschappen Aa en Maas en De Dommel;

  • d. archiefbescheiden: archiefbescheiden als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Archiefwet 1995;

  • e. collecties: de verzameling historische voorwerpen, boeken en overige schriftelijke en elektronische bescheiden in de meest ruime zin des woords, niet zijnde archiefbescheiden, in eigendom van of beheer bij de minister, de gemeenten en de waterschappen voor zover het betreft voorwerpen of bescheiden bij de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Noord-Brabant en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de waterschappen.

Hoofdstuk II. Instelling, doel en beleid van het openbaar lichaam Brabants Historisch Centrum [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 2 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Er is een openbaar lichaam, Brabants Historisch Centrum, dat gevestigd is in ’s-Hertogenbosch.

2. Het Brabants Historisch Centrum is ingesteld met het doel de belangen van de minister, de gemeenten en de waterschappen bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Noord-Brabant en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de waterschappen, in gezamenlijkheid te behartigen.

3. Aan het Brabants Historisch Centrum zijn daartoe de navolgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de minister, de gemeenten en de waterschappen opgedragen:

4. Het Brabants Historisch Centrum voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het tweede lid, het archiefbeleid en het cultuurbeleid van de minister, de gemeenten en de waterschappen mede uit.

5. De minister, de gemeenten en de waterschappen kunnen gezamenlijk algemene aanwijzingen geven omtrent de wijze waarop het Brabants Historisch Centrum de belangen, bedoeld in het tweede lid, behartigt.

6. De minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan zijn verplichtingen te voldoen. Dit met inachtneming van artikel 16, achtste lid.

Artikel 3 [Vervallen per 03-02-2017]

Het Brabants Historisch Centrum brengt de kosten, bedoeld in de artikelen 14 en 18, zesde lid, van de Archiefwet 1995 in rekening volgens de regels die de minister ingevolge artikel 19 van de Archiefwet 1995 daaromtrent vaststelt.

Hoofdstuk III. Het algemeen bestuur [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 4 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het algemeen bestuur bestaat uit zes leden.

2. De minister wijst drie leden aan.

3. De raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen wijzen uit hun midden, de voorzitters van die raden en die algemene besturen inbegrepen, of uit de kring van wethouders, gezamenlijk drie leden aan.

4. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op het tijdstip waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden of van de algemene besturen van de waterschappen afloopt.

5. Het lidmaatschap van de leden die door de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen zijn aangewezen, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van die leden bij de raad, de kring van wethouders dan wel het algemeen bestuur, of het voorzitterschap, van het waterschap.

6. Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het vierde lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.

7. De raden van de gemeenten beslissen uiterlijk in de tweede vergadering van elke zittingsperiode van de raden over de aanwijzing, bedoeld in het derde lid.

8. Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wijzen de betrokken minister of raden en algemene besturen zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

9. Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.

10. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen.

Artikel 5 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het algemeen bestuur kiest uit zijn midden de voorzitter. Bij de aanvang van de regeling wordt het voorzitterschap vervuld door een door de minister aangewezen lid.

2. Het algemeen bestuur regelt de vervanging van de voorzitter.

Hoofdstuk IV. De taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 6 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan het Brabants Historisch Centrum toegekende taak alle bevoegdheden die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen.

2. Aan het algemeen bestuur worden de volgende taken en bevoegdheden toegekend:

3. Het algemeen bestuur kan de directeur, bedoeld in artikel 30, tot rijksarchivaris in de provincie Noord-Brabant, tot gemeentearchivaris van de gemeenten en tot waterschapsarchivaris van de waterschappen benoemen.

4. Aan de bevoegdheden van het algemeen bestuur worden geen beperkingen opgelegd ingevolge artikel 31 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, mits het totaal van de aangegane verplichtingen binnen de goedgekeurde begroting valt. Voor het aangaan van verplichtingen door het algemeen bestuur buiten de goedgekeurde begroting wordt vooraf toestemming gevraagd aan de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen, ingevolge de artikelen 18 en 19 van deze regeling.

Artikel 7 [Vervallen per 03-02-2017]

Het algemeen bestuur verstrekt zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de minister, de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen de door hen gevraagde inlichtingen.

Artikel 8 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de minister die hem heeft aangewezen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door de minister gevraagde inlichtingen.

2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen die hem hebben aangewezen zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 45 dagen de door een of meer leden van die raden of algemene besturen in een vergadering van die raden of algemene besturen dan wel schriftelijk aan dat lid gevraagde inlichtingen.

Artikel 9 [Vervallen per 03-02-2017]

De minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen kunnen een door hen aangewezen lid van het algemeen bestuur, dat hun vertrouwen niet meer geniet, ontslag verlenen.

Hoofdstuk V. Het dagelijks bestuur [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 10 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en de overige leden van het algemeen bestuur.

2. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur.

3. Artikel 4, negende en tiende lid is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk VI. De werkwijze van het dagelijks bestuur [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 11 [Vervallen per 03-02-2017]

Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als één of meer leden van het dagelijks bestuur dit nodig oordelen.

Artikel 12 [Vervallen per 03-02-2017]

Het dagelijks bestuur stelt regels voor zijn vergaderingen vast.

Hoofdstuk VII. De taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 13 [Vervallen per 03-02-2017]

Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met:

  • a. de zorg voor de uitvoering van de aan het openbaar lichaam opgedragen bevoegdheden en taken, zoals genoemd in artikel 2, voorzover die niet zijn opgedragen aan het algemeen bestuur;

  • b. het voorbereiden, voor zover dit niet aan anderen is opgedragen van al hetgeen in het algemeen bestuur ter overweging moet worden gebracht;

  • c. het uitvoeren van de besluiten van het algemeen bestuur, voor zover dit niet aan anderen is opgedragen;

  • d. het beheer van de activa en passiva van het Brabants Historisch Centrum;

  • e. de zorg, voor zover deze van het dagelijks bestuur afhangt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding van het Brabants Historisch Centrum;

  • f. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit.

Hoofdstuk VIII. De voorzitter [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 14 [Vervallen per 03-02-2017]

1. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

2. De voorzitter is belast met de uitvoering van de besluiten van het dagelijks bestuur.

3. De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan, tenzij hij aan de directeur het tekenen van bepaalde stukken heeft opgedragen.

4. De voorzitter vertegenwoordigt het Brabants Historisch Centrum in en buiten rechte. De vertegenwoordiging kan hij opdragen aan een door hem aan te wijzen gevolmachtigde.

Hoofdstuk IX. Tegemoetkoming en vergoeding [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 15 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het algemeen bestuur kan besluiten dat de leden van het algemeen of dagelijks bestuur, voor zover zij niet de functie vervullen van burgemeester of wethouder, lid van het dagelijks bestuur van het waterschap, of als ambtenaar in rijks-, gemeente- of waterschapsdienst werkzaam zijn, een vergoeding ontvangen voor hun werkzaamheden ten behoeve van het Brabants Historisch Centrum.

2. De leden van het algemeen en het dagelijks bestuur, bedoeld in het eerste lid, ontvangen een tegemoetkoming in de kosten, waartoe worden gerekend reis- en verblijfkosten ten behoeve van het bijwonen van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur.

3. De in de voorgaande leden bedoelde vergoeding en tegemoetkoming worden door het algemene bestuur vastgesteld en als afzonderlijke post opgenomen in de jaarlijkse begroting.

Hoofdstuk X. Financiële bepalingen [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 16 [Vervallen per 03-02-2017]

1. De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van een goedgekeurde begroting. Bij de aanvang van het Brabants Historisch Centrum luiden de bijdragen zoals vastgesteld in de bijlage bij de regeling.

2. De bijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdragen van de gemeenten en waterschappen worden jaarlijks aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage dat voor dit doel is vastgesteld.

3. Het Brabants Historisch Centrum kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de minister, de gemeenten en de waterschappen vast te stellen percentage als bedoeld in het tweede lid.

4. Bij de start van het Brabants Historisch Centrum en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.

5. De minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen kunnen gezamenlijk de te verstrekken bijdragen wijzigen in relatie tot de taken van het Brabants Historisch Centrum.

6. De huurovereenkomst binnen de staat (Rijksarchiefdienst-Rijksgebouwendienst) zal met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling worden omgezet in een huurovereenkomst tussen de Rijksgebouwendienst en het Brabants Historisch Centrum. Voor zo ver mogelijk worden de voorwaarden uit de aanvankelijke huurovereenkomst gerespecteerd en overgenomen in de vervangende huurovereenkomst.

7. De bijdrage wordt verleend onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

8. Indien één van de partners een bijzondere taak opdraagt als bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel d, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door de opdrachtgever in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.

Artikel 17 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan en een meerjarenbegroting op.

2. Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.

3. Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de ontwerpmeerjarenbegroting aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur stelt ze vast. Dertien maanden voorafgaand aan de periode waarop het beleidsplan en de meerjarenbegroting betrekking hebben, worden deze toegezonden aan de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen.

4. De minister, de gemeenten en de waterschappen maken, binnen twee maanden na ontvangst van de in het derde lid genoemde stukken, gezamenlijk afspraken met het Brabants Historisch Centrum over te behalen resultaten voor de komende vier jaren.

Artikel 18 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 1 mei een ontwerpbegroting en een toelichting op voor het volgende kalenderjaar, een en ander met inachtneming van het archiefbeleid en het cultuurbeleid, bedoeld in artikel 2, vierde lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, vijfde lid en met inachtneming van de afspraken, bedoeld in artikel 17, vierde lid.

2. In de toelichting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Brabants Historisch Centrum met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.

3. De begroting geeft inzicht in de baten en lasten van de afzonderlijke activiteiten van dat jaar. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.

4. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting met toelichting onverwijld toe aan het algemeen bestuur,de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen.

5. De ontwerpbegroting met toelichting wordt door de zorg van de minister, de gemeenten en de waterschappen voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

6. De minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen kunnen het dagelijks bestuur voor 1 juni van hun gevoelen omtrent de ontwerpbegroting en toelichting doen blijken.

7. Het algemeen bestuur stelt de begroting met toelichting vast uiterlijk 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat waarvoor de begroting moet dienen.

8. Terstond na de vaststelling wordt aan de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen de begroting ter goedkeuring toegezonden.

Artikel 19 [Vervallen per 03-02-2017]

Met betrekking tot wijzigingen van de begroting is artikel 18 zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20 [Vervallen per 03-02-2017]

1. De minister voldoet de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot in twaalf maandelijkse termijnen.

2. De gemeenten en de waterschappen voldoen de verschuldigde bijdrage bij wijze van voorschot per kwartaal.

3. In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen de minister, de gemeenten en de waterschappen de bijdragen bij wijze van voorschot voldoen in door hen nader te bepalen termijnen.

Artikel 21 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de minister, de raden van de gemeenten, en de algemene besturen van de waterschappen voor 1 april een financieel verslag uit, dat vergezeld gaat van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Het algemeen bestuur draagt er zorg voor dat medewerking wordt verleend aan door of namens de accountant(s) van de minister, de gemeenten of de waterschappen in te stellen onderzoeken naar de door de accountant, bedoeld in het eerste lid, verrichte (controle)werkzaamheden.

3. Het algemeen bestuur brengt jaarlijks aan de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen voor 1 april een inhoudelijk verslag uit van de werkzaamheden, het gevoerde beleid in het algemeen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het bijzonder in het afgelopen kalenderjaar.

4. Het algemeen bestuur stelt de in het eerste en derde lid bedoelde stukken algemeen verkrijgbaar.

Artikel 22 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Een batig saldo kan worden bestemd voor vorming van of toevoeging aan de reserve. De hoogte van deze reserve wordt bepaald door het algemeen bestuur, gehoord de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen. Voor zover een batig saldo niet wordt aangewend voor de reserve wordt het saldo naar rato van de jaarlijkse bijdrage uitgekeerd aan de minister, de gemeenten en de waterschappen .

2. De reserve in enig jaar bedraagt niet meer dan tien procent van de gezamenlijke bijdragen van de minister, de gemeenten en de waterschappen van dat jaar tenzij de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen gezamenlijk een ander percentage vaststellen.

Artikel 23 [Vervallen per 03-02-2017]

Na ontvangst van het financieel verslag en het jaarverslag stellen de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen, de definitieve bijdragen vast. Zij delen dit mede aan het Brabants Historisch Centrum.

Artikel 24 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer en de boekhouding van het Brabants Historisch Centrum. Deze regels behoeven de goedkeuring van de minister, de gemeenten en de waterschappen. Bij deze regels wordt bepaald welke ambtenaren van het Brabants Historisch Centrum met het doen van ontvangsten en betalingen worden belast.

2. Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de financiële administratie en het kasbeheer. Deze regels behoeven de goedkeuring van de minister, de gemeenten en de waterschappen.

Artikel 25 [Vervallen per 03-02-2017]

De minister, de gemeenten en de waterschappen kunnen gezamenlijk nadere regels stellen over het financieel en materieel beheer, over de inrichting van de begroting, het financieel verslag, jaarverslag en aandachtspunten voor de accountantscontrole.

Hoofdstuk XI. Het archief [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 26 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Overeenkomstig door het algemeen bestuur vast te stellen regels, die aan gedeputeerde staten worden medegedeeld, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het Brabants Historisch Centrum.

2. De archiefbescheiden van het Brabants Historisch Centrum die op grond van de Archiefwet 1995 moeten worden overgebracht, komen te berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Noord-Brabant.

Hoofdstuk XII. Informatieplicht / Toezicht [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 27 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het Brabants Historisch Centrum verstrekt desgevraagd aan de minister, de gemeenten en de waterschappen de voor de uitoefening van hun taak benodigde inlichtingen. De minister, de gemeenten en de waterschappen kunnen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

2. Het Brabants Historisch Centrum stelt de minister, de gemeenten en de waterschappen te allen tijde in de gelegenheid toezicht te houden op het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 ten aanzien van de archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Noord-Brabant en de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de waterschappen.

Artikel 28 [Vervallen per 03-02-2017]

1. De bestuursorganen van de minister, de gemeenten en de waterschappen, doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, voor het Brabants Historisch Centrum van belang zijn.

2. De bestuursorganen van de minister, de gemeenten en de waterschappen kunnen, bij de in het eerste lid bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan de minister, de gemeenten en de waterschapen kenbaar maken.

Hoofdstuk XIII. De directeur en het overige personeel [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 29 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Het algemeen bestuur beslist omtrent benoeming, schorsing en ontslag van de directeur van het Brabants Historisch Centrum.

2. Het dagelijks bestuur maakt voor de benoeming van de directeur een voordracht op.

Artikel 30 [Vervallen per 03-02-2017]

1. De directeur is belast met de uitvoering van de werkzaamheden, taken en bevoegdheden van het Brabants Historisch Centrum die voortvloeien uit de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 2, derde lid, voor zover die uitvoering niet is opgedragen aan het algemeen bestuur, dagelijks bestuur of de voorzitter.

2. Het algemeen bestuur stelt voor de directeur een instructie vast.

3. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

Artikel 31 [Vervallen per 03-02-2017]

1. De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur aanwezig en heeft daarin een adviserende stem.

2. Met inachtneming van artikel 14, derde lid, worden alle stukken, die van het algemeen of het dagelijks bestuur uitgaan door de directeur mede ondertekend.

Artikel 32 [Vervallen per 03-02-2017]

Het overige personeel wordt in dienst genomen, geschorst of ontslagen door het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur is bevoegd deze bevoegdheden aan de directeur te mandateren.

Artikel 33 [Vervallen per 03-02-2017]

De rechtspositieregeling van de provincie Noord-Brabant, zoals deze thans luidt en in de toekomst na wijziging zal luiden, is op het personeel van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk XIV. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 34 [Vervallen per 03-02-2017]

Toetreding tot de regeling kan geschieden bij een daartoe strekkend gezamenlijk besluit van de minister, de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen alsmede de toe te treden bestuursorganen of rechtspersonen.

Artikel 35 [Vervallen per 03-02-2017]

1. Uittreding uit de regeling kan geschieden door toezending van een daartoe strekkend besluit van de minister, de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten of de algemene besturen van de waterschappen.

2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding. De uittreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgend op dat waarin door de zorg van het dagelijks bestuur de bekendmaking van de uittreding in de Nederlandse Staatscourant is geschied.

3. De kosten van uittreding komen voor rekening van de uittredende partij.

Artikel 36 [Vervallen per 03-02-2017]

Deze regeling kan worden gewijzigd bij gezamenlijk besluit van de minister, de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen.

Artikel 37 [Vervallen per 03-02-2017]

Deze regeling kan worden opgeheven bij gezamenlijk besluit van de minister, de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen. Het algemeen bestuur stelt een liquidatieplan op dat voorziet in de verplichting van de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen om alle rechten en plichten van het openbaar lichaam over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.

Hoofdstuk XV. Slotbepalingen [Vervallen per 03-02-2017]

Artikel 38 [Vervallen per 03-02-2017]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand, volgend op die waarin de regeling is ingeschreven overeenkomstig artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 39 [Vervallen per 03-02-2017]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Brabants Historisch Centrum.

Deze regeling zal met de toelichting door de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs Cultuur en Wetenschap,

M.C. van der Laan

Het Algemeen Bestuur van Waterschap Aa en Maas,

De dijkgraaf

De secretaris

Het Algemeen Bestuur van Waterschap De Dommel,

De dijkgraaf

De secretaris

De Raad van de gemeente Bernheze,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Bernheze,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Boekel,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Boxmeer,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Boxmeer,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Cuijk,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Cuijk,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Grave,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Grave,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Haaren,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haaren,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Landerd,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Landerd,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Lith,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Lith,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Maasdonk,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdonk,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Mill,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Mill,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Oss,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Oss,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Schijndel,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Schijndel,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Sint Anthonis,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Sint Anthonis,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Sint-Michielsgestel,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Sint-Oedenrode,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Oedenrode,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Uden,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Uden,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Veghel,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Veghel,

De burgemeester

De secretaris

De raad van de gemeente Vught,

De voorzitter

De griffier

Burgemeester en wethouders van de gemeente Vught,

De burgemeester

De secretaris