Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling milieugerichte technologie[Regeling vervallen per 01-01-2012.]

Geldend van 01-01-2011 t/m 31-12-2011

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 februari 2004, nr. DGM/KVI 2003131735, houdende regels met betrekking tot subsidies op het gebied van milieugerichte technologie (Subsidieregeling milieugerichte technologie)

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 1.1 [Vervallen per 01-01-2012]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de minister: de Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • b. groep: economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect:

      • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan één of meer rechtspersonen of vennootschappen;

      • volledig aansprakelijk vennoot is van één of meer rechtspersonen of vennootschappen, of

      • overwegende zeggenschap heeft over één of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°. rechtspersonen of vennootschappen;

  • c. de milieuverdienste: het belang van een project voor de vermindering van de belasting van het milieu;

  • d. fundamenteel onderzoeksproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het vermeerderen van algemene wetenschappelijke of technische kennis ten aanzien van een product, apparaat, systeem of techniek zonder industriële of commerciële doelstellingen;

  • e. industrieel haalbaarheidsproject: samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit een analyse en beoordeling van de mogelijkheden om een product, apparaat, systeem of techniek te ontwikkelen;

  • f. industrieel onderzoeksproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het opdoen van nieuwe kennis met als doel die kennis te gebruiken bij:

    • 1°. het ontwikkelen van een nieuw product, apparaat, systeem of een nieuwe techniek, of

    • 2°. het aanmerkelijk verbeteren van een bestaand product, apparaat, systeem of een bestaande techniek;

  • g. preconcurrentieel haalbaarheidsproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op een analyse en beoordeling van de mogelijkheden om een product, apparaat, systeem of techniek in de praktijk toe te passen;

  • h. preconcurrentieel ontwikkelingsproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op de omzetting van de resultaten van industrieel onderzoek in plannen, schema’s of ontwerpen voor een nieuw, gewijzigd of verbeterd product, apparaat of systeem of een nieuwe, gewijzigde of verbeterde techniek;

  • i. demonstratieproject: samenhangend geheel van activiteiten die een technisch en economisch risico inhouden, gericht op het bij de subsidieaanvrager treffen van technische of beheersmatige voorzieningen met behulp van:

    • 1°. voor Nederland nieuwe producten, apparaten, systemen of technieken, of

    • 2°. een voor Nederland nieuwe toepassing van producten, apparaten, systemen of technieken, alsmede de daarmee samenhangende activiteiten, bestemd voor het demonstreren van voorzieningen en de daarmee behaalde resultaten met inbegrip van het verstrekken van gegevens aan de minister ten behoeve van de verspreiding van kennis omtrent aard en resultaten van de voorzieningen;

  • j. marktintroductieproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het in Nederland bij de subsidieaanvrager treffen van technische of beheersmatige voorzieningen met behulp van producten, apparaten, systemen of technieken, die:

    • 1°. reeds eerder zijn gedemonstreerd, maar waarvan de toepassing in Nederland nog niet gebruikelijk is, en

    • 2°. een verdergaande bescherming van het milieu bieden dan het beschermingsniveau dat wordt bereikt indien uitsluitend wordt voldaan aan de terzake geldende communautaire eisen;

  • k. toepassingsproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het investeren in het oepassen in de praktijk van een reeds ontwikkeld product, apparaat of systeem of een reeds ontwikkelde techniek, waarvan stimulering van de toepassing op grote schaal wegens de milieuverdienste gewenst is;

  • l. ondernemer: natuurlijke persoon of rechtspersoon, die een onderneming drijft;

  • m. communautaire eis: verplichte communautaire eis waarbij de op milieugebied te bereiken waarden zijn vastgesteld, alsmede de verplichting de best beschikbare technische middelen te gebruiken die geen excessieve kosten meebrengen;

  • n. Agentschap NL: Agentschap NL geheten agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, eerder als agentschap bekend onder de naam SenterNovem.

Artikel 1.2 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Subsidie kan worden verleend indien de subsidieaanvrager in hoofdzaak in Nederland een project als bedoeld in artikel 1.1 uitvoert dat, mede gelet op in het tweede lid genoemde aspecten, voorzover deze van toepassing zijn, naar het oordeel van de minister in voldoende mate bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van een subsidieprogramma als bedoeld in deze regeling en het realiseren van andere doelstellingen van overheidsbeleid niet in de weg staat.

  • 2 De aspecten, bedoeld in het eerste lid, zijn:

    • a. de milieuverdienste;

    • b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit en de beoogde resultaten ervan;

    • c. de oorspronkelijkheid van het project;

    • d. de slaagkans van het project;

    • e. de hoeveelheid relevante informatie die door uitvoering van het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;

    • f. de doelmatigheid waarmee door middel van het project kennis kan worden verspreid, en

    • g. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft, en de markt daarvoor.

Artikel 1.3 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:

    • a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager gemaakte en betaalde kosten:

      • 1°. kosten van de aanschaf van machines en apparatuur;

      • 2°. loonkosten van bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, exclusief volledig winstafhankelijke uitkeringen, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600;

      • 3°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

      • 4°. een evenredig deel van de kosten van afschrijving van machines en apparatuur, die niet uitsluitend voor de uitvoering van het project zijn aangeschaft, berekend op basis van de historische aanschafwaarde, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur van 5 jaar;

      • 5°. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

      • 6°. reis- en verblijfkosten, alsmede kosten van deelneming aan wetenschappelijke symposia, tot ten hoogste 10% van de projectkosten;

    • b. een opslag voor algemene kosten ter grootte van 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 2°.

  • 2 Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid voor de uitvoering van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.

  • 3 Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet mag verrekenen.

  • 4 Indien het een demonstratieproject, marktintroductieproject of toepassingsproject betreft, worden uitsluitend de extra investeringskosten van machines, apparatuur, materialen en hulpmiddelen in aanmerking genomen die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de verdergaande bescherming van het milieu. Punt 37 van de communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001, C 37) wordt hierbij in acht genomen.

Artikel 1.4 [Vervallen per 01-01-2012]

Het maximumsubsidiepercentage van de subsidiabele kosten is voor:

  • a. een fundamenteel onderzoeksproject: 90% tot een maximumsubsidiebedrag van € 100.000,–;

  • b. een industrieel haalbaarheidsproject: 75% tot een maximumsubsidiebedrag van € 100.000,–;

  • c. een industrieel onderzoeksproject: 50% tot een maximumsubsidiebedrag van € 500.000,–, met dien verstande dat het maximumsubsidiepercentage 60% is en het maximumsubsidiebedrag € 500.000,– is, indien:

    • 1°. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine of middelgrote ondernemingen (PbEG 1996, C213), of

    • 2°. de subsidieaanvrager geen ondernemer is;

  • d. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: 50% tot een maximumsubsidiebedrag van € 100.000,–;

  • e. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: 25% tot een maximumsubsidiebedrag van € 500.000,–, met dien verstande dat het maximumsubsidiepercentage 35% is, indien:

    • 1°. de subsidieaanvrager een kleine of middelgrote ondernemer is in de zin van de Communautaire kaderregeling inzake overheidssteun voor kleine of middelgrote ondernemingen (PbEG 1996, C 213), of

    • 2°. de subsidieaanvrager geen ondernemer is;

  • f. een demonstratieproject: 30% tot een maximumsubsidiebedrag van € 2.500.000,–;

  • g. een marktintroductieproject: 25% tot een maximumsubsidiebedrag van € 2.500.000,–;

  • h. een toepassingsproject: 15% tot een maximumsubsidiebedrag van € 250.000,–.

Artikel 1.5 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidie voor een demonstratieproject, marktintroductieproject of toepassingsproject, vermeerderd met subsidies voor het desbetreffende project die uit anderen hoofde vanwege het Rijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn verleend, bedraagt niet meer dan het onder de punten 29 en 30 van de in artikel 1.3, vierde lid, bedoelde kaderregeling voor de categorie van projecten waartoe het project behoort, genoemde percentage en het in artikel 1.4 voor die categorie van projecten genoemde maximumsubsidiebedrag.

  • 2 De subsidie voor een project, niet zijnde een project als bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met subsidies voor het desbetreffende project die uit anderen hoofde vanwege het Rijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn verleend, bedraagt niet meer dan het in artikel 1.4 voor de categorie van projecten waartoe het project behoort, genoemde percentage van de subsidiabele kosten en het in dat artikel voor die categorie van projecten genoemde maximumsubsidiebedrag.

Artikel 1.6 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht:

    • a. bij de uitvoering van het project te beschikken over de daarvoor benodigde vergunningen of ontheffingen;

    • b. indien de voor de uitvoering van het project benodigde vergunningen of ontheffingen niet zullen worden verkregen, de minister daarvan onmiddellijk in kennis te stellen;

    • c. indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, er voor zorg te dragen dat de binnen het project ontwikkelde eerste prototypen of proefprojecten niet worden aangewend voor industriële toepassingen of commerciële exploitatie, en

    • d. indien het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject,

    • e. industrieel onderzoeksproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, aan te geven wat het effect is van de subsidie op de gebruikelijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de ondernemer.

  • 2 Het eerste lid, onderdeel d, geldt niet voor een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een kleine, middelgrote of micro-onderneming drijft als bedoeld in aanbeveling nr. 2003/361/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 mei 2003 (PbEU L 124) en voor een subsidieontvanger die geen ondernemer is.

Artikel 1.7 [Vervallen per 01-01-2012]

Subsidie wordt niet verstrekt voor een demonstratieproject, marktintroductieproject of toepassingsproject indien het project activiteiten omvat die uitsluitend uitgaan van:

  • a. reeds vastgestelde communautaire eisen;

  • b. reeds vastgestelde nationale eisen die niet strenger zijn dan de ten aanzien daarvan vastgestelde communautaire eisen, of

  • c. reeds vastgestelde nationale eisen bij afwezigheid van communautaire eisen indien de activiteiten zullen plaatsvinden op een tijdstip waarop die nationale eisen in werking zijn getreden.

Hoofdstuk 2. Subsidieprogramma’s [Vervallen per 01-01-2012]

Paragraaf 2.1. Subsidieprogramma reductie overige broeikasgassen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 2.1.1 [Vervallen per 01-01-2012]

Het Subsidieprogramma reductie overige broeikasgassen heeft tot doel het ondersteunen van het realiseren van de reductiedoelstelling, zoals beschreven in de Evaluatienota Klimaatbeleid (Kamerstukken II 2001/02, 28 240, nr. 2) op het terrein van de overige broeikasgassen, zijnde methaan (CH4), lachgas (N2O) en de gefluoreerde verbindingen HFK, PFK en SF6 door:

  • a. het bevorderen, ontwikkelen en toepassen van innovatieve technieken ter vermindering van de emissie van de overige broeikasgassen;

  • b. het opdoen van nieuwe kennis over of het invoeren van maatregelen voor een goede bedrijfsvoering die bijdragen aan een vermindering van de emissie van de overige broeikasgassen, en

  • c. het ontwikkelen en implementeren van innovatieve meet- en monitoringtechnieken voor het bepalen van de omvang van de emissies van de overige broeikasgassen.

Artikel 2.1.2 [Vervallen per 01-01-2012]

Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:

  • a. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject of marktintroductieproject betreft dat gericht is op het realiseren van het bepaalde in artikel 2.1.1, aanhef en onder a of c, of

  • b. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject of demonstratieproject betreft dat gericht is op het realiseren van het bepaalde in artikel 2.1.1, aanhef en onder b.

Artikel 2.1.3 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:

    • a. het een toepassingsproject betreft;

    • b. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 10.000,–, of

    • c. het een industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 25.000,–;

    • d. het een fundamenteel onderzoeksproject of een industrieel onderzoeksproject betreft dat gericht is op de reductie van lachgasemissie in de landbouwsector;

    • e. het een project betreft dat gericht is op de reductie van de emissie van overige broeikasgassen bij de productie van salpeterzuur;

    • f. het een project betreft, anders dan genoemd in artikel 1.7, aanhef en onder a en b, dat gericht is op de reductie van de emissie van overige broeikasgassen waarvoor regels zijn gesteld in verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefluoreerde broeikasgassen (PbEU L 161).

  • 2 Het eerste lid, onderdeel b, geldt niet voor een preconcurrentieel haalbaarheidsproject waarvan de subsidiabele kosten ten hoogste € 10.000,– zijn en dat betrekking heeft op de toepassing van:

    • a. een koel- of vriesinstallatie met een natuurlijk koudemiddel in een supermarkt, een vrieshuis of een visserijschip, en

    • b. maatregelen ter vermindering van de emissie van CH4 door een stortplaats in aanvulling op de best beschikbare technieken.

Artikel 2.1.4 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1.2 kan een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of preconcurrentieel ontwikkelingsproject in hoofdzaak buiten Nederland worden uitgevoerd, indien uit de aanvraag tot subsidieverlening blijkt dat de techniek waarop het project betrekking heeft, in Nederland zal worden toegepast.

Artikel 2.1.5 [Vervallen per 01-01-2012]

Bij de beoordeling van een demonstratieproject of marktintroductieproject worden naast de in artikel 1.2, tweede lid, genoemde aspecten, tevens betrokken de wijze van monitoring van de werking van de activiteit, waaronder begrepen het meten of berekenen en registreren van de daarbij optredende emissies en emissiereducties van de overige broeikasgassen.

Artikel 2.1.6 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, onder 2º, en b, mag voor de aanvraag:

  • a. het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel worden berekend volgens een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare techniek, of

  • b. een uurtarief worden gehanteerd van € 50,–, inclusief reis- en verblijfkosten en een opslagpercentage voor algemene kosten.

Artikel 2.1.7 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1.4 is het maximumsubsidiebedrag voor:

  • a. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: € 150.000,–;

  • b. een demonstratieproject: € 150.000,–, en

  • c. een marktintroductieproject: € 150.000,–.

Artikel 2.1.8 [Vervallen per 01-01-2012]

Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.

Artikel 2.1.9 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2009 bedraagt € 750.000,–.

Artikel 2.1.10 [Vervallen per 01-01-2012]

Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

Artikel 2.1.11 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, onderzoeksinstellingen, waaronder begrepen universiteiten, en andere instellingen, voorzover die niet tot de rijksoverheid behoren.

Artikel 2.1.12 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de SenterNovem, met gebruikmaking van een bij die organisatie verkrijgbaar formulier.

  • 2 Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend met ingang van 1 maart 2009 tot en met 29 april 2009 en met ingang van 1 september 2009 tot en met 15 oktober 2009.

Paragraaf 2.2. Subsidieprogramma milieu & technologie [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 2.2.1 [Vervallen per 01-01-2012]

Het Subsidieprogramma milieu & technologie heeft tot doel het bevorderen van de ontwikkeling en toepassing van innovatieve, milieugerichte processen, producten en diensten, die nieuw zijn voor Nederland, door projecten, gericht op:

  • a. het analyseren en verkennen van marktkansen of marktbelemmeringen op niet-technisch terrein ten behoeve van een succesvolle ontwikkeling of toepassing van een milieugericht proces, product of dienst, of

  • b. het onderzoeken, ontwikkelen, testen en voor de eerste keer toepassen van milieugerichte innovaties die perspectief bieden op een aanzienlijke verbetering van de milieuefficiëntie in de doelgroep industrie, of waarbij de doelgroep industrie een essentiële rol speelt.

Artikel 2.2.2 [Vervallen per 01-01-2012]

Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:

  • a. het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft dat gericht is op het realiseren van het bepaalde in artikel 2.2.1, aanhef en onder a of b;

  • b. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, een demonstratieproject of een combinatie van deze betreft dat, respectievelijk die, gericht is op het realiseren van het bepaalde in artikel 2.2.1, aanhef en onder b.

Artikel 2.2.3 [Vervallen per 01-01-2012]

Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:

  • a. het project gericht is op bedrijfsinterne logistiek, milieuzorg, bodemsanering, kwaliteitszorg, het uitvoeren van een nulmeting, certificering, octrooiwerving, het uitvoeren van een technologiescan van gangbare technologieën of het ontwikkelen van besturingssoftware;

  • b. het een project betreft als bedoeld in artikel 2.2.1, aanhef en onder b, en het project in hoofdzaak gericht is op energie;

  • c. het project gericht is op een end-of-pipe technologie waarvoor procesgeïntegreerde alternatieven beschikbaar zijn;

  • d. de subsidiabele kosten van het project minder bedragen dan € 15.000,–.

Artikel 2.2.3a [Vervallen per 09-03-2007]

Artikel 2.2.4 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden, naast de in artikel 1.2, tweede lid, genoemde aspecten, tevens betrokken:

    • a. de mate waarin een project als bedoeld in artikel 2.2.1, aanhef en onder b, een technisch en economisch risico inhoudt waarbij ook het ondernemerschap van de aanvrager wordt meegewogen;

    • b. de mate waarin de verschillende onderdelen van de bedrijfskolom bij het project betrokken zijn.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, aanhef, wordt bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening het aspect, bedoeld in artikel 1.2, tweede lid, onderdeel f, niet betrokken.

Artikel 2.2.5 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, mag voor directe loonkosten en voor andere typen arbeidskosten dan loonkosten een uurtarief gehanteerd worden van ten hoogste € 50,–, inclusief reis- en verblijfkosten en inclusief een opslagpercentage voor algemene kosten.

Artikel 2.2.6 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 In afwijking van artikel 1.4, onder c, is het maximum subsidiebedrag voor een industrieel onderzoeksproject € 350.000,–.

  • 2 In afwijking van artikel 1.4, onder e, is het maximum subsidiebedrag voor een preconcurrentieel ontwikkelingsproject € 350.000,–.

  • 3 In afwijking van artikel 1.4, onder f, is het maximum subsidiebedrag voor een demonstratieproject € 350.000,–.

Artikel 2.2.7 [Vervallen per 01-01-2012]

Niet tot subsidiabele kosten worden gerekend:

  • a. kosten die, ook al zijn deze niet betaald, voortvloeien uit verplichtingen die zijn aangegaan voorafgaande aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening;

  • b. kosten die, ook al zijn deze niet betaald, zijn gemaakt voorafgaande aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening;

  • c. in afwijking van artikel 1.3, eerste lid, onderdeel a, onder 5°, kosten ter zake de bescherming van intellectuele eigendomsrechten en het verkrijgen van die rechten.

Artikel 2.2.8 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 2011: € 3.000.000,–.

Artikel 2.2.9 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Bij de subsidieverlening voor projecten als bedoeld in artikel 2.2.1, onder a en b, wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening geldt.

  • 2 Indien door verstrekking van subsidie voor aanvragen voor projecten als bedoeld in artikel 2.2.1, onder a en b, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond, bedoeld in artikel 2.2.8, wordt overschreden, rangschikt de minister aanvragen zodanig, dat een project hoger wordt gerangschikt naarmate het meer voldoet aan de criteria, bedoeld in de artikelen 1.2 en 2.2.4.

  • 3 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.2.10 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een kleine, middelgrote of micro-onderneming drijft die:

  • a. voldoet aan de bijlage bij aanbeveling nr. 2003/361/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 mei 2003 (PbEU L 124) met uitzondering van artikel 3 van die bijlage, en

  • b. behoort tot en tevens een bedrijfsmatige activiteit uitvoert in, of zich richt op, een van de volgende categorieën van de Standaard Bedrijfsindeling 2008 Kamers van Koophandel en Fabrieken: de categorieën beginnend met 10 en 11, en de categorieën beginnend met 13 tot en met 33, ook wel genoemd: de doelgroep industrie, en;

  • c. daarbij een substantieel belang heeft.

Artikel 2.2.11 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij Agentschap NL, met gebruikmaking van een bij die organisatie verkrijgbaar formulier.

  • 2 Een volledige aanvraag tot subsidieverlening voor projecten als bedoeld in artikel 2.2.1, onder a en b, kan worden ingediend tot en met 6 september 2011.

Paragraaf 2.3. Subsidieprogramma piek [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 2.3.1 [Vervallen per 01-01-2012]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. wegvoertuig: motorrijtuig dat is toegelaten tot het verkeer op de weg ingevolge hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994;

  • b. vrachtwagen: wegvoertuig met een toegestane massa van meer dan 3500 kg, ingericht voor het vervoer van lading, inclusief de daarop gemonteerde opbouw en de daarop aanwezige koelinstallaties en laad- en lossystemen;

  • c. bestelwagen: wegvoertuig met een maximum toegestane massa van 3500 kg, ingericht voor het vervoer van lading, inclusief de daarop gemonteerde opbouw en de daarop aanwezige koelinstallaties en laad- en lossystemen;

  • d. aanhangwagen: voertuig, ingericht voor het vervoer van lading, inclusief de daarop gemonteerde opbouw en de daarop aanwezige koelinstallaties en laad- en lossystemen;

  • e. trailer: voertuig, ingericht voor het vervoer van lading, inclusief de daarop gemonteerde opbouw en de daarop aanwezige koelinstallaties en laad- en lossystemen;

  • f. piekniveau: maximaal geluidsniveau, veroorzaakt door de op een vrachtwagen, bestelwagen, aanhangwagen of trailer aanwezige onderdelen, en gemeten en beoordeeld overeenkomstig de door TNO TPD ontwikkelde meetmethode zoals die is vastgelegd in het rapport ‘meetmethoden voor piekgeluiden bij laden en lossen’ van 11 november 2002, kenmerk DGP-RTP-020131 of een andere methode die is ontwikkeld in Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke methode is ontwikkeld op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de onderzoekingen die ten grondslag liggen aan de hiervoor genoemde meetmethode wordt nagestreefd;

  • g. geluidarme onderdelen: onderdelen, bestemd voor een vrachtwagen, bestelwagen, aanhangwagen of trailer, die een piekniveau veroorzaken van ten hoogste 60 dB(A) of, ingeval onderdelen de voertuigaandrijving van een vrachtwagen betreffen, van ten hoogste 65 dB(A);

  • h. eigenvervoerder: degene die het vervoer van goederen verzorgt met een of meer vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens of trailers die uitsluitend bestemd zijn voor of afkomstig zijn van de onderneming van de betrokken persoon;

  • i. beroepsvervoerder: degene die tegen vergoeding van daarvoor gemaakte kosten het vervoer van goederen voor derden verzorgt met een of meer vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens of trailers;

  • j. vervoerder: eigenvervoerder of beroepsvervoerder.

Artikel 2.3.2 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieprogramma piek heeft tot doel het stimuleren van de toepassing van geluidarme onderdelen op vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens of trailers die worden ingezet bij de bevoorrading van inrichtingen waarop het Besluit detailhandel en ambachtsbedrijven milieubeheer van toepassing is.

Artikel 2.3.3 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het project betrekking heeft op:

    • a. vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens of trailers, bestemd voor de Nederlandse markt, die door of onder verantwoordelijkheid van de producent of importeur van deze voertuigen van geluidarme onderdelen worden voorzien;

    • b. vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens of trailers die door of onder verantwoordelijkheid van de vervoerder van geluidarme onderdelen worden voorzien;

    • c. geluidarme onderdelen die als losse componenten door de producent of importeur daarvan in Nederland op de markt worden gebracht.

  • 2 Een project dat betrekking heeft op vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens of trailers die van een kenteken zijn voorzien, komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de desbetreffende voertuigen in gebruik zijn genomen op of na 1 oktober 2001.

  • 3 Een project komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de aanvrager door overlegging van een akoestisch rapport kan aantonen dat het betreffende geluidarme onderdeel voldoet aan een piekniveau van ten hoogste 60 dB(A) of ingeval het onderdeel de voertuigaandrijving van een vrachtwagen betreft van ten hoogste 65 dB(A).

Artikel 2.3.4 [Vervallen per 01-01-2012]

Een project komt voorts slechts voor subsidie in aanmerking indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject, markintroductieproject of toepassingsproject betreft:

  • a. waarbij ten minste het in de onderstaande tabel voor de desbetreffende categorie van projecten en geluidarme onderdelen aangegeven aantal vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens, trailers is betrokken, of

  • b. waarvan de subsidiabele kosten ten minste het in de onderstaande tabel voor de desbetreffende categorie van projecten en geluidarme onderdelen aangegeven bedrag bedragen.

Geluidarme onderdelen

 

Preconcurrentieel

ontwikkelings-

project

Demonstratie-

project

Marktintroductie-

project

Toepassings-

project

Stille motor-

aandrijving

Minimum subsidiabele

kosten

€ 50.000,–

€ 50.000,–

€ 100.000,–

€ 100.000,–

 

Minimum aantal vracht-

wagens

n.v.t.

5

10

20

 

Minimum aantal bestel-

wagens

n.v.t.

10

20

40

           

Stille deur-

vergrendeling

Minimum aantal voertuigen

2

5

10

20

           

Overige geluidarme onderdelen

Minimum subsidiabele

kosten

n.v.t.

€ 25.000,–

€ 25.000,–

€ 25.000,–

Artikel 2.3.5 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1.3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van kosten van toezichthoudende personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.

Artikel 2.3.6 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1.4 is het maximum subsidiebedrag voor:

  • a. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: € 200.000,–;

  • b. een demonstratieproject: € 150.000,–;

  • c. een marktintroductieproject: € 200.000,–;

  • d. een toepassingsproject: € 250.000,–.

Artikel 2.3.7 [Vervallen per 01-01-2012]

Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de datum van indiening van een aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.

Artikel 2.3.8 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond voor het jaar 2007 bedraagt € 1.664.000, –.

Artikel 2.3.9 [Vervallen per 01-01-2012]

Bij de subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van de ontvangst van de aanvraag geldt.

Artikel 2.3.10 [Vervallen per 01-01-2012]

Indien het een marktintroductieproject of toepassingsproject betreft dat betrekking heeft op vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens of trailers, draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat deze voertuigen uiterlijk 30 juni 2008 op de Nederlandse markt zijn.

Artikel 2.3.11 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door producenten en importeurs van vrachtwagens, bestelwagens, aanhangwagens, trailers of geluidarme onderdelen en door vervoerders.

Artikel 2.3.12 [Vervallen per 01-01-2012]

Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij SenterNovem met gebruikmaking van een bij die organisatie verkrijgbaar formulier. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend vanaf tot en met 31 mei 2007.

Paragraaf 2.4. Subsidieprogramma technologische aanpassingen luchtwassystemen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 2.4.1 [Vervallen per 01-01-2012]

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. luchtwassysteem: een systeem dat de emissie van ammoniak, geur of fijn stof uit lucht afkomstig uit dierenverblijven geheel of gedeeltelijk wegneemt;

  • b. stal: een ruimte waarbinnen landbouwhuisdieren, gehouden voor commerciële doeleinden, zijn gehuisvest;

  • c. ammoniak: een chemische verbinding van stikstof en waterstof met de samenstelling NH3;

  • d. geur: een samenstelling van aerosolen, kleine moleculaire deeltjes die verdampen uit een stof, welke met behulp van zintuigen in de neus worden waargenomen;

  • e. fijn stof:een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes, kleiner dan 10 micrometer, die door de lucht zweven.

Artikel 2.4.2 [Vervallen per 01-01-2012]

Het Subsidieprogramma technologische aanpassingen luchtwassystemen heeft tot doel het gebruik van luchtwassystemen in Nederland te stimuleren die de emissie van ammoniak, fijn stof of geur uit lucht afkomstig uit stallen geheel of gedeeltelijk wegnemen, door de ontwikkeling te bevorderen van technologische vernieuwing van luchtwassystemen, inclusief het procesbesturingssysteem. Met behulp hiervan dienen deze systemen gebruiksvriendelijker en beter toepasbaar te worden gemaakt.

Artikel 2.4.3 [Vervallen per 01-01-2012]

Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een industrieel onderzoeksproject betreft dat gericht is op het realiseren van het bepaalde in artikel 2.4.2.

Artikel 2.4.4 [Vervallen per 01-01-2012]

Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:

  • a. het project in strijd is met de algemene veiligheid of de gezondheid voor mens of dier;

  • b. het project een risico vormt voor de milieuverdienste van het luchtwassysteem voor stallen;

  • c. een project de controleerbaarheid en handhaafbaarheid van de emissiereducerende maatregelen bemoeilijkt dan wel onmogelijk maakt dan wel de werking van een project moeilijk controleerbaar en handhaafbaar is;

  • d. het project tot doel heeft de vorming van ammoniak, fijn stof of geur tegen te gaan;

  • e. het project onvoldoende innovatief is;

  • f. het project een verwachte doorlooptijd heeft die langer is dan één jaar; of

  • g. het een industrieel onderzoeksproject betreft waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 15.000,–.

Artikel 2.4.5 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen worden, met in achtneming van de in artikelen 1.2, tweede lid, en 2.4.6 genoemde beoordelingsaspecten, gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de in artikel 2.4.2 bedoelde doelstelling.

  • 2 Bij de bepaling van de toe te kennen subsidie kan een evenwichtige spreiding van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende sectoren, thema’s en actoren een medebepalende factor zijn.

Artikel 2.4.6 [Vervallen per 01-01-2012]

Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden, naast de in artikel 1.2, tweede lid, genoemde aspecten, tevens betrokken:

  • a. de mate waarin het project bijdraagt aan het gebruiksgemak en de aantrekkelijkheid van de luchtwassystemen voor de veehouder;

  • b. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft en de markt daarvoor;

  • c. de mate waarin het project zich leent voor toepassing bij een gecombineerde reiniging waarbij de lucht gelijktijdig van zowel ammoniak, fijn stof als geur wordt gezuiverd;

  • d. de mate waarin het project een positief effect heeft op het dierenwelzijn.

Artikel 2.4.7 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 In afwijking van artikel 1.3, eerste lid, worden uitsluitend als subsidiabele kosten in aanmerking genomen:

    • a. kosten van de aanschaf van apparatuur en materiaal, uitsluitend ten behoeve van de uitvoering van het project;

    • b. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, waarbij uitsluitend gebruik gemaakt kan worden van een forfaitair bedrag voor het uurloon van € 50,–, inclusief reis- en verblijfskosten en een opslagpercentage voor algemene kosten;

    • c. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis, uitsluitend ten behoeve van de uitvoering van het project.

  • 2 Kosten die zijn gemaakt of verplichtingen die zijn aangegaan voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.

Artikel 2.4.8 [Vervallen per 01-01-2012]

In afwijking van artikel 1.4, onder c, bedraagt het maximale subsidiebedrag voor een industrieel onderzoeksproject € 30.000,–.

Artikel 2.4.9 [Vervallen per 01-01-2012]

Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2009 bedraagt € 200.000.

Artikel 2.4.10 [Vervallen per 01-01-2012]

Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, onderzoeksinstellingen, waaronder begrepen universiteiten, en andere organisaties, voorzover die niet tot de rijksoverheid behoren.

Artikel 2.4.11 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij SenterNovem, met gebruikmaking van een bij die organisatie verkrijgbaar formulier.

  • 2 Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend met ingang van 17 juli 2009 tot uiterlijk 15 september 2009.

Hoofdstuk 3. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 3.1 [Vervallen per 01-01-2012]

  • 1 Ingetrokken worden:

    • a. de Regeling milieugerichte technologie 1999;

    • b. de Subsidieregeling milieugerichte technologie 2000;

    • c. de Subsidieregeling milieugerichte technologie 2001;

    • d. de Subsidieregeling milieugerichte technologie 2002, en

    • e. de Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003.

  • 2 Een regeling als bedoeld in het eerste lid, zoals ze luidde voor het tijdstip waarop deze regeling in werking is getreden, blijft van toepassing op subsidies die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn aangevraagd op grond van die regeling.

Artikel 3.2 [Vervallen per 01-01-2012]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 3.3 [Vervallen per 01-01-2012]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling milieugerichte technologie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 4 februari 2004

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

P.L.B.A. van Geel