Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2004[Regeling vervallen per 03-01-2005.]

Geldend van 09-05-2004 t/m 02-01-2005

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 februari 2004, nr. SAS 2003126622, houdende regels met betrekking tot subsidies aan gemeenten om hen te stimuleren tot het verminderen van milieudruk door het bevorderen van preventie en scheiding van huishoudelijke afvalstoffen en het optimaliseren van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, en het verminderen van zwerfafval 2004 (Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2004)

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. samenwerkingsverband: verband van twee of meer Nederlandse gemeenten die aan de hand van een regeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dan wel van een schriftelijke verklaring, kunnen aantonen dat zij samenwerken bij het uitvoeren van projecten als bedoeld onder h, i, k, l, m of p;

    • b. afvalpreventie: het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen of het verminderen van de milieuschadelijkheid daarvan door interne nuttige toepassing of reductie aan de bron;

    • c. afvalscheiding: het scheiden en gescheiden houden van afvalstoffen en het gescheiden afgeven daarvan;

    • d. energiebesparing: verbeteren van de energie-efficiency door het treffen van maatregelen binnen een inrichting;

    • e sorteeranalyse: sorteeranalyse die is uitgevoerd overeenkomstig ‘Sorteeranalyses Handreiking voor gemeenten’ (Afval Overleg Orgaan, AOO 2003-15);

    • f. nulmeting huishoudelijke afvalstoffen: inventarisatie van gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, volgens de opgave in bijlage I bij deze regeling;

    • g. plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen: beschrijving van feitelijk voorgenomen activiteiten ter bereiking van het in artikel 2, onder a, beschreven doel, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt en opgenomen:

      • 1°. activiteiten, gericht op het optimaliseren van voorzieningen en werkprocessen ten behoeve van afvalscheiding, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft en die in elk geval betrekking hebben op twee huishoudelijke afvalstoffen, waarvan één afvalstof groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton of grove huishoudelijke afvalstoffen betreft;

      • 2°. activiteiten, gericht op het optimaliseren van afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft;

      • 3°. communicatie-activiteiten met burgers ten behoeve van afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft;

      • 4°. monitoring;

    • h. basisproject huishoudelijke afvalstoffen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen en, gebaseerd op de resultaten daarvan, het opstellen van een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen;

    • i. plusproject huishoudelijke afvalstoffen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen;

    • j. beleidsplan inrichtingen: beschrijving van voorgenomen activiteiten ter bereiking van het in artikel 2, onder b, beschreven doel, waarin in elk geval de volgende onderdelen zijn uitgewerkt en opgenomen:

      • 1°. de samenstelling van het gemeentelijk inrichtingenbestand;

      • 2°. het bestaande niveau van vergunningverlening en handhaving en de aanwezige kennis en vaardigheden met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;

      • 3°. maatregelen, gericht op het verhogen van het in onderdeel 2° bedoelde niveau om voor vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing een adequaat niveau te bereiken;

      • 4°. monitoring;

    • k. beleidsproject inrichtingen: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het opstellen van een beleidsplan inrichtingen, gericht op het actualiseren van bestaand beleid of het opstellen van nieuw beleid;

    • l. uitvoeringsproject inrichtingen: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op:

      • 1°. verbetering van vergunningverlening of handhaving op het gebied van afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, of

      • 2°. stimulering van categorieën van inrichtingen tot het nemen van maatregelen op het gebied van afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing, waarbij de wijze en het tijdstip waarop vergunningverlening of handhaving plaatsvindt, is aangegeven;

    • m. combinatieproject inrichtingen: een project waarin activiteiten, gericht op het verkrijgen van specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing en een uitvoeringsproject inrichtingen zijn samengevoegd;

    • n. nulmeting zwerfafval: inventarisatie van gegevens over zwerfafval, volgens de opgave in bijlage II bij deze regeling;

    • o. plan van aanpak zwerfafval: beschrijving van feitelijk voorgenomen activiteiten om het ontstaan van zwerfafval te voorkomen en de aanwezigheid daarvan zoveel mogelijk te verminderen en die is opgesteld volgens de opgave in bijlage III bij deze regeling;

    • p. zwerfafvalproject: samenhangend geheel van activiteiten, inhoudende het uitvoeren van een nulmeting zwerfafval en, gebaseerd op de resultaten daarvan, het opstellen en bestuurlijk vaststellen van een plan van aanpak zwerfafval;

    • q. groep: economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

      • 1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon die direct of indirect:

        • meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan rechtspersonen of vennootschappen,

        • volledig aansprakelijk vennoot is van rechtspersonen of vennootschappen, of

        • overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

      • 2°. rechtspersonen of vennootschappen;

    • r. Novem: Nederlandse organisatie voor energie en milieu.

  • 2 Deze regeling is van toepassing op de volgende huishoudelijke afvalstoffen: groente-, fruit- en tuinafval, papier en karton, glas, textiel, wit- en bruingoed, klein chemisch afval en grove huishoudelijke afvalstoffen.

Artikel 2. Doel [Vervallen per 03-01-2005]

Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan gemeenten of samenwerkingsverbanden voor:

  • a. het nemen van maatregelen om het niveau van afvalpreventie en afvalscheiding, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, te verhogen om daarmee de milieudruk, veroorzaakt door het verwijderen van deze afvalstoffen, te verminderen;

  • b. het optimaliseren van vergunningverlening of handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing om daarmee de milieudruk, veroorzaakt door te verwijderen afvalstoffen en het energieverbruik binnen inrichtingen, te verminderen;

  • c. het voorbereiden en vaststellen van maatregelen om het ontstaan van zwerfafval te voorkomen en de aanwezigheid daarvan zo veel mogelijk te verminderen.

Artikel 3. Voorwaarden [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 Een basisproject huishoudelijke afvalstoffen kan voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvrager nog niet eerder op grond van deze of aan deze regeling voorafgaande regeling subsidie is verstrekt voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen,

    • b. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk grondgebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband,

    • c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na de datum van verlening van subsidie, en

    • d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.

  • 2 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen worden verstrekt:

    • a. de resultaten van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen, welke niet ouder zijn dan drie jaar, en

    • b. het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen waarop het plusproject huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft.

  • 3 Een plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvrager nog geen tweemaal op grond van deze of aan deze regeling voorafgaande regelingen subsidie is verstrekt voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen,

    • b. de voorgenomen activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen nieuw en additioneel zijn ten opzichte van de huidige situatie,

    • c. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk grondgebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband,

    • d. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project,

    • e. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na datum van verlening van subsidie, en

    • f. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan drie jaar bedraagt.

  • 4 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een tweede plusproject huishoudelijke afvalstoffen kan slechts worden ingediend, indien het eerste plusproject huishoudelijke afvalstoffen inhoudelijk is afgerond.

  • 5 In het kalenderjaar 2004 wordt per aanvrager voor slechts één plusproject huishoudelijke afvalstoffen subsidie verstrekt.

  • 6 Een beleidsproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. de in de aanvraag vermelde voornemens zullen leiden tot een adequate beschrijving van activiteiten als bedoeld in een beleidsplan inrichtingen,

    • b. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na datum van verlening van subsidie, en

    • c. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan zes maanden bedraagt.

  • 7 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een uitvoeringsproject inrichtingen worden verstrekt:

    • a. een beleidsplan inrichtingen,

    • b. de categorieën van inrichtingen waarop het project betrekking heeft, en

    • c. gegevens over de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten.

  • 8 Een uitvoeringsproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na datum van verlening van subsidie, en

    • b. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan twee jaar bedraagt.

  • 9 Bij de aanvraag tot subsidieverlening voor een combinatieproject inrichtingen worden verstrekt:

    • a. de gegevens, bedoeld in het zevende lid, en

    • b. gegevens over de wijze en het tijdstip waarop te verkrijgen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing.

  • 10 Een combinatieproject inrichtingen kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien wordt voldaan aan het bepaalde in het achtste lid.

  • 11 Een zwerfafvalproject kan slechts voor subsidie in aanmerking komen, indien:

    • a. aan de aanvrager nog niet eerder op grond van deze regeling subsidie is verstrekt voor een zwerfafvalproject,

    • b. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk grondgebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband,

    • c. de start van het project plaatsvindt uiterlijk drie maanden na datum van verlening van subsidie, en

    • d. de duur van het project, gerekend vanaf de datum van verlening van subsidie, niet meer dan negen maanden bedraagt.

Artikel 4. Beoordelingscriteria [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 Bij een beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden de volgende aspecten bezien:

    • a. of en in welke mate het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen;

    • b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit, de beoogde resultaten ervan en de wijze van monitoring;

    • c. of de resultaten van het project structurele invloed zullen hebben op de uitvoering van het gemeentelijk beleid.

  • 2 Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, wordt een plusproject huishoudelijke afvalstoffen beoordeeld op de volgende aspecten:

    • a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft, waarop het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen is gebaseerd;

    • b. de wijze waarop de activiteiten in het plan van aanpak huishoudelijke afvalstoffen aansluiten op gegevens over afvalscheiding en afvalpreventie, voorzover het huishoudelijke afvalstoffen betreft.

  • 3 Naast de aspecten, bedoeld in het eerste lid, worden projecten voor inrichtingen beoordeeld op de volgende aspecten:

    • a. ingeval van een beleidsproject inrichtingen: de aard en de uitvoerbaarheid van de in het beleidsplan inrichtingen aan te geven maatregelen;

    • b. ingeval van een uitvoeringsproject inrichtingen: de inhoud van het beleidsplan inrichtingen en de wijze waarop het uit te voeren project daarbinnen is verankerd;

    • c. ingeval van een combinatieproject inrichtingen: de mate waarin en het niveau waarop specifieke kennis en vaardigheden op het gebied van vergunningverlening of handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing worden verkregen en de aspecten van een project als bedoeld onder b.

Artikel 5. Afwijzingsgronden [Vervallen per 03-01-2005]

Een aanvraag tot subsidieverlening wordt afgewezen indien:

  • a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 3;

  • b. op grond van de aspecten, genoemd in artikel 4, wordt vastgesteld dat het project een te geringe of onevenwichtige bijdrage levert aan de doelstelling van deze regeling;

  • c. voor een project als bedoeld in artikel 1, onder l of m, de subsidiabele kosten van een desbetreffend project lager zijn dan € 19.000,–.

Artikel 6. Subsidiabele kosten [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:

    • a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de aanvrager tot subsidieverlening gemaakte en betaalde kosten:

      • 1°. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van:

        • het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600, of

        • een totaalbedrag van € 34,– per uur verrichte arbeid;

      • 2°. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, en

      • 3°. een opslag voor algemene kosten, groot 40% van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°;

    • b. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen binnen een groep.

    • c. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.

  • 2 Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen.

  • 3 Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend. Een uitzondering hierop vormen de kosten van sorteeranalyses die uitgevoerd zijn na 1 januari 2003 en onderdeel uitmaken van een aanvraag tot subsidieverlening voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen.

  • 4 Niet subsidiabel zijn kosten voor de aanschaf en de afschrijving van:

    • a. inzamelmiddelen, daaronder begrepen registratiesystemen, voor huishoudelijke afvalstoffen en zwerfafval;

    • b. middelen voor directe toepassing binnen inrichtingen;

    • c. niet project-gebonden automatisering en registratiesystemen voor inrichtingen.

  • 5 Niet subsidiabel zijn kosten van deelname aan een van rijkswege opgezet kennistraject dat betrekking heeft op onderwerpen als bedoeld in artikel 2, onder b.

Artikel 7. Hoogte van de subsidie [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 De subsidie voor een basisproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 1,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.

  • 2 Indien de subsidie, berekend voor een project als bedoeld in het eerste lid, minder dan € 15.000,– bedraagt, en de nulmeting huishoudelijke afvalstoffen betrekking heeft op alle in bijlage I bij deze regeling genoemde onderdelen, bedraagt de subsidie 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–.

  • 3 De subsidie voor een plusproject huishoudelijke afvalstoffen bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 2,– per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.

  • 4 De subsidie voor een beleidsproject inrichtingen, gericht op het opstellen van een beleidsplan inrichtingen bedraagt ten hoogste € 5000,– of, ingeval van een samenwerkingsverband, ten hoogste € 12.500,–.

  • 5 De subsidie voor een uitvoeringsproject inrichtingen bedraagt 50% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 200.000,–.

  • 6 De subsidie voor een combinatieproject inrichtingen bedraagt 50% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum bedrag van € 200.000,–.

  • 7 Het totaal van de te verlenen subsidie voor projecten als bedoeld in artikel 1, onder m of n, aan een samenwerkingsverband dan wel aan een gemeente of een samenwerkingsverband waarvan de betrokken gemeente deel uitmaakt, bedraagt in 2004 ten hoogste € 300.000,–.

  • 8 De subsidie voor een zwerfafvalproject bedraagt voor een gemeente, behorend tot:

    • a. stedelijkheidklasse 1 of 2: 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 15.000,–;

    • b. stedelijkheidklasse 3: 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 10.000,–;

    • c. stedelijkheidklasse 4 of 5: 100% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 5000,–.

  • 9 De subsidie voor een zwerfafvalproject voor een samenwerkingsverband is per deelnemende gemeente gelijk aan de subsidie die aan deze gemeente krachtens het achtste lid zou worden verleend.

Artikel 8. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht:

    • a. het geactualiseerde overzicht van activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies elke zes maanden aan Novem te verstrekken op grond van een door Novem vastgesteld model;

    • b. tot een jaar na inhoudelijke afronding van een project medewerking te verlenen aan activiteiten met het oog op het evalueren van resultaten of het uitwisselen van kennis en ervaringen die zijn verkregen door het project.

  • 2 Het eerste lid is niet van toepassing op de ontvanger van subsidie voor een beleidsproject inrichtingen of een zwerfafvalproject.

Artikel 9. Subsidieplafond [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2004 bedraagt € 4.797.000,–.

  • 2 Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is voor de periode tot 1 juli 2004 beschikbaar voor:

    • a. basisprojecten huishoudelijke afvalstoffen en plusprojecten huishoudelijke afvalstoffen: tezamen € 1.898.500,–;

    • b. beleidsprojecten inrichtingen, uitvoeringsprojecten inrichtingen en combinatieprojecten inrichtingen: tezamen € 2.398.500,–.

  • 3 Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is voor de periode tot 1 oktober 2004 voor zwerfafvalprojecten € 500.000,– beschikbaar.

Artikel 10. Aanvraag tot subsidieverlening en subsidievaststelling [Vervallen per 03-01-2005]

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project als bedoeld in artikel 1, onder h, i, k, l, of m, wordt ingediend door een Nederlandse gemeente dan wel een stadsdeel van een zodanige gemeente dat bevoegd is tot het zelfstandig voeren van beleid met betrekking tot onderwerpen als bedoeld in deze regeling, of een samenwerkingsverband.

  • 2 Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project als bedoeld in artikel 1, onder p, wordt ingediend door een Nederlandse gemeente of een samenwerkingsverband.

  • 3 Een aanvraag tot subsidieverlening of tot subsidievaststelling wordt ingediend bij Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier.

  • 4 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend vóór 16 oktober 2004.

  • 5 Bij de subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

Artikel 11. Inwerkingtreding [Vervallen per 03-01-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12. Citeertitel [Vervallen per 03-01-2005]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

P.L.B.A. van Geel

Bijlage I. behorende bij artikel 1, eerste lid, onder f [Vervallen per 03-01-2005]

Specificatie van de onderdelen van een nulmeting huishoudelijke afvalstoffen

Onderdeel

Subonderdelen of methode

Gemeentelijk beleid

Vastgestelde uitgangspunten

 

Geïmplementeerd beleid

Inzamel- en verwerkingstraject per

Inzamelmiddel

huishoudelijke afvalstof

Inzamellocatie (dichtheid)

 

Inzamelvoertuig + bemensing

 

Inzamelfrequentie

 

Inzamelmoment (dag/tijdstip)

 

Aanbied- en acceptatie-eisen

 

Locatie van verwerking

Inzamelrespons per

Ingezamelde hoeveelheid per

huishoudelijke afvalstof

huishoudelijke afvalstof

 

Samenstelling van de te verwijderen huishoudelijke afvalstoffen, als resultaat van een sorteeranalyse

 

Totaal vrijkomende hoeveelheid per huishoudelijke afvalstof en gescheiden ingezameld deel (inzamelrespons)

Inzamel- en verwerkingskosten en

Inzamelkosten per huishoudelijke afvalstof

opbrengsten per huishoudelijke afvalstof

Transportkosten

 

Overslagkosten

 

Verwerkingskosten c.q. opbrengsten

 

Overige kosten

Flankerende maatregelen

Motiverende maatregelen voor burgers

 

Communicatie-inspanning voor burgers

 

Tarievenstructuur

 

Regelgeving afvalscheiding

 

Controle/handhaving afvalscheiding

Achtergrondkenmerken

Bebouwingstype, tuingrootte, bevolkingssamenstelling op basis van nationaliteit, gezinssamenstelling

Kennis, houding, gedrag, behoeften en suggesties van burgers met betrekking tot afvalscheiding en afvalpreventie

Bewonersonderzoek, gebaseerd op in elk geval een representatieve schriftelijke of telefonische enquête

Bijlage II. behorende bij artikel 1, eerste lid, onder n [Vervallen per 03-01-2005]

Specificatie van de onderdelen van een nulmeting zwerfafval

Onderdelen

Subonderdeel of methode

Gemeentelijk beleid en organisatie

Uitgangspunten, doelstellingen en ambitieniveau

 

Geïmplementeerd beleid

 

Huidige organisatie, verantwoordelijk-

 

heden en coördinatie

Huidige aanpak inzake voorzieningen,

Voorzieningen in en beheer van de

beheer, communicatie en handhaving

openbare ruimte

 

Werkprocessen

 

Communicatie en educatie

 

Regelgeving, controle en handhaving

Kostenoverzicht inclusief kosten

Kosten beheer van de openbare ruimte

van derden

Kosten seizoensgebonden en

 

incidentele activiteiten

 

Kosten voorzieningen in de openbare

 

ruimte

 

Kosten communicatie

 

Kosten regelgeving en handhaving

Inventarisatie per type gebied

Mate en aard van de vervuiling per gebied,

 

vastgelegd in een eenduidige norm

Inventarisatie waardering en

Peiling onder burgers en bedrijven

suggesties burgers en bedrijven

Klachtenregistratie

Bijlage III. behorende bij artikel 1, eerste lid, onder o [Vervallen per 03-01-2005]

Specificatie van de onderdelen van een plan van aanpak zwerfafval

Onderdeel

Subonderdelen of methode

Analyse

Bronnen en oorzaken

 

Doelgroepen en aandachtsgebieden

 

Verbeterpunten in de aanpak

Beleid

Uitgangspunten

 

Ambitieniveau en doelstellingen

Uitvoeringsplan

Activiteiten met betrekking tot:

 

• optimalisatie van voorzieningen en werkprocessen

 

• verbetering communicatie met burgers en bedrijven

 

• handhaving

 

• monitoring

 

Planning

 

Begrote kosten

 

Samenwerking met derden

 

Wijze en tijdstip van het meten van effecten van uitgevoerde activiteiten