Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Wijzigingsbesluit Besluit zorgaanspraken AWBZ (verblijf niet-geïndiceerde echtgenoot in AWBZ-instelling)[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 16-04-2004 t/m 31-12-2014

Besluit van 26 januari 2004 tot wijziging van het Besluit zorgaanspraken AWBZ in verband met de aanspraak op verblijf voor een niet-geïndiceerde echtgenoot in een AWBZ-instelling

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 november 2003, Z/VU-2429651;

Gelet op de artikelen 6, eerste lid, en 9a, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

De Raad van State gehoord (advies van 11 december 2003, no. W13.03.0475/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 januari 2004, Z/VU-2446723;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I [Vervallen per 01-01-2015]

[Red: Wijzigt het Besluit zorgaanspraken AWBZ.]

Artikel II [Vervallen per 01-01-2015]

[Red: Wijzigt het Zorgindicatiebesluit.]

Artikel III [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 9, tweede lid, tweede volzin, van het Besluit zorgaanspraken AWBZ is van overeenkomstige toepassing op personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds in een instelling verbleven en bij het begin van dat verblijf echtgenoot waren van een persoon met een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking die op grond van een indicatiebesluit als bedoeld in het Zorgindicatiebesluit in die instelling verbleef.

Artikel IV [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 26 januari 2004

Beatrix

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,

C. I. J. M. Ross-van Dorp

Uitgegeven de zeventiende februari 2004

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner