Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Europese milieusamenwerking 2004[Regeling vervallen per 02-01-2005.]

Geldend van 29-01-2004 t/m 01-01-2005

Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 januari 2004, nr. IMZ2003130903 tot vaststelling van het Subsidieprogramma Europese milieusamenwerking 2004

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 15.13, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 02-01-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Staatssecretaris: Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

  • b. samenwerkingsovereenkomst: overeenkomst in de vorm van een Memorandum of Understanding (MoU), een ‘letter of intent’ of een ‘arrangement’ tussen de Staatssecretaris of diens vertegenwoordiger en zijn buitenlandse ambtgenoot of diens vertegenwoordiger om op het gebied van milieubeheer gezamenlijk activiteiten ter hand te nemen.

Artikel 2 [Vervallen per 02-01-2005]

De Staatssecretaris kan aan een aanvrager subsidie verstrekken in de kosten van een project ter bevordering van Europese milieusamenwerking met in het bijzonder als doel:

  • a. de verdere vergroening van beleid van de Europese Unie:

    • 1°. beïnvloeding van de Europese instellingen bij het realiseren van ambities als neergelegd in de notitie ‘Nederland in de EU: de Europese milieu-agenda’ (Tweede Kamer 2002–2003, 28663 nr. 6);

    • 2°. het bevorderen van maatschappelijke betrokkenheid bij de totstandkoming en uitvoering van milieubeleid in relatie tot de uitbreiding van de Europese Unie: dit betreft zowel de landen die per 1 mei 2004 verwachten toe te treden als Roemenië, Bulgarije en Turkije;

  • b. het ontwikkelen van voorstellen in de lijn van duurzame ontwikkeling en ‘goed bestuur’ voor de Intergouvernementele Conferentie (IGC) 2003/2004 en de organisatie van draagvlak voor deze voorstellen;

  • c. het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid bij het Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie in 2004; het beïnvloeden van de Europese instellingen bij het realiseren van de ambities die in het Iers/Nederlands EU jaarprogramma 2004 zullen worden vastgesteld;

  • d. nadere invulling van de afspraken van de 5e Ministeriële Conferentie ‘Environment for Europe’ (Kiev, 21–23 mei 2003), in het bijzonder met betrekking tot de Milieustrategie voor de landen van Oost-Europa, de Kaukasus en Centraal-Azië (EECCA Environment Strategy);

  • e. het bevorderen van de uitvoering van de VNECE-milieuverdragen.

Artikel 3 [Vervallen per 02-01-2005]

Een project komt niet voor subsidie in aanmerking, indien het naar het oordeel van de Staatssecretaris valt binnen de reikwijdte van:

  • a. het Matra Projecten Programma in het kader waarvan subsidie kan worden aangevraagd op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken;

  • b. afdeling Milieu van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 4 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 Subsidie kan worden verleend aan een staat, een volkenrechtelijke organisatie of een rechtspersoon.

  • 2 Subsidie kan niet worden verleend aan:

    • a. de Nederlandse Rijksoverheid, provinciale overheden of gemeentelijke overheden;

    • b. organisaties met een winstoogmerk of organisaties die zijn opgericht door organisaties met een winstoogmerk;

    • c. ondernemingen in de zin van artikel 87 van het EG-Verdrag indien zij geen de minimis-verklaring als bedoeld in artikel 3, lid 1, van de de minimis-verordening van de Europese Commissie (verordening (EG) nr. 69/2001 van 12 januari 2002 (PbEG 2001, L 10/30) kunnen overleggen.

  • 3 Subsidie wordt eveneens niet verleend aan:

    • a. het European Environmental Bureau,

    • b. de European Federation for Transport and Environment,

    • c. de Stichting Natuur en Milieu,

    • d. de Stichting Milieukontakt Oost-Europa,

    • e. de Stichting Women in Europe for a Common Future,

    • f. de Stichting Avalon.

Artikel 5 [Vervallen per 02-01-2005]

Bij de aanvraag tot subsidieverlening wordt aangegeven:

  • a. wat de doelstellingen van het project zijn;

  • b. op welke wijze kan worden vastgesteld of de geformuleerde doelstellingen zijn behaald;

  • c. welke factoren de uitkomst van het project negatief kunnen beïnvloeden en op welke wijze dit wordt ondervangen, en

  • d. op welke wijze het project bijdraagt aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen.

Artikel 6 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 Indien de aanvraag voor subsidie wordt ingediend door een rechtspersoon die krachtens privaatrecht is opgericht, dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

    • a. een afschrift van de oprichtingsakte van de rechtspersoon of van de geldende statuten, en

    • b. de laatst opgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de balans en de staat van baten en lasten en de toelichting daarop of, indien deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag.

  • 2 De in het eerste lid, onder b, bedoelde bescheiden, dan wel het verslag over de financiële positie dienen te zijn voorzien van een van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek afkomstige schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid onderscheidenlijk een mededeling, inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken.

Artikel 7 [Vervallen per 02-01-2005]

De Staatssecretaris neemt bij de beoordeling van de aanvraag in acht de mate waarin:

  • a. het project bijdraagt aan één of meer van de in artikel 2 genoemde doelstellingen, waarbij projecten die aan meerdere doelstellingen voldoen de voorkeur zullen hebben boven projecten die aan slechts één doelstelling voldoen;

  • b. het project bijdraagt aan een evenwichtige spreiding van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende doelgroepen, landen en thema’s van het subsidieprogramma;

  • c. een evenwichtige verdeling van het beschikbare subsidiebudget over de verschillende aanvragers plaatsvindt;

  • d. de gevraagde subsidie in evenredige verhouding staat tot de aard en omvang van de beoogde resultaten van het project;

  • e. het project een meer dan incidentele uitwerking zal hebben;

  • f. de subsidie wordt gebruikt in de aanloop van een project waarvoor subsidies in breder Nederlands of Europees verband kunnen worden aangevraagd;

  • g. er sprake is van draagvlak voor het project bij de betrokken organisaties en overheden, bijvoorbeeld blijkend uit bijdragen die organisaties of overheden hebben toegezegd ten behoeve van het project of uit documenten waarin is vastgelegd dat die organisaties of overheden met het project hebben ingestemd;

  • h. het project een reële slaagkans heeft.

Artikel 8 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen de noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager gemaakte kosten.

  • 2 Beoordeling van de hoogte van de personeelskosten vindt plaats op basis van een curricula vitae van de personen die aan het project zullen gaan werken en aan de hand van vergelijkbare door de Rijksoverheid gehanteerde personeelstarieven.

  • 3 Verrekenbare omzetbelasting, winst- en reserveringsopslagen zijn geen subsidiabele kosten.

  • 4 Exploitatiekosten kunnen voor vergoeding in aanmerking komen tot maximaal 7,5% van de totale projectkosten.

  • 5 Vergoeding van voor het project aangeschafte goederen is alleen mogelijk indien deze voor een goede uitvoering van het project noodzakelijk zijn. Alleen de afschrijvingskosten gedurende de projectduur komen voor vergoeding in aanmerking. De afschrijvingskosten dienen gebaseerd te zijn op een reële afschrijvingsmethode.

  • 6 De ingediende projectbegroting wordt zoveel mogelijk gespecificeerd en heeft een herleidbare relatie met de beschrijving van de uit te voeren activiteiten.

  • 7 Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn geen subsidiabele kosten.

  • 8 Het maximale subsidiebedrag voor een project als bedoeld in artikel 2 bedraagt € 25.000,–.

Artikel 9 [Vervallen per 02-01-2005]

Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2004 bedraagt € 100.000,–.

Artikel 10 [Vervallen per 02-01-2005]

De aanvragen worden gelijktijdig beoordeeld, waarbij aan de hand van de in artikel 7 genoemde criteria bij voorrang subsidie wordt verleend aan projecten die het meest geschikt zijn om bij te dragen aan de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

Artikel 11 [Vervallen per 02-01-2005]

De Staatssecretaris kan bij de subsidieverlening bepalen dat:

  • a. de Staatssecretaris vrijelijk en om niet gebruik kan maken van alle voortbrengselen waarop auteurs- of andere intellectuele eigendomsrechten kunnen gelden en die geheel of gedeeltelijk met de subsidie worden vervaardigd, en

  • b. de subsidieontvanger bij publicaties met betrekking tot het gesubsidieerde project en in correspondentie met derden die bij de uitvoering van het project zijn betrokken, meldt dat het project geheel of gedeeltelijk bekostigd is uit een subsidie, verleend door de Staatssecretaris, tenzij de aard van het project, de hoedanigheid van de subsidieontvanger of andere gewichtige omstandigheden zich naar het oordeel van de Staatssecretaris daar tegen verzetten.

Artikel 12 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruik gemaakt van een aanvraagformulier dat verkrijgbaar is bij de Directie Internationale Milieuzaken van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Postbus 30945, 2500 GX Den Haag (tel. 070-3394578).

  • 2 Aanvragen tot subsidieverlening kunnen tot 1 juni 2004 worden ingediend.

Artikel 13 [Vervallen per 02-01-2005]

  • 1 Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘Subsidieregeling Europese milieusamenwerking 2004’;

  • 2 Zij zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst;

  • 3 Zij treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Den Haag, 14 januari 2004

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

P.L.B.A. van Geel