Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Internationalisering 2005-2006[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 01-01-2005 t/m 31-12-2006

Regeling Internationalisering 2005-2006

Het bestuur en de directie van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten delen u hierbij mede dat per 1 januari 2005 de 'Regeling Internationalisering 2005-2006', een aanvulling op de Subsidieregeling 2005 van het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten, van kracht is.

De 'Regeling Internationalisering 2005-2006' wordt gefinancierd vanuit HGIS-Cultuurmiddelen die het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor dit doel aan het Fonds heeft verstrekt.

1. Regeling internationalisering 2005-2006 [Vervallen per 01-01-2007]

Het internationale beleid van het Fonds is erop gericht, in het verlengde van het landelijk beleid, de internationale kwaliteit en verscheidenheid van de Nederlandse amateurkunst en podiumkunsten en de aanwezigheid daarvan in het buitenland te bevorderen. Met het oog daarop kan het Fonds subsidie beschikbaar stellen voor plannen van kunstenaars, groepen, festivals en ondersteunende instellingen.

'Regeling Internationalisering 2005-2006' is een aanvulling op 'Subsidieregeling 2005'. 'Regeling Internationalisering 2005-2006' wordt gefinancierd vanuit HGIS-Cultuurmiddelen die het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor dit doel aan het Fonds heeft verstrekt.

'Regeling Internationalisering 2005-2006' is alleen gericht op de professionele podiumkunsten. Het Fonds streeft naar een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende podiumkunstdisciplines en naar een evenwichtige verdeling van de activiteiten over de verschillende prioriteitslanden.

'Regeling Internationalisering 2005-2006' is bedoeld voor:

  • gebundelde presentaties van concerten of eerder in Nederland vertoonde voorstellingen van professionele podiumkunstenaars bij voorkeur in een prioriteitsland

  • internationale samenwerkingsprojecten van professionele podium kunstenaars die bij voorkeur gericht zijn op een prioriteitsland

  • bijzondere internationale presentaties en randprogrammering in Nederland op het terrein van de professionele podiumkunsten, bij voorkeur vanuit een prioriteitsland.

Hiervoor zijn voor de periode 1 januari 2005 t/m 31 december 2006, EUR 3.145.000 HGIS-Cultuurmiddelen beschikbaar gesteld door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Aanvragen die gericht zijn op profilering van de amateurkunst en semi-professionele kunsten in het buitenland worden behandeld in het kader van de 'Subsidieregeling 2005' maar kunnen gefinancierd worden uit HGIS-Cultuurmiddelen. Het gaat om een budget van maximaal EUR 130.000 voor de periode 1 januari 2005 t/m 31 december 2006.

Reguliere buitenlandactiviteiten van amateurkunstenaars, semi-professionele kunstenaars en professionele podiumkunstenaars kunnen in het kader van de 'Subsidieregeling 2005' gefinancierd worden vanuit Cultuurnotamiddelen.

1.1. Vereisten HGIS [Vervallen per 01-01-2007]

Een aanvraag voor gebundelde presentaties, internationale samenwerkingsprojecten en bijzondere internationale presentaties en randprogrammering (zoals hierboven omschreven) waarvan het gevraagde bedrag ten minste EUR 150.000 bedraagt, dienen te worden ingediend bij de HGIS-Cultuurcommissie (zie ook: www.minbuza.nl of: www.minocw.nl).

Aanvragers kunnen dus voor dezelfde activiteit niet een beroep doen op èn de HGIS-Cultuurmiddelen bij het FONDS èn die van de HGIS-Cultuurcommissie.

1.2. Prioriteitslanden [Vervallen per 01-01-2007]

De te subsidiëren activiteiten vinden bij voorkeur plaats in de prioriteitslanden die zijn vastgesteld in het kader van het internationaal cultuurbeleid of met kunstenaars uit deze landen. Het gaat om de volgende landen: Canada, Egypte, Indonesië, Japan, Marokko, de Russische Federatie, Suriname, Turkije, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika en de huidige en toekomstige lidstaten van de Europese Unie, met een bijzondere aandacht voor: België (Vlaanderen), Duitsland, Estland, Frankrijk, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen, Slovenië, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk.

2. Welke plannen komen voor subsidiëring in aanmerking? [Vervallen per 01-01-2007]

Aanvragen kunnen betrekking hebben op onderstaande activiteiten:

2.1.. Gebundelde presentaties van concerten of eerder in Nederland vertoonde voorstellingen van professionele podiumkunstenaars, bij voorkeur in een prioriteitsland. [Vervallen per 01-01-2007]

Het gaat om in Nederland gevestigde professionele podiumkunstenaars, die op uitnodiging van een internationaal vermaard podium of evenement in het buitenland presentaties geven van artistiek waardevolle en voor de Nederlandse podiumkunsten representatieve concerten en/of eerder in Nederland vertoonde voorstellingen.

De bundeling dient meer te zijn dan de optelsom van de afzonderlijke presentaties.

Dat kan gerealiseerd worden door het vertonen van verschillende podiumkunstdisciplines vanuit een helder artistiek-inhoudelijk concept, of door het vertonen van verschillende vormen van een discipline op een zodanige manier dat een representatief beeld wordt gegeven van de kwaliteit en diversiteit van die discipline in Nederland. Bovendien gaat een gebundelde presentatie gepaard met een randprogramma van workshops, masterclasses en/of lezingen, die het getoonde plaatsen in de bredere context van de discipline(s) in Nederland en die de bezoekers aan de presentaties op een directe manier laten kennismaken met de totstandkoming van de getoonde producties.

De gebundelde presentatie dient ook in organisatorisch opzicht en qua pr-marketing gedegen te worden voorbereid. Het verdient dan ook aanbeveling met betrekking tot de organisatie (van het randprogramma) contact op te nemen met het betreffende sectorinstituut voor theater/dans en/of muziek.

Het FONDS wil zich actief inzetten op het onderdeel gebundelde presentaties. In overleg met de sectorinstellingen en de Stichting Internationale Culturele Activiteiten (SICA), zullen de HGIS bezoekersprogramma's bij de verwezenlijking van dit onderdeel van de subsidieregeling een belangrijk instrument vormen. Naast (meerjarig gesubsidieerde) groepen die een duidelijk internationaal beleid voeren, zal binnen de gebundelde presentaties - in samenspraak met de Nederlandse werkplaatsen en productiehuizen - ruimte gecreëerd worden voor 'nieuwkomers' op het internationale terrein.

2.2. Internationale samenwerkingsprojecten van professionele podiumkunstenaars die bij voorkeur gericht zijn op een prioriteitsland. [Vervallen per 01-01-2007]

Het gaat om in Nederland gevestigde professionele podiumkunstenaars, gezelschappen of ensembles, die met in het buitenland gevestigde kunstenaars, groepen en/of organisaties, werkzaam op het gebied van de professionele podiumkunsten, artistieke samenwerkingsverbanden aangaan. Aanvragen kunnen uitsluitend betrekking hebben op de door de Nederlandse partner(s) te maken kosten voor het ontwikkelen en/of uitvoeren van een project. Hierbij wordt in principe uitgegaan van een evenredige mate van financiering van het project door de buitenlandse partner(s). Het resultaat van de samenwerking dient in principe in Nederland én in het prioriteitsland te worden uitgevoerd.

Bij deze artistieke samenwerkingsverbanden moet sprake zijn van:

  • een gezamenlijk initiatief: het initiatief tot de samenwerking moet van beide (of alle) partners afkomstig zijn;

  • een gelijkwaardige inbreng: er dient een zekere mate van gelijkwaardigheid te bestaan met betrekking tot de artistieke inbreng van de samenwerkende partners;

  • een gelijkwaardig belang: de samenwerkingspartners moeten een enigszins gelijkwaardig artistiek belang hebben bij de samenwerking;

  • een stimulans of voorbeeldwerking: van een project dient een stimulans of voorbeeldwerking voor toekomstige internationale samenwerkingsverbanden uit te gaan.

Prioriteit zal worden gegeven aan projecten waarbij de samenwerkingspartners elkaar reeds kennen door middel van bijvoorbeeld internationale netwerken, of presentaties van voorstellingen of concerten in het buitenland en aldus een duidelijke ontstaansgeschiedenis kennen. Tevens dient er een duidelijk vooruitzicht te zijn op voortzetting van de samenwerking na afloop van het project, ook zonder continuering van de subsidie uit deze middelen.

Het Fonds gaat er met het oog op het belang van deze continuering vanuit dat voor projecten waarbij naast Nederland twee of meer andere landen betrokken zijn, door één van de betrokken partners bij het project tevens (meerjarig) subsidie zal worden aangevraagd bij de Europese Commissie in het kader van het Cultuur 2000 programma (zie ook: www.sicasica.nl ).

2.3. Bijzondere internationale presentaties en randprogrammering in Nederland op het terrein van de professionele podiumkunsten, bij voorkeur vanuit een prioriteitsland. [Vervallen per 01-01-2007]

Het Fonds wil de podia en festivals in Nederland stimuleren om in het verlengde van de bijzondere internationale programmering tevens een bijzondere randprogrammering te organiseren, die een kwalitatieve impuls zal geven aan de Nederlandse podiumkunsten.

Van bijzondere internationale presentaties in Nederland is sprake wanneer:

  • de te programmeren internationale voorstellingen en/of concerten van een dermate hoog artistiek niveau zijn dat deze zich onderscheiden van de andere (internationale) programma's van het podium;

  • de internationale voorstellingen en/of concerten in een tournee van minimaal vijf voorstellingen of concerten geprogrammeerd zijn en op meerdere Nederlandse podia in bij voorkeur meerdere steden te zien zijn;

  • een artistiek inhoudelijke samenhang/wisselwerking bestaat tussen de programmering van internationale en nationale professionele podiumkunstuitingen;

  • de betreffende bijzondere internationale programmering een voorbeeldwerking heeft voor de toekomstige internationale programmering van andere Nederlandse podia.

Van bijzondere randprogrammering is sprake wanneer:

  • buitenlandse experts (zoals regisseurs, choreografen, musici) internationale erkenning op hun vakgebied genieten;

  • buitenlandse experts betrokken zijn bij de bijzondere internationale programmering;

  • buitenlandse experts workshops, masterclasses, trainingen en/of lezingen verzorgen; (het gaat hier nadrukkelijk niet om regulier cursusaanbod met een open inschrijving voor individuele podiumkunstenaars);

  • van de bijdrage van buitenlandse experts naar verwachting een kwalitatieve impuls voor de Nederlandse podiumkunsten uitgaat;

  • het organiserende podium of festival ontvankelijk wil zijn voor die kwalitatieve impuls en daarom zorg draagt voor een zo groot mogelijke impact van de activiteit op de betrokken (sub)discipline(s).

Wanneer voor de te programmeren internationale voorstellingen en/of concerten reeds subsidie is verleend in het kader van de 'Regeling Festivals en Concoursen 2005' van het Fonds voor Podiumprogrammering en Marketing, is het niet mogelijk om hiervoor tevens subsidie aan te vragen bij het Fonds voor Amateurkunst en Podiumkunsten in het kader van de 'Regeling Internationalisering 2005-2006' .

3. Voor wie zijn de subsidies van de 'regeling internationalisering 2005-2006' bedoeld? [Vervallen per 01-01-2007]

Aanvragen in het kader van de 'Regeling Internationalisering 2005-2006' kunnen alleen worden ingediend door in Nederland gevestigde rechtspersonen.

4. Wat voor subsidie heeft het Fonds te bieden? [Vervallen per 01-01-2007]

Het Fonds financiert slechts een deel van het tekort op de projectbegroting, dat wil zeggen dat het een bijdrage levert in het tekort. Het Fonds gaat er van uit dat er ook andere inkomstenbronnen en financiers zijn.

Houdt u er rekening mee dat de hoogte van een subsidie pas definitief wordt vastgesteld op grond van de verantwoording van de subsidie. De subsidie kan evenwel nooit meer bedragen dan het verleende bedrag of het tekort volgens de verantwoording.

5. Wanneer subsidie aanvragen? [Vervallen per 01-01-2007]

Het plan waarvoor subsidie wordt aangevraagd begint niet later dan op 31 december 2006. Dit houdt in de praktijk in dat uw subsidieaanvraag uiterlijk 1 oktober 2006 door het Fonds ontvangen dient te zijn. Ontvangt het Fonds een aanvraag te laat, dan wordt deze niet in behandeling genomen.

Ook geldt het volgende:

Tot uiterlijk 13 weken voor aanvang van het project, dat wil zeggen voor vertrek naar het buitenland respectievelijk de start van de repetities of de start van de feitelijke activiteit, dient u uw aanvraag in te dienen. U ontvangt ongeveer 13 weken na indiening bericht of uw aanvraag al dan niet wordt gehonoreerd of de voorwaarden waaronder een reservering omgezet kan worden in een subsidieverlening.

6. Hoe een subsidie-aanvraag in te dienen? [Vervallen per 01-01-2007]

Voor het aanvragen van een subsidie kunt u op de website (www.fapk.nl onder 'Regeling Internationalisering 2005-2006') de benodigde formulieren en modellen downloaden.

7. Waarom honoreert het Fonds een aanvraag? [Vervallen per 01-01-2007]

De commissie beoordeelt aanvragen op basis van de volgende criteria:

7.1. Artistieke kwaliteit [Vervallen per 01-01-2007]

De drie kernbegrippen of subcriteria bij de beoordeling van de artistieke kwaliteit van een aanvraag zijn: vakmanschap, oorspronkelijkheid en zeggingskracht.

  • Vakmanschap

    De mate waarin de kunstenaar of het artistieke team aantoonbaar beschikt over de vaardigheden en het inzicht in de discipline of een mengvorm van disciplines om de thema's of het repertoire zodanig vorm te geven dat de persoonlijke fascinatie daarvoor zicht- en hoorbaar wordt. Voor de verschillende categorieën aanvragers (amateurkunstenaars, semi-professionele kunstenaars, professionele podiumkunstenaars) geldt een gradueel steeds hogere standaard. Een kunstvakopleiding is voor professionele kunstenaars niet doorslaggevend. Bij niet-westerse kunstuitingen, die een andere opleidingsstructuur kennen of bij nieuwe interculturele (meng)vormen wordt dit criterium gehanteerd binnen de eigen artistieke context.

  • Oorspronkelijkheid

    Dit criterium weegt bij projecten meestal het zwaarst van de drie. Is een project, hoe doortimmerd en vakmatig ook, er een van 'dertien-in-een-dozijn' of onderscheidt het zich? Die onderscheidende eigenschap kan tot uitdrukking komen in de keuze of samenstelling van het muziekrepertoire of in het thema voor een theater- of dansvoorstelling, maar ook in het regie-concept van bekend toneelrepertoire. De visie van de muzikaal leider, regisseur of choreograaf is hierin vaak bepalend. Is een plan oorspronkelijk, dan is het tevens een verrijking van het veelzijdige aanbod binnen een discipline.

  • Zeggingskracht

    Heeft het project waarvoor wordt aangevraagd een duidelijke relatie met het publiek waarvoor het wordt gemaakt? De communicatieve kracht is een intrinsiek deel van het artistieke plan. Die zit in het gekozen thema of stuk, de samenstelling van het muziekrepertoire, het choreografisch plan of regieconcept. De urgentie om een bepaald plan te realiseren, is een eerste aanwijzing van zijn zeggingskracht en komt vaak tot uitdrukking in de motivatie van de kunstenaar of van het artistieke team.

    In het verlengde van zeggingskracht liggen de wijze waarop het plan wordt uitgevoerd en de wijze waarop de communicatieve kracht die in het werk besloten ligt wordt gerealiseerd door middel van alle beschikbare middelen.

Elk plan wordt beoordeeld aan de hand van deze drie criteria. Wat het soortelijk gewicht is van elk van deze drie voor het uiteindelijke oordeel over de artistieke kwaliteit van het plan, zijn bijdrage aan de ontwikkeling van de (kwaliteit van de) discipline en aan de diversiteit van de (podium)kunsten, hangt samen met de aard en oorsprong en context van het plan.

7.2. Productionele kwaliteit [Vervallen per 01-01-2007]

Is de producent in staat (gebleken) de artistieke kwaliteit van een plan in productionele zin waar te maken?

7.3. Redelijkheid van de begroting [Vervallen per 01-01-2007]

Wordt de begroting redelijk geacht, is er sprake van een redelijke bijdrage in de kosten door andere financiers en staat het gevraagde subsidiebedrag in redelijke verhouding tot het voor dit doel beschikbare budget?

In het geval de commissie op basis van deze criteria over een aanvraag positief heeft geoordeeld gelden nog de volgende criteria:

  • Rendement

    Is er sprake van een redelijk rendement ten opzichte van het gevraagde subsidie door het te verwachten publieksbereik en de mogelijke media-aandacht?

  • Impact van de gebundelde presentatie

    Is er sprake van het presenteren van Nederlands repertoire en/of is er sprake van een interessant randprogramma waardoor het artistieke rendement toeneemt?

8. Overige bepalingen [Vervallen per 01-01-2007]

8.1. 'subsidieregeling 2005' [Vervallen per 01-01-2007]

Voor de overige bepalingen gelden de voorwaarden zoals beschreven in 'Subsidieregeling 2005' punten 9 en 10.

8.2. Overgangsbepaling [Vervallen per 01-01-2007]

Voor aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2005, maar waarop nog niet is beslist ten tijde van de inwerkingtreding van dit reglement, geldt hetgeen in deze aanvulling is bepaald.

8.3. Bekendmaking [Vervallen per 01-01-2007]

Deze deelregeling is gepubliceerd in de Staatscourant van 29 december 2004, nr. 252.

8.4. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-01-2007]

Deze regeling is van kracht met ingang van 1 januari 2005 en geldt tot en met 31 december 2006.

8.5. Wettelijk kader [Vervallen per 01-01-2007]

'Regeling Internationalisering 2005-2006' is vervat in de overeenkomst van opdracht met betrekking tot de 'Delegatie HGIS-Cultuurmiddelen 2005-2006', bekend onder activiteitennummer 11139, B054/04 bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

8.6. Slotbepaling [Vervallen per 01-01-2007]

In de gevallen waarin de Wet, de statuten van het Fonds, de subsidieregeling en/of de beschikking niet voorzien, beslist het bestuur van het Fonds.