Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen[Regeling vervallen per 01-04-2015.]

Geldend van 01-01-2010 t/m 30-07-2012

Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen

1. Inleiding [Vervallen per 01-04-2015]

1.1. Algemeen [Vervallen per 01-04-2015]

1.1.1. Doel circulaire [Vervallen per 01-04-2015]

Met deze circulaire maken de ministers van Verkeer en Waterstaat (VenW) en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de staatssecretaris van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) hun beleid bekend over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Sommige geadresseerden van deze circulaire vallen niet onder de verantwoordelijkheid van een van deze bewindspersonen. Hen wordt gevraagd om medewerking aan dit beleid te verlenen door bij besluitvorming die onder hun verantwoordelijkheid valt de veiligheidsbelangen overeenkomstig deze circulaire af te wegen. Hierbij gaat het om zowel vervoersbesluiten als omgevingsbesluiten.

Het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen was aanvankelijk gebaseerd op de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Dit beleid is inmiddels geëvalueerd. In de Nota vervoer gevaarlijke stoffen is naar deze resultaten verwezen.

In het Vierde Nationaal Milieu Beleidsplan (NMP-4) is een wettelijke verankering van de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen aangekondigd. Bij deze wettelijke verankering zullen de resultaten van voormelde evaluatie worden betrokken. Tot het moment van realisatie van deze verankering wordt in deze circulaire het beleid met betrekking tot risiconormering geoperationaliseerd en verduidelijkt. Daarmee treedt deze circulaire in de plaats van de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. De werkingsduur van deze circulaire loopt tot uiterlijk 31 juli 2012. Wanneer voornoemde wettelijke verankering wordt gerealiseerd, zal de circulaire echter worden ingetrokken.

1.1.2. Situaties in overeenstemming brengen met circulaire [Vervallen per 01-04-2015]

Met de inwerkingtreding van deze circulaire kan aan het licht komen dat in het verleden een andere interpretatie van de risicobenadering is aangehouden, dan op grond van de circulaire wordt aanbevolen. Het is zelfs mogelijk dat de risicobenadering helemaal niet is toegepast. In dergelijke situaties dient alles wat redelijkerwijs mogelijk is te worden gedaan om de ontstane situatie alsnog met deze circulaire in overeenstemming te brengen. In elk geval moet in overleg met alle betrokken bestuursorganen worden nagegaan op welke andere wijze de veiligheidssituatie geoptimaliseerd kan worden. Daarbij dient tevens aandacht te worden besteed aan de bestrijding van een onverhoopt incident en de mate waarin personen tijdig een veilig heenkomen kunnen zoeken.

1.2. Aansluiting bij Besluit externe veiligheid inrichtingen [Vervallen per 01-04-2015]

In deze circulaire is zoveel mogelijk aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Daarbij gaat het onder meer om:

  • De uitwerking van de normen voor het plaatsgebonden risico (voorheen: individueel risico) en de toepassing daarvan;

  • De wijze waarop met een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van het groepsrisico moet worden omgegaan;

  • Het betrekken van zelfredzaamheid en hulpverlening bij de afweging van het groepsrisico;

  • De vaststelling van een lijst van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

1.3. Toepassingsbereik van deze circulaire [Vervallen per 01-04-2015]

1.3.1. Vervoer vs inrichtingen [Vervallen per 01-04-2015]

In deze circulaire wordt de risicobenadering uitgewerkt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen valt niet binnen het toepassingsbereik. Dit betekent dat deze circulaire niet ziet op bijvoorbeeld stuwadoorsinrichtingen, terminals of emplacementen. Evenmin is hieronder het vervoer over de weg op andere dan openbare wegen begrepen. Als het gaat om binnenwateren is de circulaire van toepassing op die binnenwateren waarop ook de Binnenschepenwet of het Binnenvaart politiereglement van toepassing is.

1.3.2. Wat zijn gevaarlijke stoffen? [Vervallen per 01-04-2015]

Onder 'gevaarlijke stoffen' worden, met uitzondering van het vervoer door buisleidingen, die stoffen verstaan die in het kader van artikel 1, eerste lid, onderdeel b, sub 1 tot en met 9, van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (verder te noemen: WVGS) als gevaarlijk moeten worden beschouwd. Meer in het bijzonder zijn dit de stoffen, preparaten en voorwerpen1 die krachtens artikel 3 van de WVGS zijn aangewezen. Deze stoffen zijn te vinden in de bijlagen bij de verdragen die zijn gesloten voor de verschillende vervoermodaliteiten, te weten het ADR (wegvervoer)2, het ADNR (binnenvaart)3 en het RID (spoorvervoer)4. Deze bijlagen zijn tevens opgenomen als bijlage 1 bij de verschillende Nederlandse regelingen, te weten de Regeling vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG), de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen (VBG) en de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen (VSG).

Bij het vervoer door buisleidingen worden onder 'gevaarlijke stoffen' die stoffen verstaan die op grond van artikel 9.2.3.1, tweede lid, van de Wet milieubeheer moeten worden beschouwd als ontplofbaar, oxiderend, zeer licht ontvlambaar, licht ontvlambaar, zeer vergiftig of vergiftig.

In het kader van de risicobenadering zijn steeds die stoffen bepalend die een risico van een zwaar ongeval opleveren. Dit risico wordt in belangrijke mate bepaald door de schadelijke eigenschappen van de desbetreffende stof, de omvang van het transport en de kwetsbaarheid van de omgeving. Voorbeelden van schadelijke eigenschappen zijn giftigheid, brandbaarheid of explosiviteit. Veel voorkomende stoffen die deze eigenschappen bezitten zijn brandbare gassen (zoals propaan), brandbare vloeistoffen (zoals benzine) en giftige gassen (zoals ammoniak).

1.3.3. Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen [Vervallen per 01-04-2015]

Op 19 augustus 2009 heeft het kabinet het ontwerp-Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) toegezonden aan de Tweede Kamer. Dat ontwerpbesluit is op 28 augustus 2009 voorgepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2009, nr. 12819). Het ontwerpbesluit regelt onder meer de externe-veiligheidsaspecten van buisleidingen. Het externe-veiligheidsbeleid voor buisleidingen wordt daarmee in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. De regels in het ontwerpbesluit zijn gericht tot de exploitant van een buisleiding en het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening.

Op grond van het Bevb zal voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen de risicobenadering gaan gelden. Dit houdt in dat voorzien wordt in een basisveiligheidsniveau voor elke burger in de vorm van een grenswaarde en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico en dat een verantwoordingsplicht gaat gelden voor het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening ten aanzien van het groepsrisico.

De beleidsinformatie die is opgenomen in de circulaires voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is inmiddels verouderd. Het gaat hierbij om de circulaire ‘Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen' van 26 november 1984 en de circulaire ‘Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie' van 24 april 1991.

Ten aanzien van de veiligheidsafstanden die zijn opgenomen in deel E van het Structuurschema Buisleidingen (Kamerstukken II, 1984–1985, 17 375, nrs. 37–38) voor leidingstroken zal in de Structuurvisie buisleidingen een nader besluit worden genomen. Die structuurvisie wordt in 2010 verwacht.

1.3.4. Blootgestelde groepen [Vervallen per 01-04-2015]

Deze circulaire gaat alleen over de bescherming van personen die in de omgeving van infrastructuur verblijven. Zij heeft geen betrekking op de bescherming van verkeersdeelnemers, zoals bestuurders of reizigers. Deze maken deel uit van het risicoveroorzakende systeem: de infrastructuur met de daarop plaatsvindende vervoershandelingen. Hierop is gewoonlijk de term 'interne veiligheid' van toepassing. Overigens kunnen verkeersdeelnemers in het kader van de herziening van het groepsrisico wel in de afweging worden meegenomen. Hiervoor wordt verwezen naar de ‘Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico’ (uitgave november 2007) die door de Ministeries van BZK, VROM en VenW in samenwerking met de medeoverheden is opgesteld.

1.3.5. Overbouwen, overkappen en tunnels [Vervallen per 01-04-2015]

Bij beslissingen over ondertunneling of overkapping moet specifiek naar de externe en interne veiligheidssituatie worden gekeken. Als er sprake is van een EV probleem, dan zijn de risiconormen uit deze circulaire van toepassing. Er moet worden afgezien van het overbouwen van infrastructuur waarbij zonder enige extra bescherming werk- of woonfuncties boven de infrastructuur worden gerealiseerd, tenzij de betreffende objecten aan de normen in deze circulaire voldoen.

1.3.6. Letselschade [Vervallen per 01-04-2015]

Deze circulaire besteedt in kwantitatieve zin geen aandacht aan letselschade door ongevallen. Voor het in beeld brengen en beoordelen van dergelijke risico's zijn tot op heden geen of nauwelijks bruikbare instrumenten ontwikkeld. Omdat deze risico's wel van belang kunnen zijn, moeten ze in overleg met de verantwoordelijke diensten geïnventariseerd worden en bij ramp- en ongevalsbestrijding en hulpverlening worden betrokken.

1.4. Totstandkoming circulaire [Vervallen per 01-04-2015]

De nota RNVGS is destijds tot stand gekomen in overleg met een groot aantal betrokkenen. Dit waren onder andere de ministeries van BZK, en van Economische Zaken, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de DCMR Milieudienst Rijnmond, enkele gemeentes en het bedrijfsleven. Deze afstemming heeft geleid tot een breed draagvlak voor het in de nota RNVGS neergelegde beleid.

In grote lijnen is het beleid dat ten grondslag ligt aan deze circulaire niet gewijzigd ten opzichte van de nota RNVGS. Deze circulaire kan op instemming rekenen van de ministeries van BZK, van VROM, en van Economische Zaken en is afgestemd met vertegenwoordigers van het IPO en van de VNG. Ook vertegenwoordigers van het bedrijfsleven zijn betrokken bij de totstandkoming van de circulaire.

1.5. Leeswijzer [Vervallen per 01-04-2015]

In hoofdstuk 2 wordt allereerst ingegaan op het externe veiligheidsbeleid in het algemeen en het externe veiligheidsbeleid voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in het bijzonder dat zijn beslag heeft gekregen in de zogenaamde risicobenadering. In de hoofdstukken daarna worden achtereenvolgens de drie stappen van de risicobenadering uitgewerkt. Zo gaat hoofdstuk 3 in op de identificatie van risico's, besteedt hoofdstuk 4 aandacht aan de normstelling en de toetsing aan de normen en wordt in hoofdstuk 5 uiteengezet op welke wijze je de risico's kunt reduceren bij overschrijding van de risiconormen. In hoofdstuk 6 wordt tenslotte stilgestaan bij de toepassing van de risicobenadering bij onder andere vervoersbesluiten en omgevingsbesluiten.

2. Introductie van de risicobenadering [Vervallen per 01-04-2015]

2.1. Algemeen [Vervallen per 01-04-2015]

Het algemene rijksbeleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege:

  • a. het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen);

  • b. het transport van gevaarlijke stoffen (openbare wegen, water- en spoorwegen, buisleidingen);

  • c. het gebruik van luchthavens.

Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van degenen die niet bij de risicovolle activiteit zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico's kunnen lopen, zoals omwonenden.

Het beleid voor externe veiligheid is een onderdeel van het integraal veiligheidsbeleid dat valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van BZK. Dit integraal veiligheidsbeleid omvat pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg. De minister van VROM is belast met de interdepartementale coördinatie van het externe veiligheidsbeleid. De minister van VenW is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke stoffen.

2.2. Risicobenadering [Vervallen per 01-04-2015]

Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Op grond van de risicobenadering worden grenzen gesteld aan de risico's gelet op de kwetsbaarheid van de omgeving en vice versa. De toepassing van de risicobenadering heeft dus primair betrekking op de onderdelen pro-actie, de preventie en de preparatie van de veiligheidsketen. In deze circulaire wordt de risicobenadering verder uitgewerkt.

De risicobenadering bestaat uit vier onderdelen:

  • 1. identificatie van de risico's;

  • 2. risicoanalyse;

  • 3. toetsing van de risico's aan normen;

  • 4. risicoreductie en aspecten van zelfredzaamheid en hulpverlening.

Alvorens deze onderdelen verder toe te lichten, wordt eerst ingegaan op het begrip 'risico'.

2.3. Het begrip risico [Vervallen per 01-04-2015]

Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op de toetsing van risico's aan de norm, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op risicoreductie en aspecten van zelfredzaamheid en hulpverlening.

2.3.1. Plaatsgebonden risico [Vervallen per 01-04-2015]

Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij meestal geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De diverse niveaus van het plaatsgebonden risico worden geografisch weergegeven door zogenaamde iso-risicocontouren (lijnen) om de activiteit (infrastructuur of buisleiding). Daarbij verbindt elke lijn plaatsen in de omgeving van een risicovol object of een transportas met een even hoog plaatsgebonden risico.

Bijlage 148968.png

In de figuur is de iso-contour voor het plaatsgebonden risico van 10-6 en de iso-contour voor het plaatsgebonden risico van 10-7 weergegeven.

2.3.2. Groepsrisico [Vervallen per 01-04-2015]

Het groepsrisico is de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Het groepsrisico geeft de aandachtspunten op een transportroute aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de transportroute. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale het aantal doden logaritmisch is weergegeven. De volgende figuur illustreert dit.

Bijlage 148969.png

De kromme lijnen geven de verschillende 'externe veiligheidsscores' weer van bijvoorbeeld nieuwe infrastructuur of ruimtelijke ontwikkelingen. De rechte lijn geeft de oriëntatiewaarde (OW) van het groepsrisico weer. Aan de rechterkant van deze lijn is sprake van een overschrijding van deze oriëntatiewaarde.

3. Risicobenadering deel I: Identificatie van de risico's [Vervallen per 01-04-2015]

3.1. Algemeen [Vervallen per 01-04-2015]

Om te kunnen bepalen of het vervoer van gevaarlijke stoffen over een bepaalde route voldoet aan de externe veiligheidsnormen, moeten eerst het plaatsgebonden risico en het groepsrisico worden berekend. Om de risico's te kunnen berekenen zijn gegevens nodig over bijvoorbeeld vervoersstromen en ruimtelijke ontwikkelingen. Hierop wordt ingegaan in paragraaf 3.2.

Het is niet altijd nodig om hiervoor een gedetailleerde, tijdrovende en dure kwantitatieve risicoanalyse uit de voeren. In ‘Guidelines for Quantitative Risk Assessment’, uitgave december 2005 (PGS 3, het zogenaamde Paarse Boek) wordt van een specifiek routedeel aangegeven op welke drie wijzen het risiconiveau inzichtelijk kan worden gemaakt, waarbij de mate van nauwkeurigheid toeneemt:

  • 1. Een eerste indruk van de risiconiveaus kan worden verkregen aan de hand van de risicoatlassen, het Risico Register Gevaarlijke Situaties (RRGS) of door het aantal transportbewegingen per jaar te vergelijken met de drempelwaarden, de zogenoemde vuistregels. De vuistregels gelden alleen voor elementaire situaties. Als uit de verkeerssituatie of anderszins blijkt dat er geen sprake is van een elementaire situatie, dan moet worden doorgegaan naar stap 2.

  • 2. Als op basis van het voorgaande niet duidelijk is of er sprake is van een externe veiligheidsprobleem, dan kan het risico op betrekkelijk eenvoudige manier worden ingeschat met behulp van het risicoberekeningsprogramma RBMII (zie www.rbmii.nl);

  • 3. De RBMII is een gestandaardiseerde kwantitatieve risicoanalyse. Als deze onvoldoende uitsluitsel biedt, dient in overleg met betrokken bestuursorganen een meer op de situatie toegesneden kwantitatieve risicoanalyse worden toegepast. Hierbij kunnen de kennisinstituten op het gebied van externe veiligheid worden geraadpleegd.

Zoals gezegd, moet voorafgaand hieraan informatie worden verzameld om mogelijke risico's te kunnen identificeren5. Hierop wordt nu ingegaan.

3.2. Gegevensverzameling [Vervallen per 01-04-2015]

Om de verschillende stappen van risico-identificatie te doorlopen, moet informatie worden verzameld over vervoersstromen, ruimtelijke ontwikkelingen en risico's.

3.2.1. Welke informatie is nodig? [Vervallen per 01-04-2015]

Bij nieuwe infrastructuur en ruimtelijke ontwikkelingen zijn gegevens nodig over te verwachten vervoerstromen en bevolkingsdichtheden. Bij bestaande situaties gaat het vooral om gegevens over huidige vervoersstromen en bevolkingsdichtheden. Dat neemt niet weg dat ook bij bestaande situaties rekening moet worden gehouden met toekomstige ontwikkelingen. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om redelijkerwijs te voorziene veranderingen in vervoersstromen en/of bevolkingsdichtheden. Hierbij kan in principe worden uitgegaan van een periode van tien jaar. Soms is het echter nodig om verder vooruit te kijken, denk bijvoorbeeld aan het eindbeeldonderzoek van ROBEL (2020). Daarnaast dient altijd rekening te worden gehouden met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen waarvan de realisatie voldoende aannemelijk is. Daarbij kan het zowel gaan om relevante nieuwe bedrijvigheid in de nabijheid van een route of om woningbouw.

Gegevens over de kans op ongevallen hebben veelal betrekking op de verkeersveiligheid. Gegevens over effecten hebben bijvoorbeeld betrekking op de uitvoering van infrastructuur en de kwetsbaarheid van de omgeving. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de aanwezigheid van (beperkt) kwetsbare objecten en in de bevolkingsdichtheid, maar bijvoorbeeld ook in reeds van kracht zijnde, maar nog niet gerealiseerde bestemmingen die de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten6 mogelijk maken.

3.2.2. Waar kun je de informatie krijgen? [Vervallen per 01-04-2015]

Over de aard en omvang van huidige en toekomstige vervoersstromen, ruimtelijke ontwikkelingen, de infrastructuur en de kans en effecten van eventuele ongevallen zijn reeds veel gegevens beschikbaar.

Voor gegevens over: Kun je terecht bij7:

De aard en omvang van huidige en toekomstige vervoersstromen

Risicoatlassen Ministerie van Verkeer en Waterstaat, provincies RRGS, RIVM

Rijksinfrastructuur

Regionale directies en de Dienst Verkeer en Scheepvaart van Rijkswaterstaat

Vervoer per spoor

Prorail

Overige infrastructuur

De desbetreffende infrabeheerder

De aard van de in buisleidingen vervoerde gevaarlijke stoffen en de daaraan verbonden risico’s

De beheerder/eigenaar van de buisleiding

De omgeving: (beperkt) kwetsbare objecten, ruimtelijke ontwikkelingen en bevolkingsdichtheden

Gemeenten

Indien de benodigde gegevens over de aard en omvang van vervoersstromen niet of onvoldoende beschikbaar zijn of als de gegevens niet meer actueel of te weinig gedetailleerd zijn, dan moeten deze alsnog worden geïnventariseerd, bijvoorbeeld door het houden van tellingen. Informatie hierover is verkrijgbaar bij Rijkswaterstaat. Tellingen worden hoofdzakelijk bij het wegvervoer verricht.

In beginsel wordt aangenomen dat gegevens over vervoersstromen die ouder zijn dan vijf jaar, niet meer actueel zijn. Dit sluit aan bij ons advies de externe veiligheidsrisico's elke vijf jaar tegen het licht te houden en biedt tevens de mogelijkheid het externe veiligheidsbeleid te monitoren (zie paragraaf 6.2).

Om ook een goed beeld van ruimtelijke ontwikkelingen te hebben is het van belang dat bestemmingsplannen actueel zijn, dat wil zeggen niet ouder dan tien jaar.

3.3. Eerste indruk van de risico's [Vervallen per 01-04-2015]

Een eerste indruk van de risico's kan worden verkregen aan de hand van de risicoatlassen die in opdracht van het ministerie van VenW zijn opgesteld en verwerkt zullen worden in het RRGS. Als er geen actuele risicoatlas beschikbaar is, dan kan een algemeen beeld van de risico's worden verkregen door vervoersstromen te vergelijken met de zogenaamde vuistregels. Deze vuistregels zijn vastgelegd in deel 2, hoofdstuk 1, van de 'Guidelines for quantitative risk assessment', het zogenaamde Paarse Boek, dat verkrijgbaar is bij de SDU Uitgeverij. De vuistregels vinden hun oorsprong in de Handreiking externe veiligheid vervoer gevaarlijke stoffen die in opdracht van onder andere de ministeries van VROM en VenW door de VNG is uitgegeven in 1998. De Handreiking is te vinden op de internetsite van het ministerie van VenW (www.minvenw.nl). De Handreiking zal nog worden geactualiseerd naar aanleiding van deze circulaire.

Om de vuistregels te kunnen toepassen zijn gegevens over aard en omvang van de vervoerstromen nodig. Deze zijn verkrijgbaar bij de in paragraaf 3.2.2 genoemde instanties.

Indien het (geprognosticeerde) aantal transportbewegingen per jaar op een route lager is dan de in het Paarse Boek vermelde drempelwaarden, is het niet noodzakelijk het externe veiligheidsrisico te kwantificeren. In die gevallen bestaat er formeel gezien geen extern veiligheidsprobleem, ofschoon altijd de kans aanwezig is dat er ongevallen plaatsvinden waarbij gevaarlijke stoffen vrijkomen. Indien de drempelwaarden worden overschreden of in de specifieke situatie niet van toepassing zijn, dient het risico te worden gekwantificeerd. In de volgende paragraaf wordt nader hierop ingegaan.

Let op: de vuistregels gelden alleen voor elementaire situaties. Als uit de verkeerssituatie of anderszins blijkt dat er geen sprake is van een elementaire situatie, dan moet het externe veiligheidsrisico gekwantificeerd worden (zie paragraaf 3.4).

3.4. Algemene kwantitatieve risicoanalyse [Vervallen per 01-04-2015]

Indien de gegevens in de risicoatlassen of de toepassing van de vuistregels leiden tot een vermoeden of zekerheid van een situatie waarbij externe veiligheid van belang is, dient de initiatiefnemer het risico met behulp van een specifiek rekenprogramma te kwantificeren. Voor betrekkelijk eenvoudige situaties is het rekenprogramma RBMII geschikt.

In aanvulling op het BEVI onderzoekt VROM de mogelijkheden om te komen tot een unificatie van de rekenmodellen. Kan er één model worden aangewezen om alle risicoberekeningen mee uit te voeren? Ook voor het vervoer van gevaarlijke stoffen kan worden bezien of dit wenselijk is.

3.5. Specifieke kwantitatieve risicoanalyse [Vervallen per 01-04-2015]

De gestandaardiseerde risicoberekeningmethodiek is niet voor alle situaties onverkort toepasbaar. Bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld van plaatselijke aard, kunnen naast andere overwegingen aanleiding zijn voor het uitvoeren van een specifieke risicoanalyse die meer op de situatie is toegesneden. Hierbij kan gedacht worden aan een verdiepte wegligging of een overkapping van een weg die geen absolute maar wel enigszins bescherming biedt voor de omgeving.

Bij deze risicoanalyses dient gebruik te worden gemaakt van het Paarse Boek. Voor de berekening van de invloed van de blootstelling aan toxische stoffen, warmtestraling en overdruk op de mens wordt verwezen naar ‘Methoden voor het bepalen van mogelijke schade’, uitgave maart 2005 (PGS 1, het zogenaamde Groene Boek). De modellen waarmee de uitstroming en de verspreiding van gevaarlijke stoffen in de omgeving kan worden bepaald, zijn opgenomen in ‘Methods for the calculation of physical effects’, uitgave 2005 (PGS 2, het zogenaamde Gele Boek). Voor meer specifieke situaties zoals de verspreiding van een giftige stof door een verdiepte ligging kunnen aparte studies worden geraadpleegd8. Voor het bepalen van de kans op het optreden van bepaalde ongevalsscenario's kunnen 'Methods for determining and processing probabilities'geraadpleegd worden, het zogenaamde Rode Boek (PGS 4, uitgave december 2005). Deze boeken zijn verkrijgbaar bij de SDU Uitgeverij.

Alvorens over te gaan op een specifieke risicoanalyse dient overleg plaats te vinden met de andere betrokken bestuursorganen waaronder de beheerders van infrastructuur zoals Rijkswaterstaat en Prorail. Als de gestandaardiseerde risicoberekeningmethodiek niet toereikend is, kunnen ook de kennisinstituten op het gebied van externe veiligheid geraadpleegd worden. Hierbij gaat het om het Centrum voor Externe Veiligheid en Vuurwerk (CEV) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Bouwdienst (BWD) en de Dienst Verkeer en Scheepvaart (DVS) van Rijkswaterstaat.

3.6. Vragen over de berekeningen van de risico's [Vervallen per 01-04-2015]

In de praktijk kunnen vragen rijzen over de berekeningen van risico's. De volgende tabel geeft aan voor welk type vragen men bij welke instanties terecht kan.

Vragen over: Kennisinstituut9:

Te gebruiken modellen voor de berekening van de effecten en de schade

Bouwdienst, Rijkswaterstaat

 

CEV

Wetenschappelijke onderwerpen of complexe situaties

CEV

Vervoersspecifieke kansschattingen

DVS

Rekenprotocollen kunnen ervoor zorgen dat alleen enkele complexe risicosituaties aan de kennisinstituten hoeven te worden voorgelegd. Dergelijke rekenprotocollen worden opgesteld voor elke vervoersmodaliteit.

4. Risicobenadering deel II: De normstelling en toetsing aan de normen [Vervallen per 01-04-2015]

4.1. Definities [Vervallen per 01-04-2015]

Bij de normstelling voor het plaatsgebonden risico en het gebruik van het groepsrisico zijn de volgende definities van belang:

  • a. Vervoersbesluit: besluit als bedoeld in paragraaf 6.1.1 ten aanzien waarvan de risicobenadering wordt toegepast.

  • b. omgevingsbesluit: besluit als bedoeld in paragraaf 6.1.2 ten aanzien waarvan de risicobenadering wordt toegepast.

  • c. kwetsbaar object: object opgenomen in bijlage 2 van deze circulaire.

  • d. beperkt kwetsbaar object: object opgenomen van bij bijlage 2 van deze circulaire.

  • e. geprojecteerd kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object: nog niet aanwezig kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object dat op grond van het voor het betrokken gebied geldende bestemmingsplan toelaatbaar is.

  • f. infrastructuur: een openbare weg, een openbaar binnenwater, een buisleiding of een spoorweg gelegen buiten het terrein van een inrichting. Als het gaat om een spoorweg op een emplacement dat onderdeel is van het landelijke spoornet, dan valt een doorgaand transport eveneens onder deze definitie.

4.2. Normen voor het plaatsgebonden risico [Vervallen per 01-04-2015]

In de volgende tabel wordt weergegeven welke normen voor het plaatsgebonden risico op de verschillende situaties van toepassing zijn.

    Vervoersbesluit Omgevingsbesluit
Bestaande situatie  

Grenswaarde PR 10-5

Grenswaarde PR 10-5

   

Streven naar PR 10-6

Streven naar PR 10-6

Nieuwe situatie Kwetsbaar

Grenswaarde PR 10-6

Grenswaarde PR 10-6

  Beperkt kwetsbaar

Richtwaarde PR 10-6

Richtwaarde PR 10-6

4.2.1. Grenswaardes en richtwaardes [Vervallen per 01-04-2015]

Zoals in de inleiding is aangegeven, sluit deze circulaire voor onder andere de aard van de normstelling aan bij de systematiek van het BEVI. In het Besluit wordt voor de kwaliteitseisen voor het plaatsgebonden risico onderscheid gemaakt tussen grenswaarden en richtwaarden. Deze begrippen worden in de Wet milieubeheer als volgt gedefinieerd:

  • 'Een grenswaarde geeft de kwaliteit aan die op het in de maatregel aangegeven tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste moet worden instandgehouden.'

  • 'Een richtwaarde geeft de kwaliteit aan die op het in de maatregel aangegeven tijdstip zoveel mogelijk moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, zoveel mogelijk moet worden instandgehouden.'

Dit komt erop neer dat grenswaarden bij de uitoefening van een aangewezen wettelijke bevoegdheid in acht moeten worden genomen, terwijl met richtwaarden zoveel mogelijk rekening moet worden gehouden.

Het onderscheid tussen grenswaarden en richtwaarden wordt in deze circulaire aangehouden met betrekking tot kwetsbare objecten enerzijds en beperkt kwetsbare objecten anderzijds. Dit onderscheid heeft dus betrekking op de geadviseerde 'hardheid' van de besluitvorming.

4.2.2. Bestaande en nieuwe situaties [Vervallen per 01-04-2015]

Er is niet alleen onderscheid tussen grenswaarden en richtwaarden, maar ook in de hoogte van de normen voor het plaatsgebonden risico tussen bestaande en nieuwe situaties. Op dit punt volgt de circulaire de nota RNVGS in plaats van het BEVI.Ook dit onderscheid heeft betrekking op de geadviseerde 'hardheid' van de besluitvorming.

Onder bestaande situaties wordt verstaan:

  • voor de transportroute:

    • o bestaande transportstroom

  • voor de omgeving van de transportroute:

    • o bij vigerend bestemmingsplan: ontwikkelingen waarin het plan voorziet;

    • o indien er geen vigerend bestemmingsplan is: fysiek aanwezige situatie;

    • o vervangende nieuwbouw.

Onder nieuwe situaties wordt verstaan:

  • voor de transportroute:

    • o een nieuwe route;

    • o een significante wijziging van de transportstroom op een bestaande route.

  • punt voor de omgeving van de transportroute:

    • o bij vigerend bestemmingsplan: ontwikkelingen waarin het plan niet voorziet;

    • o indien er geen vigerend bestemmingsplan is: elk nieuwbouwinitiatief dat geen vervangende nieuwbouw is.

In bestaande situaties mag het plaatsgebonden risico nooit groter zijn dan 10-5 in het gebied rondom de infrastructuur, de buisleiding en de krachtens wettelijk voorschrift of zakelijk recht direct daaraan verbonden zone als daarin kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten aanwezig zijn.

Indien het plaatsgebonden risico in het gebied waarin een (geprojecteerd) kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object is gelegen, hoger is dan 10-6, dan dient naar een vermindering van het risico te worden gestreefd10. Dit kan tot uitdrukking worden gebracht in bijvoorbeeld strategische besluitvorming van vervoerseconomische of planologische aard.

4.2.3. Afwijken van de normen [Vervallen per 01-04-2015]

Grenswaardes [Vervallen per 01-04-2015]

In navolging van de nota RNVGS kunnen er bijzondere omstandigheden zijn waarbij het bevoegd gezag op basis van een integrale belangenafweging van grenswaardes kan afwijken. Dit besluit moet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de betrokken ministers die dit in overleg met betrokken partijen zullen beoordelen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het gaat om:

  • een voor een stad of regio zeer belangrijke ruimtelijke ontwikkeling;

  • een situatie waarin er niet meer zou kunnen worden vervoerd;

  • een situatie waarbij door toepassing van de normen de externe veiligheidsproblematiek elders (sterk) toeneemt.

Richtwaardes [Vervallen per 01-04-2015]

Afwijking van een richtwaarde is bij alle beperkt kwetsbare objecten mogelijk vanwege zwaarwegende belangen op het gebied van vervoer, ruimtelijke ordening en economie (verder te noemen: gewichtige redenen). Afwijking is tevens toegestaan bij het opvullen van kleine open gaten in bestaand stedelijk gebied of vervangende nieuwbouw in het kader van de herstructurering van stedelijk gebied.

Afwijking is primair een verantwoordelijkheid van het ter zake van een besluit aangewezen bevoegde gezag. Daarbij dient voorafgaand overleg met alle betrokken bestuursorganen plaats te vinden. In de motivering bij het betrokken besluit moet worden aangegeven waarom wordt afgeweken van de norm.

4.2.4. Tijdelijk afwijken van de normen: anticipatieregel [Vervallen per 01-04-2015]

Als op termijn door bepaalde ontwikkelingen de veiligheidssituatie zal verbeteren, kan tijdelijk worden afgeweken van de normen voor het plaatsgebonden risico. Het gaat dan om ontwikkelingen zoals verplaatsing of aanleg van infrastructuur of uit andere hoofde ingezette sanering van bebouwing. Het anticiperen op de verbetering van de veiligheidssituatie mag alleen plaatsvinden voor ontwikkelingen waarvan is vastgelegd dat zij binnen vijf jaar worden gerealiseerd.

4.2.5. Overschrijding van een norm ten tijde van inwerkingtreding van deze circulaire [Vervallen per 01-04-2015]

Indien bij de inwerkingtreding van deze circulaire het vastgestelde plaatsgebonden risico groter is dan 10-6, dient het standstillbeginsel te worden toegepast. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico in ieder geval niet verder mag toenemen en moet naar een vermindering van het risico worden gestreefd.

4.3. De beoordeling van het groepsrisico [Vervallen per 01-04-2015]

De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is per transportsegment gemeten per kilometer en per jaar:

  • 10-4 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers;

  • 10-6 voor een ongeval met ten minste 100 slachtoffers;

  • 10-8 voor een ongeval met ten minste 1000 slachtoffers;

  • enz. (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde).

Bij de toetsing moet worden bezien of de kans per kilometer route of tracé op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan bovengenoemde oriëntatiewaarden. Deze oriëntatiewaarden gelden in alle situaties, dus voor zowel vervoersbesluiten als omgevingsbesluiten en in zowel bestaande als nieuwe situaties.

Bij een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of een toename van het groepsrisico, moeten beslissingsbevoegde overheden het groepsrisico betrekken bij de vaststelling van het vervoersbesluit of omgevingsbesluit. Dit is in het bijzonder van belang in verband met aspecten van zelfredzaamheid en hulpverlening.

Er moet altijd worden nagegaan of door het treffen van maatregelen niet alsnog aan de oriëntatiewaarde kan worden voldaan of dat de toename van het groepsrisico niet kan worden verminderd11. Als dit niet mogelijk blijkt te zijn, dan dient in overleg met betrokken overheden te worden gestreefd naar een zo laag mogelijk risico uit hoofde van het ALARA-beginsel (As Low As Reasonably Achievable).

Over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van het groepsrisico moet verantwoording worden afgelegd. Het betrokken bestuursorgaan moet, al dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen, zijn afgewogen. Daarbij moet steeds in overleg worden getreden met andere betrokken overheden over de te volgen aanpak. Het bestuur van de veiligheidsregio of – indien nog geen veiligheidsregio is gevormd – het bestuur van de regionale brandweer dient in de gelegenheid te worden gesteld advies uit te brengen over het groepsrisico, de zelfredzaamheid en de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval.

In de motivering bij het betrokken besluit moeten de volgende gegevens worden opgenomen:

  • het groepsrisico;

  • indien van toepassing: het eerder vastgestelde groepsrisico;

  • een aanduiding van het invloedsgebied12;

  • de aanwezige dichtheid van personen en de in de toekomst redelijkerwijs voorzienbare dichtheid per hectare in dit invloedsgebied;

  • een aanduiding van de vervoersstromen, in termen van de aard en de omvang van gevaarlijke stoffen die specifiek bijdragen aan de overschrijding van de oriëntatiewaarde, alsmede een aanduiding in hoofdlijnen van de bijdrage van de verschillende transportstromen aan het groepsrisico;

  • een aanduiding van de redelijkerwijs voorzienbare vervoerstromen in de toekomst (periode van tien jaar) met in begrip van een aanduiding van de invloed daarvan op het groepsrisico;

  • de bijdrage in hoofdlijnen van de aanwezige en van de redelijkerwijs voorzienbare toekomstige (periode van tien jaar) (beperkt) kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico;

  • de mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico, zowel nu als in de toekomst (periode van tien jaar), met betrekking tot het vervoer en de ruimtelijke ontwikkelingen en de voor- en nadelen hiervan;

  • de mogelijkheden van de voorbereiding op de bestrijding van en de beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval als bedoeld in artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallen;

  • de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de route of het tracé om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.

Ten behoeve van de verantwoording hebben de Ministeries van BZK, VROM en VenW in samenwerking met de medeoverheden een ‘Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico’ opgesteld, waarin ook de elementen zelfredzaamheid en hulpverlening zijn opgenomen.

5. Risicobenadering deel III: Risicoreductie bij overschrijding normen [Vervallen per 01-04-2015]

5.1. Wanneer zijn maatregelen nodig [Vervallen per 01-04-2015]

Bij overschrijding van de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico zijn in beginsel altijd risicoreducerende maatregelen nodig. Bij overschrijding van de richtwaarden voor het plaatsgebonden risico moet eveneens gestreefd worden naar risicoreductie. Hier is echter geen sprake van een resultaatsverplichting. Ook bij overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of een toename van het groepsrisico moet worden nagegaan of risicoreducerende maatregelen genomen kunnen worden. In paragraaf 5.3 wordt beschreven wie welke maatregel moet nemen.

Bij het nemen van maatregelen voor het verminderen van het groepsrisico moet worden uitgegaan van een integrale benadering van de problematiek van externe veiligheid. Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met de diverse factoren die bijdragen aan een geconstateerde overschrijding van de normen van het groepsrisico. Dit houdt in dat niet alleen moet worden gekeken naar het vervoer, het verkeer, de infrastructuur of de ruimtelijke ordening, maar ook naar de mogelijkheden voor hulpverlening en zelfredzaamheid. Vooral in verband met de zelfredzaamheid en de hulpverlening kan het van belang zijn de secundaire effecten (bijvoorbeeld gevaar van instorting) en de potentiële aard en omvang van de effecten (aantal gewonden en aard van de verwondingen) van een ongeval in beschouwing te nemen.

Ook de beoordeling of en zo ja, welke groepsrisicoverminderende maatregelen moeten worden getroffen, moet integraal plaatsvinden. Daarbij moet niet alleen rekening worden gehouden met de kosten van die maatregelen, maar ook moeten de maatschappelijke baten van die maatregelen in beschouwing worden genomen. Dit houdt in dat niet alleen rekening moet worden gehouden met de bijdrage van de activiteit aan de Nederlandse economie, maar ook met de baten die verbonden zijn aan het treffen van maatregelen, denk bijvoorbeeld aan een vergroting van de mogelijkheden van het ruimtegebruik. Bij de maatschappelijke kosten gaat het om de kosten van het indirect ruimtegebruik en de maatregelen die op kosten van de overheid moeten worden gerealiseerd om dat ruimtegebruik te minimaliseren. Bij de afweging kan gebruik worden gemaakt van de ‘Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico'.

Als het niet mogelijk blijkt te zijn risicoreducerende maatregelen te treffen, dan dient te worden gestreefd naar een zo laag mogelijk risico uit hoofde van het ALARA-beginsel (As Low As Reasonably Achievable).

Zoals in de vorige paragraaf is toegelicht moet over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of toename van het groepsrisico verantwoording worden afgelegd.

5.2. Welke maatregelen kunnen worden getroffen [Vervallen per 01-04-2015]

Risicoreducerende maatregelen zijn onder te verdelen in bron- en effectgerichte maatregelen of een combinatie daarvan13. Bij vervoersbesluiten moeten in beginsel maatregelen aan de bron worden getroffen. Daarbij kan het ook gaan om maatregelen die door aanpassingen in de omgeving de consequenties van een mogelijk ongeval beperken, zogenaamde maatregelen in de sfeer van de overdracht.

5.2.1. Brongerichte maatregelen [Vervallen per 01-04-2015]

Brongerichte maatregelen zijn maatregelen ten aanzien van het vervoer los van de (inter)nationale specifieke regels die gelden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij kan worden gedacht aan:

  • een besluit tot vaststelling van een route voor gevaarlijke stoffen op grond van hoofdstuk III van de WVGS;

  • verkeersmaatregelen zoals snelheidsbeperking, verkeersbegeleiding, railgeleiding, scheiding van verkeersstromen, beveiliging van kruisingen en verbetering van infrastructuur;

  • maatregelen in de sfeer van het vestigingsbeleid, veiligheidsmanagement en transportbesparing.

Beperkingen aan het treffen van brongerichte maatregelen [Vervallen per 01-04-2015]

De regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen heeft een overwegend internationale grondslag. Dit kan de mogelijkheden tot het treffen van aanvullende maatregelen op nationaal niveau beperken. Dit geldt in het bijzonder voor de mogelijkheden tot het stellen van beperkingen of aanvullende eisen aan het vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook bij het routeren van het vervoer van gevaarlijke stoffen dient het internationale aspect in de gaten te worden gehouden. Verkeersmaatregelen en maatregelen in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen voor het scheepvaartverkeer op de Rijn, de Lek en de Waal, worden genomen door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart te Straatsburg. Dit volgt uit de Akte van Mannheim die rechtstreeks doorwerkt in de Nederlandse rechtsorde.

Ook op nationaal niveau kunnen beperkingen van juridische aard aan de orde zijn, bijvoorbeeld op grond van de Wegenverkeerswet. Aan een verkeersmaatregel zal in bepaalde gevallen naast een externe veiligheidsbelang, ook een verkeersveiligheidsbelang ten grondslag moeten liggen.

5.2.2. Maatregelen in de sfeer van de overdracht [Vervallen per 01-04-2015]

Soms zijn ook maatregelen in de sfeer van de overdracht mogelijk zoals bepaalde overkapping- of tunnelconstructies. Deze kunnen de gevolgen van een eventueel ongeval in de omgeving beperken. Bij dit type maatregelen moeten echter wel de gevolgen voor de veiligheid van verkeersdeelnemers (interne veiligheid) betrokken worden. Daarmee wordt aangesloten bij het advies van Raad van Verkeer en Waterstaat en de VROM-Raad 'Verantwoorde risico's, veilige ruimte'14.

5.2.3. Effectgerichte maatregelen [Vervallen per 01-04-2015]

Bij effectgerichte maatregelen gaat het onder andere om beperkingen aan ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van een bestaande transportroute voor gevaarlijke stoffen. Het kan gaan om een plaatsgebonden, maar ook om generieke beperking. Van een generieke beperking is sprake indien de beperkingen gelden langs de gehele transportroute of een belangrijk deel daarvan. Een voorbeeld van een generieke beperking doet zich voor bij het ondergronds transport van aardgas en brandbare vloeistoffen waarvoor een vaste set van veiligheidszones is afgesproken.

Er hoeven in principe geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Dit laat onverlet dat bestuursorganen in verband met de mogelijke effecten van een ongeval met gevaarlijke stoffen, die soms verder reiken dan de genoemde 200 meter, wel andere maatregelen kunnen overwegen. Indien nodig moeten bij de overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico (mede) als gevolg van de kwetsbaarheid van de omgeving buiten dit gebied, wel andere beperkingen worden getroffen. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om maatregelen in de sfeer van de zelfredzaamheid van de bevolking, zoals het belang van goede vluchtwegen, slimme bouwvoorschriften en specifieke voorlichting. Dergelijke maatregelen kunnen overigens ook aan de orde zijn als er geen sprake is van een overschrijding van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico.

5.3. Wie neemt welke maatregel [Vervallen per 01-04-2015]

Als uitvloeisel van het beginsel 'de veroorzaker betaalt', moeten maatregelen worden getroffen door degene die de risico's veroorzaakt dan wel doet vergroten. Dit geldt zowel in nieuwe als bestaande situaties. Indien de toename van risico's worden veroorzaakt door ontwikkelingen verband houdend met het vervoer, dan rust de plicht tot vermindering van de risico's aan de vervoerskant. Is de overschrijding van de norm voor het plaatsgebonden risico veroorzaakt door ontwikkelingen van planologische aard, dan moet de oplossing voor het verminderen van het risico vooral worden gevonden door het bestuursorgaan dat de meeste verantwoordelijkheid voor de bouwontwikkelingen draagt.

6. Toepassing risicobenadering [Vervallen per 01-04-2015]

6.1. Toepassing risicobenadering bij besluitvorming [Vervallen per 01-04-2015]

Toepassing van de risicobenadering vindt plaats bij zowel vervoersbesluiten als omgevingsbesluiten.

6.1.1. Vervoersbesluiten [Vervallen per 01-04-2015]

De toepassing van de risicobenadering dient plaats te vinden bij besluiten op grond van:

  • a. hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage 1994 in verband met de aanleg van bepaalde infrastructuur of buisleidingen;

  • b. een besluit op grond van de Tracéwet;

  • c. de vaststelling van een tracé anders dan op grond van de Tracéwet, zoals op grond van verordeningen vanwege een provincie, gemeente of waterschap;

  • d. de vaststelling van een wegaanpassingsbesluit op grond van de Spoedwet wegverbreding;

  • e. de vaststelling van een besluit tot verandering of aanpassing van een weg anders dan op grond van de Tracéwet, bijvoorbeeld op grond van een verordening vanwege een provincie, gemeente of waterschap;

  • f. de wet beheer rijkswaterstaatswerken en artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet in verband met het daarover brengen van kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten;

  • g. de Spoorwegwet in verband met het naast of boven de hoofdspoorweg oprichten of aanbrengen van kwetsbare objecten of beperkt kwetsbare objecten zijnde bouwwerken, andere opstallen of werken;

  • h. de Wet vervoer gevaarlijke stoffen in het kader van de vaststelling van een bepaalde routeringsregeling voor het vervoer van gevaarlijke stoffen;

  • i. artikel 95 van het Mijnbouwbesluit in verband met een, al dan niet in overeenstemming met de minister van Defensie of de minister van VenW door de minister van Economische Zaken te verlenen vergunning voor het aanleggen van een pijpleiding dan wel artikel10. 1 of 10.2 van de Mijnbouwregeling juncto 6.3 van NEN 3650 in verband met de te stellen eisen aan de eigenschappen, aanleg, ligging en het onderhoud van een pijpleiding;

  • j. een op voordracht van de Minister van VROM door de Kroon te verlenen concessie op grond van artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht of Belemmeringenwet Verordeningen ter zake van de vaststelling van een tracé voor de aanleg of in gebruik name van een buisleiding dan wel een te verlenen beschikking op grond van een provinciale of andersoortige verordening voor de aanleg of in gebruik name of het gebruik van een buisleiding;

  • k. titel 8.1 van de Wet milieubeheer, in verband met de beperking van de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van goederen van en naar de inrichting (in de onmiddellijke omgeving van de inrichting).

Deze opsomming heeft betrekking op de uitoefening van bevoegdheden in verband met te treffen maatregelen aan de 'bron'. Dat deze opsomming zo uitgebreid is hangt samen met de eigen structuur van de regelgeving voor verkeer en vervoer. Deze is gericht op afzonderlijke onderwerpen (aanleg en gebruik van infrastructuur, verkeer en vervoer) en op afzonderlijke modaliteiten.

Overigens is deze opsomming niet limitatief. Ook bij andere vormen van besluitvorming, zoals de verkeersregelgeving, kan (een deel van) de risicobenadering worden toegepast. Daarnaast kunnen met de toepassing van de risicobenadering verkregen gegevens ook worden gebruikt in het kader van de informatieplicht van gemeenten naar burgers. Deze informatieplicht is neergelegd in het Besluit informatie inzake rampen en zware ongevallen op grond van de Wet rampen en zware ongevallen.

6.1.2. Omgevingsbesluiten [Vervallen per 01-04-2015]

Toepassing van de risicobenadering moet plaatsvinden bij de volgende besluiten:

Ook deze opsomming is niet limitatief.

6.1.3. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rondom Basisnet Weg en Basisnet Water [Vervallen per 01-04-2015]

Plaatsgebonden risico

Bij de in paragraaf 6.1.2 genoemde omgevingsbesluiten die ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken langs wegen en vaarwegen die deel uitmaken van Basisnet Weg of Basisnet Water kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven.

Bij Basisnet Weg gelden namelijk de afstanden die in bijlage 5 bij deze circulaire zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor de situaties waarin de afstand ‘0’ is vermeld, betekent dit dat het plaatsgebonden risico vanwege dat vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar.

Ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen langs binnenvaarwegen die deel uitmaken van Basisnet Water zijn in bijlage 6 bij deze circulaire de vaarwegen onderverdeeld in ‘rode’ en ‘zwarte’ vaarwegen. Op zowel rode als zwarte vaarwegen worden veel brandbare vloeistoffen getransporteerd. Op zwarte vaarwegen wordt alleen gebruik gemaakt van binnenvaartschepen en op de rode vaarwegen bovendien van zeeschepen. Bij rode en zwarte vaarwegen is er, met name uit pragmatische overwegingen, voor gekozen om lijnen vast te stellen die vrijwel overeen komen met de rand van de vaarweg. Deze gelden als risicolijn waar het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over die vaarweg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Tussen deze risicolijnen is bebouwing in beginsel niet toegestaan. De ligging van de risicolijn zal in 2010 in digitale kaarten worden vastgelegd. Tot die tijd kan de ligging van de risicolijn worden opgevraagd bij de Dienst Verkeer en Scheepvaart van Rijkswaterstaat. Voor niet in bijlage 6 genoemde vaarwegen, die door de binnenvaart worden gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, gelden geen afstanden. Op die vaarwegen mag er van uit worden gegaan dat het plaatsgebonden risico op het water kleiner is dan 10-6 per jaar.

Voor veel locaties langs vaarwegen is het onwaarschijnlijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen in de toekomst dusdanig zal groeien dat het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar daadwerkelijk de risicolijn zal bereiken. In bijzondere omstandigheden is afwijking van de risicolijnen dan ook mogelijk. Voorwaarde daarbij is dat uit het advies van Rijkswaterstaat blijkt dat ook gelet op de vervoersverwachtingen voor de desbetreffende vaarweg het plaatsgebonden risico ter hoogte van het te bouwen object of de bouwplannen niet meer bedraagt dan 10-6. Dit advies laat overigens de mogelijke noodzakelijke toestemming van de vaarwegbeheerder in verband met andere aspecten dan externe veiligheid – bijvoorbeeld in het kader van de Waterwet – onverlet.

Voor alle in paragraaf 6.1.2 genoemde omgevingsbesluiten die ter inzage worden gelegd na 1 januari 2010 dienen de bijlagen 5 en 6 te worden toegepast, op de wijze als hierboven vermeld.

Groepsrisico

De beoordeling en verantwoording van het groepsrisico, bedoeld in paragraaf 4.3, dient alleen plaats te vinden bij de omgevingsbesluiten die in paragraaf 6.1.2 in de onderdelen a tot en met c zijn genoemd. Dit laat uiteraard onverlet dat bij de voorbereiding van de aldaar in de onderdelen d tot en met h genoemde besluiten moet worden voldaan aan eisen van een zorgvuldige (ruimtelijke) besluitvorming. Indien het besluit daartoe aanleiding geeft, zal het bestuursorgaan dat het besluit vaststelt derhalve in de motivering moeten ingaan op de mogelijke gevolgen van dat besluit voor het groepsrisico.

Wat de berekening van het groepsrisico betreft dient voor bestemmingsplannen, inpassingsplannen en projectbesluiten die na 1 januari 2010 ter inzage worden gelegd en die betrekking hebben op de omgeving van de in de bijlagen 5 en 6 genoemde wegen en vaarwegen, uit te worden gegaan van de in die bijlagen vermelde vervoercijfers. Die vervoercijfers zijn gebaseerd op een maximale benutting van de groeiruimte voor het vervoer. De in bijlage 5 vermelde vervoercijfers hebben alleen betrekking op LPG. Dit laat onverlet dat de omvang van het invloedsgebied mede wordt bepaald door andere gevaarlijke stoffen. Het invloedsgebied wordt derhalve ook voor de in bijlage 5 genoemde wegen bepaald door de gevaarlijke stof die over de betreffende weg wordt vervoerd met grootste 1% letaliteitsgrens (voor het begrip invloedsgebied zie paragraaf 4.3, noot 16).

Gegevens omtrent het gerealiseerde vervoer kunnen eventueel worden betrokken bij de planning van de te nemen veiligheidsverhogende maatregelen.

Voor niet in bijlage 6 genoemde binnenvaarwegen behoeft het groepsrisico niet beoordeeld en verantwoord te worden, omdat de hoeveelheden gevaarlijke stoffen die over deze vaarwegen worden vervoerd niet of nauwelijks van invloed zijn op het groepsrisico.

Indien het ontwerp voor een bestemmingsplan, inpassingsplan of projectbesluit ter inzage is gelegd vóór 1 januari 2010, dan wordt het aan het oordeel van het bestuursorgaan dat het plan of besluit vaststelt, overgelaten of de motivering van dat plan of besluit met het oog op de verantwoording van het groepsrisico alsnog wordt aangepast aan de in de bijlagen 5 en 6 bij deze circulaire opgenomen vervoercijfers. Dit laat uiteraard onverlet dat een dergelijk plan of besluit moet voldoen aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening respectievelijk een goede ruimtelijke onderbouwing, zoals beschreven in paragraaf 4.3.

6.2. Andere mogelijke toepassing van de risicobenadering [Vervallen per 01-04-2015]

De risicobenadering wordt idealiter ook toegepast zonder dat daaraan een bepaald besluit ten grondslag ligt, bijvoorbeeld bij bestaande infrastructuur. Het initiatief hiervoor rust bij de beheerder van de infrastructuur. In ieder geval zal de minister van VenW zorgdragen voor een periodieke inventarisatie van de risico's rond de door het Rijk beheerde infrastructuur. Dit sluit aan bij de werkzaamheden in het kader van de zogenaamde risicoatlassen.

Door elke vijf jaar de risico's in bestaande situaties te inventariseren, kunnen tijdig eventuele externe veiligheidsproblemen worden gesignaleerd. Het kan soms verstandig zijn om de risico's eerder opnieuw te inventariseren, bijvoorbeeld als het vermoeden bestaat dat deze substantieel zijn toegenomen. Zo kunnen vervoerstromen aanzienlijk zijn toegenomen of kan nieuwbouw nabij infrastructuur of buisleidingen plaatsvinden in gebieden waarvoor een bestemmingsplan ontbreekt of is verouderd.

6.3. Bestuurlijke afstemming en inspraak [Vervallen per 01-04-2015]

Bij de toepassing van de risicobenadering moet worden gezorgd voor adequate bestuurlijke afstemming en waar nodig voor inspraak. Problemen en denkbare oplossingen kunnen betrekking hebben op een groot gebied en op meerdere routes en tracés. Bovendien kunnen door een bestuursorgaan voorgenomen oplossingen van grote invloed zijn op de mogelijkheden en risico's in andere gebieden en kan bestuurlijke afstemming onnodige bestuurlijke lasten voorkomen.

Het uiteindelijke doel is te komen tot een optimalisering van de veiligheid. In deze zin zou de circulaire dan ook moeten worden toegepast. Een goede afstemming is van belang, in alle fases van de risicobenadering, dus zowel bij de voorbereiding als bij de toepassing daarvan. Verder is een integrale aanpak van de problemen geboden.

Gezien het voorgaande kan het soms handig zijn één bestuursorgaan, in overleg met alle andere betrokken bestuursorganen, een coördinerende rol te geven bij de benodigde bestuurlijke afstemming. Dit kan bijvoorbeeld het Rijk, de provincie of de beheerder van infrastructuur zijn. Dit is afhankelijk van de aard en omvang van de problemen en de mogelijke oplossingen.

De coördinerende rol is vooral van regisserende, organisatorische en procesmatige aard. In hoofdlijnen gaat het om het tot stand brengen en vormgeven van de juiste overlegkaders, het begeleiden en stimuleren van de invulling, uitvoering en het tot een goed einde brengen van de verschillende besluitvormingsprocessen. Ook kan het aangewezen coördinerende bestuursorgaan erop toezien dat de gemaakte afspraken tussen betrokkenen ook daadwerkelijk worden nagekomen.

Ook betrokkenheid van burgers en bedrijven kan geboden zijn. Bij de toepassing van de risicobenadering kunnen namelijk hun belangen in het geding zijn.

In verband met bestuurlijke afstemming en inspraak wordt gewezen op procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure biedt de mogelijkheid de risicobenadering met betrokkenheid van burgers en bedrijven ook toe te passen bij de voorbereiding van besluiten. Vooral de toepassing van de risicobenadering voor bestaande infrastructuur leent zich bij uitstek voor inspraak van burgers en bedrijven. Het is dan ook raadzaam om de openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 op dergelijke besluiten van toepassing te verklaren.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

K.M.H. Peijs

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.W. Remkes

De

Staatssecretaris

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P.L.B.A. van Geel

Bijlage 1. : Stroomschema toepassen risicobenadering [Vervallen per 01-04-2015]

Toepassing circulaireafstanden buisleidingen [Vervallen per 01-04-2015]

Als het besluit, waarbij de risicobenadering toegepast wordt, (mede) betrekking heeft op de aanleg van een nieuwe dan wel wijziging van een bestaande buisleiding, dan moet voor aardgasleidingen gebruik worden gemaakt van de circulaire 'Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen' en voor brandbare vloeistoffen van de circulaire 'Bekendmaking van beleid ten behoeve van de zonering langs transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2-, en K3-categorie' (actie 2; zie ook § 1.3.3). Indien het besluit geen betrekking heeft op andere modaliteiten en/of buisleidingen, dan hoeft er in het kader van deze circulaire geen verdere actie ondernomen te worden en kan zonodig in aanvulling op het besluit overlegd worden met de eigenaar van de buisleiding (actie 7f). Heeft het besluit wel mede betrekking op andere modaliteiten en / of buisleidingen, dan dient de risicobenadering verder gevolgd te worden.

Toepassing risicoregister (risicoatlas / RRGS) en vuistregels [Vervallen per 01-04-2015]

Om een risico-inschatting te kunnen maken op basis van een risicoregister en / of vuistregels moeten de aard en de omvang van de vervoerstromen bekend zijn (zie ook § 3.2). Als het besluit (mede) betrekking heeft op:

  • de aanleg van nieuwe infrastructuur, dan moeten de aard en omvang van de vervoerstromen geschat worden (actie 3a);

  • een wijziging van bestaande infrastructuur of een ruimtelijke ontwikkeling van (beperkt) kwetsbare objecten of in het geval de risicobenadering wordt toegepast op een bestaande situatie, dan dient eerst vastgesteld te worden of de situatie is opgenomen in een actueel risicoregister (risicoatlas / RRGS); is dit niet het geval, dan moet vastgesteld worden of er op een andere wijze actuele gegevens bestaan omtrent aard en omvang van transportstromen; als er geen actuele gegevens beschikbaar zijn, dan moeten aard en omvang van transportstromen bepaald worden door middel van:

    • - tellingen als het gaat om transport over de weg;

    • - navraag bij Prorail als het gaat om transport over spoor;

    • - navraag bij de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat als het gaat om transport over water en

    • - navraag bij de eigenaar van de buisleiding als het gaat om buisleidingtransporten (actie 3b).

Als de risico's kunnen worden ingeschat met behulp van een risicoregister en/of de vuistregels, dan moet op basis van deze risico-inschatting (actie 4) vastgesteld worden of er mogelijk sprake is van een overschrijding van de norm voor het PR en/of een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR dan wel een significante toename van het GR (zie ook § 3.3).

Als zowel de norm voor het PR als de oriëntatiewaarde voor het GR niet worden overschreden en er is waarschijnlijk ook geen sprake van een significante toename in het GR, dan hoeven er geen maatregelen te worden genomen (actie 7b). Als een risico-inschatting niet mogelijk is, of uit een risico-inschatting blijkt dat er sprake is van een mogelijke overschrijding van de norm voor het PR en / of een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR dan wel een significante toename van het GR, dan moet er verder worden gerekend.

Verder rekenen met RBMII of specifieke risicoanalyses [Vervallen per 01-04-2015]

Indien het gebruik van RBMII is toegestaan voor een bepaalde situatie, dan moet op basis van een RBMII risicoberekening (actie 5) worden vastgesteld of er mogelijk een overschrijding is van de norm voor het PR en/of een overschrijding van de oriëntatiewaarde voor het GR dan wel een significante toename van het GR (zie ook § 3.4). Als zowel de norm voor het PR als de oriëntatiewaarde voor het GR niet worden overschreden en er is ook geen sprake van een significante toename van het GR, dan zijn er geen risicoreducerende maatregelen noodzakelijk (actie 7c). Als de norm voor het PR en/of de oriëntatiewaarde voor het GR mogelijk wel worden overschreden of er is mogelijk sprake van een significante toename van het GR dan kan besloten worden om een aanvullende specifieke risicoanalyse uit te voeren. In ieder geval moet een specifieke risicoanalyse worden uitgevoerd in situaties waarbij RBMII niet gebruikt mag worden. Bij een specifieke risicoanalyse moet gebruik worden gemaakt van de richtlijnen zoals die zijn neergelegd in de PGS 3, 1, 2 en 4 (actie 6; zie ook § 3.5).

Risicoreducerende maatregelen [Vervallen per 01-04-2015]

Als uit de resultaten van een RBMII risicoberekening en/of een (eventueel aanvullende) specifieke risicoanalyse blijkt dat de norm voor het PR wordt overschreden, dan moeten er in principe risicoreducerende maatregelen worden getroffen (actie 7a; zie voor normen voor het PR § 4.2 en voor risicoreducerende maatregelen hoofdstuk 5). Indien risicoreducerende maatregelen niet mogelijk zijn, dan moet in principe negatief worden beslist (actie 7e; zie ook § 4.2.3 voor het gemotiveerd mogen afwijken van de norm voor het PR).

Als blijkt dat zowel de norm voor het PR als de oriëntatiewaarde voor het GR niet worden overschreden en er is ook geen sprake van een significante toename van het GR, dan zijn er geen risicoreducerende maatregelen noodzakelijk (actie 7d). Als alleen de oriëntatiewaarde voor het GR wordt overschreden of er is sprake van een significante toename van het GR (zie ook § 4.3), dan moet beoordeeld worden of risicoreducerende maatregelen redelijkerwijs mogelijk zijn. Als deze mogelijk zijn, dan moeten deze worden toegepast (actie 7a; zie ook hoofdstuk 5). Als deze niet mogelijk zijn, dan moet dit bij het betreffende besluit met voldoende gegevens gemotiveerd worden (actie 7e; zie § 4.3).

Het stroomschema waarin genoemde stappen worden samengevat, staat op de volgende pagina's. In bijlage 3 is een overzicht van risicoreducerende maatregelen, hun wettelijke grondslag en de uitvoerders van de maatregelen opgenomen.

Stroomschema [Vervallen per 01-04-2015]

Bijlage 142010.png
Bijlage 142011.png

Bijlage 2. : Lijst met kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten [Vervallen per 01-04-2015]

De begrippen 'kwetsbaar object' en 'beperkt kwetsbaar object' spelen een rol bij de toetsing van het plaatsgebonden risico aan de normen. De vraag is wat onder deze begrippen moet worden verstaan en evenzo wat niet als een kwetsbaar object wordt beschouwd.

Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt gemaakt om pragmatische redenen. Het is niet mogelijk en gaat voorbij aan andere belangen zoals vervoer en ruimtelijke ordening, om helemaal geen bestemmingen toe te laten in de risicozone. Door het genoemde onderscheid wordt de kwetsbaarheid in de directe omgeving van risico opleverende activiteiten echter waar mogelijk beperkt.

Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is gebaseerd op de gedachte dat sommige maatschappelijke groepen meer bescherming nodig hebben dan andere. Op de eerste plaats gaat het daarbij om woningen omdat veel personen worden geacht daar langdurig te verblijven. Op de tweede plaats verdienen bepaalde groepen uit hoofde van hun ontwikkeling of fysieke/mentale gesteldheid bijzondere bescherming zoals kinderen, ouderen en zieken. Ook de mate van en de kans op langdurige aanwezigheid van bepaalde groepen personen in een object, de functionele binding van objecten ten opzichte van de risico opleverende activiteit en de aanwezigheid van adequate vluchtmogelijkheden zijn bepalend voor het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten.

Tot nu toe circuleerden in beleidsnota's over externe veiligheid verschillende lijsten met (beperkt) kwetsbare objecten. Met bijgaande lijst wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de lijst die is opgenomen in het BEVI.

I. Kwetsbaar object: [Vervallen per 01-04-2015]

  • a. woningen, niet zijnde woningen als bedoeld in categorie II onder a 1°;

  • b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals:

    • 1°. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen;

    • 2°. scholen;

    • 3°. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen;

  • c. gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals:

    • 1°. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object;

    • 2°. complexen, waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd;

  • d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen;

II. Beperkt kwetsbaar object: [Vervallen per 01-04-2015]

  • a.

    • 1°. verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare;

    • 2°. dienst- en bedrijfswoningen van derden en

    • lintbebouwing, voor zover deze loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op de contouren van het plaatsgebonden risico van een route of tracé;

  • b. kantoorgebouwen, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen;

  • c. hotels en restaurants, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen;

  • d. winkels, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen;

  • e. sporthallen, zwembaden en speeltuinen;

  • f. sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet in categorie I onder d vallen;

  • g. bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen;

  • h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en

  • i. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval;

  • j. objecten, zoals wegrestaurants over of naast een weg en passagiersstations, die een functionele binding hebben met de risico opleverende activiteit.

III. Objecten noch kwetsbaar, noch beperkt kwetsbaar: [Vervallen per 01-04-2015]

Inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer waarin gevaarlijke stoffen in voor de externe veiligheid niet te verwaarlozen hoeveelheden aanwezig zijn of kunnen zijn. Het gaat daarbij in ieder geval om:

  • a. een inrichting waarop het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is;

  • b. een inrichting die bestemd is voor de opslag in verband met vervoer van gevaarlijke stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten;

  • c. een door de minister van VROM bij regeling aangewezen spoorwegemplacement dat wordt gebruikt voor het rangeren van wagons met gevaarlijke stoffen;

  • d. andere door de minister van VROM bij regeling aangewezen categorieën van inrichtingen dan inrichtingen als bedoeld onder a tot en met c, waarvan het plaatsgebonden risico hoger is of kan zijn dan 10-6 per jaar, niet zijnde inrichtingen waarvoor regels gelden krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;

  • e. een LPG-tankstation als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van het Besluit LPG-tankstations milieubeheer;

  • f. een inrichting waar gevaarlijke stoffen, gevaarlijke afvalstoffen of bestrijdingsmiddelen in emballage worden opgeslagen in een hoeveelheid van meer dan 10.000 kg per opslaggebouw, niet zijnde een inrichting als bedoeld in onderdeel a of d;

  • g. een inrichting waarin een koel- of vriesinstallatie aanwezig is met een inhoud van meer dan 400 kg ammoniak, niet zijnde een inrichting als bedoeld in onderdeel a of d;

  • h. vervoersassen.

Objecten die tot de hierboven genoemde inrichtingen behoren of een functionele binding daarmee hebben, zoals een bedrijfskantoor, een kantine of een aan het bedrijf verbonden school, vallen niet in deze categorie. Deze objecten moeten overigens wel worden betrokken bij de berekening van het groepsrisico.

Toelichting op de hiervoor gegeven lijsten

Categorie I [Vervallen per 01-04-2015]

Om te bepalen of een object als kwetsbaar, beperkt kwetsbaar of niet kwetsbaar dient te worden beschouwd, moet worden uitgegaan van de hoofdfunctie van het object. In veel gevallen zullen in een gebouwencomplex of op een terrein meerdere activiteiten worden uitgeoefend. Indien het om diverse als zelfstandig te beoordelen activiteiten gaat, moet voor de bepaling van de kwetsbaarheid worden uitgegaan van de meest kwetsbare functie in dat gebouw of op dat terrein.

Als een (beperkt) kwetsbaar object slechts gedeeltelijk in het gebied ligt waarin het plaatsgebonden risico groter is dan 10-6 of 10-5 dan wordt dit object geacht in zijn geheel in dit gebied te liggen.

Onder een woning wordt begrepen een verblijfsruimte van een gebouw of een deel van een gebouw dat voor permanente bewoning is bestemd. Dus ook met woningen vergelijkbare objecten zoals asielzoekerscentra, woonboten, penitentiaire inrichtingen, gevangenissen en andere verblijfsinstellingen vallen hieronder. Een vakantiewoning die vrijwel het hele jaar in gebruik is, moet tevens aan een woning gelijk worden gesteld. Overigens dient het wel steeds te gaan om ruimten die ook daadwerkelijk voor bewoning bedoeld zijn. Het illegaal gebruik van bijvoorbeeld bedrijfspanden voor woningdoeleinden valt niet hieronder.

Bij de interpretatie van het begrip onderwijsinstelling moet uiteraard worden gedacht aan instellingen voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Niet alle objecten met een (gedeeltelijke) onderwijsfunctie vallen echter onder het begrip onderwijsinstelling. Denk bijvoorbeeld aan centra voor educatie en cursussen of voor instellingen voor alleen beroeps- of volwassenenonderwijs.

Gebouwen zoals kantoorpanden waarin zich gewoonlijk gedurende een groot deel van de dag veel personen bevinden, worden als kwetsbaar bestempeld. Daarbij wordt in beginsel uitgegaan van het bruto vloeroppervlak. Showrooms vallen niet hieronder.

Categorie II [Vervallen per 01-04-2015]

Infrastructurele objecten met een voor de samenleving vitale waarde worden als beperkt kwetsbaar beschouwd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij telefooncentrales, vluchtleidingscentra of centra voor essentiële datacommunicatie. Deze objecten verdienen uit hoofde van deze circulaire alleen bescherming als zij in zekere mate kwetsbaar zijn vanwege de bij een mogelijk ongeval vrijkomende gevaarlijke stoffen. Zo zullen deze objecten vooral gevaar lopen bij een explosie en niet per se bij het vrijkomen van giftige stoffen. De beoordeling daarvan moet per geval plaatsvinden.

Deze circulaire geeft tevens een oplossing voor objecten die niet met zoveel woorden zijn opgenomen in de categorieën I of II. Zo kan worden voorkomen dat bepaalde objecten ten onrechte niet als kwetsbaar of beperkt kwetsbaar worden aangeduid. Daarbij kan gedacht worden aan jeugdherbergen, conferentieoorden en buurthuizen. De mate van kwetsbaarheid van deze objecten moet worden bepaald aan de hand van de gemiddelde verblijfstijd en de in een object aanwezige personen. Indien dit overeenkomt met een van de objecten in categorie I of II, dan moet het betreffende object worden ingedeeld in dezelfde categorie als het object waarmee dit overeenkomt. Zo moet een object waarin zich bijvoorbeeld hoofdzakelijk kwetsbare groepen als minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten bevinden, worden aangeduid als een kwetsbaar object. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruik van een ijsbaan of een bioscoop door minderjarigen.

Als (beperkt) kwetsbaar moeten niet alleen de reeds aanwezige objecten worden beschouwd, maar ook de zogenaamde geprojecteerde objecten. Dit zijn objecten die nog niet aanwezig zijn, maar waarvan de realisatie op grond van het bestemmingsplan wel aannemelijk is.

Categorie III [Vervallen per 01-04-2015]

Deze circulaire gaat ook in op bedrijventerreinen. Om de bereikbaarheid en bedrijvigheid in dit land niet te veel te verstoren zijn bedrijventerreinen met een bepaalde bestemming uitgezonderd van de werking van deze circulaire. Hierbij gaat het om gronden waaraan een bestemming is gegeven die de mogelijkheid van vestiging van inrichtingen als bedoeld in categorie III, onder f, insluit. Hierbij gaat het om inrichtingen waarin activiteiten met of opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Dit zijn dus bedrijven die zelf een bepaald risico met zich meebrengen. Het voorgaande geldt ook voor gronden die in een gemeentelijk structuurplan, een gemeentelijke verordening of een daarop gebaseerd besluit voor de vestiging van dergelijke bedrijven zijn aangewezen. Deze mogelijkheid wordt geboden omdat in de praktijk vaak geen (actueel) bestemmingsplan aanwezig is voor deze gronden.

Voorwaarde om objecten op bedrijventerreinen niet als (beperkt) kwetsbaar te beschouwen, is dat in het besluit op grond waarvan bovengenoemde bedrijven zijn toegelaten de mogelijkheid van vestiging van bepaalde ondernemingen wordt uitgesloten. Hierbij gaat het om ondernemingen op het gebied van horeca, post, telecommunicatie en zakelijke dienstverlening alsmede financiële instellingen en instellingen op het gebied van onderwijs, zorg, cultuur, sport en recreatie. Een uitzondering hierop zijn ondernemingen en instellingen die een functionele binding hebben met een op diezelfde gronden gevestigde inrichting. In dat geval moeten deze ondernemingen en instellingen als onderdeel van die inrichting worden beschouwd. Een voorbeeld hiervan is een bedrijfsrestaurant dat alleen de op het terrein aanwezige bedrijven bedient of een school die aan een bedrijf verbonden is.

Overigens geldt de eis van een functionele binding niet voor objecten die bestemd zijn voor bijvoorbeeld kinderopvang voor (onder andere) de werknemers van de betrokken bedrijven. Dergelijke objecten moeten gewoon als kwetsbaar object worden beschouwd. Dit betekent dat degenen die werkzaam zijn in de niet als kwetsbaar bestempelde bedrijven geen bescherming ontlenen aan de normstelling voor het plaatsgebonden risico. Wel moet rekening worden gehouden met hun aanwezigheid in verband met het groepsrisico en de voorbereiding op de ramp- en ongevalbestrijding. Dit geldt ook voor bedrijventerreinen waarvoor in het bestemmingsplan, een gemeentelijk structuurplan of krachtens een gemeentelijk verordening een regeling is gegeven die de vestiging van dergelijke bedrijven insluit.

Correctiefactoren [Vervallen per 01-04-2015]

De volgende tabel vermeldt (beperkt) kwetsbare objecten en correctiefactoren voor de berekening van het groepsrisico in gevallen waarin dat risico wordt veroorzaakt door een inrichting als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onderdelen a tot en met d, van het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen.

Objecten

Correctiefactoren

Kwetsbaar  

Woonbestemmingen

1,1

Onderwijsinstellingen

2,5

Gezondheidsinstellingen

1,3

Kinderopvang en dagverblijven

1,9

Gevangenissen

1,3

Beperkt kwetsbaar  

Kantoren, bedrijven en instellingen zonder bebouwing

2,2

Sport- en recreatieaccommodatie

2,2

Stadions

14

Aanleghavens voor passanten en jachthavens

4,2

Volkstuinen

2,9

Kampeerterreinen

2,4

Dagrecreatiegebieden

6,1

Winkels

1,5

Horeca

1,4

Parkeerterreinen

10

Stations

1,2

Kerken

6,5

Theaters, bioscopen, zalencentra en buurthuizen

1,6

Crematoria en uitvaartcentra

2,4

Brandweerkazernes

2,0

Objecten met een hoge infrastructurele waarde

-

Bijlage 3. : Overzicht van mogelijke maatregelen per situatie [Vervallen per 01-04-2015]

Dit overzicht is niet limitatief.

Situatie

Type maatregel

Wettelijke grondslag

Wie moet de maatregel namen?

Uitgangspunt: de veroorzaker

Bestaande infra of RO

Maatregelen aan of op de infrastructuur, de inrichting daarvan en maatregelen of voorzieningen ter regeling van het verkeer e.d.

Wegenverkeerswet 1994 Scheepvaartverkeerswet Spoorwegwet

Beheerder van de infra:

  • Min VenW voor rijksinfra

  • GS voor provinciale infra

  • BenW voor gemeentelijke infra

 

Routering

Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Bevoegd gezag:

  • BenW voor wegen

  • Min VenW voor spoor en binnenwateren

 

Maatregelen in de ruimtelijke ordening (maatregelen aan gebouwen, functie/indeling van gebouwen/gebied)

Wro

Bestemmingsplan

Bevoegd gezag RO:

  • Gemeenteraad

 

Maatregelen in de sfeer van de voorbereiding van de ramp- en ongevalbestrijding (rampbestrijdingsplannen, etc.)

Wet rampen en zware ongevallen Wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding
  • Burgemeester

  • College van Burgemeesters en Wethouders

  • Bestuur regio's

  • Commissaris der Koningin

Aanleg of wijziging nieuwe infra

Maatregelen aan tracé

Tracéwet voor rijksinfra behalve voor wegaanpassing (SWV)

Provinciale of gemeentelijke verordening

Buitenwettelijk tracébesluit

Initiatiefnemer van aanleg of wijziging van infra

 

Maatregelen aan of op de infrastructuur, de inrichting daarvan en maatregelen of voorzieningen ter regeling van het verkeer e.d

Wegenverkeerswet 1994 Scheepvaartverkeerswet Spoorwegwet

Beheerder van de infra:

  • Min VenW voor rijksinfra

  • GS voor provinciale infra

  • BenW voor gemeentelijke infra

 

Routering

Wet vervoer gevaarlijke stoffen

Bevoegd gezag:

  • BenW voor wegen

  • Min VenW voor spoor en binnenwateren

 

Maatregelen in de sfeer van de voorbereiding van de ramp- en ongevalbestrijding (rampbestrijdingsplannen, etc.)

Wet rampen en zware ongevallen Wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding
  • Burgemeester

  • College van Burgemeesters en Wethouders

  • Bestuur regio's

  • Commissaris der Koningin

Aanleg of wijziging buisleidingen

Maatregelen aan ligging en uitvoering leiding in het kader van de vergunning

Mijnbouwwet

NEN 3650

concessie

  • Min EZ m.b.t. de vergunning

  • De Kroon/Minister van VROM m.b.t. de concessie

 

Maatregelen in de sfeer van de voorbereiding van de ramp- en ongevalbestrijding (rampbestrijdingsplannen, etc.)

Wet rampen en zware ongevallen Wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding
  • Burgemeester

  • College van Burgemeesters en Wethouders

  • Bestuur regio's

  • Commissaris der Koningin

Nieuwe ontwikkelingen m.b.t. (beperkt) kwetsbare objecten nabij bestaande infra

Verbieden of beperken van (omvang) nieuwe kwetsbare projecten

Wro

Bestemmingsplan

  • Bevoegd gezag RO:

  • Gemeenteraad

 

Maatreglen in de ruimtellijke ordening (maatregelen aan gebouwen, functie/indeling van gebouwen/gebied)

Wro

Bestemmingsplan

  • Bevoegd gezag RO:

  • Gemeenteraad

 

Maatregelen in de sfeer van de voorbereiding van de ramp- en ongevalbestrijding (rampbestrijdingsplannen, etc.)

Wet rampen en zware ongevallen Wet Kwaliteitsbevordering Rampenbestrijding
  • Burgemeester

  • College van Burgemeesters en Wethouders

  • Bestuur regio's

  • Commissaris der Koningin

Bijlage 4. : Telefoonnummers en adressen van te raadplegen instanties [Vervallen per 01-04-2015]

Websites [Vervallen per 01-04-2015]

De risicoatlassen zijn te vinden op de website van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat: www.verkeerenwaterstaat.nl

Adressen [Vervallen per 01-04-2015]

Centrum voor Externe Veiligheid, RIVM [Vervallen per 01-04-2015]

Postbus 1

3720 BA Bilthoven

Telefoon: 030-2749111

Faxnummer: 030-2742971

www.rivm.nl

Dienst Verkeer en Scheepvaart [Vervallen per 01-04-2015]

Van den Burghweg 1

2628 CS Delft

Postbus 5044

2600 GA Delft

Telefoon 088-7982222

Fax 088-7982999

Bouwdienst, Rijkswaterstaat [Vervallen per 01-04-2015]

Griffioenlaan 2

3526 LA Utrecht

Postbus 20000

3502 LA Utrecht

Telefoon: 030-2857600

Faxnummer: 030-2883103

www.minvenw.nl/rws/bwd/home

Rijkswaterstaat directie Noord-Nederland [Vervallen per 01-04-2015]

Zuidersingel 3

8911 AV Leeuwarden

Postbus 2301

8901 JH Leeuwarden

Telefoon: 058-2344344

Faxnummer: 058-2344123

Rijkswaterstaat directie Oost-Nederland [Vervallen per 01-04-2015]

Gildemeesterplein 1

6826 LL Arnhem

Postbus 9070

6800 ED Arnhem

Telefoon: 026-3688911

Faxnummer: 026-3634897

Rijkswaterstaat directie IJsselmeergebied [Vervallen per 01-04-2015]

Zuiderwagenplein 2

Postbus 600

8200 AP Lelystad

Telefoon: 0320-299111

Faxnummer: 0320-234300

Rijkswaterstaat directie Utrecht [Vervallen per 01-04-2015]

Zoomstede 15

3431 HK Nieuwegein

Postbus 650

3430 AR Nieuwegein

Telefoon: 030-6009500

Faxnummer: 030-6052060

Rijkswaterstaat directie Noord-Holland [Vervallen per 01-04-2015]

Toekanweg 7

2035 LC Haarlem

Postbus 3119

2001 DC Haarlem

Telefoon: 023-5301301

Faxnummer: 023-5301302

Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland [Vervallen per 01-04-2015]

Boompjes 200

3011 XD Rotterdam

Postbus 556

3000 AN Rotterdam

Telefoon: 010-4026200

Faxnummer: 010-4047927

Rijkswaterstaat directie Zeeland [Vervallen per 01-04-2015]

Koestraat 30

4331 KX Middelburg

Postbus 5014

4330 KA Middelburg

Telefoon: 0118-686000

Faxnummer: 0118-686231

Rijkswaterstaat directie Noord-Brabant [Vervallen per 01-04-2015]

Zuidwal 58

5211 JK 's-Hertogenbosch

Postbus 90157

5200 MJ 's-Hertogenbosch

Telefoon: 073-6817817

Faxnummer: 073-6123954

Rijkswaterstaat directie Limburg [Vervallen per 01-04-2015]

Avenue Ceramique 125

6221 KV Maastricht

Postbus 25

6200 MA Maastricht

Telefoon: 043-3294444

Faxnummer: 043-3525136

ProRail Railinfrabeheer [Vervallen per 01-04-2015]

De Inktpot

Moreelsepark 3

3511 EP Utrecht

Postbus 2038

3500 GA Utrecht

T 030-2357104

F 030-2359056

www.prorail.nl

Buisleidingen [Vervallen per 01-04-2015]

Velin

Postbus 90154

5000 LG Tilburg

T 013-5944767

Bijlage 5. – Tabel afstanden en vervoerscijfers Basisnet weg [Vervallen per 01-04-2015]

Wegvak

Naamgeving

Veiligheidszone gemeten vanaf het midden van de weg

Vervoershoeveelheid GF3 voor het berekenen van het GR

Bijzonderheden

  Rijksweg A1  

N1

A1: Knp. Watergraafsmeer – Knp. Diemen

0

4000

 

N2

A1: Knp. Diemen – Knp. Muiderberg

0

4000

 

N3

A1: Knp. Muiderberg – Knp. Eemnes

0

4000

 

U1

A1: Knp. Eemnes – afrit 10 (Soest)

0

4000

 

U91

A1: afrit 10 (Soest) – afrit 12 (Bunschoten)

0

4000

 

U81

A1: afrit 12 (Bunschoten) – afrit 13 (Amersfoort Noord)

1

3932

 

U90

A1: afrit 13 (Amersfoort Noord) – Knp. Hoevelaken

3

3998

 

G1

A1: Knp. Hoevelaken – afrit 15 (Barneveld)

0

4000

 

G63

A1: afrit 15 (Barneveld) – afrit 17 (Stroe)

0

4000

 

G72

A1: afrit 17 (Stroe) – afrit 18 (Kootwijk)

0

4000

 

G64

A1: afrit 18 (Kootwijk) – afrit 19 (Hoenderloo)

0

4000

 

G71

A1: afrit 19 (Hoenderloo) – Knp. Beekbergen

0

4000

 

G2

A1: Knp. Beekbergen – afrit 23 (Deventer)

15

4000

 

O2

A1: afrit 23 (Deventer) – afrit 24 (Deventer Oost)

12

4000

 

O113

A1: afrit 24 (Deventer Oost) – afrit 26 (Lochem)

12

4000

 

O3

A1: afrit 26 (Lochem) – afrit 28 (Rijssen)

0

3000

 

O76

A1: afrit 28 (Rijssen) – Knp. Azelo

0

3000

 

O4

A1: Knp. Azelo – Knp. Buren

0

4000

 

O5

A1: Knp Buren – afrit 30 (Hengelo)

0

3000

 

O6

A1: afrit 30 (Hengelo) – afrit 32 (Oldenzaal)

0

3000

 

O7

A1: afrit 32 (Oldenzaal) – afrit 33 (Oldenzaal Zuid)

0

3000

 

O8

A1: afrit 33 (Oldenzaal Zuid) – Grens Duitsland

0

1500

 
  Rijksweg A2/N2  

N4

A2: Knp Amstel- Knp Holendrecht 1

0

3000

 

N5

A2: Knp. Holendrecht 1 – Knp. Holendrecht 2

0

3000

 

U12

A2: Knp. Holendrecht 2 – afrit 4 (Vinkeveen)

0

4000

 

U13

A2: afrit 4 (Vinkeveen) – afrit 5 (Breukelen)

0

4000

 

U73

A2: afrit 5 (Breukelen) – afrit 6 (Ring Utrecht Noord)

0

4000

 

U14

A2: afrit 6 (Ring Utrecht Noord) – afrit 7 (Oog in Al)

0

3012

 

U88

A2: afrit 7 (Oog in Al) – Knp. Oudenrijn

0

3164

 

U15

A2: Knp. Oudenrijn – afrit 9 (Nieuwegein)

0

3000

 

U84

A2: afrit 9 (Nieuwegein) – Knp. Everdingen

0

3000

 

G88

A2: Knp. Everdingen – afrit 12 (Everdingen)

0

4000

 

G29

A2: afrit 12 (Everdingen) – Knp. Deil

0

4000

 

B59

A2: Knp. Deil – afrit 19 (Kerkdriel)

0

4544

 

B107

A2: afrit 19 (Kerkdriel) – Knp. Empel

0

4000

 

B60

A2: Knp. Empel – Knp. Hintham

0

4000

 

B61

A2: Knp. Hintham – afrit 21 (Veghel)

0

4182

 

B105

A2: afrit 21 (Veghel) – Knp. Vught

0

4000

 

B62

A2: Knp. Vught – Knp. Ekkersweijer

0

4000

 

B7

A2/A58: Knp. Ekkersweijer – Knp. Batadorp

0

4000

 

B63

A2: Knp. Batadorp – afrit 30 (Eindhoven Centrum)

21

4421

 

B106

A2: afrit 30 (Eindhoven Centrum) – Knp. De Hogt

26

4557

 

B72

A2/A67: Knp. De Hogt – afrit 33 (Waalre)

33

8400

 

B104

A2/A67: afrit 33 (Waalre) – Knp. Leenderheide

43

9570

 

B64

A2: Knp. Leenderheide – afrit 34 (Valkenswaard)

0

4000

 

B65

A2: afrit 34 (Valkenswaard) – afrit 39 (Nederweert)

0

4000

 

L38

A2: afrit 39 (Nederweert) – afrit 40 (Kelpen)

0

4000

 

L39

A2: afrit 40 (Kelpen) – afrit 41 (Grathem)

0

4000

 

L40

A2: afrit 41 (Grathem) – afrit 44 (St. Joost)

14

2175

 

L41

A2: afrit 44 (St. Joost) – afrit 45 (Echt)

17

1625

 

L84

A2: afrit 45 (Echt) – afrit 47 (Born)

17

1673

 

L85

A2: afrit 47 (Born) – afrit 48 (Urmond)

17

1967

 

L86

A2: afrit 48 (Urmond) – Knp. Kerensheide

0

3000

 

L42

A2: Knp. Kerensheide – afrit 50 (Maastricht-Aachen)

0

3000

 

L43

A2: afrit 50 (Maastricht-Aachen) – afrit 51 (Meerssen)

0

3000

 

L44

A2: afrit 51 (Meerssen) – Knp. Kruisdonk

0

1000

 

L45

A2: Knp. Kruisdonk – N2 (Pres. Rooseveltweg/Terblijterweg/Viaductweg)

0

1000

 

L46

N2: Pres. Rooseveltweg/Terblijterweg/Viaductweg – Pres. Rooseveltlaan/Scharnerweg/Wilhelminasingel

0

1000

Wegtype binnen bebouwde kom

L47

N2: Pres. Rooseveltlaan/Scharnerweg/Wilhelminasingel – Knp. Europaplein

0

1000

Wegtype binnen bebouwde kom

L48

A2: Knp. Europaplein – afrit 58 (Eijsden)

0

1000

 

L92

A2: afrit 58 (Eijsden) – Grens België

0

1000

 
  Rijksweg N3  

Z98

N3: A15 – Burg. Keijzerweg (Papendrecht)

32

8316

Snelweg met verhoogde ongeval

Frequentie

Z115

N3: Burg. Keijzerweg (Papendrecht) – Baanhoekweg/Merwedestraat (Dordrecht)

33

8435

Snelweg met verhoogde ongeval

Frequentie

Z97

N3: Baanhoekweg/Merwedestraat (Dordrecht) – A16

47

9725

Snelweg met verhoogde ongeval

frequentie. Na aanpassing aansluiting A16 kan dit wegdeel beschouwd worden als snelweg en geldt een zone van 21 meter

  Rijksweg A4  

N6

A4: Knp. De Nieuwe Meer – Knp. Badhoevedorp

0

3000

 

N87

A4: Knp. Badhoevedorp – Knp. De Hoek (incl. Schipholtunnel)

0

3000

Categorie A tunnel

N7

A4: Knp. De Hoek – afrit 3 (Hoofddorp)

0

3000

 

N84

A4: afrit 3 (Hoofddorp) – afrit 4 (Nieuw Vennep)

0

4000

 

N85

A4: afrit 4 (Nieuw Vennep) – Knp. Burgerveen

0

4000

 

Z6

A4: Knp. Burgerveen – afrit 6a (Zoeterwoude Rijndijk)

0

2162

 

Z118

A4: afrit 6a (Zoeterwoude Rijndijk) – afrit 7 (Zoeterwoude Dorp)

12

2163

 

Z7

A4: afrit 7 (Zoeterwoude Dorp) – Knp. Prins Clausplein

13

4000

 

Z8

A4: Knp. Prins Clausplein – Knp. Ypenburg

23

3743

 

Z9

A4: Knp. Ypenburg – afrit 12 (Den Haag Zuid)

0

1000

 

Z10

A4: afrit 12 (Den Haag Zuid) – afrit 13 (Den Hoorn)

0

1000

 

Z33

A4: afrit 13 (Den Hoorn) – afrit 14 (Delft)

0

500

 

Z11-1

A4: Knp. Kethelplein – afrit 16 (Vlaardingen oost)

23

500

 

Z11-2

A4: afrit 16 (Vlaardingen oost) – knp. Benelux (incl. Beneluxtunnel)

23

0

Categorie C tunnel

B24

A4 & N259: Halsterseweg/Randweg Noord/Randweg West – Knp. Zoomland

0

1000

 

B1

A4/A58: Knp. Zoomland – afrit 30 (Hoogerheide)

25

3851

 

B127

A4/A58: afrit 30 (Hoogerheide) – Knp. Markiezaat

30

5715

 

B35

A4: Knp. Markiezaat – Grens België

22

3098

 
  Rijksweg A5  

N90

A5: A5/A9 (Kp. Raasdorp – A4/A5 (Kp. De Hoek)

0

3000

 
  Rijksweg A6  

F1

A6: Knp. Muiderberg – afrit 3 (Almere Stad West)

0

3000

 

F39

A6: afrit 3 (Almere Stad West) – afrit 5 (Almere Stad)

0

3000

 

F41

A6: afrit 5 (Almere Stad) – afrit 6 (Almere Buiten West)

0

3000

 

F56

A6: afrit 6 (Almere Buiten West) – Knp. Almere

0

3000

 

F42

A6: Knp. Almere – afrit 8 (Almere Buiten Oost)

0

4000

 

F34

A6: afrit 8 (Almere Buiten Oost) – afrit 10 (Lelystad)

0

4000

 

F35

A6: afrit 10 (Lelystad) – afrit 11 (Lelystad Noord)

0

4000

 

F36

A6: afrit 11 (Lelystad Noord) – afrit 13 (Urk)

0

4000

 

F37

A6: afrit 13 (Urk) – afrit 14 (Emmeloord)

0

4000

 

F38

A6: afrit 14 (Emmeloord) – Knp. Emmeloord

0

4000

 

F47

A6: Knp. Emmeloord – afrit 15 (De Munt)

0

3000

 

F2

A6: afrit 15 (De Munt) – Knp. Joure

0

3000

 
  Rijksweg A7/N7  

N33

A7: Knp Zaandam – afrit 6 (Purmerend Noord)

0

4000

 

N34

A7: afrit 6 (Purmerend Noord)- afrit 7 (Avenhorn)

0

3000

 

N82

A7: afrit 7 (Avenhorn) – afrit 8 (Hoorn)

0

3000

 

N81

A7: afrit 8 (Hoorn) – afrit 9 (Hoorn Noord)

0

1500

 

N108

A7: afrit 9 (Hoorn Noord) – afrit 12 (Middenmeer)

0

1500

 

N35

A7: afrit 12 (Middenmeer) – afrit 13 (Wieringerwerf)

0

1500

 

N80

A7: afrit 13 (Wieringerwerf) – afrit 14 (Den Oever)

0

1500

 

Fr30

A7: afrit 14 (Den Oever) – Knp. Zurich

0

1000

 

Fr6

A7: Knp. Zurich – N7 (Stadsrondweg Zuid Sneek)

0

1000

 

Fr5

N7: A7 – N354

0

1000

 

Fr4

N7/A7: N354 – Knp. Joure

0

1000

 

Fr3

A7: Knp. Joure – Knp. Heerenveen

0

3000

 

Fr2

A7: Knp. Heerenveen – afrit 29 (De Haven)

0

3000

 

Fr33

A7: afrit 29 (De Haven) – Knp. Drachten = afrit 30 (Oosterwolde)

0

3000

 

Gr1

A7: Knp. Drachten = afrit 30 (Oosterwolde) – afrit 36 (Groningen West)

0

1500

 

Gr31

A7: afrit 36 (Groningen West) – Knp. Julianaplein

0

1500

 

Gr30

A7 : Knp Julianaplein – Knp Europaplein

12

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

Gr2

A7: Knp. Europaplein – afrit 44 (Veendam)

0

1500

 

Gr3

A7: afrit 44 (Veendam) – afrit 45 (Scheemda)

0

1000

 

Gr29

A7: afrit 45 (Scheemda) – Grens Duitsland

0

1000

 
  Rijksweg A8  

N31

A8: Knp. Coenplein – afrit 1 (Oostzaan)

0

4000

 

N91

A8: afrit 1 (Oostzaan) – Knp. Zaandam

0

4000

 

N99

A8: Knp. Zaandam – afrit 2 (Zaandijk)

0

1500

 

N32

A8: afrit 2 (Zaandijk) – N246

0

1500

 
  Rijksweg A9/N9  

N29

N9: N250 (De Kooy) – N503 (bij Schagerbrug)

0

500

 

N28

N9: N503 (bij Schagerbrug) – ringweg Alkmaar (Huiswaarderweg)

0

500

 

N27

N9: Huiswaarderweg – Vkp Kooimeer

0

500

 

N26

A9: Vkp Kooimeer -afrit 10 (Castricum)

0

1500

 

N25

A9: afrit 10 (Castricum) – Knp. Beverwijk

0

1500

 

N24-1

A9: Knp. Beverwijk – afrit 8 Beverwijk

0

1500

 

N24-2

A9: afrit 8 Beverwijk – Knp. Velsen (incl. Wijkertunnel)

0

0

Categorie C tunnel

N23

A9: Knp. Velsen – Knp. Rottepolderplein

0

3000

 

N22

A9: Knp. Rottepolderplein – Knp. Raasdorp

0

4000

 

N88

A9: Knp. Raasdorp – Knp. Badhoevedorp

0

3000

 

N86

A9: Knp. Badhoevedorp – afrit 5 (Amstelveen)

0

3000

 

N21

A9: afrit 5 (Amstelveen) Knp. Holendrecht 2

0

3000

 

N5

A2/A9: Knp. Holendrecht 2 – Knp. Holendrecht 1

0

3000

 

N20

A9: Knp. Holendrecht 1 – afrit 1 (S113, Gaasperplas)

0

3000

 

N107

A9: afrit 1 (S113, Gaasperplas) – Knp. Diemen

0

3000

 
  Rijksweg A10  

N15

A10: Knp Coenplein – afrit S101 (Westpoort 2000-3000) (inclusief Coentunnel)

0

0

Categorie C tunnel

N98

A10: afrit S101 (Westpoort 2000-3000) – afrit S102 (Westpoort 3000-9000)

0

1000

 

N14

A10: afrit S102 (Westpoort 3000-9000) – afrit S103 (Haarlem)

0

1329

 

N13

A10: afrit S103 (Haarlem) – Knp. De Nieuwe Meer

0

2759

 

N12

A10: Knp. De Nieuwe Meer – Knp Amstel

0

3912

 

N11

A10: Knp Amstel – Knp Watergraafsmeer

0

2517

 

N18-1

A10: Knp Watergraafsmeer – afrit S114 (Zeeburg)

0

2562

 

N18-2

A10: afrit S114 (Zeeburg) – afrit S115 (Nieuwendam) (incl. Zeeburgertunnel)

0

0

Categorie C tunnel

N17

A10: afrit S115 (Nieuwendam) – afrit S116 (Volendam)

0

4000

 

N16

A10: afrit S116 (Volendam) – Knp. Coenplein

0

4000

 
  Rijksweg N11  

Z22

N11: A4 – afrit N209 (Hazerswoude Rijndijk)

0

1500

 

Z119

N11: afrit N209 (Hazerswoude Rijndijk) – afrit N207 (Alphen aan den Rijn)

0

1500

 

Z21

N11: afrit N207 (Alphen aan den Rijn) – afrit N458 (Bodegraven)

0

1500

 

Z20

N11: afrit N458 (Bodegraven) – A12

0

1500

 
  Rijksweg A12  

Z16

A12: N44 (Benoordenhoutseweg) – Knp. Prins Clausplein

0

0

Routering, geen gebruiksruimte GF3

Z17

A12: Knp. Prins Clausplein – afrit 7 (Zoetermeer)

0

1500

 

Z124

A12: afrit 7 (Zoetermeer) – afrit 9 (Zevenhuizen)

0

1500

 

Z135

A12: afrit 9 (Zevenhuizen) – Knp. Gouwe

0

1500

 

Z18

A12: Knp. Gouwe – afrit 11 Gouda

26

8486

 

Z137

A12: afrit 11 (Gouda) – afrit 12a (Bodegraven)

26

8649

 

Z19

A12: afrit 12a (Bodegraven) – afrit 14 (Woerden)

26

8432

 

U85

A12: afrit 14 (Woerden) – afrit 15 (De Meern)

26

8466

 

U86

A12: afrit 15 (De Meern) – Knp. Oudenrijn

28

8468

 

U9

A12: Knp. Oudenrijn – afrit 18 (Hoograven)

25

6855

 

U93

A12: afrit 18 (Hoograven) – Knp. Lunetten

23

7055

 

U10

A12: Knp. Lunetten – afrit 19 (Bunnik)

0

4000

 

U94

A12: afrit 19 (Bunnik) – afrit 20 (Driebergen)

0

4000

 

U79

A12: afrit 20 (Driebergen) – afrit 21 (Maarn)

0

4000

 

U80

A12: afrit 21 (Maarn) – afrit 22 (Maarsbergen)

0

4000

 

U11

A12: afrit 22 (Maarsbergen) – afrit 23 (Veenendaal)

0

4000

 

G8

A12: afrit 23 (Veenendaal) – Knp. Maanderbroek

0

4000

 

G66

A12: Knp. Maanderbroek – afrit 24 (Wageningen)

0

4000

 

G9

A12: afrit 24 (Wageningen) – Knp. Grijsoord

0

4000

 

G10

A12/A50: Knp. Grijsoord – Knp. Waterberg

21

5138

 

G11

A12: Knp. Waterberg – Knp. Velperbroek

16

3428

 

G12

A12: Knp. Velperbroek – Knp. Oud-Dijk

0

4000

 

G13

A12: Knp Oud-Dijk – Grens Duitsland

0

3000

 
  Rijksweg A13  

Z29

A13: Knp. Ypenburg – afrit 9 (Delft)

17

3639

 

Z113

A13: afrit 9 (Delft) – afrit 10 (Delft Zuid)

17

3200

 

Z30

A13: afrit 10 (Delft Zuid) – afrit 11 (Berkel en Rodenrijs)

16

2829

 

Z114

A13: afrit 11 (Berkel en Rodenrijs) – Knp. Kleinpolderplein

6

2717

 
  Rijksweg N14  

Z53

N14: A4 afrit 8 Leidschendam – N44 Wassenaar (incl. Sytwendetunnel)

0

0

Categorie C tunnel

  Rijksweg A15/N15  

Z65

N15: Maasvlakte – afrit 10

16

7022

 

Z66

N15: afrit 10 – afrit 12 (Brielle)

40

10289

 

Z126-1

A15: afrit 12 (Brielle) – afrit 13 (Rozenburg) (incl. Thomassentunnel)

15

0

Categorie C tunnel

Z126-2

A15: afrit 13 (Rozenburg) – afrit 15 ( Havens)

49

11676

 

Z67

A15: afrit 15 (Havens) – afrit 16 (Spijkenisse)

51

11579

 

Z69

A15: afrit 16 (Spijkenisse) – afrit 17 (Hoogvliet) (incl. Botlektunnel)

0

0

Categorie D tunnel

Z70

A15: afrit 17 (Hoogvliet) – Knp. Benelux

74

25176

 

Z71

A15: Knp. Benelux – afrit 18 (Pernis)

80

38060

 

Z72

A15: afrit 18 (Pernis) – afrit 19 (Rotterdam Charlois)

80

31529

 

Z73

A15: afrit 19 (Rotterdam Charlois) – Knp. Vaanplein

80

31638

 

Z74

A15: Knp. Vaanplein – Knp. Ridderkerk Noord

80

39917

 

Z55

A15/A16: Knp. Ridderkerk Noord – Knp. Ridderkerk Zuid

66

17334

 

Z75

A15: Knp. Ridderkerk Zuid – afrit 21 (Hendrik Ido Ambacht )

63

18516

 

Z76

A15: afrit 21 (Hendrik Ido Ambacht) – A15 afrit 22 (Alblasserdam) (incl. Noordtunnel)

0

0

Categorie C tunnel

Z78

A15: afrit 22 (Alblasserdam) – afrit 23 (Papendrecht/N3)

68

23048

 

Z79

A15: afrit 23 (Papendrecht/N3) – afrit 27 (Gorinchem)

46

13059

 

Z80

A15: afrit 27 (Gorinchem) – Knp. Gorinchem

41

13595

 

G14

A15: Knp. Gorinchem – Knp. Deil

32

9956

 

G15

A15: Knp. Deil – afrit 33 (Tiel)

26

9173

 

G78

A15: afrit 33 (Tiel) – afrit 34 (Echteld)

38

11754

 

G16

A15: afrit 34 (Echteld) – Knp. Valburg

30

10044

 

G17

A15: Knp. Valburg – Knp. Ressen

8

4000

 
  Rijksweg A16  

Z54

A16: Knp. Terbregseplein – afrit 25 (Rotterdam Centrum)

38

11421

 

Z134

A16: afrit 25 (Rotterdam Centrum) – Knp. Ridderkerk Noord

58

16263

 

Z55

A15/A16: Knp. Ridderkerk Noord – Knp. Ridderkerk Zuid

66

17334

 

Z56-1

A16: Knp. Ridderkerk Zuid – afrit 22 Zwijndrecht

26

500

 

Z56-2

A16: afrit 22 Zwijndrecht – afrit 21 (Dordrecht) (incl. Drechttunnel)

26

0

Categorie C tunnel

Z57

A16: afrit 21 (Dordrecht) – afrit 20 (Randweg Dordrecht)

22

500

 

Z58

A16: afrit 20 (Randweg Dordrecht) – Knp. Klaverpolder

45

9047

 

B37

A16: Knp. Klaverpolder – Knp. Zonzeel

33

6519

 

B38

A16: Knp. Zonzeel – afrit 17 (Prinsenbeek)

28

5466

 

B39

A16: afrit 17 (Prinsenbeek) – Knp Princeville

33

5364

 

B108

A16: Knp. Galder – Grens België

8

4000

 
  Rijksweg A17  

B11

A17: Knp. Klaverpolder – afrit 26 (Industrie Moerdijk)

27

3627

 

B12

A17: afrit 26 (Industrie Moerdijk) – afrit 25 (Zevenbergen)

16

3345

 

B100

A17: afrit 25 (Zevenbergen) – Knp. Noordhoek

20

4011

 

B13

A17: Knp. Noordhoek – afrit 21 (Roosendaal Noord)

17

2118

 

B99

A17: afrit 21 (Roosendaal Noord) – Knp. De Stok

19

3122

 
  Rijksweg A18/N18  

G18

A18: Knp. Oud-Dijk – afrit 4 (Doetinchem Oost)

0

4000

 

G19

A18: afrit 4 (Doetinchem Oost) – afrit 5 (Varsseveld)

0

4000

 

G20

N18: afrit 5 Varsseveld – afrit N319 Groenlo

0

1000

 

G21

N18: afrit N319 (Groenlo) – afrit N822 (Eibergen)

0

1000

 

G22

N18: afrit N822 (Eibergen) – afrit N347 (Haaksbergen)

0

1000

 

O35

N18: afrit N347 (Haaksbergen) – A35

0

1000

 
  Rijksweg A20  

Z122

A20: afrit N223 (bij Maasdijk) – afrit 6 (Maasdijk)

0

1000

 

Z48

A20: afrit 6 (Maasdijk) – Knp. Kethelplein

0

1000

 

Z49

A20: Knp. Kethelplein – Knp. Kleinpolderplein

20

1050

 

Z50

A20: Knp. Kleinpolderplein – afrit 14 (Rotterdam Centrum)

10

3656

 

Z125

A20: afrit 14 (Rotterdam Centrum) – Knp. Terbregseplein

11

3656

 

Z51

A20: Knp. Terbregseplein – afrit 17 (Nieuwerkerk aan de Yssel)

32

10952

 

Z136

A20: afrit 17 (Nieuwerkerk aan de Yssel) – Knp. Gouwe

22

8847

 
  Rijksweg A22  

N83

A22: Knp. Beverwijk – afrit Beverwiijk

0

1500

 

N93

A22: afrit Beverwijk – afrit IJmuiden (incl. Velsertunnel)

0

0

Categorie D tunnel

N89

A22: afrit IJmuiden – Knp. Velsen

0

3000

 
  Rijksweg A27  

F3

A27: Knp. Almere – afrit 36 (Almere Stad)

0

4000

 

F43

A27: afrit 36 (Almere Stad) – Knp. Eemnes

0

4000

 

N67

A27: Knp. Eemnes – afrit 33 (Hilversum)

0

4000

 

N97

A27: afrit 33 (Hilversum) – afrit 32 (Bilthoven)

0

4000

 

U87

A27: afrit 32 (Bilthoven) – afrit 31 (Ring Utrecht Noord)

0

4000

 

U89

A27: afrit 31 (Ring Utrecht Noord) – Knp. Rijnsweerd

0

4000

 

U6

A27: Knp. Rijnsweerd – Knp. Lunetten

23

7298

 

U7

A27: Knp. Lunetten – Knp. Everdingen

10

5832

 

Z128

A27: Knp. Everdingen – afrit 25 (Noordeloos)

16

5424

 

Z100

A27: afrit 25 (Noordeloos) – Knp. Gorinchem

14

5040

 

Z99

A27: Knp. Gorinchem – afrit 24 (Avelingen)

16

4764

 

B41

A27: afrit 24 (Avelingen) – Knp. Hooipolder

12

4000

 

B134

A27: Knp. Hooipolder – afrit 19 (Oosterhout)

0

3000

 

B42

A27: afrit 19 (Oosterhout) – afrit 16 (Breda Noord)

0

4000

 

B109

A27: afrit 16 (Breda Noord) – afrit 15 (Breda)

0

4000

 

B110

A27: afrit 15 (Breda) – Knp. Annabosch

0

4000

 

B101

A27/A58: Knp. Annabosch – afrit 14 (Ulvenhout)

23

3771

 

B4

A27/A58: afrit 14 (Ulvenhout) – Knp. Galder

24

3950

 
  Rijksweg A28  

D5

A28: Knp. Julianaplein – afrit 36 (Zuidlaren)

0

1500

 

D26

A28: afrit 36 (Zuidlaren) – afrit 34 (Assen Noord)

0

1500

 

D4

A28: afrit 34 (Assen Noord) – afrit 32 (Assen Zuid)

0

3000

 

D3

A28: afrit 32 (Assen Zuid) – afrit 31 (Westerbork)

0

3000

 

D31

A28: afrit 31 (Westerbork) – afrit 27 (Fluitenberg)

0

3000

 

D29

A28: afrit 27 (Fluitenberg) – Knp. Hoogeveen

0

3000

 

D2

A28: Knp. Hoogeveen – Knp. Lankhorst

0

4000

 

O111

A28: Knp. Lankhorst – afrit 22 (Nieuwleusen)

18

3314

 

O12

A28: afrit 22 (Nieuwleusen) – afrit 21 (Ommen)

3

2075

 

O112

A28: afrit 21 (Ommen) – afrit 20 (Zwolle Noord)

13

2895

 

O11

A28: afrit 20 (Zwolle Noord) – afrit 18 (Zwolle-Zuid)

13

3093

 

O114

A28: afrit 18 (Zwolle-Zuid) – Knp. Hattemerbroek

13

3293

 

G62

A28: Knp. Hattemerbroek – afrit 13 (Lelystad)

0

4000

 

G61

A28: afrit 13 (Lelystad) – afrit 12 (Ermelo)

5

3696

 

G60

A28: afrit 12 (Ermelo) – afrit 9 (Nijkerk)

16

6902

 

G31

A28: afrit 9 (Nijkerk) – Knp. Hoevelaken

20

8781

 

U82

A28: Knp. Hoevelaken – afrit 6 (Leusden Zuid)

14

6795

 

U2

A28: afrit 6 (Leusden Zuid) – afrit 5 (Maarn)

14

6570

 

U3

A28: afrit 5 (Maarn) – afrit 3 (Den Dolder)

16

7011

 

U83

A28: afrit 3 (Den Dolder) – Knp. Rijnsweerd

13

6707

 
  Rijksweg A29  

Z88

A29: Knp. Vaanplein – afrit 21 (Oud Beijerland) (Heinenoordtunnel)

0

0

Categorie D tunnel

Z133

A29: afrit 21 (Oud Beijerland) – Knp. Hellegatsplein

0

1000

 

B19

A29/A59: Knp. Hellegatsplein – Knp. Sabina

0

3000

 

B20

A29: Knp. Sabina – afrit 24 (Dinteloord)

0

1000

 
  Rijksweg A30  

G32

A30: A1 – afrit 4 (Barneveld Zuid)

0

4000

 

G67

A30: afrit 4 (Barneveld Zuid) – afrit 2 (Ede)

0

4000

 

G68

A30: afrit 2 (Ede) – afrit 1 (Industriegebied Ede)

0

4000

 

G85

A30: afrit 1 (Industriegebied Ede) – Knp. Maanderbroek

0

4000

 
  Rijksweg A31/N31  

Fr8

A31: Knp. Zurich – afrit 22 (Marssum)

0

1000

 

Fr9

N31: afrit 22 (Marssum) – afrit N359 (Boksum)

0

1000

 

Fr10

N31: afrit N359 (Boksum) – A32 (Leeuwarden)

0

1000

 

Fr11

N31: A32 (Leeuwarden) – afrit N913 (Garijp)

0

1000

 

Fr37

N31: afrit N913 (Garijp) – afrit N356 (Nijega)

0

1000

 

Fr32

N31: afrit N356 (Nijega) – afrit N369 (Drachten)

0

1500

 

Fr36

N31: afrit N369 (Drachten) – Knp. Drachten (A7)

0

1500

 
  Rijksweg A32  

Fr15

A32: Leeuwarden – Knp. Heerenveen

0

1500

 

Fr31

A32: Knp. Heerenveen – afrit 8 (Wolvega)

0

1500

 

O18

A32: afrit 8 (Wolvega) – afrit 7 (Steenwijk Noord)

0

3000

 

O115

A32: afrit 7 (Steenwijk Noord) – afrit 5 (Steenwijk Zuid)

0

3000

 

O116

A32: afrit 5 (Steenwijk Zuid) – afrit 4 (Havelte)

0

3000

 

O19

A32: afrit 4 (Havelte) – Knp. Lankhorst

0

3000

 
  Rijksweg N33  

Gr5

N33: Eemshaven – afrit N997 (bij Holwierde)

0

1500

Wegtype buiten bebouwde kom

Gr6

N33: afrit N997 (bij Holwierde) – afrit N360 (Appingedam)

0

1500

Wegtype buiten bebouwde kom

Gr7

N33: afrit N360 (Appingedam) – afrit N362 (bij Opwierde)

15

1500

Wegtype buiten bebouwde kom

Gr8

N33: afrit N362 (bij Opwierde) – A7

9

1500

Wegtype buiten bebouwde kom

Gr9*

N33: A7 – afrit N366 (Veendam)

20

1500

* Wijzigt van buiten bebouwde kom naar autosnelweg vanwege aanpassingen (Veiligheids

zone komt na aanpassingen te vervallen)

D15*

N33: afrit N366 (Veendam) – N34 (Gieten)

20

1500

D14*

N33: N34 (Gieten) – A28

15

1500

  Rijksweg N34  

O95

N34: N48 (Ommen) – afrit N347 (Ommen)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

O96

N34:afrit N347 (Ommen) – N36 (bij Rheezerveen)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

  Rijksweg N35/A35  

O59

N35: (Zwolle) – afrit N348 (Raalte, Ommerweg)

0

500

Wegtype buiten bebouwde kom

O60

N35: afrit N348 (Raalte, Ommerweg) – afrit N347 (Nijverdal)

0

0

Geen gebruiksruimte GF3

O62

N35: afrit N347 (Nijverdal) – afrit N350 (Wierden)

0

500

Wegtype buiten bebouwde kom

O63

N35: afrit N350 (Wierden) – N36

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

O120

A35: N36 – afrit N349 (Almelo)

0

1500

 

O28

A35: afrit N349 (Almelo) – Knp. Azelo

0

1500

 

O4

A1/A35: Knp. Azelo – Knp. Buren

0

4000

 

O22

A35: Knp. Buren – afrit 28 (Delden)

0

3000

 

O128

A35: afrit 28 (Delden) – afrit 27 (Ind. Twentekanaal)

0

1500

 

O23

A35: afrit 27 (Ind. Twentekanaal) – afrit 26 (Enschede West)

0

1500

 

O24

A35/N35: afrit 26 (Enschede West) – Grens Duitsland

0

1500

 
  Rijksweg N36  

O40

N36: N34 (bij Rheezerveen) – afrit N341 (Westerhaar-Vriezeveensewijk)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

O39

N36: afrit N341 (Westerhaar-Vriezeveensewijk) – afrit N748 (Vriezenveen)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

O38

N36: afrit N748 (Vriezenveen) – A35 (Almelo)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

  Rijksweg A37/N37  

D7

A37: Knp. Hoogeveen – afrit 1 (Hoogeveen Oost)

0

1500

 

D30

A37: afrit 1 (Hoogeveen Oost) – Knp. Holsloot

0

1500

 

D8

N37: Knp. Holsloot – afrit N376 (bij Veenoord)

0

1500

 

D28

N37: afrit N376 (bij Veenoord) – Duitse Grens

0

1500

 
  Rijksweg A44  

N9

A44: Knp. Burgerveen – afrit 3 (Noordwijkerhout)

0

3000

 

Z1

A44: afrit 3 (Noordwijkerhout) – afrit 9 (Leiden Zuid)

0

3000

 

Z2

A44: afrit 9 (Leiden Zuid) – Wassenaar

0

3000

 
  Rijksweg N48  

D6

N48: Knp. Hoogeveen – afrit N377 (Balkbrug)

0

500

Wegtype buiten bebouwde kom

O43/O118

N48: afrit N377 (Balkbrug) – N34 (Ommen)

0

500

Wegtype buiten bebouwde kom

  Rijksweg N50/A50  

F26

N50: Knp. Emmeloord – afrit N352 (Ens)

0

1500

 

O52

N50: afrit N352 (Ens) – afrit N307 (Kampen)

0

1500

 

O123

N50: afrit N307 (Kampen) – afrit N764 (Kampen)

0

1500

 

O124

N50: afrit N764 (Kampen) – Knp. Hattemerbroek

0

1500

 

G3

A50: Knp. Hattemerbroek – Knp. Beekbergen

0

3000

 

G4

A50: Knp. Beekbergen – Knp. Waterberg

11

2309

 

G10

A12/A50: Knp. Waterberg – Knp Grijsoord

21

5138

 

G5

A50: Knp. Grijsoord – Knp. Valburg

7

3150

 

G6

A50: Knp. Valburg – Knp. Ewijk

18

4932

 

G65

A50: Knp. Ewijk – Knp. Bankhoef

0

3000

 

B79

A50:Knp. Bankhoef – Knp. Paalgraven

0

3000

 

B80

A50: Knp. Paalgraven – afrit 14 (Zeeland)

0

1500

 

B86

A50: afrit 14 (Zeeland) – afrit 13 (Volkel)

0

1500

 

B139

A50: afrit 13 (Volkel) – afrit 12 (Veghel Noord)

0

1500

 

B87

A50: afrit 12 (Veghel Noord) – afrit 11 (Veghel)

0

1500

 

B81

A50: afrit 11 (Veghel) – afrit 10 (Eerde)

0

1500

 

B132

A50: afrit 10 (Eerde) – A58 (Eindhoven )

0

1500

 
  Rijksweg N57  

Z89

N57: A15 – afrit N218 (bij Zwartewaal)

0

1500

 

Z90

N57: afrit N218 (bij Zwartewaal) – afrit N495 (Nieuwehoorn)

12

1500

Wegtype buiten bebouwde kom

Z91

N57: afrit N495 (Nieuwehoorn) – afrit N215 (Stellendam)

10

1500

Wegtype buiten bebouwde kom

Ze11

N57: afrit N215 (Stellendam) – N59

5

1500

Wegtype buiten bebouwde kom

Ze47

N57: N59 – afrit N255 (bij Kamperland)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

Ze48

N57: afrit N255 (bij Kamperland) – afrit N287 (Serooskerke)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

Ze12

N57: afrit N287 (Serooskerke) – Middelburg

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

  Rijksweg A58  

Onbekend

A58: N288 Vlissingen – afrit 38 (Arnestein)

0

500

 

Ze49

A58: afrit 38 (Arnestein) – afrit 36 (Heinkenzand)

0

500

 

Ze50

A58: afrit 36 (Heinkenzand) – Knp. De Poel

5

4229

 

Ze9

A58: Knp. De Poel – afrit 35 ('s Gravenpolder)

0

4000

 

Ze51

A58: afrit 35 ('s Gravenpolder) – afrit 33 (Yerseke) (incl. Vlaketunnel)

0

0

Categorie C tunnel

Ze52

A58: afrit 33 (Yerseke) – afrit 32 (Kruiningen)

0

4000

 

Ze10

A58: afrit 32 (Kruiningen) – Knp. Markiezaat

0

4000

 

B127

A4/A58: Knp. Markiezaat – afrit 30 (Hoogerheide)

30

5715

 

B1

A4/A58: afrit 30 (Hoogerheide) – Knp. Zoomland

25

3851

 

B2

A58: Knp. Zoomland – Knp. De Stok

29

3720

 

B3

A58: Knp. De Stok – afrit 24 (Roosendaal)

0

4000

 

B114

A58: afrit 24 (Roosendaal) – afrit 19 (Industriegebied Vosdonk)

0

4000

 

B136

A58: afrit 19 (Industriegebied Vosdonk) – afrit 18 (Etten-Leur)

0

4000

 

B129

A58: afrit 18 (Etten-Leur) – Knp. Princeville

0

4000

 

B40

A16/A58: Knp. Princeville – afrit 15 (Rijsbergen)

26

4728

 

B116

A16/A58: afrit 15 (Rijsbergen) – Knp. Galder

30

4295

 

B4

A27/A58: Knp. Galder – afrit 14 (Ulvenhout)

24

3950

 

B101

A27/A58: afrit 14 (Ulvenhout) – Knp. Annabosch

23

3771

 

B5

A58: Knp. Annabosch – afrit 12 (Gilze)

21

4178

 

B113

A58: afrit 12 (Gilze) – afrit 11 (Goirle)

23

4460

 

B111

A58: afrit 11 (Goirle) – afrit 10 (Hilvarenbeek)

24

4542

 

B120

A58: afrit 10 (Hilvarenbeek) – Knp. De Baars

19

4140

 

B6

A58: Knp. De Baars – afrit 8 (Oirschot)

16

4065

 

B141

A58: afrit 8 (Oirschot) – Knp. Batadorp

18

3188

 

B7

A2/A58: Knp. Batadorp – Knp. Ekkersweijer

0

4000

 

B8

A58: Knp. Ekkersweijer – A50 (Eindhoven )

0

3000

 
  Rijksweg N59/A59  

Ze38

N59: N57 (Serooskerke) – afrit N256 (Zierikzee)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

Ze39/Ze40

N59: afrit N256 (Zierikzee) – afrit N257

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

Z94

N59: afrit N257 – afrit N215 (Oude-Tonge)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

Z93

N59: afrit N215 (Oude-Tonge) – Knp. Hellegatsplein

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

B19

A29/A59: Knp. Hellegatsplein – Knp. Sabina

0

3000

 

B14

A59: Knp. Sabina – afrit 24 (Fijnaart)

0

3000

 

B98

A59: afrit 24 (Fijnaart) – Knp. Noordhoek

0

3000

 

B15

A59: Knp. Zonzeel – afrit 31 (Terheijden)

10

4000

 

B102

A59: afrit 31 (Terheijden) – Knp. Hooipolder

9

4000

 

B16

A59: Knp. Hooipolder – afrit 37 (Waalwijk)

0

3000

 

B17

A59: afrit 37 (Waalwijk) – afrit 42 (Heusden)

0

3000

 

B18

A59: afrit 42 (Heusden) – Knp. Empel

0

3000

 

B60

A2/A59: Knp. Empel – Knp. Hintham

0

4000

 

B78

A59: Knp. Hintham – Knp. Paalgraven

0

3000

 
  Rijksweg N61  

Ze28

N61: N683 (Westdorpe) – N62 (Terneuzen)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

Ze61

N61: N62 (Terneuzen) – N252 (Terneuzen)

0

1000

Wegtype buiten bebouwde kom

  Rijksweg N62  

Ze58-1

N62: N254 (Nieuwdorp) – N666 ('s-Heerenhoek)

0

3000

Wegtype buiten bebouwde kom

Ze58-2

N62: N666 ('s-Heerenhoek) – N681 (Terneuzen) (incl. Westerscheldetunnel)

0

0

Categorie C tunnel

  Rijksweg A65  

B58

A65: Knp. Vught – afrit 3 (Tilburg Noord)

0

1500

 

B138

A65: afrit 3 (Tilburg Noord) – Knp. De Baars

0

1500

 
  Rijksweg A67  

B71

A67: Grens België – afrit 32 (Eersel)

28

5844

 

B103

A67: afrit 32 (Eersel) – Knp. De Hogt

29

5739

 

B72

A2/A67: Knp. De Hogt – afrit 33 (Waalre)

33

8400

 

B104

A2/A67: afrit 33 (Waalre) – Knp. Leenderheide

43

9570

 

B73

A67: Knp. Leenderheide – afrit 35 (Someren)

29

6719

 

B112

A67: afrit 35 (Someren) – afrit 38 (Helden)

32

4832

 

L5

A67: afrit 38 (Helden) – afrit 39 (Sevenum)

26

5247

 

L89

A67: afrit 39 (Sevenum) – Knp. Zaarderheiken

22

4539

 

L6

A67: Knp. Zaarderheiken – afrit 40 (Velden)

30

8402

 

L90

A67: afrit 40 (Velden) – afrit 41 (Venlo)

29

7025

 

L91

A67: afrit 41 (Venlo) – Grens Duitsland

27

4185

 
  Rijksweg A73  

G28

A73: Knp. Ewijk – Knp. Neerbosch

13

4848

 

G27

A73: Knp. Neerbosch – afrit 1A (Wijchen)

13

3395

 

G26

A73: afrit 1A (Wijchen) – afrit 3 (Malden)

15

4124

 

B84

A73: afrit 3 (Malden) – afrit 5 (Haps)

10

3428

 

B118

A73: afrit 5 (Haps) – Knp. Rijkevoort

12

3087

 

B85

A73: Knp. Rijkevoort – afrit 6 (Boxmeer)

0

4000

 

B122

A73: afrit 6 (Boxmeer) – afrit 7 (Vierlingsbeek)

0

4000

 

L1

A73: afrit 7 (Vierlingsbeek) – afrit 9 (Venray)

0

5148

 

L2

A73: afrit 9 (Venray) – afrit 11 (Horst)

1

5904

 

L87

A73:afrit 11 (Horst) – afrit 12 (Grubbenvorst)

6

5363

 

L88

A73: afrit 12 (Grubbenvorst) – Knp. Zaarderheiken

11

6336

 

L104

A73: Knp. Zaarderheiken – afrit 13 (Venlo West)

0

3000

 

L117

A73: afrit 13 Venlo West – afrit 14 Maasbree

0

3000

Weg was nog niet in gebruik ten tijde van de tellingen

L13

A73: afrit 14 Maasbree – afrit 16 Venlo-Zuid

0

3000

Weg was nog niet in gebruik ten tijde van de tellingen

L14

A73: afrit 16 Venlo-Zuid – afrit 18 Beesel

0

3000

Weg was nog niet in gebruik ten tijde van de tellingen

L37

A73: afrit 18 (Beesel) – afrit 19 (Roermond) incl. Swalmentunnel

0

3000

Categorie A tunnel. Weg was nog niet in gebruik ten tijde van de tellingen

L111

A73: afrit 19 Roermond – afrit 20 Roermond-Oost

0

3000

Weg was nog niet in gebruik ten tijde van de tellingen

L112

A73: afrit 20 (Roermond-Oost) – afrit 21 (Linne) incl. Roertunnel

0

3000

Categorie A tunnel. Weg was nog niet in gebruik ten tijde van de tellingen

L113

A73: afrit 21 Linne – afrit 22 Maasbree

0

3000

Weg was nog niet in gebruik ten tijde van de tellingen

  Rijksweg A76  

L62

A76: Grens België – Knp. Kerensheide

13

4485

 

L63

A76: Knp. Kerensheide – afrit 2 (Geleen)

14

4985

 

L93

A76: afrit 2 (Geleen) – afrit 5 (Nuth)

6

4205

 

L94

A76: afrit 5 (Nuth) – Knp. Ten Esschen

7

4196

 

L64

A76: Knp. Ten Esschen – Knp. Kunderberg

7

4397

 

L65

A76: Knp. Kunderberg – Knp. Bocholz

2

4000

 

L66

A76: Knp. Bocholz – grens Duitsland

3

4000

 
  Rijksweg A77  

B97

A77: Knp. Rijkevoort – afrit 2 (Gennep)

0

4000

 

L8

A77: afrit 2 (Gennep) – Grens Duitsland

0

4000

 
  Rijksweg A79  

L109

A79: Knp. Kruisdonk – afrit 1 (Bunde)

0

1000

 

L61

A79: afrit 1 (Bunde) – afrit 4 (Hulsberg)

0

1000

 

L102

A79: afrit 4 (Hulsberg) – Knp. Kunderberg

0

1000

 

L67

A79: Knp. Kunderberg – Keulseweg Heerlen

0

500

 
  Rijksweg N99  

N30

N99: N250 (De Kooy) – afrit N249 (van Ewijcksluis)

0

500

Wegtype buiten bebouwde kom

N79

N99: N249 (van Ewijcksluis) – A7

0

500

Wegtype buiten bebouwde kom

  Rijksweg A200/N200  

N96

N200: Haarlem – Knp. Rottepolderplein

0

1000

 

N61

A200/N200: Knp. Rottepolderplein – A10

15

1037

 
  Omleidingsroutes diverse tunnels  

Z126

omleidingsroute Thomassentunnel (A15)

27

11676

 

Z68

omleidingsroute Botlektunnel (A15): via Botlekbrug

72

26852

Wegtype binnen bebouwde kom

Z77

omleidingsroute Noordtunnel (A15): via N915

93

21167

Wegtype buiten bebouwde kom. Nadat maatregelen getroffen zijn wordt de veiligheidszone kleiner.

Ze43

omleidingsroute Vlaketunnel (A58): Oude Rijksweg

19

3834

Wegtype buiten bebouwde kom

N19

omleidingsroute Zeeburgertunnel (A10): Zuiderzeeweg

0

2562

Wegtype binnen bebouwde kom

  Knooppunten (niet genoemde bogen hebben geen zone)  

U90

Knp. Hoevelaken: aansluiting A28/A1 van afrit 9 Nijkerk en afrit 6 Leusden Zuid richting A1 afrit 13 Amersfoort Noord

5

4000

 

U82

Knp. Hoevelaken: aansluiting A1 van afrit 13 Amersfoort Noord – A28 richting afrit 6 Leusden Zuid

7

6795

 

G31

knp. Hoevelaken: aansluiting A1 (van afrit 13 Amersfoort Noord) – A28 richting afrit 9 Nijkerk

10

8781

 

G2

Knp. Beekbergen: aansluiting A50 – A1 richting afrit 23 Deventer

7,5

4000

 

G4

Knp. Beekbergen: aansluiting A1 (van afrit 19 Hoenderloo) – A50 richting knp. Waterberg

5,5

3000

 

B63

Knp. Batadorp: aansluiting A58 van knp. Ekkersweijer – A2 richting afrit 30 Eindhoven Centrum

10,5

4421

 

B141

knp. Batadorp: aansluiting A2 (afrit 30 Eindhoven Centrum) – A58 afrit 8 Oirschot

9

3188

 

B72

Knp. De Hogt: aansluiting A2 – A67 richting afrit 33 Waalre

15

8400

 

B103

Knp. De Hogt: aansluiting A2 – A67 richting afrit 32 Eersel

14,5

5739

 

B106

Knp. De Hogt: aansluiting A67 van afrit 32 Eersel – A2 richting afslag 30 richting Eindhoven Centrum

13

4557

 

B106

Knp. De Hogt: aansluiting A67 van afrit 33 Waalre – A2 richting afrit 30 Eindhoven Centrum

13

4557

 

B73

Knp. Leenderheide: aansluiting A2 – A67 richting afrit 35 Someren

14,5

6719

 

B104

Knp. Leenderheide: aansluiting Leenderweg – A67 richting afrit 33 Waalre

20

9570

 

Z8

Knp. Prins Clausplein: aansluiting A12 van Benoordenhoutseweg/Utrechtsebaan/Zuid Hollandlaan – A4 richting knp. Ypenburg

11,5

3743

 

Z8

Knp. Prins Clausplein: aansluiting A12 van afrit 7 Zoetermeer – A4 richting knp. Ypenburg

11,5

3743

 

Z11

Knp. Kethelplein: aansluiting A20 van afrit 6 Maasdijk – A4 richting knp. Benelux

11,5

500

 

Z49

Knp. Kethelplein: aansluiting A4/A20 richting knp. Kleinpolderplein

10

1050

 

Z11

Knp. Kethelplein: aansluiting A20 van knp. Kleinpolderplein – A4 richting knp. Benelux

11,5

500

 

Z70

Knp Benelux: aansluiting A4 – A15 richting afrit 17 Hoogvliet

49

25176

 

Z71

Knp. Benelux: aansluiting A4 – A15 richting afrit 18 Pernis

66

38060

 

Z11

Knp. Benelux: aansluiting A15 (van afrit 17 Hoogvliet) – A4 richting knp. Kethelplein

11,5

500

 

Z11

Knp. Benelux: aansluiting A15 (afrit 18 Pernis) – A4 richting knp. Kethelplein

11,5

500

 

B2

Knp. Zoomland: aansluiting A4 – A58 richting knp. De Stok

14,5

3720

 

B1

Knp. Zoomland: aansluiting A58 – A4 richting afrit 30 Hogerheide

12,5

3851

 

B35

Knp Markiezaat: aansluiting A4 – A58 richting grens Belgie

11

3098

 

B127

Knp Markiezaat: aansluiting A58 – A4 richting afrit 30 Hoogerheide

15

5715

 

Gr30

Knp. Europaplein: aansluiting A7 – N7 richting knp. Julianaplein

6

1000

 

Z136

Knp. Gouwe: aansluiting A12 – A20 richting afrit 17 Nieuwerkerk aan de IJssel

5

8847

 

Z18

Knp. Gouwe: aansluiting A20 – A12 richting afrit 11 Gouda

5

8486

 

U86

Knp. Oudenrijn: aansluiting A2 – A12 richting afrit 15 De Meern

5

8468

 

U9

Knp. Oudenrijn: aansluiting A2 – A12 richting afrit 18 Hoograven

12,5

6855

 

U6

Knp. Lunetten: aansluiting A12 – A27 richting knp. Rijnsweerd

11,5

7298

 

U7

Knp. Lunetten: aansluiting A12 – A27 richting knp. Everdingen

5

5832

 

U93

Knp. Lunetten: aansluiting A27 – A12 richting afrit 18 Hoograven

12,5

7055

 

G10

Knp. Grijsoord: aansluiting A 50 – A12 richting knp. Waterberg

10,5

5138

 

G5

Knp. Grijsoord: aansluiting A12 – A50 richting knp. Valburg

5

3150

 

G10

Knp. Waterberg: aansluiting A50 – A12 richting knp. Grijsoord

10,5

5138

 

G11

Knp. Waterberg: aansluiting A50 – A12 richting knp. Velperbroek

8

3428

 

G4

Knp. Waterberg: aansluiting A12 ( van knp. Velperbroek) – A50 richting knp. Beekbergen

5,5

3000

 

G4

Knp. Waterberg: aansluiting A12 (van knp. Grijsoord) – A50 richting knp. Beekbergen

5,5

3000

 

G11

Knp. Velperbroek: aansluiting A348 – A12 richting knp. Waterberg

8

3428

 

Z8

Knp. Ypenburg: aansluiting A13 – A4 richting knp. Prins Clausplein

11,5

3743

 

Z29

Knp. Ypenburg: aansluiting A4 van afrit 12 Den Haag Zuid – A13 richting afrit 9 Delft

8,5

3639

 

Z29

Knp. Ypenburg: aansluiting A4 van afrit 12 Den Haag Zuid – A13 richting afrit 9 Delft

8,5

3639

 

Z114

Knp. Kleinpolderplein: aansluiting A20 – A 13 richting afrit 11 Berkel en Rodenrijs

5

2717

 

Z50

Knp. Kleinpolderplein: aansluiting A13 – A20 richting afrit 14 Rotterdam Centrum

5

3656

 

Z73

Knp. Vaanplein: aansluiting A29 – A15 richting Rotterdam Charlois

60

31638

 

Z74

Knp. Vaanplein: aansluiting A29 – A15 richting knp. Ridderkerk Noord

68

39917

 

Z74

Knp. Ridderkerk Noord: aansluiting A16 – A15 richting knp. Vaanplein

68

39917

 

Z55

Knp. Ridderkerk Noord: aansluiting A15 – A15/A16 richting knp. Ridderkerk Zuid

44

17334

 

Z134

Knp. Ridderkerk Noord: aansluiting A15 – A16 richting afrit 25 Rotterdam Centrum

27

16263

 

Z74

Knp. Ridderkerk Noord: aansluiting A15/A16 – A15 richting knp. Vaanplein

68

39917

 

Z75

Knp. Ridderkerk Zuid: aansluiting A15 – A15 richting afrit 21 Hendrik Ido Ambacht

32

18516

 

Z55

Knp. Ridderkerk Zuid: aansluiting A15 – A15/A16 richting knp. Ridderkerk Noord

44

17334

 

Z56

Knp. Ridderkerk Zuid: aansluiting A15 – A16 richting afrit 21 Dordrecht

13

500

 

Z99

Knp. Gorinchem: aansluiting A15 van afrit 27 Gorinchem – A27 richting afrit 24 Avelingen

8

4764

 

Z80

Knp. Gorinchem: aansluiting A27 van afrit 24 Avelingen – A15 richting afrit 27 Gorinchem

18

13595

 

Z100

Knp. Gorinchem: aansluiting A15 van knp. Deil – A27 richting afrit 25 Noordeloos

7

5040

 

Z80

Knp. Gorinchem: aansluiting A27 – A15 richting afrit 27 Gorinchem

18

13595

 

G14

Knp. Gorinchem: aansluiting A27 van afrit 24 Avelingen – A15 richting knp. Deil

13

9956

 

G14

Knp. Gorinchem: aansluiting A27 van afrit Noorderloos – A15 richting knp. Deil

13

9956

 

G6

Knp. Valburg: aansluiting A15 (van afrit 34 Echteld en knooppunt Ressen) – A50 richting knp. Ewijk

9

4932

 

G17

Knp. Valburg: aansluiting A50 (van knp. Valburg en knp. Ewijk) – A15 richting knp. Ressen

5

4000

 

G5

Knp. Valburg: aansluiting A15 (van afrit 34 Echteld en knooppunt Ressen) – A50 richting knp. Grijsoord

5

3150

 

G16

Knp. Valburg: aansluiting A50 (van knp. Valburg en knp. Ewijk) – A15 richting afrit 34 Echteld

8

10044

 

G17

Knp. Ressen: aansluiting A325 – A15 richting knp. Valburg

5

4000

 

Z54

Knp. Terbregseplein: aansluiting A20 (van afrit 14 Rotterdam Centrum) – A16 richting afrit 25 Rotterdam Centrum

14

11421

 

Z51

Knp. Terbregseplein: aansluiting A16 – A20 richting afrit 17 Nieuwerkerk aan de IJssel

10

10952

 

Z125

Knp. Terbregseplein: aansluiting A16 afrit 25 Rotterdam Centrum – A20 richting afrit 14 Rotterdam Centrum

5,5

3656

 

Z54

Knp. Terbregseplein: aansluiting A20 (van afrit 17 Nieuwerkerk aan de IJssel) – A16 richting afrit 25 Rotterdam Centrum

14

11421

 

B11

Knp. Klaverpolder: aansluiting A16 (van afrit 20 's Gravendeel) – A17 richting afrit 26 Industrie Moerdijk

13,5

3627

 

B37

Knp. Klaverpolder: aansluiting A17/A16 richting knp. Zonzeel

16,5

6519

 

Z58

Knp. Klaverpolder: aansluiting A17 – A16 richting afrit 20 's Gravendeel

25

9047

 

B11

Knp. Klaverpolder: aansluiting A16 ( van knp. Zonzeel) – A17 richting afrit 26 Industrie Moerdijk

13,5

3627

 

B15

Knp. Zonzeel: aansluiting A16 (van knp. Klaverpolder) – A59 richting frit 31 Terheijden

5

4000

 

B15

Knp. Zonzeel: aansluiting A16 ( van afrit 17 Prinsenbeek) – A59 richting afrit 31 Terheijden

5

4000

 

B37

Knp. Zonzeel: aansluiting A59/A16 richting knp. Klaverpolder

16,5

6519

 

B38

Knp. Zonzeel: aansluiting A59 – A16 richting afrit 17 Prinsenbeek

14

5466

 

B40

Knp. Princeville: aansluiting A58 – A16 richting afrit 15 Rijsbergen

13

4728

 

B39

Knp. Princeville: aansluiting A58 – A16 richting afrit 17 Prinsenbeek

16,5

5364

 

B4

Knp. Galder: aansluiting A16 (van afrit 15 Rijsbergen) – A58 richting afrit 14 Ulvenhout

12

3950

 

B4

Knp. Galder: aansluiting A16 (van grens Belgie) – A58 richting afrit 14 Ulvenhout

12

3950

 

B108

Knp. Galder: aansluiting A58 – A16 richting grens Belgie

5

4000

 

B116

Knp. Galder: aansluiting A58 – A16 richting afrit 15 Rijsbergen

15

4295

 

B13

Knp. Noordhoek: aansluiting A59 – A17 richting afrit 21 Roosendaal Noord

8,5

3000

 

B100

Knp. Noordhoek: aansluiting A59 – A17 richting afrit 25 Zevenbergen

10

4011

 

B2

Knp. De Stok: aansluiting A58 – A17 richting knp. Zoomland

14,5

3720

 

B99

Knp. De stok: aansluiting A58 – A17 richting afrit 21 Roosendaal Noord

9,5

3122

 

U83

Knp. Rijnsweerd: aansluiting A27 (van knp. Lunetten) – A28 richting afrit 3 Den Dolder

6,5

6707

 

U6

Knp. Rijnsweerd: aansluiting A28 – A27 richting knp. Lunetten

11,5

7298

 

U83

Knp. Rijnsweerd: aansluiting A27 (van afrit 31 Ring Utrecht Noord) – A28 richting afrit 3 Den Dolder

6,5

6707

 

U7

Knp. Everdingen: aansluiting A2 (van afrit 12 Everdingen) – A27 richting knp. Lunetten)

5

5832

 

Z128

Knp. Everdingen: aansluiting A2 – A27 richting afrit 25 Noordeloos

8

5424

 

B102

Knp. Hooipolder: aansluiting A59 – A27 richting afrit 19 Oosterhout

5

4000

 

B41

Knp. Hooipolder: aansluiting A59 – A27 richting afrit 24 Avelingen

5

4000

 

B5

Knp. Annabsoch: aansluiting A58 (van afrit 12 Gilze) – A27 richting afrit 15 Breda

10,5

4178

 

B101

Knp. Annabsoch: aansluiting A58 (van afrit 14 Ulvenhout) – A27 richting Afrit 15 Breda

11,5

3771

 

O111

Knp. Lankhorst: aansluiting A28 – A32 richting afrit 4 Havelte

9

3314

 

O114

Knp. Hattemerbroek: A28 – N50 richting Kampen

6,5

3293

 

G6

Knp. Ewijk: aansluiting A50 – A73 richting knp. Neerbosch

9

4932

 

G28

Knp. Ewijk: aansluiting A73 – A50 richting knp. Valburg

6,5

4848

 

Ze50

Knp. De Poel: aansluiting A256 – A58 richting afrit 36 Heinkenzand

5

4229

 

B6

Knp. De Baars: aansluiting A58 (van afrit 10 Hilvarenbeek) – A65 richting afrit 8 Oirschot

8

4065

 

B120

Knp. De Baars: aansluiting A65 – A58 richting afrit 10 Hilvarenbeek

9,5

4140

 

L6

Knp. Zaarderheiken: aansluiting A73 (van afrit 12 Grubbenvorst) – A67 richting afrit 40 Velden

15

8402

 

L88

Knp. Zaarderheiken: aansluiting A67 (van afrit 39 Sevenum en afrit 40 Velden) – A73 richting afrit 12 Grubbenvorst

5,5

6336

 

L89

Knp. Zaarderheiken: aansluiting A73 (van afrit 12 Grubbenvorst) – A67 richting afrit 39 Sevenum

11

4539

 

G27

Knp. Neerbosch: aansluiting A73:A50/A73/N322 – A73:Neerbosscheweg Nijmegen richting afrit 1A Wijchen)

6,5

4000

 

G28

Knp. Neerbosch: aansluiting A73:Neerbosscheweg Nijmegen – A73:A50/A73/N322 richting knp. Ewijk

6,5

4848

 

L64

Knp. Ten Esschen: aansluiting A76 (van afrit 5 Nuth) – A76 richting knp. Kunderberg

5

4397

 

N61

Knp. Rottepolderplein: aansluiting A9 (van knooppunt Velsen en knooppunt Rottepolderplein/Haarlem Zuid – A200 richting A10/N200/Haarlemmerweg Amsterdam (A10 afrit S103 Haarlem)

7,5

1037

 

Bijlage 6. – Tabel vaarwegen en bijbehorende vervoerscijfers Basisnet water [Vervallen per 01-04-2015]

Vaarwegen

Aantallen schepen met gevaarlijke stoffen voor berekening van het GR ¹

Cate-

gorie

Naamgeving

Type schepen

LF1

LF2

LT1

LT2

GF2

GF3

GT3

GT5

Route Rotterdam – Duitsland Binnenvaartschepen 9.882 13.958 146 0 0 2.135 196 0

Rood

Ingang haven

Zeeschepen 9.196 3.334 347 0 1.046 902 38 2

Rood

Noord-ingang

5.475 2.563 297 0 227 260 0 2

Rood

Zuid-ingang

3.721 771 50 0 819 642 38 0

Rood

Beerkanaal (o.a. Maas

Vlakte)

1.241 442 48 0 69 61 3

0

Rood

Calandkanaal

2.480 329 2 0 750 581 35 0

Rood

Nieuwe Waterweg (tot splitsing Oude en Nieuwe Maas)

5.475 2.563 297 0 227 260 0 2

Rood

Nieuwe Maas (route splitsing Oude en Nieuwe Maas – kern Pernis)

1.257 489 53 0 39 0 0 0

Rood

Nieuwe Maas (route kern Pernis – Delfshavense Schie)

297 67 33 0 5 0 0 0

Rood

Oude Maas (route splitsing Oude en Nieuwe Maas – Botlekbrug)

524 202 17 0 86 77 0 2

Rood

Oude Maas (route Botlekbrug – Drecht

Steden)

323 115 7 0 84 77 0 2

Zwart

Beneden Merwerde

 

Zwart

Bijlandsch

kanaal

Zwart

Boven Merwerde

Zwart

Hartelkanaal

Zwart

Niewe Maas (route Delfshavense Schie – Beneden Merwerde)

Zwart

Noord

Zwart

Oude Maas (route Beneden Merwerde – Dordtse Kil)

Zwart

Waal

Route Amsterdam – Rijn Binnenvaartschepen 8.303 9.063 0 0 0 332 0 0
Zeeschepen (inclusief buiten haven) 319 368 0 0 0 113 22 0

Rood

Noordzee

kanaal (route Buitenhaven Noordzee-Coenhaven Amsterdam)

 

Zwart

Amsterdam-Rijnkanaal

Zwart

Het IJ (route Coenhaven-Oranjesluizen Amsterdam)

Zwart

Lek (route Nieuwe Maas-Lekkanaal)

Zwart

Lekkanaal

Zwart

Pannerdens

kanaal

Route Westerschelde Binnenvaartschepen 4.691 1.089 1 7 0 37 62 0
Zeeschepen 0

0

0 0 4.067 11.023 448 0

Rood

Kanaal Gent-Terneuzen

 

Rood

Wielingen

Rood

Wester

schelde

Route Westerschelde – Rijn Binnenvaartschepen 7.191 5.612 90 0 0 3.735 41 0
Zeeschepen 239 82 1 0 70 74 0 0

Rood

Dordtsche Kil

 

Rood

Hollandsch Diep (route Dordtsche Kill-haven Moerdijk)

Zwart

Brabantsche Vaarwater

Zwart

Hollandsch Diep (route sluis Willemstad-haven Moerdijk)

Zwart

Kanaal door Zuid-Beveland

Zwart

Krammer

Zwart

Mastgat (ook bekend als Keeten)

Zwart

Nieuwe Merwede

Zwart

Ooster

schelde

Zwart

Schelde-Rijnkanaal

Zwart

Volkerak

Zwart

Zijpe

Route Amsterdam – Noord- Nederland Binnenvaartschepen 2.786 1.162 0 0 0 30 0

Zwart

Eemskanaal

 

Zwart

IJmeer (route Oranjesluizen Amsterdam-Markermeer)

Zwart

IJsselmeer (route Houtrib

sluizen Lelystad-Markermeer/ Prinses Magriet

kanaal)

Zwart

Markermeer (route IJmeer-Houtrib

sluizen Lelystad)

Zwart

Prinses Margriet

kanaal

Zwart

Van Starkenborghkanaal

Route Rijn – Oost-Nederland Binnenvaartschepen 810 347 0 0 0 0 0 0

Zwart

Geldersche IJssel

 

Zwart

Keteldiep

Zwart

Ketelmeer (route Ketelbrug-Keteldiep)

Route Maasroute Binnenvaartschepen 803 2.710 40 0 0 289 258 0

Zwart

Julianakanaal

 

Zwart

Kanaal van Sint Andries

Zwart

Lateraalkanaal Linne/Buggenum

Zwart

Maas (route Kanaal van Sint Andries-Lateraalkanaal Linne/Buggenum)

Zwart

Maas (route Lateraal

kanaal Linne/Buggenum-Julianakanaal)

Zwart

Maas-Waalkanaal

¹

Voor de rode vaarwegen moeten GR-berekeningen worden uitgevoerd met de aantallen binnenvaart- plus zeeschepen. Voor zwarte vaarwegen moeten GR-berekeningen worden uitgevoerd met alleen de aantallen binnenvaartschepen.

  • ^ [1]

    Het begrip stoffen in de zin van artikel 3 WVGS en in de zin van deze circulaire omvat dus zowel stoffen in de chemische betekenis van elementen en hun verbindingen en voorwerpen die stoffen in deze chemische betekenis bevatten.

  • ^ [2]

    Accord Européen relatif au transport international des marchandises dangereuses par route.

  • ^ [3]

    Règlement pour le transport des matières dangereuses sur le Rhin.

  • ^ [4]

    Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses.

  • ^ [5]

    In bijlage 1 is een schematische weergave van de risicobenadering opgenomen.

  • ^ [6]

    In bijlage 2 is een lijst met (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen.

  • ^ [7]

    In bijlage 3 zijn telefoonnummers en adressen van deze instanties opgenomen.

  • ^ [8]

    Aanzet tot een berekeningsmethodiek voor in- en extern risico bij overkappingen (ABIETO) Ingenieurs/adviesbureau SAVE, rap. 982223-C54, Apeldoorn, Nov. 1998

    Leidsche Rijn: risicoanalyse interne en externe veiligheid Bouwdienst RWS, rap.nr. A2/LR/RA-R-02.001, Utrecht, 18 Feb. 2002 (contraexpertise door TNO: Contra expertise Interne en Externe Veiligheid A2 Leidsche Rijn, TNO-MEP, R-2002/020, Apeldoorn, Jan. 2002)

  • ^ [9]

    In bijlage 4 zijn telefoonnummers en adressen van deze instanties opgenomen.

  • ^ [10]

    In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van mogelijke maatregelen die kunnen worden getroffen om de risico's te verminderen.

  • ^ [11]

    In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van mogelijke maatregelen die kunnen worden getroffen om de risico's te verminderen.

  • ^ [12]

    Het invloedsgebied is het gebied waarin personen nog worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied wordt bepaald door de berekening van het grootst mogelijke ongeval waar nog bij 1% van de blootgestelde personen dodelijk letsel optreedt.

  • ^ [13]

    In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van mogelijke maatregelen die kunnen worden getroffen om de risico's te verminderen.

  • ^ [14]

    Advies 037, juni 2003.