Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 31-12-2003 t/m 31-12-2014

Besluit van 19 december 2003, houdende de instelling van een productschap voor ondernemingen op het gebied van de teelt, van de be- en verwerking van en de handel in fruit, groenten en siergewassen (Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 november 2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/88544, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Gelet op artikel 67, 70, 70A, 73, 76, eerste lid, 88a, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 12 december 2003, nr. W12030485/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2003, Directie Arbeidsverhoudingen, nr. AV/CAM/2003/95713, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 In dit besluit wordt onder handel mede de werkzaamheid van tussenpersonen verstaan.

  • 2 In dit besluit wordt onder handel niet de doorvoer- en driehoekshandel verstaan.

§ 2. Het productschap [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Er is een Productschap Tuinbouw.

  • 2 Het productschap is ingesteld voor de ondernemingen waarin:

    • a. de teelt van fruit, groenten of siergewassen wordt uitgeoefend;

    • b. fruit, groenten of daaruit verkregen producten, met uitzondering van slaggrondnoten en kopra, worden be- of verwerkt;

    • c. de handel wordt uitgeoefend in:

      • 1º. fruit, met uitzondering van slaggrondnoten en kopra;

      • 2º. groenten, met uitzondering van zaden van groenten;

      • 3º. siergewassen of delen daarvan, met uitzondering van voortkwekingsmateriaal van bloemgewassen en van zaden van bloemgewassen, bloemkwekerijproducten en boomkwekerijproducten;

    • d. hovenierswerkzaamheden worden verricht.

  • 3 Het productschap is mede ingesteld voor veilingen van de in het tweede lid bedoelde producten.

  • 4 In dit artikel wordt verstaan onder:

    • a. fruit: vers fruit, bewerkt en verwerkt fruit;

    • b. groenten: verse groenten, bewerkte en verwerkte groenten, alsmede verse, bewerkte of verwerkte uien, eetbare zwammen, specerijen, specerijgewassen, consumptiespecerijzaden, zaden van groenten, plantgoed van groenten en aardbeien met uitzondering van plantsjalotten en plantuitjes, groen geoogste landbouwpeulvruchten, noten, kruiden;

    • c. siergewassen: bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen, daaronder begrepen voortkwekingsmateriaal en zaden; bloemkwekerijproducten, daaronder begrepen voortkwekingsmateriaal en zaden; boomkwekerijproducten, daaronder begrepen voortkwekingsmateriaal en zaden; vruchtbomen – met inbegrip van kleinfruitteeltgewassen –, vruchtboomonderstammen, plantgoed van aardbeien, bos- en hoogplantsoen, rozenonderstammen, kerstbomen en in het wild gegroeide producten, welke met het oog op de sierwaarde in het economisch verkeer worden ingebracht.

  • 5 Het productschap is gevestigd te Zoetermeer.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

Het bestuur van het productschap bestaat uit 24 leden. Hiervan worden benoemd:

  • a. voor ondernemingen op het gebied van het voortkwekingsmateriaal: een lid door organisaties van ondernemers;

  • b. voor ondernemingen op het gebied van de teelt: zes leden door organisaties van ondernemers;

  • c. voor ondernemingen op het gebied van het veilingwezen: twee leden door organisaties van ondernemers;

  • d. voor ondernemingen op het gebied van de industrie: een lid door organisaties van ondernemers;

  • e. voor ondernemingen op het gebied van de handel: vijf leden door organisaties van ondernemers;

  • f. voor ondernemingen op het gebied van het hoveniersbedrijf: een lid door organisaties van ondernemers; en

  • g. voor alle in dit artikel bedoelde ondernemingen: acht leden door organisaties van werknemers.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het productschap heeft commissies voor aangelegenheden betreffende:

    • a. bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen;

    • b. bloemkwekerijproducten;

    • c. boomkwekerijproducten;

    • d. groenten en fruit;

    • e. hovenierswerkzaamheden;

    • f. energie.

  • 2 De leden van de commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en van werknemers.

  • 3 De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden benoemen voor de in artikel 6 tot en met artikel 11 genoemde commissies, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.

  • 4 De zittingsperiode van de leden van de commissies valt samen met die van de leden van het bestuur van het productschap.

  • 5 De voorzitter van het productschap is tevens voorzitter van de commissies.

  • 6 De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies, voeren de door het bestuur aan hen gedelegeerde taken uit en kunnen elk voor haar werkgebied voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie voor bollen, knollen en wortelstokken van bloemgewassen bestaat uit achttien leden. Hiervan worden benoemd:

  • a. voor ondernemingen op het gebied van het uitgangsmateriaal: een lid door organisaties van ondernemers;

  • b. voor ondernemingen op het gebied van de bloementeelt en het veilingwezen van bloembollen: zes leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;

voor ondernemingen op het gebied van de handel in bloembollen: vijf leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie voor bloemkwekerijproducten bestaat uit achttien leden. Hiervan worden benoemd:

  • a. voor ondernemingen op het gebied van de bloemkwekerij: zeven leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;

  • b. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel in bloemkwekerijproducten: twee leden door organisaties van ondernemers;

  • c. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in bloemkwekerijproducten: drie leden door organisaties van ondernemers;

voor de ondernemingen bedoeld onder b. en c. in dit artikel: drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie voor boomkwekerijproducten bestaat uit zeventien leden. Hiervan worden benoemd:

  • a. voor ondernemingen op het gebied van de boomkwekerij: vijf leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers;

  • b. voor ondernemingen op het gebied van het tuincentrabedrijf: een lid door organisaties van ondernemers;

  • c. voor ondernemingen op het gebied van de handel in boomkwekerijproducten: vijf leden door organisaties van ondernemers;

  • d. voor de ondernemingen bedoeld onder b. en c. in dit artikel: drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie voor groenten en fruit bestaat uit 23 leden. Hiervan worden benoemd:

  • a. voor ondernemingen op het gebied van de teelt van groenten en fruit: zeven leden door organisaties van ondernemers en zes leden door organisaties van werknemers;

  • b. voor ondernemingen op het gebied van de groenten- en fruitbe- en verwerkende industrie: een lid door organisaties van ondernemers en een lid door organisaties van werknemers;

  • c. voor ondernemingen op het gebied van de groothandel en de werkzaamheid van tussenpersonen in groenten en fruit: twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers;

  • d. voor ondernemingen op het gebied van de detailhandel in groenten en fruit: twee leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie voor hovenierswerkzaamheden bestaat uit acht leden. Daarvan worden vijf leden door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers benoemd.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie voor energie bestaat uit zeven leden. Daarvan worden vijf leden door organisaties van ondernemers en twee leden door organisaties van werknemers benoemd.

§ 3. Bevoegdheden [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2015]

Het productschap is bevoegd tot de regeling of nadere regeling van de in artikel 93, tweede lid, van de wet vermelde onderwerpen of onderdelen daarvan met uitzondering van de onderdelen:

  • c.  bevordering van professionele bedrijfsvoering;

  • d.  de lonen en andere arbeidsvoorwaarden;

  • e.  onderzoek op sociaal, economisch en technisch terrein;

  • f.  arbeidsmarktvoorzieningen.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 Een besluit met betrekking tot andere aangelegenheden dat naar het oordeel van het bestuur ligt op het werkgebied van een sectorcommissie, stelt het bestuur vast na advies van die commissie.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het productschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste lid van de wet op gebaseerd op een grondslag welke het bestuur passend acht, met dien verstande dat het tarief voor bepaalde in de heffingsverordening aangewezen ondernemingen of groepen van ondernemingen verschillend kunnen zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen of groepen daarvan gelijk is.

  • 2 Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het productschap in verband met die bestemming passend acht.

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bij verordening van de raad van 17 april 1998 ingestelde Productschap Tuinbouw wordt opgeheven.

  • 2 Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het bij verordening van de raad van 17 april 1998 ingestelde Productschap Tuinbouw blijven van kracht tot de datum waarop de door het op grond van dit besluit ingestelde Productschap Tuinbouw vastgestelde verordeningen en andere besluiten terzake in werking zullen treden.

  • 3 Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening van de raad van 17 april 1998 ingestelde Productschap Tuinbouw, gaan over naar het op grond van dit besluit ingestelde Productschap Tuinbouw.

  • 4 Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen het bij verordening van de raad van 17 april 1998 ingestelde Productschap Tuinbouw worden geacht te zijn ingesteld door of tegen het op grond van dit besluit ingestelde Productschap Tuinbouw.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2015]

De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 januari 2006.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

's-Gravenhage, 19 december 2003

Beatrix

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ,

A. J. de Geus

De Minister van Economische Zaken ,

L. J. Brinkhorst

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman

Uitgegeven de dertigste december 2003

De Minister van Justitie ,

J. P. H. Donner