Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2004[Regeling vervallen per 01-04-2005.]

Geldend van 20-05-2004 t/m 31-03-2005

Besluit van de Minister van Justitie van 18 december 2003 nr. 5258020 houdende vaststelling van beleidsregels inzake het verstrekken van projectsubsidies voor de bevordering van effectief gebleken maatregelen op het gebied van criminaliteitspreventie en de vaststelling van subsidieplafonds voor het jaar 2004 (Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2004)

De Minister van Justitie,

Gelet op artikel 35, eerste lid, van de Wet Justitie-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-04-2005]

Artikel 1 [Vervallen per 01-04-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de Minister: de Minister van Justitie;

  • b. project: een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het in de praktijk toepassen van werkzaamheden en/of producten die in Nederland bijdragen aan het implementeren van preventieve maatregelen en die hun waarde reeds hebben bewezen bij het in de praktijk aanpakken van een criminaliteitsvraagstuk op een van de in artikel 2 bedoelde deelgebieden;

  • c. samenwerkingsverband: een verband, bestaande uit ten minste een natuurlijk persoon en een rechtspersoon of twee rechtspersonen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-04-2005]

Deelgebieden als bedoeld in artikel 34, onderdeel a, van de Wet Justitie-subsidies die in 2003 voor projectsubsidies in aanmerking komen zijn:

  • a. Keurmerk Veilig Ondernemen;

  • b. Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan;

Een omschrijving van genoemde deelgebieden en de aanvullende inhoudelijke vereisten waaraan een project dient te voldoen, is opgenomen in de toelichting van deze regeling.

Artikel 3 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 De Minister verstrekt op aanvraag, subsidie aan de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoeren dat past in een voor dat jaar door de Minister aangewezen deelgebied.

  • 2 De subsidie wordt ten behoeve van de deelnemers gezamenlijk verstrekt en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag is opgetreden. De ontvanger van de subsidie fungeert als penvoerder.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt als voor een project in een van de voorafgaande drie kalenderjaren reeds subsidie door de Minister is verstrekt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-04-2005]

De subsidie in het kader van de in artikel 2 bedoelde deelgebieden bedraagt voor:

  • a. het Keurmerk Veilig Ondernemen ten hoogste 50% van de projectkosten tot een maximum van € 30.000;

  • b. de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan ten hoogste 50% van de projectkosten tot een maximum van € 20.000.

Artikel 5 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag noodzakelijk te maken en/of te betalen kosten:

    • a. organisatiekosten van het project;

    • b. kosten van gebruikte materialen en hulpmiddelen gebaseerd op werkelijke aanschafprijzen;

    • c. aan derden verschuldigde kosten.

  • 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt deze niet in aftrek kan brengen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 Er is een projectgroep die de Minister adviseert omtrent de aanvragen op grond van deze regeling.

  • 2 De projectgroep bestaat uit ten minste een voorzitter en twee leden.

  • 3 De projectgroep stelt zelf haar werkwijze vast.

  • 4 De projectgroep geeft in ieder geval een negatief advies:

    • a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen;

    • b. indien het aannemelijk is dat het project niet binnen 12 maanden na de datum van toekenning van de gelden kan zijn afgerond;

    • c. indien het aannemelijk is dat het project niet geheel kan worden uitgevoerd;

    • d. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) het resterende gedeelte van de financiering niet kunnen opbrengen;

    • e. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) niet de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren.

  • 5 De projectgroep rangschikt per deelgebied de aanvragen waarop positief wordt geadviseerd zodanig dat een project hoger wordt gerangschikt naar mate:

    • a. het project een groter bereik heeft gezien de doelgroep van het project;

    • b. het project in samenwerking met meer (lokale) instanties wordt opgezet;

    • c. het project vernieuwende elementen naast de bestaande toevoegt;

    • d. beter is aangegeven hoe resultaten aan een effectevaluatie worden onderworpen.

  • 6 De projectgroep ziet toe op voldoende geografische spreiding van de projecten.

  • 7 De beschikbare gelden per deelgebied(en) worden in volgorde van de rangschikking van de aanvragen verdeeld tot het vastgestelde plafond van gelden voor een deelgebied is bereikt.

§ 2. Aanvragen [Vervallen per 01-04-2005]

Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 Aanvragen voor subsidie voor het Keurmerk Veilig Ondernemen en de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan kunnen worden ingediend tot 1 juli 2004.

  • 2 De aanvragen voor subsidie voor het Keurmerk Veilig Ondernemen en de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan worden beoordeeld tussen 22 juli en 5 augustus 2004.

  • 3 De subsidieplafonds voor het op grond van dit wijzigingsbesluit verlenen van subsidie in het kader van de in artikel 2 bedoelde deelgebieden bedragen voor:

    • a. het Keurmerk Veilig Ondernemen: € 600.000,–;

    • b. de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan: € 50.000,–.

  • 4 Indien op een deelgebied het plafond niet wordt bereikt, kunnen de resterende gelden van dat deelgebied worden gevoegd bij het andere in artikel 2 genoemde deelgebied.

Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1. Het formulier dient door de aanvrager te worden ondertekend en gedagtekend.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een begroting, een projectplan, een beschrijving van de deelnemers met ondertekening, een machtiging en eventueel een samenwerkingsovereenkomst en/of een overeenkomst tot uitbesteding zoals weergegeven in de bijlagen 1 tot en met 7.

  • 3 Eén van de deelnemers van het samenwerkingsverband dient de aanvraag mede namens de andere deelnemers in. Hij dient daartoe namens dezen schriftelijk gemachtigd te zijn.

§ 3. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 01-04-2005]

Artikel 9 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert het project uit, overeenkomstig het projectplan waarop de verlening van de stimuleringsgelden plaatsvindt en houdt zich aan de bij de verlening van deze gelden genoemde termijnen. De maximum termijn voor de uitvoering is een jaar na de datum van de toekenning van de gelden.

  • 2 Er kan, indien hiertoe een schriftelijk verzoek is ingediend, door de Minister ontheffing van het bepaalde in het eerste lid worden verleend in geval van vertraging, essentieel wijzigen of stopzetten van het project.

  • 3 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd naar de in artikel 5 genoemde kostensoorten.

  • 4 De Minister kan bij de verlening van de subsidie verplichtingen opleggen met betrekking tot de wijze van het geven van bekendheid aan het project en de resultaten ervan.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 01-04-2005]

Artikel 10 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 Indien op een aanvraag positief wordt beschikt, verstrekt de Minister de indiener van de aanvraag een voorschot ter hoogte van maximaal 80% van het toegekende bedrag.

  • 2 Bij de vaststelling van de subsidie zal de overige 20% van het toegekende bedrag worden verrekend c.q. verstrekt.

  • 3 Indien mocht blijken dat op het tijdstip dat het project ingevolge artikel 9, eerste lid, moet zijn uitgevoerd het voorschot niet volledig is verbruikt, betaalt de subsidie-ontvanger de overgebleven gelden onmiddellijk terug.

§ 5. Vaststelling subsidie [Vervallen per 01-04-2005]

Artikel 11 [Vervallen per 01-04-2005]

  • 1 De subsidie-ontvanger brengt na afloop van een periode van zes maanden, te rekenen van de datum van verlening van de subsidie, aan de Minister een verslag uit over de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van het projectplan met de uitvoering daarvan en van de bij de toekenning van de subsidie vermelde raming van de projectkosten met de werkelijk gemaakte kosten.

  • 2 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag tot vaststelling van de hoogte van de subsidie in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het project ingevolge artikel 9, eerste lid, moet zijn uitgevoerd.

  • 3 De Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot vaststelling.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-04-2005]

Artikel 12 [Vervallen per 01-04-2005]

De stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2003 wordt ingetrokken.

Artikel 13 [Vervallen per 01-04-2005]

Deze regeling wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. Zij treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant. Deze regeling vervalt op 1 april 2005.

Artikel 14 [Vervallen per 01-04-2005]

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2004.

Den Haag, 18 december 2003

De

Minister

van Justitie
namens deze:
de

Directeur-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

E.J. Mulock Houwer

Bijlage 1 [Vervallen per 01-04-2005]

Bijlage 61430.png

Bijlage 2 [Vervallen per 01-04-2005]

Bijlage 61432.png

Bijlage 3. Het projectplan [Vervallen per 01-04-2005]

In het bij te voegen projectplan gaat u – volgens de hieronder staande indeling – in ieder geval in op de volgende onderwerpen. De vragen die genoemd zijn geven alleen een indicatie van hetgeen u moet vermelden.

  • 1. Aanleiding voor het project

    • Wie heeft besloten tot het project en waren er nog speciale redenen om het project te beginnen?

    • Geef een korte omschrijving van het gebied waar het project betrekking op heeft (oppervlakte, hoeveel (horeca)bedrijven, structuur etc)

    • Hoe is er commitment van de samenwerkende partners bereikt?

    • Waaruit blijkt het commitment voor dit project?

  • 2. Het doel van het project

    • Wat wilt u concreet bereiken met het project?

    • Wat heeft u bereikt als het project is afgerond?

  • 3. De doelgroepen van het project

    • Geef aan op welke doelgroepen uw project is gericht.

  • 4. De beschrijving en aanpak van het project

    • Welke middelen zet u in om de doelstelling te behalen?

    • Hoe wordt het bijeenblijven van het samenwerkingsverband gegarandeerd?

    • Wat is de rol en functie van de verschillende betrokken partijen?

  • 5. Projectfasering

    • Welke fasen kent het project?

    • Wat gebeurt er in elke fase en wat zijn de eindproducten in elke fase?

    • Wat is het tijdpad? Welke activiteit wordt wanneer ondernomen?

    • Hoe is voorzien in een effect- en procesevaluatie en op welke termijn?

  • 6. Toelichting op de beoordelingscriteria

    U draagt per criterium gegevens aan waarop de projectgroep uw aanvraag op grond van artikel 6, vijfde lid van de Stimuleringsregeling Criminaliteitspreventie 2004 kan rangschikken. Het gaat hier om:

    • de grootte van de doelgroep die bereikt wordt;

    • de instanties die participeren en/of ondersteunen;

    • mogelijk vernieuwende elementen naast de bestaande;

    • hoe een proces- en effectevaluatie wordt gehouden en binnen welke termijn.

Bijlage 4. Begroting [Vervallen per 01-04-2005]

Voeg een begroting van het project bij. De kosten uit de begroting moeten onderbouwd worden via het projectplan. Deze begroting omvat:

  • een overzicht van activiteiten en kosten voor het gehele project;

  • een overzicht van activiteiten en kosten per uitvoerende partij.

  • De dekking van de opgevoerde begroting

Begrotingsformulier
Project:    
Jaar:    
Periode:    
     
1. Kosten Publiek/Private samenwerking Uren Bedrag
Ingezette uren per organisatie    

* brandweer

   

* politie

   

* gemeente

   

* ondernemers

   

* Kamer van Koophandel

   

* derden

   
Projectbegeleiding    

* per dagdeel

   

* reiskosten

   
Extern advies    

* per dagdeel

   

* reiskosten

   
Vergaderruimte    
Communicatie- en PR-kosten    

* nieuwsbrieven

   

* drukwerk

   

* kopieerkosten

   

* zaalhuur

   
Secretariaatskosten    
Subtotaal    
     
2. Certificering    

Auditkosten

   

Enquêtekosten

   

Extern advies

   

Kosten uitreiken certificaat

   
Subtotaal    
     
Totaal 1 en 2    
Totaal generaal    
     
Dekking

Bijdrage ….

   

Bijdrage …..

   

Bijdrage ….

   

Subsidie KVO

   

Toelichting Begrotingsformulier

  • De kosten voor ingezette uren van publieke partijen zijn in principe niet subsidiabel. Gemeenten, politie en brandweer hebben een verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid. Het is logisch dat er beleidskeuzes gemaakt moeten worden over welk onderwerp of gebied extra aandacht verdient, maar de kosten van de medewerkers zijn hiermee niet subsidiabel. Alleen als aantoonbaar extra capaciteit wordt ingehuurd of anderszins beschikbaar komt, kunnen deze kosten voor subsidie in aanmerking komen.

  • De kosten voor het inhuren van extern advies, nulmeting, projectleider en anderen: een offerte of opdrachtbevestiging moet bij de subsidieaanvraag worden bijgevoegd.

  • Certificeringkosten: er wordt voor deze post maximaal € 6.000,– beschikbaar gesteld. Voor de auditkosten wordt een standaardbedrag van € 3.000,– toegekend, waarbij eventuele kosten voor het uitreiken van het certificaat niet zijn inbegrepen.

  • Voor subsidieaanvragen voor KVO-winkelgebieden geldt dat indien gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid van procesbegeleiding via het Hoofdbedrijfsschap Detailhandel, deze kosten niet subsidiabel zijn voor de subsidieaanvraag in het kader van deze stimuleringsregeling.