Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling landelijke politieopleidingen PO2002

Geldend van 01-01-2013 t/m heden

Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met de Minister van Justitie van 18 december 2003 (nr EA2003/77059) houdende aanwijzing van de opleidingen voor de politie, die voor bekostiging ingevolge artikel 27 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs in aanmerking komen

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

In overeenstemming met de Minister van Justitie;

Gelet op artikel 14, eerste, tweede en vijfde lid, van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. de Minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

  • b. het LSOP: het Landelijk selectie-en opleidingsinstituut politie, Politieonderwijs- en kenniscentrum, genoemd in artikel 2 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

  • c. initiële opleidingen: de door de Minister aangewezen opleidingen voor ambtenaren van politie, gericht op de voorbereiding van de uitoefening van algemene politietaken, waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld;

  • d. student: degene die deelneemt aan een initiële opleiding;.

  • e. post-initiële opleidingen: de door de Minister aangewezen opleidingen voor ambtenaren van politie of andere door de Minister aan te wijzen categorieën van personen, gericht op de voorbereiding van de uitoefening van specialistische en leidinggevende politietaken, waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs, competentiegerichte eindtermen zijn vastgesteld;

  • f. college van bestuur: het college van bestuur, genoemd in artikel 5 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

  • g. raad van toezicht: de raad van toezicht, genoemd in artikel 7 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

  • h. praktisch opleidingsdeel: de periode of perioden waarin de studenten de politietaak bij de politie uitoefenen in het kader van de initiële en postinitiële opleidingen;

  • i. politieonderwijsraad: het advies- en afstemmingsorgaan, genoemd in artikel 19 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs;

  • j. competentiegerichte eindtermen: als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden, houding en ervaring waarover degene die de opleiding voltooit, met het oog op het maatschappelijk en beroepsmatig functioneren dient te beschikken, en die in voorkomende gevallen betekenis hebben voor de doorstroming naar vervolgonderwijs;

  • k. deelkwalificatie: een combinatie van competentiegerichte eindtermen, vastgesteld voor een initiële of postinitiële opleiding, die in het licht van de uitoefening van de politietaak waarop de opleiding is gericht een zelfstandige betekenis heeft.

§ 1. De initiele opleidingen

Artikel 2

  • a. de opleiding ter verkrijging van het diploma Assistent politiemedewerker (niveau 2);

  • b. de opleiding ter verkrijging van het diploma Politiemedewerker (niveau 3);

  • c. de opleiding ter verkrijging van het diploma Allround politiemedewerker (niveau 4);

  • d. de opleiding ter verkrijging van het diploma Politiekundig bachelor (niveau 5);

  • e. de opleiding ter verkrijging van het diploma Politiekundig master (niveau 6);

  • 2 Een diploma als bedoeld in het eerste lid wordt behaald indien de student heeft voldaan aan de competentiegerichte eindtermen van de desbetreffende initiële opleiding.

Artikel 3

  • 1 De opleiding tot Assistent politiemedewerker (niveau 2) strekt ertoe dat de student zich zodanig toerust dat hij als assistent-medewerker van politie op uitvoerend niveau de politietaak kan uitoefenen.

  • 2 De competentiegerichte eindtermen en de studielast van de in het eerste lid genoemde opleiding zijn opgenomen in bijlage I.

Artikel 4

  • 1 De opleiding tot Politiemedewerker (niveau 3) strekt ertoe dat de student zich zodanig toerust dat hij als medewerker op uitvoerend niveau de politietaak kan uitoefenen.

  • 2 De competentiegerichte eindtermen en de studielast van de in het eerste lid genoemde opleiding zijn opgenomen in bijlage II.

Artikel 5

  • 1 De opleiding tot Allround politiemedewerker (niveau 4) strekt ertoe dat de student zich zodanig toerust dat hij op operationeel niveau bij de uitvoering van de politietaak kan functioneren.

  • 2 De competentiegerichte eindtermen en de studielast van de in het eerste lid genoemde opleiding zijn opgenomen in bijlage III.

Artikel 6

  • 1 De opleiding tot Politiekundig bachelor (niveau 5) strekt ertoe dat de student zich zodanig toerust dat hij op tactisch niveau bij de uitvoering van de politietaak kan functioneren.

  • 2 De competentiegerichte eindtermen en de studielast van de in het eerste lid genoemde opleiding zijn opgenomen in bijlage IV.

Artikel 7

  • 1 De opleiding tot Politiekundig master (niveau 6) strekt ertoe dat de student zich zodanig toerust dat hij op strategisch niveau bij de uitvoering van de politietaak kan functioneren.

  • 2 De competentiegerichte eindtermen en de studielast van de in het eerste lid genoemde opleiding zijn opgenomen in bijlage V.

Artikel 8

  • 1 De opleiding tot vrijwillig ambtenaar van politie strekt ertoe dat de student zich zodanig toerust dat hij als vrijwillig ambtenaar van politie op uitvoerend niveau de politietaak kan uitoefenen.

  • 2 De eindtermen en de studielast van de in artikel 3, eerste lid, genoemde opleiding, opgenomen in bijlage I, zijn van overeenkomstige toepassing op de opleiding tot vrijwillig ambtenaar van politie, met dien verstande dat de opleiding binnen een periode van ten hoogste 36 maanden dient te worden voltooid.

§ 2. Overige bepalingen

Artikel 9

De postinitiële opleidingen die door het LSOP worden verzorgd en die, met vermelding van de competentiegerichte eindtermen en studielast, zijn opgenomen in bijlage VI, komen ingevolge artikel 27 van de Wet op het LSOP en het politieonderwijs voor bekostiging in aanmerking.

Artikel 10

  • 3 Degenen die bij de inwerkingtreding van deze regeling of uiterlijk op 1 januari 2004 een basis- of een vervolgopleiding volgen of aanvangen op basis van de Herziene regeling landelijke politieopleidingen, zetten deze opleiding zonder wijzigingen voort op basis van de Regeling landelijke politieopleidingen PO2002.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2003.

Artikel 12

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling landelijke politieopleidingen PO2002.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd bij het LSOP en bij de directie Politie, afdeling Onderwijs- en Loopbaanbeleid, van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

J.W. Remkes

Bijlage I

[Red: Ligt ter inzage bij het LSOP en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.]

Bijlage II

[Red: Ligt ter inzage bij het LSOP en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.]

Bijlage III

[Red: Ligt ter inzage bij het LSOP en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.]

Bijlage IV

[Red: Ligt ter inzage bij het LSOP en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.]

Bijlage V

[Red: Ligt ter inzage bij het LSOP en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.]

Bijlage VI

[Red: Ligt ter inzage bij het LSOP en bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.]