Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Hygiënebesluit kuikenbroederijen pluimveevleessector 2003[Regeling materieel uitgewerkt per 26-08-2007.][Regeling vervallen per 26-08-2007.]

Geldend van 01-05-2005 t/m 25-08-2007

Besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren van 11 december 2003

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren:

Gelet op de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999,

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 26-08-2007]

Dit besluit neemt de terminologie, als omschreven in artikel 1 van de Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij 1999, over.

Artikel 2 [Vervallen per 26-08-2007]

  • 1 Het programma volgens welke de ondernemer, die een kuikenbroederij uitoefent, hygiëne- onderzoeken moet laten uitvoeren is opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

  • 2 leder bedrijf dat hygiëne-onderzoeken op kuikenbroederijen verricht en is aangewezen door de Voorzitter, dient te werken volgens de voorschriften van het in bijlage I opgenomen Protocol.

  • 3 De voorwaarden waaronder een ondernemer, die een kuikenbroederij uitoefent, zelf een deel van het programma mag uitvoeren zijn opgenomen in bijlage II.

  • 4 Een hygiëne-onderzoek dient te voldoen aan de normen die zijn opgenomen in het in bijlage I opgenomen Protocol.

Artikel 3 [Vervallen per 26-08-2007]

Eendagskuikens dienen door de kuikenbroederij bemonsterd te worden volgens de werkvoorschriften als opgenomen in het in bijlage III opgenomen Protocol.

Naast de reguliere door de broederijen uit te voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, de monstername van dons, van meconium of van liggenblijvers ook door het Controle Bureau Dierlijke Sector (hierna te noemen CBD ), of een andere door het PPE aangewezen instantie/persoon of door een bevoegd dierenarts te geschieden. Terzake moet(en) deze(n) een overeenkomst zijn aangegaan met de GD.

Artikel 4 [Vervallen per 26-08-2007]

  • 1 De uitslag van het laatst uitgevoerde mestonderzoek bij het fok-/vermeerderings- koppel, waarvan een partij eendagskuikens afkomstig is, dient schriftelijk te worden doorgegeven aan het opfokvermeerderingsbedrijf of aan de vleeskuikenhouder. Deze informatie dient ingevuld te worden op het koppelpaspoort of het meldingsformulier. Dit formulier gaat met het koppel mee tot en met de slachterij.

  • 2 De informatie die verkregen is uit het onderzoek van de monsters, bedoeld in artikel 3, dient schriftelijk te worden vastgelegd. Zodra er sprake is van een verdenking van besmetting met Salmonella paratyphi Bvar. Java dient dit binnen 48 uur te worden doorgemeld aan het Productschap (door de broederij of het erkende laboratorium), De broederij is verantwoordelijk voor de onverwijlde doorgifte van de uitslag aan het Productschap. Deze doorgifte kan namens de broederij door het erkende laboratorium worden verricht.

  • 3 Het herkomstbedrijf van de eendagskuikens moet schriftelijk worden doorgegeven via het koppelpaspoort of meldingsformulier (middels het VB-nummer).

  • 4 De monsters, waarvan de wijze van monstername en analyse in de bijlage III is omschreven, moeten geanalyseerd worden op alle typen Salmonella. Bij een besmetting moet geanalyseerd worden om welk serotype het gaat.

Artikel 5 [Vervallen per 26-08-2007]

  • 1

Ondernemers, die een kuikenbroederij uitoefenen, dienen over een door de Voorzitter goedgekeurd plan te beschikken, waarin wordt beschreven op welke wijze de kuikenbroederij wordt ingericht en op welke wijze in de kuikenbroederij wordt gewerkt zodat in de kuikenbroederij en tijdens het transport geen kruisbesmetting van Salmonella kan ontstaan. Het in de vorige zin bedoelde plan dient te voldoen aan de in Bijlage V opgenomen voorschriften. Ondernemers zijn verplicht te werken volgens het vorenbedoelde plan. Aan de in de eerste zin bedoelde goedkeuring kunnen voorwaarden en/of voorschriften worden gesteld.

  • 2

Broedeieren dienen te worden ingelegd volgens de indeling zoals opgenomen in bijlage VI, teneinde kruisbesmetting te voorkomen.

Artikel 5A [Vervallen per 26-08-2007]

Indien uit verificatieonderzoek bij dieren op fok- of vermeerderingsbedrijven blijkt dat deze S.e./S.t. besmet zijn dienen alle broedeieren, die door de betreffende besmette koppels zijn geproduceerd en reeds in de broederij zijn ingelegd, te worden behandeld als categorie 2-materiaal in de zin van EU- verordening 1774/2002 . Eieren die door bovengenoemde koppels zijn geproduceerd en nog niet zijn ingelegd mogen worden afgezet naar de eiproductenindustrie of moeten een andere effectieve en behandeling ondergaan. De eigenaar van de S.e. of S.t. besmette broedeieren kan er te allen tijde voor kiezen deze te laten vernietigen.

Artikel 5B [Vervallen per 26-08-2007]

Indien hetzij donsuitslagen, hetzij meconiumuitslagen hetzij uitslagen van onderzoek op liggenblijvers Salmonella positief zijn dienen bij de volgende uitkomst (na bekend worden van de positieve uitslag) van dit betreffende vermeerderingskoppel naast het reguliere onderzoek, 60 liggenblijvers te worden bemonsterd. Deze monsters worden genomen onder verantwoordelijkheid van de ondernemer die de broederij uitoefent, volgens het protocol in Bijlage III. De monsters worden geanalyseerd door een door de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

Artikel 6 [Vervallen per 26-08-2007]

  • 1 Dit besluit kan worden aangehaald als "Hygiënebesluit kuikenbroederijen pluimveevleessector 2003".

  • 2 Dit besluit treedt in werking op de dag na die van zijn publicatie in het Verordeningen blad Bedrijfsorganisatie.

Zoetermeer, 11 december 2003

J.J. Ramekers

voorzitter

S.B.M. Jongerius

secretaris

Bijlage I. : Hygiëne-onderzoeken in de broederij [Vervallen per 26-08-2007]

Procedure [Vervallen per 26-08-2007]

De broederijen worden ingedeeld naar grootte: klein, middelgroot en groot. Afhankelijk van de grootte van de broederijen wordt gebaseerd op het aantal ingelegde broedeieren per week.

Aantal ingelegde broedeieren per week

Kwalificatie

kleiner of gelijk aan 500.000

klein

groter dan 500.000 en kleiner of gelijk aan 1.000.000

middelgroot

groter dan 1.000.000

groot

De broederijen dienen gecontroleerd te worden op een tijdstip dat de ruimten na het ontsmetten zijn opgedroogd, het desinfectans zijn werk heeft gedaan en het oppervlak nog niet bezoedeld is door de uitvoering van de werkzaamheden.

De ruimten waarin niet routinematig gewerkt wordt, worden op onverwachte tijdstippen gecontroleerd. Dit kortere onderzoek vindt viermaal per jaar plaats en staat beschreven in onderdeel A : "Onderzoek routine".

De gehele broederij wordt twee keer per jaar volledig gecontroleerd. Hiervoor wordt van tevoren een afspraak gemaakt met de betreffende broederij. De controle wordt beschreven in onderdeel B : "Onderzoek speciaal".

De beide type onderzoeken worden door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren (hierna te noemen GD) uitgevoerd. Onder voorwaarden kan een broederij het onderzoek van onderdeel A: "Onderzoek routine" zelf uitvoeren. Deze voorwaarden staan beschreven in bijlage II van dit besluit.

Alle aangegeven onderdelen moeten voor het broederij-gemiddelde worden meegerekend. Indien het onderdeel niet bemonsterd kan worden dient dit vermeld te worden op het uitslagformulier. Van elk lokaal wordt een lokaal gemiddelde berekend. Het totaal gemiddelde wordt berekend door de gemiddelden van alle lokalen - en kasten op te tellen en te delen door de som van het aantal lokalen + kasten (gemiddelde van de gemiddelden).

De monstername, afhankelijk van de bedrijfsgrootte van de broederij, wordt uitgevoerd met een veelvoud van 12 rodacplaatjes met een diameter van 5.5 cm.

De verwerking van de monsters voor het hygiëne-onderzoek bij broederijen dient plaats te vinden volgens het onderzoek zoals beschreven in bijlage III van het 'Besluit Protocollen Hygiënevoorschriften Pluimveehouderij 1999'.

Aantal kolonie vormende eenheden (kve) op het Rodacplaatje

Score

0

0

1 t/m 40

1

41 t/m 120

2

121 t/m 400

3

> 400

4

ontelbaar

5

Kleine broederijen ( < 500.000 eieren inleg per week)
   

Onderzoek "routine" (A)

Onderzoek "speciaal" (B)

Locatie

locatie- monstername

aantal afdrukken

aantal afdrukken

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

2

2

inventaris

1

 

transportkar

1

1

hygiënesluis

vloer

 

1

wand

1

afraaplokaal

vloer

 

2

inventaris

2

kantine

vloer

1

2

tafel

1

1

spoelruimte

vloer

 

2

inventaris

2

2

bak

1

2

kleedlokaal

vloer

 

2

schouwlokaal

vloer

1

1

inventaris

1

2

gang

vloer

 

2

Marek depot

vloer

 

2

tafel

1

afvoergarage

vloer

 

2

1 voorbroedlokaal

vloer

2

2

wand

 

1

1 uitkomstlokaal

vloer

2

2

 

wand

 

1

2

vloer

2 x 2

2 x 2

voorbroed kasten

wand

 

2 x 1

eieren

2 x 1

2 x 1

uitkomstkast

vloer

1 x 2

1 x 2

wand

 

1 x 1

plafond

 

1 x 1

negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

24

49

Middelgrote broederijen (500.000 -1.000.000 eieren inleg per week)
   

Onderzoek (A)

Onderzoek (B)

Lokaal

locatie- monstername

aantal afdrukken

locatie monstername en aantal afdrukken

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

2

2

inventaris

1

 

transportkar

1

1

hygiënesluis

vloer

 

1

wand

1

afraaplokaal

vloer

 

2

inventaris

2

kantine

vloer

1

2

tafel

1

1

spoelruimte

vloer

 

2

inventaris

2

2

bak

1

2

kleedlokaal

vloer

 

2

schouwlokaal

vloer

1

1

inventaris

1

2

gang

vloer

 

2

Marek depot

vloer

 

2

tafel

1

afvoergarage

vloer

 

2

2 voorbroedlokalen

vloer

2 x 2

2 x 2

wand

 

2 x 1

2 uitkomstlokalen

vloer

2 x 2

2 x 2

wand

 

2 x 1

4 voorbroedkasten

vloer

4 x 2

4 x 2

wand

 

4 x 1

eieren

4 x 1

4 x 1

2 of 3 uitkomstkasten

vloer

2 x 2

3 x 2

wand

 

3 x 1

plafond

 

3 x 1

negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

36

71

Grote broederijen ( > 1.000.000 eieren inleg per week)
   

Onderzoek "routine (A)

Onderzoek "speciaal"

Lokaal

locatie monstername

aantal afdrukken

locatie monstername en aantal afdrukken

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

2

2

inventaris

1

 

transportkar

1

1

hygiënesluis

vloer

 

1

wand

 

1

afraaplokaal

vloer

 

2

inventaris

 

2

kantine

vloer

1

2

tafel

1

1

spoelruimte

vloer

 

2

inventaris

1

2

bak

1

2

kleedlokaal

vloer

 

2

schouwlokaal

vloer

1

1

 

inventaris

1

2

gang

vloer

 

2

Marek depot

vloer

 

2

 

tafel

 

1

afvoergarage

vloer

 

2

4 voorbroedlokalen

vloer

4 x 2

4 x 2

 

wand

 

4 x 1

3 uitkomstlokalen

vloer

3 x 2

3 x 2

 

wand

 

3 x 1

5 voorbroedkasten

vloer

5 x 2

6 x 2

wand

 

6 x 1

 

eieren

5 x 1

6 x 1

4 of 5 uitkomstkasten

vloer

4 x 2

5 x 2

wand

 

5 x 1

 

plafond

 

5 x 1

negatieve controle

 

1

1

Totaal

 

48

96

Salmonella onderzoek [Vervallen per 26-08-2007]

Aan het einde van elke productiedag wordt een monster van broederijafvallen (zoals liggenblijvers) genomen. Er moet een mengmonsters genomen worden met monstername verspreid over de gehele dag. Beide genoemde monsters worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella. Indien Salmonella wordt geconstateerd dient de broederij de oorzaak te achterhalen van de besmetting.

In de broederij moet tijdens alle bezoeken voor de hygiënebemonstering tevens een Salmonella onderzoek worden uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het controleren of eventueel, via de eieren, ingesleepte Salmonella in de broederij achterblijven en zich in de broederij verspreiden. Het doel is niet het aantonen van eventueel besmette koppels kuikens.

Het Salmonella onderzoek bestaat uit een monstername van 60 swabs. De swabs worden tijdens de monstername bevochtigd met Pepton/Fysiologisch-zout. Per swab wordt een oppervlakte van 25 cm2 bemonsterd. De swabs worden, per 20 stuks, verzameld in één pot.

De volgende locaties dienen te worden bemonsterd

Locatie

locatie monstername

aantal swabs

pot-nummer

aanvoerlokaal + eiersorteer

vloer

5

1

inventaris

2

 
 

containers

2

 

kleedlokaal

vloer

3

1

 

inventaris

2

 
 

wc

1

 

kantine

vloer

3

1

 

inventaris

2

 
       

voorbroedlokalen

vloer

6

 

voorbroedkasten en gereinigde uitkomstkasten

vloer

14

2

       

spoelruimte

vloer

3

3

 

krattenwasser

1

 
 

inventaris

2

 

schouwlokaal

vloer

3

3

 

inventaris

3

 

afraaplokaal

vloer

5

3

 

inventaris

3

 

Er wordt geen onderverdeling gemaakt op basis van de grootte van de broederij. Op alle broederijen wordt een zelfde onderzoeks(scherna) gehanteerd.

Beoordeling en actie [Vervallen per 26-08-2007]

Beoordeling

De beoordeling is gebaseerd op het hoogste gemiddelde van de lokalen/kasten en een totaal gemiddelde van de broederij. Op basis van de gemiddelden en de aanwezigheid van Salmonella dient actie te worden ondernomen.

1. Lokaal/kast gemiddelde

Het gemiddelde per lokaal of kast mag niet hoger zijn dan 3, tenzij de rnonsternemer aangegeven heeft dat tijdens de monstername dusdanige werkzaamheden werden uitgevoerd dat deze de uitslag beïnvloeden. In dit geval wordt het genoemde gemiddelde niet meegenomen in de totaal beoordeling. In geval een lokaal/kast gemiddelde boven de 3 uitkomt dient de uitslag bij het volgende onderzoek minimaal voldoende te zijn. Indien, het betreffende lokaal of kast, wederom een gemiddelde van 3 of hoger scoort dient binnen een tijdsperiode van 2 maanden een extra "onderzoek speciaal" te worden uitgevoerd.

Lokaal- of kast gemiddelde (individuele beoordeling)

Lokaal of kasten gemiddelde

Beoordeling

Actie

kleiner of gelijk aan 1

zeer goed

geen

groter dan 1 en kleiner of gelijk aan 2

goed

geen

groter dan 2 en kleiner of gelijk aan 3

voldoende

geen

groter dan 3

onvoldoende

lokaal- of kastgemiddelde van de volgende bemonstering minimaal voldoende, anders een extra 'onderzoek speciaal' binnen 2 maanden.

2. Broederij gemiddelde (totaal beoordeling)

Broederij gemiddelde

Beoordeling

Actie

0

uitstekend

geen

groter dan 0.0 en kleiner of gelijk aan 0,5

zeer goed

geen

     

groter dan 0.5 en kleiner of aeliik aan 1.0

goed

geen

groter dan 1.0 en kleiner of aeliik aan 1.5

voldoende

geen

groter dan 7.5 en kleiner of gelijk aan 2.0

onvoldoende

broederij gemiddelde van de volgende bemonstering dient minimaal voldoende te zijn, anders een extra 'onderzoek speciaal' binnen 2 maanden

groter dan 2.0 en kleiner of gelijk aan 3.0

slecht

extra 'onderzoek speciaal' binnen 2 maanden

groter dan 3.0

zeer slecht

extra 'onderzoek speciaal' binnen 1 maand

Bijlage II. : Voorwaarden voor het uitvoeren van onderdelen van het programma hygiëneonderzoeken [Vervallen per 26-08-2007]

Het programma voor hygiëneonderzoeken zoals beschreven in bijlage I bestaat uit een uitgebreid aangekondigd onderzoek dat tweemaal per jaar zal plaatsvinden en uit vier kortere onderzoeken. Het routine hygiëneonderzoek (onderdeel A uit bijlage I ) kan door de broederijen zelf worden uitgevoerd, dat wil zeggen, mits:

  • 1. het hygiëneonderzoek wordt uitgevoerd op de wijze zoals in het protocol van bijlage I beschreven; en

  • 2. de resultaten van de uitgebreide hygiëne-onderzoeken tenminste voldoende zijn; en

  • 3. het hygiëneonderzoek wordt uitgevoerd op het moment dat de broederij niet in bedrijf is, dat wil zeggen nadat het verplicht reinigen en ontsmetten heeft plaatsgevonden en voordat de werkzaamheden weer worden hervat;

  • 4. de analyse van de monsters uitgevoerd wordt bij een door de voorzitter erkende organisatie.

De resultaten van het onderzoek worden meegenomen in de systeemtoets van de broederijen. Wanneer uit de resultaten van de toetsing blijkt dat de korte hygiëne onderzoeken niet correct worden uitgevoerd of na de beoordeling niet de juiste actie is genomen dan wordt het korte hygiëneonderzoek gedurende één jaar weer uitgevoerd door de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren (hierna te noemen GD) .

Het halfjaarlijkse uitgebreide onderzoek wordt door de GD uitgevoerd. Wanneer de resultaten van het uitgebreide onderzoek onvoldoende zijn of slecht dan voert de GD opnieuw de korte onderzoeken uit, totdat uit twee opeenvolgende uitgebreide onderzoeken blijkt dat de broederij weer tenminste voldoende scoort voor de uitgebreide onderzoeken.

Bijlage III. : Werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij [Vervallen per 26-08-2007]

Doel [Vervallen per 26-08-2007]

Dit werkvoorschrift beschrijft de donsmonstername, meconiumrnonstername en monstername van liggenblijvers in kuikenbroederijen, voor de verplichte monitoring, zoals voorgeschreven in het 'Hygiënebesluit Kuikenbroederijen 2003' en anderzijds voor monitoring van vermeerderingskoppels door middel van donsonderzoek, meconiumondertoek of onderzoek bij liggenblijvers uit de broederij. De monsters worden genomen door een medewerker van de broederij.

Toelichting [Vervallen per 26-08-2007]

De kuikenbroederijen dienen altijd donsmonsters, meconiummonsters of monsters van liggenblijvers te nemen.

De frequentie van de monstername wordt weergegeven in de tabel:

Type kuikenbroederij

Frequentie onderzoek

broederijen voor de productie van eendagskuikens van moederdieren vleesrassen en broederijen voor de productie van eendagskuikens voor de productie van vlees

iedere uitkomstkast en iedere uitkomst

Naast de reguliere door de broederijen uit te voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, de monstername van dons, van meconium of van liggenblijvers ook door het Controle Bureau Dierlijke Sector (hierna te noemen CBD), of een andere door het PPE aangewezen instantie/persoon of door een bevoegd dierenarts te geschieden. Terzake moet(en) deze(n) een overeenkomst zijn aangegaan met de GD.

De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van monsters. Het nemen van de monsters wordt verder aangestuurd door de GD. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op dat moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op dons, meconium dan wel liggenblijvers. Voor uitkomstkasten, waarin slechts broedeieren aanwezig zijn van fok- of verrneerderingsdieren waarop periodiek bloed- of mestonderzoek wordt uitgevoerd, is dit niet verplicht.

In de broederij worden donsmonsters, meconiummonsters of monsters van liggenblijvers genomen door de broederij. De respectievelijke donsmonsters, meconiummonsters of monsters van liggenblijvers worden genomen onder verantwoordelijkheid van de ondernemer die de broederij uitoefent, volgens het Werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij, zoals opgenomen in Bijlage III van het Hygiënebesluit kuikenbroederijen 2003. De monsters worden geanalyseerd door een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t.. Indien er twijfel bestaat ten aanzien van de oorzaak van de besmetting moet een nadere serotypering gedaan worden. Het betrokken serotype moet te allen tijde bekend zijn. Wanneer gekozen wordt voor het bemonsteringsschema van tabel 2, moet tevens worden voldaan aan de voorwaarden van onderdeel C.

Actie bij positieve bevindingen [Vervallen per 26-08-2007]

Wanneer de respectievelijke donsuitslag, meconiumuitslag of uitslag van het onderzoek op liggenblijvers van de voorgaande uitkomst van het betreffende koppel vermeerderingsdieren S.e. of S.t. positief was, dienen bij de volgende uitkomst (na bekend worden van de positieve uitsIag) van dit koppel pluimvee naast het verrichte onderzoek, 60 liggenblijvers te worden bemonsterd. Deze monsters worden genomen onder verantwoordelijkheid van de ondernemer die de broederij uitoefent, volgens het Werkvoorschrift voor het nemen van monsters op de kuikenbroederij, zoals opgenomen in Bijlage III van het Hygiënebesluit kuikenbroederijen 2003. De monsters worden geanalyseerd door een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

Laboratorium [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Laboratoria die monsters analyseren t. b.v. het monitoringsprogramrna Salmonella dienen erkend te zijn door de Voorzitter van het Productschap.

  • -

    Monsters dienen te worden geanalyseerd op alle typen Salmonella. Wanneer de monsters Salmonella-positief zijn, dienen ze te worden getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e. en S.t.. Indien er twijfel bestaat ten aanzien van de oorzaak van de besmetting moet een nadere serotypering worden gedaan. Het betrokken serotype moet te allen tijde bekend zijn.

  • -

    Alle bevindingen van Salmonella dienen direct (dag van bekend worden) naar de broederij te worden teruggekoppeld.

Eisen aan de monstername door de broederij [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    De broederij neemt per vermeerderaar ten minste iedere uitkomst monsters om te onderzoeken op Salmonella. De monstername dient gebaseerd te zijn op minimaal één dagproductie.

  • -

    Wanneer eieren uit verschillende stallen van dezelfde vermeerderaar in meerdere broedkasten worden ingelegd, dient de broederij er zorg voor te dragen dat broedeieren afkomstig uit alle stallen worden bemonsterd.

  • -

    De monsters worden genomen volgens de werkvoorschriften van bijlage III van het Hygiënebesluit kuikenbroederijen 2003. De monsters worden op Salmonella onderzocht door een laboratorium dat voldoet aan de eisen uit het Besluit Protocollen Hygiënevoorschriften Pluimveehouderij 1999.

  • -

    Wanneer van een vermeerderaar tweemaal binnen 4 weken in een monster van de broederij Salmonella wordt aangetroffen, wordt logistiek gebroed. Indien S.e./S.t. wordt aangetroffen wordt onmiddeilijk logistiek gebroed. Wanneer bij een koppel verrneerderingsdieren bij de monitoring op het vermeerderingsbedrijf Salmonella wordt aangetroffen, aangetoond middels het verificatieonderzoek op het tweewekelijkse mestonderzoek, wordt tevens onmiddellijk logistiek gebroed.

  • -

    Indien een Salmonella paratyphi B var. Java wordt gevonden bij de dons-, meconium- of liggenblijversonderzoeken moet dit binnen 48 uur aan het Productschap worden gemeld.

  • -

    De broederij beschikt over een bijgehouden administratie, die twee jaar wordt bewaard. Deze administratie dient onderdeel te vormen van de PPE/IKB- administratie. De administratie dient inzichtelijk te zijn. Per vermeerderaar dienen alle resultaten van Salmonella-onderzoek te worden bewaard. Wanneer Salmonella bij een stal wordt aangetoond dienen alle relevante gegevens van deze stal aan de administratie te worden toegevoegd, te weten:

    • -

      uitslag bemonstering;

    • -

      datum van bemonstering;

    • -

      datum melding aan de GD (S.e./S.t.) of aan het door de voorzitter van het Productschap erkende laboratorium (overige Salmonellae);

    • -

      datum en beschrijving genomen acties in de broederij en evt. bij de vermeerderaar (ruimen/behandelen).

  • -

    Maandelijks wordt aan de GD een rapportage gezonden met daarin o.a.:

    • -

      aantal vermeerderaars dat via de broederij is gescreend;

    • -

      overzicht van VB-nummers dat via de broederij is gescreend;

    • -

      aantal koppels per vermeerderaar en het nummer van de koppels dat via de broederij is gescreend;

    • -

      alle uitslagen (positief en negatief) van de door de broederij gescreende koppels en vermeerderaars, voorzien van koppel en VB-nummer;

    • -

      aantal koppels waarbij Salmonella is aangetoond; gegevens van de koppels waarbij Salmonella is aangetoond;

  • -

    De broederij geeft maandelijks een overzicht van alle Salmonella uitslagen behorende bij het vermeerderingskoppel door aan de betreffende vermeerderaar.

  • -

    Wanneer in een mestmonster bij het vermeerderingsbedrijf Salmonella wordt aangetroffen en er niet wordt geruimd dienen, indien de eieren afkomstig zijn van met Salmonella besmette koppels, de besmette eieren behandeld te worden (hetzij in ovo, hetzij bij de uitkomst). Indien alle monitoringsresultaten van een koppel vleeskuikens na de broederij negatieve uitslagen geven hoeven de vleeskuikens niet logistiek geslacht te worden. De pluimveehouder/broederij kan bij een Salmonellabesmetting te allen tijde er voor kiezen om de eieren te ruimen.

  • -

    Naast de reguliere door de broederijen uit te voeren bemonstering van dons, meconium of liggenblijvers dient, tenminste eens in de acht weken, de monstername van dons, van meconium of van liggenblijvers ook door het Controle Bureau Dierlijke Sector (hierna te noemen CBD), of een andere door het PPE aangewezen instantie/persoon of door een bevoegd dierenarts te geschieden. Terzake moet(en) deze(n) een overeenkomst zijn aangegaan met de GD. Het nemen van de monsters wordt verder aangestuurd door de GD. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op dat moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op dons, meconium dan wel liggenblijvers.

A. Voor het nemen van donsmonsters geldt: [Vervallen per 26-08-2007]

Benodigdheden [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten

  • -

    etiketten

  • -

    inzendformulier

Werkwijze [Vervallen per 26-08-2007]

Aantal en locatie te nemen monsters

  • -

    Per uitkomstkast worden tenminste vijf donsmonsters genomen.

Uitvoering monstername [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden geraapt, nadat de kast uitkomstkast leeg is.

  • -

    De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.

  • -

    De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.

  • -

    Donsmonsters die (mede) bestemd zijn voor monitoring van reproduktiekoppels moeten te traceren zijn naar de stal(len) van herkomst.

  • -

    De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.

  • -

    Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • -

    Iedere monsterpot of -zak dient direct te worden voorzien van een etiket met de volgende gegevens:

    • -

      datum van monsterneming

    • -

      gegevens broederij (naam en/of KIP nummer)

    • -

      kastnummer

  • -

    De broederij moet een protocol hebben waarin staat vermeld:

    • -

      wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • -

      hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd

    • -

      hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.

Inzendformdier [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Elke inzending moet vergezeld gaan van een formulier waarop de gegevens van de monsters van die dag worden geregistreerd. Hierbij dienen tevens te worden vermeld:

  • -

    naam en/of KIP nummer herkomstbedrijf

  • -

    bij monitoring koppelnummer(s)/stalnummer(s).

  • -

    Een afschrift van het formulier moet op de broederij aanwezig blijven t.b.v. controle van het systeem door derden.

Verzenden monsters [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

  • -

    De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    De broederij dient een registratie bij te houden per broederij, per vermeerderaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook de negatieve) worden vastgelegd. Deze dienen minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (i.v.m. traceringsonderzoeken en systeemcontrole).

  • -

    De monsters worden door het erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella.

    Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naar de vier hoofdgroepen en S.e./S.t. . Indien er twijfel bestaat ten aanzien van de oorzaak van de besmetting moet een nadere serotypering gedaan worden. Het betrokken serotype moet te allen tijde bekend zijn.

B. Voor het nemen van meconiummonsters geldt: [Vervallen per 26-08-2007]

Benodigdheden [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten.

  • -

    etiketten.

  • -

    steriele plastic handschoenen.

  • -

    inzendformulier.

Werkwijze [Vervallen per 26-08-2007]

Aantal en locatie ta nemen monstars [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Van één leverantie broedeieren dienen tenminste 250 meconiummonsters te worden verzameld.

Uitvoering monstarname [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen. Monstername dient te geschieden zonder de meconiums met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • -

    De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.

  • -

    Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om een eventuele besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • -

    De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op ctalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.

  • -

    Sluit iedere pot of plastic zak direct na het vullen zorgvuldig.

  • -

    Voorzie elke pot of plastic zak van een etiket met de volgende gegevens:

    • monsterdatum

    • registratie-nummer van de broederij

    • uitkomstkastnummer(s)

  • -

    De broederij dient te beschikken over een protocol waarin is vermeld:

    • wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • hoe waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd

    • hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.

Inzendformulier [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummeren naam pluimveehouder).

  • -

    Een document met daarop deze gegevens dient aanwezig te blijven op de broederij ten behoeve van controle door derden.

Verzenden monsters [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

  • -

    De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Er dient een deugdelijke registratie bijgehouden te worden per vermeerderaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook wanneer deze negatief uitwijst) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (in verband met traceringsonderzoeken en systeemcontrole).

  • -

    De monsters worden door het erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella.

    Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naarde vier hoofdgroepen en S.e./S.t. Indien er twijfel bestaat ten aanzien van de oorzaak van de besmetting moet een nadere serotypering gedaan worden. Het betrokken serotype moet te allen tijde bekend zijn.

Voorbewerking van meconiummonsters [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Het mengmonster meconium wordt op het lab goed gehomogeniseerd en vervolgens in een verhouding van 1:10 verdund met BPW en geanalyseerd als is voorgeschreven voor mestmonsters in de branchemethode

C. Voor het nemen van monsters van liggenblijvers geldt: [Vervallen per 26-08-2007]

Benodigdheden [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten

  • -

    Etiketten

  • -

    Steriete plastic handschoenen

  • -

    Inzendformulier

Werkwijze [Vervallen per 26-08-2007]

Aantal locatie te nemen monsters [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Van één leverantie broedeieren 60 niet aangepikte liggenblijvers (broedeieren) die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.

Uitvoering monstername [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten genomen te worden.

  • -

    Monstername dient te geschieden zonder de eieren te beschadigen of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.

  • -

    De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.

  • -

    Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om evt. besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.

  • -

    De verantwoordelijkheid om de uitslagen van de monsters te traceren op stalniveau ligt bij de broederij. Deze moet via een protocol aantonen hoe dit wordt beheerst.

  • -

    Sluit iedere pot of plastic zak direct na het vullen zorgvuldig.

  • -

    Voorzie elke pot of plastic zak van een etiket met de volgende gegevens:

    • monsterdatum

    • registratie-nummer van de broederij

    • uitkomstkastnummer(s)

  • -

    De broederij dient te beschikken over een protocol waarin is vermeld:

    • wie verantwoordelijk is voor de monstername

    • hoe, waar en wanneer de monstername wordt uitgevoerd

    • hoe de monsters kunnen worden getraceerd naar het bedrijf/de stal(len) van herkomst.

Inzendformulier [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, het stalnummer en de afzender (KIP-nummeren naam pluimveehouder).

  • -

    Een document met daarop deze gegevens dient aanwezig te blijven op de broederij ten behoeve van controle door derden

Verzenden monsters [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.

  • -

    De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.

Resultaten onderzoek [Vervallen per 26-08-2007]

  • -

    Er dient een deugdelijke registratie bijgehouden te worden per vermeerderaar, per fokbedrijf en per stal, waarin alle resultaten van het Salmonella-onderzoek (ook wanneer deze negatief uitwijst) worden vastgelegd. Deze dient minimaal twee jaar na ruimen van het desbetreffende koppel te worden bewaard (in verband met traceringsonderzoeken en systeemcontrole).

  • -

    De monsters worden door het door de voorzitter van het Productschap erkende laboratorium geanalyseerd op aan- of afwezigheid van Salmonella.

Wanneer Salmonella aanwezig is, wordt getypeerd naarde vier hoofdgroepen en S.e. en S.t. Indien er twijfel bestaat ten aanzien van de oorzaak van de besmetting moet een nadere serotypering gedaan worden. Het betrokken serotype moet te allen bekend zijn.

Voorbewerking monstermateriaal liggenblijvers [Vervallen per 26-08-2007]

Het monster liggenblijvers van 60 stuks wordt in zijn geheel gehomogeniseerd in een steriele mixer, dan wel worden er enkele deelmonsters elk bestaande uit 10 a 15 eieren van gemaakt, die afzonderlijk worden gehomogeniseerd. Uit elk homogenisaat wordt vervolgens een monster genomen van circa 25 g, dat wordt verdund met 1:10 BPW voor Salmonella analyse.

Bijlage IV. : Leidraad voor het opzetten van een bedrijfsplan voor kuikenbroederijen. [Vervallen per 26-08-2007]

Om te komen tot een kuikenbroederij waarin kruisbesmetting met Salmonella wordt voorkomen, zal aan een aantal eisen voldaan dienen te worden.

Volgens artikel 5 van dit besluit dient iedere kuikenbroederij over een door de Voorzitter van het Productschap goedgekeurd plan te beschikken. Bijgaande leidraad is bedoeld als hulpmiddel en model bij het opstellen van dit bedrijfsplan.

Onderdelen bedrijfsplan [Vervallen per 26-08-2007]

Het bedrijfsplan dient betrekking te hebben op zowel de inrichting als de werkwijze in de broederij. De volgende indeling wordt aanbevolen:

  • 1. Hygiëne bewustzijn en persoonlijke hygiëne;

  • 2. Hygiëne management in de kuikenbroederij, waaronder reinigings- en desinfectieplan;

  • 3. Logistiek van het broeden;

  • 4. Afvalverwerking.

1. Hygiëne bewustzijn en persoonlijke hygiëne [Vervallen per 26-08-2007]

Het onderdeel hygiëne bewustzijn en persoonlijke hygiëne dient te bevatten:

  • 1.1. procedures over de wijze waarop het personeel (intern of extern) wordt opgeleid, zodat het personeel op de hoogte is van Salmonella, de wijze van verspreiding en de interne procedures om Salmonella te beheersen;

  • 1.2. procedures over o.a. het wassen van handen, douchen, dragen van bedrijfskleding (aparte kleding/schoeisel voor vuile en schone gedeelte van de broederij), eten, drinken en roken op de werkplek, etc.

2. Hygiëne management in de kuikenbroederij [Vervallen per 26-08-2007]

Het onderdeel hygiëne management in de kuikenbroederij dient te bevatten:

  • 2.1. procedures over het aanleveren van broedeieren waaronder het gescheiden aanleveren van gewassen eieren etc.;

  • 2.2. procedures voor de wijze van ontvangst en verwerking van de broedeieren, waaronder wijze van sorteren, behandeling en wijze van inleggen van vuile en gewassen eieren, hygiëne bij overleggen, etc.;

  • 2.3. procedures over de hygiëne in de kuikenbroederij, waaronder de wijze waarop schone en vuile gedeelten in de kuikenbroederij worden aangegeven, procedures voor het personeel waarin de looproutes in de kuikenbroederij staan beschreven etc.;

  • 2.4. procedures voor reiniging en desinfectie, waarin o.a. frequentie, reinigings- en ontsmettingsmiddelen en werkwijze worden weergegeven van zowel de kuikenbroederij als de vervoers - en transportmiddelen (kratten dan wel containers), een plattegrond van de te reinigen lokalen en de opslag van middelen, aanwijzing van de verantwoordelijke personen, persoonlijke bescherming etc.;

  • 2.5. procedures voor de controle van de hygiëne in de kuikenbroederij, waarin o.a. staat aangegeven wanneer en op welke wijze wordt gecontroleerd en wat de acties bij afwijkingen zijn;

  • 2.6. ongediertebestrijdingsplan;

  • 2.7. andere procedures met betrekking op het algemene hygiëne management.

3. Logistiek van het broeden. [Vervallen per 26-08-2007]

In onderstaande maatregelen wordt een voorzet gegeven hoe in het kader van het bedrijfsplan met broedeieren op kuikenbroederij-niveau moet worden omgegaan. Het gaat hierbij om zowel bouwkundige en technische voorzieningen ais om een aantal protocollen voor werkwijze, voor wat betreft mogelijk besmette broedeieren.

Uitgangspunt voor de richtlijn is dat eieren, kuikens of afvalmateriaal en dons van kuikens van mogelijk besmette koppels niet in contact mogen komen met eieren of kuikens van vrije koppels. Wanneer dit wel gebeurt moet de hele partij als mogelijk besmet worden beschouwd.

  • 3.1. ei-transport en -bewaring

    Maatregel: niet-ontsmette eieren van mogelijk besmette koppels worden zo min mogelijk tegelijk met vrije eieren vervoerd. Na transport van mogelijk besmette eieren moet de vrachtwagen gereinigd en ontsmet worden. Het is ook mogelijk de broedeieren van mogelijk besmette koppels als laatste op te halen en de broedeieren hetzij op het vermeerderingsbedrijf zijn ontsmet, hetzij direct in de vrachtwagen te ontsmetten.

    Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt.

    Motivatie: eieren van mogelijk besmette koppels vormen een verhoogd risico voor horizontale transmissie, apart ophalen voorkomt transmissie via de vrachtwagen of personen, fouten in de aanvoerlogistiek (verwisselen van containers) worden beter voorkomen.

  • 3.2. logistiek was -en grondeieren

    Maatregel: waseieren en grondeieren van mogelijk besmette koppels moeten bij voorkeur niet ingelegd worden. Wanneer ze wel ingelegd worden, worden ze bij voorkeur niet in dezelfde voorbroeder gebroed als eieren van vrije koppels (mogelijk in een aparte voorbroeder met alleen waseieren en grondeieren of in een voorbroeder met alleen besmette koppels). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de waseieren en grondeieren altijd onderop te worden geplaatst, zodat besmetting door klapeieren zoveel mogelijk wordt voorkomen.

    Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt,

    Motivatie: waseieren en grondeieren vormen een verhoogd risico op klapeieren, waardoor een eventueie besmetting in de voorbroeder verspreid kan worden.

  • 3.3. ontsmetting 18 dagen

    Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels en van vrije koppels die in dezelfde voorbroeder zijn gebroed dienen na overleggen ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht

    Motivatie: tegengaan van kruisbesmetting bij transport van eieren door de kuikenbroederij. Door na overleggen te ontsmetten kan een eventuele verspreiding tegengegaan worden.

  • 3.4. logistiek van overleg

    Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels dienen als laatste partij van de dag te worden geschouwd en overgelegd. Na schouw en overleg dient de apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: door schouwen en overleggen kan horizontale verspreiding via apparatuur en personen worden veroorzaakt.

  • 3.5. klimaatscheiding uitkomstkasten

    Maatregel: eieren van mogelijk besmette koppels dienen in een apart uitkomstlokaal uitgebroed te worden. De aanvoer van lucht mag van een gezamenlijke ruimte afkomstig zijn. Voor de afvoer van de lucht geldt:

    • a. De aanvoer vindt bij voorkeur volledig gescheiden plaats van de luchtkanalen van de overige uitkomstlokalen.

    • b. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal dient de luchtafvoer van het uitkomstlokaal dat gebruikt wordt voor de mogelijk besmette koppels als laatste op het afvoerkanaal worden aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer.

    • c. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal, maar het uitkomstlokaal met mogelijk besmette kuikens niet als laatste op het afvoerkanaal is aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer dan dient voldoende onderdruk aanwezig te zijn in het afvoerkanaal. Hiervoor is een automatische alarmmelding dan noodzakelijk.

    Na uitkomst van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: dons is een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Bij uitkomstmachnines in hetzelfde lokaal is bij het openen van de deur de verspreiding van de dons niet te voorkomen.

  • 3.6. logistiek van uitkomst

    Maatregel: de kuikens van mogelijk besmette koppels dienen als laatste van de dag te worden afgeraapt en verwerkt. Bij het afrapen moeten de vrije kuikens uit het lokaal verwijderd zijn. Vrije kuikens mogen niet worden opgeslagen tezamen met mogelijk besmette kuikens. Dit betekent een aparte opslag voor vrije kuikens. Na het afrapen van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: dons vormt een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Door de kuikens niet ruimtelijk te scheiden kan kruisbesmetting ontstaan.

  • 3.7. kuikentransport

    Maatregel: transport van mogelijk besmette kuikens dient apart van het transport van vrije kuikens plaats te vinden, in een aparte wagen. Na transport dient de wagen gereinigd en ontsmet te worden.

    Karakter: verplicht.

    Motivatie: verspreiding van dons tijdens transport kan kruisbesmetting tot gevolg hebben.

  • 3.8. administratie

    De administratie van de kuikenbroederij dient dusdanig te worden opgezet dat voor de medewerkers duidelijk is welke eieren mogelijk besmet zijn en welke procedure daarmee gevolgd moet worden. Tevens moet uit de administratie afgeleid kunnen worden welke route in plaats en tijd de mogelijk besmette eieren hebben gevolgd, zodat duidelijk wordt of de verschillende protocollen voor handling juist zijn uitgevoerd.

4. Afvalverwerking [Vervallen per 26-08-2007]

Afvalverwerking dient zo plaats te vinden dat geen besmetting van schone ruimtes of producten met het vuile afval kan plaatsvinden. Hiervoor dient duidelijk te zijn op welke wijze de kuikenbroederij het afval opslaat, verwerkt en verwijderd.

Bijlage V. : Categorie-indeling voor logistiek broeden in de kuikenbroederij [Vervallen per 26-08-2007]

De kuikenbroederij dient broedeieren in de kuikenbroederij gescheiden te houden volgens onderstaande categorie-indeling:

  • 1. broedeieren van onverdachte koppels moederdieren en broedeieren van koppels moederdieren die behandeld zijn geweest (vanaf de derde dag van de behandeling);

  • 2A. broedeieren van verdachte koppels moederdieren:

    • -

      broedeieren van koppels moederdieren die hetzij verdacht worden van een Salmonella-besmetting, zonder dat deze besmetting is bevestigd of

    • -

      broedeieren van koppels, waarvan de behandeling net is ingezet (tot de derde dag);

  • 2B. broedeieren van Salmonella-besmette koppels moederdieren.