Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Mandaatbesluit artikelen 26, 90b en 90c van de Wet toezicht kredietwezen 1992[Regeling vervallen per 01-01-2007.]

Geldend van 14-01-2005 t/m 31-12-2006

Mandaatbesluit artikelen 26, 90b en 90c van de Wet toezicht kredietwezen 1992

De Minister van Financiën,

Gelet op artikel 26, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992;

Gezien artikel 10:4 van de Algemene wet bestuursrecht en de schriftelijke instemming van De Nederlandsche Bank NV van 28 november 2003, kenmerk 0.851/2002-6960;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2007]

In dit besluit wordt verstaan ander:

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2007]

De Bank beslist ingevolge artikel 26, eerste lid, van de wet vanwege de Minister op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet, met uitzondering van aanvragen tot:

  • 1. het houden, verwerven dan wel vergroten van een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder b, van de wet door een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen in:

    • a. een andere kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen;

    • b. een buitenlandse kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de Richtlijn, indien het balanstotaal van de te verwerven kredietinstelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag meer bedraagt dan 5% van het balanstotaal van de verwervende kredietinstelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag;

    • c. een verzekeraar die gerekend naar bruto premie-inkomen per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf verzekeraars.

  • 2. het aangaan van een fusie als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onder e, van de wet door een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen met:

    • a. een andere kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen;

    • b. een buitenlandse kredietinstelling in de zin van artikel 1 van de Richtlijn, indien het balanstotaal van de te verwerven onderneming of instelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag meer bedraagt dan 5% van het balanstotaal van de verwervende kredietinstelling per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2007]

  • 1 De Bank beslist ingevolge artikel 26, eerste lid, van de wet vanwege de Minister op aanvragen tot het verkrijgen van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van de wet, met uitzondering van aanvragen tot het houden, verwerven dan wel vergroten van een gekwalificeerde deelneming dan wel tot het uitoefenen van enige zeggenschap verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen door:

    • a. een kredietinstelling die gerekend naar balanstotaal per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf kredietinstellingen;

    • b. een verzekeraar die gerekend naar bruto premie-inkomen per ultimo van het jaar voorafgaand aan de aanvraag behoorde tot de grootste vijf verzekeraars;

    • c. een ieder die niet behoort tot de onder a en b bedoelde categorieën, in geval van een belang van meer dan 20%.

Artikel 4 [Vervallen per 14-01-2005]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2007]

De Bank stelt ingevolge artikel 23, vierde en vijfde lid, en artikel 24, vierde en zesde lid, van de wet vanwege de Minister de onderscheiden termijnen vast ten aanzien van door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaringen van geen bezwaar, indien de Bank op grond van dit besluit bevoegd zou zijn vanwege de Minister te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2007]

De Bank kan ingevolge artikel 25a, derde lid, van de wet vanwege de Minister aan de verklaring van geen bezwaar de in dat artikellid bedoelde gewijzigde voorschriften verbinden:

  • a. in de gevallen waarin de Bank vanwege de Minister heeft beslist op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar;

  • b. in de gevallen waarin de Minister heeft beslist op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar, indien de Bank op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2007]

De Bank beslist ingevolge artikel 26, zevende lid, van de wet vanwege de Minister tot het wijzigen of intrekken van een door de Minister voor de inwerkingtreding van dit besluit afgegeven verklaring van geen bezwaar, indien de Bank op grond van dit besluit vanwege de Minister bevoegd zou zijn geweest te beslissen op de aanvraag tot het verkrijgen van de verklaring van geen bezwaar.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2007]

De Bank oefent in de gevallen, waarin zij op grond van dit besluit bevoegd is vanwege de Minister verklaringen van geen bezwaar te verlenen en daarmee samenhangende bevoegdheden uit te oefenen, de volgende bevoegdheden uit:

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2007]

Een document dat is opgesteld door de Bank en waarin is vastgelegd een besluit of handeling genomen respectievelijk verricht op grond van dit besluit, vermeldt aan het slot:

‘De Minister van Financiën,

namens deze:

De Nederlandsche Bank NV,’.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2007]

De Bank treedt in overleg met de Minister, indien in bijzondere gevallen sprake is van handelingen die de structuur van de financiële sector in zijn wezen raken, ook wanneer op die handelingen het gestelde in de artikelen 2 en 3 van toepassing zou zijn.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2007]

Het mandaat verleend bij brief van 19 december 1994, kenmerk BGW 94/1410-U, wordt ingetrokken.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2007]

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst en treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2007]

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit artikelen 26, 90b en 90c van de Wet toezicht kredietwezen 1992.

De

Minister

van Financiën,

G. Zalm