Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststelling ambtsbericht inzake legalisatie en verificatie van documenten afkomstig uit de Dominicaanse Republiek

Geldend van 11-12-2003 t/m heden

Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 28 november 2003, nr. DPV/DF/BS/112 tot vaststelling van het algemeen ambtsbericht inzake legalisatie en verificatie van documenten afkomstig uit de Dominicaanse Republiek

Artikel 1

Op de legalisatie en verificatie van documenten afkomstig uit de Dominicaanse Republiek is het algemene ambtsbericht dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd van toepassing.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met zijn bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Buitenlandse Zaken,
voor deze
:
de

Directeur-Generaal Regiobeleid en Consulaire Zaken

,

P.P. van Wulfften Palthe

Bijlage - Legalisatie en verificatie van documenten uit de Dominicaanse Republiek

1. Inleiding

In dit ambtsbericht wordt informatie gegeven met betrekking tot legalisatie en verificatie van uit de Dominicaanse Republiek afkomstige documenten.

Om de juistheid van gegevens in de registers van de Burgerlijke stand, de bevolkingsadministratie en de administraties van vreemdelingendiensten te waarborgen en om te voorkomen dat bij voorbeeld ten onrechte huwelijken worden voltrokken of kinderbijslag wordt verkregen, heeft de Minister van Buitenlandse Zaken op 7 maart 1996 besloten een vijftal landen - Ghana, Nigeria, India, Pakistan, de Dominicaanse Republiek - aan te wijzen als probleemland op het gebied van schriftelijk bewijs. Vooral vanuit genoemde landen werd de Nederlandse administratie geconfronteerd met grote hoeveelheden documenten, die vals, vervalst, dan wel inhoudelijk onjuist bleken. Alle documenten die vanaf 1 april 1996 bij de diplomatieke vertegenwoordigingen van bovengenoemde landen ter legalisatie worden aangeboden, dienen eerst inhoudelijk te worden geverifieerd. Eerst indien vast staat dat de documenten rechtsgeldig en inhoudelijk juist zijn, kan worden overgegaan tot legalisatie van de documenten.

Voor de werkwijze inzake legalisatie en verificatie in algemene zin wordt verwezen naar de 'Instructie legalisatie- en verificatieprocedure Nederlandse vertegenwoordigingen in Ghana, Nigeria, India, Pakistan en de Dominicaanse Republiek,' van 24 augustus 2000, nr. DPC/CJ/221, gepubliceerd in Staatscourant 167 van 30 augustus 2000, en naar de 'Beoordeling van documenten uit Ghana, Nigeria, Pakistan, India en de Dominicaanse Republiek,' van 30 augustus 2002, nr. DJZ/BR/0806-02, gepubliceerd in Staatscourant 170 van 5 september 2002.

In de navolgende hoofdstukken wordt ingegaan op de wetgeving en de praktijk met betrekking tot de burgerlijke administratie in de Dominicaanse Republiek.

In het algemeen kan gesteld worden dat opeenvolgende Dominicaanse regeringen de afgelopen jaren zich grote inspanningen getroost hebben om de administratie van persoonsgegevens te verbeteren. Met name de Junta Central Electoral (de Nationale Kiesraad, hierna de JCE) is begonnen met een indrukwekkende opschoning van de geregistreerde persoonsgegevens. Met betrekking tot enkele categorieën van gegevens zijn thans zelfs computerbestanden opgebouwd en de bedoeling is dat binnen tien jaar de gehele burgerlijke administratie geautomatiseerd is.

Vooralsnog is de registratie, zowel binnen de JCE als met name op de lokale kantoren van burgerlijke administratie, zeer gebrekkig. Door onzorgvuldigheid worden essentiële gegevens als namen en geboortedata vaak onvolledig of onjuist geregistreerd.

Voorts kennen vele ambtenaren de regelgeving niet voldoende, waardoor procedures niet juist gevolgd worden en is corruptie zeer wijd verspreid en tot in alle lagen van de publieke sector doorgedrongen.

Tenslotte bestaan in de Dominicaanse Republiek ongeveer 4.000 bedrijven, van eenmansbedrijfjes tot grote organisaties, die zich bezighouden met de falsificatie van documenten, handtekeningen en stempels.

2. Burgerlijke administratie

2.1. Registratie van geboorte

In de artikelen 38 tot en met 49 van wet 659 uit 1944 over akten van de Burgerlijke stand en in wet 13 uit 1993 wordt de registratie van geboorten geregeld. Indien een kind wordt geboren in een stad of een gemeente met een bureau van de Burgerlijke stand, dient de geboorte binnen 60 dagen te worden aangegeven bij het desbetreffende bureau. In (plattelands)gebieden waar geen bureau van de Burgerlijke stand is, dient de geboorte binnen 90 dagen aangegeven te worden bij het bureau van de Burgerlijke stand van het administratieve ambtgebied waar de plaats onder ressorteert (zie verder onder 2.3). Dit bureau dient de geboorteregistratie door te geven aan de JCE alwaar de Centrale burgerlijke administratie is gehuisvest.

In de geboorteakte staan de dag, de tijd en plaats van geboorte, het geslacht en de gegeven namen van het kind alsmede de namen en achternamen, leeftijd, beroep, woonplaats en nationaliteit van de ouders vermeld. Een kind kan wettig, gewettigd, geadopteerd, natuurlijk en/of erkend zijn. Zie hiertoe het stuk over 'Afstammingsgegevens' onder 4.

De informant van de geboorte dient zich te identificeren middels een geldige identiteitskaart (cédula). In 11.2 wordt uitgebreider ingegaan op cédula's.

2.2. Wie kan een geboorte aangeven?

De geboorte dient te worden aangegeven door een daartoe wettelijk bevoegd persoon. De vereisten die gelden voor de declarant van de geboorte, zijn geregeld in artikel 43 van wet 659. Uit hoofde van dit artikel dient de geboorte van een kind te worden aangegeven door de vader, of bij afwezigheid van deze, de moeder, of door de doktoren, chirurgen, verloskundigen of andere personen die aanwezig waren bij de bevalling. In het geval dat de bevalling heeft plaatsgevonden buiten het woonadres van de moeder, kan de aangifte ook gedaan worden door de persoon in wiens huis het voltrokken heeft.

De Nederlandse ambassade in de Dominicaanse Republiek heeft zich bij de legalisatiebeoordelingen in eerste instantie sterk gehouden aan de wettekst van artikel 43. Tot 1993 werd hetgeen bepaald in artikel 43 van wet 659 echter nauwelijks toegepast door de bevoegde Dominicaanse instanties. Behalve de in artikel 43 voornoemd opgesomde personen, werden vóór 1993 geboorten veelvuldig aangegeven door niet-bevoegde declaranten zoals ooms, tantes, buurmannen en priesters. Dit maakt dergelijke geboorteregistraties in strijd met de toepasselijke regelgeving. Op grond van jurisprudentie terzake van het Dominicaanse Hooggerechtshof, dienen dergelijke registraties thans niet meer als strijdig met de Dominicaanse wet te worden beoordeeld, ongeacht welke persoon als declarant vermeld is en mits alle andere gegevens juist zijn.

Geboorteaangiften ná 1 januari 1993 dienen echter wel volgens de limitatieve lijst van declaranten als vermeld in art. 43 te geschieden. Hierbij geldt de volgende uitbreiding:

  • - indien het om een kind gaat dat staande een rechtsgeldig huwelijk geboren is, is het niet van belang wie de geboorte aangeeft, mits een huwelijksakte getoond wordt waaruit de afstammingsgegevens blijken.

  • - de aangifte van geboorte van een natuurlijk kind (niet staande een huwelijk geboren), kan, naast de art. 43 genoemde personen, bij overlijden, afwezigheid of onbekwaamheid van de vader, ook geschieden door de grootvader naar vaderszijde, of bij afwezigheid van deze, de grootmoeder naar vaderszijde. Indien sprake is van een latere erkenning, is de akte evenwel alleen geldig als de erkenningsgegevens in de akte vermeld staan.

  • - in het geval dat de ouders van het kind beide minderjarig zijn, zijn tevens beide grootouders, zowel naar vaders- als naar moederszijde, bevoegd de aangifte te verrichten.

2.3. Tijdige en tardieve geboorteaangifte en de bevoegdheid van de ambtenaar van de Burgerlijke stand

De ambtenaar van de Burgerlijke stand van de plaats waar de geboorte wordt aangegeven is te allen tijde bevoegd om de aangifte in te schrijven, mits deze aangifte binnen de 60/90-dagentermijn valt. Er is een belangrijk onderscheid tussen tijdige en late geboorteaangiften voor wat betreft de bevoegdheid van de ambtenaar van Burgerlijke stand om de geboorte in te schrijven.

2.3.1. Tijdige geboorteaangifte

Indien een geboorte wordt aangegeven binnen de daarvoor bij wet gestelde termijn (60 dan wel 90 dagen (zie 2.1), dient de aangifte te allen tijde verricht te worden bij het kantoor van de geboorteplaats zelve (art. 39/659). Indien aangifte verricht wordt in een andere plaats is dit in strijd met de wet.

2.3.2. Tardieve geboorteaangifte

Een geboorte die wordt aangegeven na verloop van de wettelijke termijn als omschreven in 2.1 kan ook worden ingeschreven in het register van de Burgerlijke stand van een andere plaats dan de plaats waar de geboorte heeft plaatsgevonden (art. 40, verder uitgewerkt in Resolutie 5/88 van de JCE). In dergelijke gevallen dient evenwel aan een groot aantal voorwaarden voldaan te worden.

Er bestaan twee procedures:

  • a. Tardieve aangifte van geboorte van een persoon van 13 jaar of jonger (art. 40/659 jo. Resolutie 5/88)

    De procedure is als volgt. Een 'Procurador Fiscal' (een in Nederland niet bestaande functionaris, te vergelijken met een openbaar aanklager in Nederlandse strafrechtelijke procedures) dient het ziekenhuis van de plaats waarin de aan te geven persoon is geboren te controleren alsmede - ter voorkoming van dubbele registraties - het register van de Burgerlijke stand van de plaats waarvan wordt aangenomen dat betrokkene daar geboren is. Hij dient eveneens (middels documentatie en interviews of andere bewijsmiddelen) de geboortedatum, -plaats en de namen van de ouders van de betrokkene te verifiëren. Nadat dit is gebeurd, wordt het dossier naar de rechter gestuurd die een ratificatievonnis kan uitspreken waarbij de inschrijving van de geboorte geautoriseerd wordt. Bewijsmiddelen (art. 40/659) en ratificatievonnis (art. 41/659) moeten worden gearchiveerd.

  • b. Tardieve aangifte van een persoon ouder dan 13 jaar

Dezelfde procedure als onder a geldt, met als aanvulling dat aan de declarant van de geboorte een aantal extra-vereisten wordt gesteld. De volgende bescheiden dienen allen te worden overgelegd:

  • een ziekenhuiscertificaat waarin de geboortedatum en plaats is opgenomen alsmede het geslacht van betrokkene en de naam van de moeder;

  • een doopakte van betrokkene;

  • een Identiteitskaart (cédula) van betrokkene (vooropgesteld dat betrokkene gerechtigd is een cédula aan te vragen. Vanaf 16 jaar kan een cédula worden aangevraagd);

  • schoolcertificaten van betrokkene;

  • een verklaring van de Burgerlijke stand van de werkelijke geboorteplaats die stelt dat de geboorte van betrokkene daar niet is aangegeven;

  • een verklaring van minimaal drie personen die ten minste 50 jaar oud zijn die de gegevens van de geboorteaangifte bevestigen.

Het ontbreken van de handtekening bij de zojuist genoemde ratificatie in de kantlijn, is een veel voorkomende weigeringsgrond voor het legaliseren van geboorteakten. Vaak is alleen de stempel gezet, terwijl de ratificatie ook de handtekening van de bevoegde ambtenaar moet bevatten. In de praktijk blijken de ambtenaren niet altijd goed op de hoogte van de regels te zijn, waardoor de ratificatieprocedure vaak niet conform de wetgeving wordt uitgevoerd.

N.B.: Op grond van circulaire nummer 12 van de Junta Central Electoral, zijn betrokkenen vrijgesteld van deze ratificatieprocedure als de geboorte vóór 23 december 1965 tardief is aangegeven.

2.4. Overlijden

In art. 70 van wet 659 wordt bepaald dat een geval van overlijden binnen 24 uur dient te worden aangegeven bij het kantoor van de Burgerlijke stand in de plaats van overlijden. Declarant van het overlijden kan een familielid zijn of een ander persoon die op de hoogte is van de gegevens omtrent de overledene. Indien het overlijden niet binnen 24 uur is aangegeven, schrijft de ambtenaar van de Burgerlijke stand weliswaar het overlijden in de registers, hij wacht echter nog met kopieverlening totdat het terzake bevoegde tribunaal de akte ratificeert volgens de procedure die art. 41 van wet 659 beschrijft.

Artikel 79 bepaalt dat in het geval een buitenlander komt te overlijden in de Dominicaanse Republiek de ambtenaar van de Burgerlijke stand na aangifte kopie van de akte verleent aan de president van de Junta Central Electoral zodat het ministerie van Buitenlandse Zaken van het overlijden in kennis wordt gesteld. Het ministerie van Buitenlandse Zaken zal de staat (al dan niet via de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van dat land in de Dominicaanse Republiek) waar overledene aan toebehoort inlichten omtrent het overlijden.

2.5. Rectificatie

In de artikelen 88 t/m 95 van wet 659 wordt bepaald dat akten van de Burgerlijke stand kunnen worden gecorrigeerd middels een rectificatieprocedure via de rechtbank. De Procurador Fiscal kan akten van de Burgerlijke stand rectificeren. Dit geldt zowel voor zaken die qua inhoud het algemeen belang ten goede komen, als voor administratieve (spel)fouten in de akten. Om een rectificatie te bewerkstelligen, dient de Civiele Kamer ('Tribunal Civil') van het ambtsgebied van de desbetreffende Burgerlijke stand te worden benaderd. Vervolgens kan de Directeur van het hoofdkantoor van de Burgerlijke stand (Oficina Central del Estado Civil) de rectificatieprocedure in werking stellen.

Ook hier geldt dat de geldende procedures vaak niet gevolgd worden en de voorgeschreven stempel en handtekening in het register ontbreken.

3. Erkenningen

3.1. Erkenningen in de Dominicaanse Republiek

De drie wetten (wet 659 van 1944, wet 14/94 van 1994 en wet 985 van 1945) die over erkenning gaan, verwijzen op een exclusieve manier naar natuurlijke of biologische kinderen. Dit betekent dat in de Dominicaanse Republiek alleen via adoptie de hoedanigheid van zoon of dochter aan een persoon kan worden verleend die niet de natuurlijke zoon of dochter is. De natuurlijke afstamming ligt voor wat betreft de moeder vast door de geboorte, voor wat betreft de vader door (vrijwillige) erkenning of door een juridische beslissing. Hierdoor voorziet de Dominicaanse wetgeving alleen in erkenning door de biologische vader.

Er is een aantal voorwaarden dat de wet stelt voor de erkenning van een zoon of dochter. Zo dient er bij het verrichten van een erkenningsverklaring ten overstaan van een ambtenaar van de Burgerlijke stand te worden aangetoond dat er geen obstakels zijn om de erkenning te realiseren. In de praktijk betekent dit veeleer dat het tonen van een geboorteakte waarop staat dat er geen eerdere erkenning door de vader is gedaan, voldoende is. Verder dient de verklaring in aanwezigheid van getuigen te worden opgesteld. Ook dient er een volledige kopie van de geboorteakte te worden bijgevoegd, als de erkenning plaatsvindt nadat de geboorteakte is opgemaakt en dat deze werd opgemaakt buiten de gemeente waar de geboorteakte ligt. Als de erkenning plaatsvindt door middel van een authentieke akte of door een testament, dan wordt deze overgeschreven in de Burgerlijke stand waar de geboorte van de erkende persoon is geregistreerd.

3.2. Buitenlandse erkenningen

Op grond van artikel 33 en 34 van wet 659 kunnen erkenningsakten, evenals elke andere akte betreffende de Burgerlijke stand, worden gerealiseerd in het buitenland. Deze zijn geldig in de Dominicaanse Republiek als ze zijn opgesteld overeenkomstig de wetten van het land waar de erkenning heeft plaatsgevonden en als ze zijn gelegaliseerd door de Dominicaanse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in dat land.

De erkenning door een Dominicaan van een buitenlander of door een buitenlander van een Dominicaan, door een persoon die niet de biologische vader is, is geldig in de Dominicaanse Republiek, wanneer dit heeft plaatsgevonden volgens de wetten van het land waar de erkenning heeft plaatsgevonden en deze wetgeving het toestaat dat personen erkend worden als zoon of dochter zijnde de niet-biologische zoon of dochter. Deze erkenning beperkt zich echter tot het feit dat de Dominicaanse Republiek louter de mogelijkheid van het erkennen in een ander land bevestigt ('erkent') waar de plaatselijke wetgeving het toestaat. Met andere woorden, de geldigheid van een rechtsgeldige erkenning van een niet-biologisch kind in het buitenland wordt door de autoriteiten in de Dominicaanse Republiek geaccepteerd. Echter, omdat de Dominicaanse Republiek de figuur van de erkenning van een niet-biologisch kind niet kent, bestaat er weerstand tegen het opnemen van een rechtsgeldige erkenning naar buitenlands recht als het een niet-biologisch kind betreft. Desalniettemin worden in de praktijk buitenlandse 'niet biologische' erkenningen doorgaans bijgeschreven in de registers.

4. Afstammingsgegevens

Er bestaan verschillen tussen natuurlijke, wettige, gewettigde, erkende en geadopteerde kinderen:

Natuurlijke kinderen, 'hijos naturales'; kinderen waarvan het bloedverwantschap duidelijk is maar niet staande een huwelijk geboren zijn, en die niet door de vader zijn erkend.

Wettige kinderen, 'hijos legitimos'; kinderen die staande een huwelijk zijn geboren.

Gewettigde kinderen, 'hijos legitimados'; kinderen die niet staande een huwelijk zijn geboren en na een huwelijk gewettigd zijn.

Erkende kinderen, 'hijos reconocidos'; natuurlijke kinderen, maar die door de vader zijn erkend. Erkenning kan zowel direct na de geboorte gebeuren, dan wel later. Ook kan, op grond van jurisprudentie van het Hooggerechtshof, erkend worden door de grootvader of -moeder naar vaderszijde erkend, in die gevallen wanneer de vader overleden, afwezig, of niet handelingsbekwaam is.

Geadopteerde kinderen.

Resolutie 39/96 van de Junta Central Electoral verbiedt specificatie van de afstammingsgegevens in de akten van de Burgerlijke stand. Volgens artikel 14 van wet 94 hebben alle kinderen, onafhankelijk of de kinderen zijn geboren uit een huwelijk of niet, dan wel geadopteerd zijn, gelijke rechten en eigenschappen. Het vermelden van de afstammingsgegevens is derhalve discriminatoir en het is verboden deze in de geboorteakten te vermelden. Echter, indien kinderen erkend of gewettigd zijn, dienen deze afstammingsgegevens vermeld te worden en wel in de daarvoor bestemde marge in de akte.

5. Adoptie

Het Wetboek van Minderjarigen ('Codigo del Menor') en Wet 14/94 over de Bescherming van Kinderen en Adolescenten gaan over adoptie ('Codigo para la Protecíon de Niños, Niñas y Adolescentes de la Republica Dominicana').

Een adoptie kan een gewone (zwakke) of een geprivilegieerde (sterke) zijn. Een adoptie komt tot stand bij overeenkomst tussen adoptant en geadopteerde, die door de rechtbank moet worden goedgekeurd (zwakke adoptie), of bij vonnis van de kinder- of adolescentenrechtbank (sterke adoptie).

Voor adoptie is de toestemming nodig van de ouders als het te adopteren kind minderjarig is, voor een adoptie door een echtgenoot alleen ook die van de andere echtgenoot.

Zwakke adoptie

Door een zwakke adoptie ontstaan alleen bloedverwantschappelijke betrekkingen tussen de adoptant en de geadopteerde en de kinderen daarvan. De geadopteerde blijft behoren tot zijn oorspronkelijke familie. Een zwakke adoptie kan bij beschikking van de rechtbank om gewichtige redenen worden opgeheven.

Sterke adoptie

Een sterke of geprivilegieerde adoptie is alleen toegestaan ten gunste van minderjarigen, die nog geen 5 jaar oud zijn en die door hun ouders zijn verlaten of waarvan de ouders onbekend of overleden zijn. De geadopteerde houdt op deel uit te maken van de oorspronkelijke familie, afgezien van de huwelijksbeletselen, en verkrijgt de rechten en de plichten van een wettig kind. Een sterke adoptie kan niet worden herroepen.

6. Gezag

De Wet 14/94 over de Bescherming van Kinderen en Adolescenten ('Codigo para la Protecíon de Niños, Niñas y Adolescentes de la Republica Dominicana') stelt vast dat het gezag door de beide ouders op gelijke wijze gedeeld wordt overeenkomstig het gestelde in het Burgerlijk Wetboek ('Codigo Civil'). Zo stelt het Burgerlijk Wetboek: 'Het gezag behoort toe aan de vader en aan de moeder om de veiligheid, de gezondheid en de moraliteit van het kind te beschermen. Zij hebben in dit opzicht het recht en de plicht van de voogdij, de waakzaamheid en de opvoeding.' Anderzijds geeft het Burgerlijk Wetboek een andere behandeling aan als het gaat om een natuurlijk kind: De moeder zal het volledige gezag van de vader en de moeder uitoefenen over haar natuurlijke kind. Als de vader het kind binnen drie maanden na de geboorte erkent, zal de moeder het betreffende gezag blijven uitoefenen, maar de vader zou de rechtbank kunnen verzoeken het gezag aan hem alleen te verlenen of aan beiden samen. Als de vader het kind niet heeft erkend en de moeder is niet in staat om het gezag uit te oefenen, dan zal het kind onder het gezag blijven van de grootouders van moederszijde. In afwezigheid van dezen, dan zal het Openbaar ministerie of willekeurig welk familielid van moederszijde, de overeenkomstige kantonrechter moeten verzoeken om het voogdijschap toe te kennen.

7. Huwelijk en echtscheiding

7.1. Huwelijk

De minimum leeftijd waarop een huwelijk kan worden aangegaan is voor een man 18 jaar en voor een vrouw 15 jaar. De kantonrechter kan dispensatie verlenen. Kinderen, jonger dan 18 jaar, hebben toestemming van hun ouders of van de overlevende ouder nodig om te huwen.

Het huwelijk naar Dominicaans recht kan zowel een burgerlijk, als een religieus (rooms-katholiek) convenant zijn. Een burgerlijk huwelijk kan tevens kerkelijk worden ingezegend. Een kerkelijk huwelijk moet binnen drie dagen door inzending van de huwelijksakte aan de ambtenaar van de Burgerlijke stand worden medegedeeld. Na inschrijving in het register van de Burgerlijke stand in de gemeente of gewest waar het huwelijk is aangegaan, heeft het huwelijk burgerrechtelijke gevolgen.

Een burgerlijk huwelijk moet worden aangegaan ten overstaan van de ambtenaar van de Burgerlijke stand of, bij diens afwezigheid, van de vredesrechter. De partners dienen aan de ambtenaar van de Burgerlijke stand een beëdigde verklaring te overleggen, dat zij de volledige vrijheid hebben om een huwelijk aan te gaan en dat daar geen wettelijke belemmeringen aan in de weg staan. Op grond van artikel 58, 4b, van wet 659, kan ook van buitenlanders die voornemens zijn in de Dominicaanse Republiek te huwen, worden gevraagd een beëdigde verklaring van ongehuwd zijn te overleggen. Ook kan worden verlangd dat zij voorzien zijn van een medisch bewijs met betrekking tot het huwelijk. In de praktijk komt dit echter vrijwel niet voor. Aan Dominicanen die in het buitenland willen huwen kan een bewijs van huwelijksbevoegdheid worden afgegeven indien de autoriteiten van desbetreffend land dat eisen. Een huwelijksvoltrekking vindt volgens artikel 58, § 13 van wet 659 in het openbaar plaats in aanwezigheid van minimaal twee volwassen getuigen. In de praktijk worden maximaal vier volwassen getuigen bij een huwelijksvoltrekking toegestaan. Twee getuigen mogen in geen geval bloedverwantschap tot en met de derde graad met het te huwen paar hebben. Het huwelijk wordt onmiddellijk in het huwelijksregister van de Burgerlijke stand van desbetreffende gemeente of het gewest ingeschreven. In de Dominicaanse Republiek bestaat géén centrale huwelijksregistratie.

In het buitenland aangegane huwelijken moeten binnen drie maanden na terugkeer van een Dominicaanse echtgenoot in zijn land in het huwelijksregister worden ingeschreven.

Het bestaan van een huwelijk kan alleen worden bewezen aan de hand van een officiële verklaring, dat het in de registers van de Burgerlijke stand is ingeschreven.

Als er geen wederzijdse instemming met het huwelijk bestaat, is het huwelijk nietig. Naar Dominicaans recht is een huwelijk verboden tussen:

  • personen van bloedverwantschap (wettige of onwettige) in de rechte lijn, evenals tussen (half)broer en zus en huwelijk tussen aanverwanten in de rechte lijn;

  • de adoptief vader of moeder en de geadopteerde en diens nakomelingen, alsmede tussen dezen en de weduwnaar of weduwe van deze;

  • degene die dader of verdachte is van moord op de echtgeno(o)t(e) en de overlevende echtgeno(o)t(e);

  • personen die reeds zijn gehuwd;

  • personen waarvan één of beide dement of anderszins geestesziek zijn;

  • een gescheiden vrouw en een nieuwe partner binnen 10 maanden nadat de echtscheiding rechtsgeldig is verworven. Zij mag wel direct opnieuw huwen met de man van wie zij laatstelijk gescheiden is.

7.2. Echtscheiding

In art. 64 van wet 659, de Wet op de Echtscheiding 1306-bis en in de Wet Burgerlijk Procesrecht staat beschreven hoe een huwelijksovereenkomst naar Dominicaans recht kan worden ontbonden.

In de Dominicaanse Republiek bestaan de volgende soorten echtscheiding:

• scheiding met wederzijdse instemming;

(Scheiding met wederzijdse instemming is niet toegestaan indien het echtpaar nog geen twee jaar gehuwd is, als het echtpaar langer dan dertig jaar heeft samengeleefd, of wanneer de man minimaal zestig jaar, en de vrouw minimaal vijftig jaar oud is.)

  • scheiding op basis van onverenigbare karakters;

  • scheiding op basis van overspel door een van de gehuwden;

  • scheiding op basis van een gerechtelijke veroordeling van een van de gehuwden;

  • scheiding op basis van ernstige wreedheden of beledigingen van de een jegens de ander;

  • scheiding op basis van het vrijwillige verlaten van de partner. De gehuwden moeten dan langer dan twee jaar zonder elkaar hebben doorgebracht;

  • scheiding op basis van langdurig gebruik van alcohol of drugs door een van de gehuwden.

De echtscheiding dient na een vonnis van de rechtbank in het desbetreffende rechtsgebied te worden uitgesproken door de bevoegde ambtenaar van de Burgerlijke stand. In het geval dat noch de gedaagde noch de eiser zijn woonplaats in het land heeft, zal willekeurig welke ambtenaar van het rechtsgebied van de rechtbank die het vonnis heeft uitgesproken, de bevoegde ambtenaar van de Burgerlijke stand zijn om de echtscheiding uit te spreken. Dit betekent dat de ambtenaar van de Burgerlijke stand, die de echtscheiding overschrijft in het register en de echtscheiding uitspreekt, diegene is, wiens bureau het rechtsgebied bestrijkt van de rechtbank die het echtscheidingsvonnis heeft uitgesproken, onafhankelijk van het feit of het huwelijk van de gescheiden man en vrouw al dan niet geregistreerd is in die registers van de Burgerlijke stand.

De plaats waar het huwelijk zich heeft voltrokken, is hierbij dus niet van belang.

In artikel 67 van wet 659 wordt bepaald dat, wanneer in de registers van de Burgerlijke stand die de echtscheiding heeft uitgesproken zich de huwelijksakte niet bevindt, deze onmiddellijk de ambtenaar van de Burgerlijke stand moet informeren waar de huwelijksakte is ingeschreven, zodat deze de echtscheiding in de kantlijn van de huwelijksakte kan bijschrijven. Het annoteren van de echtscheiding in het huwelijksregister heeft géén gevolgen voor de rechtsgeldigheid van de echtscheiding. De echtscheiding krijgt zijn rechtsgeldigheid op het moment dat de overeenkomstige ambtenaar de uitspraak doet.

De echtscheiding dient binnen acht dagen te worden bekendgemaakt middels een publicatie in een landelijk dagblad. Buitenlanders kunnen scheiden op basis van wederzijdse instemming en zijn vrijgesteld van de eisen zoals die in artikel 27 van wet 1306-bis aan deze vorm van echtscheiding worden gesteld.

8. Ongehuwdverklaringen

Ten aanzien van de zogenaamde 'Actas de Soltería' is in het Dominicaanse recht alleen indirect een en ander geregeld. Het woord 'Acta de Soltería' staat niet expliciet vermeld in de relevante wetsartikelen. Daarentegen worden dergelijke verklaringen opgesteld en afgegeven voor een ieder die wenst te huwen en niet gescheiden of weduw(e)(naar) is. In artikel 57 van wet 659 staat dat er ten behoeve van de huwelijksceremonie een beedigde verklaring wordt verlangd. Uit de verklaring dient de burgerlijke staat van betrokkenen te blijken. Zonder ongehuwdverklaring kan een vrijgezel in beginsel niet trouwen. Ook verlangen de meeste buitenlandse vertegenwoordigingen in de Dominicaanse Republiek een ongehuwdverklaring wanneer betrokkenen in het buitenland willen huwen. Soms volstaat echter, indien van toepassing, overlegging van de echtscheidingsakte of overlijdensakte van de overleden echtgenoot als een persoon bijvoorbeeld als gevolg van een echtscheiding of het overlijden van de echtgenoot de ongehuwde status heeft.

De verklaringen ten behoeve van verkrijging van een Acta de Soltería kunnen worden afgelegd ten aanzien van een 'Notario publico' (notaris) of een 'Juez de Paz' (vredesrechter). Deze zijn echter niet verantwoordelijk voor de inhoud en die wordt niet gecontroleerd. Slechts de identiteit van de benodigde getuigen wordt aan de hand van een geldige cédula gecontroleerd. Het komt ook voor dat een ongehuwdverklaring wordt opgesteld zonder dat betrokkene zelf daarbij aanwezig is. Ongehuwdverklaringen die bij de vredesrechter worden opgesteld, geschieden onder ede. Het plegen van meineed is dan ook strafbaar. Verder regelt de Dominicaanse wetgeving niets omtrent het afleggen c.q. certificiëren van ongehuwdverklaringen afgelegd door derden. Derhalve is dat niet bij wet verboden. De verklaringen dienen te worden getekend en bijgehouden in het register van de vredesrechter. Dit gebeurt echter niet altijd, hetgeen in strijd is met artikel 54 van wet 301 (Wet op het Notarisambt).

9. Naamsverandering

De artikelen 80 tot en met 87 van wet 659 geven aan dat namen middels bemiddeling van de Burgerlijke stand kunnen worden veranderd.

Iedere meerderjarige en volledig toerekeningsvatbare persoon heeft de bevoegdheid een andere persoon te machtigen om zijn achternaam te dragen. Dit geschiedt door de naam aan de achternaam van de gemachtigde persoon toe te voegen. Dit is aan een aantal voorwaarden verbonden:

De autorisatie om de naam te veranderen wordt in de hoedanigheid van een verklaring aan een publieke notaris verleend. De autorisatie dient, mits er geen bezwaar tegen is aangetekend door derden of door de President van de Junta Central Electoral, te worden vermeld in de kantlijn van de geboorteakte van de gemachtigde persoon in de registers van de desbetreffende Burgerlijke stand. De naamsverandering wordt vervolgens via een verordening bekend gemaakt. De verordening kan worden getekend door de president van de Dominicaanse Republiek. Naast vermelding van de naamsverandering in de geboorteakte en publicatie in de Staatscourant ('Gazeta Oficial'), dient de naamsverandering tevens te worden gepubliceerd in een lokale krant.

In het geval dat een persoon geautoriseerd is om een achternaam te voeren, dan kan geen deze achternaam niet worden toegekend aan zijn kinderen, noch aan geen enkele andere persoon, als niet beschikt wordt over de ten overstaan van een notaris verrichte autorisatie van de persoon die hem in het gebruik van de achternaam heeft gemachtigd, verricht in dezelfde akte of in een andere machtigingsakte. In het geval dat aan deze formaliteiten is voldaan dan moet daarvan melding worden gemaakt in de kantlijn van de geboorteakte.

10. Paspoorten en Identiteitsbewijzen (Cédula's)

10.1. Paspoorten

Dominicanen kunnen vrijelijk buiten de Dominicaanse Republiek reizen. Een paspoort wordt afgegeven op basis van een geboortebewijs. Voor kinderen kan zelfstandig een paspoort verkregen worden, maar zij kunnen ook worden bijgeschreven in het paspoort van hun ouders.

In 2002 werd een nieuw - machineleesbaar - paspoort ingevoerd. Nog lang niet iedereen heeft echter dit nieuwe paspoort.

Het Dominicaanse paspoortregistratiesysteem heeft een sterke ontwikkeling doorgemaakt. Niettemin is de coördinatie tussen de lokale afgiftekantoren onderling alsook met het Centrale Bureau voor paspoortafgifte verre van optimaal. Regelmatig melden zich op de ambassade Dominicanen die bij hun visumaanvraag beschikken over twee of zelfs drie geldige paspoorten met verschillende persoonsgegevens en afgegeven door verschillende kantoren.

Falsificatie van paspoorten komt eveneens veelvuldig voor.

10.2. Identiteitsbewijzen (cédula's)

In de Dominicaanse Republiek is iedereen van 16 jaar en ouder verplicht een cédula te hebben. Er bestaat een identificatieplicht.

Cédula's worden afgegeven op basis van een geboorteakte.

Het registratiesysteem voor cédula's is de laatste jaren sterk gemoderniseerd en is thans beduidend geavanceerder dan het systeem voor paspoorten. Via een website van de JCE kan zelfs met invoering van het unieke cédulanummer een kopie van de cédula en alle relevante persoonsgegevens van de desbetreffende persoon opgevraagd worden (zie: htpp://www.jce.do). Deze site wordt door de ambassade standaard veelvuldig geraadpleegd bij zowel legalisatie- als visumprocedures.

Ondanks de moderniseringen komt ook falsificatie van cédula's nog steeds veel voor.

Ook wijken de op de cédula vermelde persoonsgegevens regelmatig af van de gegevens op het geboortebewijs.