Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Ambachten[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 01-01-2014 t/m 31-12-2014

Besluit van 6 november 2003, houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de ambachtsbedrijven (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Ambachten)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 8 augustus 2003, nr. AV/CAM/2003/58502, gedaan mede namens Onze Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 67, 70, 70A, 73, tweede lid,76, eerste lid, 102, tweede lid, en 126, derde lid, van de Wet op de Bedrijfsorganisatie;

De Raad van State gehoord (advies van 25 september 2003, nr. W12.03.0336/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 oktober 2003, nr. AV/CAM/2003/75438, uitgebracht mede namens Onze Minister van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

Onder ambachtsbedrijf wordt verstaan een onderneming waarin plaatsvindt:

  • a. het vervaardigen of bewerken van zaken en het verkopen daarvan;

  • b. het herstellen en onderhouden van zaken of

  • c. het verlenen van diensten.

§ 2. Het hoofdbedrijfschap [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Er is een Hoofdbedrijfschap Ambachten.

  • 2 Het hoofdbedrijfschap is ingesteld voor de volgende ambachtsbedrijven:

    • a. voedingsambacht:

      • 1°. het banketbakkersbedrijf;

      • 2°. het consumptie-ijsbereidingsbedrijf;

      • 3°. het slagersbedrijf;

    • b. gebouwverzorgend ambacht:

      • 1°. het glazenwassersbedrijf;

      • 2°. het schoorsteenvegersbedrijf;

    • c. bouwambacht:

      • 1°. het bestratingsbedrijf;

      • 2°. het dakdekkersbedrijf;

      • 3°. het glasbewerkingsbedrijf;

      • 4°. het glazeniersbedrijf;

      • 5°. het parketvloerenleggersbedrijf;

      • 6°. het voegbedrijf;

      • 7°. het zonweringsbedrijf;

    • d. productieambacht:

      • 1°. het fijnkeramischbedrijf;

      • 2°. het maatoverhemdenbedrijf;

      • 3°. het maatschoenmakersbedrijf;

      • 4°. het modisterijbedrijf;

      • 5°. het muziekinstrumentmakersbedrijf;

      • 6°. het natuursteenbedrijf;

    • e. reparatieambacht consumptiegoederen:

      • 1°. het fietsherstellersbedrijf;

      • 2°. het goud- en zilversmidsbedrijf;

      • 3°. het kledingreparatiebedrijf;

      • 4°. het lederwarenambacht;

      • 5°. het naaimachinebedrijf;

      • 6°. het schoenherstellersbedrijf;

      • 7°. het textielreinigingsbedrijf;

      • 8°. het uurwerkmakersbedrijf;

      • 9°. het zadelmakersbedrijf;

    • f. uiterlijke verzorgingsambacht:

      • 1°. het kappersbedrijf;

      • 2°. het grimeursbedrijf;

      • 3°. het toneelkappersbedrijf;

      • 4°. het schoonheidsverzorgingsbedrijf;

      • 5°. het voetverzorgingsbedrijf;

    • g. medische hulmiddelentechniek:

      • 1°. het optiekbedrijf;

      • 2°. het orthopedisch schoentechnisch bedrijf;

      • 3°. het tandtechnisch laboratoriumbedrijf;

    • h. dierverzorgende ambacht:

      • 1°. het dierenpensionbedrijf;

      • 2°. het hondentrimbedrijf.

  • 4 Het hoofdbedrijfschap is gevestigd te Zoetermeer.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

Het bestuur van het hoofdbedrijfschap heeft 24 leden: twaalf leden worden benoemd door organisaties van ondernemers en twaalf leden door organisaties van werknemers.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het hoofdbedrijfschap heeft commissies voor aangelegenheden op het gebied van:

    • a. het kappersbedrijf;

    • b. het schoenherstellersbedrijf;

    • c. het natuursteenbedrijf.

  • 2 De leden van commissies worden benoemd door door de raad aan te wijzen organisaties van ondernemers en van werknemers. Voor aanwijzing komen slechts in aanmerking naar het oordeel van de raad representatieve organisaties van ondernemers en werknemers.

  • 3 De organisaties van ondernemers en van werknemers die leden van de commissies benoemen, zijn bevoegd voor elk lid dat zij benoemen tevens een plaatsvervanger aan te wijzen.

  • 4 De voorzitter van de commissie wordt door het bestuur op voordracht van de commissie al dan niet uit het midden van de commissie benoemd.

  • 5 De zittingsperiode van de leden van de commissies en de voorzitter valt samen met die van de leden van het bestuur van het hoofdbedrijfschap.

  • 6 De commissies dienen elk voor haar werkgebied het bestuur van advies en kunnen voorstellen doen voor door het bestuur vast te stellen verordeningen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie kappersbedrijf bestaat uit zes leden: drie leden worden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie schoenherstellersbedrijf bestaat uit elf leden: zes leden worden benoemd door organisaties van ondernemers en vijf leden door organisaties van werknemers.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

De Commissie natuursteenbedrijf bestaat uit negen leden: zes leden worden benoemd door organisaties van ondernemers en drie leden door organisaties van werknemers.

§ 3. Bevoegdheden [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bedrijfschap legt een heffing als bedoeld in artikel 126, eerste lid, van de wet op, gebaseerd op de in iedere onderneming bereikte omzet of op het aantal in de ondernemingen werkzame personen, met dien verstande dat de hoogte van de heffing voor verschillende in de heffingsverordening aangewezen categorieën van ondernemingen verschillend kan zijn. Boven of in de plaats van zodanige heffing kan een bedrag worden geheven dat voor alle ondernemingen gelijk is.

  • 2 Heffingen waarvan de opbrengst een bijzondere bestemming heeft, kunnen worden opgelegd naar een grondslag welke het bestuur van het hoofdbedrijfschap in verband met die bestemming passend acht.

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 17 december 1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Ambachten wordt opgeheven.

  • 2 Verordeningen en andere besluiten die zijn vastgesteld door het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 17 december 1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Ambachten blijven van kracht tot de datum waarop de door het hoofdbedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten terzake in werking zullen treden.

  • 3 Het personeel, de rechten, de verplichtingen, de vermogensbestanddelen en de archiefbescheiden van het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 17 december 1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Ambachten, gaan over naar het hoofdbedrijfschap.

  • 4 Wettelijke procedures en rechtsgedingen, ingesteld door of tegen het bij verordening van de Sociaal-Economische Raad van 17 december 1993 ingestelde Hoofdbedrijfschap Ambachten worden geacht te zijn ingesteld door of tegen het hoofdbedrijfschap.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2015]

De bestuursleden en hun plaatsvervangers van wie de zittingsperiode ingaat op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, treden af op 1 juli 2004.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2015]

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Lasten en bevelen dat dit besluit in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

's-Gravenhage, 6 november 2003

Beatrix

De Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

De Minister

van Economische Zaken,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven de zevenentwintigste november 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

Bijlage A. behorende bij artikel 3 van het Besluit van 6 november 2003, houdende de instelling van een hoofdbedrijfschap voor ondernemingen op het gebied van de ambachtsbedrijven (Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Ambachten) [Vervallen per 01-01-2015]

Voedingsambacht [Vervallen per 01-01-2015]

Het banketbakkersbedrijf

Onder het banketbakkersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het ambachtelijk vervaardigen van banketbakkersproducten en het verkopen daarvan, zoals omschreven in de instellingsverordening van het voormalige Bedrijfschap Brood- en Banketbakkersbedrijf (Stcrt. 1998, nr. 45, pag.18). Het bedrijfschap is opgeheven bij Besluit van 26 juli 2002 (Stb. 2002, 423).

Het consumptie-ijsbereidingsbedrijf

Onder deze bedrijfsuitoefening wordt verstaan het bedrijf van het bereiden van consumptie-ijs, behoudens voorzover dit wordt uitgeoefend met gebruikmaking van een continuvriezer met een capaciteit van ten minste 125 kg mix per uur of van een portievriezer met een inhoud van ten minste 40 liter, welke tijdens het productieproces niet kan worden geopend, en van een hardingsbewaarruimte van ten minste 8 m3, welke op een temperatuur van – 20 graden Celsius kan worden gehouden.

Het slagersbedrijf

Onder het slagersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het op ambachtelijk wijze geschikt maken voor aflevering en verkopen van vers vlees aan particulieren.

Bouwambacht [Vervallen per 01-01-2015]

Het bestratingsbedrijf

Onder het bestratingsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het leggen van een wegdek of een gedeelte van een wegdek met klinkers, keien of tegels. Ondernemingen die zich bezighouden met het leggen van wegdekken met behulp van andere materialen, zoals bij voorbeeld asfalt, vallen dan ook niet onder de werkingssfeer van het HBA.

Het dakdekkersbedrijf

Onder het dakdekkersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het aanbrengen, onderhouden of herstellen van lei-, pannen-, riet-, stro-, kunststof- en mastiek- of andere bitumineuze daken, inclusief de verwerking van dakpanelementen en dakpanplaten, ongeacht van welke materiaalsoort deze zijn vervaardigd. Aan de werkingssfeer is toegevoegd het aanbrengen van dakbedekkingen van kunststof materialen. Op grond van technische en marktontwikkelingen in de branche doet de meerderheid van de bedrijven werkzaam in de bitumineuze dakbedekkingsbranche eveneens in meer of mindere mate aan kunststof dakbedekking. De verwerking van bitumineuze en kunststof dakbedekkingsmaterialen vertoont veel overeenkomsten. De markt kent in toenemende mate dakbedekkingsmaterialen die zijn samengesteld uit bitumen èn kunststof.

Het glasbewerkingsbedrijf:

Onder het glasbewerkingsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het slijpen, etsen, verzilveren of zandstralen van vlakglas of gebogen glas.

Het glazeniersbedrijf:

Onder het glazeniersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het vervaardigen of herstellen van al dan niet gebrandschilderd glas-in-loodpanelen.

Het parketvloerenleggersbedrijf:

Onder het parketvloerenleggersbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het aanbrengen, herstellen of onderhouden van parketvloeren, anders dan tezamen met het vervaardigen daarvan.

Het voegbedrijf:

Onder het voegbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het verrichten van voegwerk aan bouwwerken.

Het zonweringsbedrijf

Onder het zonweringsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het vervaardigen, aanbrengen, herstellen of onderhouden van zonwering of rolluiken aan de buitenzijde van gebouwen.

Gezien de productontwikkelingen in deze branche is wenselijk de definitie in het instellingsbesluit te actualiseren en is er voor gekozen om het begrip« zonwering» op te nemen en geen specifieke producten meer te noemen. Met deze actualisering van de definitie wordt de werkingssfeer van het HBA in beperkte mate uitgebreid. De meeste zonweringsbedrijven voeren immers ook markiezen en/of rolluiken in hun assortiment en vallen dus al onder de werkingssfeer van het HBA.

Ondernemingen die zonweringsproducten vervaardigen evenwel nu ook onder de werkingssfeer worden gebracht. Het gaat hier om circa 15 bedrijven. Deze bedrijven behoren intergraal tot de zonweringsbranche. Dergelijke bedrijven die tevens zonwering aanbrengen of onderhouden, vallen al onder de werkingssfeer van het HBA.

Productieambacht [Vervallen per 01-01-2015]

Het fijnkeramischbedrijf

Onder het fijnkeramischbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het vervaardigen van huishoudelijk aardewerk, sieraardewerk, biscuitaardewerk, tabakspijpen, terracotta, huishoudelijk-, hotel-, laboratorium-, of technisch porselein en van soortgelijke keramische artikelen.

De beperking dat de werkingssfeer zich uitstrekt tot ondernemingen met maximaal 25 werknemers is vervallen; een dergelijk onderscheid is bij dit type bedrijf thans niet meer actueel.

Het maatoverhemdenbedrijf

Onder het maatoverhemdenbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het naar maat vervaardigen of herstellen van overhemden, blouses, onderkleding, nachtkleding, of huisjassen.

Het modisterijbedrijf

Onder het modisterijbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het anders dan met behulp van een persmachine vervaardigen of veranderen van dameshoeden.

Het muziekinstrumentmakersbedrijf

Onder het muziekintstrumentmakersbedrijf wordt verstaan:

  • het bedrijf van het vervaardigen of herstellen van blaas-, snaar-, of kleine of mechanische muziekinstrumenten – met uitzondering van piano's, vleugelpiano's, clavichords, spinetten en clavescimbalen –, voorzover bij het verrichten van genoemde werkzaamheden niet meer dan 25 werknemers betrokken zijn; of

  • het bedrijf van het onderhouden, repareren of stemmen van akoestische piano's of vleugels.

Onder de categorie blaasinstrumenten vallen ook orgels, harmoniums en accordeons. Mechanische muziekinstrumenten zijn bijvoorbeeld draailieren, draaiorgels en muziekdozen.

Het natuursteenbedrijf

Onder het natuursteenbedrijf wordt verstaan het bedrijf waarin het bewerken van natuursteen, al dan niet gepaard gaande met het plaatsen daarvan, of de handel in onbewerkt of bewerkt natuursteen wordt uitgeoefend.

Reparatieambacht consumptiegoederen [Vervallen per 01-01-2015]

Het goud- en zilversmidsbedrijf:

Onder het goud- en zilversmidsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het vervaardigen, bewerken of herstellen van juwelen of van voorwerpen van edelmetaal, al dan niet tezamen met het vervaardigen of herstellen van geplatineerde, vergulde of verzilverde voorwerpen, voorzover bij het verrichten van genoemde werkzaamheden niet meer dan 7, of, indien zij uitsluitend betrekking hebben op gouden werken dan wel op juwelen, niet meer dan 5, onderscheidenlijk 3 werknemers betrokken zijn.

Onder voorwerpen van edelmetaal worden hierbij verstaan alle voorwerpen die, ongeacht het gehalte, uit platinametalen, goud of zilver dan wel uit alliages daarvan zijn vervaardigd, met uitzondering van uurwerken, voorwerpen voor medische, tandheelkundige, optische of elektrotechnische doeleinden, bedrijfsmiddelen en munten.

Het kledingreparatiebedrijf

Onder het kledingreparatiebedrijf wordt verstaan het bedrijf van het herstellen van kleding anders dan tezamen met het vervaardigen of verkopen daarvan.

Het lederwarenambacht

Onder het lederwarenambacht wordt verstaan het bedrijf van het herstellen van lederwaren, al dan niet tezamen met het vervaardigen en aan particulieren verkopen van dergelijke waren, zoals omschreven in de nadere toelichting op het begrip lederwaren in de Instellingsverordening Bedrijfschap Lederwaren- en Schoenindustrie (Stcrt. 1995, nr. 167, pag. 7). Dit bedrijfschap is opgeheven bij Koninklijk Besluit d.d. 24 april 2001 (Stb. 2001, 220).

Het naaimachinebedrijf

Onder het naaimachinebedrijf wordt verstaan het bedrijf van het ten behoeve van particulieren onderhouden, veranderen of herstellen van huishoudnaaimachines of van toebehoren of onderdelen daarvan dan wel vervangen van zodanige onderdelen, niet zijnde een onderneming waarin huishoudnaaimachines in overwegende mate aan wederverkopers plegen te worden verkocht.

Het textielreinigingsbedrijf

Onder het textielreinigingsbedrijf wordt verstaan het op professionele basis ten behoeve van derden toepassen van reinigingsactiviteiten of behandelmethoden voor kleding, textiel- en lederwaren inclusief gordijnen, meubelovertrekken, suède, bont, kleden, lopers, dekbedden en soortgelijke goederen. De activiteiten die doorgaans in het verlengde liggen van het reinigingsproces, te weten oppersen, als nieuw opmaken e.d. vallen ook onder de werkingssfeer van het hoofdbedrijfschap.

Ondernemingen die uitsluitend natwasserij zijn, vallen niet onder de werkingssfeer.

Ondernemingen die in hoofdzaak natwasserij zijn, maar daarnaast ook andere reinigingstechnieken toepassen (zoals bij voorbeeld reinigen in een oplosmiddel), vallen wel onder de werkingssfeer.

Ondernemingen die zich bezighouden met het reinigen van meubels, matrassen, dekbedden en tapijten op locatie, vallen niet onder de werkingssfeer. Dergelijke bedrijven zijn te beschouwen als interieurverzorgende bedrijven.

Uiterlijke verzorgingsambacht [Vervallen per 01-01-2015]

Het schoonheidsverzorgingsbedrijf

Onder het schoonheidsverzorgingsbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het verrichten van handelingen die gericht zijn op de verzorging van het uiterlijk van mensen uit schoonheidsoogpunt, daaronder begrepen de gelaatsverzorger en de visagist.

Onder visagist wordt verstaan degene die al dan niet in opdracht van bedrijven, zoals fotostudio's en modellenbureaus, in onder andere het kader van foto- en filmopnames modellen opmaakt. Zodra het uiterlijk door het aanbrengen van make-up verandert (zogenaamde karaktermake-up), valt de bedrijfsuitoefening onder het grimeursbedrijf.

Huidtherapie valt niet onder het begrip schoonheidsverzorgingsbedrijf. Als de huidtherapeut echter tevens het schoonheidsverzorgingsbedrijf uitoefent, ressorteert hij wat betreft dit laatste wel onder het HBA.

Een kapper, manicure of voetverzorger valt niet het schoonheidsverzorgingsbedrijf.

Het voetverzorgingsbedrijf

Podotherapie, als bedoeld in het Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut (Stb 1997, 523), valt niet onder het begrip voetverzorgingsbedrijf. Als de podotherapeut echter tevens het voetverzorgingsbedrijf uitoefent, ressorteert hij wat betreft dit laatste onder het HBA.

Medische hulpmiddelentechniek [Vervallen per 01-01-2015]

Het optiekbedrijf

Onder het optiekbedrijf wordt verstaan

  • het bedrijf van het aanmeten van visuele hulpmiddelen, met inbegrip van het doen van subjectieve of objectieve metingen van de ogen of het onderzoeken van de ogen op abnormaliteiten;

  • het bedrijf van het aanmeten, aanpassen, assembleren of afpassen van brillen of contactlensen;

  • het bedrijf van het herstellen van visuele of optische hulpmiddelen. verrekijkers, loepen en dergelijke

De opticiens en optometristen vormen samen de optiekbranche. Oogartsen die in het kader van hun oogartsenpraktijk oogmetingen verrichten of ogen onderzoeken op abnormaliteiten, oefenen uiteraard niet het optiekbedrijf uit.

Dierverzorgende ambacht [Vervallen per 01-01-2015]

Het dierenpensionbedrijf

Onder het dierenpensionbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het tijdelijk huisvesten en verzorgen van huisdieren van particulieren, met uitzondering van de ondernemingen die, zoals blijkt uit de inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel, geen of één werkzame persoon hebben.

De aansluiting van deze branche is derhalve beperkt tot die bedrijven, die als hoofdactiviteit het dierenpensionbedrijf uitoefenen en waarin tenminste 2 of meer werkzame personen actief zijn.

Dierenpensions die door een stichting of een vereniging worden geëxploiteerd of asielen die het dierenpension als nevenactiviteit uitoefenen, vallen niet onder werkingssfeer.

Het hondentrimbedrijf

Onder het hondentrimbedrijf wordt verstaan het bedrijf van het ten behoeve van particulieren trimmen, plukken, knippen, scheren, kammen, borstelen of wassen van honden.