Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening heffingen konijnenhouderij (PPE) 2004

Geldend van 21-02-2004 t/m heden

Verordening van het Productschap Pluimvee en Eieren van 23 oktober 2003, houdende vaststelling van huishoudelijke en bestemmingsheffingen ten aanzien van de konijnensector voor het jaar 2004 (Verordening heffingen konijnenhouderij (PPE) 2004)

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren;

Gelet op artikel 126 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en de artikelen 5 en 9 van de Instellingsverordening Productschap Pluimvee en Eieren 1998-I;

Besluit:

Titel I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaand onder:

productschap

:

het Productschap Pluimvee en Eieren;

bestuur

:

het bestuur van het productschap;

voorzitter

:

de voorzitter van het productschap;

onderneming

:

een onderneming waarvoor het productschap is ingesteld;

ondernemer

:

een natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft.

Titel II. Heffingen

Artikel 2

  • 1 Elke ondernemer die konijnen houdt is aan het productschap een heffing verschuldigd over het aantal voedsters (moederdieren van konijnen) en vleeskonijnen die hij op het tijdstip van de landbouwtelling in het kalenderjaar 2004 houdt.

  • 2 Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt:

    • a. € 1,79 per voedster, waarvan:

      € 0,40 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,53 voor het gezondheidszorgfonds en

      € 0,86 voor het o. en o.-fonds

      bestemd is.

    • b. € 0,1322 per vleeskonijn, waarvan:

      € 0,0577 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,0245 voor het gezondheidszorgfonds en

      € 0,05 voor het o. en o.-fonds

      bestemd is.

Artikel 3

  • 1 De door een ondernemer ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen zullen door het productschap worden vastgesteld op basis van de door de ondernemer in het kader van de landbouwtelling aan het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verstrekte gegevens.

  • 2 In het gevat de aan de landbouwtelling ontleende gegevens naar oordeel van het productschap onjuist of onvolledig zijn en het productschap hem daarvan op de hoogte heeft gesteld, is de ondernemer gehouden om uiterlijk 1 augustus, door middel van invulling en ondertekening van een hem door het productschap verstrekt opgavenformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd.

  • 3 De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan in voorkomend geval worden aangemerkt ais voorlopige aanslag. Na afloop van het kalenderjaar wordt dan de heffing definitief opgelegd, zo nodig onder verrekening van het verschuldigde bedrag en het bij voorlopige aanslag opgelegde bedrag.

  • 4 De in het opgavenformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de door de ondernemer te verstrekken bedrijfsgegevens aangaande het aantal voedsters en vleeskonijnen dat op het tijdstip van de landbouwtelling op het bedrijf gehouden is.

  • 5 Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te allen tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.

  • 6 Het bestuur kan bij uitvoeringsbesluit minimumeisen stellen waaraan de door de ondernemer te voeren administratie dient de voldoen.

  • 7 In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het tweede lid is opgelegd en de ondernemer niet of niet naar behoren heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen de verstrekking van onvolledige of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.

Artikel 4

Een ingevolge deze verordening verschuldigd heffingsbedrag dient uiterlijk binnen 14 dagen nadat dit bedrag aan de betrokken ondernemer in rekening is gebracht, aan het productschap te worden voldaan.

Artikel 5

  • 1 De ondernemer, die enige door hem uit hoofde van deze verordening verschuldigde heffing niet tijdig of niet volledig heeft betaald na bij aangetekend schrijven te zijn aangemaand om binnen een termijn van 10 dagen de heffing te voldoen, is aan het productschap de heffing verschuldigd, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, waaronder begrepen de wettelijke rente.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde rente wordt berekend vanaf de dag waarop de in dat lid genoemde termijn is verstreken tot aan de dag van de algehele voldoening.

Titel III. Algemene Bepalingen en slotbepalingen

Artikel 6

  • 1 Op overtreding van het bij of krachtens artikel 3 bepaalde worden tuchtrechtelijke maatregelen gesteld.

  • 2 De tuchtrechtelijke maatregelen zijn:

    • a. een berisping, die bestaat uit een schriftelijk of mondeling vermaan tot de ondernemer, in verband met het begane feit;

    • b. een geldboete van ten hoogste € 4500, welke geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk kan worden opgelegd;

    • c. openbaarmaking van de tuchtbeschikking op kosten van de veroordeelde.

Artikel 7

  • 1 De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens worden in handen gesteld van de voorzitter. De gegevens worden, behoudens aan het secretariaat van het productschap, niet bekendgemaakt.

  • 2 De voorzitter kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, besluiten tot bekendmaking van getotaliseerde gegevens omtrent groepen van ondernemingen, doch nimmer op zodanige wijze dat daaruit gegevens omtrent een bepaalde onderneming kunnen worden afgeleid.

Artikel 8

De voorzitter kan, namens het bestuur, in bepaalde gevallen ontheffing verlenen van de bepalingen in de artikelen 2 en 3, tweede en vijfde lid, van deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een verleende ontheffing kan te allen tijde door de voorzitter, namens het bestuur, worden ingetrokken.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Indien het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie waarin deze verordening wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2004, treedt zij in werking met ingang van de dag na dagtekening van dat Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en werkt zij terug tot en met 1 januari 2004, met uitzondering van artikel 6.

Artikel 10

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening heffingen konijnenhouderij (PPE) 2004.

Zoetermeer, 23 oktober 2003

J.J. Ramekers

voorzitter

Ch.M. den Hoed

plv. secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 17 december 2003 en door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit bij beschikking van 6 januari 2004, nr. TRCJZ/2003/9653.