Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling capaciteitsvermindering rondvisvisserij 2003[Regeling vervallen per 11-09-2005.]

Geldend van 18-10-2003 t/m 10-09-2005

Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 14 oktober 2003, houdende regels betreffende capaciteitsvermindering van rondvisvaartuigen (Regeling capaciteitsvermindering rondvisvisserij 2003)

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

Gelet op de artikelen 7 en 19, tweede lid, van verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • b. licentie: aan een ondernemer ten aanzien van een vissersvaartuig toegekende licentie als bedoeld in artikel 3 van de Regeling visserijlicentie;

    • c. besluit: Besluit registratie vissersvaartuigen 1998;

    • d. verordening: verordening (EG) nr. 2792/1999 van de Raad van de Europese Unie van 17 december 1999 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen en voorwaarden voor de structurele acties van de Gemeenschap in de visserijsector (PbEG L 337);

    • e. vissersvaartuig: vaartuig dat gebruikt wordt voor de uitoefening van de bedrijfsmatige visserij dat overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967 als Nederlands geldt, dat overeenkomstig het bij of krachtens het besluit bepaalde staat geregistreerd en dat behoort tot segment B of D;

    • f. wateren van de Europese Unie: wateren als bedoeld in artikel 1 van verordening (EG) nr. 850/98 van de Raad van de Europese Unie van 30 maart 1998 voor de instandhouding van de visbestanden via technische maatregelen voor de bescherming van jonge exemplaren van mariene organismen (PbEG L 125);

    • g. brutoton: maat ter bepaling van de scheepsinhoud overeenkomstig bijlage I van het op 23 juni 1969 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen (Trb. 1970, 122 en 194);

    • h. meetbrief: document als bedoeld in artikel 4 van de Meetbrievenwet 1981;

    • i. Scheepsmetingdienst: de Scheepsmetingdienst, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 12 september 1978 (Stcrt. 196);

    • j. directeur: directeur Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • k. visvergunning: visvergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling visserijlicentie;

    • l. derde land: land, dat geen lidstaat is van de Europese Unie en geen kandidaat is voor toetreding tot de Europese Unie.

  • 2 Voor de toepassing van deze regeling wordt de leeftijd van een vissersvaartuig bepaald overeenkomstig onderdeel 1, punt 1.0, van bijlage III van de verordening.

  • 3 Voor de toepassing van deze regeling is het aantal brutoton dat een vissersvaartuig meet, het brutoton dat het vaartuig meet volgens de opgave in de meetbrief.

Artikel 2 [Vervallen per 11-09-2005]

De minister kan op aanvraag aan de eigenaar van een vissersvaartuig subsidie verlenen ter zake van:

  • a. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie, of

  • b. de eigendomsoverdracht van het vissersvaartuig in het kader van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met dat vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie.

Artikel 3 [Vervallen per 11-09-2005]

Onder definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 2 wordt verstaan:

  • 1. sloop van het vissersvaartuig;

  • 2. definitieve overbrenging van het vissersvaartuig naar een derde land waarmee de Europese Unie een visserijovereenkomst heeft gesloten of naar een derde land dat niet is aangemerkt als een land dat visserijactiviteiten toelaat die de doeltreffendheid van de internationale instandhoudingsmaatregelen in het gedrang brengen, onder de voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten van het derde land vooraf schriftelijke toestemming hebben verleend en de overbrenging:

    • a. niet plaatsvindt in het kader van een gemengde vennootschap als bedoeld in artikel 8 van de verordening;

    • b. niet leidt tot schending van het internationale recht, met name met betrekking tot de instandhouding en het beheer van de visbestanden of andere doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid en de arbeidsvoorwaarden van de vissers;

    • c. leidt tot vermindering van visserij-inspanning voor de visbestanden waarop met het betreffende vaartuig werd gevist, tenzij het vissersvaartuig in het kader van een visserijovereenkomst met de Europese Unie of een andere overeenkomst visserijrechten heeft verloren, of

  • 3. het definitieve gebruik van vissersvaartuigen in de wateren van de Europese Unie voor niet-commerciële andere doeleinden dan visserij.

Artikel 4 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 De aanvraag voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, kan worden ingediend in de periode van 15 oktober tot en met 17 november 2003.

  • 2 Het subsidieplafond voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies bedraagt € 3.500.000.

  • 3 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen tot subsidieverlening, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is, als datum van ontvangst geldt.

  • 4 Indien door toewijzing van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing aan de hand van het rangschikken van de aanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag voor het eerst voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking vindt plaats volgens loting, welke geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.

  • 5 Voor de toepassing van het vierde lid komen uitsluitend aanvragen in aanmerking ten aanzien waarvan als datum van ontvangst geldt de dag waarop het subsidieplafond zou worden overschreden.

  • 6 De minister kan besluiten dat, indien het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, is of zal worden overschreden, geen aanvragen tot subsidieverlening meer kunnen worden ingediend.

  • 7 Besluiten als bedoeld in het zesde lid worden gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 5 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan slechts worden verleend ter zake van de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten in de wateren van de Europese Unie van een vissersvaartuig:

    • a. ten aanzien waarvan op 1 januari 2003 een contingent als bedoeld in artikel 1, onderdeel h, van de Regeling contingentering zeevis is toegekend voor de vissoorten kabeljauw en wijting;

    • b. waarmee in het jaar 2002 ten minste 50.000 kilogram van de vissoorten kabeljauw, wijting of schelvis is aangeland;

    • c. ten aanzien waarvan de hoeveelheid kabeljauw, wijting en schelvis in de met het vissersvaartuig aangelande vangsten over het jaar 2002 meer dan 50% van het gewicht van de totale vangst in dat kalenderjaar bedraagt;

    • d. dat op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening meer dan tien jaar oud is;

    • e. dat in elk van de twee aan de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening voorafgaande perioden van twaalf maanden is gebruikt voor een visserijactiviteit van ten minste 80% van het in de betrokken periode voor het vissersvaartuig toegekende aantal zeedagen, dan wel geldend aantal kalenderdagen, op grond van:

    • f. ten aanzien waarvan op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening op grond van artikel 4, tweede en derde lid, van de Regeling visserijlicentie een visvergunning is toegekend;

    • g. ten aanzien waarvan op de datum van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een ingevolge de Regeling visserijlicentie geldige licentie aanwezig is, en

    • h. dat, in geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, op de datum van de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een tonnage heeft van 22BT of meer en nog geen 30 jaar oud is.

  • 2 De subsidieverlening wordt in ieder geval geweigerd indien:

    • a. voor de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig reeds uit andere hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is of wordt verstrekt;

    • b. de definitieve beëindiging van de visserijactiviteiten met het vissersvaartuig in de wateren van de Europese Unie heeft plaatsgevonden alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd, of

    • c. de subsidieaanvraag niet is ingediend in de periode, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Artikel 6 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 3, onderdeel a of c, bedraagt de subsidie:

    • a. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van minder dan 10 BT: € 11.000 per brutoton vermeerderd met € 2.000;

    • b. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 10 BT of meer, en minder dan 25 BT: € 5.000 per brutoton vermeerderd met € 62.000;

    • c. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 25 BT of meer, en minder dan 100 BT: € 4.200 per brutoton vermeerderd met € 82.000;

    • d. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 100 BT of meer, en minder dan 300 BT: € 2.700 per brutoton vermeerderd met € 232.000;

    • e. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 300 BT of meer, en minder dan 500 BT: € 2.200 per brutoton vermeerderd met € 382.000, of

    • f. indien het vaartuig een brutotonnage heeft van 500 BT of meer: € 1.200 per brutoton vermeerderd met € 882.000.

  • 2 Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, tussen 16 en 29 jaar oud is, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verlaagd met 1,5 % per jaar dat het vaartuig ouder is dan 15 jaar.

  • 3 Indien het vaartuig, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met f, 30 jaar of ouder is, wordt de subsidie, bedoeld in het eerste lid, verlaagd met 22,5%.

  • 4 In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, bedraagt de subsidie 70% van de in het eerste lid opgenomen bedragen.

Artikel 7 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de directeur, op een daartoe door de directeur vastgesteld formulier.

  • 2 De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van een kopie van de meetbrief.

Artikel 8 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 De subsidieontvanger is verplicht om binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening, ervoor zorg te dragen dat:

    • a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve overbrenging overeenkomstig artikel 3, onderdeel b, van het vissersvaartuig naar een derde land, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor niet commerciële andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd;

    • b. de inschrijving van het vissersvaartuig in het register, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald;

    • c. de lettertekens en de nummers van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Registratieregeling vissersvaartuigen 1998, zijn verwijderd;

    • d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in rubriek V van het register, bedoeld in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt, en

    • e. in geval van subsidieverlening op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden.

  • 2 De minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger éénmalig met ten hoogste vier weken verlengen.

Artikel 9 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 De subsidieontvanger dient binnen vier weken na afloop van de termijn, bedoeld in artikel 8, eerste lid, een aanvraag tot subsidievaststelling in bij de directeur op een daartoe door de directeur vastgesteld formulier.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. bescheiden waarmee wordt aangetoond dat aan de in artikel 8, eerste lid, bedoelde verplichtingen is voldaan;

    • b. het originele exemplaar van de ten aanzien van het betreffende vissersvaartuig toegekende visvergunning, en

    • c. het originele exemplaar van de aan het vissersvaartuig toegekende licentie.

  • 3 Indien het vissersvaartuig verloren gaat op een tijdstip tussen het moment van subsidieverlening en de subsidievaststelling, wordt de subsidie verminderd met het bedrag van de door de verzekering uitgekeerde vergoeding.

Artikel 10 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 3, onderdeel b of c, is de subsidieontvanger verplicht om ervoor zorg te dragen dat het vissersvaartuig niet op enig tijdstip in de hoedanigheid van vissersvaartuig terugkeert in de wateren van de Europese Unie.

  • 2 In geval van definitieve beëindiging als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, is de subsidieontvanger verplicht ervoor zorg te dragen dat het vissersvaartuig onverwijld in het vlootbestand van het derde land wordt geregistreerd.

Artikel 11 [Vervallen per 11-09-2005]

  • 1 Subsidie wordt verleend onder voorbehoud van goedkeuring door de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

  • 2 De beslissing tot verlening van subsidie kan worden ingetrokken of gewijzigd indien dit noodzakelijk is in verband met het verkrijgen van de goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen voor deze regeling of het uitblijven daarvan.

Artikel 12 [Vervallen per 11-09-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13 [Vervallen per 11-09-2005]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling capaciteitsvermindering rondvisvisserij 2003.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

C.P. Veerman