Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling gegevensverstrekking medegebruik omroepzendernetwerken

Geldend van 28-12-2016 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 29 september 2003, nr. WJZ 3054257, houdende regels inzake de te verstrekken gegevens in het kader van medegebruik van antenne-opstelpunten, antennesystemen en antennes bestemd voor omroepzendernetwerken (Regeling gegevensverstrekking medegebruik omroepzendernetwerken)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 2, zesde lid, en 3, eerste lid, van het Besluit medegebruik omroepzendernetwerken;

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. besluit: Besluit medegebruik omroepzendernetwerken;

  • b. antenne: element of samenstel van elementen, geschikt en bestemd voor het in combinatie met een radioapparaat uitzenden dan wel ontvangen van elektromagnetische velden;

  • c. antenne-opstelpunt: een mast of een soortgelijk bouwwerk, geschikt en bestemd voor het daaraan bevestigen van een antenne of antennesysteem alsmede dat gedeelte van het stuk grond of dat deel van een object waarop of waaraan een antenne of antennesysteem is bevestigd of geplaatst;

  • d. antennesysteem: samenstel van twee of meer antennes met bijbehorende bekabeling en technische voorzieningen;

  • e. WGS 84: World Geodetic System 1984;

  • f. ERP: Effective Radiated Power;

  • g. installatie: de radioapparatuur van verzoeker, met inbegrip van antenneconstructies, antennesystemen, antennes en bijbehorende voorzieningen, die zijn bestemd om door de verzoeker te worden gebruikt voor het verspreiden of ontvangen van signalen ten behoeve van het openbaar elektronisch communicatienetwerk dat bestaat uit radioapparaten die geschikt zijn voor het verspreiden van programma’s;

  • h. installatievoorstel: het voorstel dat verzoeker doet in het kader van een verzoek tot medegebruik dat bestaat uit een technische beschrijving van de op het antenne-opstelpunt van de ontvanger aan te brengen installatie met een onderbouwing van de technische mogelijkheden voor medegebruik.

Paragraaf 2. Te overleggen gegevens bij een verzoek om medegebruik

Artikel 2

  • 1 Een verzoek tot medegebruik bevat de volgende gegevens:

    • a. een beschrijving van de aard van het beoogde medegebruik;

    • b. het adres van de locatie van het antenne-opstelpunt dan wel de coördinaten van de locatie van het antenne-opstelpunt in oosterlengte en noorderbreedte uitgedrukt in graden, minuten en seconden volgens het systeem WGS 84, waarop het verzoek betrekking heeft;

    • c. een beschrijving van de frequenties waarop het verzoek betrekking heeft, de beoogde dekking van de frequenties en de polarisatie van het signaal;

    • d. het beoogde vermogen op de antenne-aansluiting in kilowatt en het beoogde maximale uitgezonden vermogen in hoofdstraalrichting of ERP in kilowatt;

    • e. de verwachte gevolgen van het verzoek voor de milieubelasting en de arbeidsomstandigheden, waarbij in ieder geval wordt aangegeven:

      • 1°. het energieverbruik van de installatie en de maatregelen ter beperking van het energieverbruik;

      • 2°. een berekening van de maximale ontwerpwaarde van de veldsterkte voor de installatie met inbegrip van de gegevens die nodig zijn voor de berekening van de maximale ontwerpwaarde van de veldsterkte voor de gehele inrichting;

      • 3°. de geluidsbelasting van de installatie;

      • 4°. de opgave van milieubelastende stoffen in soort en hoeveelheid.

    • f. de verwachte gevolgen van het verzoek voor de elektromagnetische compatibiliteit;

    • g. een installatievoorstel, dat is voorzien van:

      • 1°. een beschrijving van de installatie;

      • 2°. de beoogde looptijd van de frequentievergunning;

      • 3°. een opsteltekening van de installatie;

      • 4°. de technische specificaties van de installatie;

      • 5°. een beschrijving van de benodigde aanpassingen aan het gebouw en aan de mast.

  • 2 In het geval dat het verzoek tot medegebruik betrekking heeft op de huur van ruimte voor zendapparatuur bevat het installatievoorstel, bedoeld in het eerste lid, onder g, tevens de volgende gegevens:

    • a. de aansluitwaarde, het type aansluiting en het energieverbruik van de op het antenne-opstelpunt te plaatsen zendapparatuur;

    • b. de benodigde oppervlakte voor de installatie en eventuele eindapparatuur;

    • c. de warmteproductie;

    • d. de vloerbelasting;

    • e. het soort bevestiging;

    • f. de tekening van het kabeltracé.

Paragraaf 3. Te verstrekken gegevens voorafgaand aan een verzoek om medegebruik

Artikel 3

  • 1 Een houder verstrekt op een daartoe strekkend verzoek als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, een lijst van de desbetreffende antenne-opstelpunten die bij hem in eigendom zijn, welke de navolgende gegevens omvat:

    • a. de hoogte van de desbetreffende antenne-opstelpunten gemeten vanaf de mastvoet ten opzichte van het maaiveld;

    • b. het adres van de locatie van de desbetreffende antenne-opstelpunten of de coördinaten van de locatie van de antenne-opstelpunten in oosterlengte en noorderbreedte uitgedrukt in graden, minuten en seconden volgens het systeem WGS 84.

  • 2 In het geval dat in het verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit is aangegeven dat de behoefte tot medegebruik betrekking heeft op het medegebruik van kale mastruimte, verstrekt de houder met betrekking tot de antenne-opstelpunten, zoals aangeduid in het verzoek, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste lid, tevens de navolgende gegevens:

    • a. de gegevens betreffende het gebruikte mast type, gespecificeerd naar:

      • 1°. buis- of vakwerkmast, en

      • 2°. de vorm.

    • b. een detailtekening van de mast met exacte maatvoering, de indeling van de mast en opgaaf van de voor de mast gebruikte materialen alsmede de lengte van de mast en het gewicht;

    • c. de sterkteberekening van de mast en de daaraan ten grondslag liggende rapporten;

    • d. de gegevens betreffende de op de mast geaccommodeerde antennesystemen met bijbehorend vergunningsdiagram en overige specificaties, waaronder:

      • 1°. het aantal antennes per laag;

      • 2°. het aantal antennelagen;

      • 3°. de op de antennes geaccommodeerde of te accommoderen frequenties;

      • 4°. het gerealiseerde antennediagram of het vergunningsdiagram;

      • 5°. de antennerichting(en) in graden ten opzichte van het geografische Noorden;

      • 6°. het ERP-vermogen van de frequenties waartoe het antennesysteem dient;

      • 7°. de polarisatie van de geaccommodeerde frequenties.

    • e. gegevens betreffende reserveringen op de mast, gespecificeerd naar:

      • 1°. reserveringen voor eigen gebruik dan wel voor derden;

      • 2°. per reservering de hoogte en omvang van het ruimtebeslag voor het antennesysteem, de hoogte en omvang van de frequentietechnisch onbruikbare ruimte boven en onder het antennesysteem alsmede de datum van feitelijke ingebruikneming van de frequentietechnische toepassing waarvoor gereserveerd wordt.

    • f. informatie over de toepassingen waarvoor gereserveerd wordt, gespecificeerd naar de eigenschappen van de antennesystemen voor die toepassingen, te weten:

      • 1°. het aantal antennes per laag;

      • 2°. het aantal antennelagen;

      • 3°. de op de antennes te accommoderen frequenties;

      • 4°. de polarisatie van de te accommoderen frequenties;

      • 5°. het gerealiseerde antennediagram of het vergunningsdiagram;

      • 6°. de antennerichting(en) in graden ten opzichte van het geografische Noorden;

      • 7°. het ERP-vermogen van de frequenties waartoe het antennesysteem dient.

  • 3 In het geval dat in het verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, is aangegeven dat de behoefte tot medegebruik betrekking heeft op het medegebruik van antennesystemen, verstrekt de houder met betrekking tot de antenne-opstelpunten, zoals aangeduid in het verzoek, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste en tweede lid, per antennesysteem tevens de navolgende gegevens:

    • a. de op de antennes geaccommodeerde of te accommoderen frequenties met bijbehorend ERP-vermogen;

    • b. het merk en type van de gebruikte antennes;

    • c. het aantal gebruikte antennes per laag;

    • d. het aantal antennelagen;

    • e. de verticale afstand tussen de antennes;

    • f. het gerealiseerde antennediagram per frequentie in horizontaal en voor de hoofdrichting in verticaal vlak;

    • g. de stand van de antennes van het antennesysteem ten opzichte van het geografische Noorden (azimut);

    • h. het montagepunt van de antennes ten opzichte van het geografische Noorden (screen azimut) en de afstand van dat montagepunt tot het hart van de mast (screen distance);

    • i. de vermogens- en faseverdeling van de antennes op één laag, per frequentie;

    • j. bij situaties waarbij sprake is van systemen met vier of meer antennelagen, het nullfilling percentage;

    • k. de harthoogte van de onderste laag van het antennesysteem ten opzichte van het maaiveld;

    • l. het feedertraceé, gespecificeerd naar:

      • 1°. merk van de feeders;

      • 2°. type van de feeders;

      • 3°. aantal gebruikte feeders;

      • 4°. de lengte van de gebruikte feeders;

      • 5°. opgave van het punt waar de feeders beginnen;

      • 6°. het aansluitschema van de feeders;

      • 7°. de verliezen in het traject vanaf de zender tot en met het antennesysteem;

    • m. de per frequentie te gebruiken connector voor het aansluitpunt;

    • n. een opgave van de eventuele extra apparatuur die nodig is om de zender aan te sluiten op het aansluitpunt.

  • 4 In het geval dat in het verzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, is aangegeven dat de behoefte tot medegebruik betrekking heeft op het medegebruik van multipattern systemen, verstrekt de houder met betrekking tot de antenne-opstelpunten, zoals aangeduid in het verzoek, in aanvulling op de gegevens, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, per antennesysteem tevens de navolgende gegevens:

    • a. de schema’s van de filtersectie, met opgaaf van het merk en type van de gebruikte filters;

    • b. de gegevens betreffende de vermogensverdelers per frequentie met opgaaf van het merk en type van de gebruikte verdelers;

    • c. de gegevens betreffende de faseverdeler per frequentie met opgaaf van de faseverdeling.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 oktober 2003.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gegevensverstrekking medegebruik omroepzendernetwerken.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 29 september 2003

De

Minister

van Economische Zaken

L.J. Brinkhorst