Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Omzetbelasting, ter beschikking stellen van personeel; reikwijdte mededeling 36; [...] notitie structureel ter beschikking stellen van personeel[Regeling vervallen per 23-03-2007 met terugwerkende kracht tot en met 14-03-2007.]

Geldend van 15-08-2003 t/m 13-03-2007

Omzetbelasting, ter beschikking stellen van personeel; reikwijdte mededeling 36; reikwijdte notitie structureel ter beschikking stellen van personeel

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Aan mij zijn vragen gesteld over de heffing van omzetbelasting ten aanzien van het ter beschikking stellen van personeel. De vragen hebben betrekking op de reikwijdte van § 7.2 van mededeling 36 en de reikwijdte van de notitie van 17 december 1990 inzake onder meer het ter beschikking stellen van personeel in de sociaal-culturele sector. De vragen en de antwoorden zijn hierna opgenomen.

Vraag 1a [Vervallen per 23-03-2007]

Een gemeente heeft met een andere gemeente een overeenkomst gesloten voor het uitlenen van een personeelslid voor een periode van twaalf maanden. De partijen sluiten vervolgens een nieuwe overeenkomst af, waarbij het betrokken personeelslid onder dezelfde voorwaarden opnieuw voor een periode van een jaar wordt gedetacheerd. De detachering vindt plaats ter bevordering van de loopbaan van de werknemer en heeft ten doel de positie van de werknemer op de arbeidsmarkt te versterken, ten einde de aanwezige loopbaankansen optimaal te kunnen benutten.

Kan in deze situatie heffing van omzetbelasting achterwege blijven op grond van § 7.2 van mededeling 36?

Antwoord [Vervallen per 23-03-2007]

Alleen ten aanzien van de eerste periode van detachering is de in § 7.2 van mededeling 36 opgenomen goedkeuring van toepassing. De goedkeuring is niet van toepassing op de tweede periode van detachering, omdat:

  • de detacheringsperiode langer is dan het in § 7.2, onderdeel b van mededeling 36 aangegeven maximum van twaalf maanden;

  • in § 7.2, onderdeel d, van mededeling 36 als voorwaarde wordt gesteld, dat een personeelslid niet voor een tweede keer ter beschikking mag worden gesteld aan dezelfde organisatie.

Voor de tweede detacheringsperiode (de nieuw afgesloten detacheringsovereenkomst) dient de gemeente omzetbelasting in rekening te brengen.

Vraag 1b [Vervallen per 23-03-2007]

Een gemeente heeft met een stichting een overeenkomst gesloten, waarin is aangegeven dat de gemeente een personeelslid voor een periode van twaalf maanden bij de stichting detacheert, en dat de detacheringsperiode waarschijnlijk zal worden verlengd met een periode van één jaar. Achteraf blijkt de (oorspronkelijke) detacheringsovereenkomst ook daadwerkelijk te zijn verlengd met een jaar. De gemeente berekent aan de stichting naast de brutoloonkosten een overheadtoeslag door ter hoogte van 10% van de detacheringskosten (o.a. salariskosten en sociale lasten). De detachering van het personeelslid heeft tot doel de positie van dat lid op de arbeidsmarkt te versterken, teneinde de aanwezige loopbaankansen optimaal te kunnen benutten.

Kan in deze situatie heffing van omzetbelasting achterwege blijven op grond van § 7.2 van mededeling 36?

Antwoord [Vervallen per 23-03-2007]

Nee. Nu achteraf is gebleken dat de detacheringsperiode langer heeft geduurd dan het in § 7.2, onderdeel b van mededeling 36 opgenomen maximum van twaalf maanden, mist de goedkeuring toepassing. Aangezien de detacheringsovereenkomst achteraf betrekking blijkt te hebben gehad op een periode van vierentwintig maanden, dient de gemeente over de gehele periode van detachering (dus ook over de eerste twaalf maanden van detachering) omzetbelasting af te dragen.

Overigens verhindert de berekening van een overheadtoeslag door de gemeente eveneens de toepassing van § 7 van mededeling 36. In § 7.2, onderdeel g, van mededeling 36 is immers als voorwaarde gesteld dat de vergoeding voor de terbeschikkingstelling beperkt dient te blijven tot de brutoloonkosten.

Vraag 1c [Vervallen per 23-03-2007]

Een gemeente heeft met een stichting een overeenkomst gesloten, waarin is overeengekomen dat de gemeente aan de stichting een personeelslid ter beschikking stelt voor een periode van twaalf maanden. Achteraf blijkt dat de detacheringsperiode met drie maanden is verlengd. De detachering van het personeelslid heeft tot doel de positie van dat lid op de arbeidsmarkt te versterken, teneinde de aanwezige loopbaankansen optimaal te kunnen benutten.

Kan in deze situatie heffing van omzetbelasting achterwege blijven op grond van § 7.2 van mededeling 36?

Antwoord [Vervallen per 23-03-2007]

Nee. Aangezien de oorspronkelijk overeengekomen detacheringsperiode van één jaar met drie maanden is verlengd tot een periode van 15 maanden, wordt het in § 7.2, onderdeel b van mededeling 36 opgenomen maximum van twaalf maanden overschreden. In verband hiermee mist de in § 7.2 van mededeling 36 opgenomen goedkeuring toepassing.

Vraag 2 [Vervallen per 23-03-2007]

In de notitie, die op 17 december 1990 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal is gezonden, is onder bepaalde voorwaarden goedgekeurd, dat bij het uitlenen van personeel in de sociaal-culturele sector en in de gezondheidssector heffing van omzetbelasting achterwege kan blijven.

Kan heffing van omzetbelasting achterwege blijven in het geval dat vaststaat dat het juridisch niet mogelijk is om de CAO van de inlener op het ingeleende personeel van toepassing te doen zijn én de inlener niet (volledig) verantwoordelijk is voor de gevolgen die de beëindiging van het inlenen van personeel heeft of kan hebben voor de arbeidsovereenkomst tussen de uitlener en het betrokken personeel?

Antwoord [Vervallen per 23-03-2007]

Nee. De essentie van de notitie is, dat de inlener in materieel opzicht de positie van werkgever inneemt. Dat komt het sterkst tot uitdrukking in de voorwaarde dat de inlener verantwoordelijk moet zijn voor de gevolgen die de beëindiging van het inlenen van personeel heeft voor de arbeidsovereenkomst tussen de uitlener en het betrokken personeel. In de praktijk is gebleken dat als aan die voorwaarde is voldaan, doorgaans ook aan de overige voorwaarden wordt voldaan.

Zou in de voorgelegde casus alleen sprake zijn van het op juridische gronden niet kunnen toepassen van de CAO van de inlener op het ingeleende personeel, dan acht ik die enkele omstandigheid onvoldoende om het ter beschikking stellen van dat personeel in de heffing van omzetbelasting te betrekken. Indien evenwel de inlener niet (volledig) verantwoordelijk is voor de gevolgen die de beëindiging van het inlenen van personeel heeft of kan hebben voor de arbeidsovereenkomst tussen de uitlener en het betrokken personeel, wordt inbreuk gemaakt op het wezen van de notitie en ontstaat het gevaar van concurrentieverstoring ten opzichte van commerciële uitzendbureaus. Heffing van omzetbelasting kan derhalve om die reden niet achterwege blijven.