Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling Gaswet

Geldend van 01-07-2004 t/m heden

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 14 augustus 2003, nr. WJZ 3019672, tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de levering van gas aan kleinverbruikers (Uitvoeringsregeling Gaswet)

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 43, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, van de Gaswet;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Vaststelling jaarlijks gebruik

Artikel 2

  • 1 Het jaarlijks gasverbruik, bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Gaswet, wordt vastgesteld op de hoogte van het verbruik in het afgelopen jaar, vermenigvuldigd met het quotiënt van 3213 en het aantal gewogen graaddagen in het afgelopen jaar, waarbij het aantal gewogen graaddagen de som is van het aantal graaddagen in de maanden november tot en met februari vermenigvuldigd met 1,1, het aantal graaddagen in de maanden maart en oktober vermenigvuldigd met 1,0 en het aantal graaddagen in de maanden april tot en met september vermenigvuldigd met 0,8.

  • 2 Een gasbedrijf dat de levering van gas aan kleinverbruikers verzorgt, stelt jaarlijks telkens in dezelfde maand het in het eerste lid bedoelde jaarlijks verbruik van gas van elk van zijn afnemers vast en doet daarvan mededeling aan de afnemer.

Artikel 3

  • 1 Indien het jaarlijks verbruik van gas niet kan worden vastgesteld overeenkomstig artikel 2 of indien zich bijzondere omstandigheden hebben voorgedaan in het huishouden of het bedrijf van de kleinverbruiker waardoor verwacht kan worden dat het verbruik in het voorgaande jaar sterk afweek van het gemiddelde over meerdere voorafgaande jaren gemeten verbruik van de kleinverbruiker, wordt op verzoek van de kleinverbruiker door de leverancier het jaarlijks verbruik geschat aan de hand van gegevens over het bedrijf of de huishouding van die afnemer.

  • 2 Het jaarlijks verbruik van gas van een kleinverbruiker als bedoeld in het eerste lid wordt geschat op de hoogte van het gemiddelde verbruik van huishoudens of bedrijven die wat betreft het gebruik van gas verbruikende apparatuur vergelijkbaar zijn met het huishouden of het bedrijf van de in het eerste lid bedoelde afnemer.

§ 3. Niet-bedrijfsmatige levering gas aan kleinverbruikers

Artikel 4

  • 1 Overeenkomstig artikel 43, tweede lid, onderdeel b, wordt gas anders dan bedrijfsmatig geleverd indien:

    • a. het gas uitsluitend wordt geleverd op een terrein dat de leverancier in eigendom, pacht of erfpacht heeft en de levering van gas in het geheel van zijn onderneming van ondergeschikte betekenis is, dan wel een onlosmakelijk onderdeel vormt van de handelingen die zijn onderneming verricht, en

    • b. de leverancier reeds voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling gas leverde aan beschermde afnemers, dan wel de leverancier aan niet meer dan vijftien kleinverbruikers per jaar gas levert.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 5

De Uitvoeringsregeling Gaswet (Stcrt. 2000, 159) vervalt.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop artikel 43 van de wet in werking treedt.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling Gaswet.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 14 augustus 2003

De

Minister

van Economische Zaken

L.J. Brinkhorst