Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Selectielijst neerslag handelingen m.b.t. Emancipatie en gelijke behandeling vanaf 1965-heden, Verkeer en Waterstaat

Geldend van 07-12-2003 t/m heden

Selectielijst neerslag handelingen m.b.t. Emancipatie en gelijke behandeling vanaf 1965-heden, Verkeer en Waterstaat

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Verkeer en Waterstaat

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 30 maart 2003, nr. arc-2002.4707/2);

Besluiten:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 29 juli 2003

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat
namens deze:
het

Hoofd Facilitair Adviescentrum

,

D.J. Langendoen

Basisselectiedocument voor archiefbescheiden op het beleidsterrein emancipatie en gelijke behandeling

Vaststelling BSD

In maart 2002 is het ontwerp-BSD door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Defensie, de minister van Financiën, de minister van Justitie, de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister van Verkeer en Waterstaat, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, aan de Staatssecretaris van OCW aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 juli 2002 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het ministerie van Defensie, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie, het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid, het ministerie van Verkeer en Waterstaat, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant.

Op 30 maart 2003 bracht de RvC advies uit (arc-2002.4707/2), hetwelk (naast enkele tekstuele correcties) aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

  • de waardering van handelingen 47, 97, 99 en 278is verwijderd met verwijzing naar de betreffende handeling in het BSD Arbeidsvoorwaarden overheidspersoneel, zodat duidelijk is dat die handeling voor de selectie van de stukken gehanteerd dient te worden;

  • de waardering van handeling 217 is gewijzigd van B in V 5 jaar;

  • de waardering van handeling 218 is gewijzigd van V in B 1.

Daarop werd het BSD op door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (kenmerk C/S/03/1863), de minister van Defensie (kenmerk C/S/03/1867), de minister van Financiën (kenmerk C/S/03/1860), de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid (kenmerk C/S/03/1865), de minister van Verkeer en Waterstaat (kenmerk C/S/03/1862), de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (kenmerk C/S/03/1868) en de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (C/S/03/1861), en voor het ministerie van OCW (kenmerk C/S/03/1864) vastgesteld.

Inleiding

Deze selectielijst is een selectielijst als bedoeld in artikel 2, eerste lid van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671) ter uitvoering van de Archiefwet 1995 (Stb. 276). De lijst is opgezet als basisselectiedocument (BSD). Een BSD bestaat voor het grootste deel uit een lijst van handelingen. Onder een handeling wordt verstaan een geheel van activiteiten (resulterende in een extern eindproduct) dat een overheidsorgaan verricht ter vervulling van een specifieke taak of bevoegdheid. Dit BSD is gebaseerd op de handelingen, zoals beschreven in drs. T.I. van Galen-Steegstra, Emancipatie kun je leren. Een institutioneel onderzoek het beleidsterrein emancipatie en gelijke behandeling, 1965–1998 (PIVOT-rapport 131).

Het BSD wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen archiefbescheiden die moeten worden bewaard en overgebracht naar de Rijksarchiefdienst en archiefbescheiden die op termijn worden vernietigd. De selectiedoelstelling voor de archieven van de rijksoverheid luidt: ‘het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen in relatie tot zijn omgeving op hoofdlijnen’. De handelingen – en dus de neerslag van die handelingen – worden voor de selectie beoordeeld op hun waarde voor het reconstrueren van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen.

In dit BSD zijn de handelingen geordend naar actoren. De actoren die onder de zorg van een zorgdrager (minister) vallen zijn geplaatst bij de minister onder wiens zorg het archief valt.

Onder de actor Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn alle handelingen geplaatst die deze minister verricht, zowel als coördinerend minister en als vakminister.

Alleen de handelingen van de actoren waarvan de zorgdragers hebben deelgenomen aan de vaststelling van de selectielijst worden gewaardeerd.

In dit BSD wordt in het kort een schets gegeven van het beleidsterrein. In de hoofdstukken daarna worden per actor de handelingen in oplopende nummering vermeldt met een voorstel voor de waardering.

Ten behoeve van de selectie zijn door PIVOT een aantal criteria geformuleerd die op elk beleidsterrein, voor elk BSD van toepassing zijn. Daarnaast kunnen er per beleidsterrein specifieke selectiecriteria worden geformuleerd.

De selectiecriteria zijn positief geformuleerd, dat wil zeggen dat zij aangegeven van welke handelingen de neerslag na 20 jaar naar een rijksarchief dient te worden overgebracht. Handelingen die aan een van de criteria voldoen, zijn gewaardeerd voor Bewaren (B). Bij de waardering staat het nummer van het criterium vermeldt.

Handelingen die niet voldoen aan een van de criteria, worden gewaardeerd voor Vernietiging (V). Daarbij wordt een termijn vastgesteld waarbinnen de archiefbescheiden niet mogen worden vernietigd.

In een BSD wordt op grond van een aantal selectiecriteria aan elke handeling een waardering gegeven, die neerkomt op een selectiebeslissing over de bescheiden die de neerslag van de handeling vormen. B wil zeggen ‘te Bewaren’ en in goede, geordende en toegankelijke staat overbrengen naar de Rijksarchiefdienst. V wil zeggen op termijn ‘te Vernietigen’.

Deze criteria zijn:

Algemene selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met b(ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren.

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen.

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt.

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten.

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

1. Taakgebieden en beleidsterreinen op ministerieel niveau

1.1. Taken en beleidsterreinen

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid speelt, samen met de departementen van Economische Zaken en Financiën, een belangrijke rol bij het tot stand komen van het sociaal-economisch beleid van de Nederlandse regering.

De hoofddoelen die het ministerie zich stelt, liggen op het terrein van arbeid en inkomen. Ten aanzien van arbeid wordt beoogd de deelname aan betaalde, kwalitatief goede arbeid te bevorderen, en te trachten onvrijwillige uitval te voorkomen. Wat inkomen betreft, heeft het ministerie een waarborgfunctie: zij streeft ernaar dat voor een ieder die onvrijwillig geheel of gedeeltelijk zonder arbeid zit, alsmede voor een ieder die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, een basis niveau van inkomen gehandhaafd wordt.

Bij de aanvang van een nieuwe regeringsperiode wordt in het regeerakkoord aangegeven met welk beleid invulling zal worden gegeven aan de hoofddoelstellingen van het sociaal-economisch beleid, en welke beleidsdoelen prioriteit krijgen. Ook in de memorie van toelichting op de jaarlijkse rijksbegroting worden de hoofdlijnen van het beleid toegelicht.

Sinds 1992 wordt daarnaast door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de jaarlijkse sociale nota opgesteld. Hierin zijn de beleidsvoornemens van het ministerie voor de middellange termijn beschreven.

In PIVOT-termen kunnen de hoofddoelstellingen van het beleid worden vertaald in taakgebieden. Binnen de taakgebieden arbeid en inkomen onderscheiden we de volgende beleidsterreinen:

  • arbeidsomstandighedenbeleid

  • arbeidsmarktbeleid, waaronder arbeidsvoorzieningsbeleid

  • arbeidsverhoudingen, waaronder ontslagzaken, overlegstructuren en publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties

  • inkomens- en arbeidsvoorwaardenbeleid

  • sociale zekerheidsbeleid

  • migratiebeleid

  • tewerkstelling van erkende gewetensbezwaarden

  • de coördinatie van het emancipatiebeleid.

Dit laatstgenoemde beleidsterrein, de coördinatie van het emancipatiebeleid, is het onderwerp van dit rapport. De andere beleidsterreinen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn allen in andere PIVOT-rapporten aan de orde gekomen.

1.2. Het coördinerend ministerie

Toen halverwege de jaren zeventig door de toenmalige regering besloten werd een actief emancipatiebeleid te gaan voeren, werd het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk aangewezen als coördinerend ministerie

Het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk was de taakvoorganger van ons huidige ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

. Van Doorn, die in 1974 minister van CRM was, werd de eerste coördinerend minister voor het emancipatiebeleid.

Toen in 1981 de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van het emancipatiebeleid van het ministerie van CRM naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verhuisde, werd de minister van SZW de coördinerend bewindspersoon voor het emancipatiebeleid.

Het coördinerend ministerschap betekende dat minister Van Doorn, en alle coördinerend ministers na hem, niet alleen verantwoordelijk was voor het emancipatiebeleid zoals dat binnen het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk tot stand kwam, maar tevens voor de afstemming tussen alle emancipatiebeleid van de verscheidene ministeries.

Emancipatiebeleid diende facetbeleid te zijn; een aspect dat in elk beleidsterrein terug hoorde te komen. Iedere minister draagt op zijn beurt de verantwoordelijkheid voor dat deel van het emancipatiebeleid dat binnen zijn ministerie wordt ontwikkeld en uitgevoerd. Om versnippering en elkaar tegenwerkend beleid te voorkomen, werd het coördinerend ministerschap ingesteld.

Binnen elk departement zijn deskundige ambtenaren belast met de zorg voor het emancipatiebeleid. Hierbij dient een onderscheid gemaakt te worden tussen intern en extern emancipatiebeleid van de departementen. Intern emancipatiebeleid omvat die maatregelen die op het ministerie genomen worden om ten aanzien van het eigen personeel de doelstellingen van het emancipatiebeleid te bereiken. Hierbij valt te denken aan maatregelen die betrekking hebben op het eigen personeelsbeleid, zoals positieve actie ten aanzien van vrouwelijke sollicitanten

Er is een rapport institutioneel onderzoek voor het overheidspersoneelsbeleid in voorbereiding, waarbij zaken als het positieve actiebeleid voor vrouwen bij de overheid aan de orde zullen komen.

. Extern emancipatiebeleid is al dat beleid dat gericht is op de emancipatie van vrouwen in de samenleving. Voorbeelden van extern emancipatiebeleid zijn het beleid ten aanzien van allochtone vrouwen bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, het beleid gericht op het stimuleren van vrouwelijk ondernemerschap bij het ministerie van Financiën, en bij het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij de maatregelen gericht op de positie van de vrouw in de agrarische sector.

De minister belast met de coördinatie van het emancipatiebeleid:

1974–1981: de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk;

1981–heden: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

1.3. De Directie Coördinatie Emancipatiebeleid

Naast het coördinerend ministerschap werd in de loop van de jaren zeventig een ambtelijke organisatie in het leven geroepen om het emancipatiebeleid van de verschillende departementen te initiëren, te stimuleren en te integreren.

De Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE) begon in 1978 als onderdeel van het Directoraat-generaal voor Maatschappelijke Ontwikkeling van het ministerie van CRM. Kort gezegd is de taak van DCE het ontwikkelen, coördineren en uitvoeren van een samenhangend beleid dat gericht is op de emancipatie van vrouwen. Voor wat het emancipatiebeleid betreft is DCE, in zijn coördinerende rol, een schakel tussen de departementen.

Met de verhuizing van de verantwoordelijkheid voor de coördinatie van het emancipatiebeleid van het ministerie van CRM naar het ministerie van SZW, in 1981, verhuisde ook de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid mee naar het nieuwe ministerie. Bestuursorganisatorisch staat DCE binnen het ministerie van Sociale Zaken los van de Directoraten-generaal.

De Directie Coördinatie Emancipatiebeleid neemt een bijzondere plaats in binnen de rijksoverheid. DCE houdt zich bezig met het externe emancipatiebeleid van alle departementen; en functioneert aldus op het grensvlak van de interdepartementale en departementale structuur. Tot halverwege de jaren negentig hield DCE zich daarnaast bezig met het interne emancipatiebeleid van het ministerie van SZW; hieraan is inmiddels een einde gekomen.

De belangrijkste taken van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid zijn:

  • 1. Het ontwikkelen van de hoofdlijnen en prioriteiten van het interdepartementale emancipatiebeleid

  • 2. Het stimuleren en evalueren van de integratie van het emancipatiebeleid in het beleid van de afzonderlijke departementen

  • 3. Het ondersteunen van het emancipatiebeleid in de samenleving

  • 4. De public relations van het Nederlandse emancipatiebeleid in het buitenland, en het inbrengen van de Nederlandse standpunten in diverse internationale overlegorganen.

2. Het beleidsterrein Emancipatie

2.1. Definiëring

Ons woord emancipatie is afgeleid van de Latijnse aanduiding voor een plechtige vrijlating van een zoon uit de vaderlijke macht. Tegenwoordig verstaan we hieronder meer in het algemeen een bevrijding van wettelijke, sociale, politieke, morele of intellectuele beperkingen; een streven naar gelijkgerechtigdheid.

In ons taalgebruik wordt het begrip ‘emancipatie’ veelal gelijkgesteld met ‘feminisme’. Feminisme is een streven naar een gelijkwaardige behandeling van vrouwen ten opzichte van mannen (met name op het maatschappelijke, economische, en juridische vlak), alsook naar doorbreking van traditionele rolpatronen. Waar het feminisme uitsluitend betrekking heeft op vrouwen, kan emancipatie op veel meer groepen uit de samenleving betrekking hebben. Zo kunnen ook gehandicapten, allochtonen, of homoseksuelen streven naar emancipatie van hun groep.

Beleid wordt wel gedefinieerd als ‘het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en bepaalde tijdskeuzen’

A. Hoogerwerf, ‘Beleid, processen en effecten’, in: Hoogerwerf en Herwijer (red.), Overheidsbeleid; een inleiding in de beleidswetenschap, Alphen aan den Rijn: Samson, 1998, p. 23.

. Behalve een samenstel van doeleinden, middelen en tijdskeuzen is beleid tevens een antwoord op een probleem. Een probleem is te omschrijven als een discrepantie tussen een maatstaf (norm of gewenste situatie) en een voorstelling van een bestaande of verwachte situatie. In het geval van emancipatie is een ongelijkheid in de behandeling van mannen en vrouwen geconstateerd. Deze ongelijkheid wordt als een probleem ervaren, doordat in onze samenleving de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen de norm is.

In de instellingsbeschikking van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid (ICE) uit 1987 is emancipatiebeleid als volgt verwoord: het beleid dat is gericht op verbetering van de positie van vrouwen en op de daarmee samenhangende veranderingen in de positie van mannen en in de maatschappij als geheel.

Het beleidsterrein emancipatie omvat het geheel van het beleid van de Nederlandse overheid dat erop gericht is de bestaande ongelijkheid in behandeling van mannen en vrouwen op te heffen.

Wat als een probleem wordt gezien, hoe een probleem gedefinieerd wordt, en welke doeleinden en middelen acceptabel zijn, zijn elementen die sterk afhankelijk zijn van subjectieve maatstaven en beelden. Daarnaast zijn deze elementen allen aan verandering onderhevig. De doelstellingen en instrumenten van het emancipatiebeleid zullen in de volgende twee paragrafen nader aan de orde komen.

2.2. Beleidsdoelstellingen

Opheffen van achterstand van vrouwen

Met het veranderende denken over de positie van de vrouw in de Nederlandse samenleving, zijn ook de doelstellingen van het emancipatiebeleid in de loop der jaren verschoven. Toen de overheid in het begin van de jaren zeventig een begin maakte met emancipatiebeleid, werd de achterstand van vrouwen als uitgangspunt genomen. Het ging hierbij met name over het wegnemen van formele ongelijke berechtiging, en over het doorbreken van rolpatronen. Mede gevoed door een tekort aan onderwijzeressen en verpleegsters werden gehuwde vrouwen aangespoord niet langer thuis te blijven, maar weer aan het werk te gaan.

Opheffen van structureel ongelijke machtsverhoudingen

In de loop van de jaren tachtig verschoof de aandacht van het doorbreken van rolpatronen naar de verschillen tussen mannen en vrouwen op sociaal-economisch gebied. Niet langer werd de achterstand van vrouwen als het probleem gezien. In plaats daarvan ging de aandacht uit naar de structurele en culturele belemmeringen die de verdere totstandkoming van een geëmancipeerde samenleving in de weg zouden staan.

De doelstelling van het emancipatiebeleid is door de overheid in het Beleidsprogramma Emancipatie uit 1985 als volgt gedefinieerd: Het bevorderen van de ontwikkeling van de huidige maatschappij, waarin sekse nog in zo hoge mate is geïnstitutionaliseerd, naar een pluriforme maatschappij, waarin ieder ongeacht sekse of burgerlijke staat de mogelijkheid heeft een zelfstandig bestaan te verwerven en waarin vrouwen en mannen gelijke rechten, kansen, vrijheden en verantwoordelijkheden kunnen realiseren.

In de praktijk ging het voornamelijk om herverdeling van arbeid en inkomen. Vrouwen moesten meer dan tevoren de kansen en mogelijkheden krijgen om volwaardig aan het arbeidsproces deel te nemen, en op die wijze een eigen positie, aanzien, macht en inkomen te verwerven.

Bereiken van zelfstandigheid van de jongere generaties

Aan het eind van de jaren tachtig, kwam het accent meer te liggen op de jongere generaties. Het beleid was gericht op de verwezenlijking van zelfstandigheid van de generatie die na 1990 de leeftijd van 18 jaar zouden bereiken. Aanvankelijk richtte de overheid zich vooral op het bevorderen van economische zelfstandigheid van meisjes. Later groeide het besef dat ook de jongens niet alleen op economisch, maar ook op maatschappelijk gebied (zorgtaken) zelfstandigheid dienden te verwerven.

Mogelijk maken van combinatie van arbeid en zorg

Begin jaren negentig kwam de overheid, mede op basis van het onderzoeksrapport ‘Emancipatie ten halve geregeld’, tot de conclusie dat de arbeidsparticipatie van vrouwen wel vergroot was, maar dat er weinig vooruitgang was geboekt ten aanzien van de verdeling van arbeid en zorg voor kinderen en overige onbetaalde arbeid

S. Keuzenkamp en A. Teunissen, Emancipatie ten halve geregeld; continuïteit en inenging in het emancipatiebeleid, Den Haag, SZW, 1990.

. De doelstelling van het emancipatiebeleid verschoof hiermee naar het bereiken van een situatie waarin mannen en vrouwen in staat gesteld worden arbeid, zorg, en sociale en politieke activiteiten op meerdere manieren te combineren; iedereen moet actief kunnen zijn in verschillende levenssferen.

Erkenning van diversiteit als bron van kwaliteit

Behalve het mogelijk maken van het combineren van arbeid en zorg, was in de jaren negentig het emancipatiebeleid van de overheid gericht op het bereiken van een mentaliteitsverandering. Te lang was binnen het emancipatiebeleid uitgegaan van de gedachte dat (groepen) vrouwen in een achterstandspositie verkeerden. In plaats daarvan moest de diversiteit in de samenleving – in sekse, leeftijd, etniciteit, seksuele voorkeur, en religie – gezien worden als een bron van kwaliteit. Doelstelling van het emancipatiebeleid werd de erkenning van het belang van diversiteit voor de samenleving als geheel.

2.3. Beleidsinstrumenten

De instrumenten die de rijksoverheid in de loop der jaren heeft benut om de hierboven opgesomde doelstellingen te bereiken, zijn divers. Ze zijn zowel afzonderlijk, als in samenhang met elkaar ingezet om de doelstellingen van het emancipatiebeleid te bereiken.

1. Juridische en wetgevingsactiviteiten

Deze instrumenten zijn in de eerste plaats ingezet voor het opheffen van formele ongelijke berechtiging van mannen en vrouwen; en het bestrijden van discriminatie. Het maken van onderscheid tussen mannen en vrouwen bij de aanvaarding, uitvoering, en beloning van arbeid werd verboden. Voor het toezicht op de naleving van de wetten werden commissies ingesteld waar individuen en groepen een klacht in konden dienen indien ze meenden dat er een onwettig onderscheid was gemaakt op grond van hun sekse. Een voorbeeld van dergelijke wetgeving in Nederland is de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen uit 1980. Op supranationaal niveau kunnen bijvoorbeeld de Europese richtlijnen inzake gelijke behandeling genoemd worden.

2. Subsidies

Binnen het emancipatiebeleid is vooral subsidie als beleidsinstrument sterk ontwikkeld. Subsidies zijn vooral gericht op de emancipatie-ondersteuning. Landelijk opererende emancipatie instellingen kunnen subsidie krijgen voor hun activiteiten. Doel van het ondersteuningsbeleid is het stimuleren van de wisselwerking tussen overheid en vrouwenbeweging, om zo de vernieuwing van het beleid te bevorderen. Subsidies worden zowel op structurele basis (bijvoorbeeld aan het IIAV) als tijdelijk (zoals aan de VeM-bureaus) toegekend.

3. Onderzoek

Ook wordt onderzoek, zoals bijvoorbeeld aan de vakgroepen Vrouwenstudies gestimuleerd.

Enerzijds probeert de overheid bestaande onderzoekskaders te stimuleren emancipatie-aspecten in hun onderzoeken op te nemen. Anderzijds stimuleert zijn specifiek emancipatie-onderzoek. In 1979 was in dat kader de Voorlopige Begeleidingsgroep Emancipatie-Onderzoek (VBEO) ingesteld. Deze werd in 1985 opgevolgd door de Stimuleringsgroep Emancipatie-Onderzoek (STEO).

4. Voorlichting en communicatieplannen

Door de jaren heen zijn mentaliteitsverandering en doorbreking van rol beperkingen belangrijke doelstellingen geweest van het emancipatiebeleid. In dit kader zijn er veel overheidspublicaties verschenen. Sinds enige jaren verschijnen bijvoorbeeld de jaarboeken emancipatie. Ook zijn er enkele landelijke campagnes geweest die met name vanwege hun televisiespotjes bekend zijn geworden. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Kies exact’, ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’, en ‘Seks is natuurlijk maar nooit vanzelfsprekend’. Voorlichting is ook een belangrijk instrument waar het de informatievoorziening over nieuwe wet- en regelgeving betreft. Met behulp van brochures als ‘Gelijke behandeling je goed recht’ en ‘Medezeggenschap en positieve actie voor vrouwen’ worden bedrijven en personen op de hoogte gebracht van hun rechten en plichten. Over het emancipatiebeleid verschijnt van de overheid het tijdschrift ‘Op gelijk voet’.

5. Evaluatie en emancipatie-effect rapportage

Een emancipatie-effectrapportage is een systematisch onderzoek dat uitgevoerd wordt naar beleidsvoornemens waarin wordt nagegaan wat de gewenste en ongewenste (neven-)effecten kunnen zijn van het voorgenomen beleid voor de positie van vrouwen en mannen in de samenleving. Mogelijke gewenste en ongewenste effecten van beleid worden op deze wijze vooraf in kaart gebracht.

Ook tijdens de uitvoeringsfase en achteraf worden vele programma’s geëvalueerd. Door middel van kengetallen tracht de overheid meer inzicht te krijgen in de effecten van specifieke programma’s.

6. Positieve actie

Onder positieve actie verstaan we de maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de positie van vrouwen in arbeidsorganisaties. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn, streefcijfers, een voorkeursbehandeling voor vrouwen bij gelijke geschiktheid, en loopbaanprojecten voor vrouwen.

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

(N.B. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is als coördinerend minister voor emancipatie, ook als zorgdrager voor de archieven van zijn rechtsvoorganger aan te merken.)

De coördinatie van het emancipatiebeleid

Beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie

1

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

o.a.

Beleidsprogramma Emancipatie ‘Met het oog op 1995’ (1992–1993)

Beleidsplan Emancipatie 1985

Emancipatie in uitvoering; koersbepaling van het emancipatiebeleid na 1995 (1995–1996)

Beleidsbrief Emancipatie 1997

Voortgangsbrief Emancipatiebeleid 1997–1998

Begrotingsbrief Emancipatiebeleid 1999

Kansen op combineren; arbeid, zorg en economische zelfstandigheid (1997)

Op weg naar een nieuw evenwicht tussen arbeid en zorg (1999)

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Totstandkoming van wet- en regelgeving

2

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

4

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake de coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 2, 3

5

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende de coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

6

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 2, 3

7

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

8

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

9

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

10

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het gedrukte voorlichtingsmateriaal wordt één exemplaar bewaard.

Onderzoek

11

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van wetenschappelijk) onderzoek betreffende de coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten.

Waardering: V, 5 jaar

12

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en rapporten van onderzoek betreffende de coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities

Waardering: B 1

Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid

13

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een commissie voor de interdepartementale coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1976–

Product: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid (Stcrt. 1977/42)

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid (Stcrt. 1987/23)

Opmerking: Een jaar voor de formele instelling van de ICE functioneerde er reeds een interdepartementale werkgroep emancipatiebeleid.

Waardering: B 1

16

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een voorzitter, lid of secretaris van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art.7

Product: Benoeming, ontslag

Opmerking: De minister benoemt de leden op bindende voordracht van de vakministers.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

20

Handeling: Het instemmen met het doen bijstaan van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid door een deskundige.

Periode: 1977–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 5, lid 1

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

21

Handeling: Het toekennen van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten, of een andere vergoeding aan een deskundige die de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatie bijstaat.

Periode: 1977–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatie, 1977, art. 5, lid 3 en lid 4

Product: Vergoeding

Waardering: V, 5 jaar

Nationale Adviescommissie Emancipatie

23

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een adviesorgaan voor het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie (Stcrt.1974/243)

Opmerking: De Nationale Adviescommissie Emancipatie was de taakvoorganger van de Emancipatieraad.

Waardering: B 1

25

Handeling: Het goedkeuren van het reglement voor de werkwijze van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 10

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De commissie stelde zelf haar reglement op.

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

27

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een voorzitter of lid van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 3, lid 2

Product: Benoeming of ontslag

Opmerking: De Nationale adviescommissie emancipatie kon een voordracht ter benoeming van een lid doen, en zij benoemde zelf haar vice-voorzitter.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 4

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

De minister van Buitenlandse Zaken had dit recht vanaf 1976.

Waardering: V, 10 jaar

32

Handeling: Het aanwijzen van een lid van het secretariaat van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 9

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

34

Handeling: Het goedkeuren van de begroting van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 11

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Het betreft hier de begroting van de kosten voortvloeiende uit de door of namens, dan wel in opdracht van de Nationale adviescommissie emancipatie te verrichten werkzaamheden.

Na goedkeuring werden deze kosten door het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk gedragen.

Waardering: V, 10 jaar

35

Handeling: Het vergoeden van reis- en verblijfkosten aan een lid van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 12

Product: Vergoedingen

Waardering: V, 10 jaar

Emancipatieraad

40

Handeling: Het voorbereiden van een wet of regeling voor de instelling van een adviesorgaan voor het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Wet op de Emancipatieraad (Stb.1981 / 65)

Opmerking: De Emancipatieraad was de taakopvolger van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Waardering: B 1

42

Handeling: Het goedkeuren van het reglement voor de werkwijze van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 10, lid 1

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De raad stelde zelf zijn reglement op.

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

43

Handeling: Het voorbereiden van een Kb tot benoeming of ontslag van een voorzitter of lid van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 4, lid 2

Product: Koninklijk besluit

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

46

Handeling: Het vordragen ter benoeming of ontslag van de secretaris van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 9, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming of ontslag

Opmerking: De secretaris van de Emancipatieraad is tevens hoofd van het bureau van de Emancipatieraad.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

47

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een medewerker van het bureau van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 9, lid 3

Product: Benoeming of ontslag

Waardering: Zie hiervoor de handelingen 64 en 391 uit het Basisselectiedocument Overheidsperoneel; Deelbeleidsterrein Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel

Gelijke behandeling

Beleidvoorbereiding en beleidsevaluatie

52

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.

Waardering: B 1

Totstandkoming wet- en regelgeving

53

Handeling: Het voordragen van wetten betreffende gelijke behandeling en non-discriminatie.

Grondslag: Grondwet 1938–1972, art. 4

Grondwet 1983–1995, art. 1

Richtlijn van de Raad voor Europa Raad van Europese Gemeenschappen betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgeving der lidstaten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers, 1975, art. 8, lid 1

Product: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen (Stb.1975/129)

Algemene wet gelijke behandeling (1994/230)

Opmerking: Artikel 8, lid 2 van de richtlijn van de Raad voor Europa verplicht de lidstaten aan de Commissie de tekst van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die zij aannemen op het door deze richtlijn bestreken gebied mee te delen.

Ook op het terrein van de pensioenen heeft de minister wetswijzigingen voorgedragen die non-discriminatie naar ras en geslacht moesten waarborgen. Een voorbeeld hiervan is de Wijzigingswet pensioen- en spaarfondsen (Stb.1991/445). Zie hiervoor het rapport institutioneel onderzoek: ‘Verstrekkende zekerheid; het beleidsterrein sociale verzekeringen’.

Waardering: B 1

56

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels ten aanzien van de functiewaardering van arbeid, en de waardering van arbeid van gelijke waarde.

Periode: 1975–

Product: AMVB (tot op heden nog niet geregeld)

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 7

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 10

Waardering: B 5

Verantwoording van beleid

59

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965 –

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen.

Waardering: B 2, 3

60

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965 –

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

61

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 2, 3

62

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

63

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

64

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

65

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct een exemplaar bewaren.

Onderzoek

66

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering: V, 5 jaar

67

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1965 –

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering: B 1

Commissie Gelijke Behandeling

69

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1975–1989

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 15

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 7

Opmerking: Vanaf 1980 diende de minister hierover overeenstemming te bereiken met de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk / Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Vanaf 1989 mocht de Commissie zelf regels stellen voor haar werkwijze en procedures.

Waardering: B 4

71

Handeling: Het goedkeuren van de door de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid gestelde regels voor haar werkwijze en procedures.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 15, lid 2

Opmerking: Vóór 1989 stelde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de regels voor de werkwijzen en procedures van de commissie vast.

Waardering: V, 5 jaar na afloop van de beroepsprocedure

76

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar als (plaatsvervangend) voorzitter van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1975–1989

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 11, lid 2

Product: Benoeming

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

84

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1975–1994

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 11, lid 2 en lid 5

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 5

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 16, lid 2

Product: o.a.

Besluit benoeming leden Commissie voor gelijk loon voor vrouwen en mannen (Stcrt.1975/127)

Besluit benoeming leden Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid (Stcrt.1980/120)

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

86

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een persoon die de Commissie gelijk behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1975–1989

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 12, lid 2 en lid 3

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 6

Product: Benoeming of ontslag

Opmerking: De Commissie deed voor deze benoeming een voordracht bij de minister.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

87

Handeling: Het toestemmen met de inschakeling van een persoon die de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 17, lid 2

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Tussen 1975 benoemde de minister deze persoon zelf, na voordracht van de Commissie. Vanaf 1989 kon de Commissie de persoon benoemen, maar was de toestemming van de minister nodig indien de inschakeling van deze persoon extra kosten met zich mee zou brengen.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden.

88

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1975–1994

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 12, lid 1

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 6

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 17, lid 1

Product: o.a.

Besluit aanwijzing ambtenaren Loontechnische Dienst voor het bijstaan Commissie voor gelijk loon voor mannen en vrouwen (Stcrt.1975/127)

Besluit aanwijzing ambtenaren Loontechnische Dienst (Stcrt.1980/120)

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

89

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die een onderzoek kunnen uitvoeren naar een onwettig onderscheid in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid

Periode: 1989–

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 21, lid 1

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

94

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Justitie inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling

Periode: 1994 –

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 16, lid 3

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

96

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling kan bijstaan bij de uitoefening van de taak

Periode: 1975–1994

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 18, lid 1

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

100

Handeling: Het verlenen van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan de leden van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid, en aan niet-ambtenaren die de commissie bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1975–1994

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 13

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 6

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 20

Waardering: V, 5 jaar

107

Handeling: Het onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid, of bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 3

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 21, lid 1

Product: Rapport

Opmerking: De minister deed een dergelijk onderzoek op verzoek van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid, of op verzoek van de minister van Binnenlandse Zaken.

Tussen 1980 en 1989 had de minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid zelf, eventueel op verzoek van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, een dergelijk onderzoek in te stellen.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering: B 5

300

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken over de vijfjaarlijkse rapportage aan de Staten Generaal over de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 33

Product: Rapporten

Opmerking: Zie ook handeling 113.

Waardering: B 5

Vrouwenemancipatie

Beleidsontwikkeling en evaluatie

114

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen.

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.

Waardering: B 1

115

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen.

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de Ministerraad.

Waardering: B 1

Totstandkoming van wet- en regelgeving

116

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

117

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging, en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

118

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleid met betrekking tot de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 2, 3

119

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleid met betrekking tot de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 2, 3

120

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal over het beleid met betrekking tot de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

121

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal over het beleid met betrekking tot werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

122

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid met betrekking tot de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

123

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid met betrekking tot de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

124

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleid voor de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

125

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleid voor de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

126

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het beleid voor de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

127

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het beleid voor de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

128

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleid betreffende de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

129

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleid betreffende de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

130

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct blijft een exemplaar bewaard.

131

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de werkgelegenheid voor vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct blijft een exemplaar bewaard.

Onderzoek

132

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden intern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering: V, 5 jaar

133

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en rapporten van intern onderzoek betreffende de vrouwenhulpverlening

Periode: 1965–

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering: B 1

134

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de werkgelegenheid van vrouwen

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering: V, 5 jaar

135

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en rapporten van intern onderzoek betreffende de werkgelegenheid van vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering: B 1

Adviesgroep vrouwenhulpverlening

138

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar als waarnemer bij de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 4, lid 3

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Projectgroep vrouw en werkgelegenheid

144

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een projectgroep op het terrein van de werkgelegenheid voor vrouwen.

Product: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid (Stcrt.1983/187)

Opmerking: Deze instelling kwam in overeenstemming met de ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, van Onderwijs en Wetenschappen, en van Economische Zaken tot stand.

Waardering: B 1

145

Handeling: Het aanwijzen van een lid, voorzitter of secretaris van de Projectgroep vrouw en werkgelegenheid.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 4

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Homo-emancipatie

Beleidsontwikkeling en evaluatie

149

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

o.a. ‘Overheidsbeleid en homoseksualiteit’ (Justitie, 1987)

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Emancipatie van allochtone vrouwen

Beleidvoorbereiding en beleidsevaluatie

163

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Totstandkoming van wet- en regelgeving

164

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

165

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 2, 3

166

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

167

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

168

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

169

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

170

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

171

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct blijft een exemplaar bewaard.

Onderzoek

172

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering: V, 5 jaar

173

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering: B 1

Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid

174

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een adviesgroep op het terrein van vrouwen- en minderhedenbeleid.

Product: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid (Stcrt.1989/25).

Opmerking: Deze regeling verving het instellingsbesluit van 23 augustus 1984. De instelling geschiedde in overeenstemming met de minister van Binnenlandse Zaken die verantwoordelijk is voor de coördinatie van het minderhedenbeleid

Waardering: B 1

175

Handeling: Het aanwijzen van een voorzitter of secretaris van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984

Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1989, art. 4, lid 2

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

176

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984

Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1989, art. 4, lid 3

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

178

Handeling: Het bekostigen van in opdracht van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid door derden uitgevoerd onderzoek.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984

Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1989, art. 7, lid 3

Waardering: V, 5 jaar

Emancipatieonderzoek

Beleidsontwikkeling en evaluatie

180

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende het emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Totstandkoming van wet- en regelgeving

181

Handeling: Het voorbereiding van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving voor het beleid betreffende emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

182

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleid betreffende emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen.

Waardering: B 2, 3

183

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal over het beleid betreffende emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

184

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoek van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

185

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen op het gebied van het beleid betreffende emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

186

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen op het gebied van het beleid betreffende emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

187

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven, instellingen over het beleid betreffende emancipatieonderzoek.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

188

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct blijft een exemplaar bewaard.

Voorlopige begeleidingsgroep emancipatieonderzoek

189

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor het stimuleren, coördineren, programmeren en evalueren van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot het emancipatieproces.

Periode: 1965–

Product: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek (Stcrt.1979/24)

Waardering: B 1

193

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van een voorzitter of lid van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 5, lid 2

Product: Benoeming, schorsing, ontslag

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

196

Handeling: Het goedkeuren van de begroting van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 9

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 10 jaar

197

Handeling: Het bekostigen van de werkzaamheden van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep emancipatieonderzoek, 1979, art. 9

Product: Vergoedingen

Waardering: V, 10 jaar

198

Handeling: Het vergoeden van reis- en verblijfkosten aan niet-ambtelijke leden van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek, 1979, art. 10

Product: Vergoedingen

Waardering: V, 10 jaar

Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek

199

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor het stimuleren, coördineren, programmeren en evalueren van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot het emancipatieproces.

Periode: 1965–

Product: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek (Stcrt.1985/36)

Waardering: B 1

202

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een voorzitter of lid van de Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek, 1985, art. 7, lid 3

Product: Benoeming, ontslag

Opmerking: De minister ontvangt hiervoor voordrachten van de vakministers, en krijgt over de benoemingen advies van de minister van Onderwijs en Wetenschappen en voor het Wetenschapsbeleid.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

204

Handeling: Het instellen van een Stimuleringsfonds emancipatieonderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek, 1985, art. 3

Product: Stimuleringsfonds emancipatieonderzoek

Waardering: B 1

207

Handeling: Het goedkeuren van een bestedingsplan of een werkplan van de Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek, 1985, art. 9, lid 1 en lid 2

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 10 jaar

208

Handeling: Het bekostigen van het Stimuleringsfonds emancipatieonderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek, 1985, art. 6

Waardering: V, 10 jaar

209

Handeling: Het bekostigen van de werkzaamheden van de Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek, 1985, art. 10

Waardering: V, 10 jaar

210

Handeling: Het toekennen van vacatiegelden aan een lid of voorzitter van de Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 10

Product: Vacatiegelden

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Joke Smit-prijs

Beleidsontwikkeling en evaluatie

211

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren, en evalueren van het beleid betreffende een prijs op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1981–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

212

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over het beleid betreffende de Joke Smit-prijs.

Periode: 1981–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 2, 3

213

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal over het beleid betreffende de Joke Smit-prijs.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

214

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de Joke Smit-prijs.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

215

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleid betreffende de Joke Smit-prijs.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

216

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten met betrekking tot de Joke Smit-prijs.

Periode: 1981–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct blijft een exemplaar bewaard.

Onderzoek

217

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de Joke Smit-prijs.

Periode: 1981–

Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten

Waardering: V, 5 jaar

218

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende de Joke Smit-prijs.

Periode: 1981–

Product: Nota’s, notities

Waardering: B 1

Instelling en jury Joke Smitprijs

219

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een regeling voor een prijs op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1985–

Product: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs (Stb.1985/597)

Waardering: B 1

220

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 2

Waardering: B 5

221

Handeling: Het benoemen van een jury inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Benoeming

Waardering: B 5

223

Handeling: Het toekennen van de Joke Smit-prijs aan een persoon, groep of instantie die een fundamentele bijdrage heeft geleverd aan de verbetering van de positie van de vrouw in de Nederlandse samenleving.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 2 en art. 3

Opmerking: De minister kent de prijs toe in overeenstemming met de vakministers, en op advies van de jury van de Joke Smit-prijs.

Waardering: B 1

Subsidiëring

Beleidsontwikkeling en evaluatie

224

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de subsidiëring van emancipatieprojecten.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

o.a.:

  • Vernieuwde taakstelling vrouwenemancipatiebureau’s (1987)

  • Emancipatie ondersteuningsbeleid (1990)

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

225

Handeling: Het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen die actief zijn op het terrein van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Totstandkoming van wet- en regelgeving

226

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

227

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Series jaarverslagen, maandverslagen, kwartaalverslagen

Waardering: B 2, 3

228

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

229

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

230

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

231

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

232

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 2 jaar

233

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 2 jaar na vervallen. Van het eindproduct blijft een exemplaar bewaard.

Onderzoek

234

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities, onderzoeksrapporten

Waardering: V, 5 jaar

235

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende de subsidiëring van projecten en instellingen op het gebied van de emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities

Waardering: B 1

Nationaal comité internationaal jaar voor de vrouw

236

Handeling: Het instellen van een commissie die activiteiten gericht op de bewustwording van de Nederlandse samenleving van het emancipatieproces stimuleert, in het bijzonder in het kader van het Internationale jaar voor de vrouw, 1975.

Periode: 1965–1975

Product: Instelling Nationaal comité internationaal jaar voor de vrouw

Waardering: B 1

Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers

239

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van projecten emancipatiewerkers.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers (Stcrt.1983/203)

Waardering: B 1

240

Handeling: Het stellen van richtlijnen voor het opstellen en indienen van jaarverslagen in het kader van projecten emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 12, lid 1

Opmerking: Uiterlijk één maand na afloop van het projectjaar dient elke organisatie die in het kader van het project emancipatiewerkers een subsidie ontvangt bij de minister een jaarverslag in.

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

241

Handeling: Het stellen van richtlijnen voor de begroting van een project emancipatiewerker.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 9, lid 2

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

242

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar belast met de controle op een project emancipatiewerker.

Periode: 1983-1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 12, lid 3

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

244

Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk intrekken van een subsidie aan een organisatie in het kader van het project emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 7 en art. 13 en art. 14

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister kan een subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken, indien blijkt dat een organisatie opzettelijk gegevens heeft verstrekt die onjuist of onvolledig zijn, dan wel dat zij de bepalingen van deze subsidieregeling niet heeft nageleefd.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

245

Handeling: Het definitief vaststellen van een subsidiebedrag voor een project emancipatiewerker.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 9, lid 4

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister stelt een subsidiebedrag definitief vast na ontvangst van de jaarrekening die de organisatie uiterlijk op 1 mei van het volgend kalenderjaar bij de minister ingediend moet hebben.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

246

Handeling: Het instemmen met een tussentijdse, niet in de subsidietoezegging betrokken loonkostenstijging, of met een overschrijding van de begrote apparaatskosten van een organisatie die een subsidie ontvangt in het kader van het project emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 11

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Indien in een dergelijke situatie de organisatie niet vooraf de instemming van de minister heeft gekregen, dan komen de hiermee gemoeide kosten niet in aanmerking voor subsidiëring.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

247

Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van een emancipatiewerker en zijn rechtspositieregeling.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 8, lid 1

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De organisatie die een emancipatiewerker wil benoemen, dient vooraf schriftelijk de goedkeuring van de minister te vragen.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Subsidieregeling vrouw en werkwinkels

248

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van emancipatie-activiteiten.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling vrouw en werkwinkels (Stcrt.1987/174)

Waardering: B 1

249

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar belast met het toezicht op de naleving van de subsidievoorwaarden, de behandeling van subsidie-aanvragen, alsmede met onderzoeken die ten doel hebben de doelmatigheid en effectiviteit van de subsidiëring te evalueren.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 16

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

250

Handeling: Het toekennen of weigeren van een tegemoetkoming in de kosten gemaakt door een Vrouw en Werkwinkel.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 2 en art. 5

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

251

Handeling: Het intrekken, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een tegemoetkoming in de kosten gemaakt door een Vrouw en Werkwinkel.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 17

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

252

Handeling: Het goedkeuren van een tussentijdse wijziging in de statuten van een Vrouw en Werkwinkel die subsidie ontvangt van het ministerie.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 14

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

253

Handeling: Het houden van toezicht op de naleving van de subsidievoorwaarden, de behandeling van subsidie-aanvragen, alsmede het onderzoeken van de doelmatigheid en effectiviteit van de subsidiëring van Vrouw en Werkwinkels.

Periode: 1987–1991

Grondslag: Subsidieregeling Vrouw en Werkwinkels, 1987, art. 16

Product: Rapporten

Waardering: B 2, 3

Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties

254

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van vrouwenorganisaties.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties (Stcrt.1990/167)

Waardering: B 1

255

Handeling: Het aanwijzen van personen belast met de controle op de naleving van subsidievoorwaarden door vrouwenorganisaties; en met het onderzoek naar doelmatigheid en effectiviteit van subsidiëring in het algemeen en de vrouwenorganisaties in het bijzonder.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 9

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

256

Handeling: Het toekennen of weigeren van een subsidie aan een vrouwenorganisatie.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 5 en art. 6

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

257

Handeling: Het intrekken, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een subsidie aan een vrouwenorganisatie.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 8 en art. 10

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister kan een subsidie intrekken of terugvorderen indien de vrouwenorganisatie niet overeenkomstig het bij de subsidie-aanvraag ingediende stappen- en activiteitenplan handelt; of indien de vrouwenorganisatie weigert medewerking te verlenen aan controle en onderzoek door ambtenaren die daartoe door de minister zijn aangewezen.

Voorafgaand aan een intrekking of terugvordering dient de vrouwenorganisatie in de gelegenheid te worden gesteld zich te doen horen door ambtenaren die hiervoor zijn aangewezen door de minister of door de Directeur Emancipatiebeleid.

Waardering: B 5

258

Handeling: Het instemmen met een afwijking van een stappen- en activiteitenplan van een vrouwenorganisatie.

Periode: 1990–1992

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning vrouwenorganisaties, 1990, art. 10, lid 2

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau

259

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van emancipatievoorzieningen op regionaal niveau.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling emancipatievoorziening op regionaal niveau (Stcrt.1983/203)

Waardering: B 1

260

Handeling: Het stellen van richtlijnen voor het opstellen en indienen van jaarverslagen door emancipatie-instellingen op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 2, lid 1

Opmerking: De instellingen dienen een jaarverslag binnen drie maanden na afloop van het voorafgaande subsidiejaar in te dienen.

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

261

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar belast met het toezicht op de emancipatie-instellingen op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 22, lid 3

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

263

Handeling: Het toekennen, geheel of gedeeltelijk weigeren van subsidie aan een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 7, lid 1 en lid 2

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Het provinciaal of gemeentelijk bestuur adviseert de minister over de toekenning van een dergelijke subsidie.

Waardering: V, 10 jaar

264

Handeling: Het houden van toezicht op de uitvoering van de Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, art. 22

Product: Rapporten

Waardering: V, 5 jaar

265

Handeling: Het intrekken, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een subsidie verleend aan een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 23

Product: Ministerieel besluit

Waardering: B 5

Opmerking: De minister kan een subsidie intrekken indien blijkt dat de emancipatie-instelling niet voldoet aan de bepalingen en voorschriften van deze regeling. De minister kan een subsidie terugvorderen indien blijkt dat de emancipatie-instelling opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt.

Indien een instelling mede door een gemeente of provincie werd gefinancierd, adviseren deze inzake de intrekking of terugvordering.

266

Handeling: Het goedkeuren van de aanstelling van werknemers en hun rechtspositie bij een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 14, lid 2

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

267

Handeling: Het instemmen met de inschakeling van een persoon die anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst werkzaamheden verricht voor een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 11 en art. 12

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister dient een regeling voor de rechtspositie en het salaris van een personeelslid dat niet onder de C.A.O.-Welzijn valt en bij een emancipatie-voorziening op regionaal niveau werkzaam is, goed te keuren. Hierover vindt overleg plaats tussen de minister en het bestuur van de betrokken emancipatie-instelling.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

268

Handeling: Het instemmen met een tussentijdse, niet in de subsidietoezegging betrokken loonkostenstijging of overschrijding van de apparaatskosten van een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 14, lid 1

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Indien in een dergelijke situatie de instelling niet vooraf de instemming van de minister heeft gekregen, dan komen de hiermee gemoeide kosten niet in aanmerking voor subsidiëring.

Waardering: V, 10 jaar

269

Handeling: Het geven van toestemming voor een overschrijding van een begroting of van een vastgesteld maximumsubsidiebedrag door een emancipatie-instelling op regionaal niveau.

Periode: 1983–1990

Grondslag: Subsidieregeling emancipatie-voorziening op regionaal niveau, 1983, art. 19

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: Indien de toestemming van de minister voor een dergelijke overschrijding niet tijdig is gevraagd, wordt voor het bedrag waarmee de begroting wordt overschreden, geen subsidie verleend.

Waardering: V, 10 jaar

Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus

270

Handeling: Het voordragen van een regeling voor de subsidiëring van vrouwenemancipatiebureaus.

Periode: 1981–

Product: Subsidieregeling voor de vrouwenemancipatiebureaus (Stcrt.1990/68)

Waardering: B 1

271

Handeling: Het toekennen of intrekken van een subsidie aan een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 2, art. 5 en art. 8

Product: Ministerieel besluit

Opmerking: De minister kan een subsidie intrekken indien blijkt dat een instelling niet voldoet aan de bepalingen en voorschriften van deze subsidieregeling.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

272

Handeling: Het houden van toezicht op het voldoen door de vrouwen-emancipatiebureaus op provinciaal en stedelijk niveau, aan de bepalingen en voorschriften van deze subsidieregeling.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 8

Product: Rapporten

Waardering: V, 5 jaar

273

Handeling: Het aanwijzen van een bestemming voor een voordelige exploitatiesaldo van een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 7

Product:

Opmerking: Het gaat hier om voordelige exploitatiesaldi die zijn ontstaan dor onderbesteding, en die niet binnen een kalenderjaar volgend op het jaar waarin zij zijn ontstaan, zijn besteed binnen de doelstelling van de subsidie.

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

274

Handeling: Het goedkeuren van de grondslagen voor waardering van activa en passiva van een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 7

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

275

Handeling: Het goedkeuren van de begroting van een vrouwen-emancipatiebureau op provinciaal of stedelijk niveau.

Periode: 1990–1994

Grondslag: Subsidieregeling voor de vrouwen-emancipatiebureaus, 1990, art. 7

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 5 jaar na het verstrijken van de bezwaartermijn

Internationaal emancipatiebeleid

Beleidsontwikkeling en evaluatie

276

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van de Nederlandse inbreng in het internationale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Internationaal beleid

277

Handeling: Het mede-voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen betreffende het emancipatiebeleid en het presenteren van Nederlandse standpunten in intergouvernementele organisaties.

Periode: 1965–

Product: Internationale regelingen, nota’s, notities, rapporten

Waardering: B 1

Algemeen

278

Handeling: Het detacheren / benoemen van ambtenaren bij de Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging bij de EG.

Periode: 1965–

Product: Besluit

Waardering: Zie hiervoor handeling 218 uit het (concept-)Basisselectiedocument Overheidspersoneel; Deelbeleidsterrein Buitensectorale Arbeidsvoorwaarden

Raadsbesluiten

279

Handeling: Het voorbereiden van bijdragen aan werkgroepen van de Europese Commissie inzake het emancipatiebeleid

Periode: 1965–

Opmerking: Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen over de geleverde inbreng in de werkgroepen

Waardering: V, 10 jaar

280

Handeling: Het opstellen van concept-informatiefiches over voorstellen, mededelingen en Groenboeken van de Europese Commissie op het gebied van het emancipatiebeleid.

Periode: 1989–

Product: Concept-fiches.

Opmerking: De interdepartementale WBNC stelt de informatiefiches vast (de handeling hiervoor is opgenomen in het concept-RIO ‘Gedane Buitenlandse Zaken’).

Waardering: B 1

281

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van Raadswerkgroepen met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: –Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

–De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

–Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van Raadswerkgroepen.

Waardering: B 1

282

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc groepen Raden/Attachés met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van ad hoc groepen Raden / Attachés.

Waardering: B 1

283

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van het Coreper met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

De instructies voor de Nederlandse vertegenwoordiger in het Coreper (de PV) worden vastgesteld in interdepartementaal overleg onder leiding van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten.

Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van het Coreper.

Waardering: B 1

284

Handeling: Het voorbereiden van vergaderingen van ad hoc High Level groepen met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven. De handeling leidt bij het eerstverantwoordelijke ministerie met name tot concept-instructies; bij de overige betrokken ministeries tot departementale standpunten. Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van High Level groepen.

Waardering: B 1

285

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake agendapunten van Raadsvergaderingen met betrekking tot het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Opmerking: Nationale standpunten en onderhandelingsposities inzake agendapunten van Raadsvergaderingen komen tot stand in de Coördinatiecommissie voor Europese Integratie- en Associatieproblemen (CoCo).

Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van Raadsvergaderingen.

Waardering: B 1

286

Handeling: Het opstellen van departementale standpunten inzake algemene en op langere termijn spelende zaken van EU-belang inzake het emancipatiebeleid.

Periode: 1993–

Opmerking: Overleg hierover in de Coördinatiecommissie op Hoog Ambtelijk Niveau (CoCoHan) leidt tot algemene rapporten aan de betrokken ministers.

Waardering: B 1

287

Handeling: Het voorbereiden van de Nederlandse bijdrage aan een wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties.

Periode: 1974–

Opmerking: In 1975 werd de eerste VN wereldvrouwenconferentie gehouden. Voor de eerste twee conferenties vond de voorbereiding voornamelijk op ambtelijk niveau plaats binnen het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk/het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor de voorbereiding van de conferentie van 1985 had de Nederlandse Vrouwenraad de opdracht gekregen de Nederlandse bijdrage aan de conferentie inhoudelijk voor te bereiden.

Waardering: B 1

Uitvoeringsbepalingen van de Europese Commissie

288

Handeling: Het voordragen van personen voor benoeming in een raadgevend comité, beheerscomité of reglementeringscomité

Periode: 1965–

Opmerking: De Raad benoemt de leden van de comités.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

289

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten inzake door de Europese Commissie voorgestelde uitvoeringsbepalingen met betrekking tot het emancipatiebeleid, die besproken worden in raadgevend comité, een beheerscomité of een reglementeringscomité

Periode: 1965–

Opmerking:

  • Als onderdeel van de departementale standpuntbepaling kan overleg gevoerd worden met maatschappelijke groeperingen, zoals het georganiseerde bedrijfsleven.

  • Wanneer meerdere departementen betrokken zijn leidt het eerstverantwoordelijke ministerie het coördinatie-overleg.

  • Onder deze handeling valt ook het opstellen van instructies voor de Nederlandse vertegenwoordigers in de comités.

  • Onder deze handeling valt ook het opstellen van verslagen van vergaderingen van deze comités.

Waardering: B 1

290

Handeling: Het opstellen en wijzigen van standpunten over door de Commissie voorgenomen besluiten, maatregelen en onderhandelingen met derde landen, voor zover deze niet zijn vastgelegd in Raadsbesluiten en worden gecoördineerd in commissies en werkgroepen

Periode: 1965–

Waardering: B 1

Implementatie van Europese regelgeving

291

Handeling: Het opstellen van een plan ter implementatie van een door de Raad vast te stellen besluit.

Periode: 1993–

Grondslag: Aanwijzingen voor regelgeving (Stcrt.1992/230)

Product: Implementatieplan

Opmerking: Het betreft hier plannen ter implementatie van richtlijnen en verordeningen die onderworpen zijn aan de samenwerkingsprocedure of de mede-beslissingsprocedure (co-decisie) van Raad en Europees Parlement. Het implementatieplan moet binnen een maand nadat de Raad het gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld voorgelegd worden aan de Werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissievoorstellen.

Waardering: B 1

292

Handeling: Het voordragen aan de Commissie van deskundigen belast met de controle op de naleving van de bepalingen van communautaire besluiten betreffende het emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag: Richtlijnen

Product: Besluit

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Verantwoording en verslaglegging

293

Handeling: Het rapporteren aan de Commissie over de toepassing van de Richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers.

Periode: 1975–1979

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende het nader tot elkaar brengen van de wetgeving der Lidstaten inzake de toepassing van het beginsel van gelijke beloning voor mannelijke en vrouwelijke werknemers, 1975, art. 9

Product: Rapportage

Opmerking: Artikel 9 van deze richtlijn stelt dat de staat binnen drie jaar na kennisgeving van de richtlijn de gegevens aan de Commissie dient te geven.

Waardering: B 2, 3

294

Handeling: Het rapporteren aan de Commissie over de toepassing van de Richtlijn van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de pcurotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden.

Periode: 1976–1981

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende de tenuitvoerlegging van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de pcurotiekansen en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, 1979, art. 10

Product: Rapportage

Opmerking: Artikel 10 van deze richtlijn stelt dat de staat binnen 5 jaar na kennisgeving van de richtlijn de gegevens aan de Commissie dient te geven.

Waardering: B 2, 3

295

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wetgevende, rechterlijke, bestuurlijke of andere maatregelen die de Nederlandse regering heeft genomen ter uitvoering van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens de vrouw; en met betrekking tot de in dit opzicht geboekte vooruitgang.

Periode: 1979–

Grondslag: Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens de vrouw, 1979, art. 18

Product: Verslagen

Opmerking: De staat dient dit verslag binnen een jaar na inwerkingtreding voor ons land van dit verdrag in te dienen, vervolgens ten minste eenmaal in de vier jaar, en voorts telkens wanneer de Commissie inzake de uitbanning van discriminatie jegens de vrouw (CEDAW) dit verzoekt. Voor Nederland trad het Verdrag in werking op 17 juli 1991. De rapportageplicht die in het Verdrag is opgenomen, en voor ons land feitelijk vanaf 1991 geldt, is in de goedkeuringswet uitgebreid met de verplichting tevens eens in de vier jaar aan de Staten-Generaal een verslag uit te brengen over de uitvoering voor Nederland van het Verdrag.

Waardering: B 2, 3

296

Handeling: Het periodiek verslag doen aan de Staten-Generaal over de uitvoering voor Nederland van het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen.

Periode: 1991–

Grondslag: Goedkeuringswet Verdrag uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, 1991, art. 3

Product: Verslagen

Waardering: B 2, 3

297

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wijze waarop de Nederlandse overheid personen met gezinsverantwoordelijkheid, die een betrekking vervullen of wensen te vervullen, in staat stelt om zulks te doen uitoefenen, zonder aan discriminatie te worden blootgesteld en, voor zover mogelijk, zonder dat de verantwoordelijkheid ten aanzien van hun werk in botsing komt met hun gezinsverantwoordelijkheid.

Periode: 1981–

Grondslag: Verdrag betreffende gelijke kansen en gelijke behandeling van mannelijke en vrouwelijke arbeiders: arbeiders met gezinsverantwoordelijkheid, 1981, art. 10, lid 2

Product: Verslagen

Waardering: B 2, 3

298

Handeling: Het voorbereiden van een rapportage aan het Comité voor de positie van de vrouw (CSW) van de Verenigde Naties inzake de positie van de vrouw in Nederland.

Periode: 1985–

Product: Rapportage

Opmerking: Tijdens de derde wereldvrouwenconferentie in 1985 is afgesproken dat alle landen van de Verenigde Naties iedere vijf jaar een rapport zouden uitbrengen over de stand van zaken met betrekking tot de positie van de vrouw in hun eigen land.

Waardering: B 2, 3

299

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wijze waarop de Nederlandse overheid het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, en tot bescherming van het moederschap implementeert.

Periode: 1986–

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, de landbouwsector daarbij inbegrepen, en tot bescherming van het moederschap, 1986, art. 13

Product: Verslagen

Waardering: B 2, 3

Commissies ressorterend onder SZW

Nationale Adviescommissie Emancipatie

Instelling

24

Handeling: Het vaststellen van een reglement voor haar werkwijze en de werkzaamheden van haar secretariaat.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 10

Product: Reglement voor de werkwijze van de Nationale adviescommissie emancipatie

Opmerking: De minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk diende zijn goedkeuring te geven aan dit reglement.

Waardering: B 4

Benoemingen

26

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 3, lid 5

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: De minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk besliste over de benoemingen.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

28

Handeling: Het aanwijzen van een vice-voorzitter voor de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1971–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 3, lid 4

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

30

Handeling: Het aanwijzen van een voorzitter of lid van een werkgroep die een onderdeel van haar taak uitvoert.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 6, lid 2

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

31

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk inzake de aanwijzing van een lid van het secretariaat van de Nationale adviescommissie emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 9

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Advisering

33

Handeling: Het op verzoek of eigener beweging adviseren van de regering inzake het emancipatiebeleid.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 2

Product: Advies

Opmerking: Naast advisering omtrent uitgangspunten, doelstellingen, samenhang en vormgeving van het emancipatiebeleid kreeg de commissie de taak voorstellen te doen omtrent een definitieve structuur van advisering op dit gebied aan de regering. Op advies van de Nationale adviescommissie emancipatie werd in 1981 haar taakopvolger de Emancipatieraad ingesteld.

Waardering: B 1

Uitvoering

36

Handeling: Het instellen van een werkgroep voor het uitvoeren van onderdelen van haar taak.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 6, lid 1

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

37

Handeling: Het omschrijven van de taken van een werkgroep, en het coördineren van de werkzaamheden van een werkgroep die onderdelen van haar taak uitvoert.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 6, lid 2

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Verantwoording en verslaglegging

38

Handeling: Het jaarlijks verslag doen aan de regering van haar werkzaamheden.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 5

Product: Jaarverslagen

Waardering: B 2, 3

39

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een activiteitenplan en een begroting.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale adviescommissie emancipatie, 1974, art. 5

Product: Activiteitenplannen en begrotingen

Waardering: B 1

Emancipatie-onderzoek

191

Handeling: Het adviseren van de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk inzake de benoeming van een persoon van het Sociaal Cultureel Planbureau als lid van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 5, lid 3

Product: Advies

Waardering: V, 5 jaar

Internationaal emancipatiebeleid

287

Handeling: Het voorbereiden van de Nederlandse bijdrage aan een wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties.

Periode: 1974–

Opmerking: In 1975 werd de eerste VN wereldvrouwenconferentie gehouden. Voor de eerste twee conferenties vond de voorbereiding voornamelijk op ambtelijk niveau plaats binnen het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk / het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Voor de voorbereiding van de conferentie van 1985 had de Nederlandse Vrouwenraad de opdracht gekregen de Nederlandse bijdrage aan de conferentie inhoudelijk voor te bereiden.

Waardering: B 1

Emancipatieraad

Instelling

41

Handeling: Het vaststellen van een reglement voor zijn werkwijze.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 10, lid 1

Product: Reglement voor de werkwijze van de Emancipatieraad (Stcrt.1986/133)

Opmerking: De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid diende zijn goedkeuring te geven aan dit reglement.

Waardering: B 4

Benoemingen

44

Handeling: Het aanwijzen van de plaatsvervangend voorzitter van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 6

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

45

Handeling: Het adviseren van de Kroon inzake de benoeming of het ontslag van de secretaris van de Emancipatieraad.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 9, lid 2

Product: Advies

Opmerking: De secretaris van de Emancipatieraad is tevens hoofd van het bureau van de Emancipatieraad.

Waardering: V, 5 jaar

Advisering

48

Handeling: Het op verzoek of eigener beweging adviseren van de regering inzake het emancipatiebeleid.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 2

Product: Advies

Opmerking: Deze adviezen betroffen het emancipatiebeleid van de regering in het algemeen, en de samenhang van voorzieningen en maatregelen van het emancipatiebeleid in het bijzonder. Aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zond de Emancipatieraad een afschrift van alle adviezen die niet specifiek aan hem waren gericht.

Waardering: B 1

49

Handeling: Het instellen van een commissie voor het uitvoeren van onderdelen van zijn taak.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de emancipatieraad, 1981, art. 7, lid 1

Waardering: V, 1 jaar na geldigheidsduur

Verantwoording en verslaglegging

50

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen aan de regering van zijn werkzaamheden en bevindingen.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 11

Product: Jaarverslagen

Waardering: B 2, 3

51

Handeling: Het, telkens na een termijn van ten hoogste vier jaar, rapporteren aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over zijn taakvervulling, en voorstellen voor gewenste veranderingen.

Periode: 1981–1997

Grondslag: Wet op de Emancipatieraad, 1981, art. 12, lid 1

Product: Rapporten

Waardering: B 2

Commissie gelijke behandeling

77

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 5

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 16, lid 3

Product: Advies

Opmerking: De Emancipatieraad werd in 1981 bij wet ingesteld. Daaraan voorafgaand werd dit advies gegeven door de Emancipatiekommissie.

Waardering: V, 5 jaar

90

Handeling: Het adviseren van de minister van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) voorzitter of (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4, lid 2 en lid 3

Product: Advies

Opmerking: De Emancipatieraad werd in 1981 bij wet ingesteld. Daaraan voorafgaand werd dit advies gegeven door de Emancipatiekommissie.

Waardering: V, 5 jaar

Nationaal Comité Internationaal Jaar van de Vrouw

237

Handeling: Het initiëren, bevorderen en coördineren van projecten en activiteiten gericht op het bewustmaken van de Nederlandse samenleving van het emancipatieproces, in het bijzonder in het kader van het Internationaal jaar voor de vrouw 1975.

Periode: 1974–

Bron : Staatscourant 1974/222

Product: Beleidsnota’s, rapporten

Opmerking: Het comité had van de regering de opdracht gekregen activiteiten te initiëren, bevorderen en coördineren die de Nederlandse samenleving zouden betrekken bij het emancipatieproces. Dit gebeurde voornamelijk via subsidies.

Waardering: B 1

238

Handeling: Het toekennen van een subsidie aan een project of activiteit in het kader van het Internationaal jaar voor de vrouw 1975.

Periode: 1974–

Bron: Staatscourant 1974/222

Product: Subsidies

Opmerking: Het comité had van de regering de opdracht gekregen activiteiten te initiëren, bevorderen en coördineren die de Nederlandse samenleving zouden betrekken bij het emancipatieproces. Dit gebeurde voornamelijk via subsidies.

Waardering: V, 10 jaar

Projectgroep vrouw en werkgelegenheid

147

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over projecten opgezet door vrouwen en gericht op het vergemakkelijken van de toegang voor vrouwen tot de arbeidsmarkt.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 3

Product: Advies

Waardering: B 1

148

Handeling: Het jaarlijks verslag doen van haar werkzaamheden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 6

Product: Jaarverslag

Waardering: B 2, 3

Voorlopige begeleidingsgroep emancipatie-onderzoek

195

Handeling: Het stimuleren, coördineren, programmeren en evalueren van wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot het emancipatieproces.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 2

Product: Advies, nota

Waardering: B 1

Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek

203

Handeling: Het adviseren over velden van emancipatie-onderzoek die prioriteit verdienen alsmede over onderzoeksvoorstellen.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 4, lid 2 en art. 5, lid 4

Product: Advies

Waardering: B 1

205

Handeling: Het opstellen van een bestedingsplan en een werkplan.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 4, lid 3 en art. 9, lid 1 en lid 2

Product: Bestedingsplan, werkplan

Waardering: B 5

Interdepartementale Commissies

Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid

Instelling en benoemingen

14

Handeling: Het stellen van nadere regels voor haar werkwijze.

Periode: 1987–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 10

Waardering: B 4

17

Handeling: Het benoemen van een plaatsvervangend voorzitter.

Periode: 1977–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 7

Product: Benoeming

Opmerking: De ICE benoemt deze plaatsvervangend voorzitter uit haar eigen midden.

Waardering: V, 5 jaar na geldigheidsduur

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

Advisering

18

Handeling: Het adviseren van en rapporteren aan betrokken minister(s) en de Ministeriële Commissie Emancipatiebeleid over inhoud, vormgeving en coördinatie van het emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 2

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 4, lid 2

Product: Adviezen en rapporten

Opmerking: De ICE adviseert ministers en vanaf 1986 ook de Ministeriële Commissie Emancipatiebeleid.

Waardering: B 1

19

Handeling: Het opstellen van adviesaanvragen aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1977–1987

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 2

Product: Adviesaanvragen

Opmerking: Vanaf 1981 werden dit adviesaanvragen aan de Emancipatieraad.

Waardering: B 1

Verantwoording en verslaglegging

22

Handeling: Het evalueren van haar eigen functioneren.

Periode: 1987–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 8

Product: Evaluatierapport

Opmerking: De commissie diende haar functioneren in 1990 te evalueren, en het resultaat ter kennis te brengen aan de Ministeriële Commissie Emancipatiebeleid.

Waardering: B 2

Emancipatie-onderzoek

190

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 5, lid 3

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 5 jaar

V, 75 jaar indien rechtspositionele/pensioenrechtelijke aanspraken ontleend kunnen worden

206

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de goedkeuring van een bestedingsplan of een werkplan van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 9, lid 1 en lid 2

Product: Advies

Waardering: V, 10 jaar

Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers

243

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning, gehele of gedeeltelijke intrekking van een subsidie aan een organisatie in het kader van het project emancipatiewerkers.

Periode: 1983–1989

Grondslag: Subsidieregeling projecten emancipatiewerkers, 1983, art. 7, lid 3 en art. 13

Product: Advies

Opmerking: De Interdepartementale coördinatiecommissie emancipatiewerkers (of eigenlijk: haar subcommissie projecten emancipatiewerkers) adviseert de minister over intrekking van een subsidie in het geval dat een organisatie, nadat een subsidie is toegekend, niet voldoet aan de bepalingen van deze subsidieregeling, dan wel aan de ingevolge deze regeling verstrekte gegevens.

Waardering: V, 5 jaar

Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid

177

Handeling: Het ontwikkelen en evalueren van projecten gericht op vrouwen uit minderheidsgroepen.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 ???

Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1989, art. 3

Product: Beleidsnota’s en (evaluatie-)rapporten

Opmerking: De Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid doet hierover voorstellen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, alsook aan de minister van Binnenlandse Zaken.

Waardering: B 1

179

Handeling: Het uitbrengen van een eindrapport aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Binnenlandse Zaken, de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, en aan de Interdepartementale Commissie Minderhedenbeleid.

Periode: 1989–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1989, art. 8

Product: Eindrapport

Opmerking: Dit eindrapport diende uiterlijk 31 december 1990 uitgebracht te zijn. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid diende de werkgroep op te heffen zodra zij haar eindrapport had uitgebracht.

Waardering: B 1

Interdepartementale Coördinatiecommissie Personeelszaken Rijksdienst

91

Vervallen

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product: Instellingsbesluit Coördinatiecommissie Emancipatie CRM, 1976

Instellingsbesluit Stuurgroep Emancipatie CRM, 1980

Instellingsbesluit WVC-Emancipatie Stuurgroep, 1984

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product:

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Gelijke behandeling

68

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake het stellen van nadere regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 7

Opmerking: Tussen 1975 en 1980 hoefde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hierover geen overeenstemming te bereiken met bovengenoemde actor.

Vanaf 1989 mocht de Commissie zelf regels stellen voor haar werkwijze en procedures.

Waardering: V, 10 jaar

72

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken inzake het stellen van nadere regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4, lid 13

Waardering: V, 10 jaar

82

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de Arbeid.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 5

Product: Advies

Waardering: V, 10 jaar

92

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken inzake de benoeming of het ontslag van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

94

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Justitie inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 16, lid 3

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

96

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 18, lid 1

Product: Besluit

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

300

Handeling: Het oereenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken over de vijfjaarlijkse rapportage aan de Staten Generaal over de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 33

Product: Rapporten

Opmerking: Zie ook handeling 113.

Waardering: B 5

Vrouwenemancipatie

Adviesgroep vrouwenhulpverlening:

136

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een adviesgroep op het terrein van de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1981–

Product: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening (Stcrt.1988/139)

Waardering: B 1

137

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een lid van de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 4, lid 2

Product: Benoeming of ontslag

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

138

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar als waarnemer bij de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 4, lid 3

Product: Besluit

Opmerking: Ook de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wees een waarnemer bij de adviesgroep aan.

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

139

Handeling: Het aanwijzen van een secretaris van de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 5

Product: Besluit, brief

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

141

Handeling: Het toekennen van vacatiegeld, of een vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan een lid van de Adviesgroep vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 10

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

142

Handeling: Het rapporteren aan de Adviesgroep vrouwenhulpverlening over een voorgenomen wijziging van het beleid ten aanzien van de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 8

Product: Rapporten

Waardering: B 1

146

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Projectgroep vrouw en werkgelegenheid.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 4

Product: Beschikking

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Homo-emancipatie

Beleidsontwikkeling en evaluatie

149

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

o.a. ‘Overheidsbeleid en homoseksualiteit’ (Justitie, 1987)

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering: B 1

Totstandkoming van wet- en regelgeving

150

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving met betrekking tot de voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering: B 1

Verantwoording van beleid

151

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake de coördinatie van het beleid betreffende de voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering: B 2, 3

152

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: B 2, 3

153

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering: B 3

154

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Beschikkingen

Waardering: B 3

155

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering: B 3

Informatieverstrekking

156

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Brieven, notities

Waardering: V, 1 jaar na afhandeling

157

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering: V, 5 jaar na afsluiting. Van het eindproduct blijft één exemplaar bewaard.

Onderzoek

158

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende homo-emancipatie

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering: V, 5 jaar na afronding

159

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende homo-emancipatie.

Periode: 1965–

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering: B 1

Emancipatie van allochtone vrouwen

176.De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 en 1989, art. 4, lid 3

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 10 jaar

V, 75 jaar bij rechtspositionele of pensioenrechtelijke aangelegenheden

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering: V, 10 jaar

Commissies ressorterend onder VWS

Adviesgroep Vrouwenhulpverlening

140

Handeling: Het adviseren van de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur over het beleid voor de vrouwenhulpverlening.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 3

Product: Advies

Waardering: B 1

143

Handeling: Het jaarlijks verslag doen aan de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur over haar bevindingen en werkzaamheden.

Periode: 1988–1992

Grondslag: Instellingsbeschikking Adviesgroep vrouwenhulpverlening, 1988, art. 9

Product: Jaarverslagen

Waardering: B 2, 3

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Instellingsbesluit Commissie Emancipatiezaken BiZa-beleid, 1987

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering:

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering:

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1976–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product: Brief

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering:

Gelijke behandeling

55

Handeling: Het voordragen van wetten betreffende gelijke behandeling en non-discriminatie.

Periode: 1965–

Grondslag: Grondwet 1983–1972, art. 4

Grondwet 1983–1995, art. 1

Richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 februari 1975 en van 9 februari 1976

Product: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst (Stb.1980/384) ingetrokken bij Wet van 27 april 1989

Algemene wet gelijke behandeling (Stb.1994/230)

Waardering:

57

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur regelen van de gevallen waarin het verbod op onderscheid naar geslacht, ras of nationaliteit niet geldt.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 2, lid 6

Product: Besluit gelijke behandeling (Stb.1994/657)

Opmerking: Dit besluit werd mede voorgedragen namens de ministers van Justitie, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Onderwijs en Wetenschappen, en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; na advies van de Emancipatieraad, en van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Waardering:

Commissie Gelijke Behandeling

73

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 19980, art. 4, lid 13

Product: Regeling

Opmerking: De minister deed dit in overeenstemming met de minister van Cultuur, Recreatie en Maatchappelijk Werk.

Waardering:

83

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming of het ontslag van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 16, lid 2

Product: Advies

Waardering:

93

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4

Product: Beschikking

Waardering:

94

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Justitie inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 16, lid 3

Product: Brief

Waardering:

96

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 18, lid 1

Product: Brief

Waardering:

104

Handeling: Het onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 3, lid 6

Product: Rapport

Opmerking: De minister deed een dergelijk onderzoek op verzoek van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst. Na de opheffing van deze commissie in 1989 kreeg de minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid zich tot de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te wenden met een verzoek tot een dergelijk onderzoek.

Het betreft hier onderzoeken in individuele gevallen.

Waardering:

106

Handeling: Het verzoeken aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot het instellen van een onderzoek naar een onwettig onderscheid in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1989–

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 21, lid 1

Product: Verzoekschrift, verslagen, notities

Opmerking: Tussen 1980 en 1989 had de minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid zelf, eventueel op verzoek van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, en dergelijk onderzoek in te stellen.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

113

Handeling: Het vijfjaarlijks rapporteren aan de Staten Generaal over de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling 1994, art. 33

Product: Rapporten

Waardering:

Homo-emancipatie

Totstandkoming van wet- en regelgeving

150

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving met betrekking tot de voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering:

Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel geweld

160

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een adviesgroep voor de voorkoming en bestrijding van geweld tegen homoseksuelen.

Periode: 1980–

Product: Besluit instelling Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag (stcrt.1990/183)

Opmerking: Dit besluit kwam tot stand in overeenstemming met de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, en met de minister van Defensie.

Waardering:

161

Handeling: Het benoemen van de leden van de Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1990–

Grondslag: Besluit instelling Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag, 1990, art. 3

Product: Beschikking

Waardering:

Emancipatie van allochtone vrouwen

Beleidvoorbereiding en beleidsevaluatie

163

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering:

Totstandkoming van wet- en regelgeving

164

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering:

Verantwoording van beleid

165

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen inzake het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Series jaarverslagen, kwartaalverslagen, maandverslagen

Waardering:

166

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamers der Staten Generaal betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering:

167

Handeling: Het informeren van de Commissies voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het beleid betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Opmerking: Zie voor de handelingen van de Ombudsman het rapport institutioneel onderzoek ‘Behoorlijk behandeld; actoren en handelingen op het terrein van de Nationale Ombudsman’.

Waardering:

168

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Beschikkingen

Waardering:

169

Handeling: Het opstellen van verweerschriften ten behoeve van beroepschriftprocedures voor administratief rechterlijke organen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Verweerschriften

Opmerking: Zie hiervoor onder meer het rapport institutioneel onderzoek over de Raad van State.

Waardering:

Informatieverstrekking

170

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen betreffende het emancipatiebeleid voor allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Brieven, notities

Waardering:

171

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1981–

Product: Voorlichtingsmateriaal

Waardering:

Onderzoek

172

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden (wetenschappelijk) onderzoek betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Nota’s, notities,

Waardering:

173

Handeling: Het vaststellen van opdrachten en onderzoeksrapporten betreffende de emancipatie van allochtone vrouwen.

Periode: 1965–

Product: Offertes, onderzoeksrapporten

Waardering:

Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid

176

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 en 1989, art. 4, lid 3

Product: Beschikking, brief

Waardering:

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming, brief

Waardering:

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering:

Commissies ressorterend onder BZK

Commissie Gelijke Behandeling

Instelling

70

Handeling: Het stellen van nadere regels voor haar werkwijze en procedures.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 15, lid 1

Opmerking: Vóór 1989 stelde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de regels voor de werkwijzen en procedures van de commissie vast.

Waardering:

Benoemingen

85

Handeling: Het voordragen ter benoeming door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van een persoon die de Commissie kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1975–1989

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 12. lid 2

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 6

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering:

98

Handeling: Het adviseren van de minister van Justitie inzake de benoeming, bevordering, schorsing, of het ontslag van een persoon die tot het bureau van de Commissie gelijke behandeling behoort.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 17, lid 2

Product: Advies

Waardering:

Advisering

101

Handeling: Het onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt in de beloning of behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1975–1994

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 10, lid 1 en lid 3

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 1

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 14, lid 1 en lid 4

Product: Rapport

Opmerking: De commissie brengt haar oordeel ter kennis van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en van betrokken werkgever(s). De commissie deelt haar oordeel pas aan een werkgevers- of werknemersorganisatie mee, nadat zij de betrokken werkgever(s) in de gelegenheid heeft gesteld hun mening te kennen te geven.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

102

Handeling: Het onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 3, lid 4

Product: Rapport

Opmerking: De commissie brengt haar oordeel ter kennis van de ministers van Binnenlandse Zaken, en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk / Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, en van de centrales van overheidspersoneel die deel uitmaken van de Centrale commissie voor georganiseerd overleg in ambtenarenzaken, en waar mogelijk aan betrokken overlegorganen. De commissie deelt haar oordeel pas aan een zodanige organisatie of zodanig overlegorgaan mee, nadat zij het bevoegd gezag dat het onderscheid zou hebben gemaakt, in de gelegenheid heeft gesteld haar mening te kennen te geven.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

103

Handeling: Het verzoeken aan de minister van Binnenlandse Zaken tot het instellen van een onderzoek naar een onwettig onderscheid in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 3, lid 6

Product: Verzoekschrift

Opmerking: Na de opheffing van deze commissie in 1989 kreeg de minister van Binnenlandse Zaken de mogelijkheid zich tot de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te wenden met een verzoek tot een dergelijk onderzoek.

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

105

Handeling: Het verzoeken aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid tot het instellen van een onderzoek naar een onwettig onderscheid in de behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 3

Product: Verzoekschrift

Opmerking: Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

108

Handeling: Het op verzoek of uit eigen beweging onderzoeken en beoordelen of er een onwettig onderscheid is gemaakt tussen personen op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid, of burgerlijke staat.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 12 en art. 13

Product: Rapport

Opmerking: De Commissie brengt haar oordeel ter kennis van de verzoeker, van degene die het onderscheid zou maken, alsmede van degene jegens wie het onderscheid zou worden gemaakt. Daarnaast kan de Commissie haar oordeel ter kennis brengen van betrokken ministers, van werkgevers- en werknemersorganisaties, van eindgebruikers van goederen of diensten, en van betrokken overlegorganen.

Nadere uitwerking van de bij onderzoek, oordeel en kennisgeving te volgen procedure is beschreven in het Besluit werkwijze commissie gelijke behandeling (Stb.1994/606).

Het betreft hier onderzoeken naar individuele gevallen.

Waardering:

Verantwoording en verslaglegging

De Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid

109

Handeling: Het jaarlijks verslag doen van haar werkzaamheden aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en aan de vakministers.

Periode: 1975–1994

Grondslag: Wet gelijk loon voor vrouwen en mannen, 1975, art. 14

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 6

Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 19

Product: Jaarverslagen

Opmerking: Van 1975 tot 1980 werden de jaarverslagen enkel aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uitgebracht.

Van 1980 tot 1989 werden de jaarverslagen uitgebracht aan de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Justitie, van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, en van Onderwijs en Wetenschappen, en hun taakopvolgers.

Vanaf 1989 werden de jaarverslagen behalve aan de hierboven genoemde ministers tevens uitgebracht aan de minister van Binnenlandse Zaken, de Staten Generaal, de Sociaal-Economische Raad, en aan de Emancipatieraad.

Waardering:

110

Handeling: Het jaarlijks verslag doen van haar werkzaamheden aan de ministers van Binnenlandse Zaken, en van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk / Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 3, lid 8

Product: Jaarverslagen

Waardering:

111

Handeling: Het jaarlijks verslag doen van haar werkzaamheden.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 20, lid 1

Product: Jaarverslagen

Opmerking: De Commissie zendt dit verslag in ieder geval aan de ministers die het aangaat, en aan de adviesorganen die het aangaat.

Waardering:

112

Handeling: Het vijfjaarlijks rapporteren aan de minister van Binnenlandse Zaken over haar bevindingen ten aanzien van de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 20, lid 2

Product: Rapporten

Waardering:

Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken

91

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de burgerlijke openbare dienst, 1980, art. 4, lid 3

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering:

Minister van Buitenlandse Zaken

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering:

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering:

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product: Brief

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering:

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Brief

Waardering:

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering:

Internationaal emancipatiebeleid

287

Handeling: Het voorbereiden van de Nederlandse bijdrage aan een wereldvrouwenconferentie van de Verenigde Naties.

Periode: 1974–

Product: Beleidsnota’s, notities

Opmerking: De voorbereiding gebeurde gezamenlijk met de minister die verantwoordelijk was voor het emancipatiebeleid.

Voor de eerste twee conferenties vond de voorbereiding voornamelijk op ambtelijk niveau plaats binnen de ministeries van CRM/SZW en van Buitenlandse Zaken. Voor de voorbereiding van de conferentie van 1985 had de Nederlandse Vrouwenraad de opdracht gekregen de Nederlandse bijdrage aan de conferentie inhoudelijk voor te bereiden.

Waardering:

Minister van Justitie

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product: Instellingsbesluit

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering:

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering:

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product: Brief

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering:

Gelijke behandeling

54

Handeling: Het voordragen van wetten betreffende gelijke behandeling en non-discriminatie.

Periode: 1965-

Grondslag: Grondwet 1938-1972, art. 4

Grondwet 1983-1994, art. 1

Richtlijn van de Raad voor Europa betreffende de tenuitvoerlegging van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding en de pcurotiekansen, en ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, 1976, art. 9, lid 1

Product: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen (Stb.1980/086), gewijzigd bij Wet van 27 april 1989 (Stb. 1989, 168)

Algemene wet gelijke behandeling (Stb.1994/230)

Opmerking: Artikel 10 van de richtlijn van de Raad voor Europa verplicht de lidstaten binnen 5 jaar te rapporteren over hun voortgang op dit terrein.

De betreffende wetgeving werd voorgedragen door de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onderwijs en Wetenschappen, Volksgezondheid, Welzijn en sport en Binnenlandse Zaken

Waardering:

74

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels voor de werkwijze en procedures van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 21, lid 1

Product: Besluit werkwijze Commissie gelijke behandeling (Stb.1994/606)

Waardering:

75

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels voor de bezoldiging, de vergoeding van reis- en verblijfkosten, het recht op wachtgeld, en de verdere vergoeding van de (plaatsvervangend) leden van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 21, lid 2

Product: Rechtspositiebesluit Commissie gelijke behandeling (Stb.1994/607)

Waardering:

83

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming of het ontslag van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 16, lid 2

Product: Advies

Waardering:

95

Handeling: Het benoemen of ontslaan van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 16, lid 3 en lid 6

Product: Besluit benoemingen Commissie gelijke behandeling (Stcrt.1994/249)

Opmerking: De minister van Justitie doet dit in overeenstemming met de ministers van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Waardering:

96

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 18, lid 1

Product: Brief

Waardering:

97

Handeling: Het bepalen in welke gevallen de personen die tot het bureau van de Commissie gelijke behandeling horen, worden benoemd, bevorderd, geschorst, of ontslagen.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 17, lid 2

Product: Ministerieel besluit

Waardering:

99

Handeling: Het benoemen, bevorderen, schorsen, of ontslaan van een persoon die tot het bureau van de Commissie gelijke behandeling behoort.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 17, lid 2

Product: Beschikking

Opmerking: De minister doet dit na advies van de Commissie gelijke behandeling.

Waardering:

300

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken over de vijfjaarlijkse rapportage aan de Staten Generaal over de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 33

Product: Rapporten

Opmerking: Zie ook handeling 113.

Waardering:

Homo-emancipatie

149

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het beleid ter voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Beleidsnota’s, beleidsnotities, (evaluatie)rapporten, adviezen

o.a. ‘Overheidsbeleid en homoseksualiteit’ (Justitie, 1987)

Opmerking: De eigenlijke vaststelling van het beleid vindt plaats in de ministerraad.

Waardering:

Totstandkoming van wet- en regelgeving

150

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving met betrekking tot de voorkoming en bestrijding van anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1965–

Product: Wetten, algemene maatregelen van bestuur, koninklijke besluiten

Waardering:

160

Handeling: Het voordragen van een wet of regeling voor de instelling van een adviesgroep voor de voorkoming en bestrijding van geweld tegen homoseksuelen.

Periode: 1980–

Product: Besluit instelling Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag (stcrt.1990/183)

Opmerking: Dit besluit kwam tot stand in overeenstemming met de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, en met de minister van Defensie.

Waardering:

161

Handeling: Het benoemen van de leden van de Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1990–

Grondslag: Besluit instelling Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag, 1990, art. 3

Product: Benoeming

Waardering:

Emancipatie van allochtone vrouwen

176

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 en 1989, art. 4, lid 3

Product: Brief

Waardering:

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering:

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering:

Commissies ressorterend onder de minister van Justitie

Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag

162

Handeling: Het adviseren van de ministers van Justitie, Binnenlandse Zaken en andere betrokken ministers over de mogelijke verbeteringen bij de voorkoming en bestrijding van strafrechtelijk relevant anti-homoseksueel gedrag.

Periode: 1990–

Grondslag: Besluit instelling Adviesgroep bestrijding anti-homoseksueel gedrag, 1990, art. 1

Product: Advies

Waardering:

Minister van Financiën

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product:

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 10 jaar

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product:

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering: V, 10 jaar

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 10 jaar

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Economische Zaken

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product:

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering:

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering:

Vrouwenemancipatie

146

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Projectgroep vrouw en werkgelegenheid.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 4

Product:

Waardering:

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering:

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering:

Internationaal emancipatiebeleid

299

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wijze waarop de Nederlandse overheid het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, en tot bescherming van het moederschap implementeert.

Periode: 1986–

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, de landbouwsector daarbij inbegrepen, en tot bescherming van het moederschap, 1986, art. 13

Product: Verslagen, rapportages

Waardering:

Minister van Defensie

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Product:

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 10 jaar

Gelijke behandeling

58

Handeling: Het aanwijzen van beroepsactiviteiten binnen de Krijgsmacht waarvoor het geslacht bepalend kan zijn.

Periode: 1989–

Grondslag: Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn, 1989, art. 1

Product:

Waardering: B 1

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 10 jaar

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product:

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging van de deelname

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 5 jaar na beëindiging van de deelname

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Opmerking:

Waardering: V, 5 jaar

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product: Instellingsbeschikking Emancipatiecommissie LNV, 1983 en 1990

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 2 jaar

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product:

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering: V, 5 jaar

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 5 jaar

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Opmerking:

Waardering: V, 2 jaar na uitreiking

Internationaal emancipatiebeleid

299

Handeling: Het voorbereiden van een verslag inzake de wijze waarop de Nederlandse overheid het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, en tot bescherming van het moederschap implementeert.

Periode: 1986–

Grondslag: Richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen, de landbouwsector daarbij inbegrepen, en tot bescherming van het moederschap, 1986, art. 13

Product: Verslagen, rapportages

Opmerking:

Waardering: B 3

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product: Instellingsbeschikking Stuurgroep Emancipatie Onderwijs, 1977, 1981, en 1984

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in hun hele departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 5 jaar

29

Handeling: Het toevoegen van een vertegenwoordiger aan de Nationale Adviescommissie Emancipatie.

Periode: 1974–1981

Grondslag: Instellingsbesluit Nationale Adviescommissie Emancipatie, 1974, art. 4

Product:

Opmerking: Deze vertegenwoordigers hadden in de commissie uitsluitend een adviserende stem.

Waardering: V, 5 jaar

Gelijke behandeling

80

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 5

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Het gaat hier om de voordracht ter benoeming van twee leden uit de Onderwijsraad.

Waardering: V, 10 jaar

83

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de benoeming of het ontslag van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1989–1994

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1989, art. 16, lid 2

Product: Advies

Waardering: V, 5 jaar

94

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Justitie inzake de benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 16, lid 3

Product:

Waardering: V, 5 jaar

96

Handeling: Het aanwijzen van een ambtenaar die de Commissie gelijke behandeling kan bijstaan bij de uitoefening van haar taak.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 18, lid 1

Product:

Waardering: V, 10 jaar

300

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Binnenlandse Zaken over de vijfjaarlijkse rapportage aan de Staten Generaal over de werking in de praktijk van de Algemene wet gelijke behandeling, de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, en artikel 1637ij van het BW / art. 646, boek 7, NBW.

Periode: 1994–

Grondslag: Algemene wet gelijke behandeling, 1994, art. 33

Product: Rapporten

Opmerking: Zie ook handeling 113.

Waardering: B 5

Vrouwenemancipatie

146

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Projectgroep vrouw en werkgelegenheid.

Periode: 1983–1986

Grondslag: Instellingsbesluit Projectgroep vrouw en werkgelegenheid, 1983, art. 4

Product: Brief

Waardering: V, 10 jaar

Emancipatie van allochtone vrouwen

176

Handeling: Het aanwijzen van een lid van de Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid.

Periode: 1984–1990

Grondslag: Instellingsbesluit Interdepartementale werkgroep vrouwen- en minderhedenbeleid, 1984 en 1989, art. 4, lid 3

Product:

Opmerking:

Waardering: V, 5 jaar

Emancipatie-onderzoek

Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek

192

Handeling: Het adviseren van de minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk inzake benoeming, schorsing, of ontslag van een voorzitter of lid van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 5, lid 2

Product: Advies

Opmerking:

Waardering: V, 5 jaar

194

Handeling: Het aanwijzen van een waarnemer bij de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 6

Product:

Opmerking:

Waardering: V, 10 jaar

196

Handeling: Het goedkeuren van de begroting van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatie-onderzoek, 1979, art. 9

Product: Ministerieel besluit

Waardering: V, 10 jaar

197

Handeling: Het bekostigen van de werkzaamheden van de Voorlopige begeleidingsgroep voor emancipatieonderzoek.

Periode: 1979–1985

Grondslag: Instellingsbesluit Voorlopige begeleidingsgroep emancipatieonderzoek, 1979, art. 9

Product: Vergoedingen

Waardering: V, 10 jaar

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 5 jaar

201

Handeling: Het adviseren van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake benoeming of ontslag van een voorzitter of lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 3

Product: Advies

Waardering: V, 5 jaar

209

Handeling: Het bekostigen van de werkzaamheden van de Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatieonderzoek, 1985, art. 10

Waardering: V, 10 jaar

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering: V, 10 jaar

Adviesorgaan ressorterend onder OCW

Onderwijsraad

79

Actor: De Onderwijsraad

Handeling: Het adviseren van de minister van Onderwijs en Wetenschappen inzake de voordracht ter benoeming van een (plaatsvervangend) lid van de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid.

Periode: 1980–1989

Grondslag: Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, 1980, art. 6, lid 5

Product: Advies

Opmerking: De Onderwijsraad adviseert de minister van Onderwijs en Wetenschappen over de voordracht ter benoeming van twee leden uit de Onderwijsraad.

Waardering:

Minister van Verkeer en Waterstaat

De coördinatie van het emancipatiebeleid

3

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van een wet of regeling voor de instelling van een commissie of werkgroep voor de coördinatie van het departementale emancipatiebeleid.

Periode: 1965–

Grondslag:

Product:

Opmerking: Alle ministers zijn verantwoordelijk voor de integratie van het facet emancipatie in al hun departementale beleid. De departementen kennen veelal een eigen commissie of werkgroep die deze integratie bevordert en coördineert.

Waardering: B 1

15

Handeling: Het voordragen van een vertegenwoordiger van het departement als lid van de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid.

Periode: 1977–

Grondslag: Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1977, art. 3, lid 5

Instellingsbeschikking Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, 1987, art. 7

Product: Voordracht ter benoeming

Opmerking: Deze voordracht is bindend. Tussen 1977 en 1981 hadden niet alle vakministers een vertegenwoordiger in de ICE.

Waardering: V, 5 jaar na einde lidmaatschap

V, 75 jaar voor zaken waaraan rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aspecten ontleend kunnen worden.

Emancipatie-onderzoek

200

Handeling: Het voordragen ter benoeming van een lid van de Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek.

Periode: 1985–1991

Grondslag: Instellingsbesluit Stimuleringsgroep emancipatie-onderzoek, 1985, art. 7, lid 2

Product: Voordracht ter benoeming

Waardering: V, 5 jaar na einde lidmaatschap

V, 75 jaar voor zaken waaraan rechtspositionele en/of pensioenrechtelijke aspecten ontleend kunnen worden

Joke Smit-prijs

222

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid inzake de toekenning van de Joke Smit-prijs.

Periode: 1985–

Grondslag: Besluit tot instelling van de Joke Smit-prijs, 1985, art. 3, lid 1

Product: Overlegverslagen, notities

Waardering: V, 5 jaar