Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 2003-2004[Regeling vervallen per 01-08-2004.]

Geldend van 01-08-2003 t/m 31-07-2004

Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 2003-2004

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op:

  • de artikelen 2 en 4 van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen [Vervallen per 01-08-2004]

Artikel 1. Begripsbepaling [Vervallen per 01-08-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b. school:

    een uit 's Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • c. bevoegd gezag:

    het bevoegd gezag van een school;

  • d. aanvrager:

    het bevoegd gezag dat de subsidie aanvraagt;

  • e. regionaal opleidingencentrum:

    regionaal opleidingencentrum als bedoeld in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs;

  • f. project:

    project opleiden in de school;

  • g. projectplan:

    projectplan als beschreven in artikel 4.1;

  • h. netwerk opleiden in de school VO:

    het op initiatief van het ministerie van OCenW ingestelde landelijke netwerk van scholen voor voortgezet onderwijs en lerarenopleidingen die actief zijn met de ontwikkeling van opleiden in de school.

Artikel 2. Doelomschrijving [Vervallen per 01-08-2004]

Deze regeling heeft als doel subsidie te verlenen aan (groepen van) scholen bij het opzetten en uitvoeren van projecten, gericht op het inrichten van een opleidingsinfrastructuur in de school en het ontwikkelen van een visie op opleiden in de school als onderdeel van het integraal personeelsbeleid. Het project beoogt dat de school/scholen in samenwerking met (een) lerarenopleiding(en) of een regionaal opleidingscentrum of een begeleidingsinstelling, (mede)-opleider is van nieuw onderwijspersoneel ('opleiden in de school').

Hoofdstuk 2. Subsidieaanvraag project [Vervallen per 01-08-2004]

Artikel 3. Subsidieaanvraag project [Vervallen per 01-08-2004]

Het bevoegd gezag dient een aanvraag voor subsidie als bedoeld in artikel 2 in bij het Programma Arbeidsmarkt- en Personeelsbeleid, t.a.v. AP/OKP, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer onder vermelding van 'Projectaanvraag Opleiden in de school Voortgezet Onderwijs'. Afschrift van de aanvraag wordt tegelijk gezonden aan het 'Netwerk opleiden in de school VO', per adres: Rengerslaan 10, 8917 DD Leeuwarden.

Artikel 4. Subsidievoorwaarden en vereisten subsidieaanvraag [Vervallen per 01-08-2004]

  • 1 Om voor een subsidie in aanmerking te kunnen komen, moet de aanvrager een projectplan indienen, dat ten minste de volgende elementen bevat:

    • de projectopzet waarin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de verschillende deelnemers aan het project wordt beschreven;

    • een activiteitenplan;

    • de inbedding: de wijze waarop het project aansluit bij de reeds in gang gezette ontwikkelingen op het gebied van personeelsbeleid binnen de school;

    • de overdrachtsactiviteiten die het bevoegd gezag binnen eigen kring en daarbuiten denkt te ondernemen;

    • planning van het project;

    • begroting van het project.

  • 2 Bij het opzetten en uitvoeren van een project werken één of meer scholen samen met één of meer lerarenopleidingen of met één of meer regionaal opleidingencentrum en is de school opleider of medeopleider van onderwijspersoneel. Per school wordt tenminste één persoon opgeleid als opleider in de school.

  • 3

    • De aanvraag bevat in ieder geval:

    • naam, adres, bevoegd gezag-nummer van de aanvrager;

    • naam, adres en brinnummer van de deelnemende VO-scholen;

    • naam en adres van deelnemende lerarenopleidingen, regionale opleidingencentra en begeleidingsinstellingen;

    • een projectplan;

    • een schriftelijk bewijs van samenwerking tussen de verschillende deelnemers aan het project.

  • 4 Door het indienen van de aanvraag verklaart de aanvrager zich bereid de opbrengsten van het project over te dragen, in elk geval door deelname aan de bijeenkomsten van het 'Netwerk opleiden in de school VO'.

  • 5 De subsidie betreft geen volledige vergoeding, maar een bijdrage in de kosten.

Artikel 5. Termijn indiening [Vervallen per 01-08-2004]

Aanvragen kunnen tot en met 15 oktober 2003 worden ingediend.

Artikel 6. Deelname aan het project [Vervallen per 01-08-2004]

Aanvragers ontvangen uiterlijk december 2003 een beschikking over al dan niet toekenning van subsidie.

Hoofdstuk 3. Subsidieverlening en betaling van de subsidie [Vervallen per 01-08-2004]

Artikel 7. Subsidie per project [Vervallen per 01-08-2004]

  • 1 De hoogte van de bijdrage is gerelateerd aan het totale aantal leerlingen van de bij het project betrokken VO-scholen op 1 oktober 2002 en bedraagt 20 euro per leerling per deelnemende school, met dien verstande dat de maximale bijdrage per deelnemende school 20.000 euro bedraagt.

  • 2 Per project bedraagt de maximale bijdrage 100.000 euro.

  • 3 Wanneer, blijkend uit de aanvraag, ten minste vijf scholen van twee of meer verschillende bevoegde gezagsorganen samenwerken bij de vormgeving en uitvoering van het project, wordt € 10.000,- extra beschikbaar gesteld voor het opleiden van opleidingsdocenten.

  • 4 De subsidie voor het project wordt betaald aan de aanvrager. De aanvrager draagt zorg voor de onderlinge verrekening.

Artikel 8. Criteria voor subsidieverlening / advies voorafgaand aan subsidieverlening [Vervallen per 01-08-2004]

  • 1 De minister neemt een besluit over de toekenning van subsidie aan de verschillende projecten na een kwalitatief totaaladvies over alle projecten te hebben ingewonnen van het "Netwerk opleiden in de school VO". Dit totaaladvies richt zich op de kwaliteit en een evenwichtige spreiding van de projecten (zowel regionaal als wat betreft de grootte van de scholen).

  • 2 Bepalend voor het besluit over toekenning van subsidies zijn de kwaliteit van de aanvraag en het projectplan als beschreven in artikel 4.1.

  • 3 Bij de toekenning van de subsidies wordt rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van de projecten zowel regionaal als wat betreft de grootte van de scholen en in hoeverre de deelnemende scholen voor subsidietoekenningen in de jaren 2000, 2001 en 2002 voor opleiden in de school in aanmerking zijn gekomen.

  • 4 Een bevoegd gezag kan slechts éénmaal in het kader van deze regeling voor subsidie in aanmerking komen.

  • 5 Aanvragen die na 15 oktober 2003 zijn binnengekomen, worden afgewezen. In het geval dat de aanvrager - krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht - de aanvraag dient aan te vullen, geldt de dag waarop de aanvraag is aangevuld als datum van ontvangst.

Artikel 9. Tijdvak subsidieverlening [Vervallen per 01-08-2004]

Subsidie wordt verleend voor het tijdvak van 1 augustus 2003 tot en met 31 juli 2004.

Artikel 10. Betaling van de subsidie [Vervallen per 01-08-2004]

Het bevoegd gezag ontvangt in december 2003 40 % van het toegekende bedrag en in februari 2004 de resterende 60% van het toegekende bedrag.

Hoofdstuk 4. (Overige) Verplichtingen subsidieontvanger en subsidievaststelling [Vervallen per 01-08-2004]

Artikel 11. Informatieplicht [Vervallen per 01-08-2004]

  • 1 Het bevoegd gezag is verplicht de minister en de door hem aangewezen ambtenaren desgevraagd alle inlichtingen te geven die deze in verband met deze subsidie verlangen. Het bevoegd gezag geeft desgewenst aan voornoemde ambtenaren de boeken en bescheiden ter inzage.

Artikel 12. Verantwoording [Vervallen per 01-08-2004]

  • 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.

  • 2 Het toegekende subsidiebedrag kan (deels) teruggevorderd worden indien in strijd wordt gehandeld met de subsidievoorwaarden.

  • 3 De verklaring van de accountant bij de jaarrekening van de aanvrager omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze subsidie. In de jaarrekeningen van de overige deelnemende bevoegde gezagen aan het project wordt naar de verklaring van de aanvrager verwezen.

  • 4 De subsidie wordt verantwoord in de jaarrekening van de aanvrager.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-08-2004]

Artikel 13. Subsidieplafond [Vervallen per 01-08-2004]

Voor subsidieverlening is een bedrag van € 3.176.000,- beschikbaar. Wanneer het totaal van de aanvragen - dat aan de voorwaarden voldoet - het beschikbare bedrag te boven gaat, zal voorrang worden gegeven aan aanvragers die voor dit doel nog niet eerder (in de jaren 2000, 2001 en 2002) subsidie ontvingen. Aanvullend hierop geldt zonodig als criterium de volgorde van binnenkomst.

Artikel 14. Begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 01-08-2004]

Subsidie ten laste van de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 15. Bekendmaking [Vervallen per 01-08-2004]

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenWRegelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 16. Inwerkingtreding [Vervallen per 01-08-2004]

Deze regeling treedt in werking per 1 augustus 2003 en vervalt per 1 augustus 2004.

Artikel 17. Citeerartikel [Vervallen per 01-08-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling opleiden in de school in het voortgezet onderwijs 2003-2004.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

M. J. A. van der Hoeven