Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Selectielijst Milieubeheer over de periode vanaf 1945[Regeling vervallen per 26-04-2009.]

Geldend van 16-08-2003 t/m 25-04-2009

Selectielijst Milieubeheer over de periode vanaf 1945

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 14 januari 2002, nr. arc-2001.3241/3);

Besluiten:

Artikel 1 [Vervallen per 26-04-2009]

De bij dit besluit gevoegde `selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein Milieubeheer over de periode vanaf 1945' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2 [Vervallen per 26-04-2009]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 6 juni 2003

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
namens deze,
De

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

De

Minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
namens deze,
De

Directeur Informatiemanagement en Organisatie

,

E.G.M. Edelbroek

Basis Selectie Document (BSD) Milieubeheer 1945 - [Vervallen per 26-04-2009]

voor de zorgdragers:

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

en

Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij (LNV)

Ministerie van Verkeer en Waterstaat (V&W)

Ministerie van Economische Zaken (EZ)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe)

Provinciale Staten

Instituut voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO)

1. Inleiding [Vervallen per 26-04-2009]

1.1. Verantwoording [Vervallen per 26-04-2009]

Het institutioneel onderzoek met betrekking tot het beleidsterrein milieubeheer is opgezet door het Project Verkorting Overbrengingstermijn PIVOT (1991-2001) vanuit een samenwerkingsverband tussen het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) en het Algemeen Rijksarchief in opdracht van beide instellingen. Het bevat een overzicht van de processen van het overheidshandelen op dit beleidsterrein, waarmee onder het kabinet-De Jong rond 1970 definitief een aanvang werd gemaakt door de totstandbrenging van een aantal wetten. Als onderzoeksterrein gelden de wettelijke regels die tijdens de totstandkoming van dit in de Wet Milieubeheer zijn of zouden worden verwerkt en de uitvoeringsprocedures die in het kader van deze regelgeving thans door het ministerie van VROM en in het bijzonder door het directoraat-generaal Milieubeheer worden verricht

Het beleidsterrein werd in het verleden aangestuurd door de ministeries van:

Sociale Zaken en Volksgezondheid, tot 1971 (aftreden kabinet-De Jong);

Volksgezondheid en Milieuhygiëne 1971-1982 (kabinet-Biesheuvel, tweede kabinet-Van Agt);

Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 1982-heden (vanaf het eerste kabinet-Lubbers).

Milieubeleid komt voort uit de opvatting dat de mens verantwoordelijk is voor de instandhouding en de kwaliteit van zijn leefomgeving. Er ontstaan milieuproblemen als de kwaliteit van het milieu, dus de leefomgeving van mens, plant en dier achteruit gaat. Deze achteruitgang kan drie vormen aannemen: verontreiniging (bijvoorbeeld van lucht, water en bodem), uitputting (bijvoorbeeld van grondstoffen of biologische soorten) en aantasting (bijvoorbeeld van de atmosfeer). Oorzaken van deze achteruitgang kunnen worden omschreven in de thema's: klimaatverandering, verzuring van de bodem (met als gevolg verdwijning van de bossen), vermesting van het oppervlaktewater, verspreiding van milieugevaarlijke stoffen, ondeskundige verwijdering van afvalstoffen (wat in feite het niet verwijderen inhoudt), verstoring van het milieu door stank, geluid of smog e.d., verdroging en verspilling van onvervangbare grondstoffen. Al deze zaken hangen met elkaar samen. Bijvoorbeeld: door het verdwijnen van bossen als gevolg van zure regen kan zowel verdroging als klimaatverandering ontstaan.

Milieubeheer kan men omschrijven als het voorkomen en tegengaan van verontreiniging, uitputting of aantasten van deze leefomgeving. Milieubeheer is een ruimer begrip dan het oudere begrip milieuhygiëne, dat vooral het accent legt op het tegengaan van verontreiniging ten behoeve van de gezondheid. Het milieubeheer wordt gezien als een onderdeel van het beheer van de leefruimte in zijn totaliteit.

Van milieubeleid is er sprake wanneer de overheid zich bewust wordt van een of meer milieuproblemen en zich bezig houdt met de oplossing daarvan. Deze oplossing wordt vooral gezien in het ontwikkelen en inzetten van beleidsinstrumenten die burgers, bedrijven en andere organisaties kunnen aanzetten tot het veranderen van gedrag of het nemen van maatregelen ten gunste van de milieukwaliteit?.

Het milieubeleid is in beginsel een vergunningenbeleid. Het rijk kent aan overheidsorganen bevoegdheden toe om door middel van vergunningen handelingen toe te laten, die overigens verboden zijn. Aan deze vergunningen zijn voorwaarden verbonden, die door het rijk kunnen worden vastgesteld. Voor de geldigheid van deze vergunningen worden regels opgesteld. Zo kan een vergunning onder bijzondere omstandigheden bij wijze van maatregel worden ingetrokken, tevens kunnen bepaalde handelingen van particulieren worden verboden, die anders zijn toegestaan (bijvoorbeeld het oogsten van spinazie in mei 1985 als gevolg van de fall-out van de kerncentrale van Tsjernobyl). De motivatie is hierbij bescherming van het milieu.

De geschiedenis van het milieubeleid kan globaal ingedeeld worden in drie fasen:

- Een voorperiode, lopend vanaf 1945 tot 1970. In deze periode heeft het ministerie de Hinderwet en daarop gebaseerde uitvoerende regels toegepast. Daarnaast ontstonden er ook problemen als drinkwatervoorziening en luchtverontreiniging. Voor dit doel zijn lichamen in het leven geroepen om de minister bij te staan met advies. De handelingen die vanaf 1945 lopen hebben betrekking op deze voorperiode. De archieven zijn gevormd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid op grond van door hem toegepaste instrumenten door de onder zijn zorg vallende instellingen, die later passen in het kader van het milieubeleid. In het bijzonder gaat het om de onderwerpen Hinderwet (vanaf 1875), drinkwatervoorziening (vanaf 1945), luchtverontreiniging (1963) en kernenergie (1968). In dit verband dient te worden opgemerkt, dat op instigatie van de Vrijzinnige Democratie er reeds in 1914. een Nederlandsche Vereeniging tegen Water-, Bodem en Luchtverontreiniging actief is geweest, die nauw samenwerkte met het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening. De oprichters beschouwden hun vraagstukken indertijd echter als problemen die vooral op locaal gebied konden worden opgelost.

- Een periode van 1970 tot ca. 1985, waarbij onder druk van maatschappelijke bewegingen en internationale studies de regering is begonnen met het formuleren van een structureel landelijk milieubeleid en het opstellen van milieuregels. Staatssecretaris R. Kruisinga is de eerste die een afzonderlijk milieubeleid heeft afgebakend. De gangbare term voor dit beleid is dan milieuhygiëne. Zij valt samen met de milieubemoeienis door een ministerie, dat mede belast is met volksgezondheid. De basisformulering begint met regelgeving en wordt aangevuld met integrale milieubeleidsplannen op deelgebieden (water, bodem, lucht e.d.).

- De periode vanaf 1985, waarin sprake is van een nieuwe definiëring van het begrip milieubeheer en de inpassing van alle maatregelen in een integraal beleidsplan. Vanaf 1985 worden de nationale milieubeleidsplannen geformuleerd. Vanaf 1993 is deze planning bij wet gewaarborgd. De Wet Milieubeheer schrijft bij de opstelling van een Nationaal Milieubeleidsplan een bindende procedure voor, die overigens vanaf 1985 reeds is toegepast. Van belang is hierbij dat dit beleid voortdurend wordt geëvalueerd aan de hand van meetbare resultaten. Zij valt ongeveer samen met de milieubemoeienis van een ministerie, dat mede belast is met volkshuisvesting en ruimtelijke ordening.

Deze periodisering vindt echter niet zijn afspiegeling in dit rapport, omdat de geschiedenis van de gekozen maatregelen ter oplossing van deelproblemen niet altijd samenvalt met deze periodisering. Zij heeft echter consequenties voor de sturing van het gegevensbeheer, voorzover het ministerie zich vanaf 1985 zich ook in zijn organisatie aan de eisen van een veranderende omgeving had aanpast. Ook nam het ministerie het voortouw in een streven de archiefvorming te doen samenhangen met de transparantie, die de OESO en andere internationale verdragsorganen eisen met betrekking tot de controleerbaarheid van regeringsbeleid. Om die reden is er in het hoofdstuk beleidsvoorbereiding een onderscheid gemaakt tussen de periode voor en na ca. 1985, omdat de beleidsvoorbereiding daarna is samengevat in een systematische planning. In dit rapport wordt de structurering van de beleidsvoorbereiding uitvoeriger beschreven dan in andere rapporten institutioneel onderzoek het geval is.

Beleidsvormen

Het milieubeleid kan ook gekarakteriseerd worden in bepaalde beleidsvormen die elkaar aanvullen of (deels) overlappen. In de geschiedenis van het milieubeleid is er sprake van:

- sectoraal beleid, ofwel beleid dat gericht is op de oplossing van acute verontreinigingsproblemen (lucht, bodem, water)

- integraal beleid, ofwel planmatig beleid dat uitgaat van het milieu in zijn geheel. Uitgangspunt is een algeheel milieubeleidsplan. Binnen het kader van dit plan bestaan de volgende beleidsaspecten:

• thematisch gericht beleid, ofwel beleid dat gericht is op milieuvraagstukken in een vastgestelde samenhang, die herleid worden tot meetbare waarneming (emissie, monitoring);

• doelgroepbeleid, ofwel beleid dat gericht is op doelgroepen die op bepaalde vormen van vastgestelde milieuverontreiniging dan wel op oorzaken van milieuverontreiniging kunnen worden aangesproken (landbouw, verkeer, industriële bedrijven);

• gebiedsgericht milieubeleid, ofwel beleid dat specifiek op bepaalde regio's is gericht (natuurgebieden, stiltegebieden, saneringsgebieden).

Waar deze beleidsformulering heeft geleid tot concrete processen zal hierop verder in dit rapport nader worden ingegaan. De volgende beleidsinstrumenten worden ter bevordering van een beter milieu toegepast:

- toelating en verbod van producten, werkzaamheden of toestellen

- en in verband daarmee verbod op grond van vastgestelde door het strafrecht af te dwingen regels;

- verplichting van vergunningen op grond van vast te stellen voorwaarden;

- algemene regels als bindende voorwaarde voor vestiging van een bedrijf of invoer van een toestel;

- verspreiding van normen op grond van milieukennis en technische ontwikkeling als richtlijn voor milieubeheer;

- tijdelijke ontheffingen om partijen de kans te geven aan regels te voldoen (gedogen);

- schadeloosstelling voor benadeelden als gevolg van nieuwe regelgeving;

- afspraken met doelgroepen: convenanten en samenwerkingsverbanden (als alternatief voor vergunningen);

- milieuconvenanten met betrekking tot inrichtingen;

- productconvenanten;

- opruimings- of saneringsconvenanten;

- staatsdeelneming in organen;

- stimulering door subsidies; het treffen van voorzieningen aan vergunningsbevoegde overheden;

- ontmoediging door heffingen;

- propaganda en voorlichting;

- het aansturen van actoren op andere beleidsterreinen door overlegsystemen of in de regelgeving verwerkte invloed (voorbeelden zijn energiebeleid, gewasbescherming, waterbeheer, duurzaam bouwen). Dit geschiedt in beginsel door het opleggen van milieutaken in een milieubeleidsplan.

Beleidsinvloeden

De volgende invloeden kunnen het beleid nader bepalen:

Internationaal overleg, soms uitmondend in verdragen, veelal aangestuurd door de Verenigde Naties

Europese verordeningen (dwingende voorschriften) en richtlijnen (aanwijzingen om bepaalde regels per wet of AMVB te regelen)

Internationale standaarden en normen, tot stand gekomen door technische research en gegevensuitwisseling (ISO, CEN)

Nationaal en internationaal aangestuurd onderzoek (in 1995 werd aan een Nederlandse milieuchemicus de Nobelprijs toegekend!)

Kritische initiatieven van actiegroepen en politieke oppositie. (voorbeeld het `witte' schoorstenenplan van PROVO; de buitenparlementaire oppositie van de KEN, de Kabouterpartij, Greenpeace, Milieudefensie, etc.)

De medezeggenschap in het bedrijfsleven

Op de werking van deze beleidsinstrumenten zal worden ingegaan op de plaats waarin zij in het rapport ter sprake komen, met dien verstande, dat de werking van processen die worden aangestuurd door de minister en waarbij de minister als actor optreedt daar worden uiteengezet.

Indien voor de uitvoering van regels een proces in werking wordt gezet, waarbij een zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) of andere actor als adviserende dan wel uitvoerende instantie optreedt, mag ingeval er sprake is van V-handelingen worden aangenomen dat de discretionaire bevoegdheid van de desbetreffende actor zich beperkt tot de toepassing van vaststaande procedures. Deze procedures staan omschreven in de handelingen van de minister staan. Het opzoeken wordt vergemakkelijkt doordat de handelingen niet in numerieke volgorde staan, maar in volgorde van de verschillende actoren staan.

Beleidsinstrumenten

Beleidsinstrumenten zijn bewust gekozen handelingen op basis van een beleidsbeslissing. Kenmerk van een beleidsinstrument is dat de procedure van de handeling op voorhand is vastgesteld. Veelal (maar niet altijd) wordt tijdens de keuze van het instrument aangegeven: welke organen bij het instrument betrokken worden, welke gegevens er worden vereist bij het goed functioneren van het instrument, welke beslissingen er aan de hand van de aangeleverde gegevens te verwachten zijn. Beleidsinstrumenten kunnen zijn: planningsinstrumenten (waaronder gerichte inspraak of gericht onderzoek), uitvoeringsinstrumenten (vooral op beschikkingsniveau), controle-instrumenten, monitoringsinstrumenten (systematische gegevensverzameling).

Normen, milieunormen

Normen zijn gestandaardiseerde methoden en /of resultaten van (toegepast natuur-) wetenschappelijk onderzoek op grond waarvan men eisen kan stellen voor goed milieubeheer. Deze resultaten kunnen zijn: standaardmaten, milieugegevens ten aanzien van bepaalde stoffen, veiligheidseisen, methoden van correct onderzoek (bijv. goede laboratoriumpraktijk), best available technique (BAT). De normen worden niet vastgesteld door het ministerie van VROM, maar zijn feitelijk internationale afspraken. Belangrijke actoren zijn UNESCO, OESO en Europese Unie.

Milieutaken

Niet in dit onderzoek zijn betrokken de milieutaken, zoals die in de nationale milieubeleidsplannen zijn geformuleerd. De reden hiervan is dat in het Nationaal Milieubeleidsplan (NPM) actoren worden geformuleerd, die op grond van handelingen op andere beleidsterreinen dienen te voldoen aan milieu-eisen, bijvoorbeeld op dat van verkeer en waterstaat. In het NMP wordt voorzien in de verplichtingen van andere overheidsinstellingen tot het voldoen aan milieuvoorschriften, zoals het opstellen van een milieueffectrapport, het opstellen van een milieujaarverslag voor bedrijven e.d. Dit zijn activiteiten die voortvloeien uit reeds bestaande en aan voorschriften gebonden uitvoeringshandelingen.

Het milieubeleid heeft raakvlakken met verschillende andere beleidsterreinen. Met betrekking tot de hier beschreven onderwerpen speelt het milieubeleid een belangrijke rol, zodat de minister van VROM als adviseur en medewetgever via een instemmingsprocedure betrokken is bij de regelgeving. De regelgeving c.q. uitvoering berust in dat geval echter bij andere ministers of door hen ingestelde organen.

Uitgangspunt van het rapport institutioneel onderzoek en het basisselectiedocument is de definitie van het beleid en de regelgeving tot en met het jaar 1994. Tijdens dit onderzoek zijn de rapporten, verdeeld over de directoraten met betrekking tot milieubeheer, van commentaar voorzien en gedeeltelijk ook getoetst op aanwezigheid van bestaande processen en de bruikbaarheid voor het gegevensbeheer van de bestanden. Aan de hand van deze toetsing zijn convenanten gesloten, die de ordening van het gegevensbeheer per directoraat regelden, is het rapport ineengezet. Een enkele maal is op verzoek van overlegpartners aangegeven waar de regels sedert 1994 aanzienlijk zijn gewijzigd. Het derde Nationaal Milieubeleidsplan, tijdens het schrijven van dit werk in zijn fase van voorbereiding, is thans gereed. Sommige beleidsprocessen hebben derhalve een andere vorm aangenomen. De handelingen die op die periode betrekking hebben dienen echter te worden geregistreerd in een geactualiseerde selectielijst.

Dit basisselectiedocument beschrijft alle handelingen van de bovengenoemde milieuministeries, omschreven als de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), de laatste rechtsopvolger en van andere actoren die zich op het beleidsterrein bewegen. Niet beschreven in dit BSD zijn de handelingen van de volgende actoren waarover wel institutioneel onderzoek is verricht:

provinciale organen: Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, provinciale commissies,

zelfstandige bestuursorganen aan wie een taak of bevoegdheid is opgedragen ter uitvoering van milieuwetten: keuringsorganen, onderzoeksinstellingen,

geprivatiseerde of particuliere organen aan wie door de wet eenzelfde bevoegdheid is toegekend. Hierbij moet worden opgemerkt dat tal van organen in dit document nog functioneren als overheidsorganen, zoals het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) en de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek TNO en de daaraan verbonden instituten.

Wel zijn in dit document opgenomen:

- commissies en raden, die door het kabinet of de minister zijn ingesteld en die krachtens de instellingsbeschikking verplicht zijn hun archieven na opheffing aan het ministerie van VROM over te dragen

- samenwerkingsverbanden of interdepartementale onderzoeksinstellingen waarvoor het ministerie van VROM het secretariaat heeft geleverd.

- de milieu-inspectie. In dit BSD opereert het als een orgaan met een gedelegeerde zelfstandigheid en bevoegdheden, die zijn toegekend op grond van de Wet op het Staatstoezicht van de Volksgezondheid.

1.2. Selectiedoelstelling [Vervallen per 26-04-2009]

De doelstelling van het nationaal archief bij de selectie van overheidsorganen is dat de belangrijkste bronnen van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig worden gesteld voor blijvende bewaring. Met het te bewaren materiaal moet het mogelijk zijn om een reconstructie te maken van de hoofdlijnen van het handelen van de rijksoverheid ten opzichte van haar omgeving. Deze selectiedoelstelling wordt in het BSD toegepast op het betreffende beleidsterrein.

1.3. Selectiecriteria [Vervallen per 26-04-2009]

Het voorstel is dat blijvend te bewaren en uiteindelijk aan het NA over te dragen stukken worden bewaard op grond van een tiental categorieën, die reeds tijdens het onderzoek waren vastgesteld en in overleg met de archiefvormers werden geoperationaliseerd in concrete categorieën. Telkens na afsluiting van een onderzoek werden deze categorieën aan de hand van de aanwezige gegevens en de waardering door de administratie vastgesteld. Het is de bedoeling dat bij wijziging van het beleid, bijvoorbeeld de invoering van een nieuw milieubeleidsplan deze operationalisering wordt geëvalueerd en bij de vaststelling van een nieuw BSD kan worden gewijzigd.

Categorie 1 Handelingen die betrekking hebben op beleidsvoorbereiding, -bepaling en -evaluatie

1.1. opstellen, wijzigen en evalueren van wetten en algemene maatregelen van bestuur,

1.2. bijdragen aan de voorbereiding en implementatie van internationale verdragen

1.3. opstellen van beleidsnota's

1.4. vaststelling van (bijvoorbeeld indicatieve meerjaren)planningen

1.5. ontwerpen en evalueren van beleidsinstrumenten

1.6. doen van beleidsondersteunend onderzoek en verzamelen van samenvattende beleidsmatige gegevens

1.7. het sturen van regelgevende, beleidsvaststellende en beleidsplannende activiteiten van lagere overheden en andere actoren binnen de rijksoverheid

1.8. het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen in internationale beleidsvormende instituten

1.9. het sluiten van convenanten

1.10 het voeren van (structureel) overleg met particuliere actoren en belanghebbenden (ook congressen georganiseerd door de actor)

Categorie 2 Handelingen gericht op externe verantwoording en/of verslaglegging

2.1. verslaglegging aan de Staten-Generaal ;

2.2. verslaglegging aan de Ministerraad

2.3. overleg met het staatshoofd

Categorie 3 Adviezen gericht op de hoofdlijnen van het beleid

3.1. advisering door de grote adviesorganen en raden

3.2. structureel) overleg met andere betrokken actoren

3.3. adviezen van andere overheidsorganen met betrekking tot handelingen 1,4,5, 7,8 en 9

3.4. het houden van/deelnemen aan congressen en symposia (inhoudelijk)

Categorie 4 Handelingen gericht op het stellen van regels gerelateerd aan de hoofdlijnen van het beleid

4.1. ministeriële regelingen die betrekking hebben op de uitvoering van het milieubeleid

4.2. het evalueren van beleidsuitvoering (-instrumenten;

4.3. regelingen van uitvoerende overheidsorganen die betrekking hebben op de uitvoering van het milieubeleid

4.4. documenten waarin een overheidsorgaan aangeeft hoe het in specifieke gevallen van zijn bevoegdheden gebruik gaat maken, zoals: beleidsregels, handleidingen, instructielijsten, normstellingen, circulaires.

4.5. het aanwijzen van (meestal buitenlandse) beschikkingen, documenten etc. die het equivalent zijn van een Nederlandse beschikking, document etc.

Categorie 5 Handelingen gericht op de (her)indeling van de beleidsorganisatie, belast met de uitvoering van het beleid

5.1. reorganisatie, instelling en opheffing van beleidsorganen en directies

5.2. uitbesteding van beleidsuitvoering

5.3. aanwijzen, certificeren of erkennen van een keuringsinstantie

5.4. aanwijzen van bevoegde ambtenaren

5.5. opzetten van uitvoeringsorganisaties, ook van convenanten

5.6. instellen van commissies, advies- en overlegorganen, voor zover deze niet louter bij uitvoeringshandelingen betrokken zijn

Categorie 6 Uitvoerende handelingen die onmisbaar zijn voor de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen

6.1. beschikkingen die als beleidsmaatregelen kunnen worden uitgelegd.

voorbeelden zijn: subsidies aan particuliere organisaties met het doel een milieubeleidstaak te realiseren, gedoogbeschikkingen van het ministerie, beoordeling van milieu-effectrrapportage

6.2. de eindrapportages van systematisch verzamelde gegevens o.m. over de uitvoering van maatregelen (effectmonitoring).

6.3. het stellen van kaders waarbinnen het beleid gevoerd wordt

6.4. het toetsen van of het geven van een tijdsbeeld van het beleid door middel van voorbeelddossiers

Categorie 7 Uitvoerende handelingen die het algemeen democratisch functioneren mogelijk maken

7.1. behandeling van Kamervragen

7.2. behandeling van klachten over de uitvoering van het beleid met een evaluatieve waarde (precedenten, ombudsmanprocessen)

Categorie 8 Uitvoerende handelingen die onttrokken zijn aan democratische controle en direct gerelateerd zijn aan de hoofdlijnen van het beleid

Categorie 9 Uitvoerende handelingen die direct gerelateerd zijn aan of direct voortvloeien uit voor Nederland bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

9.1.: Handelingen die in het kader van - een door de wet voorziene - bijzondere omstandigheid tot stand komen.

1.4. Verslag vaststellingsprocedure [Vervallen per 26-04-2009]

Verslag gevolgde procedure Milieubeheer

In mei 1999 is het ontwerp-BSD door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 29 maart 2001 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van VROM, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 14 januari 2002 bracht de RvC advies uit (kenmerk arc-2001.3241/3), hetwelk behoudens redactionele correcties geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

Daarop werd het BSD op 6 juni 2003 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer vastgesteld [kenmerk C/S/03/1427].

1.5. Leeswijzer van de handelingen [Vervallen per 26-04-2009]

Dit BSD is de verantwoording van het bewaar- en vernietigingsbeleid van de organisatie. Tevens vormt het voor het ministerie en de in dit rapport genoemde organen het wettelijk selectie-instrument. Het BSD bevat een aanwijzing voor bewaring of vernietiging van de bescheiden, welke het resultaat zijn van handelingen van actoren op het beleidsterrein milieubeheer. De documentaire neerslag van deze handelingen worden in dit document verdeeld in te bewaren en (op termijn) te vernietigen documentaire neerslag.

Actor

Als actor wordt in de eerste plaats de minister opgevoerd. Hierbij worden niet de onderafdelingen van het ministerie of het directoraat-generaal milieubeheer genoemd, omdat de minister verantwoordelijk wordt geacht voor de daden van zijn ambtenaren, Tijdens het onderzoek hebben zich bovendien verschillende reorganisatie en taakverschuivingen binnen het departement voorgedaan, waarbij deelprocessen en taken voortdurend van directoraat wisselden. Als gevolg van een intern vernieuwingsbeleid kent het ministerie een grote horizontale en verticale mobiliteit, waarbij de gehele organisatie wordt toegesneden op de vereiste taakstelling. Milieubeheer wordt immers gezien als een onderwerp van `integraal beleid', waaraan de organisatie ondergeschikt is.

Interne overlegstructuren

De activiteiten van overleggroepen of projectgroepen binnen het ministerie of een directoraat worden in dit onderzoek als activiteiten, dus als onderdelen van de handelingen van de minister gezien. Deze groepen of interne commissies worden niet als afzonderlijke actor in het rapport opgevoerd. Vaak stellen deze projectgroepen zelf hun eisen ten aanzien van de door de groep geproduceerde documenten en het voor de beleidsbeslissingen noodzakelijke gegevensbeheer. De regels ten aanzien van deze gegevens maken te zeer deel uit van de beleidsbepaling om extern nader te kunnen worden gedefinieerd en zijn daarom als autonome processen buiten beschouwing van dit rapport gelaten.

Gestructureerde overlegvormen

De processen in externe werkgroepen, waarbij de minister het secretariaat voert, zijn als aparte handelingen omschreven, zij het dat in dit geval de minister nog als actor opereert. Door de minister bij wet of besluit ingestelde interdepartementale of intercollegiale adviescommissies of overlegorganen zijn als aparte actoren opgevoerd, met uitzondering van overlegorganen binnen de Ministerraad. Voor deze organen zij hier verwezen naar het PIVOT-rapport nr. 1, Coördinatie op hoog niveau. Waar dit overleg op lange termijn gestructureerd is, bijvoorbeeld door een convenant of een constituerende resolutie, is gepoogd dit in het rapport nader uit te werken.

Organen, die geen deel uitmaken van het ministerie

In het onderzoek worden ook handelingen van andere overheden en enkele uitvoerende bestuursorganen beschreven. Deze handelingen zijn vastgesteld aan de hand van processen zoals die door de rijksoverheid zijn aangestuurd.

Andere overheden

Met name worden provinciale instellingen in dit verband genoemd. De reden is dat tijdens het onderzoek ook een acquisitiebeleid moest worden vastgesteld ten aanzien van het archief van de provincie Zuid-Holland, waarvoor een selectielijst zou moeten worden vastgesteld. De handelingen van de provincie worden echter niet in de aan dit onderzoek verbonden selectielijsten verwerkt. Gezien de belangrijke administratieve bevoegdheden die de provincie in het kader van het milieubeleid van het rijk heeft toebedeeld gekregen en het belang van de rol van de provincie voor de inzichtelijkheid in de processen, die zich in het kader van het milieubeheer afspelen, is de provincie in het onderzoek meegenomen. Gebleken is dat tal van processen in de dossiervorming van het rijk parallel lopen, of dat tal van handelingen van het rijk pas begrijpelijk kunnen worden beschreven als de rol van de provincie daarbij bekend is.

Zelfstandige bestuursorganen

De uitvoerende bestuursorganen, deels particuliere instellingen, zijn opgevoerd voorzover zij een door de wet- en regelgeving toegewezen of gedelegeerde bevoegdheid (`openbaar gezag') hebben gekregen. Zo is, waar de wet een keuring als voorwaarde voor een vergunning of toelating voorschrijft, de keuringsinstantie als actor vermeld. Deze instellingen hebben de archiefwettelijke verplichting om hun gegevens in goede en geordende staat te bewaren zolang aan hun beschikkingen rechten kunnen worden ontleend. Bijzondere ZBOs zijn convenantsorganen, die veelal geen overheidsorganen zijn, maar wel betrokken zijn bij de uitvoering van milieubeslissingen.

Handeling

Als handelingen worden in de regel processen gedefinieerd, die tot neerslag van gegevens (kunnen) leiden. Wetten en regels kennen aan verschillende actoren bevoegdheden toe om de wet op de een of andere manier toe te passen of om regels te stellen. Meestal is dit een veelheid van bepalingen, die op uitvoeringsniveau tegelijkertijd in een proces worden toegepast. Zo valt de verlening van een vergunning altijd samen met de vaststelling van voorwaarden, die bij een vergunning worden gesteld. Ten aanzien van deze voorwaarden kan dan door een andere overheid nadere kaders en richtlijnen worden gesteld, die in het ambtelijk jargon soms als regelgeving wordt aangeduid. Met name de Europese Unie speelt hierbij tegenwoordig een belangrijke rol door de aanwezigheid van een technische normerings-commissie CEN. De samenhang van kennisuitwisseling en de toepassing van wettelijke regels kan dus tot andere processen leiden dan op het eerste gezicht uit de wet kan worden afgeleid.

Een belangrijk voorbeeld van regelgeving ten aanzien van uitvoeringsprocedures zijn de voorschriften ten aanzien van de milieu-effectrapportage. Dit zijn regels ten aanzien van handelingen van overheidsinstellingen en grote bedrijven ter verkrijging van een milieuvergunning. De gegevens over de toepassing van deze regels zouden zich in beginsel moeten bevinden in de archieven van de aanvragers. Voor het rijk zijn dit de ministeries belast met ruimtelijke ordening, verkeer, waterstaat, landbouw, natuurbeheer en economische Zaken, al dan niet in samenhang met particuliere ondernemingen.

Periode

Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling nog steeds uitgevoerd.

Grondslag/Bron

Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht. Vermeld worden de naam (citeertitel) van de wet, Algemene Maatregel van Bestuur , het Koninklijk Besluit of de ministeriele regeling, het betreffende artikel en het lid daarvan, alsmede de vindplaats, d.w.z. de vermelding van Staatsblad of Staatscourant en wijzigingen in de grondslag of het vervallen hiervan. Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Opmerking

Deze aanvullende informatie wordt slechts in het RIO vermeld en is alleen opgenomen wanneer (een onderdeel van) het handelingenblok toelichting behoeft.

Waardering

Waardering van de handeling in B (bewaren) of V (vernietigen).Indien vernietigen dan vermelding van de vernietigingstermijn. Indien bewaren dan vermelding van het gehanteerde selectiecriterium. Eventueel een nadere toelichting op de waardering.

1.6. Overzicht van actoren onder de zorgdrager minister VROM [Vervallen per 26-04-2009]

De minister, 1945 -

De minister belast met het milieubeheer is achtereenvolgens:

Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid (SZV), 1945-1971

Minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne (VM), 1971-1982

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982- heden

De minister die zorg draagt voor het archief is bijgevolg de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), die tijdens het institutioneel onderzoek en tijdens het driehoeksoverleg bewindsman was,

Als afzonderlijk ambtelijk directoraat functioneerde onder de bovengenoemde ministeries vanaf het aantreden van het kabinet-Biesheuvel in 1971 het Directoraat-Generaal Milieuhygiëne, per 1 januari 1988 functionerende onder de naam Directoraat-Generaal Milieubeheer, is een constante in de ministeriële beleidsvoering.

Dit Directoraat-Generaal werd in 1971 opgericht. Onder dit directoraat kwamen geleidelijk aan sectoren tot stand die leidden tot directoraten als Bodem, Geluid en Afval, die elk met de voorbereiding van een wet bezig waren. In de tussentijd kwamen en gingen er afdelingen als Drink- en Industriewatervoorziening, Technische en Natuurwetenschappelijke Aspecten e.d. Het directoraat onderging tijdens de vaststelling van de nationale milieubeleidsplannen vanaf 1985 voortdurend periodiek interne wijzigingen. Internationale Milieuzaken werd in 1989 een aparte directie, Strategische planning in 1989 ook. In 1990 ontstond een directie Financieel-Economische Aangelegenheden, die later weer verdween in een directie Bestuurszaken. Tijdens de onderzoeksperiode van dit rapport was DGMH verdeeld in de directies Strategische Planning, Bestuurszaken, Internationale Milieuzaken, Afvalstoffen, Bodem, Drinkwater, water en landbouw, Geluid en verkeer, Industriële bedrijven, producten en consumenten, Lucht en energie, Stoffen, veiligheid en straling.

De minister van VROM is thans zorgdrager voor de archieven met betrekking tot milieubeheer. De gegevens die bij zijn voorgangers zouden berusten zijn ingevolge richtlijnen, vastgesteld door de elkaar opvolgende besluiten Algemene Secretarie Aangelegenheden, zoals die gelden vanaf 1980 (Stb. 182), overgedragen aan de minister van VROM, die thans als de in art. 17 van dat besluit aangeduide zorgdrager geldt. Dat geldt ook voor de in dit kader van het beleidsterrein ingestelde advies- en uitvoeringsorganen, die ingevolge instellingsbeschikkingen verplicht zijn om na beëindiging van hun werkzaamheden hun archieven aan de minister over te dragen. De meeste archieven van de hierna genoemde archiefvormers vallen dan ook onder de zorg en/of het beheer van het ministerie van VROM.

In de periode van de voltooiing van dit rapport rond het jaar 2000 is deze samenstelling weer aan wijziging onderhevig: de organisaties binnen het ministerie worden aangepast aan het alsdan geldende Nationaal Milieubeleidsplan, waarbij de archieven de taakstelling volgen. De ambtenaren binnen dit ministerie rouleren en veranderen zelf van taakstelling. Dit vereist - zolang er nog een papieren archief bestaat - een van de beleidsambten scheidbare administratie, waarvan de transparantie mede door de archiefambtenaar wordt bepaald.

Afzonderlijke ministeriële bureaus:

- Fonds Luchtverontreiniging (1970-1993)

vastgesteld krachtens art. 64 van de Wet luchtverontreiniging 1970. Dit fonds had de bevoegdheid schadevergoeding uit te keren aan slachtoffers van luchtverontreiniging. Het fonds werd operationeel in 1972, toen het Besluit fonds luchtverontreiniging werd vastgesteld. De regeling werd herzien in 1990, de schade werd aanzienlijk verminderd.

- Stafbureau Emissierichtlijnen

Het Stafbureau Emissierichtlijnen is een ministerieel bureau dat tot taak heeft periodiek richtlijnen uit te vaardigen die aan de hand van de bestaande techniek kunnen worden aangepast. Deze richtlijnen kunnen voortkomen uit de vastgestelde Nederlandse Emissierichtlijnen (NER) maar ook uit gegevens, verstrekt door de Europese Commissie, de Raad van Europa of de Commission Européenne de Normalisation (CEN) aan de hand van de in Europa vastgestelde stand van de best available technique EuroBAT. De richtlijnen worden toegepast in verband met de toepassing van algemene regels en het vergunningenbeleid ten aanzien van inrichtingen.

Adviescommisies wetten milieubeheer

Adviescommissie Evaluatie Wet Milieubeheer, 1981-1997. De commissie bestond uit vertegenwoordigers van het ministerie VROM en wetenschappers op het gebied van milieu en milieurecht.

Adviesgroep Richtlijnen Emissies (ARE), 1992 -. Deze commissie bestaat uit deel-emers van het bedrijfsleven, lagere overheden en het ministerie. Het overleg vindt plaats, via subgroepen, met het bedrijfsleven over de wenselijkheid en haalbaarheid van de emissierichtlijnen. De resultaten van dit overleg worden vastgelegd in rapporten en concepten voor richtlijnen.

Bestuurscommissie Emissieregistratie Luchtverontreiniging, 1974-1981

Commissies Emisses Lucht (CEL), 1992-1994 . Bestaat uit ambtenaren van de ministers van VROM en EZ, IPO en VNG. Deze commissie keurt aan de hand van de verslaglegging en concepten van het ARE de richtlijnen goed. De vastgestelde richtlijnen worden aangemeld aan de CEN. Vanaf 1 mei 1992 gelden deze richtlijnen als grondslag voor de verstrekking van vergunningen aan inrichtingen voor het uitstoten van stoffen in de lucht. De richtlijnen worden door een stafbureau van het ministerie in regelgeving vastgelegd.

Commissie Evaluatie Wet Geluidshinder, 1983-1985. De commissie is in 1983 ingesteld als evaluatiecommissie krachtens de Wet Geluidhinder met als taak de regels te evalueren. De commissie is opgeheven bij de inwerkingtreding van de Wet Milieubeheer per 1 januari 1994.

Werkgroep Verkeersemissies, 1977-1978

Bedrijfsinterne milieuzorg organen

Programmabureau Bedrijfsinterne Milieuzorg, 1988-1994. Het Programmabureau Bedrijfsinterne Milieuzorg is van 1985 tot 1994 belast met de uitvoering en coördinatie van het activiteitenprogramma en de verdere beleidsvorming met betrekking tot milieuzorg. Bedrijfsinterne milieuzorg wordt nadien een onderdeel van de regelgeving in de Wet milieubeheer.

Projectbureau Milieuzorg, 1988-1994. Uitvoeringsorgaan voor subsidieprojecten in het kader van de notitie Bedrijfsinterne milieuzorg (1988). De subsidies werden overeenkomstig vastgestelde regels uitgekeerd aan de aanvragende brancheorganisaties. Het betreft uitvoeringsprojecten, maar ook door brancheorganisaties aangevangen onder-zoeksprojecten.

Stichting Certificatie Coördinatie Milieuzorgsystemen (SCCM), 1993-. Uitvoerings- en garantieorgaan van Europese richtlijnen inzake milieu-audits (EMAS). Het ontwerpen van milieuzorgsystemen is een handeling van openbaar gezag.

Bestrijdingsmiddelencommissie, 1985-

De Bestrijdingsmiddelencommissie heeft ingevolge de Bestrijdingsmiddelenwet de taak de regering van advies te dienen inzake vraagstukken met betrekking tot bestrijdingsmiddelen. Hierin zijn ook organisaties vertegenwoordigd die zich bezig houden met milieuvraagstukken. De commissie is verplicht te adviseren bij de vaststelling van regels met betrekking tot bestrijdingsmiddelen. Ook kan zij, indien er voor de toelating van bestrijdingsmiddelen een oordeel in het belang van het milieu wordt gevraagd, de minister van advies dienen. In ieder geval nemen in het belang van het milieubeheer deel: de VEWIN, de Stichting Natuur en Milieu. De commissie vraagt met betrekking tot de toelating van bestrijdingsmiddelen ook advies aan de Technische Commissie Bodembescherming.

Bureau Milieugevaarlijke Stoffen, 1986-

Het bureau is ingesteld bij ministeriele regeling van 19 december 1986 (Stcrt 1986, 248). Het handelt volgens een mandaat van de minister van VROM. Het staat onder leiding van twee coördinatoren van het ministerie van VROM en Sociale Zaken. Het bureau is ingevolge de Wet Milieugevaarlijke Stoffen belast met het bijhouden van een register van milieugevaarlijke stoffen, waarin staat geregistreerd: de aard van het gevaar van de stof, de aanwezigheid en de toegestane hoeveelheid per aangemelde inrichting.

De bij het bureau geregistreerde gegevens dienen te worden aangemeld bij de Europese Commissie. Het bureau is verplicht om op aanwijzingen van de Europese Commissie nader onderzoek te laten verrichten naar het mogelijke milieugevaar van deze stof. De bij het bureau aangemelde gegevens hebben de bestemming om daar permanent te worden opgeslagen en zijn gekoppeld aan een EG-netwerk. Milieugevaarlijke stoffen worden uiteindelijk internationaal geregistreerd op de UNEP-lijst. Het bureau verspreidt gegevens die verplicht moeten worden vermeld bij de etikettering van milieugevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld een logo voor Klein Chemisch Afval).

Centrale Raad Milieuhygiëne, 1983-1986

De Centrale Raad Milieuhygiëne, ingesteld krachtens de Wet Algemene Bepalingen Milieubeheer, (Stb.1980,757) was samengesteld uit overheidsinstellingen en inspraakorganen op het gebied van milieubeheer. Hierbij was ook betrokken de werkgroep inzake inspraak en beroep op het gebied der milieuhygiëne. De taak van dit adviesorgaan van het rijk lag op het gebied van wetgeving op het gebied van milieubeheer. De raad hield op te bestaan na invoering van de Wet op het Milieubeheer per 1 januari 1994.

CFK-commissie, 1990-1995

De CFK-commissie is ingesteld door de minister van VROM op 11 oktober 1990 (Stcrt. 205). Zij is samengesteld uit vertegenwoordigers van de rijksoverheid en andere overheden, het bedrijfsleven en de milieu-organisaties. Zij heeft tot taak te adviseren over de uitvoering en eventuele bijstelling van het CFK-actieprogramma, dat de terugdringing en uitbanning van chloorfluorkoolwaterstoffen die de ozonlaag aantasten ten doel heeft. De commissie geeft adviezen met betrekking tot evaluatie van het beleid en bijstelling van het CFK-actieprogramma en de voorgestelde regelgeving. Zij wordt ook ingeschakeld bij subsidieregelingen voor onderzoeks- en demonstratieprojecten. De CFK adviseert de minister ook verplicht bij wettelijke regelingen en bij subsidieaanvragen van ondernemers voor de ombouw van de productiemethode, voor polyurethaan (PUR)-isolatieschuim, voorzover die aan Europese regelgeving moet worden aangepast.

Commissie van Advies Bijdragenbesluit Gemeentelijk Milieubeleid, 1991-1995

De commissie is ingesteld ingevolge een regeling tot uitvoering van de BUGM , Bij-dragenbesluit Uitvoering Gemeentelijke Milieuregelingen, (Stb. 1990, nr. 601) om de minister te adviseren bij gehele of gedeeltelijke negatieve beschikkingen op aanvragen van gemeenten om subsidie voor uitvoering van hun milieubeleid. De commissie werd ingesteld op verzoek van de VNG en waarborgt de belangen van de aanvragers. De regeling gold van 1990 tot 1991 en werd nadien herzien.

Commissies Afvalverwijdering

Adviescommissie Afgewerkte Olie, 1977-1991

Verplicht adviesorgaan met betrekking tot de verwijdering van afgewerkte olie. Later opgeheven omdat procedures met betrekking tot afgewerkte olie zijn verwerkt in algemene regels ten aanzien van tankstations en het Besluit opslaan in ondergrondse tanks (BOOT), Stb. 1993, 46

Afval Overleg Orgaan (AOO ), 1990-

Het Afval Overleg Orgaan (AOO) fungeert sinds 1990 als platform voor bestuurlijk overleg en afstemming tussen rijk, provincies en gemeenten over het afvalbeheer in Nederland. Trefwoorden daarbij zijn samenhang en draagvlak, continuïteit, innovatie en kwaliteit. In de nieuwe samenwerkingsovereenkomst uit 2000 heeft het AOO ook als taak een vloeiende overgang van provinciaal naar landelijk gestuurd afvalbeheer te helpen realiseren. Cruciaal instrument voor toekomstig afvalbeleid is het Landelijk afvalbeheersplan (LAP), opvolger van het Tienjarenprogramma Afval en het Meerjarenplan Gevaarlijke Afvalstoffen. Het Bureau Afval Overleg Orgaan heeft zich ontwikkeld tot een kenniscentrum voor afvalbeheer. Hier is de specifieke informatie, ervaring en deskundigheid samengebald om rijk, provincies en gemeenten te adviseren over een efficiënt en kwaliteitsgericht afvalbeleid.

Het Afval Overleg Orgaan wordt gevormd door vertegenwoordigers van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In het Bestuurlijk Overleg AOO bespreekt een delegatie van het AOO periodiek de ontwikkelingen in de afvalsector met maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Het Afval Overleg Orgaan wordt ondersteund door een eigen, gelijknamig, bureau in Utrecht, gefinancierd door het Ministerie van VROM, dat ca. twintig medewerkers telt. Voor de regionale implementatie is er een Regionaal Afval Overleg Orgaan. Het secretariaat voor de Commissie Verpakkingen, dat zorgdraagt voor handhaving van verpakkingsconvenanten, wordt gevoerd door het Afval Overleg Orgaan. Het AOO heeft een eigen Website, een publicatiereeks en een informatiepunt.

Overige commissies : Commissie Afval, 1970-; Commissie KCA- depots, 1979-1983; Begeleidingscommissie Integrale Verwijdering Chemische Afvalstoffen (Commissie Kolfschoten), 1981-1982; Commissie Opslag Niet-Verwerkbare Chemische Afvalstoffen (Commissie Hofmans), 1979-1982, Adviescommissie Afgewerkte Olie, 1977-1991. Commissie KCA-depots, 1979-1993.

Commissie AWACS, 1990

De commissie samengesteld uit vertegenwoordigers van het ministerie, van de provincie Limburg en van gemeentes, die te maken hebben het de geluidsoverlast door de AWACS, de signalering en waarschuwingstoestellen van de Amerikaanse luchtmacht, gestationeerd op Duitse vliegvelden.

Commissie Bedrijfsinterne Milieuzorgsystemen, 1987-1994

De commissie Bedrijfsinterne Milieuzorgsystemen is ingesteld ingevolge de notitie Be-drijfsinterne Milieuzorg van 1987 als een particulier orgaan van branche-organisaties waarin de minister zitting heeft. Kort daarop in 1988 werd de naam Coördinatiecommissie Bedrijfsinterne Milieuzorgsystemen. Deze commissie staakte per 1 januari 1994 zijn werkzaamheden na de invoering van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Milieubeheer.

Commissie Bescherming Waterleidingbedrijven, 1963-1989

Ingesteld door de ministers van Binnenlandse Zaken en Sociale Zaken (Volksgezondheid) voor de toetsing van beschermingsplannen van waterleidingbedrijven. Deze beschermingsplannen zijn bedoeld in verband met de civiele verdediging van Nederland, maar kunnen ook betrekking hebben op milieurampen. De formele instellingsbeschikking werd in 1975 vastgesteld, maar de commissie was al in 1971 werkzaam. In 1989 werd zij opgeheven.

Commissies bodemsanering

Overlegorgaan Bodemsanering Bedrijfsterreinen (BOB), 1987-1987; De Interdepar-tementale Commissie Bodembescherming (Intercob), 1975-1976 ; Stuurgroep “Tien jaren scenario bodemsanering”, 1986-1989 ; Commissie Bodemsanering in gebruik zijn de Bedrijfsterreinen (BSB), 1989-1991; Werkgroep Bodemsanering (Commissie Welschen), 1992-1993 ; Unisercommissie, 1985-1989.

Commissies drinkwatervoorziening

Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening , 1913-1986

De Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening werd ingesteld in 1913 (KB 17/5/13, no. 46) en opgeheven in 1986. Zij bracht adviezen uit en nam initiatieven op het gebied van financiële voorzieningen voor drinkwatervoorziening in onrendabele gebieden, wateronttrekking aan de bodem, bescherming van waterwinplaatsen, het toezicht op waterleidingbedrijven vanuit hygiënisch oogpunt, verder de organisatie van de openbare drinkwatervoorziening en de zuivering van het oppervlaktewater.

Commissie Drinkwatervoorziening, 1995

De commissie, ingesteld bij de wijziging van de Waterleidingwet in 1994 (art. 2a, 55), na opheffing van de Raad voor de Drinkwatervoorziening, is een op uitvoering gericht adviesorgaan, dat echter de minister ook adviseert over drinkwaterplannen op de middellange termijn.

Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven, 1955-1996

De Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven (COGROWA) werd ingesteld bij art. 2, Besluit van 22 Februari 1955 (Stb. 1955, 61). op basis van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven 1954. Zij adviseert de minister met betrekking tot aanvragen voor vergunningen tot het onttrekken van grondwater voor drinkwater voor menselijk gebruik. De toetsing van deze aanvragen was vooral bedoeld om redenen van watermanagement ten behoeve van de landbouw en de waterschappen en om de aanleg van drinkwaterleidingen te kunnen beheersen. Het secretariaat bestond uit vertegenwoordigers van Rijkswaterstaat, het RIVM en de Landinrichtingsdienst. De commissie, die zich meer en meer moest gaan bemoeien met de problematiek van de kwaliteit van het grondwater door milieuverontreiniging en het vraagstuk van de verdroging, werd opgeheven bij de inwerkingtreding van de Grondwaterwet van 1981 (Stb. 1981, 392). De taken werden geheel overgenomen door de Technische Commissie Grondwaterbeheer (TCGB).

Commissies internationaal milieubeleid

Coördinatiecommissie Internationale Milieuvraagstukken (CIM), 1971-. De CIM heeft als taak de ambtelijke interdepartementale coördinatie betreffende de totstandkoming van het internationaal milieubeleid, de taakverdeling tussen de verschillende internationale milieuorganisaties die zich met milieuvraagstukken bezig houden en het voorbereiden van standpunten van Nederlandse delegaties naar de verschillende internationale organisaties en in bilateraal verband.

Coördinatiecommissie Ontwikkelingssamenwerking (COCOS), 1971- en de Coördinatiecommissie Verenigde Naties en Geassocieerde Organisaties (COCO VNGO), 1971- .

Commissies metingen gevaarlijke stoffen

Coördinatiecommissie Radioactiviteitsmetingen (CCRA), 1963-1974, Coördinatiecommissie voor de metingen van radioactiviteit en xenobiotische stoffen (CCRX), 1974- 1993, Coördinatiecommissie voor de metingen in het milieu (CCRX), 1994.

De CCRA werd in 1963 bij ministeriële beschikking opgericht onder voorzitterschap van de algemeen directeur van het RIV. In 1974 werd deze interdepartementale commissie veranderd in de Coördinatiecommissie voor de metingen van radioactiviteit en xenobiotische stoffen (CCRX; Stcrt 1975, 6). De commissie moest vooral de metingen en meetmethoden van verschillende instituten op elkaar afstemmen. Bij ministeriele regeling van 1 december 1993 (Stcrt. 1993,236) de naam van de commissie veranderd in Coördinatiecommissie voor de metingen in het milieu (CCRX).

Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen, 1986-

De Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen (CPR) is ingesteld door de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Binnenlandse Zaken, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat ten einde hen te adviseren ten aanzien van technische en technisch-organisatorische maatregelen ter voorkoming van ongevallen en rampen veroorzaakt door gevaarlijke stoffen, dan wel ter beperking van de gevolgen van zodanige ongevallen en rampen.

Zij stelt hiervoor richtlijnen op in de vorm van seriepublicaties. Bij de totstandkoming van de richtlijnen wordt invulling gegeven aan het ALARA-principe (As Low As Reasonably Achievable). De commissie speelt een rol bij de normering d.w.z. bij de voorwaarden aan een vergunning verbonden, die nodig zijn ter bescherming van het milieu. Voor zover het verbinden van voorschriften aan de vergunning de nadelige gevolgen, die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, niet kunnen worden voorkomen, moeten aan de vergunning de voorschriften worden verbonden die de grootst mogelijke bescherming bieden tegen die gevolgen, tenzij dat redelijkerwijs niet kan worden gevergd. In het kader van de CPR-richtlijnen is de keuze van het beschermingsniveau in deze belangenafweging niet alleen bepaald door het milieubelang, maar ook door de interne veiligheid en de brand- en rampenbestrijding.

Commissie voor de Milieu-Effectrapportage (Commissie MER), 1986-

De commissie volgt de Voorlopige commissie op, ingesteld bij de wet op de Milieu-effectrapportage (Stcrt.1981, 245). De commissie fungeerde aanvankelijk als adviesorgaan voor de vrijwillige milieu-effectrapporatge, maar werd definitief ingesteld bij de Wet Algemene Bepalingen Milieubeheer (art. 77). De samenstelling bestaat uit personen die door VROM zijn aangewezen. Een werkgroep uit hun midden belast zich met een bepaald MER advies. De commissie brengt advies uit tijdens de procedure van de MER- rapportage, verplicht voor overheden die grootschalige werken entameren, waarvan een effect op het milieu te verwachten valt. De adviezen betreffen met name de richtlijnen vervat in de startnotitie, op te tellen door de aanvragers,volgens welke de alternatieven voor de milieubelasting uitgewerkt kunnen worden, benevens de toetsing van het milieu-effectrapport, waarin het milieubelang operationeel aangegeven is. De commissie levert daarnaast een bijdrage aan inspraak, training en congressen in het kader van de meningsvorming.

Commissie schadeclaims aanleg spaarbeken Brabantse Biesbosch, 1973-1980

Commissie ingesteld bij ministerieel besluit (Stcrt. 1973, 128) om de mogelijkheid te onderzoeken spaarbekkens in te richten in natuurgebieden ter wille van de drinkwatervoorziening. Bovendien onderzoekt deze commissie schadeclaims van belanghebbenden die zich door de aanleg van spaarbekkens voor de drinkwatervoorziening benadeeld achten. Deze schade kon worden veroorzaakt door veranderingen van de grondwaterstroming en de grondwaterstand, welke door de aanleg van deze bekkens konden optreden. De werkzaamheden van de commissie leidden tot een eenmalig rapport.

Commissie Spaarbekken IJsselmeer, 1975

Commissie ingesteld bij ministeriele regeling in Stcrt. 1975, 52 om de mogelijkheid te onderzoeken spaarbekkens in te richten in natuurgebieden ter wille van de drinkwatervoorziening. Hun werkzaamheden duren tot de voltooiing van hun rapport.

Commissie Verpakkingen, 1991-

De leden bestaan uit vertegenwoordigers van de minister van VROM en de organisaties van de verpakkingsbranche. De commissie adviseert en verspreidt richtlijnen voor verpakkingen in het kader van vastgestelde milieuconvenanten. Beschikkingen van de commissie kunnen aan een arbitrage worden onderworpen. De arbitragecommissie bestaat uit drie arbiters van wie er een wordt aangewezen door de minister, een door de verpakkingsbranche en een door de partijen gezamenlijk.

Gezondheidsraad, 1919-

Dit adviesorgaan, ingesteld bij de Gezondheidswet van 1919 (Stb. 1919 / 784) adviseert de minister van VROM over de gezondheidsaspecten van het milieubeleid.

Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne, 1962-

De Inspectie van de Volksgezondheid (sinds 1901) kreeg bij invoering van het Besluit Staatstoezicht Volksgezondheid (1958, Stb. 397) in het jaar 1962 milieuhygiënische taken toebedeeld. De uitgebreide Hinderwet, Waterleidingwet en het Radioactieve Stoffenbesluit legden een basis voor toezicht op het biologische, chemische en fysische milieu. In de loop van de tijd volgde een groot aantal wetten op de gebieden van wonen, water, lucht, bodem, kernenergie, gevaarlijke stoffen, om ten slotte te worden samengevat in de Wet Milieubeheer.

De Hoofd Inspectie Milieuhygiëne (HIMH), en de regionale inspecties in het land hebben geen hiërarchieke verhouding tot de minister. Zij kunnen zelfstandig adviseren en onderzoeken opzetten. Wel worden de adviezen van de regionale inspecties doorgeleid middels de Hoofdinspectie met het oog op de uniformiteit en is het hoofd van de inspectie de plaatsvervangend directeur-generaal van het Directoraat-Generaal Milieubeheer. Een verdere coördinatie is gewaarborgd door het aanstellen van inspecteurs in algemene dienst als sectorhoofden van het DG.

De taken van de inspectie bestaan uit het houden van toezicht op het toepassen van milieuregelingen, het opsporen van overtredingen, het doen van onderzoek (voornamelijk door de HIMH) en het adviseren van de minister en lagere overheden, zowel algemeen in incidentele gevallen, als door het deelnemen aan werkgroepen.

Interdepartementaal Overleg Nationaal Platform Kernongevallen, 1986-

Het Nationaal Platform Kernongevallen is een overlegorgaan dat zich bezig houdt met de voorbereiding van maatregelen bij kernongevallen en radioactieve straling.

Nationale Onderzoekprogramma's, 1985-

Nationale onderzoeksprogramma's (NOP's) zijn interdepartementale overlegorganen die op systematische wijze opdrachten geven aan onderzoeksinstituten. Een belangrijke instelling die daarbij betrokken is is de Nederlandse organisatie TNO. De resultaten worden verwerkt in rapporten die kunnen leiden tot maatregelen op uiteenlopende beleidsterreinen zoals regelgeving, normeringsinstructies of andere beleidsinstrumenten -.

Het gaat dus om onderzoek die aan de beleidsvorming vooraf kan gaan. De onder-zoeksprogramma's hadden aanvankelijk ondersteuning van industrialisatie ten doel, zodat met name de onderzoeksprogramma's op het gebied van energiebronnen door het ministerie van Economische Zaken worden aangestuurd. Bij de vaststelling van deze programma's zijn echter ook andere ministeries betrokken. Zo is in het kader van het Nationaal Onderzoekprogramma Kolen (NOK), het Nationaal Onderzoekprogramma Hergebruik Afval (NOH) en Nationaal Onderzoekprogramma Straling (NOS) de milieuverontreinigende emissie steeds actueler geworden. Ook zijn de ministeries van Volksgezondheid en Landbouw bij deze onderzoeksprogramma's betrokken. De hier beschreven onderzoeksprogramma's betreffen thema's inzake milieubeheer, waarvoor de minister van VROM zorgdrager is van de archieven. Te onderscheiden zijn de volgende onderzoekprogramma's:

NOPMLK Nationaal Onderzoeksprogramma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering, 1985 - .

NOV Nationaal Onderzoeksprogramma Verspilling, 1985 - .

NOK Nationaal Onderzoeksprogramma Kolen, 1985 - .

NOH Nationaal Onderzoeksprogramma Hergebruik Afvalstoffen, 1985 -

NOS Nationaal Onderzoeksprogramma Straling, 1985 - .

SOB Interdepartementale Stuurgroep Onderzoek Bodemecologie, 1985-1990.

Projectgroep KWS 2000, 1989-

Dit project begeleidt de terugdringing van de emissies van koolwaterstoffen. Het doel is in 2000 de uitstoot verminderd te hebben tot de helft van de hoeveelheid die in 1981 was vrijgekomen De projectgroep wordt geleid door een stuurgroep, waarvoor de minister van VROM de voorzitter en twee leden levert en de minister van EZ een lid. De stuurgroep, die zich vooral bezig houdt met strategische planning, vergadert minimaal eenmaal per jaar. De projectgroep zelf heeft een gelijkaardige vertegenwoordiging. Voor het overige zijn deze instanties samengesteld uit vertegenwoordigers van het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het overlegorgaan VOS van de samenwerkende VNO en NCW en het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond. De projectgroep wordt door het ministerie van VROM bekostigd. In de stuurgroep zijn ook consumentenorganisaties vertegenwoordigd.

De projectgroep benoemt taakgroepen, die zich bezig houden met het voorbereiden van de maatregelen en maatregelgroepen, die belast zijn met de implementatie van de afspraken en de controle / evaluatie. De taakgroepen, in 1989 al bestaande uit 15 stuks, hebben tot doel de emissie te reduceren van bepaalde categorieën bedrijven.

Raad voor de Drinkwatervoorziening, 1957-1994

De Raad voor de Drinkwatervoorziening, ingesteld bij de Waterleidingwet (Stb. 1957, 150, art. 2) adviseerde de minister en de provinciale en gemeentebesturen inzake de toepassing van de Waterleidingwet. In 1986 werden deze instellingen samengevoegd met de Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening. De adviserende taak van de raad werd namelijk uitgebreid, zodat hij ook advies kon uitbrengen omtrent andere onderwerpen betreffende de drinkwatervoorziening. De Raad werd in 1994 opgeheven en bij de Wet Versobering Adviesorganen VROM veranderd in een op uitvoering gericht adviesorgaan, de Commissie Drinkwatervoorziening. Het archief van de Raad voor de Drinkwatervoorziening is overgedragen aan de minister, belast met volksgezondheid.

Raad (inzake) voor de Luchtverontreiniging, 1963 -1981

De Raad inzake de Luchtverontreiniging, ingesteld bij KB (Stb. 1963/ 319) adviseerde aanvankelijk over de toepassing van de Hinderwet op de luchtverontreiniging. Na de inwerkingtreding van de Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580) was dit het toetsingskader voor de Raad voor de Luchtverontreiniging. De raad ging op in de Voorlopige Centrale Raad voor het Milieuhygiëne in 1981.

Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO), 1988-

De Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (ingesteld bij KB. van 5 mei 1988, Stb. 213) is kabinetsbreed samengesteld uit ministeries van VROM, Verkeer en Waterstaat, Landbouw en Visserij, Volksgezondheid en Economische Zaken. Deze leden mogen drie vertegenwoordigers benoemen, de overige ministeries een. Het secretariaat berust bij het ministerie van VROM, dat ook zorg draagt voor de blijvende bewaring van het archief. De RMNO is gevestigd te Rijswijk.

Raad voor het Milieubeheer (RMB), 1993-1996

Ingesteld bij de Wet op het milieubeheer van1993. Functioneerde als adviesorgaan van de minister van VROM over de hoofdlijnen van het te voeren milieubeleid, dus inzake de tot stand te brengen nationale milieubeleidsplannen en -programma's. Ook adviseert zij in het belang van het milieubeheer inzake te nemen (majeure) beslissingen op andere beleidsterreinen. Tevens dient de raad de Staten-Generaal van advies bij wetten inzake of in het belang van het milieubeheer. Bij deze raad zijn ook ambtenaren van andere ministeries betrokken. De raad is heeft een taak bij de voorbereiding en evaluatie van het Nationaal Milieubeleidsplan en van belangrijke wijzigingen in de Wet Milieubeheer en andere milieuwetten. Het secretariaat wordt gevoerd bij het ministerie van VROM.

De Raad voor het Milieubeheer is samen met de Raad voor de Volkshuisvesting en de Raad voor de Ruimtelijke ordening opgegaan in de VROM-raad, ingesteld bij wet, (Staatsblad 1996, 1551), en is werkzaam met ingang van 1 januari 1997. De Raad voor de Volkshuisvesting, de Ruimtelijke Ordening en het Milieubeheer heeft tot taak regering en parlement te adviseren over de duurzame kwaliteit van de leefomgeving vanuit een brede benadering.

Rijksinstituut voor de Drinkwatervoorziening, 1913-1983

Het instituut verrichtte onderzoek op gezondheids aspecten van de drinkwatervoorziening. Het archief van het instituut is gedeponeerd bij de rechtsopvolgers van het ministerie van VROM, het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC, 1983-1994), respectievelijk van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS 1994-).

Rijksmilieuhygiënische Commissie (RMC), 1984-

De Rijksmilieuhygiënische Commissie (RMC) werd op 25 juli 1984 (Stb, 373) ingesteld als rechtsopvolger van de ICMH en diverse andere sectorale coördinatiecommissies, die onder meer betrokken waren bij het interdepartementaal overleg inzake integrale milieubeleidsplannen (Stb. 1984, 373). Haar taak is het coördineren van interdepartementaal overleg en het adviseren van de vakministers. Zij is de coördinator voor de opstelling van nationale milieubeleidsplannen op interdepartementaal gebied en het voorportaal van de Onderraad voor de Ruimtelijke Ordening van de Milieuhygiëne van de Ministerraad.

Rechtsvoorgangers zijn: de Interdepartementale Coördinatiecommissie voor de Milieuhygiëne (ICMH), 1971-1984, de Interdepartementale Commissie Kernenergie,1972-1985 en de Interdepartementale Commissie Geluidhinder 1972-1985. De archieven zijn gedeponeerd in het archief van de Rijksmilieuhygiënische Commissie.

Technische Commissie Bodembescherming, 1987-

De Technische Commissie Bodembescherming werd ingesteld bij een KB gepubliceerd in de Staatscourant 247 van 1986,. Deze commissie trad op als toegepast natuurweten-schappelijk adviesorgaan bij de uitvoering van regels inzake de bodembescherming. De adviezen betreffen wet- en regelgeving op het gebied van bodembescherming en verzoeken aan het ministerie van Landbouw om ontheffing van uitrijverboden voor mest.

Saneringscommissie Rijnmondgebied, 1972-1977

Werkzaam als onderzoekscommissie voor sanering van de Rijnmond als luchtverontreinigingsgebied.

Stichting Certificatie Milieuzorgsystemen, 1993

De stichting houdt zich bezig met het certificiëren van bedrijven die het Europese Milieuzorg- en Auditsysteem (EMAS) volgen.

Stichting Groen Label,1993-

De Stichting Groen Label is in 1993 ingesteld in het kader van het Convenant Groen Label, met als doel certificaten uit te reiken voor bepaalde modellen van veehouderij. Het certificaat geeft aan de veehouder de garantie dat zijn stal voldoet aan de milieuvoorwaarden.In het stichtingsbestuur hebben de minister van VROM en de minister van LNV zitting.

Stichting Milieukeur (SMK), 1992-

Is bevoegd om in het kader van Europese verordeningen aangewezen om Nederlandse en Europese milieukeuren toe te kennen aan producten. Deze keuren kunnen worden gekoppeld aan nadere stimuleringsacties van de Nederlandse regering om milieuvriendelijke en/of energiebesparende producten aan te schaffen.

Stichting (Vaste) Verwijdering Afvalstoffen, 1969-1981

De Stichting Vaste Afvalstoffen ging in 1969 over van het ministerie van Landbouw en Visserij naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waaronder toen milieuhygiëne viel en werd hernoemd Stichting Verwijdering Afvalstoffen, onder het ministerie van VROM in 1971. De stichting adviseerde als zelfstandig onderdeel van het ministerie op basis van onderzoek over de wijze van afvalstoffenverwijdering en legde daarmee de basis voor de kennis op dit gebied. In 1981 werd de organisatie omgezet in het Instituut Voor Afvalstoffenonderzoek, dat kort daarna opging in het Rijks Instituut voor Milieuhygiëne (RIVM).

Stuurgroep Klein Chemisch Afval, 1979-

De Stuurgroep KCA heeft als taak om te adviseren op welke in de handel zijnde producten logo's moeten worden geplaatst voor klein chemisch afval. Klein chemisch afval kan afzonderlijk worden ingezameld, zodat maatregelen kunnen worden genomen om te voorkomen dat het in het milieu wordt verspreid.

SStuurgroep Project Probleemverkenning Overheidsoptreden Bijzondere Milieuomstandigheden (POMB), 1990-

Tijdelijke interdepartementale commissie met betrekking tot rampenbestrijding inzake milieubeheer, die op dit punt informeel overleg voert.

2. Lijst van afkortingen [Vervallen per 26-04-2009]

AER: Algemene Energieraad

AID: Algemene Inspectiedienst van de Landbouw

AMVB: Algemene Maatregel van Bestuur

ANCAT: group of experts on Abatements of Nuisances Caused by Air Transport

ANWB: Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB (vroeger: Algemene Nederlandse Wielrijders Bond)

AOO.: Afval Overlegorgaan

APK: Auto Periodieke Keuring

ARE: Adviesgroep Richtlijnen Emissies

ARN: Auto Recycling Nederland

AROB: Administratieve Rechtspraak Openbaar Bestuur

Aw: Afvalstoffenwet

AWACS: Airborn Warning And Control System

AWB: Algemene Wet Bestuursrecht

B en W: Burgemeester en Wethouders

BAT: Best available technique

BCRS: Begeleidingsgroep National Remote Sensing Program

BEB: [Directoraat-Generaal] Buitenlandse Economische Betrekkingen

BEES: Besluit Emissie-eisen Stookinstallaties

Benelux: Belgisch-Nederlands-Luxemburgse Douaneovereenkomst

BGM: Bijdrageregeling Gebiedsgericht Milieubeleid 1996.

BIM: Bedrijfsinterne Milieuzorg

BiZa: Binnenlandse Zaken, ministerie

BMP: Bedrijfsmilieuplan

BMT: Bijdragenbesluit Milieugerichte Technologie

BMZ: Bedrijfsintern milieuzorgsysteem

BOB: Overlegorgaan Bodemsanering Bedrijfsterreinen

BOK: Beheerscommissie Overdracht Kwaliteitsgegevens (drinkwatervoorziening)

BOOT: Besluit Opslag Ondergrondse Tanks

Bovag: Bond van garagehouders

BSB: Bodemsanering (in gebruik zijnde) bedrijfsterreinen

BSD: Basisselectiedocument

BSV: Bureau Sanering Verkeerslawaai

BUGM: Bijdragenbesluit uitvoering gemeentelijk milieubeleid

BW: Burgerlijk Wetboek

BZ: Buitenlandse Zaken, ministerie

BZ: Directoraat Bestuurszaken/VROM

BZK: (Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CAEP: Committee on Aviation Environmental Protection

CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek

CCMS: Committee on the Challenges of Modern Society (NATO)

CCRA: Coördinatiecommissie Radioactiviteitsmetingen

CCRX: Coördinatiecommissie voor de metingen van radioactiviteit en xenobiotische stoffen,

CCRX: Na 1994: Coordinatiecommissie voor de metingen in het milieu

CEIA: Coöordinatiecommissie voor Europese Integratie en Associatieproblemen

CEL: Commissie Emissie Lucht

CEMT: Conference Européenne des Ministres de Transports

CEN: Commission Européenne de Normalisation

CENELEC: Commission Européenne de Normalisation voor electrische apparaten

CFK: Chloorfluorkoolwaterstoffen

CHG: Centrum Hergebruik Grond

CIM: Coördinatiegroep Integratie Milieubeleid / Coördinatiecommissie Internationale Milieuvraagstukken

CRMH: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

CITES: Convention on the International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora

COCA: Coördinatie-Overleg Civiele Acties

COCO VNGO: Interdepartementale coördinatiecommissie van de VN en de Gespecialiseerde Organen.

CoCo: Coördinatiecommissie van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor Nederlands vertegenwoordigingen op beleidsterreinen van vakministers

CoCo: Ook: Interdepartementale coördinatiecommissie voor EEG/EU-instellingen (= CEIA).

COCOS: Coördinatiecommissie Ontwikkelingssamenwerking

COGROWA: Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven

COREPER: Comité de Representants Permanents (bij de EU-raad van ministers)

COVRA: Centrale Organisatie voor Radioactief Afval n.v.

CPR: Commissie Preventie Rampen

CRM: (Ministerie van) Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk

CRPPH: Committee on Radiation protection and Public Health

CSD: Higbh Level Commission on Sustainable Development

CTI: Climate Technology Intiative

dB: Decibel

Db: Directie Bodem

DCC: Departementaal Coördinatiecentrum

DCC: Departementaal Coördinatiecentrum (rampenbestrijding)

DGM: Directoraat-generaal Milieubeheer

DGMH: Directoraat-generaal Milieuhygiëne

DGVH: Directoraat-generaal voor de Volkshuisvesting

DIV: Documentaire informatieverzorging

DJZ: Directoraat Juridische Zaken

DLO: Dienst Landbouwkundig Onderzoek.

DNA-commissie: Commissie ter bestudering van de maatschappelijke en ethische aspecten van werkzaamheden met erfelijk materiaal

DOCI: Duurzaam Overleg Chemische Industrie

DORA: Commissie Diepzee Opberging Radioactief Afval

DROM: Project Deregulering Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

DSM: chemische onderneming (Dutch State Mines) voorheen De Staatsmijnen

DUIV: Overlegorgaan van het departement (van VROM) , de Unie van Waterschappen, het IPO en de VNG

DWL: Directoraat Drinkwater, Water en Landbouw

EB/LRTAP: Executive Body van het Verdrag van Geneve

ECAC`: European Civil Aviation Conference

ECD: Economische Controledienst

ECEH: Europees Centrum voor Volksgezondheid en Milieuhygiene/Euroean Centre for Environment and Health

ECN: Energie-centrum Nederland

EEG: Europese Economische Gemeenschap

EGA: Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom)

EGKS: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

EMA: Europees Milieu Agentschap

EMAS: Europees Milieuzorg- en Audit Systeem

EMEP: Evaluatie van luchtverontreiniging op lange afstand.

ENBB: Expertisenetwerk Bodembescherming

ENV: Europese Norm voor Vuilverbranding

ENVIDI: Environmental data emergency

EPA: Environmental protection Agency van de Verenigde Staten (Inspectie milieubeheer)

EPOC: Milieubeleidsgroep van de OESO.

EPOCH: European Programme on Climatology and Natural Hazards

ER: Emissieregistratie (monitoringsafdeling van de inspectie)

ERL: Emissieregistratie van luchtverontreinigende stoffen

EU: Europese Unie

EUREM: Europese emissierichtlijnen

EVA: Europese Vrijhandelsorganisatie

EVOA: EG-verordening inzake de Overbrenging van Afvalstoffen

EVR: Externe Veiligheidsrapport

EZ: (Ministerie van) Economische Zaken

FAO: Food and Agricultural Organization/ Wereldvoedselorganisatie

FEA: Financieel-Economische Aangelegenheden

FES: Fonds Economische Structuurversterking

FNV: Federatie van Nederlandse Vakverenigingen

FOI: Facilitaire Organisatie Industrie

FUN: Financiering Uitvoering Nationale Milieubeleidsplannen

GATT: General Agreement on Tariffs and Trade

GEF: Global Environment Facility

GET: Global Environmental Trust Fund

GFT: Groente-, Fruit- en Tuinafval

GKN: Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland bv.

GKN: N.V. Gemeenschappelijke Kernenergiecentrale Nederland

GL: Normen Goede Laboratoriumpraktijk

GMK: Gemeentelijke verkeersmaatregelenkaart

GS: Gedeputeerde Staten

GV: Directoraat Geluid en Verkeer

HIMH: Hoofdinspectie van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

HOP: Handhavings- en opsporingsteams

HUP: Hinderwet-uitvoeringsprogramma

HVRA: (Commissie) Heroverweging Verwijdering Radioactief Afval

HVRA: Commissie Heroverweging Verwijdering Radioactief Afval

IAEA: International Atomic Energy Agency / Internationaal agentschap voor atoomenergie

IAV: Interim-wet Ammoniak en Veehouderijen

IBC: Isolatie, beheersing en controle (van gesaneerde bodem in een nazorgfase)

IBPC: Directoraat Industrie, Bedrijven, Producten en Consumentenbeleid

IBS: Interimwet Bodemsanering

IC: Innovatiecentrum

ICAO: International Civil Aviation Organisation / Internationale burgerluchtvaartorganisatie

ICI: Interservice Controleploeg Ioniserende Stralen

ICMH: Interdepartementale Coördinatiecommissie voor de Milieuhygiëne

IGB: Inspectie Gezondheidsbescherming

ILO: International Labour Organization

ILONA: (Commissie) Integraal Landelijk Onderzoek Nucleair Afval

IMAG: Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen

IMP: Indicatief Meerjarenprogramma

IMPEL: European Network for the implementation and Enforcement of Environmental Law

IMT: Integrale milieutaakstelling

IMZ: Directoraat Internationale Milieuzaken

INNAS: (keuring voor brandstoffen)

Intercob: Interdepartementale Commissie Bodembescherming

INVO: Inventariserend Onderzoek

IOC: Interdepartementaal Overleg Crisisbeheersing

IPCC: Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering

IPCS: International Program on Chemical Safety

IPO: Interprovinciaal Overleg

IPO-MJP: Interprovinciaal Meerjarenplan

IPPC: Integrated Pollution Prevention and Control (communautair)

IRC: Internationale Rijncommissie

IRFTC: International Register of Potentially Toxic Chemicals van de U.N.

ISDIV: Informatiesysteem Drink- en Industriewatervoorziening

ISO: Internationale Organisatie voor Standaardisatie

ITH: Internationale Technische Hulp

ITTA: International Tropical Timber Agreement

IVA: Instituut voor Afvalstoffenverwerking

IVAM: Interfacultaire Vakgroep Milieukunde

IWC: International Whaling Commission

JIP: Joint Implementation Programme

JOULE: Afkorting voor Europese projecten inzake duurzame energie

KB: Koninklijk Besluit

KCA: Klein chemisch afval

KdK: Kabinet van de Koningin

KEMA: Keuringsinstituut voor Elektrische Materialen

KEW: Kernenergiewet

KIVI: Koninklijk Instituut van Ingenieurs

KIWA : Keuringsinstituut voor Waterleidingapparatuur

KL: Koninklijke Landmacht

KLM: Koninklijke Luchtvaart Maatschappij

Klu: Koninklijke Luchtmacht

KNMI: Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.

KNOV: Koninklijk Nederlands Ondernemersverbond

KWS: Koolwaterstoffen

LASOM: Landelijke stuurgroep onderzoek milieuhygiene

LCCA: Landelijke Coördinatie Commissie Afvalbeleid

LCCM: Landelijke Coördinatiecommissie Milieuwethandhaving

LE: Directoraat Lucht en Energie

LIFE: Financial Instrument for the Environment (voor demonstratie van technologieprojecten)

LNV: (Ministerie van) Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

LOVRA: Commissie Locatiekeuze voor Radioactief Afval

LPG: Liquid Propgaangas

LRTAP: Verdrag van Geneve inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging

MAP: Meerjaren Aktieplan

MBT: Milieubijstandsteam

MER: Milieu-effectrapport(age)

Micob: Ministeriële commissie voor de bodembescherming

MINISK: Commissie Mogelijkheden Interimopslag in Nederland van Bestraalde Splijtstofelementen en Kernsplijtingsafval

MIT: Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport

MJA: Meerjarenafspraak van EZ met een bedrijfstak op het gebied van energiebesparing

MJP-G: Meerjarenplan gewasbeschermingsmiddelen

MKB: Midden- en kleinbedrijf, Organisatie voor het

MoU: Memorandum of Understanding

MSW: Monitoringssysteem Water

MUP: Milieu Uitvoerings Programma

MVEG: Motor Vehicle Emission Group (EU)

MW: Megawatt

NA

NATO: Nationaal Archief

Noordatlantische Verdragsorganisatie

NCC: Nationaal Coördinatiecentrum (rampenbestrijding)

NDKK: Niederländisch-Deutschen Kommission fur grenznahe Kerntechnische Einrichtungen

NEN: Nederlandse Norm

NEOM: Nederlandse Energie Ontwikkelings Maatschappij

NER: Nederlandse Emissierichtlijnen

NMP: Nationaal Milieubeleidsplan

NNI: Nederlands Normalisatie Instituut

NOBIS: Nederlands Onderzoek Biologische In Situ Sanering

NOH: Nationaal Onderzoeksprogramma Hergebruik Afval

NOK: Nationaal Onderzoeksprogramma Kolen

NOP: Nationaal Onderzoeksprogramma

NOP-MLK: Nationaal Onderzoeksprogramma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering

NOV: Nationaal Onderzoeksprogramma Verspilling

NOVEM : Nederlandse Onderneming Voor Energie en Milieu NV

NOVOK: Nederlandse Organisatie van Olie- en Kolenhandelaren

NOZ: Nationaal Onderzoeksprogramma Zonne-energie

NPK: Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding

NRSP: National Remote Sening Programma

NUBI: Nederlandse Unie voor Bio-industrie

NVN: Nederlandse Voornorm

NWO: Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek

NZMC: Noordzeeministersconferentie

OC: Onderzoekscommissie

OCC: Olie Contact Commissie

OECD: Organisation for Economic Cooperation and Development

ONRI: Orde van Nederlandse Raadgevende Ingenieurs

OOR: Openbaar Orgaan Rijnmond

OOR: Overleg Omgevingshinder Railverkeer

OPLA: Commissie Opberging te Land (voor nucleair afval)

OP-team: Onderhandelings- en procesteam bij verplichte bodemsanering

OSCOM: Commissie inzake het verdrag van Oslo inzake de Noordzee

OSPARCOM: Commissie inzake het verdrag van Oslo en Parijs inzake de Noordzee

PAN: Pesticides Action Network

Pb EG: Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen

PBTS: Programmatische Bedrijfsgerichte Technologie Stimulering Milieutechnologie

PCB's: Pentachloorbifenylen

PEO: Projectbeheerbureau Energieonderzoek

PET: Polyurethaanthalamide (plastic)

PIC: Prior Informed Consent (goederentransport)

PIM: Project Integratie Milieubeleid

PIOFA: Personeel, Informatie, Organisatie, Financiën, en Automatisering

PITER: Pilotproject Informatievoorziening, Telecommunicatie Rampenbestrijding

PIVOT: Project Invoering Verkorting Overbrengingstermijn

PKB: Planologische Kernbeslissing

PMB: Provinciaal Milieubeleidsplan

POBM: Probleemverkenning Overheidsoptreden Bijzondere Milieuomstandigheden

PREMOVER: Project Evaluatie en Monitoring Verstoringsdoelstellingen

PRIMA: Project Milieubesparende Assortimenten

PRIMUS: Project Implementatie Uitvoerbaarheids- en Handhaafbaarheidstoets

PRISMA: Projectgroep in samenwerking met afval

PSI: Project Sanering Industrielawaai

PSO: Programma Samenwerking Oost-Europa

PZEM: Provinciale Zeeuwse Elektriciteitsmaatschappij

R&D: Research and Development / Onderzoek en ontwikkeling

RAI: Vereniging importeurs, fabrikanten en dealers van voertuigen

RAOO: Regionaal afvaloverlegorgaan

RARO: Raad voor de Ruimtelijke Ordening

RAROM: Raad voor de Ruimtelijke Ordening en het Milieubeheer

RCN: Reactorcentrum Nederland, Petten

RDW: Rijksdienst voor het Wegverkeer

REA: Raad voor Economische Aangelegenheden

REIA: Raad voor Europese en Internationale Aangelegenheden

REWAB: Registratie en verwerking van gegevens door waterleidingbedrijven

REZ: Raad voor Europese Zaken

Rgd: Rijksgebouwendienst

RIC: Regionaal innovatiecentrum

RID: Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening

RIKILT: Rijkskwaliteitsinstituut Land- en Tuinbouwproducten

RIKZ: Rijksinstituut voor Kust en Zee

RIMH: Regionale inspectie voor milieuhygiëne

RIO: Rapport Institutioneel Onderzoek (PIVOT-rapport)

RIV: Rijksinstituut voor Volksgezondheid

RIVM: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne

RIZA: Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling

RLD: Rijksluchtvaartdienst

RMB: Raad voor het milieubeheer

RMC: Rijksmilieuhygiënische Commissie

RMNO: Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek

ROM-gebied: Ruimtelijke ordenings- en milieugebied (aangewezen in nota's Ruimtelijke Ordening)

RPC: Rijksplanologische Commissie

RTSG: Radioactive Transport Study Group

RWMC: Radioactive Waste Management Committee

RWS: Rijkswaterstaat

SAVM: Standaard Aannemingsvoorwaarden Mestbassins

SBK: Stichting Bouwkwaliteit

SCCM: Stichting Certificatie Coördinatie Milieuzorgsystemen

SCG: Servicecentrum Grondreiniging.

SELA: Bijdrageregeling schonere en lawaaiarme vrachtwagens en bussen

SENTER: Subsidieorgaan van het ministerie van EZ op het gebied van energie en milieu, techniek en export.

SEP: Samenwerkende Electriciteitsproducenten

SER: Sociaal-Economische Raad

SERO: Stuurgroep energiebesparing in de ruimtelijke omgeving

SETAC: Society of Environmental Toxicology and Chemistry

SMK: Stichting Milieukeur

SMO.: Stichting Milieucontact Oost-Europa

SMT: Stimuleringsregeling milieutechnologie

SodM: Staatstoezicht op de Mijnen

Stb: Staatsblad

Stcrt: Staatscourant

STEK: Stichting Erkenningsregeling voor de Uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf

STEP: Science and Technology for Environmental Protection

STER: Stimuleringsregeling voor technologie voor emissiereductie

STHH: Stuurgroep Handhaving (DUIV-overleg)

STRAM: Stuurgroep regeling algemeen milieubeleid (DUIV-overleg)

STUA: Stuurgroep Afvalverwerking (DUIV-overleg)

STUBOWA: Stuurgroep Bodem en Water (DUIV-overleg)

SUBAT: Stichting Uitvoering Bodemsanering Amovering Tankstations

SVA: Stichting Verwijdering Afvalstoffen

SVEN: Stichting Voorlichting Energiebesparing Nederland

SVS: Directoraat Stoffen, Veiligheid en Straling

SZV: (Ministerie van) Sociale Zaken en Volksgezondheid

SZW: (Ministerie van) Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TA: Technical Assistance

TAGOS: Technische Assistentie Gemenebest van Onafhankelijke Staten

TCB: Technische Commissie Bodembescherming

TCGB: Technische Commissie Grondwaterbeheer

TH: Technische hulpverlening

TIG: Technische Informatiegroep (rampenbestrijding)

TK: Tweede Kamer der Staten-Generaal

TNO: Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek

TOJI : Werkgroep Toepassing en Ontwikkeling Juridische Instrumenten

TOP: Tijdelijke opslagplaats voor verontreinigde bodems

Trb: Traktatenblad

Ugilec 141: Dichloorbenzyldichloortoluenen

UNO: United Nations Organization / Verenigde Naties

UNCED: VN Conferentie over milieu en ontwikkeling / UN Conference on Environment and Development

UNCHE: United Nations Conference on the Human Environment

UNCSD: UN-Commission for Sustainable Development

UNCTAD: United Nations Conference on Trade and Development

UNEP: United Nations Environmental Promgramme

UNESCO: United Nations Education and Science Organization

UNO: Verenigde Naties

UNSCEAR: UN- Scientific Committee on the Effects of Atomic Radiation

UvW: Unie van Waterschappen

V&W (Ministerie van) Verkeer en Waterstaat

VAM: Verenigde Afvalverwerkingsmaatschappijen

VAMIL: Vervroegde afschrijving milieu-investeringen

VAR: Vergunningen en Algemene Regels

VBG: Reglement betreffende het vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen

VEGIN: Vereniging van Exploitanten van Gasbedrijven in Nederland

VELG: Stuurgroep verkeer, energie lucht en geluid van het DUIV-overleg

VEWIN: Vereniging van Waterwinningsbedrijven

VINEX: Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra

VLG: Reglement betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen

VM: (Ministerie van) Volksgezondheid en Milieuhygiëne

VMK: Verkeersmilieukaart

VN: Verenigde Naties

VNCDO: VN-commissie voor duurzame ontwikkeling

VNG: Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VNO/NCW: Raad van Nederlandse Werkgeversbonden

VOGM: Vervolg-bijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid

Voramp: Voorlichting bij grootschalige incidenten en rampen

VOS: Vluchtige Organische Stoffen

VPR: Voorlopige praktijkrichtlijnen

VROM: (Ministerie van) Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

VS: Verenigde Staten van Amerika

VSG: Reglement betreffende het vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen

VVAV: Vereniging van Afvalverwerkers

VWS: (Ministerie van) Volksgezondheid, welzijn en sport

Wabm: Wet Algemene Bepalingen Milieuhygiëne

Wabo: Waterbodem

WBB: Wet Bodembescherming 1987

WBB+: Wet Bodembescherming 1992

Wca: Wet chemische afvalstoffen

WED: Wet op de economische delicten

WERM: Waal-Eem-Rijn-Maashaven

WHO: Wereldgezondheidsorganisatie

WHO/ECEH: Europees centrum voor volksgezondheid en milieuhygiëne

WHVZ: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden

WIS: Werkgroep Inwerkingtreding Saneringsregeling

Wm: Wet Milieubeheer

WMB: Werkgroep Milieubiotechnologie (intern VROM)

WMO: World Meteorological Organization

WMPG/OESO: Waste Management Policy Group/OESO.

WTO: Wereldhandelsorganisatie.

WVC: (Ministerie van) Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

WVO: Wet verontreiniging oppervlaktewateren

WVZ: Wet Verontreiniging Zeewater

WWW: World Weather Watch

ZWO: Nederlandse organisatie voor Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek

3. Handelingen minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) [Vervallen per 26-04-2009]

3.1 Beleidsplanning

3.1.1 Algemene beleidsbepaling

3.1.1.1 Algemeen

1

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van algemeen beleid op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1945-

Producten: Naar milieubeleidsruimte voor biodiversiteit in Nederland (1994)

Beleidsuitvoering milieukwaliteitsdoelstellingen (7 juli 1994)

Opmerking: Voor het ontwikkelen, opzetten en evalueren van specifieke beleidsinstrumenten zie de desbetreffende hoofdstukken. Deze beleidsnota's hebben de volgende functies:Het ontwerpen van instrumentaria voor de opstelling van beleidsinstrumenten.Voorbeelden zijn: -Urgentienota Milieuhygiëne 1972, Actieprogramma Deregulering Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer DROM, -Plan Integratie Milieubeleid, 1983.Het formuleren van beleid inzake concrete vraagstukken:Voorbeelden zijn: -Nota energiebesparing, -Nota Sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving Kamerstukken II 1978-1979 15 657, -Integrale nota LPG. 2 februari 1984, -Nota omgevingsbeleid, -Duurzaam nationaal inkomen.

Waardering: B (1 1994)

3

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid met betrekking tot algemene onderwerpen op de terreinen van geluid en verkeer.

Periode: 1975-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Structuurschema Verkeer en Vervoer

Producten: Nota Verkeer en milieu

Nota Maximum snelheid

nota's m.b.t. externe veiligheid

nota's m.b.t. het fiscaal beleid inzake verkeer en vervoer

Waardering: B (1 1994)

4

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake bodembescherming.

Periode: 1975-

Producten: Brief van 3 oktober 1975 inzake de bodembescherming

Voorlopig Indicatief Meerjarenprogramma Bodemsanering 1984-1988, (Handelingen TK 1982-1983, 17 600-XI, nr. 130)

Waardering: B (1 1994)

5

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid op terreinen van stralingsgevaar.

Periode: 1975-

Grondslag/Bron: NMP,(1986).

Structuurschema Verkeer en Vervoer.

Producten: Nota Omgaan met risico's van straling

Opmerking: Als contactorgaan functioneert mede de Raad voor de Kernenergie.

Waardering: B (1 1994)

6

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake milieugevaarlijke stoffen

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: NMP (1986)

Producten: Notitie Milieugevaarlijke stoffen, 28-2-1979 (Handelingen TK 1978-1979, 15 566, nrs. 1-2)

Rapport Cadmium in het milieu (Handelingen TK 1983-1984, 18 364)

Beleidsstandpunt cadmium

Waardering: B (1 1994)

7

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake afvalstoffen.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Voorontwerp Wet bodembescherming, Memorie van Toelichting (Handelingen TK 1970-1971, 11 268, nr. 3), ,

Producten: Rapport Afvalolie,1971

Nota Preventie en hergebruik van afvalstoffen

Opmerking: De eerste rapporten hebben betrekking op voorkoming van bodemverontreiniging door afval. Hiervoor werd een interne Werkgroep ter bestudering van het vraagstuk van de afgewerkte olie opgericht. Later geldt de bestudering ook hergebruik en integraal ketenbeheer. Van 1981 tot 1983 trad in dit verband een onder het ministerie opererende Instituut voor Afvalstoffenverwerking op. De handelingen van dit instituut hebben betrekking op adviezen bij de voorbereiding van beleidsnota's.

Waardering: B (1 1994)

8

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake water- en drinkwatervoorziening.

Periode: 1945-

Producten: De toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland (1967)

Structuurschema Drink- en Industriewatervoorziening (1972)

Waardering: B (1 1994)

9

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake energiebesparing.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: Nota Energiebeleid

Opmerking: Zie voor het beleid inzake energiebesparing ook het PIVOT-rapport inzake energiebeleid, dat momenteel in voorbereiding is.

Waardering: B (1 1994)

10

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van beleid inzake het waterbeheer, in het bijzonder de riolering en de hygiëne en veiligheid van zwemgelegenheden.

Periode: 1945-

Producten: Notitie Riolering (Handelingen TK 1986-1987, 19 826, nrs. 1-2)

Beleidsstandpunt Toekomstig Rioleringsbeheer (Handelingen TK 1989-1990, 19 826, nr. 11)

Rioleringsnotitie, naar een in het milieubeheer functioneel inzamel- en transportsysteem voor afvalwater (Handelingen TK 1991-1992, 19 826, nr. 18)

Opmerking: Een deel van deze handelingen kan samenvallen met het beleid inzake waterbeheer dat onderzocht is in het PIVOT-rapport nr. 28, Waterstaat.

Waardering: B (1 1994)

11

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beantwoorden van kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamer der Staten-Generaal betreffende het milieu.

Periode: 1945-

Waardering: B (7 1994)

12

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het informeren van de Commissie voor de Verzoekschriften en andere tot onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamer der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het milieubeleid

Periode: 1945-

Waardering: B (7 1994)

13

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beantwoorden van vragen van burgers, bedrijven en instellingen betreffende het milieubeleid en daarmee samenvallende zaken.

Periode: 1945-

Opmerking: Deze handeling heeft geen betrekking op het overleg met in verenigingen of actiegroepen georganiseerde burgers, met bedrijven en instellingen of met doelgroepen in verband met een gezamenlijk te voeren milieubeleid.

Waardering: V (1 jaar)

14

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het formuleren van standpunten inzake het milieubeheer tijdens conferenties, congressen en andere speciale bijeenkomsten.

Periode: 1945-

Waardering: B (7 1994)

16

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met de inspecteur over het milieubeleid.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Siraa e.a. Met het oog op de omgeving, p. 245 (1995)

Producten: beleidsadviezen in concrete gevallen van milieuverontreiniging (vooral van 1962 tot 1971)

verslagen van vergaderingen van de Inspectie Beleids Coordinatie IBC en van de deelprojecten IBC die overleg voeren met de directoraten van het ministerie

Waardering: B (3 1994)

17

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (doen) ontwerpen of inventariseren van instrumenten ter signalering van milieuproblemen.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: Omgaan met risico's: risicobenadering in het milieubeleid (Handelingen TK 1988-1989, 21 137, nr. 5).

Producten: Risico-brieven (Handelingen TK 1988-1989, 21 137)

kanttekeningen bij de Rijksbegroting

Opmerking: De hier bedoelde handelingen zijn vooral op preventie gericht en bevatten politieke informatie.

Waardering: B (1 1994)

20

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van periodiek intern overleg ter toetsing van het beleid.

Periode: 1983-1985

Grondslag/Bron: IMP-Bodem 1984-1988, p. 82.

Producten: Vergaderverslag

halfjaarlijkse rapportage van de directie Bodem

informatie aan DFEA/AOIC inzake de stand van zaken van het kostenverhaal van bodemsanering

maandelijkse evaluaties van de DFEA/AOIC over directiespecifieke aangelegenheden ten aanzien van knelpunten in de performance

verslag van maandelijks overleg van verschillende onderafdelingen

Stafoverleg

Opmerking: Evaluatie kan geschieden door periodiek overleg of door verslaglegging.

Waardering: B (1 1994)

21

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van voortschrijdende Indicatieve Meerjarenprogramma's (IMP's).

Periode: 1970-1986

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 83.

Wet Geluidhinder, art. 138.

Urgentienota Milieuhygiëne, 01-01-1972

Producten: Indicatief Meerjarenprogramma Lucht (IMP-Lucht) 1976-1980 (Handelingen TK 1977-1978, 14 314), 1981-1985 (Handelingen TK 1982, 17 600), 1984-1988, (Handelingen TK 1982-1983, XI, nr. 7), 1985-1989 (Handelingen TK 1984-1985, 18 605)

Indicatieve Meerjarenprogramma's Geluid 1981-1985 (Handelingen TK 1982, 17 600), 1984-1988, (Handelingen TK 1982-1983, XI, nr. 7), 1985-1989 (Handelingen TK 1984-1985, 18 605)

Indicatieve Meerjarenprogramma's Chemisch afval 1981-1985 (Handelingen TK 1982, 17 600), 1984-1988, (Handelingen TK 1982-1983, XI, nr. 7), 1985-1989 (Handelingen TK 1984-1985, 18 605)

Voorlopig Indicatief Meerjarenprogramma Bodemsanering 1984-1988 (Handelingen TK 1982-1983, 17 600-XI, nr. 130)

Indicatieve Meerjarenprogramma's Afval 1984-1988, (Handelingen TK 1982-1983, XI, nr. 7), 1985-1989 (Handelingen TK 1984-1985, 18 605)

Plan Integratie Milieubeleid, 1983

Opmerking: Het indicatief meerjarenprogramma wordt elk jaar voor een periode van vijf jaar vastgesteld. De minister legt het programma voor aan de Staten-Generaal. Het programma - gebaseerd op een sectorale probleemstelling als lucht-, bodem e.d., houdt in elk geval in -een indicatief overzicht van de maatregelen die rijk, provincies en gemeenten voornemens zijn te treffen, -een overzicht van gevallen waarin een te hoge milieubelasting wordt vastgesteld of waar zich knelpunten voordoen in bepaalde aspecten van het milieu, -een indicatieve raming van de verwachte opbrengsten en uitgaven over de komende vijf jaar in het kader van de heffingen op grond van milieuwetten, -een overzicht van de uitvoering van de maatregelen uit het voorafgaande IMP. De minister baseert zich onder andere op door Gedeputeerde Staten en B&W aangeleverde gegevens. Vanaf 1984 wordt er ook een IMP Milieubeheer opgesteld. Vanaf 1993 verdwijnt het IMP. De onderwerpen worden vanaf die tijd behandeld in het NMP en het daaruit voortkomende Nationale Milieuprogramma. Van 1975 tot 1989 stelde de minister in samenwerking met de minister van Verkeer en Waterstaat ook IMP's water op. Deze programma's zijn het product van handeling 84 van het Rapport Institutioneel Onderzoek 'Waterstaat'.

Waardering: B (4 1994)

3.1.1.2 Beleidsondersteunend onderzoek

22

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels voor de bestelling en financiering van onderzoeksopdrachten.

Periode: 1963-

Waardering: B (6 1994)

23

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bestellen en financieren van onderzoeksopdrachten.

Periode: 1963-

Opmerking: Deze handeling is genoteerd indien van de financiering een aparte boekhouding moet worden bijgehouden.

Waardering: V (6 jaar)

24

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het laten onderzoeken van aspecten van het milieubeleid door onderzoeksinstellingen.

Periode: 1963-

Producten: opdrachtbrief

projectmatig kerndocument (verslag)

onderzoeksrapport

Waardering: B (1 1994)

25

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen evalueren van toegepaste beleidsinstrumenten.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Milieubeleid in de praktijk (Schuddeboom).

Producten: Evaluatierapport

rapporten over het effect van subsidies (gebaseerd op enquêtes en archiefonderzoek)

Opmerking: Doel van deze evaluatie is bewust onderzoeken of bepaalde beleidsinstrumenten voldoende effectief zijn en om te beslissen of een bepaald beleid in zijn bestaande vorm al dan niet moet worden voortgezet. De hier beschreven handelingen betreffen vooral het geven van opdracht tot evaluatie van een maatregel of een concreet beleidsinstrument. Soms worden deze onderzoeken uitbesteed aan een onderzoeksinstelling. De minister kan hierbij worden geadviseerd door de inspecteur, die verslag uitbrengt van zijn bevindingen.

Waardering: B (4 1994)

26

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (laten) doen van algemeen beleidsondersteunend onderzoek ten behoeve van de voorbereiding en evaluatie van het milieubeleid met betrekking tot het verkeer.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: NMP(1986)

Opmerking: onderzoek naar de Stirlingmotor en naar stillere dieselmotoren (TK 1975-1976, 13 639, nrs. 1-4, p. 72); onderzoek naar de emissie door de scheepvaart; onderzoek medio zeventiger jaren om stadsbussen stiller te maken (TK 1975-1976, 13 639, nrs. 1-4, p. 72, TNO); onderzoek naar katalysatoren (RIVM)

Waardering: B+V (1 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: rapporten; V 6 jaar: overige stukken

27

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) Instituut voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO)

Instituut voor Afvalstoffenonderzoek

Grondslag/Bron: IMP-Afval (1982)

Siraa, 03-03-2003

Waardering: B+V (1 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: eindrapporten; V 6 jaar: overige stukken

28

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het opstellen van onderzoeksprogramma's inzake de bodembescherming.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: IMP-Bodem 1984-1988, p. 58-59.

Producten: Basisonderzoeksprogramma bodembescherming

Waardering: B (1 1994)

29

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het opstellen van onderzoeksprogramma's inzake de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995), 10-01-1995

Waardering: B (1 1994)

30

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het (laten) verrichten van algemeen beleidsondersteunend onderzoek naar de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995)

Opmerking: Het onderzoek kan mede worden uitgevoerd door: Keuringsinstituut voor Waterleidingapparatuur KIWA, Gezondheidsorganisatie TNO. Het onderzoek kan bestaan uit dienstreizen naar het buitenland en het bilateraal uitwisselen van gegevens. Onderzoeksonderwerpen kunnen zijn: leidingen, invloed van stoffen op het water, zuiveringsmethoden van afvalwater, winning van grond- of oppervlaktewater, fluoridering e.d.

Waardering: B (1 1994)

3.1.1.3 Toetsen en beïnvloeden van rijksbeleid

31

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op grond van milieuoverwegingen instemmen met regelgeving van de rijksoverheid, voor zover deze bij andere beleidsterreinen tot stand komt.

Periode: 1945-

Waardering: B (1 1994)

32

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het maken van bezwaar tegen regelgeving van de rijksoverheid, voor zover deze bij andere beleidsterreinen tot stand komt.

Periode: 1945-

Waardering: B (1 1994)

33

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen en beïnvloeden van algemene beleidsvoornemens van de rijksoverheid op andere beleidsterreinen aan het milieubeleid met betrekking tot geluidhinder en verkeersaspecten.

Periode: 1945-

Opmerking: Praktisch alle beleid komt hiervoor in aanmerking. Het verkeers- en vervoersbeleid zoals verwoord in het Structuurschema Verkeer en Vervoer; het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT); het Structuurschema burgerluchtvaartterreinen; beleidsnota's over luchtvaartterreinen zoals de nota RELUS, over regionale luchtvaartterreinen, die binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat tot stand komt.

Waardering: B (1 1994)

34

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen en beïnvloeden van algemene beleidsvoornemens van de rijksoverheid op andere beleidsterreinen aan het milieubeleid met betrekking tot het bedrijfsleven.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: NMP' (1986)

Opmerking: Het betreft de beïnvloeding van verschillende beleidsterreinen van het Ministerie van Economische Zaken op het gebied van industrialisatie, energiewinning en distributie, technologie en regionaal beleid.

Waardering: B (1 1994)

35

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van kaders ten behoeve van de toetsing en beïnvloeding van de rijksoverheid op andere beleidsterreinen, ten behoeve van het milieubeleid.

Periode: 1945-

Opmerking: Het gaat bijvoorbeeld om het ontwikkelen van systematieken ten behoeve van de toetsing van de bedrijfsveiligheid, de verkeersveiligheid, het mestbeleid en de beoordeling van technische innovatiesystemen.

Waardering: B (1 1994)

36

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen en beïnvloeden van de uitvoering van handelingen van de rijksoverheid op andere beleidsterreinen, aan het milieubeleid.

Periode: 1945-

Opmerking: Het gaat hier om die toetsingen waarvoor geen wettelijke grondslag is gelegd, zoals dat bijvoorbeeld wel in de Tracéwet is gebeurd. Voorbeelden zijn de concrete projecten uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT), dat binnen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat tot stand komt, de ruimtelijke economische beleidsvoornemens en de uitvoering van bestemmingsplannen waarin het rijk ook zeggenschap heeft gehad.

Waardering: B (5 1994)

3.1.1.4 Beleid ten aanzien van andere overheden

3.1.1.4.1 Algemeen

37

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren, evalueren van beleidsstandpunten met betrekking tot andere overheden op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1975-

Producten: Uitvoeringsnotitie lagere overheden

Opmerking: Deze handeling kan in overeenstemming met andere ministers worden gedaan.

Waardering: B (1 1994)

38

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van instructies voor het ontwerpen van beleidsinstrumenten aan lagere overheden en projectgroepen bekleed met beleidsbevoegdheden.

Periode: 1982-1985

Grondslag/Bron: Productenlijst Directie Bestuurszaken

NMP

Producten: Gegevenswoordenboek Milieubeheer

Aanwijzingen Regelgeving Milieubeheer

producten van het Project Algemene Regels

Opmerking: Reden voor deze evaluatie is het sedert 1982 ingevoerde dereguleringsbeleid. Doel is het bevorderen van eenduidigheid in de beleidsvoorbereiding, de regelgeving en de voorlichting op het gebied van milieubeheer.

Waardering: B (4 1994)

39

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van geregeld algemeen overleg met het IPO, de VNG, de Unie van Waterschappen en andere overheden.

Periode: 1975-

Producten: Vergaderverslag

werkgroepverslag (werkgroepen: vergunningenbeleid, modelvoorschriften, verontreinigde grond)

Waardering: B (1 1994)

40

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van enquêtes onder lagere bestuursorganen en onder doelgroepen inzake het milieubeleid.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: IMP-Lucht 1976-1980, p. 117.

Producten: Enquête onder provinciale besturen, 1970

Waardering: B (1 1994)

3.1.1.4.2 Provinciaal afvalstoffenplan

44

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het tezamen met de minister van EZ, LNV en V&W geven van aanwijzingen aan provinciale staten omtrent de inhoud van het provinciale afvalstoffenplan.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 87, lid 1, art. 88, lid 1.

Waardering: B (4 1994)

45

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van GS verlenen van uitstel aan de provincie voor de herziening van een provinciaal afvalstoffenplan.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 14, lid 1.

Opmerking: Een provinciaal plan geldt voor maximaal vijf jaar. Binnen deze periode moet het plan herzien worden tenzij de minister een vrijstelling verleent. Deze vrijstelling geldt voor ten hoogste vijf jaar.

Waardering: V (6 jaar)

3.1.2 Periode na 1985

3.1.2.1 Algemeen

46

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, medevaststellen, coördineren en evalueren van algemeen beleid op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1985-

Producten: Naar milieubeleidsruimte voor biodiversiteit in Nederland (1994)

Beleidsuitvoering milieukwaliteitsdoelstellingen (7 juli 1994)

Opmerking: Het betreft het stellen van milieuproblemen, voorbereid door de opstelling van scenariostudies. Een voorbeeld hiervan is: Zorgen voor morgen, het ontwikkelen van milieuthema's (voorzover nog niet in de milieubeleidsplanning verwerkt ); het vaststellen van doelgroepen.

Waardering: B (1 1994)

47

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal ontwikkelen en toepassen van strategische milieubeleidsplannen.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Formatieplan Directie Strategie en Planning 1996.

Producten: Vergaderverslag

Nota Meer dan de som der delen

Rapport Stuurgroep Milieugebruiksruimte

Project Resultaat Inclusief

strategisch onderzoek instrumenten en sturing

Rapport Lange termijn milieubeleid

Strategienotitie thema Verspreiding

Sturing nieuwe stijlsleutelwoorden als afwegingsinstrument

Workshop Wegingsmethodieken

Directieplan

Waardering: B (1 1994)

48

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan strategische milieubeleidsplannen op interdepartementaal niveau.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Formatieplan Directie Strategie en Planning 1996.

Producten: Vergaderverslag

Opmerking: Deze bijdragen worden structureel geleverd in het Interdepartementaal platform strategie-eenheden.

Waardering: B (1 1994)

50

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beantwoorden van kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamer der Staten-Generaal betreffende het milieu.

Periode: 1945-

Waardering: B (7 1994)

3.1.2.1.1 Algemeen beleidsonderzoek

54

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, coördineren en vaststellen van het onderzoeksbeleid ten behoeve van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Directieplan Stafbureau Milieubeheer.

Producten: planmatig onderzoeksopdracht aan onderzoeksinstellingen

Meerjaren Aktie Plan (MAP) van het RIVM

vaststelling van het onderzoeksbeleid per directie

voorbereiding en medevaststelling met de minister van Landbouw Natuurbeheer en Visserij van het onderzoeksbeleid inzake meststoffen

Opmerking: Vaste overlegpartners zijn het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne en de Nederlandse organisatie TNO.

Waardering: B (1 1994)

55

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het financieren van onderzoeksinstellingen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Directieplan Stafbureau Milieubeheer.

Opmerking: Het betreft zowel de financiering van inrichtingen als de uitvoering van onderzoeksopdrachten.

Waardering: V (6 jaar)

56

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet in stuurgroepverband (laten) verrichten van onderzoek dat betrekking heeft op de bescherming van het milieu.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: Meerjarenprogramma 1988-1992 Milieuonderzoek.

Opmerking: Bij onderzoeksprojecten zijn van belang de stukken die door het projectmanagement als producten van het project zijn vastgesteld. De gegevens met de financiering van afzonderlijk bestelde onderzoeksopdrachten.

Waardering: B (1 1994)

57

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (doen) ontwerpen van strategische beleidsmodellen op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Formatieplan Directie Strategie en Planning 1996.

Producten: intern advies aan het ministerie

Waardering: B (1 1994)

59

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met de inspecteur over het milieubeleid.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Siraa e.a. Met het oog op de omgeving, p. 245.

Producten: rapport van de inspecteur van de volksgezondheid voor de milieuhygiëne over de handhaafbaarheid van beleidsinstrumenten

Waardering: B (3 1994)

3.1.2.1.2 Thema- en/of objectgericht beleid

60

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van produktgerichte milieuzorg, in nota's, notitie etc.

Periode: 1985-

Opmerking: Het gaat hierbij om verschillende thema's als verspilling of verspreiding van afval.

Waardering: B (1 1994)

61

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van specifieke emissies.

Periode: 1985-

Producten: nota (m.b.t. de keuze van beleidsinstrumenten)

instructie (m.b.t. de keuze van beleidsinstrumenten)

Opmerking: Voorbeelden van specifieke emissies zijn: Afgewerkte olie, koolwaterstoffen, PCB's, ozon-aantastende stoffen, asbestvezels. Het betreft hier specifieke handelingen van ambtelijke werkgroepen met betrekking tot bijzondere stoffen. Voor een deel worden deze vraagstukken ook behandeld in het doelgroepenoverleg, waarop verderop in dit onderzoek wordt ingegaan.

Waardering: B (1 1994)

62

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van het thema vermesting.

Periode: 1985-

Opmerking: Onderwerpen zijn: fosfaatemissie en ammoniakemissie in: -mest, -landbouwinrichtingen, -bemeste grond (overbemesting van de bodem) en het toegelaten mestoverschot. Bij dit overleg is ook het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betrokken. In verband met de fosfaatemissie vindt hierover op dit punt overleg plaats met de EG-commissie.

Waardering: B (1 1994)

63

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid m.b.t. de drink- en industriewatervoorziening in nota's, notities en andere beleidsdocumenten.

Periode: 1957-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 47, 50, ,

Waardering: B (1 1994)

64

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij KB aanwijzen van een representatieve organisatie van eigenaren van waterleidingsbedrijven met de bevoegdheid een plan op te stellen op het gebied van drinkwatervoorziening en het goed keuring van de plannen.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 52, lid 1 en art. 54, lid 1

Opmerking: Als voorzienende leveranciers zijn de VEWIN aangewezen.

Waardering: B (1 1994)

65

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleidsstandpunten inzake rioleringsvraagstukken.

Periode: 1985-

Opmerking: Riolering is in hoofdzaak een taak van de gemeente. Vanaf 1985 heeft de minister bemoeienis met het gemeentelijk milieubeheer door middel van een subsidie-instrument. Hierbij wordt ook de riolering betrokken

Waardering: B (1 1994)

66

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren en evalueren van beleidsstandpunten inzake bodem- en waterbodembescherming.

Periode: 1985-

Waardering: B (1 1994)

67

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van periodiek overleg ter evaluatie van de bodemsanering.

Periode: 1983-1985

Grondslag/Bron: IMP-Bodem 1984-1988, p. 82.

Opmerking: Evaluatie kan geschieden door periodiek overleg of door verslaglegging. Voorbeelden van periodiek overleg zijn: -de Werkgroep Bodemsanering. Deze werkgroep bestaat uit vertegenwoordigingen van de minister, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

Waardering: B (1 1994)

68

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg over de samenhang van juridische bodemsaneringsinstrumenten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Interview mevr. Lukkien.

Waardering: B (1 1994)

69

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ontwikkelen van beleidsinstrumenten op het gebied van bodembescherming en bodemsanering.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Kennismakingsdossier Directie Bodem, p. 26-30.

Opmerking: Deze handelingen worden specifiek uitgevoerd door de directie Bodem. De ontwikkeling en evaluatie van dit instrumentarium vindt plaats in interne overlegvergaderingen. Deze vergaderingen vinden soms plaats op afdelings- dan wel directies. Voorbeelden: de Kwaliteitsgroep NoTeZ, dat als staflichaam van de directie Bodem functioneert. Het vergadert over de normstelling en technisch-inhoudelijke onderwerpen inzake bodemsanering. De kwaliteitsgroep JuBeZ functioneert binnen de Directie Bodem als overleggroep over de juridische aspecten. Voorts worden ook externe adviesbureaus ingehuurd.

Waardering: B (1 1994)

70

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het mede bepalen van beleidsformuleringen op andere beleidsterreinen vanwege milieuaspecten.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, NMP+ (1986-1990)

Opmerking: Deze beleidsformuleringen staan vaak als taakstellingen in de Nationale Milieubeleidsplannen kunnen worden geformaliseerd:-In overleg met de ministeries afzonderlijk, met als eindproduct een mede-ondertekende beslissing van een ander ministerie.-In de Ministerraad of zijn onderraden (Raad voor Economische Aangelegenheden). De hier geformuleerde handelingen kunnen worden ingedeeld aan de hand van de beleidsterreinen zoals die in andere PIVOT-rapporten is vastgesteld. Onder deze handelingen worden geen uitvoeringshandelingen van andere ministeries gerekend waarmee het ministerie van VROM bemoeienis heeft in verband met het milieubeheer. Voorbeelden hiervan zijn:- Adviezen inzake uitvoerende werkzaamheden van ministeries, bijvoorbeeld in het kader van de Milieueffectrapportage -Adviezen inzake milieuwetgeving van staatsbedrijven, zoals in het kader van de delfstoffenwinning ingevolge de Mijnwet. Deze handelingen worden afzonderlijk in dit PIVOT-rapport beschreven en gewaardeerd. Producten van beleidshandelingen van andere ministeries, waarmee het ministerie van VROM bemoeienis heeft gehad vinden hun neerslag in nota's als: Meerjarenplan gewasbeschermingsmiddelen (MJP-G, uit 1990) Maatwerk voor mens en milieu. Voortgangsrapportage; Meerjarenplan voor mens en milieu; Meerjarenplan Hygiëne en Materiaalbescherming (uit 1994); Meerjarenplan Hygiëne en Materiaalbescherming (uit 1996); Nota's energiebeleid; de nota Luchtverontreiniging en Luchtvaart (LuLu), TK 1994-1995, 24 213, nr. 2; Electriciteitsplan 1991-2000.Voorstellen tot gebiedsgericht milieubeleid en vaststelling van ROM-gebieden in nota's Ruimtelijke Ordening.

Waardering: B (1 1994)

3.1.2.1.3 Doelgroepgericht beleid

71

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van het beleid ten aanzien van bedrijfsinterne milieuzorg in nota's, circulaires etc.

Periode: 1989-

Producten: Notitie Bedrijfsinterne milieuzorg (Handelingen TK, 20 633, nr. 3)

Verslag van een mondeling overleg (Handelingen TK, 20 633, nr. 4)

Standpunt n.a.v. tussenevaluatie 1992 (Handelingen TK, 20 633, nr. 6)

Verslag van een mondeling overleg (Handelingen TK, 20 633, nr. 7)

Kabinetsstandpunt n.a.v. SER-adviezen (Handelingen TK, 20 633, nr. 7)

Verslag van een mondeling overleg (Handelingen TK, 20 633, nr. 8)

Waardering: B (1 1994)

3.1.2.1.4 Het Nationaal Milieubeleidsplan

74

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen, richtlijnen en randvoorwaarden ten aanzien van de totstandkoming van Milieubeleidsplannen.

Periode: 1985-

Waardering: B (4 1994)

75

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat en Landbouw opstellen van nationale Milieubeleidsplannen (NMP's).

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.3-4.6, ,

Producten: milieurapport

Nationaal Milieubeleidsplan

Waardering: B (1 1994)

77

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overleg met de minister van Verkeer en Waterstaat, de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de minister van Economische Zaken vaststellen van een tijdstip waarop het NMP gaat gelden, en het verlengen van de geldigheidsduur met twee jaar.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.6, eerste lid, ,

Waardering: B (1 1994)

78

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks in overleg met de minister van Verkeer en Waterstaat,de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de minister van Economische Zaken vaststellen van nationale milieuprogramma's.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.7-4.8, ,

Waardering: B (1 1994)

3.1.2.2 Milieubeleidsplanning van andere overheden

3.1.2.2.1 De provincie

79

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het voorbereiden, formuleren, evalueren van beleidsstandpunten ten aanzien van regionale milieugebieden.

Periode: 1945-

Opmerking: Activiteiten inzake milieubeschermingsgebieden in de periodieke landelijke en provinciale milieubeleidsplanning vallen hier niet onder.

Waardering: B (1 1994)

84

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van provinciale Milieubeleidsplannen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.11 en 4.13, ,

Opmerking: De minister heeft, evenals de minister van Verkeer en Waterstaat, de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de minister van Economische Zaken de bevoegdheid om, na GS gehoord te hebben, aanwijzingen te geven over de inhoud van het provinciale Milieubeleidsplan. De toetsing vindt in de praktijk plaats tijdens de voorbereiding van het PMB. GS zenden hun conceptplan naar de minister, die het in overleg met de inspecteur toetst op overeenstemming met het NMP en op de onderlinge samenhang tussen de provinciale plannen. Ook wordt nagegaan of de gewenste resultaten meetbaar zijn. Daarna wordt het concept door de inspecteur naar GS toegezonden, voorzien van de geplaatste kanttekeningen. Na voltooiing wordt het plan gecontroleerd op opvolging van de gegeven kanttekeningen.

Waardering: V (5 jaar)

3.1.2.2.2 De gemeentebesturen

88

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van aanwijzingen, richtlijnen en randvoorwaarden ten aanzien van gemeentelijke verkeers- en rioleringsprogramma's.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Productenlijst Directie Bestuurszaken.

NMP, 01-01-1986

Waardering: B (1 1994)

3.1.2.2.3 Nationale onderzoekprogramma's

3.1.2.2.3.1 Kaderstellend

92

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het - al dan niet in overeenstemming met andere ministers - organiseren en opzetten van onderzoeksprogramma's inzake de bescherming van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: IMP-Lucht 1985-1989, p. 52.

Meerjarenprogramma 1988-1992 Milieuonderzoek, deel IIIH: projectbeschrijving straling, 01-01-1988

Producten: IT 2000

Waardering: B (1 1994)

93

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met andere ministers over de opzet van een onderzoeksprogramma.

Periode: 1985-

Opmerking: Een belangrijk onderwerp is energiebesparing en duurzame energie. Voorbeeld is: Het Nationaal Onderzoeksprogramma Zonne-energie (NOZ) dat door de minister van Economische Zaken wordt aangestuurd.

Waardering: B (1 1994)

95

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - al dan niet in overeenstemming met andere ministers - onderhouden van onderzoeksprogramma's inzake de bescherming van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Meerjarenprogramma 1988-1992 Milieuonderzoek, 01-01-1988

Opmerking: Voorbeelden zijn: -de onderzoeksprogramma's van het ministerie van Economische Zaken op het gebied van energiewinning (Nationaal Onderzoeksprogramma Kolen NOK, Nationaal Onderzoeksprogramma Zonne-energie NOZ), zie hierover nader PIVOT-rapporten 82 en 82 inzake het energiebeleid; -de onderzoeksprogramma's op het gebied van technologiebevordering en kernenergie, eveneens aangestuurd door dat ministerie.

Waardering: V (10 jaar)

3.1.2.2.3.2 Uitvoerend

99

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),-

Handeling: Het in samenwerking met andere ministers doen uitvoeren van onderzoeksprogramma's.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Klimaatverandering, over de oorzaken en de gevolgen van het broeikaseffect

Waardering: B (1 1994)

100

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (doen) uitvoeren van onderzoeksprojecten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: IMP-Lucht 1985-1989.

NMP 1,1986

NMP 2, 1994

Directieplan Lucht en Energie

Waardering: B (1 1994)

101

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (doen) toetsen van industriële en technologische processen op het gebied van energiebesparing of milieuvriendelijkheid.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: IMP-Lucht 1985-1989

NMP 1, 1986

Opmerking: De adviezen zijn meestal gegeven naar aanleiding van stimulerende beleidshandelingen op het terrein van Verkeer en Waterstaat, Economische Zaken en Landbouw.

Waardering: V (10 jaar)

110

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het maken van studiereizen.

Periode: 1975-

Opmerking: NB: Verslagen dienen als beleidsvoorbereidende stukken te worden bewaard. Criterium: 1.

Waardering: B+V (6 1994) + (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: verslagen; V 5 jaar overige stukken

111

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het organiseren van congressen en symposia.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie, 01-01-1963

Opmerking: Het financieren en faciliteren van congressen en symposia.De stukken betreffende het leveren van Nederlandse bijdragen en de inhoudelijke discussie vallen niet onder deze handeling. Zie hierover het hoofdstuk Internationaal Beleid.

Waardering: B+V (6 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: verslagen, bijdragen; V 6 jaar: overige stukken

112

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het periodiek verrichten van onderzoek naar de bevolkingsopinie over het energiebeleid.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Nota Energiebeleid, 01-01-1986

Opmerking: Na de kernramp bij Tsjernobyl wordt de bevolking periodiek door opiniepeilingen gepolst op het gebied van energiebeleid. Aanvankelijk was deze peiling vooral gericht op het gebruik van kernenergie, later kwamen ook andere vormen van energie aan de orde. Deze activiteiten vinden plaats in het kader van een project, genaamd 'De Energiemonitor'.

Waardering: B+V (1 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: jaarlijkse verslagen; V 6 jaar: overige stukken

3.1.2.3 Overlegstructuren

3.1.2.3.1 Overleg met andere overheden

113

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren, evalueren van beleidsstandpunten met betrekking tot lagere overheden.

Periode: 1985-

Opmerking: Deze handeling kan in overeenstemming met andere ministers worden gedaan.

Waardering: B (1 1994)

115

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met de VNG over de inhoud van de gemeentelijke geluidhinderverordeningen.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Handelingen TK 1984-1985, 18 604, nrs. 1-2 (p. 45)

Opmerking: Binnen de VNG kwamen modelverordeningen tot stand die als voorbeeld dienden voor de verordeningen die door de individuele gemeenten tot stand komen.

Waardering: B (1 1994)

116

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met de lagere overheden realiseren van een gebiedsgericht beleid met betrekking tot het thema verstoring.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Gemeentelijke milieutaken (VROM/VNG, mei 1989)

Opmerking: Het gaat om pogingen om te komen tot een integrale milieuzonering (IMZ) en om het project Accumulatie van bronnen. De lagere overheden wijzen de plannen vooralsnog (eind 1995) af.

Waardering: B (1 1994)

117

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het planmatig door provinciale organen doen inventariseren van verontreinigde bodems.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: H. von Meijenfeldt. De wettelijke regeling van de bodembescherming (1994), p. 69

Opmerking: Het inventariseren van verontreinigde bodemterreinen is een taak die aanvankelijk incidenteel, maar later ter ondersteuning van overleg met het rijk regelmatig door de provincies wordt verricht. Doel van deze activiteiten is inzicht te verkrijgen van de omvang van de bodemverontreiniging in Nederland. Voorbeelden zijn: Inventarisatie-onderzoek door de provincies (de zgn. Ginjaar-inventarisatie) 1981-1983; Rapport van Data-process, april 1988. Vanaf 1994 concentreert de inventarisatie zich voornamelijk op niet beheerde stortplaatsen van verontreinigd afval. De inventarisatie van stortplaatsen op bedrijfsterreinen geschiedt in het kader van het project Bodemsanering Bedrijfsterreinen (BSB).

Waardering: B (1 1994)

119

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het houden van themaconferenties met het IPO, de VNG en de van Waterschappen over de onderlinge afstemming van het milieubeleid.

Periode: 1992-

Opmerking: De conclusies van de conferenties worden later in reguliere DUIV-bijeenkomsten vastgelegd. De handelingen zijn: DUIV-conferenties in Garderen, Oosterbeek en Nunspeet.

Waardering: B (3 1994)

120

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in stuurgroepverband met het IPO, de VNG en de waterschappen overleggen op het gebied van bodem- en waterbescherming (STUBOWA-overleg).

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Rapport Commissie Welschen,

Producten: Vergaderingsverslag

Preadvies

Waardering: B (3 1994)

123

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in stuurgroepverband met het IPO, de VNG en de waterschappen overleggen op het gebied van verkeer, energie lucht en geluid (VELG-overleg).

Periode: 1992-

Producten: Vergaderingsverslag

Preadvies

Waardering: B (3 1994)

124

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in stuurgroepverband met het IPO, de VNG en de waterschappen overleggen op het gebied van afvalverwerking (STUA-overleg).

Periode: 1992-

Producten: Vergaderingsverslag

Preadvies

Waardering: B (3 1994)

125

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in stuurgroepverband met het IPO, de VNG en de waterschappen overleggen op het gebied van algemeen milieubeleid (STRAM-overleg).

Periode: 1992-

Producten: Vergaderingsverslag

Preadvies

Waardering: B (3 1994)

126

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in stuurgroepverband met het IPO, de VNG en de waterschappen overleggen op het gebied van het handhavingsbeleid (STHH-overleg).

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: LCCM, Strategie en Werkprogramma,

Producten: vergaderingsverslag

preadvies

Opmerking: Deze werkgroep is belast met de voorbereiding van de Landelijke Coördinatiecommissie Milieuwethandhaving (LCCM).

Waardering: B (3 1994)

3.1.2.3.2 Doelgroepenoverleg

127

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het voorbereiden, formuleren, evalueren van beleidsstandpunten en plannen inzake doelgroepen.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

formatieplannen van organisaties van het ministerie

Producten: Actieplan Duurzaam Bouwen

Milieubeleidsverklaring Bouw

Actieprogramma Gebouwen en Binnenmilieu, 1991

Notitie Aanpak doelgroepenbeleid industrie (Handelingen TK 1989-1990, 21 137, nr. 27)

Notitie Implementatie milieubeleid doelgroepen industrie (Handelingen TK 1991-1992, 21 137, nr. 103)

Project Milieubesparende Assortimenten PRIMA (voor de doelgroep Detailhandel)

Waardering: B (1 1994)

128

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM-

Handeling: Het instellen van overleg- of uitvoeringsorganen voor doelgroepen of convenantspartners.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: NMP 2, 1990

Opmerking: Resultaten zijn: Afval Overleg Orgaan AOO; NMP Begeleidingscommissie Industrie, later Facilitaire Organisatie Industrie; Milieuberaad Bouw; Stuurgroep uitvoeringsprogramma milieubeleid grafische industrie en verpakkingsdrukkerijen; Stuurgroep Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen BSB.

Waardering: B (5 1994)

129

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het voeren van (geregeld) overleg in het Milieuberaad Bouw.

Periode: 1985-1990

Grondslag/Bron: NMP 2, hoofdstuk 5.9

Producten: Rapportage duurzaam bouwen, 1990

Beleidsverklaringen milieutaakstellingen Bouw, 1995 (BMB '95)

Standaardbestekken

Implementatieplan bouwstoffenbeleid

Opmerking: Gesprekspartners zijn: een stuurgroep, bestaande uit: Ministeries van VROM, Verkeer en Waterstaat en Economische Zaken, het Algemeen Verbond Bouwbedrijf, het Nederlands Verbond Toelevering Bouw ONRI, Architecten, Woningbouwcorporaties, IPO, VNG een klankbordgroep. Het Milieuberaad Bouw is opgegaan in een bureau Duurzaam Bouwen van het Ministerie van VROM, dat projecten ontwikkelt op het gebied van Duurzaam Bouwen. Zie hierover het hoofdstuk Bouwnijverheid van het PIVOT-rapport 'Volkshuisvesting' (in voorbereiding).

Waardering: B (3 1994)

130

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van (geregeld) overleg in de Facilitaire Organisatie Industrie.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Producten: Notulen

Convenant

Opmerking: De Facilitaire Organisatie Industrie fungeert als vraagbaak voor vergunning verlenende overheden. Het doen ontwikkelen van standaardregels- en voorwaarden voor vergunningen. Intentieverklaringen zijn opgesteld voor Basismetaal, 10 maart 1992. Milieubeleidsovereenkomst in 1995. Metaal-elektro industrie, hoofdlijnen intentie in 1993; intentieverklaring 18 april 1995; werkboek voor milieumaatregelen in voorbereiding. Houtimpregneerbedrijven, werkprogramma in 1992. Convenant met zuivelindustrie, 8 juli 1994. Papier- en karton Textiel- en tapijt Vlees Rubber- en kunststof Baksteen- en dakpan Beton- en cementwaren.

Waardering: B (3 1994)

131

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van (geregeld) overleg met de Nederlandse Gasunie en de Samenwerkende Electriciteitsproducenten (SEP).

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Producten: Notulen

Milieu Actieplan Energiebedrijven MAP

Milieu Actieplan Energiebedrijven MAP2

Convenant tussen rijk, provincie en SEP inzake CO2-reductie en verzurende emissies

Opmerking: Gesprekspartners zijn: Nederlandse Gasunie, SEP, Ministerie van EZ. Zie voor de samenvallende handelingen van het Ministerie van EZ PIVOT-rapport 82-83: Energiebeleid I en II.

Waardering: B (3 1994)

132

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van (geregeld) overleg met de sector Raffinaderijen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Producten: Notulen

milieubeleidsplan per raffinaderij

Integrale milieutaakstelling (IMT)

Meerjarenafspraak over benuttingsmogelijkheden voor energiebesparing

Opmerking: De raffinaderijen, verenigd met het ministerie in de Olie Contact Commissie stellen Milieubeleidsplannen en BMP's op. In overleg met de minister en het Ministerie van EZ zullen zij in 1994 een Integraal Milieutaakstelling (IMT) opstellen. Zie voor de samen vallende handelingen van het Ministerie van EZ het PIVOT-rapport 'Energiebeleid II: Energiedelfstoffen', waarin de Olie Contactcommissie nader ter sprake komt.

Waardering: B (3 1994)

133

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van (geregeld) overleg met de Chemische Industrie.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, Actie A96, 1986

Producten: Notulen

Intentieverklaring Uitvoering Milieubeleid Chemische Industrie, 1993

bedrijfsmilieuplannen voor chemische bedrijven en IMT's

Opmerking: Vanaf 1990 is het Duurzame Overleg Chemische Industrie (DOCI) van start gegaan. Zie voor de samen vallende handelingen van het Ministerie van EZ het PIVOT-rapport 'Energiebeleid in voorbereiding'.

Waardering: B (3 1994)

134

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van (geregeld) overleg met organisaties op het gebied van de detailhandel.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Producten: Notulen

Opmerking: Gesprekspartners zijn: Hoofdbedrijfschap detailhandel, Raad Nederlandse detailhandel, Centraal Bureau Levensmiddelenhandel, Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond, Nederlands Verbond van de Groothandel. Onderwerpen zijn: Bedrijfsinterne milieuzorg, Verpakkingen, Milieuaanduidingen.

Waardering: B (3 1994)

135

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met consumentenorganisaties.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Milieuprogramma 1991-1994, p. 162,

Producten: Notulen

Milieureclamecode

Opmerking: Gesprekspartners zijn: De Nederlandse Consumentenbond, De Stichting Reclamecode.

Waardering: B (3 1994)

136

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met doelgroepen op het gebied van verkeer en vervoer.

Periode: 1945-

Opmerking: VROM-RAI-overleg (Vereniging importeurs, fabrikanten en dealers van voertuigen); RAI-Top-overleg (minister VROM- voorzitter RAI; VROM-ANWB-overleg; ANWB-Top-overleg (minister VROM-hoofddirecteur ANWB); Algemeen Overleg (VROM-NS), met daaronder het platform inzake het transport van gevaarlijke stoffen per spoor; NS-Topoverleg (minister VROM-president-directeur NS); Sectoroverleg vrachtvervoer, Transactie, vroeger Imago (VROM-V&W-vervoers- en verladersorganisaties: EVO, TLN, KNV); het Overleg Omgevingshinder Railverkeer (OOR, met V&W en de NS). Er is in dit verband ook intern VROM-overleg. Onderwerp van overleg zijn de milieu-eisen die aan voertuigen worden gesteld (geluid, emissies) de voorschriften voor milieugevaarlijke goederen die in deze voertuigen worden getransporteerd (externe veiligheid).

Waardering: B (3 1994)

137

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met het Afval Overleg Orgaan en de daaraan voorafgaande instellingen.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Netwerk Afvalstoffenonderzoek 1991

Waardering: B (3 1994)

138

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met het Ministerie van LNV voeren van overleg met doelgroepen op het gebied van landbouw.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Nitraatrichtlijn (91/676/EEG)

Producten: codes van goede landbouwpraktijken

Actieprogramma

Waardering: B (1 1994)

3.2.1 Adviescommissies

3.2.1 Algemeen

139

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij wet of AMvB instellen van adviescommissies.

Periode: 1963-

Opmerking: Deze commissies kunnen worden ingesteld in overeenstemming of samenwerking met andere ministeries. Ingesteld zijn o.a.: Raad voor het Milieubeheer (Wet op het milieubeheer, 1993), met als voorgangers: Raad voor de luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), regeling gewijzigd in Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb 1970, 580) Periode 1963-1974.; Voorlopige Centrale Raad Milieuhygiëne (ingesteld Stb. 1974, 254, ingetrokken Stb. 1981, 259); Centrale Raad voor de Milieuhygiëne (Stb. 1980, 757); Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (ingesteld bij KB. van 5 mei 1988, Stb. 213) en zijn voorgangers: Coördinatiecommissie onderzoek milieuhygiëne, onder voorzitterschap van TNO, Landelijke stuurgroep onderzoek milieuhygiëne (:LASOM), 1974-1981 Rijksmilieuhygiënische Commissie (RMC, instelling Stb. 1984, 373), met als voorganger Interdepartementale Coördinatiecommissie voor de Milieuhygiëne (ICMH), 1971-1984, Interdepartementale commissie Kernenergie, Interdepartementale commissie Geluidhinder, Commissie voor het saneringsplan Rijnmond, Werkgroep inzake inspraak en beroep op het gebied der milieuhygiëne (ingesteld Stcrt. 1974, 46), Interdepartementale commissie rijkssteun drinkwatervoorziening, 'Commissie schadeclaims aanleg spaarbekkens Brabantse Biesbos' (Stcrt. 1973, 128, pg. 4), 'Commissie Spaarbekken IJsselmeer' (Stcrt. 1975, 52, pag. 3), Voorlopige commissie voor de milieu-effectrapportage (Stcrt. 1981, 245), Commissie Milieu-effectrapportage, 1988-, Adviescommissie evaluatie Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (instelling Stcrt. 1980, 174), thans Adviescommissie evaluatie Wet Milieuhygiëne, Interdepartementale commissie Geluidshinder, Adviescommissie afgewerkte olie (o.g.v. Wet chemische afvalstoffen), Uniser-commissie, Commissie Afval CMRH, Commissie KCA-depots, Commissie opslag niet-verwerkbare chemische afvalstoffen (Commissie Hofman), Begeleidingscommissie studie integrale verwijdering Chemische afvalstoffen (commissie Kolfschoten), Interdepartementale begeleidingsgroep Formaldehyde-problematiek, Stuurgroep gevaarlijk afval, 1979-, De Commissie Bescherming Grondwaterkwaliteit, Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit. 1977, Werkgroep Bodemsanering. 1982, Stuurgroep Tien jaren-scenario bodemsanering. 1986-1989, Commissie Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen (Commissie BSB).1989-1991, Commissie van deskundigen inzake overbemesting (Commissie Steenvoorden, later commissie Wiggers) in Wageningen. 1990-1991, Commissie Spiertz inzake overbemesting, 1990, Werkgroep Bodemsanering (Werkgroep Welschen) 1991-1992, Programma Kwaliteit van Milieumetingen, Werkgroep Bodemsanering (Werkgroep Welschen II) 1995-1996.

Waardering: B (5 1994)

140

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij beschikking benoemen van voorzitters, secretarissen en overige functionarissen van adviescommissies en het aanwijzen van vertegenwoordigingen.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: milieuwetten (diverse)

Waardering: B (5 1994)

141

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van personen die, al of niet met adviserende stem, vergaderingen van commissies en adviesorganen bijwonen.

Periode: 1987-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 15

Waardering: B (5 1994)

142

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van statuten, reglementen en regelingen van adviescommissies.

Periode: 1955-

Grondslag/Bron: Besluit van 22 februari 1955 (Stb. 61), art. 9, ,

Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 3, lid 4

Waardering: B (5 1994)

143

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het deelnemen aan commissies, werkgroepen, advies- en overlegorganen waarvan milieubeheer noch het voorzitterschap, noch het secretariaat uitoefent maar waarin milieubeheer wel vertegenwoordigd is.

Periode: 1945-

Waardering: B (1 1994)

144

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het controleren van de werkwijze van de Commissie Reactorveiligheid.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 8, 9 en 10

Waardering: V (5 jaar)

3.2.2 De Raad voor Milieubeheer en zijn voorgangers

3.2.2.1 De Raad voor de Luchtverontreiniging

145

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voordragen van leden, plaatsvervangende leden, voorzitters, plaatsvervangende voorzitters en secretarissen van Commissies en raden op het gebied van de luchtverontreiniging.

Periode: 1963-1985

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 3-5.

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 4-6

Opmerking: 1963: Instelling van de Commissie voor de Luchtverontreiniging, later de Voorlopige Raad Luchtverontreiniging.

Waardering: B (5 1994)

148

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het door de Kroon doen benoemen van leden, plaatsvervangende leden, voorzitters, plaatsvervangende voorzitters en secretarissen van de Raad inzake de Luchtverontreiniging.

Periode: 1963-1980

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 4-5.

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 4-6.

Waardering: B (5 1994)

153

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instellen van bureaus voor de Raad voor de Luchtverontreiniging.

Periode: 1963-1980

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 6

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art 6, lid 2, ,

Waardering: B (5 1994)

154

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instellen van commissies van onderzoek inzake onderwerpen met betrekking op de luchtverontreiniging.

Periode: 1963-1980

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging, (Stb. 1963, 319), art 7

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art 7

Waardering: B (5 1994)

155

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van reglementen inzake de werkwijze van De Raad voor de Luchtverontreiniging.

Periode: 1963-1980

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 9, lid 2 .

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 10, lid 1.

Waardering: B (5 1994)

3.2.2.2 De Raad voor het Milieubeheer

157

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voordragen van leden, plaatsvervangende leden, voorzitters, plaatsvervangende voorzitters voor de Raad voor het Milieubeheer.

Periode: 1985-

Waardering: B (5 1994)

162

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van organisaties die in de Raad voor het Milieubeheer mogen worden vertegenwoordigd.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 66, lid 2, ,

Producten: Besluit aanwijzing organisaties ex art. 66 Wabm (Stb. 1981, 510)

Besluit aanwijzing organisaties ex art. 66 Wabm (Stb. 1986, 34)

Besluit aanwijzing organisaties ex art. 66 Wabm (Stb. 1991, 306)

Waardering: B (5 1994)

3.2.3 De Rijksmilieuhygiënische Commissie

164

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van een KB tot benoeming van de voorzitter.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Besluit Rijks Milieuhygiënische Commissie, art. 4, lid 1.

Waardering: B (5 1994)

165

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen van deskundigen tot lid van de RMC.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Besluit Rijks Milieuhygiënische Commissie, art. 4, lid 4.

Waardering: B (5 1994)

3.2.4 Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek

175

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van een KB tot benoeming van de voorzitter.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Besluit RMNO, art. 4, lid 1.

Waardering: B (5 1994)

176

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen van deskundigen tot lid van de RMNO.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Besluit RMNO, art. 4, lid 4.

Waardering: B (5 1994)

3.2.5 De Technische Commissie Bodembescherming

183

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instellen van een Technische Commissie Bodembescherming.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming, 2, 1

Producten: Besluit instelling Technische Commissie Bodembescherming (Stcrt. 1986, nr. 247)

Waardering: B (5 1994)

185

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen van de voorzitter, de secretaris en de leden van de Technische Commissie Bodembescherming.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374), art. 3, lid 2, en art. 4, lid 1.

Waardering: B (5 1994)

186

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het inrichten van een bureau voor de secretaris van de Technische Commissie Bodembescherming.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374), art. 4, lid 2..

Waardering: V (10 jaar)

187

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van regels over de werkwijze van de Technische Commissie Bodembescherming.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374), art. 5.

Waardering: B (5 1994)

188

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die bevoegd zijn een vergadering van de Technische Commissie Bodembescherming bij te wonen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 5, lid 2.

Waardering: V (10 jaar)

3.2.6 Commissies inzake de afvalverwijdering

3.2.6.1 Commissies, opgegaan in het Rijksinstituut voor volksgezondheid

191

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van (andere) overheidsinstellingen inzake de verwerking van afval.

Periode: 1981-1984

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, Memorie van Toelichting

Opmerking: Deze handeling valt samen met handelingen, die zijn gewaardeerd in het kader van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, waarin dit instituut in 1984 is opgegaan. Van 1981-1984 was het instituut echter een uitvoeringsinstelling van het Directoraat-Generaal van Milieuhygiëne en maakte het dus deel uit van het ministerie van VROM.

Waardering: B (3 1994)

3.2.6.2 Adviescommissie Afgewerkte Olie

192

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van ministers met wiens overeenstemming personen kunnen worden aangewezen die bevoegd zijn de vergaderingen van Adviescommissie Afgewerkte Olie bij te wonen.

Periode: 1977-

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 30, lid 9.

Producten: Besluit betreffende aanwijzing ministers, bevoegd de vergaderingen van de Adviescommissie Afgewerkte Olie te doen bijwonen (Stcrt. 1977, nr. 184)

Waardering: B (5 1994)

193

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het tezamen met de ministers van EZ en LNV aanwijzen van personen die bevoegd zijn de vergaderingen van de Adviescommissie Afgewerkte Olie bij te wonen.

Periode: 1977-

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 30, lid 9.

Waardering: B (5 1994)

3.2.7 De Commissie Reactorveiligheid

200

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het instemmen met de minister van SZW bij het controleren van de werkwijze van de Commissie Reactorveiligheid.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, 4, 5, 8, 9 en 10

Waardering: B (3 1994)

3.2.8 Commissies voor de drinkwatervoorziening

206

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen instellen van een vaste commissie bij de Raad voor de Drinkwatervoorziening.

Periode: 1961-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 12

Waardering: B (5 1994)

209

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van nadere regels betreffende de werkwijze van de Raad voor de Drinkwatervoorziening en zijn commissies.

Periode: 1961-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 18

Waardering: B (5 1994)

211

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het informeren van de Commissie drinkwatervoorziening over het beleid inzake de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2b

Waardering: V (5 jaar)

214

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van organisaties die vertegenwoordigd dienen te worden in de Bestrijdingsmiddelencommissie.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Bestrijdingsmiddelenwet, art. 20a 1

Opmerking: Aangewezen zijn in het belang van het milieubeheer: de VEWIN, de Stichting Natuur en Milieu. De commissie vraagt ook advies aan de Technische Commissie Bodembescherming.

Waardering: B (5 1994)

3.3 Totstandkoming van het wettelijk kader

3.3.1 Wetgeving van de rijksoverheid in het algemeen

17

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van wetten op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1945-

Producten: Hinderwet (Stb. 1952, 274, gewijzigd Stb. 1958, 296, Stb. 1960, 141, Stb. 1963, 82, Stb. 1964, 344, Stb. 1967, 377, Stb. 1969, 536, Stb. 1970, 580, Stb. 1973, 38, Stb. 1975, 283 en 690, Stb. 1976, 229 en 377, Stb. 1979, 99 en 443, Stb. 1981, 392 en 402,

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), met wijzigingen

Wet chemische afvalstoffen (Stb. 1976, 214)

Afvalstoffenwet (Stb. 1977, 455)

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Stb. 1979, 443, gewijzigd o.m. in Stb. 1980, 757, Stb. 1986, 211, Stb. 1988, 113)

Wet tot uitbreiding en wijziging van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en daarmee samenhangende wijzigingen van andere wetten (vergunningen en algemene regels voor inrichtingen, procedures voor vergunningen en ontheffingen, handhaving) (VAR) (Stb.

Wet milieugevaarlijke stoffen, 1985 (Stb. 1992, 632)

Voorontwerp Wet bodemverontreiniging (Handelingen TK 1971-1972 , 11 268, nrs. 1-3)

Ontwerp van Wet bodemsanering 1980 (Handelingen TK 1980-1981, 16 821)

Interimwet bodemsanering (Stb. 1981, juni 1986)

Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (Stb. 1982, 470 en 1990, 37)

Interimwet ammoniak en veehouderijen (Stb. 1994, 634)

Evaluatie en financiering van de Interimwet bodemsanering: Voortgangsrapportage, 29 juni 1984

Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374 en wijzigingen - hiervan zijn de belangrijkste: -Wet bodembescherming+ (Stb. 1994, 331), voorbereid door de projectgroep PIN, nader gewijzigd in de Wet bodembescherming 1996)

producten van de projectgroep PIN-Wabm ter inpassing van bepalingen ten aanzien van de sanering van waterbodems

Voorstel van Wet verjaring van de vordering tot vergoeding van de schade door milieuverontreiniging (Handelingen TK, 1993-1994, 22 599)

voorbereidende voorstellen tot inpassing van diverse wettelijke regelingen in de Wet milieubeheer, Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Stb. 1970), Wet verontreiniging van zeewater (Stb. 1972), Grondwaterwet (Stb. 1981), Wet op de waterhuishouding (Stb

Opmerking: In deze handeling gaat het om de voorbereiding van wetten in formele zin. De voorbereidingsactiviteiten betreffen zowel de voorstudies in interne projectgroepen als de voorbereiding langs het formele circuit inclusief de toetsing aan instrumenteel voorgeschreven eisen als: deregulering, uitvoerbaarheid e.d. (vgl. PIVOT-rapport nr. 12: 'So many laws argue so many sins').De totstandkoming van de -Wet verontreiniging oppervlaktewateren, Stb. 1970-, -Wet verontreiniging van zeewater. Stb. 1972-, -Grondwaterwet Stb. 1981-, -Wet op de waterhuishouding, Stb. 1989- is reeds beschreven in het PIVOT-rapport nr. 28, 'Waterstaat', p. 69-74 (handelingen 105-121).

Waardering: B (1 1994)

218

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van wetten op gebied van drinkwater- en industriewatervoorziening.

Periode: 1945-1994

Producten: Grondwaterwet waterleidingbedrijven (Stb. 1953, 383)

Waterleidingwet (Stb. 1957, 150)

Waterleidingwet 1975 (Stb. 514)

Waterleidingwet 1986 (Stb. 27)

Waardering: B (1 1994)

221

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ontwerpen van richtlijnen voor de toelichting van wetten en AMvB's.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Productenlijst Directie Bestuurszaken

NMP 1, Actie A103

Producten: richtlijnen voor de opstelling van een milieutoets

richtlijnen voor de opstelling van een haalbaarheidstoets (bijvoorbeeld: Uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets milieubeleid en milieuregelgeving, maart 1994 (Handelingen TK)

Nota Product en milieu 1994

Actieprogramma Deregulering Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer DROM

instructieboek aan beleidsmedewerkers

stappenschema inzake de implementatie

voorstel tot cursus

Opmerking: Sommige voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd door het Project Implementatie Uitvoerbaarheids- en Handhaafbaarheidstoets Milieubeleid PRIMUS.

Waardering: B (1 1994)

227

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het sturen tot aanwending van regelgeving van de rijksoverheid, voor zover deze op andere departementen dan VROM tot stand komt, voor milieubeleidsdoelstellingen.

Periode: 1945-

Opmerking: De communicatie met andere departementen zal vaak via de interdepartementale overlegstructuren lopen. Voorbeelden zijn -het aanpassen van de tarieven van het openbaar vervoer, -tariefdifferentiatie van diverse belastingen, -de verlaging van de maximum snelheid op grond van de Wegenverkeerswet.

Waardering: B (1 1994)

228

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instrueren van opstellers van wetten, AMvB's en ministeriële regelingen.

Periode: 1945-

Producten: Cursus Uitvoeringsgericht Werken in Vijf Stappen

Waardering: B (4 1994)

229

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het door middel van publicaties geven van toelichtingen op tot stand gekomen wetten, AMvB's en ministeriële regelingen.

Periode: 1970-

Opmerking: Dit is de zgn. 'openbaarheidsvoorlichting'. Doel is de soms complexe materie toe te spitsen op doelgroepen en belanghebbenden.

Waardering: B+V (1 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: brochures; V 6 jaar: overige stukken

230

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvrage verstrekken van inlichtingen over tot stand gekomen wetten, AMvB's en ministeriële regelingen.

Periode: 1970-

Producten: Brochure

Serie

Opmerking: Dit is de zgn. 'dienstverlenende voorlichting'.

Waardering: V (5 jaar)

231

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in projectvorm toetsen van wetten in overleg met doelgroepen.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Mededeling IBPC,(1960)

Opmerking: Voorbeeld is: Project Algemene Regels Hinderwet 1990, overeengekomen in het milieuconvenant Grafische Industrie.

Waardering: B (3 1994)

232

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten in commissies en raden inzake normen voor het milieubeheer.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: NMP 1, (1986)

Producten: normen voor stoffen, procédé's apparaten en metingen (door normalisatie-instituten op te stellen)

Opmerking: Het gaat hier om normen, die in beginsel bedoeld zijn voor standaardisatie en efficiency ter vereenvoudiging van afspraken in het bedrijfsleven, maar waarnaar in AMvB's of daaraan toegevoegde bijlagen kan worden verwezen. Deze normen krijgen door die aanhaling een wettelijke bindende grondslag. Bij deze handeling is ook de implementatie van de Europese CEN-normen en CENELEC-normen (zie inleiding) betrokken, die bindend zijn. Normeringen van Nederlandse normalisatie-instituten kunnen niet bindend zijn, omdat hun aanwijzingen buitenlandse producten kunnen uitsluiten, wat in strijd is met verdragen inzake de Europese markt Dergelijke regelgeving moet daarom door de Europese commissie worden getoetst.

Waardering: B (4 1994)

233

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van ministeriële regels voorafgaande aan een AMvB.

Periode: 1970-1993

Opmerking: Deze regels worden opgemaakt op grond van wettelijke bevoegdheden die voorzien in gevallen waarbij spoedige oplossingen van milieuproblemen zijn vereist. De regel is echter beperkt geldig en moet binnen de gestelde termijn gevolgd worden door een AMvB.

Waardering: B (1 1994)

234

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in klankbordgroepen en projectgroepen evalueren van voorschriften van AMvB's.

Periode: 1945-

Opmerking: Het oudste voorbeeld is een onderzoek inzake de wijze waarop de belangrijkste luchtverontreinigende bedrijven in Nederland de voorschriften van de wet op de luchtverontreiniging naleven. Voorbeeld zijn klankbordgroepen van gebruikers en gemeenten (vergunningverleners) inzake de uitvoerbaarheid van het besluit BEES. Een van deze voorbeelden die leidt tot de vorming van nieuwe regelgeving is de Stuurgroep Vuurhaarden.

Waardering: B (1 1994)

3.3.2 De Hinderwet

235

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van soorten inrichtingen waarvoor een Hinderwetvergunning vereist is.

Periode: 1945-1952

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 3

Producten: Koninklijk Besluit van 22 juni 1945 (Stb. F 22), houdende regelingen voor bedrijven die als gevolg van maatregelen van de bezetting gesloten zijn geweest

Hinderwetswijziging (Stb. 1946, G 45), houdende regelingen voor bedrijven die als gevolg van maatregelen van de bezetting gesloten zijn geweest

Opmerking: De Hinderwet 1875 geeft een limitatieve opsomming van de soorten inrichtingen waarvoor een Hinderwetvergunning vereist is. Bij AMVB kan deze lijst worden gewijzigd of worden aangevuld Deze maatregel vervalt als zij niet binnen een jaar door een wetswijziging is bekrachtigd. Deze handeling werd indertijd uitgevoerd door de minister van Sociale Zaken.

Waardering: B (1 1994)

236

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van soorten inrichtingen waarvoor een Hinderwetvergunning nodig is.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 2

Producten: Hinderbesluit (Stb. 1953, 485, gewijzigd Stb. 1955, 104, Stb. 1957, 458, Stb. 1959, 324, Stb. 1967, 172, Stb. 1969, 514, Stb. 1976, 770, Stb. 1980, 303, Stb. 1981, 660, Stb. 1984, 7, Stb. 1988, 433, Stb. 1990, 53)

Waardering: B (1 1994)

237

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van eisen, die voor bepaalde soorten inrichtingen dienen te worden gesteld.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 2a

Wet milieubeheer, art. 8.43

Producten:

Besluit brood- en banketbakkerijen Hinderwet (Stb. 478, 70)

Besluit chemische wasserijen Hinderwet (Stb. 1990, 50)

Besluit detailhandel Hinderwet (Stb. 1989, 395)

Besluit doe-het-zelfbedrijven Hinderwet (Stb. 1989, 396)

Besluit garagebedrijven Hinderwet (Stb. 1990, 51)

Besluit gasdrukregel- en meetstations Hinderwet (Stb. 1988, 504)

Besluit horecabedrijven Hinderwet (Stb. 1992, 298)

Besluit houtverwerkende bedrijven Hinderwet (Stb. 1988, 95)

Besluit LPG-tankstations Hinderwet (Stb.)

Besluit melk- en rundveehouderijen Hinderwet (Stb. 1991, 324)

Besluit mestbassins Hinderwet (Stb. 1990, 618)

Besluit opslag goederen Hinderwet (Stb. 1990, 52)

Besluit opslag van propaan Hinderwet (Stb. 1987, 472)

Besluit propaan in de bouw Hinderwet (Stb. 1988, 506)

Besluit riool- en poldergemalen Hinderwet (Stb. 1988, 505)

Besluit scholen- en opleidingsinstituten Hinderwet (Stb. 1991, 448)

Besluit slagerijen Hinderwet (Stb. 1987, 471)

Besluit klein vuurwerk Hinderwet (Stb. 1988, 503)

Besluit woon- of kantoorgebouwen Hinderwet (Stb. 1987, 473)

Opmerking: Op grond van deze regeling worden regels gesteld waaraan de beschreven inrichtingen dienen te voldoen. In dit besluit kan worden bepaald dat de beschreven inrichtingen geen Hinderwetvergunning hoeven aan te vragen, behalve wanneer er bepaalde handelingen worden verricht of een bepaalde omvang is bereikt. Hierdoor wordt het verplicht routinematig afhandelen van Hinderwetaanvragen beperkt. De AMVB kan ook leiden tot een harmonisatie van de vergunningsvoorwaarden in verschillende gemeenten. Na inpassing van de Wet Milieubeheer worden de besluiten die in het kader van de Hinderwet zijn aangenomen aangehaald als 'Besluit ... milieubeheer'. Bij deze AMvB's worden modelformulieren toegevoegd (art. 5, lid 2 Hinderwet 1985). Dergelijke algemene regels dienen ook te worden toegepast overeenkomstig voor Nederland verbindende verdragen of verbindende besluiten van een volkenrechtelijke organisatie en dienen dus ook voor de toepassing van Europese regels.

Waardering: B (1 1994)

238

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van ministers die betrokken zijn bij het aanwijzen van adviserende ambtenaren in het kader van de Hinderwet.

Periode: 1981-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 30a.

Producten: Besluit tot uitvoering van art. 30e, eerste lid van de Hinderwet (Stb. 1982, 776, Stb. 1983, 319, gewijzigd Stb. 1986, 437)

Waardering: B (1 1994)

239

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van inrichtingen die niet onder de Hinderwet vallen.

Periode: 1945-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 24.

Hinderwet 1952, art. 38.

Producten: Besluit houdende aanwijzing van bij de mijnen behorende bovengronds gelegen werken en inrichtingen (Stb. 1984, 228)

Opmerking: Meestal gaat het om inrichtingen die onder een andere wettelijke regeling vallen.

Waardering: B (5 1994)

240

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het per circulaire geven van aanwijzingen aan provincie- en gemeentebesturen over de toepassing van de Hinderwet en de daarbij gewenste voorschriften in verband met het milieugevaar.

Periode: 1964-1985

Producten:

Circulaire van 27 april 1960, nr. 17

Circulaire van 9 september 1963, nr. 10 576

Circulaire van 17 september 1964, nr. 6739 inzake de toepassing van de Hinderwet ten aanzien van gashouders onder druk

Circulaire van 13 september 1964, nr. 8620 inzake aanpak luchtverontreiniging

Circulaire van 8 februari 1966, nr. 7517

Circulaire van 5 mei 1966, nr. 7976

Circulaire van 1 december 1966, nr. 9565

Circulaire van 7 juni 1967, nr. 8338

Circulaire van 4 juni 1968, nr. 8264

Circulaire van 6 december 1968, nr. 9097

Circulaire van 17 maart 1971, nr. 84 569

Circulaire van 30 november 1971, no. 85 237 inzake Hinderwetvergunningen voor varkensmesterijen e.d.

Circulaire van 7 september 1976, nr. 22 431

Circulaire van 10 februari 1977, nr. 27 404

Circulaire van 1 november 1978, nr. 158 210

Circulaire van 29 juni 1979, nr. 51001

Circulaire van 29 oktober 1979, nr. 95 483

Circulaire van 3 maart 1980, nr. 188 534

Handboek Hinderwet

Opmerking: Circulaires zijn aanbevelingen van de minister aan lager overheden over hoe ze gebruik dienen te maken van hun bevoegdheden. Ze worden binnen het bestuursrecht door de rechterlijke macht regelmatig als geldige regelgeving beschouwd (beleidsregels). Circulaires vormen een instrument om tijdelijk beleid vast te stellen. Een circulaire wordt dan ook slechts uitgebracht als vaststaat dat ze slechts tijdelijk van toepassing zijn.

Waardering: B (4 1994)

3.3.3 De Wet Algemene Bepalingen Milieuhygiëne en de Wet Milieubeheer

243

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van AMvB's met betrekking tot nadere regelingen van het milieubeheer.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 21, 6.

Producten: Besluit milieu-effectrapportage (Stb. 1987, 278)

Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet milieubeheer (Stb. 1993, 50)

Waardering: B (1 1994)

244

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB stellen van nadere regels met betrekking tot inrichtingen in het kader van de Wet milieubeheer.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 1.1 en 8.5.

Producten: Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet milieubeheer (Stb. 1993, 50)

specifieke besluiten (of aanpassing daarvan) voor bedrijven, overeenkomstig de Hinderwet 1985 (bijvoorbeeld: Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer, Stb. 1993, 107

Besluit Tankstations milieubeheer)

Opmerking: Deze regels betreffen de uitoefening van de volgende bevoegdheden: -Het definiëren van wat onder een inrichting moet worden verstaan (art. 1,1, lid 4) -Het vaststellen van regels waaraan bepaalde categorieën bedrijven moeten voldoen. -Het vaststellen van regels inzake kennisgevingen van houders van inrichtingen -Het aanwijzen van categorieen inrichtingen die nadelig voor het milieu kunnen zijn, en waarvoor dus speciale vergunning(svoorwaarde)n zijn vereist (art. 2); Dit nadeel kan betrekking hebben op luchtverontreiniging, geluidshinder, productie of verwerking van afvalstoffen of lozingen. -Het aanwijzen van categorieën inrichtingen, waarvoor bij vergunningverlening toestemming van de minister is vereist (art. 3.2), nader uitgewerkt in bijlage III, Inrichtingen en Vergunningenbesluit); -Het aanwijzen van het bevoegd gezag (art. 3.1); -Het stellen van richtlijnen met betrekking tot de te verstrekken gegevens om aanvragen ontvankelijk te laten verklaren. -Het stellen van nadere regels aan het bevoegd gezag inzake regelgeving met betrekking tot inrichtingen in het kader van de Wet milieubeheer -Het implementeren van Europese richtlijnen. Dit laatste is nodig om te voldoen aan analoge verplichtingen als de Milieueffectrapportage en om eventueel bij grensoverschrijdende gevallen lidstaten van de EG te informeren.

Waardering: B (1 1994)

246

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB stellen van nadere regels met betrekking tot de milieueffectrapportage (MER).

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, 3, 1b

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 41g

Wet milieubeheer, 7, 2

Producten: Besluit startnotitie MER, 28 juli 1987

Regeling startnotitie MER (Stcrt. 1993, nr. 229)

Besluit milieu-effectrapportage (Stb. 1887, 278 en Stb. 1995, 623)

Opmerking: Deze nadere regels betreffen: -Het aanwijzen van activiteiten, waarvoor een milieu-effectrapportage verplicht is (MER-plichtige activiteiten). -Het aanwijzen van 'gevoelige gebieden', waarvoor speciale milieu-effectrapportage noodzakelijk is. -Het aanwijzen van bevoegde instanties die een MER in ontvangst dienen te nemen. -Het vaststellen van regels inzake handelingen van andere overheden inzake het milieu-effectrapport. Dit kan betrekking hebben op: Richtlijnen voor het milieu-effectrapport, Mededelingen ten aanzien van het milieu-effectrapport, Inspraak over het milieu-effectrapport, Het na de verrichten onderzoek naar het werkelijke milieu-effect. -Het vaststellen van nadere gegevens die in een milieu-effectrapport zijn vereist. Vanaf 1993 is de minister verplicht de AMVB met betrekking tot de MER om de vijf jaar bij te stellen.

Waardering: B (1 1994)

247

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB stellen van bijzondere regels met betrekking tot de verwijdering en/of verwerking van afval in het kader van de Wet milieubeheer.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 21.6

Producten:

Besluit groente-, fruit- en tuinafval (Stb. 1993, 226)

Besluit nadere omschrijving begrip autowrakken (Stb. 1993, 571)

Besluit inzameling afgewerkte olie (Stb. 1993, 571)

Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen (Stb. 1993, 616)

Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (Stb. 393, 617)

Besluit KCA-logo (Stb. 1994, 92)

Opmerking: Vanuit dit perspectief kunnen ook algemene regels op het gebied van milieubeheer worden beïnvloed, omdat er op het gebied van afvalverwerking ook algemene voorschriften kunnen worden gesteld aan inrichtingen. Deze producten kunnen als bijdragen aan handeling 223 worden beschouwd. Bij deze handeling hoort: -het stellen van regels voor daartoe vastgestelde categorieën afval -het aanwijzen van specifieke inrichtingen die tot verwerking van dit afval bevoegd zijn (hiervoor geldt ook een vergunningenstelsel, als voorzien in het IVB).

Waardering: B (1 1994)

248

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, opstellen en wijzigen van circulaires die betrekking hebben op onderwerpen die voortkomen uit de Wet milieubeheer.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer (1979)

Producten: Circulaire inzake overgangsrecht Wet milieubeheer (Stcrt. 1993, nr. 49)

Circulaire inzake regelgeving inrichtingen grondwaterbescherming en aanverwante onderwerpen (Stcrt. 1993, nr. 145)

Circulaire inzake regelgeving inrichtingen grondwaterbeschermingsgebieden (Stcrt. 1993, nr. 145)

Circulaire inzake milieubestuursrecht (Stcrt. 1994, nr. 24)

Waardering: B (4 1994)

249

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en wijzigen van nadere regels met betrekking tot bij AMvB geregelde onderwerpen die voortkomen uit de Wet Milieubeheer.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.5, lid 3, art. 10.4, lid 7.

Waardering: B (1 1994)

250

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en wijzigen van richtlijnen welke betrekking hebben op onderwerpen die voortkomen uit de Wet milieubeheer.

Periode: 1992-

Opmerking: In deze richtlijnen worden verwerkt: -Hoe de milieuconvenanten, gesloten met de branche-organisaties, of de meerjarenafspraken op het gebied van energiebeperking moeten worden toegepast; -Hoe moet worden gereageerd op de stand van zaken der techniek, zoals verwerkt in de CEN-normen, de NER., de geregistreerde beschrijvingen van gevaarlijke stoffen e.d.; -Hoe de Europese richtlijnen en verordeningen en internationale verdragen moeten worden verwerkt.

Waardering: B (4 1994)

251

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en wijzigen van richtlijnen in het belang van energiebesparing.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: informatie over de toepassing van de Wet milieubeheer door het directoraat Lucht en Energie, 01-01-1992

Opmerking: In deze richtlijnen worden verwerkt: -Hoe de meerjarenafspraken op het gebied van energiebeperking moeten worden toegepast. -Hoe moet worden gereageerd op de stand van zaken der techniek, zoals verwerkt in de CEN-normen, de NER, de geregistreerde beschrijvingen van gevaarlijke stoffen e.d. -Hoe de Europese richtlijnen en verordeningen en internationale verdragen moeten worden verwerkt.

Waardering: B (4 1994)

252

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB aanwijzen van bevoegde instanties voor vergunningverlening en vaststellen van regels omtrent de vergunningverlening door het bevoegd gezag.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 1, art. 8, 45, ,

Producten: Inrichtingen- en vergunningenbesluit Wet milieubeheer (Stb. 1993, 50) en de daarbij behorende bijlagen

Opmerking: De minister kan bij deze aanwijzing bepalen dat bepaalde inrichtingen van nationaal belang zijn en vaststellen dat de minister zelf bevoegd is tot het verlenen van vergunningen. In de praktijk heeft de minister de provincie als vergunningverlenende instantie aangewezen voor belangrijke inrichtingen, met dien verstande dat de minister in bijzondere omstandigheden zelf toestemming moet verlenen.

Waardering: B (5 1994)

3.3.3.1 De Tracéwet in verband met de Wet Milieubeheer

253

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de voorbereiding van de Tracéwet en wijzigingen daarop.

Periode: 1990-1994

Opmerking: De eerst verantwoordelijke minister voor de Tracéwet is de minister van Verkeer en Waterstaat. De bijdragen zullen dan ook in een overlegsituatie met dit departement tot stand komen.

Waardering: B (1 1994)

254

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de voorbereiding van algemene maatregelen van bestuur ter uitvoering van bepalingen uit de Tracéwet.

Periode: 1990-1994

Opmerking: -De eerst verantwoordelijke minister hiervoor is de minister van Verkeer en Waterstaat. De bijdragen zullen dan ook in een overlegsituatie met dit departement tot stand komen. -Het gaat hier om het Tracébesluit.

Waardering: B (1 1994)

3.3.4 De Wet inzake de luchtverontreiniging

257

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels naar aanleiding van de Wet inzake de luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), passim

Producten:

Vergunningenbesluit inrichtingen luchtverontreiniging (Stb. 1972, 472)

Besluit luchtkwaliteit zwaveldioxide en zwevende deeltjes (Stb. 1986, 78)

Besluit luchtkwaliteit stikstofdioxide (Stb. 1987, 33)

Besluit emissie-eisen stookinstallaties Wet inzake de luchtverontreiniging BEES (Stb. 1987, 164)

Besluit NOx en salpeterzuurfabrieken

Besluit titaandioxide

Besluit luchtkwaliteit benzeen

Besluit ozon (in voorbereiding)

Regels inzake eisen, waaraan toestellen of brandstoffen moeten voldoen

Besluit loodgehalte benzine (Stb. 1977, 588)

Besluit chloorfluormethaan in spuitbussen (Stb. 1978, 547)

Besluit zwavelgehalte brandstoffen (Stb. 1974, 549, gewijzigd in Stb. 1988, 408)

Besluit permanente eisen motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1982, 36, gewijzigd in Stb. 1990, 240)

Besluiten met betrekking tot motorrijtuigen en bromfietsen, vastgesteld door de minister, belast met het verkeer

Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1974, 632, gewijzigd in Stb. 1990,240)

Besluit typekeuring bromfietsen luchtverontreiniging (Stb. 1984, 525, gewijzigd in Stb. 1986, 230)

Regeling keuringsvoorschriften typekeuring motorvoertuigen luchtverontreiniging (Stb. 1984, 230)

Besluit milieukeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1991, 398)

Heffingenbesluit brandstoffen luchtverontreiniging (Stb. 1972, 307) (de regels ingevolge art. 13-17 worden hoofdzakelijk opgesteld door de afdeling Geluid en Verkeer)

Opmerking: De besluiten worden genomen en herzien aan de hand van: Europese richtlijnen, Resultaten van monitoring met betrekking tot luchtverontreiniging en de stand van zaken van de kennis inzake luchtverontreiniging, Evaluaties omtrent de uitvoerbaarheid. Bij de totstandkoming kunnen onderhandelingen met het bedrijfsleven vooraf gaan, die leiden tot compromissen in de voorschriften. Deze soms nogal ingewikkelde compromissen worden dan op uitvoerbaarheid geëvalueerd.Aan het Besluit emissie-eisen stookinstallaties Wet inzake de luchtverontreiniging BEES (Stb 1987, 164) ging een circulaire vooraf van 3 september 1982. Het besluit zelf werd aangepast aan de hand van de 'Grossfeueranlagenverordnung' van de Duitse Bondsrepubliek. In 1994 begint een onderzoek naar nieuwe aanpassing o.a. in verband met Europese richtlijnen.

Waardering: B (1 1994)

258

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen voor de uitvoering van AMvB's.

Periode: 1945-

Producten: toelichting van regels

toelichting stroomlijnen

Waardering: B (4 1994)

259

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het evalueren van voorschriften van AMvB's.

Periode: 1945-

Opmerking: Een en ander geschiedt in klankbordgroepen en projectgroepen. Voorbeeld zijn klankbordgroepen van gebruikers en gemeenten (vergunningverleners) inzake de uitvoerbaarheid van het besluit BEES. Een van deze voorbeelden die leidt tot de vorming van nieuwe regelgeving is de Stuurgroep Vuurhaarden.

Waardering: B (4 1994)

3.3.5 De Wet geluidhinder

260

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van de Wet geluidhinder en de wijzigingen daarop.

Periode: 1970-

Opmerking: -De wijzigingen die verband houden met de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne en de Wet milieubeheer vallen niet onder deze handeling. -De wetswijziging van 1994 is voorbereid door de projectgroep MIG.

Waardering: B (1 1994)

262

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van de (Tijdelijke) Heffingenwet industrielawaai.

Periode: 1980-1983

Opmerking: De Heffingenwet industrielawaai is in eerste instantie als algemene maatregel van bestuur opgesteld. Nadat het ontwerpbesluit aan de Staten-Generaal was overlegd, is conform de wens van de Tweede Kamer het onderwerp van de maatregel bij wet geregeld.

Waardering: B (1 1994)

263

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de voorbereiding van de Luchtvaartwet en wijzigingen daarop.

Periode: 1976-

Opmerking: -De eerst verantwoordelijke minister voor de luchtvaartwetgeving is de minister van Verkeer en Waterstaat. De bijdragen zullen dan ook in een overlegsituatie met het departement van V&W tot stand komen.-Het gaat met name om die onderdelen van de luchtvaartwet die betrekking hebben op de normering van de geluidhinder door middel van onder andere de aanwijzing van luchtvaartterreinen en de bijbehorende zonering.

Waardering: B (1 1994)

264

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Wet geluidhinder.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, diverse artikelen, ,

Producten:

Besluit geluidproduktie motorvoertuigen (Stb. 1981, 741)

Besluit geluidproduktie bromfietsen (Stb. 1985, 474)

Besluit uitlaatsystemen motorvoertuigen en bromfietsen (Stb. 1985, 474)

Besluit geluidproduktie torenkranen (Stb. 1986, 348)

Besluit geluidproduktie stroomaggregaten (Stb. 1983, 564)

Besluit geluidproduktie motorcompressoren (Stb. 1983, 565)

Besluit geluidproduktie sloophamers (Stb. 1983, 563)

Besluit geluidproduktie grondverzetmachines (Stb. 1988, 634)

Besluit geluidproduktie gazonmaaimachines (Stb. 1988, 246)

Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder (Stb. 1989, 393)

Besluit geluidinformatie huishoudelijke apparaten (Stb. 1992, 218)

Besluit recreatie-inrichtingen Wet geluidhinder (Stb. 1981, 687)

Besluit categorie A-inrichtingen Wet geluidhinder (Stb. 1982, 671)

Vergunningenbesluit categorie A-inrichtingen Wet geluidhinder (Stb. 1982, 474)

Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen (Stb. 1982, 465)

Besluit saneringsmaatregelen industrieterreinen Wet geluidhinder (Stb. 1982, 485)

Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen (Stb. 1981, 688)

Besluit ondergrens zones van wegen (Stb. 1981, 626)

Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer (Stb. 1985, 614)

Besluit geluidhinder spoorwegen (Stb. 1987, 122)

Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg (Stb. 1983, 657)

Besluit zonering buitenlands luchtvaartterrein Zuid-Limburg (Stb. 1994, 38)

Heffingenbesluit geluidhinder wegverkeer (Stb. 1986, 559)

Tijdelijk vergoedingenbesluit lagere overheden (Stb. 1986, 16)

Besluit houdende uitvoering van artikel 148, eerste lid, van de Wet geluidhinder (Stb. 1982, 180)

Vrijstellingsbesluit geluidproduktie motorvoertuigen landsverdediging (Stb. 1981, 822)

Opmerking: Onder deze handeling vallen ook die activiteiten die gericht waren op de totstandkoming van algemene maatregelen van bestuur die nimmer werden vastgesteld. Voorbeelden hiervan zijn de regelingen voor de geluidsproduktie van buitenboordmotoren en kettingzagen. In het kader van deze handeling wordt veel overleg gepleegd met betrokken overheidsinstanties en belangengroepen.

Waardering: B (1 1994)

265

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van geluidsnormen die dienen te gelden in geluidszones rond luchtvaartterreinen.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 25, lid 2

Producten: Besluit geluidsbelasting grote luchtvaartterreinen (Stb. 1981, 504)

Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart (Stb. 1991, 22)

Opmerking: Hieromtrent wordt overleg gevoerd met de ministers van Verkeer en Waterstaat en van Defensie. Met betrekking tot de nachtnormering is overleg gevoerd met de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Defensie, EZ, Justitie, VWS en Financiën en het luchtvaartbedrijfsleven. Dit is handeling 346 uit het rapport 'Luchtvaart gebonden'.

Waardering: B (1 1994)

266

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van circulaires inzake verkeer en geluid.

Periode: 1970-

Producten:

Circulaire van 20 maart 1970 inzake de bestrijding van geluidhinder

Circulaire van 28 augustus 1973 inzake de bestrijding van geluidhinder

Circulaire van mei 1974 inzake de bestrijding van geluidhinder

Circulaire Spoorweglawaai van 1 mei 1979

Circulaire Schietlawaai van 1 augustus 1979

Circulaire Industrielawaai van 1 september 1979

Circulaire Stiltegebieden van 13 mei 1980

Circulaire Bouwlawaai van 2 maart 1981

Circulaire Zoneringsregeling industrieterreinen in bestaande situaties van 12 juni 1984

Circulaire van 4 januari 1993 inzake de toepassing van artikel 59 Wet geluidhinder, (Stcrt. nr. 5)

Circulaire van 1 november 1994 inzake de toepassing van de Algemene wet bestuursrecht bij de sanering industrielawaai op grond van de Wet geluidhinder (Stcrt. nr. 227)

Circulaire van 22 november 1995, betreffende Sanering spoorweglawaai bij de uitvoering van Rail-21-projecten (Stcrt. nr. 238)

Circulaire van 29 februari 1996, Directoraat-Generaal Milieubeheer, directie Geluid en Verkeer, inzake geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting: beoordeling in het kader van de vergunningsverlening op basis van de Wet milieub.

informatie m.b.t. luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder van 26 januari 1990 (Stcrt. nr. 12)

Opmerking: Circulaires zijn aanbevelingen van de minister aan lager overheden over hoe ze gebruik dienen te maken van hun bevoegdheden. Ze worden binnen het bestuursrecht door de rechterlijke macht regelmatig als geldige regelgeving beschouwd (beleidsregels). Circulaires vormen een instrument om tijdelijk beleid vast te stellen. Een circulaire wordt dan ook slechts uitgebracht als vaststaat dat ze slechts tijdelijk van toepassing zijn.

Waardering: B (4 1994)

267

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels met betrekking tot het verlenen van schadevergoedingen aan houders van vergunningen krachtens de Wet geluidhinder.

Periode: 1982-

Opmerking: De Wet geluidhinder bood in artikel 124, lid 5, de bevoegdheid om bij algemene maatregel van bestuur regels te stellen met betrekking tot deze schadevergoedingen, van deze bevoegdheid is tot nu toe echter geen gebruik gemaakt. In het kader van deze handeling is onder andere overleg gevoerd met de Raad van Nederlandse Werkgeversverbonden VNO/NCW.

Waardering: B (1 1994)

3.3.6 De wetgeving op de bodembescherming

3.3.6.1 Wetten

268

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden en ontwerpen van wettelijke regelingen op het gebied van de bodembescherming.

Periode: 1970-1994

Producten: Ontwerp van Wet bodemsanering 1980 (Handelingen TK 1980-1981, 16 821)

Evaluatie en financiering van de Interimwet bodemsanering: Voortgangsrapportage, 29 juni 1984

Voorontwerp Wet bodemverontreiniging (Handelingen TK 1971-1972, 11 268, nrs. 1-3)

Interimwet bodemsanering (Stb. 1981)

Voortgangsrapportage Interimwet bodemsanering, juni 1986

Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374)

Wet bodembescherming + (Stb. 1994, 331)

produkten van de projectgroep PIN-Wabo ter inpassing van bepalingen ten aanzien van de sanering van waterbodems

Wet verjaring van de vordering tot vergoeding van de schade door milieuverontreiniging

Wet bodembescherming + (Stb. 1996, 496)

Opmerking: Het proces van een wetgeving is afgerond als een wet in het Staatsblad is verschenen. Wordt een wet geëvalueerd, dan vindt er een nieuwe handeling plaats. Alle stukken met betrekking tot de voorbereiding van een wet, ook die van projectgroepen, worden als voorstukken van een wet beschouwd en vallen onder de omschreven handeling.

Waardering: B (1 1994)

3.3.6.2 Algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen

270

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van drempelbedragen voor door de gemeenten te verstrekken subsidies aan de provincies voor bodemsanering.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63)

Waardering: V (6 jaar)

271

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels op het gebied van bodemsanering.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+, diverse artikelen

Producten: Besluit drempelbedrag bodemsanering (Stb. 1983, 159)

Beleidsnotitie interventiewaarden bodemsanering, 21 december 1993 (Handelingen TK 1993, 22 727, nr. 7)

Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen (Stb. 1993, 602)

Ministeriële regeling, houdende diverse financiële bepalingen bodemsanering (in voorbereiding)

Opmerking: De Interimwet Bodemsanering kende de minister de bevoegdheid toe tot: Het regelen van de door gemeenten te verstrekken subsidiebedragen aan de provincies voor de sanering van verontreinigde terreinen. De regeling betreft het vaststellen van een drempelbedrag. De WBB+ kende de minister de volgende bevoegdheden toe: Het stellen van nadere regels voor bodemonderzoek In deze maatregel kan ook worden bepaald welke overheidsinstanties deze regels in acht moeten nemen, het onderzoek moeten uitvoeren en/of controleren. Regels kunnen er worden gesteld ten aanzien van de wijze en de frequentie van het onderzoek, de dichtheid van meetnetten; de verwerking en registratie van uitkomsten en de verplichtingen en bevoegdheden ten aanzien van informatie. De minister is met voorlopige circulaires op deze regeling vooruit gelopen. Het bepalen van gevallen waarin de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier worden bedreigd. Deze algemene maatregel van bestuur is vervangen door uitvoeringsmaatregelen in het kader van Europese richtlijnen. Het vaststellen van categorieën gevallen, waarbij eigenaars van een grondgebied verplicht zijn bodemonderzoek te (laten) verrichten. In de wijziging van de WBB+ zijn de bevoegdheden van de Technische commissie Bodembescherming geschrapt; de overige bevoegdheden zijn gebleven en in voorkomende gevallen nader omschreven.

Waardering: B (1 1994)

272

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij tijdelijke regeling of bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van bodembeschermende (preventieve) regels.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming, diverse artikelen

Wet bodembescherming+, diverse artikelen.

Producten: Lozingenbesluit bodembescherming (Stb. 1990, 217)

Stortbesluit bodembescherming (Stb. 1993, 55)

Besluit gebruik dierlijke meststoffen (Stb. 1987, 114)

Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen (Stb. 1991, 613)

Besluit opslaan in ondergrondse tanks (BOOT)(Stb. 1993, 46)

Werkprogramma milieumaatregelen bij tankstations

Bouwstoffenbesluit

Infiltratiebesluit bodembescherming (Stb. 1993, 233)

voorstellen besluit gebruik zuiveringsslib, compost, zwarte grond en baggerspecie

diverse besluiten Hinderwet en Milieubeheer voor bepaalde categorieën bedrijven

Opmerking: De beschreven produkten zijn besluiten, genomen voor 31 december 1994. In de loop van de tijd kunnen krachtens artikelen 9 en 11 ook algemene maatregelen van bestuur worden uitgevaardigd. De minister heeft de bevoegdheid om buiten een algemene maatregel van bestuur onmiddellijke voorzieningen te treffen in het belang van de bescherming van de bodem (art. 20). Deze regelingen hebben een geldigheidsduur van zes maanden en kunnen nog eenmaal voor zes maanden worden verlengd. Daarna dient er een algemene maatregel van bestuur te volgen.

Waardering: B (1 1994)

274

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instemmen met door de minister van Landbouw, (Natuurbeheer) en Visserij vast te stellen ministeriële regels en AMvB's over de kwaliteit van meststoffen.

Periode: 1991-1998

Grondslag/Bron: Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen, 4, 3,4

Opmerking: De ministeriële regels zijn bedoeld om vooruit te lopen op door de minister van Landbouw, (Natuurbeheer) en Visserij vast te stellen AMvB's. Zie voor de maatregelen van het ministerie van LNV het PIVOT-rapport inzake het mestbeleid.

Waardering: B (1 1994)

275

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van de minister van Binnenlandse Zaken inzake nadere regelgeving op het gebied van de lijkbezorging.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Wet op de lijkbezorging (Stb. 1991, 130), diverse artikelen

Producten: Besluit op de lijkbezorging (Stb. 1991, 152)

Regeling van 6 juni 1991 betreffende de aanwijzing van kunststoffen ten behoeve van de vervaardiging van lijkkisten en andere lijkomhulsels (Lijkomhulselbesluit) (Stcrt. 1991, nr. 113)

Opmerking: Het betreft eisen, te stellen aan de wijze van begraven en cremeren overeenkomstig de Inspectierichtlijn lijkbezorging 1989 en nadere regelingen. Dezer regelingen hebben voornamelijk betrekking op de bescherming van de bodem en het zich daaromheen bevindende grondwater.

Waardering: B (1 1994)

3.3.6.3 Circulaires en algemene richtlijnen

276

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van een leidraad met regels inzake bodembescherming en bodemsanering.

Periode: 1982-

Producten: Leidraad Bodemsanering (in verschillende uitgaven 1983-1994)

Leidraad Bodembescherming (in verschillende uitgaven, 1994-

Leidraad Storten

Opmerking: Met de opstelling van deze leidraad worden verschillende bepalingen in de Interimwet Bodemsanering of de Wet Bodembescherming uitgevoerd. Bijvoorbeeld art. 2, Interimwet bodemsanering, dat de minister de bevoegdheid geeft tot het opstellen van richtlijnen inzake de jaarlijkse planning en verslaglegging van de provincies inzake bodemsanering.

Waardering: B (4 1994)

277

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van circulaires op het gebied van bodemsanering.

Periode: 1983-

Grondslag/Bron: Interview

Producten: Ministeriele circulaire van 28 oktober 1988 met betrekking tot bevoorschotting en renteverrekening ten aanzien van de subsidietoekenning aan de provincies met het oog op bodemsanering

Circulaire Inwerkingtreding Saneringsregeling Wet bodembescherming (december 1994)

Circulaire Procedure inzake verlaagde gemeentelijke bijdrage, november 1994

Circulaire Herziening bijdrageverlening bodemsanering, financieel-administratief deel, 1996

Waardering: B (4 1994)

278

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen op het gebied van bodembescherming.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Uitvoeringsregeling Stortbesluit bodembescherming, Toelichting

Producten: Richtlijnen voor dichte eindafwerking op afval- en reststofopbergingen (Publikatiereeks Bodembescherming 1991/2)

Concept-Richtlijnen bodembeschermende voorzieningen en maatregelen

Nederlandse richtlijnen bodembeschermende voorzieningen en maatregelen bij bedrijfsmatige activiteiten (NRB)

Bijdragen aan standaard-MER's

Opmerking: Deze richtlijnen bevatten technische gebruiksaanwijzingen voor methoden van bodembescherming. Vanaf 1994 werkt de minister als deelnemer in een project Nederlandse Richtlijnen Bodembescherming samen met de met de VNG en het IPO. Deze richtlijnen kunnen worden opgenomen in de Leidraad Bodembescherming. Zij vormen mede uitgangspunt bij: -Onderhandelingen voor de totstandkoming van milieuconvenanten en de bijstelling van de tijdens deze conventanten op te stellen richtlijnen voor bedrijven,-Standaardvoorwaarden voor milieuvergunningen en milieubesluiten.

Waardering: B (4 1994)

3.3.7.1 Afvalstoffenwet

280

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en wijzigen van algemene maatregelen van bestuur die voortkomen uit de Afvalstoffenwet.

Periode: 1977-1994

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet

Producten: Besluit, houdende uitvoering van artikel 79 Afvalstoffenwet (Stb. 1979, 68)

Besluit, houdende toepassing van artikel 17 van de Afvalstoffenwet (Stb. 1979, 297)

Besluit, houdende uitvoering van artikel 99 Afvalstoffenwet (Stb. 1979, 425)

Besluit, houdende toepassing van artikel 26 van de Afvalstoffenwet (bouw- en sloopafval) (Stb. 1980, 24)

Besluit, houdende uitvoering van artikel 99 Afvalstoffenwet (Stb. 1981, 377)

Besluit houdende vaststelling van het Vergunningenbesluit inrichting Afvalstoffenwet (Stb. 1982, 43)

Besluit, houdende uitvoering van artikel 99 Afvalstoffenwet (Stb. 1982, 44)

Besluit, houdende toepassing van artikel 26 van de Afvalstoffenwet (ziekenhuisafval) (Stb. 1982, 81)

Besluit coördinatie toezicht Afvalstoffenwet (Stb. 1983, 409)

Besluit, houdende toepassing van art. 33, tweede lid, Afvalstoffenwet (Stb. 1985, 117)

Besluit bewaren en bewerken sloopafval Afvalstoffenwet (Stb. 1985, 200)

Besluit, houdende uitvoering van artikel 31, derde lid, van de Afvalstoffenwet (Stb. 1985, 221)

Besluit, houdende toepassing van artikel 26 van de Afvalstoffenwet (zuiveringsslib) (Stb. 1985, 581)

Besluit, houdende uitvoering van artikel 96 Afvalstoffenwet (Stb. 1986, 207)

Inrichtingenbesluit Afvalstoffenwet (Stb. 1987, 173)

Besluit, houdende uitvoering van de artikelen 89, vierde lid en 99 van de Afvalstoffenwet (Besluit autowrakken-inrichting) (Stb. 1987, 433)

Besluit, houdende toepassing van artikel 33, tweede lid, van de Afvalstoffenwet (Stb. 1988, 53)

Besluit, houdende uitvoering van artikel 96 Afvalstoffenwet (Stb. 1988, 528)

Besluit groente-, fruit-, en tuinafval (Stb. 1993, 226)

Besluit, houdende aanwijzing van gevaarlijke afvalstoffen (Stb. 1993, 617)

Waardering: B (1 1994)

281

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van richtlijnen inzake afvalstoffen.

Periode: 1979-1992

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 6.

Producten: VAM-richtlijn, 1980

Autowrakken, 1981

Ziekenhuisafval, 1982

Gecontroleerd storten, 1985

Verbranden, 1985 / 1989

Van saneren tot beheersen, 1986

Van slopen tot bouwen, 1986

Zuiveringsslib, 1986

Opmerking: In de dossiers bij de totstandkoming van deze richtlijnen kunnen gegevens voorkomen met betrekking tot het overleg met IPO en de VNG waaruit adviezen zijn voortgekomen.

Waardering: B (4 1994)

3.3.7.2 Wet chemische afvalstoffen

283

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, opstellen en wijzigen van algemene maatregelen van bestuur die voortkomen uit de Wet chemische afvalstoffen.

Periode: 1970-1994

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, diverse artikelen.

Producten: Uitvoeringsbesluit van de artikelen 41, eerste lid, en 52, eerste lid, van de WCA (Stb. 1976, 641)

Stoffen- en processenbesluit WCA (Stb. 1977, 435)

Besluit houdende toepassing artikel 34 van de WCA met betrekking tot wasmiddelen (Stb. 1977, 474)

Besluit houdende inwerkingtreding WCA (Stb. 1977, 564)

Besluit coördinatie toezicht WCA (Stb. 1977, 730)

Besluit inzameling chemische afvalstoffen (Stb. 1978, 575)

Besluit houdende inwerkingtreding WCA (Stb. 1979, 90 en 279, 345)

Vergunningenbesluit chemische afvalstoffen (Stb. 1979, 123)

Besluit houdende uitvoering van artikel 37 WCA (Stb. 1979, 215)

Besluit houdende toepassing van artikel 34 van de WCA met betrekking tot bepaalde gevaarlijke stoffen (PCB-Besluit) (Stb. 1979, 281)

Bilge-oliebesluit (Stb. 1980, 696)

Heffingenbesluit chemische afvalstoffen (Stb. 1981, 33)

Besluit advisering ontheffingen WCA (Stb. 1981, 313)

Besluit chemische afvalstoffen uit vaartuigen (Stb. 1985, 654)

Besluit houdende aanwijzing van chemische afvalstoffen (Stb. 1991, 247)

Waardering: B (1 1994)

3.3.8 Wet milieugevaarlijke stoffen

285

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, opstellen en wijzigen van algemene maatregel van bestuur inzake milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, diverse artikelen.

Opmerking: Deze handeling kan worden gedaan in overeenstemming met onder andere de minister van SZWe. Bijvoorbeeld: -Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1986, 592). -Besluit organisch halogeengehalte van brandstoffen (Stb. 1989,58) inzake PCB's.-Besluit risico's zware ongevallen (Stb. 1988, 432). -Besluit Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1989, 560). -Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1990, 53). -Besluit melding nieuwe kennis milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1990, 82). Besluit biologische afbreekbaarheid oppervlakte-actieve stoffen in wasmiddelen Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1990, 292). -Cadmiumbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1990, 538). -Besluit asbestvrije frictiematerialen Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1991, 507) tot het voorkomen van asbest in frictiematerialen van motorrijtuigen. -Besluit implementatie EEG-stoffenrichtlijn Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1992, 455, gewijzigd in Stb. 1993, 651) tegen pentachloorfenol (PCB), benzeen en andere kankerverwekkende stoffen. -Besluit tot vaststelling van regels inzake batterijen en accu's die kwik, cadmium of lood bevatten , (Stb. 1992, 486). -Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, (Stb. 1992, 599). -Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke Stoffen (Stb. 1993, 215). -Besluit tot vaststelling van regels inzake batterijen en accu's die kwik, cadmium of lood bevatten (Stb. 1992, 486). -Veiligheidsinformatiebesluit Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1993, 252).- Registratiebesluit milieugevaarlijke stoffen (Stb 1988, 208, gewijzigd in Stb. 1992, 168).- Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten. (Stb, 1987, 516). - Afleveringsbesluit gevaarlijke preparaten (Stcrt 1980, 64). - Ugilec 121 - Ugilec 141 en DBBT-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1989, 560). - Besluit beoordeling en beperking van de risico's van bestaande stoffen (Stb. 1995, 106).

Waardering: B (1 1994)

287

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden en opstellen van circulaires inzake het omgaan met milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Kennisgevingsbesluit Wet Milieugevaarlijke Stoffen, 4,

Producten: Circulaire Risicobeoordeling milieugevaarlijke stoffen

Circulaire Externe veiligheid

Waardering: B (4 1994)

3.3.9 Kernergiewet

289

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met andere ministers voorbereiden, opstellen en wijzigen van wetgeving inzake de bescherming van het milieu tegen gevaar van schade door ioniserende straling.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, 22.

Producten: Kernenergiewet

Wet houdende machtiging tot deelneming in het aandelenkapitaal van de COVRA (Stb. 1986, 627)

Waardering: B (1 1994)

290

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met andere ministers voorbereiden, vaststellen, wijzigen of intrekken van algemene maatregelen van bestuur die betrekking hebben op de bescherming van het milieu tegen het gevaar van schade door ioniserende straling.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, diverse artikelen

Producten: Besluit ongevallen kerninstallaties (Stb. 1976, 138)

Opmerking: Andere ministers kunnen bij deze handeling betrokken zijn.

Waardering: B (1 1994)

291

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het bepalen van de normen inzake een geabsorbeerde dosis ioniserende straling.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Definitiebesluit Kernenergiewet (Stb. 1986, 533)

Producten: Besluit regeling effectief dosisequivalent (Stcrt. 1987, 60)

Opmerking: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het vaststellen van de factoren die de biologische werkzaamheid van een geabsorbeerde dosis ioniserende straling tot uitdrukking kunnen brengen.

Waardering: B (4 1994)

292

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden en opstellen van circulaires inzake het omgaan met radioactieve stoffen en stoffen met ioniserende straling.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, 22,

Producten: Circulaire Externe veiligheid

Waardering: B (4 1994)

3.3.10.1 Grondwaterwet waterleidingbedrijven

293

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en evalueren van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Grondwaterwet waterleidingbedrijven.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art 7, lid 1.

Producten: KB, houdende bepaling, welke gegevens en bescheiden bij de aanvrage van een vergunning moeten worden overgelegd (Stb. 63, 1955)

Opmerking: Het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening valt onder deze actor.

Waardering: B (1 1994)

3.11 Waterleidingwet

295

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en evalueren van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Waterleidingwet.

Periode: 1961-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, diverse artikelen.

Producten: Waterleidingbesluit

Besluit bescherming waterleidingbedrijven 1989

Opmerking: Het Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening valt onder deze actor.

Waardering: B (1 1994)

3.3.12 Wetgeving inzake oppervlaktewater

3.3.12.1 Wet verontreiniging oppervlaktewateren

297

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Verkeer en Waterstaat, opstellen en evalueren van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.

Periode: 1970-1989

Grondslag/Bron: Wet verontreiniging oppervlaktewateren, diverse artikelen

Opmerking: Dit is handeling 106 van PIVOT-rapport nr. 28: 'Waterstaat'.

Waardering: B (1 1994)

3.3.12.2 Wet verontreiniging zeewater

298

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van Verkeer en Waterstaat, opstellen en evalueren van algemene maatregelen van bestuur in het kader van de Wet verontreiniging zeewater.

Periode: 1975-

Grondslag/Bron: Wet verontreiniging zeewater, art. 3, lid 1, artikel 6a

Producten: Besluiten ter aanwijzing van stoffen die niet of onder beperkende voorwaarden op zee mogen worden geloosd

Meldingsbesluit Wet verontreiniging zeewater (Stcrt. 1980, 123)

Besluit voorkoming verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen (Stb. 1988, 112)

Opmerking: Dit is handeling 114 en 115 van PIVOT-rapport nr. 28 'Waterstaat'.

Waardering: B (1 1994)

3.3.12.3 Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden

299

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en evalueren van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, diverse artikelen

Producten: Besluit hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (Stb. 1984, 470)

Opmerking: De AMvB bevat voorschriften en algemene regels ten aanzien van zweminrichtingen, de kwaliteit van het water, de verplichtingen van een eigenaar/beheerder ten aanzien van het onderzoek naar het water en het door de provincie uit te oefenen toezicht.

Waardering: B (4 1994)

3.3.13 Landbouw

3.3.13.1 Bestrijdingsmiddelenwet

300

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de totstandkoming en wijziging van wetten inzake bestrijdingsmiddelen.

Periode: 1972-

Grondslag/Bron: Urgentienota Milieuhygiëne, 1992

Producten: wetswijzigingen inzake bestrijdingsmiddelen (Stb. 1975, 381, Stb. 1993, 484 en Stb. 1995, 4)

Waardering: B (1 1994)

302

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en evalueren van AMvB's op grond van de Bestrijdingsmiddelenwet.

Periode: 1964-

Grondslag/Bron: Bestrijdingsmiddelenwet,1962,

Producten: Bestrijdingsmiddelenbesluit (Stb. 1964, 328, herzien in Stb. 1973, 133, 1975, 364, 1983, 549, 1984, 174)

Besluit van 26 april 1984, houdende uitvoering van art. 1, zesde lid, onder b, van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 (Stb. 174)

Besluit luchtvaartuigtoepassingen bestrijdingsmiddelen (Stb. 1984, 233)

Besluit regulering grondontsmettingsmiddelen (Stb. 1993, 225)

Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (Stb. 1995, 37, 77 en 241)

Waardering: B (1 1994)

303

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van ministeriele regels inzake de meting van emissies bij het gebruik van toe te laten gewasbeschermingsmiddelen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen, diverse artikelen

Producten: Regeling uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen

Opmerking: In deze regelingen worden opgenomen: -uniforme beoordelingssystemen, -maximale toelaatbare risiconiveaus, -aanwijzingen voor nader onderzoek en inspectie.

Waardering: B (4 1994)

3.3.13.2 Meststoffenwet

304

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van LNV, opstellen van (wijzigingen op) de Meststoffenwet.

Periode: 1986-

Waardering: B (1 1994)

305

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het, in overeenstemming met de minister van LNV, opstellen en evalueren van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Meststoffenwet.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Meststoffenwet

Producten: Registratiebesluit dierlijke meststoffen (Stb. 1986, 625)

Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) (Stb. 1987, 170)

Waardering: B (1 1994)

3.3.13.3 Interimwet ammoniak en veehouderij

306

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van de Interimwet ammoniak en veehouderij.

Periode: 1994-2002

Producten: Interimwet ammoniak en veehouderijen (Stb. 1994, 634)

Waardering: B (4 1994)

307

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels voor de meting van de uitstoot van ammoniak voor de toepassing van vergunningen en algemene regels voor veehouderijen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Interimwet ammoniak en veehouderijen, art. 6, lid 4

Producten: Richtlijnen ammoniak en veehouderijen 1991

Opmerking: De IAV bevat nadere bepalingen en richtlijnen voor de toelating en vergunningverlening voor veehouderijen.

Waardering: B (4 1994)

3.3.14 Provinciale verordeningen

3.3.14.1 algemeen

313

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB stellen van regels ten aanzien van de opstelling van provinciale milieuverordeningen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 10.45, lid 1.

Waardering: B (4 1994)

314

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van provinciale milieuverordeningen en het eventueel geven van een bindende aanwijzing omtrent het opnemen van bepaalde regels in deze verordening.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 10.46, lid 1.

Waardering: B (4 1994)

316

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van LNV en V&W aanwijzen van gebieden ten aanzien waarvan in de provinciale milieuverordening geen nadere regels mogen worden gesteld die betrekking hebben op de agrarische bedrijfsvoering.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 1.2, lid 5

Waardering: B (6 1994)

3.3.14.2 Provinciale verordeningen op het gebied van geluidshinder

318

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van provinciale verordeningen met betrekking tot het voorkomen en beperken van geluidsoverlast in stiltegebieden.

Periode: 1981-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 122, lid 3

Waardering: B (1 1994)

3.3.14.3 Provinciale verordeningen op het gebied van bodembescherming

323

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van provinciale verordeningen op het gebied van bodemsanering.

Periode: 1971-1986

Grondslag/Bron: IMP Bodem 1984-1988, p. 57

Opmerking: De kennisneming van provinciale verordeningen heeft in ieder geval geleid tot gegevens voor milieubeleidsplanning.

Waardering: B (4 1994)

3.3.14.4 Regionale regeling van afvalstoffenverwijdering

326

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke Besluiten tot goedkeuring van provinciale verordeningen die betrekking hebben op het doelmatig verwijderen van afvalstoffen.

Periode: 1979-1994

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 30

Waardering: B (4 1994)

330

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beslissen in een beroep van een belanghebbend gemeentebestuur tegen een beslissing van Gedeputeerde Staten inzake de oplegging van een gemeenschappelijke regeling betreffende de uitvoering van een provinciaal afvalstoffenplan.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 16, lid 2

Waardering: V (5 jaar)

331

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opleggen van gemeenschappelijke regelingen inzake het zich ontdoen van afvalstoffen, indien de gemeenten in meer dan een provincie liggen.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 16, lid 3

Wet milieubeheer, art. 10.14, lid 3

Waardering: B (5 1994)

3.3.14.5 Provinciale verordeningen op het gebied van waterwinning

333

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van de provincie met betrekking tot verordeningen en regelingen op het gebied van de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1945-1979

Grondslag/Bron: Vijftig jaar drinkwater, p. 149, 01-01-1960

Waardering: B (5 1994)

3.3.15 Gemeentelijke verordeningen

335

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van gemeentelijke verordeningen inzake vrijstelling van bepalingen voor onder de Hinderwet vallende inrichtingen.

Periode: 1953-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1952 en 1981, art. 3, lid 5

Producten: Besluit van 1 maart 1984, nr. 18 tot goedkeuring van het besluit van de gemeenteraad van Smallingerland tot vaststelling van de Hinderwetverordening rundveehouderijbedrijven

Besluit van 20 maart 1984, nr. 18 tot goedkeuring van het besluit van de gemeenteraad van Reimerswaal tot vaststelling van een verordening over schelp- en schaaldier verwaterende en verwerkende bedrijven.

Waardering: B (5 1994)

337

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van de gemeente met betrekking tot verordeningen en regelingen op het gebied van de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1945-1979

Grondslag/Bron: Vijftig jaar drinkwater, p. 149.

Opmerking: Tot 1979 was de regelgeving inzake de waterwinning alleen aan provincies en gemeenten voorbehouden.

Waardering: B (5 1994)

339

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake gemeentelijke verordeningen inzake afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 10.45, lid 3.

Wet milieubeheer, art. 15.36, lid 2

Opmerking: Deze bevoegdheid kan ook betrekking hebben op de heffingen die ten aanzien van afvalverwijdering worden ingesteld (de gevorderde verwijderingsbijdragen).

Waardering: B (4 1994)

3.4 Vergunningen

3.4.1 Hinderwetvergunningen

3.4.1.1 Kaderstellend

346

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van adviseurs inzake de uitvoering van de Hinderwet.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1952, art. 1

Opmerking: Aangewezen zijn: de regionale inspecteurs van de Volksgezondheid, het districtshoofd van de Arbeidsinspectie en de directeur Materieel van de Koninklijke Landmacht. Zij brengen de burgemeester advies uit bij de aanvragen van hinderwetvergunningen.

Waardering: B (5 1994)

347

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan Gedeputeerde Staten toekennen van bevoegdheden tot het verlenen van vergunningen aan categorieën inrichtingen, die in belangrijke mate gevaarlijk, hinderlijk of schadelijk kunnen zijn.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 4, lid 4

Waardering: B (4 1994)

348

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van ambtenaren of overheidsinstellingen, die bevoegd zijn advies uit te brengen aan B. & W. over de aanvraag van een Hinderwetvergunning.

Periode: 1945-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1952, art. 8, lid 1-3

Waardering: B (5 1994)

350

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het publiceren van voorlichtingsbrochures over ter verkrijging van Hinderwetvergunningen gebruikelijke voorschriften.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Circulaire van 27 juni 1977, no. 117185 DGMH/ABB inzake de tijdelijke beëindigingsvergoedingsregeling bepaalde intensieve veehouderijbedrijven

Producten: Brochure Veehouderij en Hinderwet, 1971, herzien in 1976

Voorlichtingsbrochures, horende bij de Hinderwetbesluiten in het kader van de Hinderwet 1985 (Hinderwet nieuwe stijl)

Waardering: B (4 1994)

352

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van nadere eisen met betrekking tot de gegevens die bij aanvragen van Hinderwetvergunning moeten worden verstrekt.

Periode: 1985-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 5, lid 2

Producten: Bouwtechnische richtlijnen mestbassins 1990, in het kader van het Besluit melk- en rundveehouderijen Hinderwet

Richtlijnen ammoniak en veehouderijen 1991, in het kader van het Besluit melk- en rundveehouderijen Hinderwet

Waardering: B (4 1994)

353

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels voor de opstelling van rapporten inzake de externe veiligheid van gevaarlijke stoffen, die berusten bij inrichtingen met een Hinderwetvergunning.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Besluit risico's zware ongevallen, art. 4, lid 3-4.

Waardering: B (4 1994)

354

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels voor de vaststelling van concentraties van emissies van mogelijk milieugevaarlijke stoffen in het rookgas en voor het stellen van andere eisen aan stookinstallaties.

Periode: 1990-1993

Grondslag/Bron: Besluit emissie-eisen stookinstallaties Hinderwet (BEES), art. 4.

Producten: Besluit emissie-eisen stookinstallaties Hinderwet, voorschriften (bijlagen)

Waardering: B (4 1994)

355

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van Hinderwetsuitvoeringsprogramma's.

Periode: 1981-1985

Grondslag/Bron: Circulaire van 29 oktober 1981, no. 34132 inzake inwerkingtreding wijziging Hinderwet

Waardering: B (6 1994)

357

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de verslaglegging aan het bevoegd gezag door inrichtingen die met bekende milieugevaarlijke stoffen werken.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Besluit risico's zware ongevallen 1988, art. 2, lid 2

Producten: Richtlijn

Beoordelingskader

Opmerking: Het betreft hier veiligheidsmaatregelen, voorschriften hoe te handelen bij ongevallen en waarschuwingen met betrekking tot de aard en het gevaar van de stof. Het bevoegd gezag kan bepalen of de termijn voor deze verslaglegging dient te worden verlegd of verkort. Voor grote bedrijven leidt dit tot een jaarverslag.De richtlijnen worden nader uitgewerkt in voorlichtingscampagnes (zie de handelingen aldaar).

Waardering: B (4 1994)

3.4.1.2 Uitvoerend

365

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van toestemming aan gemeenten en andere overheidsinstellingen voor wijzigingen van in hoger beroep gegeven voorschriften bij beschikkingen inzake Hinderwetvergunningen.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 4, lid 4 art. 4, lid 5

Opmerking: Deze toestemming is vereist binnen de periode van twee jaar na de genomen beschikking in hoger beroep.

Waardering: V (20 jaar)

369

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan de Kroon voordragen van inrichtingen voor een Hinderwetvergunning in het kader van het algemeen belang.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 4, lid 5,

Opmerking: Hierbij kan worden gedacht aan mijn- en boorwerken in het kader van de mijnwet en aan luchthavens. Bij dit soort situaties vindt intensief overleg met het Ministerie van Economische Zaken plaats.

Waardering: B (6 1994)

370

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van een kroonbeschikking op aanvragen om goedkeuring van een langere dan de wettelijk voorgeschreven termijn voor de oprichting van een bedrijf door een vergunninghouder.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1952, art. 15, lid 2,

Waardering: V (20 jaar)

371

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van door de Kroon verstrekte Hinderwetvergunningen wegens gebleken hinder of gevaar.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 26b

Opmerking: Indien hierbij de belangen van de vergunninghouder ernstig worden geschaad, is er een mogelijkheid tot schadeloosstelling. Bij KB van 26 februari 1987, nr. 57 is na een beroep op de Kroon vastgesteld dat intrekking van een vergunning eerst ingaat wanneer onherroepelijk over deze schadeloosstelling is beslist.

Waardering: B (6 1994)

372

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van bindende aanwijzingen aan Gedeputeerde Staten inzake het nemen van een besluit inzake een verzoek om een Hinderwetvergunning.

Periode: 1985-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 4a

Opmerking: De minister heeft de bevoegdheid om door middel van aanwijzingen het vergunningenbeleid van de provincie te sturen, wanneer naar zijn mening het algemeen belang in het geding is. Voor een vergunning op grond van een ministeriele aanwijzing is kennisgeving aan de Staten-Generaal vereist. Een dergelijke vergunning mag niet zonder toestemming van de minister door Gedeputeerde Staten worden herzien. De aanwijzing kan gebaseerd zijn op inmiddels aangenomen milieuwetten. Vanaf 1985 had de minister naast deze bevoegdheid ook de bevoegdheid om algemene regels voor Hinderwetvergunningen op te stellen.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

373

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beschikken op aanvragen van Hinderwetvergunningen voor inrichtingen.

Periode: 1945-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 17

Hinderwet 1952, art. 4, lid 5

KB 5 januari 1973, nr. 26 (Kroonberoep)

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

374

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag goedkeuren van wijzigingen in Hinderwetvergunningen die bij uitspraak in beroep zijn vastgesteld.

Periode: 1960-

Grondslag/Bron: Hinderwet 1960

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

375

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van een verklaring in het kader van de Hinderwet aan bestaande inrichtingen die na wetswijziging of invoering van een AMvB onder een verbod zouden komen te vallen.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 36

Producten: Gedoogbeschikking

Opmerking: Binnen zes maanden na ingang van de wetswijziging moeten de rechthebbenden van deze getroffen inrichtingen aangifte doen, waarop zijn een verklaring van het bevoegd gezag krijgen. Zij hebben dan twee jaar de tijd om zich in de gelegenheid te stellen om alsnog te voldoen aan de bepalingen van de nieuwe Hinderwet. Over de nadere toepassing van deze praktijk zie het hoofdstuk Handhaving.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van de geldigheid.

376

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen van verplichtingen, opgelegd door bepalingen in een Hinderwetbesluit, aan bedrijven die krachtens deze bepalingen buiten de Hinderwet vallen.

Periode: 1985-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 36

Opmerking: Deze bevoegdheid is theoretisch. In de praktijk zullen dergelijke bedrijven ofwel vallen onder de regelgeving met betrekking tot sectorale milieuwetten, ofwel zijn de bedrijven dermate gering van omvang dat het bevoegd gezag bij de gemeente berust.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van de geldigheid ontheffing.

379

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het, eventueel in samenwerking met bevoegde overheden, toetsen van externe veiligheidsrapporten van houders van toegelaten inrichtingen die werken met milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Besluit risico's zware ongevallen, art. 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van de geldigheid van het rapport.

380

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beantwoorden van kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden van of commissies uit de Kamer der Staten-Generaal dan wel het anderszins verantwoorden van milieu-incidenten als gevolg van werkzaamheden van inrichtingen in Nederland en/of het buitenland.

Periode: 1945-

Opmerking: Met de omschrijving van deze handeling kunnen ook gegevens worden betrokken die tot het incident hebben geleid.

Waardering: B (7 1994)

3.4.2 Vergunningen krachtens WABM, gecompliceerde aanvragen

381

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag toekennen van vergunningen tot het exploiteren van een inrichting.

Periode: 1980-1993

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 2-3, 6-33

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

384

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van een beschikking in Kroonberoep tegen een milieubeschikking van Gedeputeerde Staten.

Periode: 1980-1989

Opmerking: Na 1989 is deze functie overgenomen door de Raad van State.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

386

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het wijzigen of intrekken van een beschikking inzake een vergunning tot het exploiteren van een inrichting.

Periode: 1980-1993

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 34-41

Opmerking: Deze bevoegdheid berust op milieuwetten en de Hinderwet. Indien een vergunning is verleend op grond van een bestaande wet die aan het bevoegd gezag geen bevoegdheid toekent tot het wijzigen of intrekken van dergelijke beschikkingen, kan dit ook niet krachtens de Wabm. Wijziging houdt in dat de voorwaarden worden herzien. Het bevoegd gezag kan een vergunning wijzigen of intrekken op grond van bezwaarschriften van derden of bedenkingen van de milieu-inspectie; zij deelt haar voornemen tot wijziging en intrekking mede aan de vergunninghouder, die, evenals andere belanghebbenden in de gelegenheid wordt gesteld bezwaren in te dienen. Daarna kan dezelfde procedure worden gevolgd als bij het verlenen van een vergunning. Deze bevoegdheid kan met name worden toegepast als door wijziging van de kennis blijkt dat er een onvoorzien milieurisico aan het licht komt of door verbetering van productiewijzen een milieurisico kan worden verminderd.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

3.4.3 Vergunningverlening in het kader van de Wet Milieubeheer

387

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij circulaire nader vaststellen van de wijze waarop een aanvraag om een milieuvergunning dient te geschieden.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50), art. 4.1 en 4.2

Producten: Circulaires (vermeld in 'Wegen naar een nieuwe milieuvergunning, een handreiking voor vergunningverleners', 's-Gravenhage, 1995, p. 169)

Opmerking: Krachtens deze bevoegdheid kan de minister bij circulaire richtlijnen voor andere overheden opstellen. De eerste circulaire bevat een overgangsregeling ter invoering van de Wet milieubeheer en loopt op de later vastgestelde bepalingen vooruit. Verder worden in de circulaires de volgende gegevens verwerkt: hoe de milieuconvenanten, gesloten met branche-organisaties of de meerjarenafspraken op het gebied van energiebeperking moeten worden toegepast; ook worden energieconvenanten, die door het Ministerie van Economische Zaken met het bedrijfsleven worden afgesloten, in dit kader toegepast. Verder wordt in deze richtlijnen aangegeven hoe moet worden gereageerd op de stand van zaken der techniek, zoals verwerkt in de NER, de beschrijvingen gevaarlijke stoffen e.d.; hoe in afwachting van binnenlandse regelgeving - de Europese richtlijnen en verordeningen en internationale verdragen moeten worden verwerkt; In deze circulaires kunnen nadere vragen worden gesteld over te verstrekken gegevens en over de verslaglegging met betrekking tot emissies e.d. Voor de nadere uitwerking van deze gegevens in de vorm van voorlichting, zie het hoofdstuk 'Voorlichting'.

Waardering: B (4 1994)

388

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere aanwijzingen voor de aanmelding van bedrijven bij de inspecteur ingevolge algemene milieuregels voor bedrijven.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Besluit mestbassins milieubeheer

Waardering: B (4 1994)

389

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het inhuren van particuliere organisaties voor de implementatie van vastgestelde regels en richtlijnen.

Periode: 1995-

Opmerking: Voorbeelden zijn: De maatregelorganisaties van de projectgroep KWS 2000, Informatiecentrum Milieuvergunningen Infomil, Bureau sanering verkeerslawaai.

Waardering: B (5 1994)

391

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van vergunningen voor MER-plichtige activiteiten.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 7

Opmerking: Over de milieueffectrapportage zie nader hoofdstuk 4.4

Waardering: B (6 1994)

392

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van inrichtingen verlenen van milieuvergunningen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.1

Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50), art. 3.1, 3.2, 4.1

Opmerking: Het gaat hierbij voornamelijk om vergunningen aan inrichtingen waarbij de veiligheid van de staat in het geding is. Dat zijn vlootbases, vliegbases, kazernes, inrichtingen voor opslag van brandstof en/of munitie, verbindingscentra, schietterreinen, brandweerinrichtingen, spoorwegemplacementen en laboratoria ten behoeve van de Nederlandse of NATO-krijgsmacht.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning. NB: Let op de uitzonderingen: MER-plicht en verplichting tot verklaring van geen bezwaar voor top-100 meest vervuilde bedrijven.

393

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instemmen met de verlening van milieuvergunningen door het Ministerie van Economische Zaken aan ondernemingen voor bovengrondse mijninrichtingen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.1.

Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50), art. 3.1, 3.2, 4.1

Opmerking: De minister van Economische Zaken verleent milieuvergunningen voor mijninrichtingen en voor mijnwerkzaamheden op het continentaal; plat. Hierover is nader onderzoek verricht in het RIO 'Energiebeleid II: delfstoffen' (PIVOT-rapport nr 83) Op de uitvoering van deze vergunningen houdt ook het Staatstoezicht op de Mijnen toezicht. Over de werkzaamheden van het SodM, zie het RIO 'Energiebeleid II: delfstoffen' (PIVOT-rapport nr. 83).

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning. NB: Let op de uitzonderingen: MER-plicht en verplichting tot verklaring van geen bezwaar voor top-100 meest vervuilde bedrijven.

394

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van Gedeputeerde Staten verlenen van een verklaring van geen bezwaar op grond waarvan Gedeputeerde Staten een vergunning kan verlenen, herzien of intrekken aan bepaalde bij AMvB aangewezen inrichtingen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.36,

Opmerking: Het betreft met name inrichtingen die gespecificeerde milieugevaarlijke stoffen produceren, bewerken, verwerken, in opslag hebben of vernietigen en daardoor een milieugevaarlijke situatie kunnen scheppen of van ernstige invloed kunnen zijn op het milieu. Bij weigering van deze verklaring door de minister mag de vergunning niet worden verleend.

Waardering: B (6 1994)

395

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag bij het verlenen, herzien of intrekken van milieuvergunningen of ontheffingen daarvan op aanvraag.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art 8.7, lid 1, art. 13

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

399

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van bindende aanwijzingen aan het bevoegd gezag inzake een beschikking op een vergunningaanvrage.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.27, lid 1

Opmerking: Het gaat hierbij om aanwijzingen in het algemeen belang, o.m. ingegeven als gevolg van nieuwe feiten op gebied van het milieu, Europese verordeningen of gesloten milieuconvenanten door het doelgroepenoverleg en energieconvenanten van het Ministerie van Economische Zaken. Deze aanwijzingen kunnen ook betrekking hebben op reeds verleende vergunningen. Producten zijn in dit verband voornamelijk algemene richtlijnen, waaraan de vergunningverlener zich dient te houden (regelgeving). Deze regelgeving kan tot stand komen in onderling overleg met de RIMH en de vergunningverlener. Maatregelen die op individuele gevallen zijn toegesneden, dus op beschikkingsniveau, zijn repressief van karakter en komen als zodanig voor in de handhavingsparagrafen. Aanleiding kunnen zijn: de vaststelling van de Nederlandse Emissierichtlijnen (vgl. de vergunningen krachtens de Wet Luchtverontreiniging) of de verspreiding van CEN-normen, BAT-gegevens maar ook bijzondere waarschuwingen. Over de totstandkoming en verspreiding van deze gegevens zijn aparte handelingen genoteerd.

Waardering: B (6 1994)

401

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een verslag over het rijksbeleid met betrekking tot de vergunning- en ontheffingverlening.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 21.1

Waardering: B (3 1994)

3.4.4 Vergunningen voor afvalstoffen

404

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent afgewerkte olie en (gevaarlijke) afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 1.1, lid 11, art. 1.1, lid 13

Producten: Regeling aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (Stcrt. 1993, nr. 246)

Besluit vrijstelling stortverbod buiten inrichtingen (Stb. 1993, 616)

Waardering: B (4 1994)

405

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het nader aanwijzen van afvalproducten als klein chemisch afval.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Besluit kca-logo, art. 3,

Waardering: B (4 1994)

406

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het door het geven van afzonderlijk toestemming verlenen van bevoegdheden aan houders van daarvoor gekwalificeerde inrichtingen tot het verwerken en verwijderen van bij voorschrift vastgestelde categorieën van afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.14, lid 2a

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

408

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in bijzondere gevallen verlenen van ontheffingen van in de Wet milieubeheer bepaalde verboden inzake afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 10.47, lid 3

Opmerking: Deze handeling heeft betrekking op het bepaalde in een AMvB krachtens artikel 10.4, het bepaalde krachtens artikel 10.6, 10.8 en 10.9 van de Wet milieubeheer en het in artikel 10.43 gestelde verbod.

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na de geldigheid van de beschikking.

410

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het erkennen van een mededeling van een producent of importeur van een nieuw type batterij inzake het innemen en verwerken van batterijen voor hergebruik.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Besluit verwijdering batterijen (Stb. 1995, 45), art. 2

Opmerking: Aan de erkenning kunnen voorschriften of beperkingen worden verbonden.

Waardering: V (5 jaar)

411

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet verlenen van een verklaring van geen bezwaar op grond waarvan Gedeputeerde Staten een vergunning kan verlenen aan bepaalde bij AmvB aangewezen inrichtingen die afvalstoffen verwijderen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.36

Waardering: V (5 jaar)

3.4.5 In- en uitvoerbepalingen afval

412

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van (nadere) regels betreffende het toezicht en de controle op het brengen van afvalstoffen over de grens.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 10.44a

Producten: Regeling EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen (Stcrt. 1994, nr. 86)

Opmerking: Het betreft hier het stellen van (nadere) regels ter uitvoering van voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Waardering: B (4 1994)

413

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van een lijst van personen of instanties die in de verschillende landen van de EU worden aangemerkt als het bevoegd gezag inzake de overbrenging van afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit inzake regeling in-, uit- en doorvoer gevaarlijke afvalstoffen 1994 (Stcrt. 1993, nr. 245), art. 40,

Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van de Europese Unie

Producten: Aanwijzing van bevoegde autoriteiten inzake meststoffen in het kader van EVOA in samenwerking met de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Waardering: B (5 1994)

414

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van douanekantoren via welke de overbrenging van afvalstoffen naar en uit de Europese Gemeenschap dient plaats te vinden.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (EVOA) (1993, Pb EG L 30), art. 39, lid 1

Waardering: B (5 1994)

415

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van correspondenten die andere EG-correspondenten, de Europese Commissie en het Nederlandse bedrijfsleven informeren en adviseren inzake aangelegenheden die betrekking hebben op afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (EVOA) (1993, Pb EG L 30)

Opmerking: Deze handeling gebeurt in overeenstemming met de EC.

Waardering: B (5 1994)

416

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen adviseren en informeren van andere EG-correspondenten, de Europese Commissie en het Nederlandse bedrijfsleven inzake aangelegenheden die betrekking hebben op afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (EVOA) (1993, Pb EG L 30)

Opmerking: Deze handeling wordt verricht door de zogenaamde correspondenten.

Waardering: V (5 jaar)

418

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beschikken over verzoeken om toestemming voor transport van afvalstoffen over de Nederlandse grenzen voor in- en uitvoer.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 10.39, lid 3, art. 10.44c, lid 1

Opmerking: -Het afgeven van een verklaring van geen bezwaar maakt deel uit van deze handeling.-Het registreren van meldingen (kennisgevingen) betreffende de in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: V (5 jaar)

419

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een verslag dat betrekking heeft op de ten uitvoerlegging door rijksoverheid van het Verdrag van Bazel betreffende de in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (EVOA) (1993, Pb EG L 30), art. 40

Waardering: B (6 1994)

3.4.6 Keuringen luchtverontreiniging

431

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van instanties voor keuringen van toestellen en brandstof.

Periode: 1972-

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 17

Producten: Aanwijzing Rijksdienst voor het Wegverkeer als keuringsinstantie voor typekeuring motorrijtuigen (Stcrt. 1973, nr. 184)

Aanwijzing Rijksdienst voor het Wegverkeer als keuringsinstantie voor typekeuring bromfietsen luchtverontreinigingseptember (Stcrt. 1985, nr. 189)

Waardering: B (5 1994)

432

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van uitvoeringsregelen of reglementen ten aanzien van keuringen van motorrijtuigen of bromfietsen.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Besluit milieukeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1991, 398), art. 2, lid 2

Producten: Regeling uitvoeringsvoorschriften milieukeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stcrt. 1991, nr. 145)

Waardering: B (4 1994)

433

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van documenten die worden afgegeven door andere lidstaten van de EU waaruit blijkt dat motorvoertuigen die op grond van art. 2, lid 1 van de Wet luchtverontreiniging keuringsplichtig zijn, voldoen aan emissie-eisen en het aanwijzen van keuringen die gelijkwaardig zijn met de keuringen die op grond van dat artikel worden uitgevoerd.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Besluit milieukeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1991, 398), art. 2, lid 2.

Waardering: B (4 1994)

434

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bepalen van meetmethoden om lood- en octaangehalte van benzine vast te stellen.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Besluit loodgehalte benzine (Stb. 1977, 588, gewijzigd in Stb. 1983, 104), art. 3.

Producten: Regeling bepalingsmethode lood- en benzeengehalte benzine (Stcrt. 1991, nr. 35)

Regelingen onderzoek en meetmethoden benzine (Stcrt. 1992, nr.128)

Waardering: B (4 1994)

435

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen op het verbod om niet goedgekeurde motorvoertuigen die op grond van art. 3, lid 1 van de Wet luchtverontreiniging keuringsplichtig zijn, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren, te vervoeren of te gebruiken.

Periode: 1974-1989

Grondslag/Bron: Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1990, 240), art. 3

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na beëindiging ontheffing.

437

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van kenmerken waaraan op gas aangedreven motorrijtuigen dienen te voldoen.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1990, 240), art. 1, lid 3

Producten: Uitvoeringsbesluit art. 1 Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging van 18 juni 1990 (Stcrt. nr. 123)

Waardering: B (4 1994)

438

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels over vorm en inhoud van symbolen, waaruit blijkt dat een motorvoertuig voldoet aan EEG-richtlijnen inzake uitlaatgassen.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1990, 240), art. 3a, sub 3

Producten: Uitvoeringsbesluit art. 3a Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging van 18 juni 1990 (Stcrt. nr. 123)

Waardering: B (4 1994)

439

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels voor apparaten voor het meten van uitlaatgassen.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Besluit permanente eisen motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb 1982,36),

Producten: Meetbesluit CO/roet motorrijtuigen van 30 maart 1982 (Stcrt. nr. 80)

Regeling onderzoek en meetmethoden benzine van 26 juni 1992 (Stcrt. nr. 128)

Waardering: B (4 1994)

443

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake levensduur en goede werking van onderdelen van motorvoertuigen.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging (Stb. 1990, 240), art. 2a, lid 2,

Producten: Uitvoeringsbesluit art 2a Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging van 18 juni 1990 (Stcrt. nr. 123)

Waardering: B (4 1994)

446

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het erkennen van kalibratiegas fabricerende inrichtingen als leverancier voor instellingen die uitlaten van motorrijtuigen meten op koolmonoxide en roet.

Periode: 1983-

Grondslag/Bron: Meetbesluit CO/roet motorrijtuigen, art. 1 van bijlage V

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging erkenning.

3.4.7 Keuringen Wet Geluidhinder

447

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels omtrent het vervaardigen, invoeren, in voorraad hebben, te koop aanbieden, afleveren, vervoeren en gebruiken van toestellen anders dan in huishoudens, voor zover deze regels de uitvoering van Nederland bindende verdragen en besluiten van volkenrechtelijke organisaties betreffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 2, lid 3

Producten: Regeling van 10 februari 1994, houdende voorschriften geluidproduktie bouwmachines (Stcrt. 1994, nr. 36)

Waardering: B (4 1994)

448

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van instanties die belast zijn met (type)keuringen van toestellen die keuringsplichtig gesteld zijn en het vaststellen van keuringsreglementen en keuringsvoorschriften terzake.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 6

Producten: Regeling typekeuring geluidproduktie bromfietsen (Stcrt. 1986, nr. 108)

Regeling aanwijzing keuringsinstantie gazonmaaimachines (Stcrt.1988)

Regeling keuringsvoorschriften gazonmaaimachines (Stcrt. 1988, nr. 123)

Besluit aanwijzing keuringsinstantie geluidproduktie motorvoertuigen (Stcrt. 1982, nr. 19)

Besluit keuringsvoorschriften geluidproduktie motorvoertuigen (Stcrt. 1982, nr. 19)

Regeling keuringsvoorschriften en EEG-documenten geluidproduktie motorvoertuigen (Stcrt. 1985, nr. 212)

Regeling aanwijzing keuringsinstantie sloophamers (Stcrt. 1986, nr. 142)

Besluit keuringsvoorschriften geluidproduktie sloophamers (Stcrt. 1984, nr. 21)

Ministeriele regeling van 10 februari 1994, houdende een regeling geluidproduktie bouwmachines

Aanwijzing van 10 maart 1977 van de minister van Landbouw en Visserij, betreffende aanwijzing IMAG als keuringsinstituut voor land- en bosbouwtrekkers

Waardering: B (5 1994)

449

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van documenten die worden afgegeven door lidstaten van de EU, waaruit blijkt dat toestellen keuringsplichtig zijn, voldoen aan geluidproduktie-eisen en het aanwijzen van gelijkwaardige keuringen.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet Geluidhinder, 2, 1

Producten: Regeling keuringsvoorschriften en EEG-documenten geluidproduktie motorvoertuigen (Stcrt. 1985, nr. 212)

Regeling EEG-documenten gazonmaaimachines (Stcrt. 1988, nr. 123)

Regeling EEG-documenten motorcompressoren (Stcrt. 1986, nr. 142)

Besluit houdende uitvoering van artikel 2, lid 1, onder c, van het Besluit geluidproduktie motorvoertuigen (Stcrt. 1984, nr. 160)

Besluit uitvoering Besluit geluidproduktie motorvoertuigen (Stcrt. 1985, nr. 23)

Waardering: B (4 1994)

452

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van aanbieders keuren van luchtkussenvoertuigen op geluidproduktie.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder, art. 3, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar, tenzij de keuring een vergunning of ontheffing is.

453

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen op het verbod om niet goedgekeurde apparaten die op grond van art. 2, lid 1 van de Wet geluidhinder keuringplichtig zijn, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren, te vervoeren of te gebruiken.

Periode: 1988-1992

Grondslag/Bron: Besluit geluidproduktie gazonmaaimachines (relevante artikelen)

Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder (relevante artikelen)

Waardering: V (5 jaar)

454

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van tijdelijke ontheffingen op het verbod om niet toegelaten typen bromfietsen te mogen vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, af te leveren of te vervoeren.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Besluit geluidproduktie bromfietsen, art. 3, onder e

Waardering: V (5 jaar)

3.4.8 Milieu-effectrapportage

3.4.8.1 Bevoegde personen

455

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen van voorzitters en leden van de commissie voor de MER.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 77

Wet milieubeheer, art. 2.19, 2.23

Waardering: B (5 1994)

456

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van de rechtspositie van de voorzitter en leden van de commissie voor de MER en van zijn werkwijze.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 77,d , art. 77h

Waardering: B (5 1994)

458

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in stand houden van het bureau van de commissie voor de MER.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Productenlijst Directie Bestuurszaken

Waardering: V (5 jaar)

459

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van adviseurs inzake MER-plichtige activiteiten van de rijksoverheid.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 41a, lid 2a en lid 3

Producten: Aanwijzing van de inspecteur van de volksgezondheid voor de Milieuhygiëne als adviseur (Stcrt. 1990, nr. 101)

Waardering: B (5 1994)

460

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het maken van bilaterale afspraken met buurlanden inzake grensoverschrijdende milieueffectrapportage.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Productenlijst Directie Bestuurszaken

Opmerking: Deze handelingen zijn toepassingen van de Europese Richtlijn inzake de MER. Van deze afspraken worden brochures gemaakt.

Waardering: B (5 1994)

461

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van verdragen inzake de milieueffectrapportage.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Productenlijst Directie Bestuurszaken

Waardering: B (1 1994)

3.4.8.2 Nadere regelgeving

462

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB vaststellen van activiteiten waarvoor een milieueffectrapport is vereist.

Periode: 1986-1993

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 41b

Waardering: B (4 1994)

463

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere instructies met betrekking tot de MER.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Handleiding Milieu-effectrapportage, p. 59-60

Producten: MER-reeks van het ministerie van VROM (b.v. Handleiding Milieu-effectrapportage, Handboek MER-gevaarlijke stoffen)

Waardering: B (4 1994)

464

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitgeven van tijdschriften over de MER.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Rondom milieu-effectrapportage (1989)

Producten: Kenmerken, tijdschrift voor milieu-rapportage. 1993-

Nieuwsbrief MER, 1994-

Waardering: B+V (7 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: Exemplaar van de publicatie ; V 6 jaar: overige stukken

466

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten bij de opstelling van een MER-verordening.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Productenlijst Directie Bestuurszaken

Opmerking: Voorbeeld: evaluatie provinciale verordening inzake het waddengebied.

Waardering: B (3 1994)

467

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overleg met de ministerraad tussentijds beschikken dat voor specifieke handeling een milieueffectrapport is vereist.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 41d

Wet milieubeheer, art. 7.4, lid 1

Opmerking: Deze beschikking gaat spoedshalve vooraf aan een wijziging van de AMvB inzake de MER. Zij blijft een jaar geldig en kan van jaar tot jaar worden verlengd totdat de wijziging heeft plaats gevonden. Zij kan het gevolg zijn van de aanmelding van een handeling van de vakminister, voorzien in art. 41c.

Waardering: B (4 1994)

3.4.8.3 Uitvoerend

469

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van de bevoegde instantie tot wie een in te dienen milieueffectrapport moet worden gericht.

Periode: 1986-1993

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, toelichting van art. 41 a

Opmerking: Dit vindt plaats indien een activiteit zich over terreinen van verschillende bevoegde instanties (bijv. meerdere provincies) afspeelt, zoals: het aanleggen van een weg of het graven van een kanaal. In dat geval is er sprake van een 'grensoverschrijdende MER'.

Waardering: B (6 1994)

476

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van een vakminister bij de opstelling van een milieueffectrapport bij een vergunningsaanvraag aan een lager overheidsorgaan.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 41 a

Opmerking: De vakminister kan ook de minister van VROM zijn in het kader van een landelijke nota ruimtelijke ordening.

Waardering: V (15 jaar)

477

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het informeren van een mede-EG-lidstaat over de milieueffecten van een grensoverschrijdende overheidsactiviteit.

Periode: 1985-

Opmerking: Deze handelingen worden in de praktijk uitgevoerd overeenkomstig EG-richtlijn inzake der MER, Pb EG 1985, L 175, p. 40. Een wettelijke regeling is nog niet in Nederland vastgelegd.

Waardering: B (6 1994)

478

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het aan een EG-lidstaat verzoeken om inlichtingen over de milieueffecten van een grensoverschrijdende overheidsactiviteit.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Richtlijn (EEG) inzake de MER (Pb EG 1985, L 175, p. 40)

Waardering: B (6 1994)

479

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overleg met de minister van LNV verlenen van ontheffing van de verplichting tot de opstelling van een milieueffectrapport.

Periode: 1986-1991

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 41e

Wet milieubeheer, art. 7.5

Besluit milieu-effectrapportage 1987, art. 4

Waardering: V (20 jaar)

3.5 Bodemsanering

3.5.1 Kaderstellend

483

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van werkinstructies met betrekking tot de procedures inzake bodemsanering.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: interviews,

Producten: Werkinstructie bodemsanering/kostenverhaal

Werkinstructie bodemsanering versie 1994, 2 dln.

Gedragslijnen inzake bodemverontreiniging in staatseigendommen

Voorlopige Praktijk Richtlijnen (VPR's)

Brief van 30 maart 1994, DBO/31893-005

Waardering: B (4 1994)

484

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het formuleren van richtlijnen inzake het gebruik van grond, waarvan de mate van verontreiniging boven de streefwaarden ligt, maar de interventiewaarde nog niet heeft bereikt ('actief bodembeheer').

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Rapport Saneren zonder stagneren

Opmerking: Gedacht wordt aan: -Uniformering van gemeentelijke regelgeving over de bestemming van verontreinigde grond, -Aanpassingen van de Wet op de ruimtelijke ordening en de Woningwet , -Voorlichtingsactiviteiten.

Waardering: B (4 1994)

485

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorschrijven van procedures van verplicht bodemonderzoek.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1993, art. 2

Producten: Checklist voor het program van eisen voor de uitvoering van een saneringsonderzoek

Protocol voor het oriënterend onderzoek naar de aard en concentratie van verontreinigende stoffen en de plaats van voorkomen van bodemverontreiniging. Den Haag, 1993

Protocol voor het nader onderzoek deel 1, naar de aard en concentratie van verontreinigende stoffen en de plaats van voorkomen van bodemverontreiniging. Den Haag, 1993

Bodemonderzoek Milieuvergunning en BSB, met protocol voor gecombineerd bodemonderzoek. Oktober 1993

Onderzoeksprotocol Bodemonderzoek milieuvergunning en BSB

Notitie Nulsituatie bodemonderzoek (augustus 1994)

evaluaties van protocollen

Opmerking: Onderzoeksprotocollen worden in opdracht van de minister uitgevoerd door TNO en gepubliceerd door de SDU.

Waardering: B (4 1994)

486

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het evalueren van de registratie van de bodemsanering door het Kadaster.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming, art. 55,

Producten: Rapport Wettelijke registratie van besluiten in de bodemsanering, RAVI-rapport, Juni 1995

Inhoud en organisatie van het brondocumentenregister, RAVI-rapport juni 1996

Waardering: B (1 1994)

488

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overleg met het Interprovinciaal Overleg opstellen van procedures inzake de uitvoering van provinciale bevoegdheden.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Kennismakingsdossier Directie Bodem

Producten: Draaiboek voor het opleggen van een provinciaal bevel tot sanering

Waardering: B (4 1994)

489

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen en aanwijzingen voor de reiniging van grondwater tijdens saneringsactiviteiten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Interview

Opmerking: Methoden van grondwaterreiniging dienen in ieder geval te worden toegepast indien bij saneringsactiviteiten grondwater aan verontreinigde of te reinigen grond moet worden onttrokken.

Waardering: B (4 1994)

495

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van richtlijnen voor de gewenste jaarlijkse verantwoording van subsidies door het bevoegd gezag.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Leidraad bodembescherming (1994), hoofdstuk III

Producten: Plan van aanpak toetsing achteraf

Consolidatiemodel bodemsanering

rapportage in april 1995

Analysemodel bodemsanering

Rapportagemodellen t.b.v. de PV's bodemsanering en kostenverhaal

Declaratieformulier projectgebonden kosten

Opmerking: Hierbij is ook de gewenste accountantsverklaring en de berekening van de renteopbrengst inbegrepen.

Waardering: B (4 1994)

496

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (doen) opstellen van financiële instructies ten behoeve van de financiering van de bodemsanering.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Controleplan Directie Bodem 1995

Producten: OC-brochure

FAM-brochure

Controle-protocol van de accountant

Instructiememoranda voor de OC's

Checklisten, standaardplannen, standaard-offerte-aanvragen

Opmerking: Deze instructies worden door de Directie Bodem opgesteld.

Waardering: B (4 1994)

3.5.2 Uitvoerend

498

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met provinciale onderhandelings- en procesteams over de door hen te verrichten bestuursdwang en de verhaling van kosten bij gevallen van bodemverontreiniging.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Kabinetsstandpunt Tien Jarenscenario Bodemsanering

Waardering: V (10 jaar)

499

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het periodiek uitbetalen van vergoedingen aan de Landsadvocaat.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Interview

Opmerking: De betalingen geschieden op basis van kosten, gedeclareerd door de Landsadvocaat als deelnemer aan het OP-team ten behoeve van andere overheden. Dit is dus een voorziening van het Rijk aan andere overheden om tot eenheid van de toepassing van het juridisch instrumentarium te komen.

Waardering: V (6 jaar)

510

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beschikken op een verzoek van gemeenten om vrijstelling of verlaging van gemeentelijke bijdragen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 82

Wet bodembescherming+ 1996, art. 79, lid 4, art. 80

Opmerking: De uitvoering van de verlaging van de gemeentelijke bijdrage geschiedt volgens een circulaire 'Procedure inzake verlaagde gemeentelijke bijdrage' (nr. 80/08n94005, november 1994).

Waardering: V (10 jaar)

511

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beschikken op een verzoek van een met sanering belaste gemeente om een bijdrage in de kosten van de bewonersregeling vanwege bodemsanering.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 82

Opmerking: De voorziening wordt aangevraagd, omdat de gemeente door toekenning van zijn bijdragen zodanig in de problemen zou komen, dat zij een artikel 12-gemeente zou worden.

Waardering: V (10 jaar)

513

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verstrekken van ambtsberichten aan de Raad van State bij beroepsaangelegenheden tegen genomen beschikkingen door andere overheden inzake bodemverontreiniging.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Interview

Waardering: V (10 jaar)

514

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van instructies met betrekking tot het verhalen van kosten van bodemsanering op de aansprakelijke eigenaar/gebruiker.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+, art. 75

Controleplan bodemsanering 1995

Producten: werkinstructies inzake het juridisch instrumentarium

richtlijnen voor de dossiervorming inzake verhaalsacties

Waardering: B (4 1994)

515

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verhalen van kosten van bodemsanering op de aansprakelijke veroorzaker/eigenaar.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 75

Opmerking: Bij deze procedure wordt de Landsadvocaat ingeschakeld.

Waardering: V (20 jaar); B: Processen voor de Hoge Raad

516

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het administreren van de voortgang van acties op de aansprakelijke veroorzaker/eigenaar.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Controleplan bodemsanering 1995

Producten: Geautomatiseerd systeem PVA (potentiële vorderingen administratie)

Geautomatiseerd systeem SBB voor harde vorderingen

Geautomatiseerd systeem CIPRO voor de bewaking van de civiele procedures en overige inzet van het juridische instrumentarium

Opmerking: Geadministreerd worden: -Verhaalsacties van kosten, -Saneringsbevelen, -Convenanten van cofinanciering.

Waardering: V (20 jaar)

518

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvrage van GS verstrekken van gegevens voor de vaststelling van ernstige bodemverontreiniging.

Periode: 1978-1994

Grondslag/Bron: Nederland stortplaats ( Amsterdam, 1983)

Opmerking: Verontreinigd grondwater is meestal een indicatie voor ernstige bodemverontreiniging. Het RID leverde in het begin bij onderzoek naar incidentele gevallen bijdragen voor de onderzoek van het grondwater onder verontreinigde bodem. De rapportage geschiedt meestal aan de provincie.

Waardering: V (20 jaar)

3.6 Vergunningen luchtverontreiniging

522

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van bindende aanwijzingen aan Gedeputeerde Staten inzake de te verlenen vergunningen in het belang van het tegengaan van luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 41

Producten: Circulaire

Opmerking: Hierbij is inbegrepen: het in samenwerking met Gedeputeerde Staten toetsen van milieuactieplannen van grote luchtverontreinigende bedrijven, als omschreven in IMP-lucht 1985-1988.

Waardering: B (4 1994)

524

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van grenswaarden van luchtverontreinigende stoffen in een bepaald gebied of in het gehele land.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 54

Producten: Ontwerp Stankconcentratienormen (9 april 1987)

Evaluatieproject Ontwerp Stankconcentratienormen, 1992

Waardering: B (4 1994)

526

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van modelvoorschriften voor inrichtingen ter voorkoming van luchtverontreiniging.

Periode: 1976-1994

Grondslag/Bron: Handboek Modelvoorschriften luchtverontreiniging, Inleiding

Producten: Handboek Modelvoorschriften luchtverontreiniging, met aanvullingen (1976-1994)

Opmerking: De minister draagt zijn werkzaamheden op aan een stuurgroep Modelvoorschriften Luchtverontreiniging.

Waardering: B (4 1994)

527

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen en geven van bindende aanwijzingen aan Gedeputeerde Staten inzake te verlenen vergunningen in het belang van het tegengaan van de luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 41

Opmerking: Opmerkingen: Hierbij is inbegrepen het in samenwerking met GS toetsen van milieuactieplannen van grote luchtverontreinigende bedrijven, als omschreven in IMP-lucht 1985-1988.

Waardering: B (4 1994)

528

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het inrichten van een stafbureau voor emissierichtlijnen en het afsluiten van overeenkomsten inzake de organisatie van het stafbureau.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER), Inleiding

Producten: Stafbureau Nederlandse Emissie Richtlijnen

Overeenkomst met Infomat

Opmerking: verleg en het bedrijfsleven. In 1994 gingen deze bevoegdheden over naar het RIVM (correctie wordt nog doorgegeven!).

Waardering: B (5 1994)

530

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van plannen naar aanleiding van emissies.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Interview

Waardering: B (4 1994)

532

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van voorstellen aan het Stafbureau Nederlandse Emissie Richtlijnen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Interview

Opmerking: Voorbeelden: Werkgroepen geur.

Waardering: B (4 1994)

3.7 Vergunningen Wet Geluidhinder

539

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij beschikking stellen van nadere eisen aan houders van vergunningen op basis van art. 17, Wet geluidhinder, voor zover deze bevoegdheid tot het stellen van deze eisen in de betreffende vergunning is aangekondigd.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 28, lid 3

Opmerking: De grondslag voor deze handeling vervalt in 1993 met het inwerking treden van hoofdstuk 8 van de Wet milieubeheer.

Waardering: V (1 jaar)

Ingang vernietiging: 1993

540

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan Gedeputeerde Staten in verband met het afgeven, wijzigen of intrekken van vergunningen, het stellen van voorschriften aan vergunninghouders of andere activiteiten verband houdende met vergunningen op grond van art. 17, Wet geluidhinder.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 40, lid 1

Opmerking: Van een voornemen om een dergelijke aanwijzing aan Gedeputeerde Staten te geven doet de minister een kennisgeving toekomen aan de Staten Generaal. De grondslag voor deze handeling vervalt in 1993 met het inwerking treden van hoofdstuk 8 van de Wet milieubeheer.

Waardering: V (1 jaar)

Ingang vernietiging: 1993

3.8 Vergunningen op basis van de Afvalstoffenwet

541

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten inzake de aanvraag van een vergunning omtrent het verwijderen van afvalstoffen.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 38, lid 1 en lid 2

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop vergunning.

543

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van vergunningen voor het in bedrijf stellen van afvalverwerkingsinrichtingen.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 33, lid 1, art. 40, lid 1, 2 en 3, art. 46, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop vergunning.

545

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van een tarief voor het in ontvangst nemen en ophalen van afvalstoffen.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 41, lid 4, onder e en f

Opmerking: Deze handeling kan deel uitmaken van de vergunningverlening.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop vergunning.

546

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van tijdelijke ontheffingen van in de Afvalstoffenwet gestelde verboden.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 54, lid 1, 2 en 3

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen van de ontheffing.

3.9 Vergunningen op basis van de Wet Chemische afvalstoffen

3.9.1 Kaderstellend

549

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van chemische afvalstoffen en andere afvalstoffen als zijnde gevaarlijke afvalstoffen.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 1, lid 1b.

Opmerking: De vaststelling van gevaarlijke stoffen kan zowel door het ministerie als door de EU geschieden (door middel van EU-richtlijnen of door middel van CEN-normen).

Waardering: B (1 1994)

550

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van categorieën van chemische afvalstoffen of afgewerkte olie - die ontstaan bij particuliere huishoudens - welke gelijkgesteld worden met huishoudelijk afval.

Periode: 1977-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 2

Opmerking: De lijsten van aangewezen stoffen kunnen als bijlage bij een AMvB worden gevoegd.

Waardering: B (4 1994)

551

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB stellen van nadere regels inzake de wijze van verwijdering van chemische afvalstoffen.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 33 lid 1, onder a en b

Waardering: B (4 1994)

3.9.2 Inventarisatie

552

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake de wijze waarop uitvoering dient te worden gegeven aan de meldingsplicht voor chemische afvalstoffen en afgewerkte olie.

Periode: 1979-1994

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 7, lid 1 en 2, art. 20, lid 1 en 2, art. 18 lid 1, art. 60, onder a

Producten: Meldingenbesluit van 12 oktober 1988 (Stcrt. nr. 200)

Meldingenbesluit van 1 maart 1989 (Stcrt. nr. 51)

Regeling tot wijziging meldingenbesluit afgewerkte olie en scheepsafvalstoffen (Stcrt. 1991, nr. 41)

Waardering: B (4 1994)

553

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van meldingen betreffende de afgifte van chemische afvalstoffen, afgewerkte olie en scheepsafvalstoffen.

Periode: 1979-1994

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 4, lid 1, art. 6, art. 60a

Waardering: V (5 jaar)

554

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het kennis geven van meldingen betreffende de afgifte van chemische afvalstoffen, afgewerkte olie en scheepsafvalstoffen aan buitenlandse regeringen.

Periode: 1979-1994

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 4, lid 2

Waardering: V (5 jaar)

555

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van overzichten inzake meldingen betreffende de afgifte van chemische afvalstoffen, afgewerkte olie en scheepsafvalstoffen.

Periode: 1979-1994

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 4, lid 1, art. 6, art. 60, onder a

Waardering: B (1 1994)

3.9.3 Toelating

557

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van vergunningen aan bedrijven, die zich bezig houden met bewerken, verwerken of vernietigen van chemische afvalstoffen.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 8, lid 1, art. 13, art. 14

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop vergunning.

560

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van vergunningen aan bedrijven, die zich bezig houden met bewerken, verwerken of vernietigen van afgewerkte olie.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 21, art. 25

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop vergunning.

562

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen van in de Wet chemische afvalstoffen gestelde verboden met betrekking tot bij AMvB vastgestelde producten vanwege hun milieugevaarlijke chemische afvalstoffen.

Periode: 1977-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 35, lid 1, 2, en 3

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging ontheffing.

3.9.4 In- en uitvoer chemische afvalstoffen

563

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels ter uitvoering van internationale verdragen en besluiten inzake het toezicht en de controle op de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen.

Periode: 1984-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 16, lid 1 en 4

Producten: Regeling in-, uit- en doorvoer van gevaarlijke afvalstoffen (Stcrt. 1988, nr. 200)

Opmerking: Het betreft hier het stellen van regels ter uitvoering van voor Nederland verbindende verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisatie.

Waardering: B (1 1994)

565

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toelaten of verbieden van het brengen van afvalstoffen binnen of buiten Nederlands grondgebied.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 16, onder a - c

Opmerking: Het registreren van meldingen (kennisgevingen) betreffende de in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: V (5 jaar)

3.10 Vergunningen op basis van de Wet milieugevaarlijke stoffen

3.10.1 Aanmelding nieuwe stoffen

566

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van BZ, EZ, LNV en VWS vaststellen van regels betreffende de registratie van gegevens aangaande de uitvoer van als milieugevaarlijk bekendstaande stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 29

Notitie van de minister betreffende de uitvoer van gevaarlijke stoffen en preparaten (Handelingen TK 1985-1986, 19 310, nrs. 1-2)

Waardering: B (4 1994)

567

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bepalen welke gegevens in het register inzake milieugevaarlijke stoffen opgenomen dienen te worden.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 18, lid 3

Opmerking: Hierbij kunnen voorschriften worden vastgesteld inzake de registratie van geheim te houden gegevens, zoals b.v. de naam van de producent, bedrijfsgeheimen e.d. Namen van milieugevaarlijke chemische stoffen moeten in ieder geval worden opgenomen.

Waardering: B (4 1994)

568

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels die betrekking hebben op de inrichting van het register inzake milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 18, lid 4

Producten: Regeling inrichting register milieugevaarlijke stoffen 1988 (Stcrt. nr. 39)

Waardering: B (4 1994)

569

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake een bureau in verband met de kennisgeving van stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 3

Producten: Regeling inzake het Bureau Milieugevaarlijke Stoffen (Stcrt. 1986, nr. 248)

Waardering: B (4 1994)

570

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels inzake de verstrekking van gegevens over kennisgeving milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 14, lid 7, art. 15, lid 3

Producten: Regeling, houdende nadere regels indiening en bekendmaking van kennisgevingen en overige gegevens van hoofdstuk 2 Wet milieugevaarlijke stoffen (Stcrt. 1986, nr. 248)

Waardering: B (4 1994)

571

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels omtrent de gegevens die een risicobeoordeling inzake milieugevaarlijke stoffen dient te bevatten.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, 64-66,

Producten: Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen

Waardering: B (4 1994)

572

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van SZW benoemen van een coördinator op het Bureau Milieugevaarlijke Stoffen.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Regeling Bureau Milieugevaarlijke Stoffen, art. 2, lid 4

Waardering: B (5 1994)

581

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het behandelen van een bezwaar tegen een beschikking opgesteld door het Bureau Milieugevaarlijke Stoffen.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Algemene wet bestuursrecht

Waardering: B (6 1994)

3.10.2 Verpakkings- en waarschuwingsvoorschriften

573

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de SZW en VWS stellen van regels ten aanzien van aanduidingen op de verpakking van bepaalde stoffen of producten.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 36, lid 3, art. 39, lid 2, art. 60, lid 3

Producten: Regeling van 27 januari 1988 (Stcrt. nr. 30)

Waardering: B (4 1994)

574

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij AMvB of ministeriële regeling vaststellen van aanduidingen op de verpakking van bepaalde stoffen of producten in verband met milieugevaar bij normale afvalverwijdering.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 36, lid 3, art. 39, lid 2, art. 60, lid 3,

Besluit verwijdering batterijen

Producten: Besluit houdende nadere regels inzake producten die van een Kca-logo worden voorzien en inzake het Kca-logo (Stcrt. 1994, nr. 22)

Waardering: B (4 1994)

575

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij ministeriele regeling nader vaststellen van bij AMvB voorgeschreven aanduidingen op de verpakking van bepaalde stoffen of producten in verband met milieugevaar bij normale afvalverwijdering.

Periode: 1988-1993

Grondslag/Bron: Besluit houdende nadere regels inzake producten die van een Kca-logo worden voorzien en inzake het Kca-logo (Stcrt. 1994, nr. 22)

Besluit verwijdering batterijen

Waardering: B (4 1994)

576

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van handleidingen, richtlijnen en werkinstructies bij het gebruik van milieugevaarlijke stoffen in inrichtingen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling

Opmerking: Soms worden deze richtlijnen als EG-normen gepubliceerd. In dat geval wordt soms mede gebruik gemaakt van instellingen als het Nederlands Normalisatie Instituut.

Waardering: B (4 1994)

577

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van werkinstructies inzake externe veiligheid bij het gebruik van milieugevaarlijke stoffen in inrichtingen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling

Opmerking: DGM/EV als betrokken organisatie-onderdeel is nog een vraag(teken).

Waardering: B (6 1994)

3.10.3 Toelating nieuwe stoffen

582

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van SZW verlenen van vrijstellingen voor een onderzoek met een nieuw aangemelde stof.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 5, lid 2

Opmerking: Deze vrijstelling kan niet worden verleend in strijd met de Europese richtlijnen (87/18/EEG, Pb EG L 15).

Waardering: B (6 1994)

583

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet verlenen van vergunningen inzake het gebruik van milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 24, lid 2c

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na verstrijken van de geldigheid.

584

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet verlenen van ontheffingen inzake de invoer, de vervaardiging of de aanwending van milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 33

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na verstrijken geldigheid.

585

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opdragen aan vervaardigers van grote hoeveelheden geregistreerde milieugevaarlijke stoffen tot het verstrekken van nadere gegevens over deze stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 16

Opmerking: Uitvoering van deze opdracht betekent dat de vervaardiger opnieuw toereikende gegevens moet zenden naar het Bureau Milieugevaarlijke Stoffen.

Waardering: B (6 1994)

3.10.4 Onderzoek

593

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (nationaal) verrichten van onderzoek naar milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 23, lid 3

Nota Omgaan met risico's (Handelingen TK 1988-1989, 21 137, nr. 5)

Opmerking: Het uitbesteden van onderzoek naar milieugevaarlijke stoffen maakt deel uit van deze handeling. Het Bureau Milieugevaarlijke Stoffen is nauw bij deze handeling betrokken.

Waardering: B (6 1994)

594

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van VWS en het RIVM opstellen van criteria voor het opstellen van lijsten van aandachtstoffen met het oog op het milieugevaar.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Regeling aandachtstoffen Wet milieugevaarlijke Stoffen (Stcrt. 1994, nr. 203)

Producten: Uniforme beoordelingssysteem stoffen (in 1992 in voorbereiding)

Opmerking: Over deze planmatige aanpak zal overleg gevoerd worden met het bedrijfsleven.

Waardering: B (4 1994)

595

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een lijst van aandachtstoffen met het oog op milieugevaar.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 22

Producten: Regeling aandachtstoffen Wet milieugevaarlijke stoffen (Stcrt. 1994, nr. 203)

Opmerking: Van elk van de prioritaire stoffen wordt door het RIVM een basisdocument opgemaakt; daarin wordt de bestaande literatuur over deze bepaalde stof aan een nadere beschouwing onderworpen. Het document wordt aan de Gezondheidsraad voorgelegd, die naar aanleiding van de gepresenteerde wetenschappelijke gegevens advies uitbrengt. Met behulp van de risicobenadering worden vervolgens milieukwaliteitseisen geformuleerd. Een ontwerp van de lijst wordt in de Staatscourant gepubliceerd, teneinde iedereen de gelegenheid te geven om gedurende twaalf weken zijn mening kenbaar te maken.

Waardering: B (4 1994)

598

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van SZW opnieuw beschikken over de toelatingsvoorwaarden van een nader onderzochte stof.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Besluit melding nieuwe kennis milieugevaarlijke stoffen, art. 1, lid 2

Waardering: B (6 1994)

3.10.5 Beperkte toelating van milieugevaarlijke stoffen

3.10.5.1 Algemeen

599

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beperkt toelaten van het gebruik van een bij regeling of AMvB verboden milieugevaarlijke stof.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron:

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na verloop vergunning.

3.10.5.2 Ozonlaag-aantastende stoffen

600

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beheren van afschriften van door de EEG verstrekte vergunningen voor de invoer van gecontingenteerde stoffen die de ozonlaag kunnen aantasten.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, art. 18 jo. art. 4, lid 2, EEG-verordening ozonlaag afbrekende stoffen

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na afloop van de vergunning.

601

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van personen die recht hebben op verhandeling en gebruik van chloorfluorkoolstoffen (CFK's).

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, art. 7

Verordening (EEG) inzake ozonlaag afbrekende stoffen, art. 11, lid 8

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop registratieperiode.

604

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake de lekdichtheid van koelinstallaties die voor de ozonlaag gevaarlijke stoffen bevatten.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, art. 12, lid 3,

Producten: Regeling inzake lekdichtheidsvoorschriften koelinstallaties (Stcrt. 1993, nr. 52)

Waardering: B (4 1994)

605

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van instellingen die bevoegd zijn om erkenningsbewijzen van milieuveiligheid voor Cfk's bevattende koelinstallaties te verstrekken.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, art. 10

Producten: Aanwijzing van de Stichting Erkenningsregeling voor de Uitoefening van het Koeltechnisch Installatiebedrijf, STEK (Stcrt. 1992, nr. 252)

Waardering: B (5 1994)

607

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake de terugwinning van ozonaantastende stoffen in oplos- en reinigingsmiddelen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, art. 17, lid 2

Producten: Regeling terugwinning oplos- en reinigingsmiddelen (Stcrt. 1992, nr. 252, gewijzigd in Stcrt. 1993, nr. 241)

Waardering: B (4 1994)

608

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van gevallen waarin de toepassing van halon in blusgasinstallaties of blustoestellen is toegestaan.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, art. 13, lid 2

Producten: Regeling inzake aanwijzingen essentiële toepassing halon-blusgas (Stcrt. 1992, nr. 252)

Waardering: B (4 1994)

3.10.5.3 Overige stoffen

609

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake de bepaling van het cadmiumgehalte van bepaalde producten.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Cadmiumbesluit, art. 3

Producten: Regeling vaststellingsmethode cadmiumgehalte van produkten, Stcrt. 1991, nr. 60

Waardering: B (4 1994)

610

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels ten aanzien van de aanduidingen die op batterijen dienen te staan die kwik, cadmium of lood bevatten.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit tot vaststelling van regels inzake batterijen en accu's die kwik, cadmium of lood bevatten, art. 3

Producten: Regeling van 1993 (Stcrt. nr. 223)

Waardering: B (4 1994)

611

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels omtrent de methoden volgens welke het gehalte van benzo(a)pyreen en van het extraheerbare fenolen in steenkoolteerdestillaten of daarmee behandeld hout wordt vastgesteld.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Besluit implementatie EEG-stoffenrichtlijn Wet milieugevaarlijke stoffen (Stb. 1995, 447), art. 4 onder f

Waardering: B (4 1994)

612

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van merktekens voor bedrijven die als deskundig zijn erkend inzake het verwijderen van asbest uit gebouwen en objecten.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Asbestverwijderingsbesluit, art. 11

Opmerking: Asbestverwijdering geschiedt in samenwerking met het bevoegd gezag van de gemeente, die maatregelen treft tegen de verspreiding van asbest. Asbestverwijdering mag slechts worden verricht door bedrijven die voldoen aan de eisen van deskundigheid inzake asbestverwijdering of asbestonderzoek. Deze eisen worden vastgesteld door een door de Stichting Raad voor de Certificatie erkende certificatie-instelling. Na erkenning is het bedrijf gerechtigd een daarvoor bestemd merkteken te dragen dat door de minister wordt aangewezen.

Waardering: B (4 1994)

3.10.5.4 In en uitvoer van milieugevaarlijke stoffen

613

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake de in- en uitvoer van milieugevaarlijke stoffen buiten de EEG.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (nr. 2455/92, Pb EG L 251)

Producten: Besluit in- en uitvoer millieugevaarlijke stoffen (Stb. 1993, 570)

Opmerking: -In de regels wordt de door de Verenigde Naties vastgestelde internationale procedure van kennisgeving en voorafgaande geïnformeerde toestemming (Prior informed consent - PIC) en de daarop volgende Europese regelgeving verwerkt. De PIC is gebaseerd op gedragsregels door het Milieuprogramma van de VN (UNEP) en de Voedsel- en Landbouworganisatie FAO om te voorkomen dat milieugevaarlijke stoffen in ontwikkelingslanden terecht komen. -Het vormen van een platform - met de ministers van Buitenlandse Zaken, van Economische Zaken, van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Volksgezondheid, Welzijn en Sport - inzake de besluitvoering betreffende het vaststellen van regels inzake de registratie van gegevens en de uitvoer van als milieugevaarlijk bekend staande stoffen maakt deel van deze handeling.

Waardering: B (1 1994)

614

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van door de Europese Commissie verstrekte gegevens over chemische stoffen waarvoor nog geen voorafgaande geïnformeerde toestemming is gegeven of over de informatie, die tijdens de toestemming bij export moet worden verstrekt (PIC).

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (nr. 2455/92, Pb EG L 251), art.5, lid 1

Waardering: B (4 1994)

615

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet geven van toestemming inzake de uitvoer van milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 29

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na verlening toestemming.

616

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen uitzenden van deskundigen voor assistentie in het buitenland bij de hantering van daarheen uitgevoerde milieugevaarlijk stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 29,

Opmerking: Gegevens eventueel in het archief van het ministerie van BZ, afdeling ITH.

Waardering: V (5 jaar)

3.10.5.5 Beperkte toelating van vuurwerk

618

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van VWS aanwijzen van fop- en schertsvuurwerk.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 2, lid 4

Producten: Regeling nadere eisen aan vuurwerk (Stcrt. 1993, nr. 228)

Opmerking: Fop- en schertsvuurwerk vallen buiten de door het Vuurwerkbesluit gestelde beperkingen aan de verkoop.

Waardering: B (4 1994)

619

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van VWS stellen van regels inzake de lading van vuurwerk.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Vuurwerkbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 2, lid 4

Producten: Regeling nadere eisen aan vuurwerk (Stcrt. 1993, nr. 228)

Waardering: B (4 1994)

3.11 Beperkte toelating van genetisch gemodificeerde organismen

623

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van (nadere) regels inzake de veiligheid bij het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit genetisch gemodificeerde organismen, art. 6

Producten: stellen van regels aan het indelen - in de categorieen I, II of III - van genetisch gemodificeerde organismen (art. 2 Besluit genetisch gemodificeerde organismen, Stb. 1993, 435)

Waardering: B (4 1994)

624

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (op verzoek van de houder) indelen van genetisch gemodificeerde organismen in de categorieën I, II of III.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit genetisch gemodificeerde organismen, art. 2

Opmerking: De beschikkingen van de minister worden bewaard bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne.

Waardering: B (6 1994)

625

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet verlenen van een vergunning inzake het ingeperkt gebruik van genetisch gemodificeerde organismen.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Besluit genetisch gemodificeerde organismen, par. 2 en 3

Opmerking: De meest recente beschikkingen van de minister worden bewaard bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne.

Waardering: B (6 1994)

626

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van LNV, op grond van de uitkomst van een risico-analyse, al dan niet verlenen van een vrijstelling van de verplichting tot het aanvragen van een vergunning inzake het vervoeren, voorhanden hebben, aan een ander ter beschikking stellen of zich ontdoen van bepaalde genetisch gemodificeerde organismen.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Besluit genetisch gemodificeerde organismen, art. 23, lid 2 sub d

Opmerking: De beschikkingen van de minister worden bewaard bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne.

Waardering: B (6 1994)

3.12 Vergunningen in het kader van de Wet Bodembescherming

3.3.12.1 Toelating van stortplaatsen

628

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van voorschriften aan Gedeputeerde Staten voor de waardering van aanvragen of de verstrekking van vergunningen voor het storten van mogelijk verontreinigende stoffen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Stortbesluit bodembescherming, art. 1, lid 4, art. 4, lid 5, art. 9, lid 2, art. 10, lid 2

Producten: Uitvoeringsregeling stortbesluit bodembescherming, Stcrt. 1993, nr. 37

Opmerking: De volgende voorwaarden zijn nader geregeld: - methoden voor het bepalen van de gemiddelde hoogte van de grondwaterstand, -de onder- of bovenafdichting van de stortplaats, - de bemonstering en het vaststellen van de hoedanigheid van de bodem onder de stortplaats, -de keuringsmethode.

Waardering: B (4 1994)

630

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het machtigen van Gedeputeerde Staten tot het verlenen van vergunningen tot het houden van stortplaatsen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Stortbesluit bodembescherming

Producten: Verklaring van geen bezwaar

Opmerking: Deze machtiging is vereist voor inrichtingen, beschreven in bijlage III van het Inrichtingen en vergunningenbesluit.

Waardering: V (10 jaar)

631

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verlenen van vergunningen tot het houden van stortplaatsen op militaire terreinen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Stortbesluit bodembescherming

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na het verstrijken der vergunning.

3.12.2 Toelating van lozingen

635

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels ten aanzien van lozing van afvalwater.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming

Producten: Uitvoeringsregeling lozingenbesluit (Stcrt. 1990, nr. 123), Bijlage 1 van het besluit, houdende aanwijzingen voor het indienen van een aanvrage Bijlage 2 bij het Lozingenbesluit. Richtlijn individuele behandeling van afvalwater bij verspreide bebouwing.

Opmerking: Het lozingenbesluit kende de minister bevoegdheden toe om regels te stellen over de vloeistofdichtheid van zuiveringssystemen en de vereiste infiltratievoorzieningen voor lozingen van afvalwater;* de filter- en zuiveringssystemen en de dimensionering bij lozingen van afvalwater ;* grondboringen voor de vaststelling van de hoogte van de grondwaterstand en de dimensionering van de infiltratievoorziening in verband met de toelating van lozingen van huishoudelijk afvalwater als voorwaarden voor de verlening van een vergunning en tevens over* ontheffing van een verbod tot lozing van huishoudelijk afvalwater, koelwater en overige vloeistoffen;* de wijze waarop wijzigingen in de methode van lozing van huishoudelijk afvalwater naar de bodem aan het bevoegd gezag moeten worden gemeld.

Waardering: B (4 1994)

637

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verlenen van vergunningen tot omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater op militaire terreinen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na afloop van de vergunning.

639

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het machtigen van Gedeputeerde Staten tot het verlenen van vergunningen tot lozen van industrieel afvalwater.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming

Producten: Verklaring van geen bezwaar

Opmerking: Deze machtiging is vereist voor inrichtingen, beschreven in bijlage III van het Inrichtingen en vergunningenbesluit.

Waardering: V (10 jaar)

640

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verlenen van vergunningen tot het lozen van industrieel afvalwater vanaf militaire terreinen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na afloop van de vergunning.

641

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van de minister van Economische Zaken bij de verlening van vergunningen tot het lozen van afvalvloeistoffen vanaf terreinen, vallend onder de Mijnwet.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming

Opmerking: Het betreft voorlopig het afvoeren van vloeistoffen, voortkomend uit boorwerken naar olie en gas. Over de uitvoering van deze voorschriften en het toezicht daarop door het Staatstoezicht op de Mijnen, zie PIVOT-rapport 83.

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na afloop van de vergunning.

642

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van een tijdelijke ontheffing van een verbod op lozing van huishoudelijk afvalwater, koelwater en overige vloeistoffen op de bodem door vergunningplichtige inrichtingen.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming, art. 14, lid 1, art. 24, lid 2, art. 25, lid 2

Opmerking: Deze ontheffing wordt verleend aan een specifieke categorie gevallen, zoals bijvoorbeeld bij mijninrichtingen van het Ministerie van Economische Zaken. Bij deze ontheffing worden voorschriften verbonden, waarvoor het Lozingenbesluit minima stelt. De aanvraag dient te geschieden volgens richtlijnen, die als bijlage aan het besluit zijn toegevoegd. Er wordt in de Nota van Toelichting nauwkeurig onderscheid gemaakt tussen koelwater en overige vloeistoffen; koelwater, waaraan vloeistoffen zijn toegevoegd, wordt onder de overige vloeistoffen gerekend, waarvoor strenger toezicht is vereist. Na 1995 wordt ook ontheffing verleend, wanneer een recent aangelegde zuiverings- of infiltratievoorziening nog niet is afgeschreven.

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na verval ontheffing.

3.12.3 Toelating van ondergrondse tanks

645

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van formulieren waarop de aanwezigheid of verwijdering van ondergrondse tanks voor de opslag van vloeistof en het resultaat van het nadien verrichte onderzoek aan burgemeester en wethouders dienen te worden aangemeld.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit opslaan in ondergrondse tanks, art. 4, art. 7, art. 8, lid 1, art. 12 sub b, art 13, lid 2 en 3, art. 18, lid 1, art. 23, lid 1

Opmerking: De eerste vastgestelde formulieren bevinden zich in gepubliceerde bijlagen bij het BOOT.

Waardering: B (4 1994)

646

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van vergunningen voor het houden van ondergrondse opslagtanks met een inhoud van meer dan 150 kubieke meter ten behoeve van de krijgsmacht.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit opslaan in ondergrondse tanks, Nota van toelichting, par. 3.1

Opmerking: De bevoegdheid voor het verlenen van vergunningen tot het houden van ondergrondse tanks berust normaliter bij de burgemeester van een gemeente.

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na afloop van de vergunning.

3.12.4 Toelating van meststoffen.

648

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij regeling vaststellen van de bepalingsmethode en bemonsteringswijze van met fosfaten verzadigde bodems.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit gebruik dierlijke meststoffen, art. 9, lid 1

Waardering: B (4 1994)

650

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van controlelijsten voor keuringswerkzaamheden voor ondergrondse tanks door de KIWA NV

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit opslaan in ondergrondse tanks, bijlage I, art. 2.1, bijlage 2, art. 2.1, bijlage 3, art. 2.1

Waardering: B (4 1994)

653

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instemmen met een ontheffing door het Ministerie van Landbouw van verboden tot het uitrijden van mest aan onderzoeksinstellingen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Besluit dierlijke meststoffen, art. 10a

Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen, art. 36

Waardering: V (20 jaar)

3.12.5 Toelating verwerking van baggerspecie

654

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het formuleren van acceptatiecriteria voor de opslag van verontreinigde baggerspecie.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Nota Verwijdering baggerspecie (Handelingen TK 1993-1994, nr. 23 450),

Producten: Richtlijnen voor de baggerspeciestortplaatsen, bijlage bij de nota

Evaluatie richtlijnen baggerstortplaatsen in 1997

Opmerking: De richtlijnen dienen als voorwaarden voor vergunningverlening.

Waardering: B (4 1994)

655

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het mede opstellen met de minister van Verkeer en Waterstaat van kaderstellende nota's voor de verwerkbaarheid van baggerspecie.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Nota Verwijdering baggerspecie (Handelingen TK 1993-1994, nr. 23 450),

Producten: Nota Landelijke criteria verwerkbaarheid

Actieprogramma verwerking baggerspecie

onderzoek aanvullende sturingsinstrumenten

Evaluatie verwerkingsdoelstellingen in 1996

Evaluatie 'ten behoeve van afbouwen verspreiden klasse 2'

jaarlijkse evaluatienota's water

Waardering: B (4 1994)

3.12.6 Keuringen besluiten bodembescherming

657

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van keuringsinstanties voor de keuring van stortplaatsen voor mogelijk verontreinigende stoffen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Stortbesluit bodembescherming, art. 10, lid 3

Waardering: B (5 1994)

3.13. Vergunningen voor waterwinning- en waterleidingbedrijven

3.13.1 Regelgeving van het rijk

701

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van algemene richtlijnen voor de bescherming van waterleidingsbedrijven.

Periode: 1963-

Producten: Richtlijnen bescherming waterleidingsbedrijven met het oog op oorlogsomstandigheden, ('s-Gravenhage, 1974)

Waardering: B (4 1994)

3.13.2 Provinciale waterleidingsverordeningen

712

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het adviseren van derden inzake de verlening van concessies voor de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1945-1984

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995)

Opmerking: Industriewatervoorziening houdt bijvoorbeeld verband met de landbouw of de zand- en grindwinning.

Waardering: V (5 jaar)

3.13.3 Wateronttrekking aan de bodem

713

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij regeling bepalen aan welke vereisten de registratie van de grondwateronttrekking door houder van een inrichting, moeten voldoen.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 4, lid 2

Producten: Besluit van 22 februari 1955 (Stb. 61)

Waardering: B (4 1994)

714

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opvragen van gegevens inzake grondwateronttrekking aan de houder van een inrichting.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 4, lid 3

Waardering: V (5 jaar)

716

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beslissen op een verzoek tot het verrichten van onderzoekingen op gronden of wateren, ingediend door de aanvrager van een vergunning voor het tot stand brengen, wijzigen of inwerking hebben van een inrichting, bedoeld om water aan de bodem te onttrekken.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 7, lid 4

Waardering: V (5 jaar)

717

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verplichten van de eigenaren en gebruikers van gronden of wateren waar hij een onderzoek nodig acht, om het verrichten van dat onderzoek, alsmede het aanbrengen, het aanwezig zijn, het onderhouden, het gebruiken en het verwijderen van de voor dat onderzoek nodige middelen, gedogen.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 5, lid 1, art. 7, lid 4

Opmerking: De minister draagt zorg dat bij het gebruik van die gronden of wateren niet meer stoornis wordt veroorzaakt dan redelijkerwijs nodig is voor het onderzoek.

Waardering: V (5 jaar)

718

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan de rechthebbenden vergoeden van de schade die door een onderzoek in verband met de toepassing van de Grondwaterwet waterleidingbedrijven veroorzaakt is.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 5, lid 3

Opmerking: De eigenaar van een grond, waarin onderzoek wordt gedaan voor waterwinning, is verplicht handelingen van de minister daartoe te gedogen. Dit kan graafwerk en schade inhouden. Dit kan onderzoek door participerende overheidsorganen zijn, waarbij de aanvraag om vergunning de aanleiding vormt. Het kan echter ook gaan om een geprogrammeerd onderzoek door de rijksinstituten. In de jaren '70 vond er bijvoorbeeld veel onderzoek plaats om het voorkomen en bewegen van grondwater in kaart te brengen. De vergoeding wordt tegenwoordig door GS geregeld en door het rijk goedgekeurd.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na de afdoening.

720

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van een vergunning voor een waterleidingbedrijf voor grondwaterwinning.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 2, lid 1, art. 12, lid 1-2

Opmerking: Een vergunning tot wijziging betreft een zodanige wijziging van een inrichting dat het vermogen tot wateronttrekking wordt vergroot of dat uit de wijziging schade aan gronden of wateren van anderen kan voortvloeien. De vergunning voor grondwaterwinning vloeit over het algemeen voort uit de instellingsbeschikking.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het vervallen van de vergunning.

722

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het door middel van een commissie van deskundigen bemiddelen inzake een verzoek om schadevergoeding door eigenaars van onroerend goed als gevolg van krachtens een vergunning toegelaten wateronttrekking.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 20, lid 1 (zie ook art. 6)

Opmerking: Voor zover de Commissie de aanspraak op schadevergoeding als gegrond beoordeelt, ontwerpt zij een voorstel tot tegemoetkoming in dan wel tot vergoeding van de schade. Indien dat redelijkerwijze mogelijk is, wordt op kosten van de vergunninghouder in de schade tegemoet gekomen.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na (de eventuele afdoening van) de getroffen beslissing/schikking.

3.13.4 Toepassing van algemene regels op zwemgelegenheden

730

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van de kennisgeving ter zake van de aanmelding van een zweminrichting.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, art. 10, lid 3, art. 24a, lid 2,

Producten: Regeling kennisgeving zweminrichtingen (Stcrt. 1984, nr. 212)

Waardering: B (4 1994)

731

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van een houder van een zweminrichting verlenen van een tijdelijke gedoogvergunning.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, art.7, lid 1

Opmerking: In 1986 moesten alle zweminrichtingen voldoen aan de normen, gesteld door de AMvB. In individuele gevallen kon de minister echter uitstel verlenen; als voorwaarde is dan wel gesteld dat de houder aan de hand van een waterkwaliteitsplan aantoont dat hij alsnog aan de gestelde normen zal voldoen.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na de geldigheid van de verlening.

736

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID), 1913-1983

Handeling: Het adviseren van derden inzake de zuivering van zwemwater.

Periode: 1945-1984

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995)

Waardering: V (5 jaar)

3.14 Toelating van bestrijdingsmiddelen

738

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van de ministers van LNV, VWS en SZW omtrent de toelating van bestrijdingsmiddelen.

Periode: 1980-1995

Grondslag/Bron: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen (Stcrt. 1980, nr. 243), art. 10

Opmerking: Onder toelating wordt hier ook verstaan: verlenging van die toelating.

Waardering: B (6 1994)

740

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het tijdelijk gedogen van niet meer toegelaten gewasbeschermingsmiddelen.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen, art. 8

Opmerking: Het betreft het gebruik van bestrijdingsmiddelen, die werden toegelaten voor de invoering van het AMvB en waarvan de afschaffing kan leiden tot problemen met betrekking tot de bedrijfsvoering en/of de werkgelegenheid. De gedoogbeschikking is twee jaar geldig en kan op aanvraag nader worden beoordeeld. De geldigheidsduur eindigt in ieder geval op 1 januari 2000.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na afloop van de geldigheid van de beschikking.

742

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het identificeren van (monsters van) plaagdieren welke door andere overheden niet worden herkend als behorend tot een bepaalde (in Nederland bekende) soort.

Periode: 1945-

Opmerking: De monsterzendingen worden geregistreerd.

Waardering: B (6 1994)

3.15 Vergunningen op basis van de Kernenergiewet en voorgaande regelingen

3.15.1 Kaderstellend

669

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de ministers van SZW en EZ inzake het stellen van nadere regels aan onderwerpen geregeld bij algemene maatregel van bestuur inzake vergunningen die voortkomen uit de Kernenergiewet.

Periode: 1958-1970

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 35, lid 2

Waardering: B (1 1994)

670

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het aanwijzen van kantoren waar melding moet worden gedaan inzake de in-, uit- of doorvoer van radioactieve stoffen, ertsen en splijtstoffen.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 404), art. 26 lid 2, art. 29 lid 2

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de regeling.

671

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW inzake het stellen van regels met betrekking tot de indeling van radioactieve nucliden volgens hun radiotoxiciteit.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465), art. 6

Producten: Besluit classificatieregeling (Stcrt. 1987, nr. 60)

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

672

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het aanwijzen van type toestellen die op geen enkel punt op 0.1 meter afstand van het apparaat een dosisequivalenttempo kunnen veroorzaken van meer dan 1 microsievert per uur.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

673

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het aanwijzen van handelingen met radioactieve stoffen die zich bevinden in een type apparaat, waarbij op geen enkel punt op 0.1 meter afstand van het apparaat een dosisequivalent kan worden veroorzaakt van meer dan 1 microsievert per uur.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

674

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het vaststellen van waarschuwingsborden en -tekens die betrekking hebben op stralingsgevaar.

Periode: 2002-

Grondslag/Bron: Besluit Stralingsbescherming, 28, 2

Producten: Besluit van 19 januari 1987 (Stcrt. nr. 25)

Opmerking: Op basis van artikel 28, lid 2 van het Besluit stralenbescherming heeft de minister van SZW in overeenstemming met de minister van Milieubeheer een model van een waarschuwingsbord vastgesteld welk dient te worden aangebracht op plaatsen waar gevaar voor stralingsbesmetting bestaat. De plaatsing van het bord behoort tot de vergunningsvoorwaarden.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na de geldigheid van de waarschuwingstekens.

675

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van SZW voorbereiden, vaststellen en evalueren van handleidingen, richtlijnen en werkinstructies bij het gebruik van stralingsgevaarlijke stoffen in inrichtingen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling

Opmerking: Soms worden deze richtlijnen als EG-normen gepubliceerd. In dat geval wordt soms mede gebruik gemaakt van instellingen als het Nederlands Normalisatie Instituut. Onder deze handeling wordt ook verstaan het aanbevelen en verspreiden van goedgekeurde handleidingen van inrichtingen die zelf orde op zaken hebben gesteld.

Waardering: B (4 1994)

3.15.2 Uitvoerend

680

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van EZ bij het verlenen van vergunningen inzake het verrichten van handelingen met ertsen en splijtstoffen.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 15

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

681

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het verlenen van vergunningen voor het bereiden, vervoeren, voorhanden hebben, toepassen, binnen Nederlands grondgebied brengen of zich ontdoen van radioactieve stoffen.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 29

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

682

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het verlenen van vergunningen inzake ioniserende straling uitzendende apparaten en instrumenten.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 34

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

683

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van EZ of SZW en bij het verlenen van ontheffingen - ten behoeve van de landsverdediging of de wetenschap - inzake verboden die betrekking hebben op het vervoeren, voorhanden hebben, toepassen, binnen Nederlands grondgebied brengen of ontdoen van radioactieve stoffen, splijtstoffen en ertsen.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet (Stb. 1969, 405), art. 75, lid 1 en 2

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

684

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van EZ of SZW bij het verlenen van ontheffingen inzake bepalingen geformuleerd in het VSG, VLG en VBG met betrekking tot het vervoer van splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 405),

Opmerking: Verklaring gebruikte afkortingen:VSG: Reglement betreffende het vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen, Stcrt. 1982, nr. 19. VLG: Reglement betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen, Stcrt. 1985, nr. 211. VBG: Reglement betreffende het vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, Stb. 1968, 207.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van onheffing.

685

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW inzake het verlenen van ontheffingen van in het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet gestelde verboden en verplichtingen.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Opmerking: De hierboven genoemde ontheffingen hebben betrekking op de verboden en verplichtingen inzake de stralingsbescherming (veiligheid en gezondheid) van het publiek en van personen die bij hun werkzaamheden aan straling kunnen worden blootgesteld.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de ontheffing.

686

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van de minister van Defensie toetsen van voorgenomen handelingen met betrekking tot radioactieve stoffen, ertsen en splijtstoffen in het kader van de landsverdediging.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Vrijstellingsbesluit landsverdediging (Stb. 1987, 30)

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vrijstelling.

3.15.3 Informatieverplichtingen

687

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van SZW stellen van nadere regels met betrekking tot de inrichting van de door de keuringsdiensten van waren bij te houden registers betreffende radioactieve stoffen en straling uitzendende toestellen.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet (Stb. 1969, 472)

Waardering: B (4 1994)

688

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van SZW inzake het opstellen van modellen van formulieren waarop de aangifte dient te gebeuren inzake handelingen met radioactieve stoffen.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na vervallen van de geldigheid.

689

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van toezichthoudende ambtenaren die belast zijn met de registratie van aangegeven handelingen en gegevens betreffende radioactieve stoffen, ertsen en splijtstoffen.

Periode: 1963-1992

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 27, lid 4, art. 28, lid 4

Waardering: B (5 1994)

692

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van SZW geven van toestemming voor het verstrekken van informatie uit het register inzake radioactieve stoffen, splijtstoffen en ertsen aan instellingen, ondernemingen of aan degene die deze ter uitvoering van hun taak in het kader van de Kernenergiewet of volkenrechtelijke organisaties nodig heeft.

Periode: 1969-1992

Grondslag/Bron: Besluit registratie radioactieve stoffen en kosten keuringsdiensten Kernenergiewet (Stb. 1969, 472)

Opmerking: De opleggen van een verplichting tot geheimhouding kan deel uitmaken van deze handeling.

Waardering: V (2 jaar)

3.15.4 Geheimhoudingsplicht

693

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren aan de ministers van EZ of Defensie inzake procedures met betrekking tot de geheimhouding van aan te wijzen gegevens, hulpmiddelen en materialen voor de vrijmaking van kernenergie en voor de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen, die in het belang van de landsverdediging.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1971, 420)

Producten: Regeling inzake toepassing geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet (Stcrt. 1989, nr. 52)

Opmerking: Deze adviezen hebben betrekking op het belang voor het milieubeheer en de verspreiding van de kennis met betrekking tot het mogelijke milieugevaar. Het gaat hier om afwegingen op grond waarvan het ministerie van Defensie in het belang van de landsverdediging of het ministerie van Economische zaken in verband met het patentrecht moeten besluiten tot geheimhouding.

Waardering: B (4 1994)

694

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van EZ of Defensie inzake het registreren van gegevens betreffende hulpmiddelen en materialen voor de vrijmaking van kernenergie en voor de opslag, vervaardiging, bewerking of verwerking van splijtstoffen, die in het belang van de landsverdediging vallen onder een verplichting tot geheimhouding.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1971, 420)

Waardering: V (2 jaar)

695

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het medewerken aan het onderzoek bij de verdenking van inbreuken op de naleving van maatregelen inzake geheimhouding kernenergiegegevens dan wel spionage.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Geheimhoudingsbesluit Kernenergiewet (Stb. 1971, 420)

Waardering: B (6 1994)

3.15.5 Kwaliteitseisen

696

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het samen met de minister van SZW en VWS opstellen van eisen voor de opleiding van deskundigen op het gebied van radioactieve stoffen en toestellen

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Producten: Richtlijnen voor de erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (Stcrt. 1984, nr. 227)

Besluit houdende Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (Stcrt. 1987, nr. 176)

Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (Stcrt. 1993, nr. 127)

Regeling erkenning opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (Stcrt. 1994, nr. 30)

Richtlijn voor de erkenning van opleidingen deskundigen radioactieve stoffen en toestellen (Stcrt. 1984, nr. 227)

Waardering: B (4 1994)

697

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het samen met de minister van SZW erkennen van opleidingen of diploma's die zijn vereist door personen die radioactieve stoffen aanwenden, zich ervan ontdoen of ervan gebruik maken.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: regelingen, vastgesteld overeenkomstig het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Producten: Beschikking aan een opleidingsinstituut met goedgekeurd certificaat

Opmerking: Deze handeling wordt gedaan in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na vervallen van de erkenning. De erkenningsbeschikking, indien bij VROM aanwezig: B, Criterium: 6. Vgl. vastgesteld BSD n.a.v. PIVOT-rapport 147, De draden van de WEB , handeling nr. 147.

698

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het erkennen van instellingen of ondernemingen die controle- en beschermingsmiddelen ter beschikking stellen aan personen die aan straling kunnen worden blootgesteld.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Opmerking: Onder andere het ECN is erkend.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na vervallen van de erkenning.

699

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW bij het vaststellen van een model van verpakking dat bestemd is voor het transport van splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (Stb. 1969, 405),

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop van de geldigheid.

700

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met de minister van SZW laten erkennen van het verpakkingsmodel voor het vervoer van splijtstoffen, radioactieve stoffen en ertsen door regeringen van naar daartoe aangewezen landen.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten, 1-9

Producten: Beschikking aanwijzing landen KEW (Stcrt. 1969, nr. 240)

Waardering: B (4 1994)

4. Overheidsdeelneming [Vervallen per 26-04-2009]

4.1 Milieuconvenanten en doelgroepconvenanten

4.1.1 Voorbereiding

820

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met Gedeputeerde Staten toetsen van milieuactieplannen van grote inrichtingen met een risico van luchtverontreiniging.

Periode: 1984-1989

Grondslag/Bron: IMP-lucht 1985-1989

Waardering: B (6 1994)

822

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden vaststellen en evalueren van samenwerkingsprojecten met het bedrijfsleven op het gebied van emissiebestrijding.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Producten: Rapport KWS 2000: bestrijdingsstrategie voor de emissie van vluchtige stoffen

Opmerking: Voorbeelden zijn: Het project KWS 2000, overeengekomen in 1986.

Waardering: B (6 1994)

823

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van onderzoeksprotocollen in het kader van milieu/bodemverontreinigende bedrijfsactiviteiten.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Kennismakingsdossier Directie Bodem 1996, p.107

Producten: Notitie Nulsituatie bodemonderzoek (augustus 1994)

Protocol van preventief bodemonderzoek

Waardering: B (1 1994)

824

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het evalueren van het beleid ter bevordering van bedrijfsinterne milieuzorgsystemen.

Periode: 1991-1992

Producten: Bedrijfsinterne milieuzorgsystemen: stand van zaken in bedrijven 1991/1992

Bedrijfsmilieuzorgsystemen: Tussenevaluatie 1992 (9 februari 1993)

jaarverslagen aan de Tweede Kamer (uitgewerkt in verslagen)

Opmerking: De evaluatie geschiedt door: -telefonische enquetes onder de bedrijven, -casus-studies in ongeveer 25 bedrijven, -telefonische interviews met ca. 60 intermediaire organisaties (voornamelijk branche-organisaties). Gegevens voor deze verslaglegging kunnen ook systematisch worden gehaald uit de door de minister opgevraagde jaarlijkse (milieu-)verslagen van de bedrijven. In dat geval is er sprake van monitoring.

Waardering: B (3 1994)

826

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vragen van inlichtingen uit het buitenland over bedrijfsinterne milieuzorg.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: Notitie Bedrijfsinterne milieuzorg (1988), p. 17

Producten: rapporten van het Environment Protection Agency van de Verenigde Staten over Environmental Auditing

Waardering: B (3 1994)

827

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instellen van evaluerende onderzoeken naar projecten op het gebied van milieuzorg.

Periode: 1988-

Producten: Inventarisatie van activiteiten inzake milieuzorg in bedrijven (`s-Gravenhage, 1989)

Waardering: B (3 1994)

828

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met andere ministeries opstellen van informatie over industriële werkzaamheden.

Periode: 1992-

Producten: serie 'Procesbeschrijvingen Industrie', met branchegewijze te ordenen rapporten

Opmerking: De handeling wordt uitgevoerd in het kader van het Samenwerkingsproject Procesbeschrijvingen Industrie Nederland.

Waardering: B (3 1994)

829

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het formuleren voor een beleid ter voorkoming van afvalstoffen en milieuverontreinigende emissies.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Handboek voor de preventie van afval en industrie

Producten: Rapport Kiezen voor preventie is winnen (Den Haag, 1991)

Waardering: B (3 1994)

830

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten van netwerken op het gebied van technologische vernieuwing.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Notitie Technologie en milieu, actie 17 en 18, 01-01-1990

Producten: Landelijk netwerk van regionale Innovatie Centra (IC's) op het gebied van milieutechnologie

Opmerking: Het landelijk netwerk heeft als taak: het starten van milieutechnologische projecten, het bijstaan bij de opzet van bedrijfsmilieudiensten, het ontwikkelen van milieudoorlichting en het opzetten van een brochure (KNOV/AMRO-brochure).

Waardering: B (5 1994)

4.1.2 Convenanten

831

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het sluiten van convenanten met doelgroepen ter beperking van emissies.

Periode: 1989-

Producten: Intentieverklaring met (soms) een eventuele bindende IMT

Milieuconvenant en het bijbehorende IMT

Milieuvoorschriften voor houtimpregneerbedrijven, maart 1992

Convenant met de VOTOB, 1989

Convenant met de Samenwerkende Electriciteitsproducenten SEP over verzurende emissies, 1994

Convenant met de Samenwerkende Electriciteitsproducenten SEP over CO2-emissies (in voorbereiding)

Convenant met de grof keramische industrie

Convenant met raffinaderijen

Convenant Glastuinbouw

Bestuursconvenant Meerjarenplan Gewasbescherming (MJP-G 1993)

Bestuursconvenant NUBI Nederlandse Unie voor Bio-industrie (veevoeder)

Convenant Bollensector

Spoelconvenant

Waardering: B (6 1994)

832

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op voorstel van de overleggroep van een convenant wijzigingen van Integrale Milieu Taakstellingen (IMT's).

Periode: 1989-

Opmerking: De eerste IMT is al tijdens het convenant vastgesteld. Bijstellingen van IMT's vinden plaats aan de hand van wijzigingen in de economische ontwikkeling van de bedrijfstak, de opstelling van een nieuw Nationaal Milieu Beleidsplan of Europese regelgeving. Deze bijstellingen kunnen ook het gevolg zijn van knelpunten in de uitvoering.

Waardering: B (6 1994)

833

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van meerjarenafspraken tussen de minister van Economische Zaken en branche-organisaties op het gebied van energiebeperking (MJA's of energieconvenanten).

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Interview

Opmerking: Deze toetsing geschiedt marginaal op hoofdlijnen en is vooral bedoeld om nadere uitwerking van deze afspraken in vergunningsvoorschriften mogelijk te maken.

Waardering: V (5 jaar)

834

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met de Olie Contact Commissie

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Interview

Producten: SUBAT-regeling in verband met de uitvoering van de sanering van tankstations

Opmerking: Doel is het maken van nadere afspraken voor een convenant. Zie ook het PIVOT-rapport 83: 'Energiebeleid 2', inzake delfstoffen.

Waardering: B (6 1994)

835

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het met convenantpartners financieren en inrichten van organen tot uitgifte van certificaten en/of garantieverklaringen inzake industriële procédés.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Convenant groen label

Producten: Stichtingsakte

Opmerking: Voorbeeld: Stichting Groen Label.

Waardering: B (5 1994)

4.2 Productconvenanten

836

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van LNV en EZ voorbereiden, opstellen en evalueren van convenanten en intentieverklaringen inzake milieuvriendelijke producten, toestellen, inrichtingen en werkwijzen.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Producten: Convenant Kunststofafval land- en tuinbouw

Convenant Resten en gebruikte verpakkingen gewasbeschermingsmiddelen (1989-1994)

Convenant Kunststofafval industrie

Convenanten inzake de beperking van de kwikbelasting door niet-oplaadbare batterijen

Convenant inzake nikkelcadmium batterijen

Convenant inzake vloeibare levensmiddelen

Convenant inzake kratten

Convenant PET-flessen

Convenant Verpakkingen

Intentieverklaring inzamel- en verwerkingssysteem oud papier en karton

Opmerking: Het gaat hier om afspraken ter vermindering van afval of emissies bij de vervaardiging of het gebruik van producten of de toepassing van procédés.

Waardering: B (4 1994)

839

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het deelnemen in arbitragecommissies inzake geschillen die betrekking hebben op de wijze van uitvoering van het Convenant Verpakkingen.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Convenant Verpakkingen, 1991

Opmerking: De arbitragecommissie bestaat uit drie arbiters van wie er een wordt aangewezen door de minister, een door de verpakkingsbranche en een door de partijen gezamenlijk.

Waardering: B (6 1994)

841

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het sluiten van samenwerkingsconvenanten met branche-organisaties over de wering van milieugevaarlijke producten.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP,1986

Producten: Spuitbussenconvenant

Gedragscode voor kwikoxide batterijen

Gedragscode voor alkaline batterijen

Gedragscode inzake de verwerking van nikkelcadmiumbatterijen

Convenant met auto-importeurs inzake de wering van asbest in de automobielindustrie in Nederland, 1989

CFK-actieprogamma van 21 juni 1990 (Kamerstukken II 1989-1990, 21 137, nr. 20)

Convenant inzake de inzameling van kwikresten in tandamalgaam, sinds 1 januari 1991

Waardering: B (6 1994)

842

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van types automobielen waarin asbest verwerkt is.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Convenant met auto-importeurs inzake de wering van asbest in de automobielindustrie in Nederland (1989)

Opmerking: Deze regeling op vrijwillige basis geldt voor automobielen van een klasse van maximaal 3500 kg.

Waardering: B (6 1994)

843

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten en evalueren van produktconvenanten.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Directieplan IBPC 1995

Opmerking: Onderdeel van deze handeling maakt het overleg met de verschillende doelgroepen en produktgroepen over het opstellen van een convenant of intentieverklaring. De verschillende produktgroepen hebben betrekking op onder andere: -teerhoudende coatings, -wasmiddelen (wering van ozonhoudende middelen), -kleurstof, -verduurzaamd hout, -weggooiluiers, -vloerbedekking, -meubilair, -lichtbronnen, -brandvertragers, -inkt, -mobiele werktuigen (wering van asbest), -verpakkingen (recycling). Na de intentieverklaring wordt het convenant gesloten op basis van een Integrale Milieu Taakstelling IMT.

Waardering: B (4 1994)

844

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van uitvoering aan productconvenanten of intentieverklaringen.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Directieplan IBPC 1995

Opmerking: Voorbeeld uitvoering: bijstelling handleidingen; wijzigen Integrale Milieutaakstelling (IMT).

Waardering: B (5 1994)

845

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen van een voorzitter, leden en functionarissen in de Projectgroep KWS 2000.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Implementatie organisatie KWS 2000

Waardering: B (5 1994)

4.2.1 Convenant Groen Label

853

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het met convenantpartners instellen van organen tot uitgifte van certificaten en/of garantieverklaringen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Convenant groen label

Producten: Stichtingsakte

Opmerking: Voorbeeld is de Stichting Groen Label.

Waardering: B (5 1994)

854

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het met convenantpartners financieren en inrichten van organen tot uitgifte van certificaten en/of garantieverklaringen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Convenant groen label

Producten: Aanstellingsakte

Declaratie

Factuur

Waardering: B (5 1994)

855

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het deelnemen aan het bestuur van de Stichting Groen Label.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Convenant groen label, art. 4

Waardering: B (5 1994)

856

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van grenswaarden van ammoniakemissies voor de uitgifte van een groen-labelcertificaat.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Convenant groen label, art. 4

Waardering: B (4 1994)

4.3 Opruimings- en saneringsconvenanten

4.3.1 Afvalverwijderingsconvenanten

859

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst inzake de verwijdering van afvalstoffen.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Tienjarenprogramma Afval, 1992-2002

Producten: Samenwerkingsovereenkomst Afvalverwijdering

Opmerking: Gesprekspartners zijn het IPO, de VNG en de afvalverwerkingsbedrijven.

Waardering: B (5 1994)

4.3.2 Bodemsaneringsconvenaten

4.3.2.1 Kaderstellend

867

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen in vergaderingen van de (landelijke) Stuurgroep Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen (BSB).

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Interview De Wit

Kabinetsstandpunt eindrapportage Commissie BSB

Producten: Notulen

Verslag

Jaarrapport

Opmerking: De minister heeft een ambtelijke delegatie in de stuurgroep van de stichting. De stuurgroep brengt jaarlijks verslag uit. In dit verslag zijn ten minste opgenomen: -Het aantal projecten dat in het afgelopen jaar is uitgevoerd, -Het aantal projecten dat in het lopende jaar zal worden uitgevoerd met een indicatie van de kosten, -De plaatsen waarop onderzoek is uitgevoerd en de resultaten daarvan. Om de twee jaar verifieert de stuurgroep de berekeningsmodellen voor de kosten van bodemsaneringsprojecten. Onder die evaluatie verstaat de minister: ondersteuning van verdere operationele voorbereiding, oplossingen voorstellen van landelijke knelpunten, voortgang van de operatie bewaken en rapporteren. Voorbeeld: In 1996 zal de stuurgroep rapporteren over het aantal niet door bedrijven te financieren saneringsgevallen.

Waardering: B (6 1994)

868

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het evalueren van de prioriteitsstelling van de Stuurgroep BSB van te saneren bedrijfsterreinen.

Periode: 1994

Grondslag/Bron: Kabinetsstandpunt eindrapportage Commissie BSB

Opmerking: De studie wordt uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM). Het eerste rapport wordt in 1995 verwacht. Aan dit rapport gaat een rapport van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne vooraf. De resultaten zullen in de Leidraad Bodembescherming worden opgenomen.

Waardering: B (6 1994)

869

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een of meer instellingen per provincie, die belast zijn met de uitvoering van steun aan de sanering van bedrijfsterreinen (BSB-stichtingen).

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen, art. 3, lid 1

Opmerking: BSB-stichtingen worden op provinciaal niveau door het bedrijfsleven en de overheden opgericht. Zij hebben tot taak het inventariseren van bedrijfsterreinen waar mogelijk bodemverontreinigende activiteiten worden verricht en het aangeven van prioriteiten van mogelijk kwaliteitsonderzoek per bedrijfsterrein, waarop uitnodiging tot sanering kan volgen.

Waardering: B (5 1994)

871

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van convenanten op het gebied van bodemsanering van bedrijfsterreinen met branche-organisaties van bedrijven.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Kennismakingsdossier Directie Bodem, p. 129

Producten: overeenkomsten met provinciale gasleveranciers voor terreinen van gasfabrieken

overeenkomsten met schietbaanhouders

overeenkomsten met chemische wasserijen

overeenkomsten met champignontelers

Overeenkomst met de Nederlandse Spoorwegen

Bijdragen aan convenanten van bedrijfsinterne milieuzorg

SUBAT-regeling, 1 september 1991

Waardering: B (6 1994)

876

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere criteria voor de toepassing van subsidieregelingen aan bedrijven in het kader van de BSB.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Kabinetsstandpunt eindrapportage Commissie BSB

Producten: interne notitie beoordeling draagkracht

Waardering: B (4 1994)

877

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels met betrekking tot monstername van bedrijfsterreinen en het doen van bodemonderzoek.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen, art. 5

Waardering: B (4 1994)

878

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van financiële faciliteiten voor bedrijven ten behoeve van de sanering van hun terreinen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Jaarrapport van de Stuurgroep over 1993

Producten: regelingen, opgenomen in het Besluit, houdende regels inzake de verstrekking van borgstellingen ter zake van kredieten aan het midden- en kleinbedrijf (Besluit borgstelling MKB-kredieten, Stb. 1994, 225)

Opmerking: De regeling via AMvB is gebaseerd op voorschriften in de Kaderwet verstrekking financiële middelen EZ, die van toepassing zijn op regelingen die het bedrag van f 20 miljoen te boven gaan.Co-financieringsregeling voor onschuldige eigenaars van verontreinigde bodem.

Waardering: B (4 1994)

880

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels voor subsidies voor de kosten van de stuurgroep en de provinciale stichtingen BSB.

Periode: 1991-1992

Grondslag/Bron: Aanvullend Kabinetsstandpunt eindrapportage Commissie BSB, 01-01-1992

Producten: Bijdrageregeling stichtingen BSB-operatie (Stcrt. 1992, nr. 181)

Waardering: B (4 1994)

4.3.2 2 Uitvoerend

881

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verstrekken van subsidie voor het exploitatiesaldo van BSB-stichtingen en van de stuurgroep.

Periode: 1993

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.15

Opmerking: Het rijk subsidieert 50% van het exploitatiesaldo van de stichtingen tot aan een tevoren bepaald maximum. Het overige wordt bijgedragen door het bedrijfsleven. De aanvraag dient te worden ingediend bij het Directoraat-Generaal Milieubeheer van het ministerie. Een afschrift van de brief aan de minister wordt aan Gedeputeerde Staten doorgezonden. De minister toetst de aanvraag aan de hand van de door de stichting verstrekte gegevens die voorgeschreven zijn in de Bijdrageregeling stichtingen BSB-operatie. Criteria zijn de effectiviteit van de stichting in de BSB-operatie en op de juiste verwerking van kosten en baten in het exploitatiesaldo. Hij vraagt zo nodig Gedeputeerde Staten om advies. Daarna besluit hij tot verlening van de subsidie. Aan de subsidie is ten minste de voorwaarde verbonden dat over dat jaar verslag wordt afgelegd.

Waardering: V (6 jaar)

883

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van garanties voor kredieten van de Nationale Investeringsbank aan sanerende ondernemingen.

Periode: 1993-1994

Grondslag/Bron: Overeenkomst Kredietverlening Vrijwillige Bodemsanering, art. 10

Opmerking: De Nationale Investeringsbank verleent aan een onderneming voor maximaal 75% krediet, mits deze voldoet aan voorwaarden van kredietwaardigheid (mogelijkheid tot voortbestaan) en hij deelneemt aan een vrijwillige sanering in het kader van de BSB. De looptijd is 3 tot 15 jaar en het krediet wordt lineair afgelost. De staat stelt zich voor 50-90% garant, en indien het gaat om achtergestelde kredieten voor 90%.

Waardering: V (20 jaar)

885

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van de bedragen die beschikbaar zijn voor het stellen van garanties voor kredieten van de Nationale Investeringsbank aan sanerende ondernemingen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Overeenkomst Kredietverlening Vrijwillige Bodemsanering, art. 11, lid 4

Besluit borgstelling MKB-kredieten, art. 18

Producten: publikatie aan het begin van het kalenderjaar in de Staatscourant

Waardering: V (6 jaar)

887

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het mede voeren van onderhandelingen inzake de cofinanciering van de uitvoering van saneringsplannen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Circulaire inwerkingtreding saneringsregeling Wet bodembescherming, 03-03-2003

Waardering: V (10 jaar)

4.3.2.3 Vinex-projecten

888

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het sluiten van bodemsaneringsconvenanten of het doen opnemen van bodemsaneringsbepalingen in convenanten met stadsgewesten en regio's in het kader van de VINEX.

Periode: 1994-

Opmerking: Het betreft uitvoeringsconvenanten op basis van door het IPO opgestelde budgetverdelingen. De handeling valt samen met te bewaren handelingen op de beleidsterreinen Ruimtelijke Ordening en Regionaal Economisch beleid, waarvan het onderzoek in 2000 voltooid zal zijn.

Waardering: V (10 jaar)

890

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het begeleiden van bodemsanering in door de minister van EZ gesubsidieerde VINEX-projecten.

Periode: 1991-1998

Grondslag/Bron: VINEX-convenanten

Waardering: V (10 jaar)

4.4. Subsidieregelingen

4.4.1 Kaderstellend

892

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren, evalueren van beleidsstandpunten inzake subsidieverleningen.

Periode: 1962-

Waardering: B (1 1994)

893

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van subsidieregelingen voor particuliere organisaties.

Periode: 1982-1994

Grondslag/Bron: Nota Milieu en technologie in Nederland (Handelingen TK 1981-1982, 17 386)

Producten: Regeling schone technologie, 1982

Stimuleringsregeling ontwikkelings- en demonstratieprojecten milieuvriendelijke technologie, 1982

Bijdrageregeling milieutechnologie (Stcrt. 1987, nr. 252)

Regeling subsidiering van milieuorganisaties, 16 september 1987, DGMH/B/42247063

Programmatische Bedrijfsgerichte Technologie Stimulering Milieutechnologie PBTS, 1988

Stimuleringsregeling milieutechnologie (Stcrt. 28 december 1988) en aanvullingsregeling (Stcrt. 9 maart 1990)

Stimuleringsregeling milieutechnologie (SMT) (Stcrt. 1991, nr. 96)

Regeling diverse bijdragen milieubeheer (Stb. 1992, 305)

Bijdragenbesluit milieugerichte technologie 1994 (Stb. 1994, 84)

Bijdragenbesluit bedrijfsinterne milieuzorg (Stb. 1994, 796)

Bijdrageregeling (Stcrt. 1994, nr. 147)

Regeling bijdrage maatschappelijke organisaties en milieu 1994 (Stcrt.1994, nr. 145)

Besluit bijdragen maatschappelijke organisaties en milieu (Stb. 1995, 423)

Waardering: B (4 1994)

894

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van rechtspersonen, belast met de uitvoering van subsidieregels.

Periode: 1988-

Producten: Aanwijzing van NOVEM als uitvoerder van de Stimuleringsregeling milieutechnologie (Stcrt. 1989, nr. 73)

Opmerking: Dit zijn meestal particuliere organen, die belast worden met de afdoening van subsidie-aanvragen op grond van vastgestelde criteria. De procedures zijn op grond van kaderwetten van het ministerie van EZ en de Algemene Wet bestuursrecht aan wettelijke regels gebonden. De uitvoerende organen verrichten voornamelijk taken voor het ministerie van Economische Zaken op technologisch terrein. Over de instelling van deze zelfstandige bestuursorganen en hun bevoegdheden wordt door PIVOT een onderzoek verricht, dat uiterlijk in 2001 gereed is.

Waardering: B (5 1994)

895

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van voorschriften voor de uitvoering van vastgestelde subsidieregels.

Periode: 1945-

Producten: Voorschriften Administratieve Organisatie 1992 en 1993

beoordelingsrapporten inzake de toetsingsinstrumenten

Leidraad opstellen technologieprogramma's 1995

voorlichtingsbrochure

Waardering: B (4 1994)

896

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van subsidiebijdragen aan natuurlijke of rechtspersonen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 61zh

Wet milieubeheer, art. 15.19

Opmerking: Intrekking kan geschieden als gevolg van gebleken onjuiste mededelingen, als gevolg van het niet nakomen van voorwaarden, of indien Europese verordeningen zich tegen verlening van subsidie verzetten.

Waardering: V (6 jaar)

4.4.2 Bemiddeling bij EU-subsides

897

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voordragen van door de EU te financieren acties door subsidieprogramma's.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) LIFE, art. 6

Opmerking: Door LIFE gesubsidieerde projecten zijn over het algemeen demonstratieprojecten. De voordracht wordt begeleid door EG-liaison. De overige projecten zijn technologisch en worden in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken ingediend.

Waardering: V (6 jaar)

899

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het zenden van een vertegenwoordiging naar comité van bijstand van de Europese Commissie inzake LIFE.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) LIFE, art. 13

Opmerking: Dit comité heeft als taak de EC te adviseren inzake aanvragen voor subsidie door LIFE. Indien de EC met dit advies akkoord gaat, is het aangenomen, zo niet, dan wordt het aan de Raad voor de EC voorgelegd.

Waardering: B (5 1994)

900

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van een subsidieregeling in het kader van het Europees Jaar van het Milieu.

Periode: 1986-1988

Grondslag/Bron: Eindrapportage Europees Jaar van het Milieu

Opmerking: De regeling betreft de instelling van een subsidiërend orgaan, de inventarisatie van de te subsidiëren projecten en de opstelling van de voorwaarden.

Waardering: B (4 1994)

901

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanmelding verstrekken van aanbevelingen en/of financiële steun aan uitvoerders van projecten voor de manifestatie voor het Europees Jaar van het Milieu.

Periode: 1986-1988

Grondslag/Bron: Eindrapportage Europees Jaar van het Milieu

Opmerking: Het verstrekken van financiële steun of het logo houdt in dat het project wordt aangemerkt als project van het Europees Jaar van het Milieu. De toekenning van een logo zonder subsidie kan leiden tot aanbeveling van steun elders (bijvoorbeeld het Koningin Julianafonds of het Prins Bernhardfonds)

Waardering: V (6 jaar)

4.4.3 Subsidies voor de inzameling van afvalstoffen

902

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van subsidieregelingen die betrekking hebben op afvalstoffen.

Periode: 1977-1998

Grondslag/Bron: Afvalpreventie bij bedrijfsmatige activiteiten, 1994,

Producten: PCB-regeling (Stcrt. 1984, nr. 65)

Waardering: B (4 1994)

903

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van uitvoering aan subsidieregelingen die betrekking hebben op afvalstoffen

Periode: 1977-1993

Grondslag/Bron: IMP-Afvalstoffen,

Opmerking: Onder uitvoering wordt verstaan: de uitbetaling van de subsidie, de opzet en instandhouding van het verzamelpunt en de uitvoering van de opslag, voorzover daar geen nader beleid over is vastgesteld.

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na toekenning subsidie.

904

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitbetalen van vergoedingen aan bedrijven voor de inlevering van PCB houdende toestellen.

Periode: 1985-1995

Grondslag/Bron: PCB-regeling (Stcrt. 1984, nr. 65)

Opmerking: PCB's (pentachloorfenolen) zijn milieugevaarlijke stoffen die moeilijk afbreekbaar zijn. De minister heeft een speciale regeling getroffen om door financiële prikkels tot inzameling van houders te komen. De regeling is ingetrokken blijkens een publicatie in de Stcrt. 1995, nr. 104.

Waardering: V (6 jaar)

4.4.4 Subsidies voor regelingen van bedrijfsinterne milieuzorg

905

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten van stimulerings- en bijdragenregelingen inzake bedrijfsinterne milieuzorgsystemen.

Periode: 1989-1994

Grondslag/Bron: Notitie Bedrijfsinterne milieuzorg

Producten: Bijdragenbesluit bedrijfsinterne milieuzorg (Stb. 1994, 796)

Bijdrageregeling bedrijfsinterne milieuzorg (Stcrt. 1994, nr. 147)

Waardering: B (4 1994)

906

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van subsidies aan branche-organisaties voor de stimulering van bedrijfsinterne milieuzorg.

Periode: 1988-1991

Grondslag/Bron: Subsidieregeling Bevordering milieuzorg in branches

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na toekenning subsidie.

4.4.5 Subsidies aan bedrijven op technologisch terrein

911

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van subsidieprogramma's in het kader van de BMT, SMT.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling milieutechnologie

SMT (Stb. 1995, 84)

Opmerking: Het programma wordt uitgevoerd door de NOVEM.

Waardering: B (4 1994)

913

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van NOVEM bij de verlening van subsidie aan milieutechnologische vernieuwingsprojecten op aanvraag.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: SMT (Stb. 1995, 84)

Opmerking: Voor advisering stelde de minister aanvankelijk een Commissie Milieu en Industrie in, waaronder ook functioneerde de Werkgroep Milieubiotechnologie WMB. De adviezen kunnen nader worden verstrekt door afdelingen van het ministerie die zich met bepaalde thema's bezig houden. Zo adviseert de Directie Lucht en Energie o.m. bij een demonstratieproject van Hoogovens.

Waardering: V (6 jaar)

4.4.6 Subsidies aan maatschappelijke en milieuorganisaties

915

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het subsidiebedrag, dat voor maatschappelijke organisaties beschikbaar is.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: Stimuleringsregeling milieuorganisaties 1987

Regeling bijdragen maatschappelijke organisaties en milieu, art. 5

Besluit bijdrage maatschappelijke organisaties en milieu,

Opmerking: De minister kan bij deze vaststelling bepalen dat er bijzondere toevoegingen geschieden of kan deze bedragen als gevolg van onderuitputting verhogen of verlagen. Indien het bedrag is uitgeput, maakt de minister bekend dat er geen aanvragen meer kunnen worden ingediend.

Waardering: B (4 1994)

916

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag leveren van bijdragen aan de exploitatiekosten van milieuorganisaties.

Periode: 1988-1994

Grondslag/Bron: Stimuleringsregeling milieuorganisaties 1987

Opmerking: Als subsidievoorwaarden worden gesteld: -Bij de aanvraag dient de organisatie bij te sluiten: statuten, overzicht van het bestuur en de omvang en zekerheid omtrent deskundigheid; aan de hand hiervan beoordeelt de minister of de organisatie voor subsidie in aanmerking komt. De organisatie moet periodiek verslag uitbrengen van zijn werkzaamheden, zijn boeken laten controleren volgens in de voorwaarden gestelde regels (accountantsrapport) en gedogen dat derden een prestatieverklaring kunnen afleggen over het effect van het optreden van de organisatie. De subsidie bindt de minister niet aan verplichtingen tot aanzuivering van exploitatietekorten.-De organisatie is verplicht een goede administratie te voeren, deugdelijke bewijsstukken te kunnen overhandigen en deze administratie tien jaar te bewaren. Op basis van toezeggingen worden in de loop van het jaar 90% voorschot in twee delen uitgekeerd. Het niet voldoen aan de voorwaarden kan leiden tot intrekken van de toegezegde subsidie.

Waardering: V (6 jaar)

917

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verlenen van subsidies aan maatschappelijke organisaties voor exploitatiekosten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Regeling bijdragen maatschappelijke organisaties en milieu 1994, art. 3, lid 1

Besluit bijdrage maatschappelijke organisaties en milieu, art. 6-18,

Opmerking: Vanaf 1994 wordt er een subsidie van 80% van de exploitatiekosten wordt toegekend aan secretariaats- of coördinatiekosten van landelijke samenwerkingsverbanden van tenminste tien organisaties op milieugebied. Andere organisaties kunnen voor 50% worden gesubsidieerd. De werkelijke hoogte van de subsidie wordt bepaald door het werkplan en de vermogenspositie van de organisatie. Het werkplan moet twee jaar tevoren worden ingediend. De aanvraag moet jaarlijks worden ingediend. Bij de aanvraag behoort een begroting, een jaarrekening, de statuten en een verslag van het verloop van het werkplan te worden verstrekt, waarvoor de minister nadere inhoudelijke regels heeft vastgesteld. De minister motiveert zijn beschikking aan de hand van de meerwaarde van de instelling ten opzichte van reeds bestaande organisaties; het maatschappelijke belang van het voortbestaan van de organisatie; het vertrouwen in het financiële beheer.

Waardering: V (6 jaar)

918

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag toekennen van subsidies voor projecten door milieuorganisaties.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: Stimuleringsregeling milieuorganisaties 1987

Regeling bijdragen maatschappelijke organisaties en milieu 1994, art. 3, lid 2

Besluit bijdrage maatschappelijke organisaties en milieu, art. 19-30

Opmerking: Doel van de subsidie is de ondersteuning van de uitvoering van een door een of meerdere particuliere organisaties in Nederland of de EU ontworpen kortlopend project met een milieugericht doel of van een milieu-educatief karakter. Bij brief van de minister van 21 december 1990 is als nadere voorwaarde gesteld dat het project een relatie moet hebben met het Nationaal Milieu Beleidsplan. De subsidie wordt van jaar tot jaar toegewezen en afgerekend. Op basis van toezeggingen worden in de loop van het jaar 80% voorschot in twee delen uitgekeerd. De subsidie bindt de minister niet tot verplichtingen ten aanzien van vervolgprojecten. De bij het project betrokken organisaties zijn verplicht een goede administratie te voeren, deugdelijk bewijsstukken te kunnen overhandigen en deze administratie tien jaar te bewaren. De verslaglegging inzake het project kan door derden worden getoetst. Het niet voldoen aan de voorwaarden kan leiden tot intrekken van de toegezegde subsidie.

Waardering: V (6 jaar)

919

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag toekennen van subsidies voor investeringen ten behoeve van het milieu door particulieren.

Periode: 1988-1995

Grondslag/Bron: Stimuleringsregeling milieuorganisaties 1987

Opmerking: Doel van de subsidie is het verkrijgen van activa die op lange termijn beschikbaar zijn voor de bevordering van het milieubeheer. De regeling is die van projectsubsidie; de uitvoering vereist echter een verschillend gegevensbeheer, omdat verslaglegging en verrekening eerst plaats vindt na toekenning van de gehele subsidie en niet reeds vanaf het tijdstip van de aanvraag. Het niet voldoen aan de voorwaarden kan leiden tot intrekken van de toegezegde subsidie.

Waardering: V (6 jaar)

921

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van criteria aan de hand waarvan subsidies aan milieuorganisaties, -projecten en investeringen worden verleend.

Periode: 1987-1994

Grondslag/Bron: Stimuleringsregeling milieuorganisaties 1987

Opmerking: Deze criteria worden bepaald aan de hand van de in het budget beschikbaar gestelde gelden. In het Besluit bijdrage maatschappelijke organisaties en milieu zijn de criteria omschreven in art. 3.

Waardering: B (4 1994)

4.4.7 Diverse bijdragen milieubeheer

922

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verlenen van subsidies aan voorlichtingsbijeenkomsten, congressen en symposia.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Regeling diverse bijdragen milieubeheer, art. 10

Waardering: V (6 jaar)

923

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verlenen van subsidies aan uitwisselingsprojecten met het buitenland en de ontvangst van buitenlandse deskundigen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Regeling diverse bijdragen milieubeheer, art. 10

Waardering: V (6 jaar)

924

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van eenmalige subsidie aan activiteiten die het milieubeleid in belangrijke mate ondersteunen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Regeling diverse bijdragen milieubeheer, art. 11, lid 1-2

Waardering: V (6 jaar)

4.4.8 Subsidies voor onderzoek op het gebied van luchtverontreiniging.

925

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van subsidieregelingen inzake onderzoeksprojecten op het gebied van luchtverontreiniging.

Periode: 1963-1971

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van Antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Producten: Besluit inzake subsidie aan het luchtverontreinigingsonderzoek in de oostelijke mijnstreek van Zuid-Limburg,1963-1965

afrekening van de financiering

Waardering: B (4 1994)

926

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (mede) financieren van onderzoeksprojecten op het gebied van luchtverontreiniging.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: IMP-Lucht 1976-1980, bijlage 2,

NMP's,

Opmerking: Deze onderzoeksprojecten hebben ten doel installaties te onderzoeken die in gebruik zijn bij bepaalde bedrijfsgroepen. In overleg met de bedrijfsgroepen worden hiervan verslagen uitgebracht. Deze verslagen liggen ten grondslag aan de nadere regelgeving inzake de luchtkwaliteit, in het bijzonder de uitstoot van bijzondere stoffen als NOx of NO2. Onderzoeksprojecten worden gefinancierd als demonstratieprojecten om regelgeving voor te bereiden. Dit kunnen ook milieuvriendelijke procedes zijn die in een bedrijf worden ingevoerd. Voorbeelden zijn: Het demonstratieproject NOx-arme gasturbines. Het demonstratieproject NOx-arme fornuizen, uitgevoerd door Senter. Milieuvriendelijke procedures in Hoogovens (KWS_2000).

Waardering: V (6 jaar)

927

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het periodiek op aanvraag verstrekken van subsidies aan het RIVM.

Periode: 1970-1977

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie,

Opmerking: De aanvraag geschiedt jaarlijks op basis van een Meerjaren Activiteiten Programma (MAP). Hierin zijn de vaste activiteiten van het RIVM vastgelegd op het gebied van luchtverontreiniging. Het RIVM neemt deel aan het Landelijk Bureau Klimaatverandering en het Additioneel Programma Verzuring.De subsidies betreffen voorts de volgende onderzoeksterreinen: -Klimaatverandering, -Verzuring en diffuse verontreiniging, -Luchtkwaliteit en volksgezondheid, -Ondersteuning van het doelgroepenbeleid (hoe de nakoming van convenanten inzake emissies te controleren). Zie ook RIO-RIVM en het hoofdstuk Monitoring.

Waardering: V (6 jaar)

928

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het periodiek maken van afspraken met onderzoeksinstituten.

Periode: 1985-1994

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie 1995,

Opmerking: In deze afspraken zijn de opdrachten opgenomen die aan de instellingen worden verstrekt en de financiering die daarvoor wordt vrijgemaakt. Meestal gaat het om (het accountsmanagement bij) de uitvoering van vastgestelde nationale onderzoeksprogramma's. Voorbeelden zijn: Meerjaren Activiteiten Plan met het RIVM. (eindigt in 1997), Doelsubsidieprogramma met TNO, Format voor plannen voor projectmatig onderzoek en begeleidende brochure.

Waardering: V (6 jaar)

4.4.9 Bijdrageregelingen op het terrein van verkeer

929

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en evalueren van bijdrageregelingen ten behoeve van de beperking van de belasting van het milieu door het wegverkeer.

Periode: 1945-

Opmerking: Het gaat om de volgende regelingen: Bijdrageregeling schonere en lawaai-arme vrachtwagens en bussen (SELA) Stcrt. 1990, nr. 152 Bijdrageregeling laagzwavelige Dieselolie Stcrt. 1993, nr. 69.

Waardering: B (4 1994)

930

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitbesteden en begeleiden van de uitvoering van de Bijdrageregeling schonere en lawaai-arme vrachtwagens en bussen (SELA) en de Bijdrageregeling laagzwavelige Dieselolie aan Senter.

Periode: 1990-

Opmerking: De bijdrageregelingen zijn uitbesteed aan een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, Senter.

Waardering: B (5 1994)

4.4.10. Bijdragen aan verwijdering milieugevaarlijke stoffen

933

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten en evalueren van een bijdrageregeling inzake de verwijdering van bliksemopvangers die radioactieve stoffen bevatten.

Periode: 1990-

Producten: Bijdrageregeling verwijdering radioactieve stoffen bevattende bliksemopvangers (Stcrt. 1990, nr. 188)

Waardering: B (4 1994)

934

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van subsidie voor de verwijdering van radioactieve stoffen bevattende bliksemopvangers.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling verwijdering radioactieve stoffen bevattende bliksemopvangers (Stcrt. 1990, nr. 188),

Waardering: V (6 jaar)

4.4.11 Fiscale aftrekregelingen

935

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van fiscale aftrekregelingen.

Periode: 1988-

Producten: Aanwijzingsregeling vervroegde afschrijving milieu-investeringen VAMIL 1991 (Stcrt. nr. 166)

Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving milieu-investeringen 1995 (Stcrt. nr. 211)

Regeling groen beleggen

Waardering: B (4 1994)

936

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen, waarvan de kosten voor de aanschaf als aftrekpost op de inkomstenbelasting kan worden aangemerkt.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Wet op de inkomstenbelasting, art. 10, lid 3

VAMIL, art. 2

Producten: Milieulijst vervroegde afschrijving milieu-investeringen, 1991

Opmerking: Deze lijst wordt in overleg met het bedrijfsleven periodiek aangepast aan de stand der techniek. Vanaf 1997 wordt zij als bijlage gepubliceerd in de Staatscourant.

Waardering: B+V (4 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: de milieulijst vervroegde afschrijving ; V 6 jaar: overige stukken

937

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van een verklaring ten behoeve van een beleggingsproject in verband met vastgestelde fiscale aftrekregelingen (de z.g.n. 'groenverklaring').

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: regelingen groen beleggen,

Opmerking: Procedure:- beoordeling project van aanvrager- uitgeven van de zgn. groenverklaringDe verklaring wordt afgegeven aan ondernemingen die een milieuvriendelijk doel hebben, zoals bosbouwers, houders van windmolenparken, recyclingbedrijven, projecten duurzaam bouwen. Beleggers in deze ondernemingen - ook particulieren - krijgen een verhoogde belastingaftrek op de belastbare rente. De groen verklaarde bedrijven worden door het ministerie van Financiën op een lijst geplaatst, die jaarlijks ter wille van de belastingbetalende belegger wordt gepubliceerd.

Waardering: V (10 jaar)

4.4.12 Bijdragen aan gemeenten en provincies

4.4.12.1 Bijdragen voor drinkwatervoorziening

938

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID), 1945-1983

Handeling: Het opstellen en uitvoeren van subsidieregelingen op het terrein van de drinkwatervoorziening.

Periode: 1946-1972

Grondslag/Bron: Meerjarenplannen 1946, 1950, 1960

Waardering: B (4 1994)

939

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het toekennen van subsidies aan waterleidingmaatschappijen voor het herstel van waterleidingen in door de oorlog getroffen gebieden.

Periode: 1946-1972

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995)

Waardering: V (6 jaar)

940

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID),

Handeling: Het toekennen van subsidies aan waterleidingmaatschappijen voor aanleg van waterleidingen in onrendabele gebieden.

Periode: 1954-

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995),

Waardering: V (6 jaar)

4.4.12.3 Bijdragen voor kostbare rioleringswerken

942

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van instanties die Gedeputeerde Staten adviseren omtrent te subsidiëren rioleringsprojecten en afvalwaterafvoerplannen.

Periode: 1980-1986

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling kostbare rioleringswerken 1980 (Stcrt. 1979, nr. 241), art. 18, lid 1

Waardering: V (15 jaar)

945

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bepalen van de jaarlijks aan iedere provincie toe te wijzen middelen.

Periode: 1980-1986

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling kostbare rioleringswerken 1980 (Stcrt. 1979, nr. 241), art. 16, lid 1

Waardering: V (6 jaar)

946

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van te subsidieren projectplannen.

Periode: 1980-1986

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling kostbare rioleringswerken 1980 (Stcrt. 1979, nr. 241), art. 17, lid 1

Opmerking: Een projectplan wordt door tussenkomst van Gedeputeerde Staten, binnen twee maanden na de voorlopige toezegging, bij de minister ingediend. Het wordt ten minste vergezeld door a. het algemeen plan voor de afvoer van het afvalwater van de gemeente, en b. een uitgewerkte begroting voor het project. De minister doet vervolgens een definitieve toezegging. Hierbij wordt ook een instantie aangewezen, die het projectplan begeleidt.

Waardering: V (6 jaar)

947

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van rioleringsprojecten als experimentele projecten.

Periode: 1980-1986

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling kostbare rioleringswerken 1980 (Stcrt. 1979, nr. 241), art. 10, lid 1

Waardering: B (6 1994)

948

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks verlenen van een bijdrage aan gemeenten voor aanleg, sanering en vervanging van gemeentelijke rioleringen ten behoeve van bestaande situaties.

Periode: 1980-1986

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling kostbare rioleringswerken 1980 (Stcrt. 1979, nr. 241), art. 2, lid 1-2

Waardering: V (6 jaar)

4.4.12.3 Bijdragen voor het gemeentelijk milieubeleid

4.4.12.3.1 Kaderstellend

949

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van bijdrageregelingen aan andere overheden voor de uitvoering van door het rijk voorgesteld milieubeleid.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 61 z, lid 1, art 61 za

Wet milieubeheer, art. 15.12, lid 1 en 2

Producten: Bijdragenbesluit provincies luchtverontreiniging (Stb. 1976, 501)

Bijdrageregeling Sanering Milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving (Stcrt. 1981, nr. 209) subsidies voor Hinderwet Uitvoerings Programma's HUP en Milieu Uitvoeringsprogramma's MUP 1982-1989

Regeling verkeersmilieukaarten

Financiële regeling kosten MER andere overheden (Stb. 1984, 253)

Subsidieregeling ter vernietiging van PCB-houdende condensatoren (Stb. 1985)

Tijdelijk vergoedingenbesluit andere overheden Wet geluidhinder (Stb. 1986, 16)

Bijdrageregeling spoorweglawaai bestaande woningen (Stcrt. 1987, nr. 122)

Bijdrageregeling autowrakkenbeleid (Stcrt. 1987, nr. 169)

Regeling voorontwerp-Bijdragenbesluit uitvoering gemeentelijk milieubeleid (Stcrt. 1989, nr. 62 en nr. 252)

Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm (Stb. 1990, 174)

Bijdrageregeling uitvoering gemeentelijk milieubeleid BUGM, en Bijdragenbesluit vergunningverlening en handhaving provincies, ingevoegd in het Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm (Stb. 1990, 601)

Bijdrageregeling provincies met NMP-taken (Stb. 1991, 542)

Bijdragenbesluit inzake bijdragen in de kosten van vergunningverlening en handhaving door de provincies (Stb. 1991, 438)

Bijdrageregeling apparaatskosten gemeenten met betrekking tot uitvoering NMP (FUN) (Stb. 1991, 542)

Regeling bijdragen ROM-gebieden (Stcrt. 1992, nr. 235)

Vervolgbijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid (VOGM, het betreft een toevoeging van artikelen aan de BUGM) (Stb. 1995, 256)

Opmerking: Vanaf 1989 zijn deze bijdrageregelingen van beperkte duur (4 jaar) en worden zij na evaluatie herzien.

Waardering: B (4 1994)

950

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van personen, belast met de controle op de besteding van subsidies aan andere overheden.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 61 zf,

Wet milieubeheer, art. 15.17,

Opmerking: Als zodanig is de inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne aangewezen.

Waardering: B (5 1994)

951

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van personen die de aanvragen controleren van provincies, gemeenten, andere openbare lichamen, gemeenschappelijke organen, natuurlijke personen en andere rechtspersonen betreffende een bijdrage voor hun activiteiten op het gebied van het milieubeheer.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.17, lid 1

Producten: Besluit, houdende aanwijzing van de inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Waardering: B (5 1994)

952

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere regels over de wijze waarop door de andere overheden aanvragen dienen te worden ingediend.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 23

Opmerking: Deze bevoegdheid is expliciet geformuleerd in de regels met betrekking tot de opstelling van een verkeersmilieumodel door de gemeenten.

Waardering: B (4 1994)

953

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van bedragen die beschikbaar worden gesteld voor subsidiering van de andere overheden ten behoeve van hun milieutaken.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 49

Opmerking: Deze bijdragen kunnen worden bestemd voor: -de uitoefening van de bevoegdheid om een MER-plicht op te leggen; -akoestisch onderzoek en toezicht op spoorwegen in verband met geluidhinderbestrijding, -geluidsisolatie van woningen bij spoorwegen, -het opzetten van een milieuverkeersmodel, -het opzetten van meetinrichtingen ter bestrijding van luchtverontreiniging en geluidhinder, -inrichting van terreinen voor de opslag en verwijdering van autowrakken en de opruiming van sloopterreinen, -het treffen van personele voorzieningen voor de uitoefening van milieuwetten, en het doen verrichten van onderzoek om gebied van milieuverbetering (BUGM).

Waardering: B (4 1994)

954

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het sluiten van bestuursovereenkomsten met andere overheden inzake de nadere uitvoering van subsidieregelingen.

Periode: 1991-

Producten: Convenant met het IPO op 19 maart 1991 over de verdeling van de gelden (op basis van de motie-Van Rijn-Vellekoop) toegekend voor het milieubeheer

Waardering: B (5 1994)

955

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen voor onder subsidieregelingen vallende gemeentelijke plannen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.22 en 4.23

Producten: Leidraad riolering: inhoud en opzet van het gemeentelijk rioleringsplan (1992)

Waardering: B (4 1994)

956

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels inzake de verantwoording van de toegekende subsidies.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Vervolgbijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid (VOGM), art. 39d

Opmerking: Hierbij moet worden gedacht aan de verslaglegging: de minister kan onderwerpen aanwijzen en regels vaststellen omtrent de inkleding van het verslag. Deze handeling wordt apart gewaardeerd indien de minister het artikel toepast om algemene regels over de verslaglegging op te stellen.

Waardering: B (4 1994)

4.4.12.3.2. Uitvoerend

957

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van subsidies aan gemeenten voor de opstelling van een Hinderwet Uitvoerings Programma HUP.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet Uitvoerings Programma HUP (Instrumenten voor milieubeleid), p. 15,

Evaluatie van het werken met een Hinderwet Uitvoeringsprogramma HUP (mei 1989)

Opmerking: De subsidieregeling voor de HUP heeft ten doel de gemeente bij te staan in het aanpassen van zijn vergunningen aan de recentste voorschriften op het gebied van milieubeheer.

Waardering: V (6 jaar)

959

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van uitkeringen in het kader van bijdrageregelingen voor verkeersmilieukaarten.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Regeling Verkeersmilieukaarten (VMK's)

Bijdrageregeling uitvoering gemeentelijk milieubeleid (BUGM)

Vervolgbijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid (VOGM)

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar na goedkeurende accountantsverklaring.

960

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van jaarlijkse bijdragen aan de provincies voor de kosten van vergunningverlening aan de hand van bestuursovereenkomsten met het IPO.

Periode: 1991-1994

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm

Waardering: V (6 jaar)

962

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van jaarlijkse bijdragen aan de provincies voor kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de Wet op de luchtverontreiniging.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 26-27

Opmerking: De bijdragen werden verleend aan de hand van het aantal inrichtingen, dat vergunningplichtig was en op emissies moest worden gecontroleerd. De gelden kunnen worden besteed aan werkzaamheden ten behoeve van de vergunningverlening en de preventieve handhaving (controle).

Waardering: V (6 jaar)

963

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van bijdragen aan provincies voor milieuprojecten in het kader van het provinciaal milieubeleidsplan.

Periode: 1991-1994

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling provincies met NMP-taken,

Opmerking: Als criterium geldt een aanbeveling van het IPO, volgens hetwelk een project als voorbeeld kan dienen. De subsidie is vooral als 'flankerend beleid' bedoeld.

Waardering: V (6 jaar)

964

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met het IPO over de vaststelling van een Meerjarenplan ten behoeve van subsidies aan de provincie.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 27, lid 2

Opmerking: Uitgangspunt van dit overleg zijn de nationale milieubeleidsplannen (zie art. 27a, lid 1).

Waardering: B (3 1994)

968

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het subsidiëren van provincies voor het treffen van personele voorzieningen voor de uitvoering van het nationale milieubeleidsplan en de Wet Bodembescherming en voor projecten.

Periode: 1991-1994

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling provincies met NMP-taken

Opmerking: De subsidie wordt over de gehele periode eenmalig verleend over projecten die zijn vastgesteld in het Interprovinciaal Meerjarenplan Milieubeleid 1991-1994. De minister baseert zijn subsidie op een provinciaal milieubeleidsplan dat dit IPO-MJP nader uitwerkt. Per jaar worden de bijdragen afgerekend en verantwoord in de provinciale rekening. Over de uitvoering van het meerjarenplan dienen de provincies verslag uit te brengen, die door de inspecteur voor Milieuhygiëne mede word beoordeeld. De subsidiebedragen zijn in het IPO-MJP vastgesteld.

Waardering: V (6 jaar)

970

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van gemeenten verlenen van bijdragen voor kosten bij de uitvoering van het Nationaal Milieubeleidsplan en voor milieuwetten.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm (BUGM), art. 41

Opmerking: Het rijk verleent aan de gemeenten bijdragen voor de kosten van het treffen van personele voorzieningen voor gemeentelijke taken inzake het milieubeheer en het doen van onderzoek naar mogelijkheden tot versterking van het milieubeleid. De gemeente is verplicht om in een verslag verantwoording van de subsidie af te leggen.

Waardering: V (6 jaar)

971

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op voordracht van de VNG leveren van bijdragen aan gemeentebesturen voor milieuprojecten in het kader van het NMP.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling apparaatskosten gemeenten met betrekking tot uitvoering NMP (FUN), Stb. 1991, 542

Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm (VOGM 1995), art. 29, lid 1 sub c

Opmerking: De minister volgt in de regel de voordracht van de VNG.

Waardering: V (6 jaar)

972

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van gemeenten verlenen van bijdragen voor kosten bij de uitvoering van het Nationaal Milieubeleidsplan en voor milieuwetten.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 29 (in 1995 uitgewerkt in de VOGM)

Opmerking: Het rijk verleent aan de gemeenten bijdragen voor de kosten van het treffen van personele voorzieningen voor wettelijk verplichte milieutaken en de bedrijfsinterne milieuzorg voor gemeentelijke bedrijven. In 1995 is nader gespecificeerd voor welke werkzaamheden subsidie wordt verstrekt.

Waardering: V (6 jaar)

973

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van gemeenten verlenen van extra-bijdragen voor kosten bij de uitvoering van een gemeenschappelijke regeling in het kader van het Nationaal Milieubeleidsplan of milieuwetten (samenwerkingsbonus).

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 32

Vervolgbijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid (VOGM, 1995)

Waardering: V (6 jaar)

975

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opschorten en/of intrekken van een subsidiebeschikking aan andere overheden.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 27f

Vervolgbijdrageregeling ontwikkeling gemeentelijk milieubeleid (VOGM, 1995) , art. 39e

Opmerking: Deze sanctie geschiedt als het lichaam nalatig is om de plannen uit te voeren of GS in gebreke zijn het jaarlijks verslag te leveren. De minister kan zijn beschikking ook opschorten, indien er naar de handelwijze van de gesubsidieerde een onderzoek moet worden ingesteld. De minister kan vanaf 1995 de gemeente opdragen een onderzoek in te stellen naar de oorzaak van het niet uitvoeren van gesubsidieerde milieumaatregelen.

Waardering: B (6 1994)

4.4.13 Subsidies aan andere overheden in het kader van de Wet op de Luchtverontreiniging

979

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels over de indiening en afhandeling van provinciale subsidieaanvragen voor de kosten van de bestrijding van luchtverontreiniging.

Periode: 1976-1990

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit provincies luchtverontreiniging (Stb. 1976, 501), art. 7

Waardering: B (4 1994)

980

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het regelen van uitkeringen van opbrengsten uit milieuheffingen aan provincies, gemeenten en andere openbare lichamen als bijdragen aan de kosten voor door hen te treffen milieumaatregelen.

Periode: 1977-1990

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 66, 3e lid

Producten: Bijdragenbesluit provincies luchtverontreiniging (Stb. 1976, 501)

Waardering: B (4 1994)

981

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van een algemene subsidie aan de provincie voor kosten ter bestrijding van de luchtverontreiniging.

Periode: 1976-1990

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit provincies luchtverontreiniging (Stb. 1976, 501)

Opmerking: Deze subsidie is minimaal bedoeld voor het ambtenarenapparaat voor vergunningverlening en controle.

Waardering: V (6 jaar)

983

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van bijzondere uitkeringen als bijdragen aan de kosten ter bestrijding van de luchtverontreiniging op aanvraag van Gedeputeerde Staten.

Periode: 1976-1990

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit provincies luchtverontreiniging (Stb. 1976, 501), art. 5-6

Opmerking: Indien dergelijke gevallen zich voorzien, is er sprake van een situatie die bij AMVB nader zal moeten worden geregeld. Meestal gaat het dan om extra verplichtingen van de provincie om metingen te verrichten. De bijzondere uitkering loopt dan op een nadere subsidieregeling vooruit.

Waardering: B (6 1994)

4.4.14 Financiering andere overheden in het kader van de Wet geluidhinder

985

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks toekennen van een algemene vergoeding aan gemeenten.

Periode: 1986-1990

Grondslag/Bron: Tijdelijk vergoedingenbesluit andere overheden Wet geluidhinder, art. 2, lid 1, en hoofdstuk 6

Waardering: V (6 jaar)

986

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks toekennen van een algemene vergoeding aan provincies.

Periode: 1986-1990

Grondslag/Bron: Tijdelijk vergoedingenbesluit andere overheden Wet geluidhinder, art. 4, lid 1, en hoofdstuk 5

Waardering: V (6 jaar)

987

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het betaalbaar stellen aan het Bureau Sanering Verkeerslawaai van middelen ter bestrijding van verkeerslawaai door middel van voorzieningen aan woningen.

Periode: 1986-1991

Grondslag/Bron: Tijdelijk vergoedingenbesluit andere overheden Wet geluidhinder, art. 6, lid 1, en hoofdstuk 2.2

Opmerking: Betaalbaarstelling geschiedt naar aanleiding van de gegevens die via de monitoring beschikbaar komen.

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar na goedkeurende accountantsverklaring.

988

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ten aanzien van de daarvoor in aanmerking komende gevallen vaststellen van maatregelen voor het terugbrengen van hinder door verkeerslawaai, anders dan door middel van voorzieningen aan de woningen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 90, lid 4

Opmerking: Wanneer deze maatregelen gekoppeld worden aan de verplichting van een overheidsinstelling om een MER te doen vaststellen, wordt deze handeling met een B gewaardeerd.

Waardering: B (6 1994)

989

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van B&W, Gedeputeerde Staten of besturen van openbare lichamen toekennen van afzonderlijke vergoedingen ter tegemoetkoming van de kosten van maatregelen ter beperking van hinder door verkeerslawaai anders dan voorzieningen aan woningen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Tijdelijk vergoedingenbesluit andere overheden Wet geluidhinder, art. 6, lid 1, en hoofdstuk 2.2

Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar na het goedgekeurd accountantsverslag.

990

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het mede opzetten en (laten) uitvoeren van proef- en voorbeeldprojecten ten behoeve van de beïnvloeding van het geluidsbeleid van lagere overheden.

Periode: 1993-

Opmerking: Voorbeelden zijn:

- proefprojecten BIMZ van lagere overheden;

- de projecten die in het kader van de Gemeentelijke verkeersmaatregelenkaart (GMK) werden uitgevoerd;

- proefprojecten in het kader van het Project Evaluatie en Monitoring Verstoringsdoelstellingen (PREMOVER).Over het algemeen worden kosten vergoed en methodieken aangeleverd.

Waardering: B+V (1 1994) + (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: eindrapporten ; V 5 jaar na voltooiing van de projecten: overige stukken

4.4.15 Bijdrageregeling Sanering Milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving

991

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels voor subsidies aan Gedeputeerde Staten van de provincie voor subsidies aan B&W voor de sanering van milieuhinderlijke bedrijven.

Periode: 1981-1993

Grondslag/Bron: Nota Sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving (Handelingen TK 1978-1979, nr. 15 657), 01-01-1978

Producten: Proefprogramma sanering milieuhinderlijke bedrijven

Beschikking Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving (Stcrt. 1981, nr. 209)

Opmerking: Voor de vaststelling van deze regeling is overleg gevoerd met het IPO en de VNG. De saneringsregeling hangt nauw samen met de wijziging van de Hinderwet van 1981.

Waardering: B (6 1994)

992

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het subsidiëren van een proefprogramma voor de sanering van milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving,

Periode: 1979-1981

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, Nota van toelichting

Waardering: V (6 jaar)

993

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van subsidies aan B&W voor de sanering van milieuhinderlijke bedrijven.

Periode: 1983-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving

Waardering: V (6 jaar)

1000

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van voor subsidie aan Gedeputeerde Staten beschikbare bedragen voor de sanering van milieuhinderlijke bedrijven.

Periode: 1983-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, art. 8

Waardering: V (6 jaar)

1002

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van maxima en van reserveringen voor subsidies door Gedeputeerde Staten aan te saneren milieuhinderlijke bedrijven.

Periode: 1983-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, art. 21

Waardering: V (6 jaar)

1003

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het terugvorderen van bijdragen of voorschotten voor de sanering van milieuhinderlijke bedrijven wegens het niet nakomen van subsidievoorwaarden.

Periode: 1983-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, art. 25

Waardering: V (6 jaar)

1004

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van besluiten van Gedeputeerde Staten om subsidies te verlenen voor de sanering van milieuhinderlijke bedrijven die niet op de lijsten staan of hogere bedragen vast te stellen.

Periode: 1983-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, art. 26

Opmerking: Het gaat hier om bijzondere besluiten om gewichtige redenen.

Waardering: V (10 jaar)

4.4.16 Bijdragen van het rijk aan de provincie in het kader van de Interimwet Bodemsanering

1005

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van subsidies voor vastgestelde provinciale saneringsprojecten (budgetfinanciering).

Periode: 1982-1989

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 7, lid 2, en art. 19, lid 1

Rapport Bodemsanering AR, p. 8,

Waardering: V (6 jaar)

1006

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van projectsubsidie voor bodemsanering, tevens toetsen van de rapporten van Gedeputeerde Staten (projectfinanciering).

Periode: 1985-1994

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 7, lid 2

Rapport Bodemsanering AR, p. 8 en 16

Opmerking: Deze handeling omvat de volgende activiteiten van de minister, waarvoor subdossiers werden gevormd.

- Het bij beschikking aanmerken van het project als 'ernstig' of 'omvangrijk geval'.

- Het kiezen van een uitvoeringsvariant op basis van het saneringsonderzoek.

- Het toetsen van het saneringsplan.

- Het vaststellen van de totale subsidie en het toetsen van de rechtmatigheid van de subsidie. Het subsidiestelsel was niet berekend op de volgende noodzakelijke activiteiten.

- Het toekennen van subsidie per onderdeel van het vervolgtraject (elke aanvraag een nieuwe subsidie en dus een eigen dossier).

- Het regelen van tijdelijke opslag van niet gereinigde of niet te reinigen grond.

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar na de laatste financiële controle.

4.4.17 Bijdragen van het rijk in het kader van de Wet Bodembescherming 1994

1007

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere regels voor subsidies voor bodemsanering.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+, diverse artikelen,

Producten: Saneringsregeling Wet bodembescherming

Ministeriele regeling inzake de verdeelsleutel van budgetgelden

standaardrapportage t.b.v. toetsing achteraf van budgetgevallen

toetsingsformulier t.b.v. toetsing achteraf van budgetgevallen

Regeling financiële bepalingen bodemsanering, januari 1977

Opmerking: Het betreft:

- regels ten aanzien van de bijdrage aan de provincie voor kosten van onderzoek en sanering van verontreinigde bodems, voorzien in art. 76-82 , WBB+ 1994,

- richtlijnen voor de verslagen van Gedeputeerde Staten over de aan provincies verstrekte subsidies voor bodemsanering (art. 84, lid 2, WBB+ 1994),

- algemene financieringsregels voor projecten in het kader van art. 77, lid 1, WBB+.

Waardering: B (4 1994)

1008

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van verslag aan de Staten-Generaal over de aan provincies verstrekte subsidies voor bodemsanering.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 84, lid 3

Opmerking: Dit verslag is gebaseerd op jaarlijks verstrekte verslagen van Gedeputeerde Staten. Hierbij wordt ook het verhalen van de kosten op de vervuiler en de voortgang van de lopende procedures verantwoord.

Waardering: B (2 1994)

1009

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het controleren van de gang van zaken bij de financiering en uitvoering van bodemsaneringen (z.g.n. 'vervolgoverleg').

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Interviews

Waardering: V (10 jaar)

1010

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verstrekken van kwartaalvoorschotten op subsidies.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Leidraad bodembescherming, deel III (1994),

Waardering: V (6 jaar)

1011

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van een jaarlijkse bijdrage aan de provincies voor kosten van onderzoek en saneringsonderzoek naar ernstige bodemverontreiniging (budgetfinanciering).

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 76, lid 1

Producten: Budgetbrief

Waardering: V (6 jaar)

1013

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag van een andere overheid erkennen van een saneringsproject als omvangrijk geval.

Periode: 1996-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 77, lid 1

Opmerking: Het verzoek wordt ingediend als afronding van het saneringsonderzoek. De minister heeft in dat geval nog niet vastgesteld of er een afzonderlijke bijdrage moet worden geleverd. De subsidie kan namelijk in het kader van een bestuursconvenant met de overheidsinstelling worden verstrekt ter uitvoering van de VINEX, een stadsvernieuwingsplan of een ander locaalgebonden project.

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na afloop van het saneringsproject. Indien er sprake is van blijvende nazorg is de termijn onbeperkt. N.B.: Gevallen waarvoor MER-rapportage moet worden opgemaakt blijven om die reden bewaard.

1016

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van afzonderlijke bijdragen boven het bij AMvB vastgestelde bedrag aan de provincies voor kosten van onderzoek en sanering van verontreinigde bodem (projectfinanciering).

Periode: 1994-

Opmerking: De bijdragen worden per activiteit toegekend en verrekend. Hierbij moet worden gedacht aan:

-Vaststelling en vergoeding van de kosten van inventariserend onderzoek, van nader onderzoek en saneringsonderzoek,

-Vaststelling van de voorbereidingskosten voor het saneringsplan,

-Vaststelling van de kosten van de uitvoering van het saneringsplan,

-Vaststelling van de kosten voor voorlichting, procedures en inspraak ingevolge de Algemene Wet Bestuursrecht,

-Afhandeling van aanvragen per vervolgactiviteit van de saneerder. Het plan wordt immers fasegewijs uitgevoerd,

-Tijdelijke beveiliging,

-Opslag, reiniging of storting door het Service Centrum Grondreiniging, -Personeelskosten, vergoedingen aan uitvoerende derden,

-Regelingen met betrekking tot de beveiligingsactviteiten en de nazorg.

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na afronding sanering.

1018

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het definitief vaststellen van de bijdragen aan bodemsaneringsprojecten en deelprojecten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Leidraad bodembescherming, deel III (1994)

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na afronding sanering.

1021

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vrijstellen van gemeenten van de verplichting om bij te dragen in de kosten van bodemsanering.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 82, lid 2

Opmerking: De minister kan een gemeente ontslaan van zijn verplichting om bij te dragen in de kosten van bodemsanering. Dit is mogelijk wanneer de gemeente 'onschuldig' is aan de bodemverontreiniging op zijn grondgebied. De minister heeft hiertoe ook de bevoegdheid , wanneer de gemeente zou (komen te verkeren ) in een situatie waardoor zij genoodzaakt zou worden zich onder curatele van het rijk te stellen volgens de regels van art. 12 van de Financiële Verhoudingswet tussen rijk en gemeente. Het verzoek wordt ingediend door de gemeente door tussenkomst van Gedeputeerde Staten van de provincie, die de aanvraag nader controleert. De minister gaat na of er sprake was van ernstige verontreiniging conform een beschikking en of het bevoegd gezag in redelijkheid voor de gekozen aanpak had kunnen kiezen. Inspectie Financiën Lagere Overheden toetst of de gemeente inderdaad onder art. dreigt te vallen. Daarna stelt de minister in overleg met de ministers van Binnenlandse Zaken en Financiën een concept-beslissing op. Nadat burgemeester en wethouders van desbetreffende gemeente, de provincie en de Raad voor de gemeentefinanciën zijn gehoord, wordt er bij gunstige beschikking voor vijf jaar een bijdrage vastgesteld. De minister kan ook tot vrijstelling besluiten als blijkt dat de gemeente kan aantonen dat zij 'onschuldig' is aan de verontreiniging.

Waardering: V (20 jaar)

1025

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het verdubbelen van bijdragen van budgethouders aan het ministerie wegens het niet tijdig indienen van verslagen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 85

Waardering: V (6 jaar)

4.4.18 Bijdragen van het rijk aan andere overheden in het kader van de Afvalstoffenwet

1026

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van uitkeringen aan provincies en aan andere openbare lichamen als bijdragen in de door hen gemaakte kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de Afvalstoffenwet.

Periode: 1977-1988

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet art. 61, lid 1

Opmerking: Deze uitkeringen zijn afkomstig uit de opbrengsten van in de artikelen 57, eerste en derde lid, en 58, eerste lid, bedoelde heffingen (art. 61, lid 1, Aw).

Waardering: V (6 jaar)

1027

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van uitkeringen aan provincies en aan andere openbare lichamen als bijdragen in de door hen gemaakte kosten die verbonden zijn aan het bevorderen van de vervanging van goederen door goederen die het milieu in mindere mate belasten.

Periode: 1977-1988

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 61, lid 1

Opmerking: Deze uitkeringen zijn afkomstig uit de opbrengsten van in de artikelen 57, eerste en derde lid, en 58, eerste lid, bedoelde heffingen (art. 61, lid 1, Aw).

Waardering: V (6 jaar)

1029

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van subsidies aan ondernemers voor de ombouw van de produktiemethode voor polyurethaan-isolatieschuim.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Regelingen diverse bijdragen, art. 7,

Opmerking: Doel is de omzetting naar een productiemethoden waarin geen CFK-verbindingen worden toegepast. De subsidie draagt ten hoogste 35% en wordt verleend op basis van advies van de CFK-commissie. Voor de subsidie is een verklaring van geen bezwaar van de Europese Commissie vereist.

Waardering: V (6 jaar)

1030

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van subsidie aan halonenbanken.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Regelingen diverse bijdragen, art. 8

Opmerking: De subsidie wordt verleend als de halonenbanken daadwerkelijk dienen om het hergebruik van halonen te bevorderen en de bestaande hoeveelheid halonen te beheren. Halonen tasten de ozonlaag aan en moeten uit het milieu verwijderd worden. De bijdrage heeft betrekking op de kosten van organisatorische, juridische en technische advisering over de inrichting van de bank en over de oprichtingskosten.

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: Bron moet aangevuld worden !!!

4.4.19 Bijdragen van het rijk aan de provincie in het kader van de MER

1031

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van bedragen die voor subsidie aan andere overheden in het kader van de MER beschikbaar is.

Periode: 1990-1994

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 3

Opmerking: Tweemaal per jaar wordt het door VROM beschikbaar gestelde bedrag in de Staatscourant gepubliceerd. Het betreft een vast bedrag per gemeente of per provincie.

Waardering: B (5 1994)

1032

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het verlenen van subsidies aan de andere overheden als bijdrage in de kosten milieu-effectrapportage.

Periode: 1990-1994

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 3

Waardering: V (6 jaar)

4.4.20 Bijdragen beheer ROM-gebieden.

1034

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van beschikbare bedragen voor de uitvoering van subsidies voor de realisering van een projectplan in een ROM-gebied (een door het NMP aangewezen gebied voor gebiedsgericht milieubeleid).

Periode: 1992-1996

Grondslag/Bron: Regeling bijdragen ROM-gebieden, art. 3

Waardering: B (4 1994)

1035

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van subsidie aan de stuurgroep van een project in een ROM-gebied.

Periode: 1992-1996

Grondslag/Bron: Regeling bijdragen ROM-gebieden, art. 5

Opmerking: De subsidie kan verleend worden voor een plan van aanpak, de voorbereiding van de realisering van een project of de realisering van een project. De aanvraag is gefaseerd op een startdocument en/of beleidsconvenant, op basis waarvan de bij het project betrokken organisaties worden gepresenteerd.

Waardering: V (6 jaar)

1036

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het deelnemen aan stuurgroep van een project in een ROM-gebied voor projecten.

Periode: 1992-

Opmerking: De participatie van de minister had vooral het doel om te komen tot een gezamenlijke visie op de gewenste ontwikkeling van het gebied. Na het vervallen van de Regeling bijdragen ROM-gebieden wordt de provincie geacht de stuurgroep aan te sturen.

Waardering: B (3 1994)

4.4.21 Bijdrageregeling gebiedsgericht milieubeleid

1037

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van bijdragen aan de provincies voor de uitvoering van een plan van aanpak voor milieu-aandachtsgebieden.

Periode: 1996-2000

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling gebiedsgericht milieubeleid BGM, art. 48b, lid 2 (= art. 48 Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm)

Waardering: V (6 jaar)

1038

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van bijdragen aan de provincies voor de uitvoering van een uitvoeringsprogramma van milieu-aandachtsgebieden.

Periode: 1996-2000

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling gebiedsgericht milieubeleid BGM, art. 48b, lid 1 (= art. 48 Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm)

Opmerking: Een uitvoeringsprogramma bevat de milieu-aandachtsgebieden waarop het betrekking heeft, een beschrijving van de activiteiten per gebied, zoals die in de periode van 1996 en de daarop volgende drie jaar worden voorzien. Hierbij is een begroting gesloten en een topografische kaart van de desbetreffende gebieden.

Waardering: V (6 jaar)

1040

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van de jaarlijkse rapportage van de provincie inzake milieu-aandachtsgebieden.

Periode: 1996-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen 1996, art. 48,

Waardering: B (2 1994)

4.5.1Verwijderen en opslaan van radio-actief afval

4.5.1 Afvoer van radio-actief afval vóór de oprichting van de COVRA

743

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van subsidie aan het Energieonderzoeks Centrum (ECN/voormalig RCN) voor het verwijderen en opslaan van radioactief afval.

Periode: 1960-1985

Grondslag/Bron: Radioactief afval in Nederland: de stand van zaken (KIVI, 1984),

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie:

744

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overleg met andere ministeries instellen van commissies van onderzoek naar alternatieven voor de storting van radio-actief afval in de oceaan.

Periode: 1970-1985

Grondslag/Bron: Radioactief afval in Nederland: de stand van zaken (KIVI, 1984),

Opmerking: Ingesteld zijn: Commissie Heroverweging Verwijdering Radioactief Afval (HVRA), Commissie Integraal Landelijk Onderzoek Nucleair Afval (ILON), Commissie Locatiekeuze voor Radioactief Afval (LOVRA).

Waardering: B (3 1994)

748

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van SZW en VWS erkennen van een dienst of organisatie die radioactief afval ophaalt en verwerkt.

Periode: 1986-

Producten: Beschikking van 25 september 1984, Stcrt. nr. 190

Besluit erkenning Centrale Organisatie voor Radioactief Afval N.V. als ophaaldienst voor splijtstoffen en ertsen bevattende afvalstoffen (Stcrt. 1987, nr. 176)

Waardering: B (5 1994)

4.5.2 Staatsdeelneming in de COVRA

749

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van EZ, SZW en Financiën in samenwerking met de producenten van radioactief afval oprichten en vorm geven van de COVRA.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Handelingen TK 1982-1983, 17600, XVII, nr. 35,

Waardering: B (5 1994)

750

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het met risicodragend kapitaal deelnemen aan de COVRA N.V.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet van 18 december 1986 (Stb. 627)

Opmerking: Het voorfinancieren van COVRA b.v. door de minister van VROM maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: B (5 1994)

751

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van EZ verstrekken van een garantie bij wijze van borgstelling tot een maximum van een miljoen tweehonderdduizend gulden aan ECN.

Periode: 1986-

Opmerking: Deze garantie is verstrekt om het ECN (Energiecentrum Nederland) in staat te stellen het voorgenomen aandelenpakket bij het Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval N.V. (COVRA) volledig te kunnen opnemen.

Waardering: B (6 1994)

752

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van EZ benoemen van een commissaris in de raad van bestuur van COVRA.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Handelingen TK 1982-1983, 17600, XVII, nr. 35

Waardering: B (5 1994)

753

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het nemen van zitting in de raad van bestuur van COVRA.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Handelingen TK 1982-1983, 17600, XVII, nr. 35

Opmerking: In 1985 nam de heer drs. W.C. Verbaan (Directie FEZ, ministerie van VROM) zitting in de raad van bestuur van COVRA.

Waardering: B (5 1994)

4.6 Overheidsdeelneming in waterleidingbedrijven

4.6.1 Organisatie openbare drinkwatervoorziening

754

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het maken van plannen ter voorbereiding van nieuw te stichten plaatselijke of regionale (drink)watervoorzieningen.

Periode: 1945-1983

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995), 01-01-1985

Waardering: B (1 1994)

755

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het ondersteunen van regionale initiatieven om tot een openbare drinkwatervoorziening te komen.

Periode: 1945-1983

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april1995)

Waardering: B (5 1994)

758

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van een door Provinciale Staten genomen besluit tot aanwijzing en of gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanwijzing van een gebied of gebieden, waar een nadere regeling van de openbare drinkwatervoorziening. noodzakelijk is.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 17, lid 4

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging geldigheid beschikking.

761

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (voorlopig) aanwijzen van een gebied, gelegen in meer dan een provincie, waar een nadere regeling van de openbare drinkwatervoorziening noodzakelijk is.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 18, lid 2

Opmerking: Dit gebeurt alleen wanneer de regeling binnen de gestelde termijn niet tot stand is gekomen. Het bevorderen dat een, noodzakelijk geachte nadere regeling van de openbare drinkwatervoorziening - die zich uitstrekt over een gebied, gelegen in meer dan een provincie door de daarbij betrokkenen vrijwillig tot stand wordt gebracht. De provincie heeft de bevoegdheid om eigenaren van waterleidingbedrijven te verplichten om bewoners in die gebieden van drinkwater te voorzien.

Waardering: B (5 1994)

762

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geheel of ten dele intrekken van de aanwijzing van een gebied, gelegen in meer dan een provincie, waar een nadere regeling van de openbare drinkwatervoorziening noodzakelijk is.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 18, lid 2

Opmerking: Dit gebeurt alleen wanneer de regeling binnen de gestelde termijn niet tot stand is gekomen.

Waardering: B (6 1994)

764

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het nader opleggen van verplichtingen aan een eigenaar van een waterleidingbedrijf om aangewezen gebieden van water te voorzien.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 25

Waardering: B (6 1994)

766

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beslissen op een aanvraag door een waterleidingbedrijf om concessie, of wijziging van een verleende concessie, voor de levering van drinkwater.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 29, lid 1, art. 26, lid 1, art. 33, lid 1, art. 42, lid 1

Opmerking: De minister is actor wanneer de concessie bedoeld is voor levering van drinkwater in een distributiegebied dat in meer dan een provincie is gelegen. In het andere geval is Gedeputeerde Staten actor.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging concessie.

4.6.2. Reorganisatie van de drinkwatervoorziening

768

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van de door provinciale staten vastgestelde plannen tot reorganisatie van de openbare drinkwatervoorziening in hun provincie.

Periode: 1975-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 16, lid 1

Opmerking: De minister is bevoegd om de provincie tijdens het reorganisatietraject aanwijzingen te geven.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na wijziging plan.

769

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van landelijke plannen tot reorganisatie van de openbare drinkwatervoorziening.

Periode: 1975-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 17, lid 3, art. 20, lid 2

Waardering: B (1 1994)

772

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ontheffing verlenen van de vastgestelde concessievoorwaarden.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 26, lid 4, art. 42, lid 1

Opmerking: De minister is actor wanneer de concessie bedoeld is voor levering van drinkwater in een distributiegebied dat in meer dan een provincie is gelegen. In dat geval adviseert de inspecteur.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging ontheffing.

774

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ontheffing verlenen aan de eigenaar van een waterleidingbedrijf van het verbod drinkwater uit oppervlaktewater te winnen.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 17e

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na beëindiging ontheffing.

775

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het onder bepaalde voorwaarden verlenen van ontheffing aan een waterleidingbedrijf van het volgen van een goedgekeurd beleidsplan.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 59, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging ontheffing.

4.7 Staatsdeelneming afvalverwerkingbedrijven

776

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verstrekken van garantiesubsidies aan vuilverwerkingsbedrijven.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: IMP-Chemische Afvalstoffen 1985-1989

Opmerking: Bijvoorbeeld: de garantiestelling door de minister ten behoeve van de oprichting van Auto Recycling Nederland (ARN), de deelname door de minister in het aandelenkapitaal van de AVR en de VAM.

Waardering: B (6 1994)

777

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de ministers van Financiën en EZ met risicodragend kapitaal deelnemen in vuilverwerkingsbedrijven.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: IMP-Chemische Afvalstoffen 1985-1989

Producten: garantiestelling door de minister ten behoeve van de oprichting van Auto Recycling Nederland (ARN)

deelname door de minister in het aandelenkapitaal van de AVR en de VAM

Waardering: B (6 1994)

778

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen van afgevaardigden in de raad van beheer van vuilverwerkingsbedrijven waarvan de rijksoverheid aandelen bezit.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: IMP-Chemische Afvalstoffen 1985-1989

Waardering: B (5 1994)

779

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het nemen van zitting in de raad van beheer van vuilverwerkingsbedrijven waarvan de rijksoverheid aandelen bezit.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: IMP-Chemische Afvalstoffen 1985-1989

Waardering: V (5 jaar)

4.8 Staatsdeelneming in de bodemsanering

4.8.1 Het Service Centrum Grondreiniging

782

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks verlenen van subsidie voor de financiering van het Service Centrum Grondreiniging en zijn kantoren.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Nota Oprichting van het Service Centrum Grondreiniging

Opmerking: Deze subsidie, ter voorkoming van investeringsbelangen, is bestemd voor vaste apparaatskosten. Voor de subsidie dient een begroting ter goedkeuring aan de minister te worden voorgelegd en een jaarrekening te worden overhandigd. Deze subsidie regelt ook de financiering van tijdelijke opslagplaatsen (TOP's) door het Service Centrum.

Waardering: V (6 jaar)

783

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van de benoeming van leden van de Raad van Commissarissen en het bestuur van het Service Centrum Grondreiniging.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 26

Nota Oprichting van het Service Centrum Grondreiniging

Waardering: V (10 jaar)

785

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels over de werkzaamheden van het Service Centrum Grondreiniging.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 22, lid 2, en 24

Nota Oprichting van het Service Centrum Grondreiniging, 01-01-1989

Producten: Kostprijs- en tarievenbeoordelingssysteem t.b.v. de directie Bodem

Opmerking: Het betreft: de gegevens die nodig zijn voor het aanvragen van advies, de tarieven van door het centrum te verrichten werkzaamheden, de waardering: van de reinigbaarheid van de grond, het register van het Service Centrum.

Waardering: B (4 1994)

788

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van de voorschriften van het Service Centrum Grondreiniging inzake bodemverontreiniging.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 25

Producten: Goedkeuring voorschriften inzake verwerking van baggerspecie

Waardering: B (4 1994)

790

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van categorieën verontreinigde grond of afgravingsactiviteiten, waarvoor advisering van het Service Centrum Grondreiniging niet nodig is.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming + 1994, art. 23, lid 3

Producten: Regeling waardering reinigbaarheid grond (Stcrt. 1994, nr. 209)

Waardering: B (4 1994)

4.8.2 Bodemsanering in het kader van de Interimwet Bodemsanering

4.8.2.1 Kaderstellend

794

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren en evalueren van nadere beleidsstandpunten inzake bodem- en waterbodemsanering.

Periode: 1980-

Producten: Voorlopig Indicatief Meerjarenprogramma Bodemsanering 1984-1988 (Handelingen TK 1982-1983, 17 600-XI, nr. 130)

Kabinetsnotitie Verwijdering van verontreinigde grond (Handelingen TK 1986-1987, 19 925, nr. 2)

Kabinetsstandpunt Tien jaren-scenario bodemsanering van 22 mei 1990 (Handelingen TK 1989-1990, 21 557, nrs. 1-2)

Kabinetsnotitie Milieukwaliteitsdoeleinden Bodem en Water, 1991

Kabinetsstandpunt eindrapportage Commissie Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen (Handelingen TK 1991-1992, 21 557, nr. 17)

Kabinetsnotitie Uniformering en Beoordeling en aanpak van gevallen van bodemverontreiniging - locaalspecifieke omstandigheden (augustus 1992)

Notitie Ongerechtvaardigde verrijking in verband met bodemsanering (Handelingen TK 1993, 22 727, nr. 11)

Waardering: B (1 1994)

795

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan de hand van de stand van de kennis opstellen van normen met betrekking tot de kwaliteit van de bodem.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Kabinetsnotitie Uniformering van beoordeling en aanpak van gevallen van bodemverontreiniging, lokaalspecifieke omstandigheden, 31-01-1985

Producten: Interventiewaarden (gepubliceerd in de Staatscourant van 9 mei 1994)

Opmerking: Oudere termen voor streefwaarden en interventiewaarden zijn de z.g.n. referentiewaarden: A- en C-waarden. De waarden kunnen worden aangepast door onderzoek van het RIVM van nog niet genormeerde stoffen. De hier gestelde normen kunnen worden toegepast in het bodemonderzoek. Vanaf 1994 worden zij ook in een breder verband toegepast in de regelgeving met betrekking tot milieuvergunningen en met betrekking tot milieuconvenanten met bedrijven en doelgroepen.-Zie voor eigen onderzoek handelingen nr. ?

Waardering: B (1 1994)

797

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van technische en financiële gegevens van aangemelde gevallen van bodemverontreiniging en saneringsprojecten.

Periode: 1982-1994

Grondslag/Bron: Leidraad bodemsanering, hoofdstuk III

Producten: MLG-registratiesystemen FAS (Financieel Administratiesysteem)

Bodemsanering (BOSA)

Nacalculatiesysteem voorschotten (NAC)

Kostenverhaalinformatiesysteem (KIS)

Waardering: V (20 jaar)

800

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het leveren van gegevens voor de vaststelling van ernstige bodemverontreiniging.

Periode: 1978-1994

Grondslag/Bron: Nederland stortplaats (Amsterdam, 1983)

Opmerking: Verontreinigd grondwater is meestal een indicatie voor ernstige bodemverontreiniging. Het RIVD leverde in het begin bij onderzoek naar incidentele gevallen bijdragen voor de onderzoek van het grondwater onder verontreinigde bodem. De rapportage geschiedt meestal aan de provincie.(WAARDERING voorlopig ingevuld)

Waardering: V (20 jaar)

4.8.2.2 Uitvoering bodemsanering

803

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzoeken tot (tussentijdse) opname van een saneringsgeval in de provinciale saneringsplannen.

Periode: 1982-1994

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 9

Opmerking: Aan dit verzoek dient overleg met provincie en gemeente vooraf te gaan en is een verplichting tot subsidie verbonden.

Waardering: V (20 jaar)

804

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het op grond van provinciale saneringsprogramma's vaststellen van voor sanering aangewezen terreinen.

Periode: 1982-1994

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 7, lid 1

Waardering: V (20 jaar)

4.8.2.3 Toepassing juridisch instrumentarium

812

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van voorstellen tot het verhalen van kosten van bodemsanering op aansprakelijke veroorzakers/eigenaars.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Rapport Bodemsanering van de Algemene Rekenkamer (Handelingen TK 1992-1993, 22 985, nr. 2), p. 25

Opmerking: De provincie maakt periodiek een selectie van de te verhalen gevallen, die zij bespreekt met de minister, de regionale inspectie Milieuhygiëne en de landsadvocaat. De minister beslist op advies van de landsadvocaat voor welke gevallen getracht zal worden de kosten te verhalen.(WAARDERING voorlopig ingevuld)

Waardering: V (20 jaar)

813

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verhalen van kosten van bodemsanering op de aansprakelijke veroorzaker/eigenaar.

Periode: 1982-1994

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 21, lid 1

Opmerking: Hierbij treedt de minister ook op in het belang van lagere overheden en door verontreiniging gedupeerde particulieren. De minister kan deze actie ook voeren tegen eigenaars die door de sanering van hun grondgebied onrechtvaardig worden verrijkt. Bij deze acties wordt de landsadvocaat ingeschakeld. De kosten kunnen ook vooraf worden verhaald.

Waardering: B+V (6 1994) + (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: processen voor de Hoge Raad; V 20 jaar: overige stukken.

814

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij wet vorderen van eigendom of gebruik van verontreinigde terreinen of daaraan verbonden rechten.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Vorderingswet Lekkerkerk Stb.1980, 278

Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 13

Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374), art. 50, lid 1

Wet bodembescherming + (Stb. 1996, 496), art. 50, lid 3

Opmerking: In Lekkerkerk is er voor uitvoering van deze wet geen behoefte geweest. De voorbereiding van vorderingsactiviteiten, zoals het treffen van minnelijke schikkingen worden ingevolge de Interimwet Bodemsanering veelal door Gedeputeerde Staten uitgevoerd.

Waardering: B (7 1994)

816

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan Gedeputeerde Staten verzoeken tot het instellen van verwervingscommissies van aan te werven gebieden voor sanering.

Periode: 1982-1994

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 13 jo. art. 17, Onteigeningswet

Waardering: V (10 jaar)

4.9 Overige vormen van staatsdeelneming

819

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het financieren van waterbodemsaneringen in regionale wateren.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Nota Verwijdering baggerspecie (Handelingen TK 1993-1994, nr. 23 450),

Opmerking: Doorgeven aan waterstaat!

Waardering: V (6 jaar)

5. Heffingen en retributies [Vervallen per 26-04-2009]

5.1 Algemeen

1041

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren, evalueren van beleidsstandpunten inzake heffingen.

Periode: 1962-

Opmerking: Hierbij kan overleg plaats vinden met het Ministerie van Economische Zaken en in verband daarmee met instellingen die betrokken zijn bij de gemeenschappelijke Europese markt.

Waardering: B (1 1994)

5.2 Accijnzen

1042

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in het belang van het milieubeheer - voorbereiden van beleidsvoorstellen aan de minister van Financiën op het gebied van belastingheffing, tariefstellingen accijnzen.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: interne berichtgeving binnen het ministerie ('VROM-venster')

Opmerking: Voorbeelden zijn: -voorstellen tot milieuheffingen op energiegebruik, -bijdragen aan wijzigingen van belastingstelsels van inkomensheffing naar milieuheffing, -introductie van energiegebruik als economische bestedingsfactor.

Waardering: B (1 1994)

1043

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in het belang van het milieubeheer - (doen) instellen van wettelijke heffingen op milieuverontreinigende producten.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Wet op de luchtverontreiniging, art. 65,

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61c

Wet milieubeheer, art. 15.10, lid 1

Producten: meststoffenheffingen

verbruiksbelasting op gelode lichte olie

Wet milieubeheer, art. 15.29

waterverontreinigingsheffing

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne 1989 (gewijzigd in 1991), art. 61

Waardering: B (1 1994)

1044

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij wet nader vaststellen van tarieven van milieuheffingen.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Wet op de luchtverontreiniging, art. 65

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61c

Wet milieubeheer, art. 15.10, lid 1

Producten: Tarievenwet brandstofheffingen milieu (Stb. 1991, 79)

Waardering: B (1 1994)

1045

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van nadere regels inzake de invordering van milieuheffingen.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), diverse specifieke artikelen

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61b

Wet milieubeheer, art. 15.2, lid 1

Producten: Beschikking vaststelling van formulieren voor milieuheffingen op brandstoffen van 2 oktober 1972 (Stcrt. nr. 194)

Uitvoeringsregeling heffingen milieuhygiëne (Stcrt. 1988, nr. 122)

Regeling navordering en teruggaaf accijns van minerale oliën (Stcrt. 1991, nr. 249)

Opmerking: Deze regels kunnen betreffen: -de wijze waarop heffingplichtigen gegevens dienen te verstrekken over hun producten (art. 61v, later 61q); -de vaststelling van formulieren, -de vaststelling van methoden om producten goed te onderscheiden, zoals: het loodgehalte van lichte olie, het researchoctaangehalte van minerale oliën e.d. (art. 61b Wabm, Art. 15.2, lid 1, Wet milieubeheer), -de vaststelling van voorwaarden voor ontheffingen en restituties.

Waardering: B (4 1994)

1046

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet verlenen van vrijstelling van belasting aan leveranciers die LPG, kolen, hoogovengas, cokeovengas, raffinaderijgas en aardgas leveren aan afnemers die deze anders gebruiken dan als brandstof.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61 onder f, lid 4, 61 onder g, 61 onder h

Wet milieubeheer, art. 15.7 en 15.8

Opmerking: Het teruggeven van belasting maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: V (15 jaar)

1047

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van verklaringen betreffende inrichtingen waarin aardolieprodukten of chemische producten worden vervaardigd met een jaarlijks gebruik van in het algemeen meer dan 250.000 ton LPG.

Periode: 1979-1992

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61 onder e, lid 4

Waardering: V (15 jaar)

5.3 Produktheffingen: verwijderingsbijdrage

1048

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van nadere regels ten aanzien van collectieve bedrijfsovereenkomsten inzake verwijderingsbijdragen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.26

Producten: Regeling collectieve bedrijfsovereenkomsten inzake verwijderingsbijdragen (Stcrt. 1994, nr. 92)

Waardering: B (4 1994)

1049

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met de minister van EZ algemeen verbindend en onverbindend verklaren van een overeenkomst inzake verwijderingsbijdragen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.35 en 15.39,

Waardering: B (4 1994)

1050

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van bedrijven in overeenstemming met de minister van EZ verlenen van ontheffingen inzake verwijderingsbijdragen.

Periode: 1994

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.36-15.39,

Opmerking: Het gaat hier om ondernemingen die zelf een eigen verwijderingstructuur hebben gevormd voor het product waarop de bijdrageheffing is gesteld.

Waardering: V (5 jaar)

5.4 Provinciale leges en heffingen

1054

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van provinciale milieuheffingen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wijzigingswet Provinciewet

Waardering: B (5 1994)

5.5 Heffingen industrielawaai

1055

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van voorschriften voor de meting en berekening van de geluidfactor op basis waarvan de heffing, op te leggen aan houders van in ernstige mate geluidhinder producerende inrichtingen, zal worden vastgesteld.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 4, lid 1

Producten: Meet- en rekenvoorschrift heffing industrielawaai (Stcrt. 1985, nr. 251)

Waardering: B (4 1994)

1056

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van geluidscoëfficiënten ten behoeve van de vaststelling van heffingen in het kader van de (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 4, lid 4

Producten: Vaststelling geluidscoëfficiënten voor categorie 19 (Stcrt. 1986, nr. 239)

Waardering: B (4 1994)

1057

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels volgens welke heffingplichtigen op grond van de Heffingwet industrielawaai, aantekening dienen te houden van gegevens van belang voor de bepaling van de hoogte van de heffing.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 5, lid 1

Producten: Besluit registratieplicht heffing industrielawaai (Stcrt. 1985, nr. 251)

Waardering: B (4 1994)

1058

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van het tijdvak waarover de heffing bedoeld in de Tijdelijke heffingwet industrielawaai verschuldigd is.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 6 jo. art. 19, lid 2, Algemene wet inzake rijksbelastingen

Producten: Regelingen heffingtijdvak industrielawaai 19.. (gepubliceerd in de Staatscourant)

Waardering: B (4 1994)

1059

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks stellen van regels met betrekking tot voorlopige betalingen in het kader van de (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 6 jo. art. 19, lid 2, Algemene wet inzake rijksbelastingen

Producten: Regeling voorlopige heffing industrielawaai 19.. (gepubliceerd in de Staatscourant)

Waardering: B (4 1994)

1060

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van aangiftebiljetten voor de heffing industrielawaai.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 7, lid 2 en 3 jo. art 6, lid 3 en art. 7, lid 3, Algemene wet inzake rijksbelastingen

Waardering: B (5 1994)

1061

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van degenen die belast zijn met de uitoefening van de (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 7, lid 3

Producten: Besluit functionarissen heffing industrielawaai 1985 (Stcrt. 1984, nr. 253)

Besluit functionarissen heffing industrielawaai (Stcrt. 1985, nr. 251)

Waardering: B (5 1994)

1062

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van heffingen en vorderingen in het kader van de (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: (Tijdelijke) Heffingwet industrielawaai, art. 7, lid 1

Waardering: V (6 jaar)

5.6 Heffingen op afvalverwijdering

5.6.1 Heffingen op basis van de Afvalstoffenwet

1063

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van ministers die heffingen vorderen in het kader van de Afvalstoffenwet.

Periode: 1977-1988

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 59, lid 1

Opmerking: Deze handeling heeft betrekking op de heffingen zoals bedoeld in de artikelen 56-58 van de Afvalstoffenwet.

Waardering: B (5 1994)

1064

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die in de plaats van in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Wet van 22 mei 1845 op de invordering van 's Rijks belastingen genoemde ambtenaren van Financiën treden voor het heffen van heffingen die voortkomen uit de Afvalstoffenwet.

Periode: 1977-1988

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 59, lid 3

Waardering: B (5 1994)

1066

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het invorderen van heffingen in het kader van de Afvalstoffenwet.

Periode: 1977-1988

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 59, lid 3

Opmerking: Hierbij treden de ambtenaren van de minister in de plaats van ambtenaren van het ministerie van Financiën die genoemd worden in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Wet van 22 mei 1845 op de invordering van 's Rijks belastingen.

Waardering: V (6 jaar)

1067

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van uitkeringen aan provincies en aan andere openbare lichamen als bijdragen in de door hen gemaakte kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de Afvalstoffenwet.

Periode: 1977-1988

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 61, lid 1

Opmerking: Deze uitkeringen zijn afkomstig uit de opbrengsten van in de artikelen 57, eerste en derde lid, en 58, eerste lid, bedoelde heffingen (art. 61, lid 1, Aw).

Waardering: V (6 jaar)

5.7 Heffingen op basis van de Wet Chemische Afvalstoffen

1069

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake het invorderen van heffingen die betrekking hebben op chemische afvalstoffen of afgewerkte olie.

Periode: 1979-1988

Grondslag/Bron: Besluit houdende uitvoering van artikel 37 van de Wet chemische afvalstoffen j.o. Algemene wet inzake rijksbelastingen

Producten: Uitvoeringsbesluit heffingen chemische afvalstoffen (Stcrt. 1981, nr. 42)

Uitvoeringsbesluit heffingen minerale smeer- en systeemolie (Stcrt. 1979, nr. 108)

Waardering: B (4 1994)

1070

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van ministers die heffingen zoals bedoeld in de Wet chemische afvalstoffen heffen en invorderen.

Periode: 1979-1988

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 37, lid 3

Waardering: B (5 1994)

1072

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het tezamen met de ministers van Financiën en Economische Zaken invorderen van heffingen die voortkomen uit de Wet chemische afvalstoffen.

Periode: 1979-1988

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 37, lid 3

Opmerking: Van overeenkomstige toepassing is de Algemene wet inzake rijksbelastingen, Wet administratieve rechtspraak belastingzaken en Wet van 22 mei 1845 op de invordering van 's Rijks directe belastingen (art. 37, lid 4, Wca).

Waardering: V (6 jaar)

1074

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in de plaats van de minister van Financiën invorderen van heffingen.

Periode: 1979-1988

Grondslag/Bron: Besluit houdende uitvoering van artikel 37 van de Wet chemische afvalstoffen (Stb. 1979, 214)

Opmerking: De minister treedt hierbij in de plaats van de minister van Financiën voor de toepassing van artikel 19 van de Wet administratieve rechtspraak voor zover dit betrekking heeft op chemische afvalstoffen en afgewerkte olie.

Waardering: V (5 jaar)

5.8. Heffingen op basis van de Wet Algemene Bepalingen Milieuhygiëne en de Wet Milieubeheer

1076

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het - in het kader van een doelmatige verwijdering - stellen van regels aan onderwerpen die betrekking hebben op verwijderingsbijdragen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.36, lid 2

Waardering: B (4 1994)

1077

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in het belang van een doelmatige verwijdering van afvalstoffen - al dan niet algemeen verbindend verklaren van een overeenkomst betreffende een verwijderingsbijdrage.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.36, lid 1

Waardering: B (4 1994)

1078

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - al dan niet - intrekken van een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst inzake een verwijderingsbijdrage aangaande een doelmatige verwijdering van afvalstoffen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.39, lid 2

Waardering: B (4 1994)

1079

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet verlenen van een ontheffing inzake een algemeen verbindend verklaarde overeenkomst over een verwijderingsverzoek aangaande een doelmatige verwijdering van afvalstoffen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 15.38, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na de vervallen ontheffing.

5.9 Sanering van luchtverontreinigde gebieden

1083

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een gebied met ernstige luchtverontreiniging tot saneringsgebied en het vaststellen van een saneringsprogramma.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 55

Producten: Beschikking, houdende aanwijzing van de Rijnmond als saneringsgebied, van 21 januari 1972 (Stcrt. nr. 18)

Besluit van 21 februari 1974 (Stcrt. nr. 39), houdende vaststelling van het eerste saneringsprogramma voor het Rijnmondgebied

Besluit van 2 december 1977 (Stcrt. nr. 248), houdende vaststelling van het tweede saneringsprogramma voor het Rijnmondgebied

Waardering: B (1 1994)

1084

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instellen van een saneringscommissie voor een aangewezen saneringsgebied.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 57, lid 3

Producten: Beschikking, houdende aanwijzing van de Rijnmond als saneringsgebied en de aanwijzing van een saneringscommissie van 21 januari 1972 (Stcrt. nr. 18)

Waardering: B (5 1994)

5.10 Geluidzones en -saneringen

5.10.1 Zones rond industrieterreinen

1089

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van besluiten van Gedeputeerde Staten waarin zij een geluidbelastingswaarde binnen zones rond industrieterreinen, waarop geluidhinder producerende inrichtingen gelegen zijn, vaststellen, die hoger is dan 50 dB(A) en van geluidsbelastingswaarden voor de gevels van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 47, lid 6, 50, lid 2

Opmerking: Na 1993 berust de bevoegdheid van de minister tot goedkeuring van dergelijke besluiten binnen het kader van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit Milieubeheer.

Waardering: V (10 jaar)

1090

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het formuleren en evalueren van het beleid met betrekking tot de vaststelling van geluidszones rond bestaande industrieterreinen in nota's, notities en andere beleidsdocumenten.

Periode: 1986-1993

Waardering: B (4 1994)

1091

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het maken van bestuursafspraken met de provincies met betrekking tot de vaststelling van geluidszones rond bestaande industrieterreinen.

Periode: 1986-1993

Waardering: B (6 1994)

1095

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij Koninklijk besluit goedkeuren van door Gedeputeerde Staten vastgestelde zones voor reeds bestaande vestigingsgebieden voor geluidhinder producerende inrichtingen, buiten welke zones de geluidsbelasting de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan (het betreft hier geluidszones die op het grondgebied van een gemeente liggen).

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 57, lid 2, onder b

Opmerking: -Aangezien in de meeste gevallen de gemeenteraden verzuimd hebben voor 1 september 1986 een geluidszone (die op het grondgebied van de betreffende gemeente gelegen is) vast te stellen, is o.g.v. artikel 57, lid 2, onder a, Wet geluidhinder de bevoegdheid tot zonevaststelling overgegaan op gedeputeerde staten. -Sinds 1 juli 1993 geldt voor het geval dat ook gedeputeerde staten geen geluidszone hebben vastgesteld een zonering van rechtswege (art. 59 Wet geluidhinder).-Bij de voorbereiding van de vaststelling van de zones dient een akoestisch onderzoek te worden ingesteld (art. 62, Wet geluidhinder).-Bij onthouding van de goedkeuring wordt door de minister advies ingewonnen bij de Raad van State (art. 58, lid 2, Wet geluidhinder; de facto nog nooit voorgekomen).

Waardering: B (6 1994)

1096

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden van Koninklijke besluiten tot vaststelling van zones rond reeds bestaande vestigingsgebieden voor geluidhinder producerende inrichtingen, buiten welke zones de geluidsbelasting de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan, indien door provinciale staten niet uiterlijk op 1 september 1986 een geluidszone hebben vastgesteld (het betreft hier geluidszones die op het grondgebied van meer dan een gemeente gelegen zijn).

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 57, lid 2,

Opmerking: Aangezien in de meeste gevallen provinciale staten verzuimd hebben voor 1 september 1986 een geluidszone (die op het grondgebied van meer dan een gemeente gelegen is) vast te stellen, is o.g.v. artikel 57, lid 2, onder a, Wet geluidhinder de bevoegdheid tot zonevaststelling overgegaan op de Kroon. Het feitelijke voorstel voor het zoneringsbesluit werd echter gedaan door de provinciale overheden. Sinds 1 juli 1993 geldt voor het geval dat ook de Kroon geen geluidszone heeft vastgesteld een zonering van rechtswege (art. 59 Wet geluidhinder). Bij de voorbereiding van de vaststelling van de zones dient een akoestisch onderzoek te worden ingesteld (art. 62 Wet geluidhinder).

Waardering: B (6 1994)

1102

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van besluiten van Gedeputeerde Staten waarin zij een geluidbelastingswaarde binnen zones rond industrieterreinen met geluidhinder producerende inrichtingen vaststellen, die hoger is dan 50 dB(A).

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 67, lid 3

Opmerking: In het kader van de decentralisering is deze handeling op 1 maart 1993 vervallen.

Waardering: B (6 1994)

5.10.2 Handelingen saneringmaatregelen

1103

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het formuleren en evalueren van het beleid met betrekking tot de sanering van industrielawaai in nota's, notities en andere beleidsdocumenten.

Periode: 1982-

Opmerking: De wettelijke taakstellingen industrielawaai, met name de termijnen en financieringskwesties, zijn vaak niet gehaald. Er is dan ook veel geregeld en gepland buiten het formele kader van de Wet geluidhinder om.

Waardering: B (1 1994)

1104

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de uitvoering van akoestische onderzoeken naar de geluidsbelasting door industrieterreinen die in het kader van de Wet geluidhinder dienen te worden uitgevoerd.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 73

Producten: Meet- en rekenvoorschrift hoofdstuk V Wet geluidhinder (Stcrt. 1982, nr. 161)

Meet- en rekenvoorschrift geluidsbelasting binnen gebouwen (Stcrt. 1982, nr. 228 en Stcrt. 1987, nr. 22)

Waardering: B (4 1994)

1105

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van de periode over welke de metingen om het referentieniveau te bepalen, uitgevoerd dienen te worden.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, art. 1

Producten: Besluit bepalende referentieniveau-periode (Stcrt. 1982, nr. 162)

Opmerking: Het referentieniveau slaat op het achtergrondgeluid dat onder normale omstandigheden, zonder dat de inrichting in werking is, aanwezig is.

Waardering: B (4 1994)

1106

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het sluiten van een bestuursovereenkomst met het IPO over de sanering van industrielawaai.

Periode: 1990-1993

Producten: meerjarenplan

Opmerking: De bestuursovereenkomst regelt onder andere de budgettering (lumpsum) en de beleidsmonitoring.

Waardering: B (6 1994)

1110

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het afsluiten van een contract met Sight over de uitbesteding van de uitvoering van de sanering industrielawaai.

Periode: 1994-

Opmerking: Het contract is tot stand gekomen in het kader van het Project Sanering Industrielawaai (PSI) en regelt onder andere de kwaliteitsborging en de rapportering over de voortgang.

Waardering: B (5 1994)

1111

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van de maximale geluidsbelasting van gevels van woonhuizen in geluidszones rond bestaande industrieterreinen waarop de door Gedeputeerde Staten vastgestelde programma's van maatregelen in het kader van de zogenaamde 'bulkprojecten' betrekking hebben.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 72, lid 2

Opmerking: In het kader van deze vaststelling ontvangt de minister de resultaten van het door B&W ingestelde akoestisch onderzoek (art. 71, lid 1, Wet geluidhinder) en het door gedeputeerde staten opgestelde programma van maatregelen ter beperking van de geluidsbelasting (art. 72, lid 1, Wet geluidhinder).Vanaf 1995 wordt deze handeling namens de minister uitgevoerd door een extern bureau (Sight).

Waardering: B (6 1994)

1112

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van de maximale geluidsbelasting van gevels van woonhuizen in geluidszones rond bestaande industrieterreinen en van programma's van maatregelen die door Gedeputeerde Staten zijn opgesteld in het kader van de zogenaamde 'jumboprojecten'.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 72, lid 2 en lid 4

Opmerking: In het kader van deze vaststelling ontvangt de minister de resultaten van het door B&W ingestelde akoestisch onderzoek (art. 71, lid 1, Wet geluidhinder) en het door gedeputeerde staten opgestelde programma van maatregelen ter beperking van de geluidsbelasting (art. 72, lid 1, Wet geluidhinder).Voorafgaand aan de formele vaststelling wordt vanwege de minister deelgenomen aan het projectoverleg. De provincies zijn de trekkers van de projecten.

Waardering: B (6 1994)

1113

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van B&W, Gedeputeerde Staten of besturen van openbare lichamen toekennen van afzonderlijke vergoedingen tegemoetkoming van kosten voor akoestische onderzoeken en voor voorbereiding, begeleiding en toezicht verbonden aan de uitvoering van de programma's van maatregelen ter beperking van geluidhinder in geluidszones rond bestaande industrieterreinen.

Periode: 1986-1993

Grondslag/Bron: Tijdelijk vergoedingenbesluit lagere overheden Wet geluidhinder, art. 6, lid 1

Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, hoofdstuk 2.2

Waardering: V (6 jaar)

5.10.3 Zones langs wegen

5.10.3.1 Zonering en wegenaanleg

1114

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van categorieën van wegen waarvoor de noodzaak tot het treffen van maatregelen tegen geluidhinder niet aanwezig is en het vaststellen van regels omtrent de uitvoering van de tellingen die door de gemeenten dienen te worden uitgevoerd ten behoeve van de bepaling van de status van wegen in verband met de vast te stellen geluidszones en omtrent de bekendmaking van deze tellingen.

Periode: 1979-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 74, lid 2, onder b, lid 3 en lid 5

Producten: Besluit bepaling geluidszones langs wegen (Stcrt. 1981, nr. 116)

Waardering: B (4 1994)

1115

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels voor het bepalen van de grenslijn aan weerszijden van de weg, waar de geluidszone begint.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 75, lid 2 en lid 3

Producten: Besluit bepaling geluidszones langs wegen (Stcrt. 1981, nr. 116)

Regeling inzake bepaling geluidszones langs wegen 1993 (Stcrt. 1993, nr. 72)

Waardering: B (4 1994)

1121

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van besluiten van Gedeputeerde Staten waarin zij een geluidbelastingwaarde voor zones rond wegen vaststellen, die hoger is dan 50 dB.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 87, lid 3

Opmerking: De handeling is in 1992 vervallen in het kader van de decentralisatie.De praktijk was dat de aan VROM voorgelegde besluiten in het archief werden gedeponeerd. dit had tot gevolg dat deze besluiten na verloop van 3 maanden stilzwijgend werden geacht te zijn goedgekeurd.

Waardering: B (6 1994)

1124

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bepalen dat bij de reconstructie van een weg geen programma van maatregelen hoeft te worden opgesteld.

Periode: 1986-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder (oud), art. 100

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

5.10.3.2 Saneringsmaatregelen

1125

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het formuleren en evalueren van het beleid met betrekking tot de sanering van verkeerslawaai in nota's, notities en andere beleidsdocumenten.

Periode: 1982-

Waardering: B (1 1994)

1126

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent akoestische onderzoeken die in het kader van de vaststelling van geluidszones rond wegen dienen te worden uitgevoerd.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 102, lid 2 en art. 103

Producten: Reken- en meetvoorschriften verkeerslawaai (Stcrt. 1981, nr. 107)

Meet- en rekenvoorschrift geluidsbelasting binnen gebouwen (Stcrt. 1982, nr. 228)

Regeling aftrek resultaat bij berekening en meting geluidsbelasting vanwege een weg (Stcrt. 1989, nr. 45)

Waardering: B (4 1994)

1128

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het afsluiten van een contract met het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV) ter uitbesteding van de uitvoering van de sanering verkeerslawaai voor wat betreft projecten voor voorzieningen aan woningen.

Periode: 1992

Opmerking: In het contract zijn onder andere de kwaliteitsborging en de monitoring geregeld.

Waardering: B (5 1994)

1129

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het maken van budgetteringsafspraken met afzonderlijke gemeenten met betrekking tot de sanering van verkeerslawaai door middel van voorzieningen aan woningen.

Periode: 1986-

Waardering: V (2 jaar)

1130

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overleg met de VNG voorbereiden van een algemene budgetteringsafspraak en een algemene beschikking ter vaststelling van de maximale geluidsbelasting en de te treffen voorzieningen aan woningen die gehinderd worden door verkeerslawaai.

Periode: 1995-

Waardering: B (6 1994)

1131

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van de maximale geluidsbelasting van gevels van woonhuizen en het vaststellen van maatregelen ter isolatie van die woonhuizen, die door B&W worden opgesteld.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 90, lid 2 en lid 4, en art. 99a

Opmerking: -In het kader van deze vaststelling ontvangt de minister de resultaten van het door B&W ingestelde akoestisch onderzoek (art. 89, lid 1, Wet geluidhinder) en het door B&W opgestelde programma van maatregelen ter beperking van de geluidsbelasting (art. 90, lid 1, Wet geluidhinder). De inventarisatie aan de hand van de akoestische onderzoeken gaat in twee fasen. De eerste fase betreft woningen die zwaar geluidgehinderd zijn (A-lijst van woningen met een geluidsbelasting < 70 dB (A)). Deze fase wordt rond juni 1995 afgerond. De tweede fase betreft woningen waarvan de geluidsbelasting tussen 60 en 70 dB (A) ligt (B-lijst). Deze lijsten dienen in 1998 bij het ministerie binnen te zijn. -Art. 99a heeft betrekking op de reconstructie van wegen. -Het saneringsprogramma bevat ten minste (art 4, Saneringsbesluit geluidhinder wegverkeer): -de resultaten van het akoestisch onderzoek; -kaarten met bijbehorende verklaring, een lijst met de adressen van betrokken woningen alsmede de naam en de verkeersfunctie van de weg waarvan de geluidsbelasting wordt ondervonden, -een beschrijving van maatregelen die in aanmerking komen en het effect van die maatregelen, -een beschrijving van de mogelijkheid om de maatregelen te faseren en het effect per fase op de geluidsoverlast, -een beschrijving van de mogelijkheden om de maatregelen te combineren met andere werkzaamheden en een indicatie van de verwachte kosten, -een planning van de uitvoering van de maatregelen.-Deze handeling wordt uitgevoerd door het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV), namens de minister van VROM.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

5.10.3.3 Zones langs spoor-, metro- en tramwegen

1132

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent al hetgeen betrekking heeft op de akoestische onderzoeken die de ten behoeve van het vaststellen van geluidzones rond spoor-, tram- en metrowegen dienen te worden uitgevoerd.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit geluidhinder spoorwegen, art. 23

Producten: Regeling reken- en meetvoorschrift railverkeerslawaai (Stcrt. 1987, nr. 122)

Waardering: B (4 1994)

1137

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van spoorwegexploitanten verlenen van ontheffingen van de verplichting om de geluidsemissie vanwege nieuwe baanconstructies niet hoger te laten zijn dan bij een langgelast spoor op houten dwarsliggers het geval zou zijn.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit geluidhinder spoorwegen, art. 24, lid 2

Waardering: B (6 1994)

1138

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het verlenen van bijdragen aan gemeenten en spoorwegexploitanten ten behoeve van het treffen van maatregelen ter bestrijding van de geluidhinder aan woningen door spoor-, tram- of metrowegen.

Periode: 1987-1994

Grondslag/Bron: Besluit geluidhinder spoorwegen

Waardering: V (6 jaar)

5.10.4.1 Zonering rond buitenlandse luchtvaartterreinen

1142

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verhogen van de hoogst toelaatbare geluidbelasting vanwege buitenlandse luchtvaartterreinen, aan de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige objecten.

Periode: 1983-1995

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 4, lid 2, art. 5, lid 2 en art. 6, lid 2

Opmerking: -Art. 4 slaat op woningen die ten tijde van de inwerkingtreding van het besluit reeds aanwezig of in aanbouw waren. Art. 5 heeft betrekking op woningen die ten tijde van de inwerkingtreding aan een hogere geluidbelasting dan 40 kosteneenheden blootgesteld waren. Art. 6 behandelt gebouwen anders dan woningen en andere geluidgevoelige objecten, die ten tijde van de inwerkingtreding van het besluit nog niet aanwezig of in aanbouw waren. -De vaststelling van een hogere waarde kan geschieden op verzoek van gedeputeerde staten die daartoe een voorstel van B&W ontvangen.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1144

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van de maximale geluidbelasting vanwege buitenlandse luchtvaartterreinen, aan geluidsgevoelige gebouwen anders dan woningen, die ten tijde van de inwerkingtreding van het besluit al aanwezig of in aanbouw waren.

Periode: 1983-1995

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 7, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1146

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op schriftelijk verzoek van Gedeputeerde Staten hogere waarden vaststellen voor de geluidsbelasting vanwege buitenlandse luchtvaartterreinen, aan woningen en andere geluidsgevoelige objecten, dan op grond van de overige bepalingen van hoofdstuk II van het Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, mogelijk is.

Periode: 1983-1995

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 8, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1147

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verbieden van de vervanging van woningen en andere geluidsgevoelige objecten die ten tijde van de inwerkingtreding van het besluit in de geluidszones rond buitenlandse luchtvaartterreinen reeds aanwezig waren.

Periode: 1990-1995

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 8a, lid 1

Opmerking: De minister verbiedt de vervanging van de woningen indien deze naar zijn oordeel zou leiden tot -een ingrijpende wijziging van de bestaande stedebouwkundige functie of infrastructuur; -een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden; -een wezenlijke toename van de aan de gevel optredende geluidsbelasting.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1148

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van isolatieplannen ten behoeve van de isolatie van reeds in aanbouw zijnde of aanwezige woningen in geluidszones rond buitenlandse luchtvaartterreinen.

Periode: 1990-1995

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 11 en art. 12

Opmerking: In het plan wordt -nauwkeurig aangegeven bij welke woningen in het kalenderjaar volgend op het jaar van de vaststelling van het isolatieplan, geluidwerende voorzieningen worden aangebracht; -nauwkeurig aangegeven volgens welke tijdfasering het plan zal worden uitgevoerd en welke kosten met deze uitvoering gemoeid zijn; -globaal aangegeven welke woningen in het jaar daarop voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen in aanmerking komen, hierbij wordt tevens een raming van de kosten gegeven.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1150

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van B&W vaststellen van een hogere maximaal toegestane geluidbelasting aan woningen en andere geluidsgevoelige objecten dan door gedeputeerde staten kan worden vastgesteld.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 14, lid 8

Opmerking: Het betreft woningen etc. waarvoor de kosten om de geluidbelasting te beperken onevenredig hoog zou uitvallen.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1151

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan de gemeenten vergoeden van kosten die in verband met de isolatie van woningen en andere geluidsgevoelige objecten, door B&W zijn gemaakt en voor de schade die tengevolge van de inwerkingtreding van het Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg is ontstaan.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 15 en 16

Opmerking: De schade betreft bijvoorbeeld waardevermindering van eigendommen van gemeenten etc.

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar

5.10.4.2 Aanwijzing van luchtvaartterreinen en saneringsmaatregelen

1152

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen in het overleg met de minister van Verkeer en Waterstaat omtrent een onmiddellijke afwijzing van een verzoek tot aanwijzing van een luchtvaartterrein.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 18, lid 2

Waardering: B (6 1994)

1153

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg met de minister van Verkeer en Waterstaat, voorafgaande aan de opstelling van een ontwerpaanwijzing van een luchtvaartterrein, over de te verwachten geluidsbelasting.

Periode: 1978-1987

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 19

Opmerking: -Na 1987 vindt dit overleg in het kader van de m.e.r. plaats.-Dit is handeling 345 uit het rapport 'Luchtvaart gebonden'.

Waardering: B (6 1994)

1155

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Verkeer en Waterstaat omtrent het verlengen van de termijn waarbinnen een luchtvaartterrein moet worden aangewezen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 24a, lid 2

Waardering: B (6 1994)

1156

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van aanwijzingen aan gemeenten om hun bestemmingspannen aan te passen aan aanwijzingen van luchtvaartterreinen, die in het kader van de Luchtvaartwet tot stand zijn gekomen.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Wet op de ruimtelijke ordening, art. 37 jo. art. 26 Luchtvaartwet

Waardering: B (6 1994)

1157

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van milieubijdragen in het overleg dat tot overeenstemming met de minister van Verkeer en Waterstaat moet leiden, omtrent de aanwijzing van luchtvaartterreinen.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 24

Opmerking: -Formeel betreft het de minister waaronder Ruimtelijke Ordening ressorteert. -De vaststelling van een geluidszone rond de aan te wijzen terreinen, de luchtverontreiniging en de waarborging van milieubelangen, bijvoorbeeld door middel van monitoring- en evaluatieprogramma's, zijn de belangrijkste milieu-items die in dit overleg aan de orde zullen komen.-Indien het luchtvaartterrein een landingsbaan krijgt die langer is dan 1800 meter, is de aanwijzing m.e.r.-plichtig. Dit betekent dat een belangrijk deel van het overleg zich op de m.e.r. zal toespitsen.-Zie ook de handelingen in de paragraaf 'De vaststelling van infrastructuurprojecten' in dit hoofdstuk.-Dit is handeling 348 uit het rapport 'Luchtvaart gebonden'.

Waardering: B (6 1994)

1158

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Verkeer en Waterstaat omtrent een vast te stellen ministeriële regeling betreffende geluidwerende voorzieningen binnen geluidszones rond luchtvaartterreinen.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 26, lid 2,

Producten: Regeling geluidwerende voorzieningen

Opmerking: Dit is handeling 349 uit het rapport 'Luchtvaart gebonden'.

Waardering: B (4 1994)

1159

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van hogere waarde dan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting door de luchtvaart voor geplande of in aanbouw zijnde gebouwen binnen de geluidszone rond luchtvaartterreinen.

Periode: 1983-

Grondslag/Bron: Besluit geluidsbelasting grote luchtvaarten, art. 3, lid 2 en art. 8, lid 1

Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart, art. 7, lid 2,

Opmerking: Dit is handeling 347 uit het rapport Luchtvaart gebonden.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1160

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het mede opstellen van een door de minister van V&W vast te stellen programma voor geluidsisolering van woningen binnen de geluidszone van een luchtvaartterrein.

Periode: 1981-

Opmerking: -Het plan komt in overleg met de RLD tot stand.-Dit is handeling 350 uit het rapport 'Luchtvaart gebonden'.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na uitvoering van het betreffende isolatieprogramma.

1162

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van subsidie voor de bouw van nieuwe woningen in de nabijheid van luchtvaartterreinen.

Periode: 1981-

Opmerking: Dit is handeling 352 uit het rapport 'Luchtvaart gebonden'.

Waardering: V (6 jaar)

1163

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Verkeer en Waterstaat omtrent de vaststelling door deze, van handhavingsvoorschriften voor luchtvaartterreinen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 30 a

Opmerking: Het handhavingsvoorschrift legt in hoofdlijnen vast op welke wijze toezicht plaatsvindt op de voor het gebruik van luchtvaartterreinen gestelde voorschriften en bevat ten minste: -regels omtrent de wijze waarop de voor het meten, berekenen en registreren van de geluidsbelastingbenodigde gegevens worden verzameld; -regels omtrent de wijze waarop het feitelijk gebruik van het luchtvaartterrein wordt getoetst aan het voorgenomen gebruik dat in het gebruiksplan wordt aangegeven; -regels omtrent de wijze waarop kan worden geconstateerd of het gebruik van het luchtvaartterrein afwijkt van de geldende voorschriften.

Waardering: B (4 1994)

1164

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Verkeer en Waterstaat omtrent jaarlijkse evaluaties van de handhavingsvoorschriften voor luchtvaartterreinen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 30a, lid 4,

Waardering: B (4 1994)

1165

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overleggen met de minister van Verkeer en Waterstaat omtrent de vaststelling van gebruiksplannen (en wijzigingen daarop) voor luchtvaartterreinen, die door de exploitanten van deze terreinen dienen te worden opgesteld.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 30b, lid 3 en lid 6,

Waardering: B (6 1994)

1166

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Verkeer en Waterstaat omtrent de jaarlijkse opstelling van contourenkaarten van militaire luchtvaartterreinen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 30c

Opmerking: De contourenkaarten geven da actuele geluidsbelasting van het jaar weer.

Waardering: B (6 1994)

5.10.4.3 Cumulatieve geluidhinder

1167

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van correcties voor de berekening van de geluidsbelasting aan gevels van woningen indien de woningen zich in een gebied bevinden waar meerdere geluidszones elkaar overlappen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 157, lid 3

Producten: Regeling bepaling gecumuleerde geluidsbelasting

Waardering: B (4 1994)

5.10.4.4 Jumbo-projecten ter sanering van geluidshinder

1168

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan de gemeenten vergoeden van kosten die in verband met de isolatie van woningen en andere geluidsgevoelige objecten, door B&W zijn gemaakt en voor de schade die tengevolge van de inwerkingtreding van het Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg is ontstaan.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Besluit zonering buitenlandse luchtvaartterreinen Noord- en Midden-Limburg, art. 15 en 16

Opmerking: De schade betreft bijvoorbeeld waardevermindering van eigendommen van gemeenten etc.

Waardering: V (5 jaar)

1171

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het afsluiten van een contract met Sight over de uitbesteding van de uitvoering van de sanering industrielawaai.

Periode: 1994-

Opmerking: Het contract is tot stand gekomen in het kader van het Project Sanering Industrielawaai (PSI) en regelt onder andere de kwaliteitsborging en de rapportering over de voortgang.

Waardering: B (5 1994)

1172

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van B&W, Gedeputeerde Staten of besturen van openbare lichamen toekennen van afzonderlijke vergoedingen ter tegemoetkoming van kosten voor akoestische onderzoeken en voor voorbereiding, begeleiding en toezicht verbonden aan de uitvoering van de programma's van maatregelen ter beperking van geluidhinder in industriezones.

Periode: 1986-1990

Grondslag/Bron: Tijdelijk vergoedingenbesluit andere overheden Wet geluidhinder, art. 6, lid 1

Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, hoofdstuk 2.2

Waardering: V (6 jaar)

5.10.4 6. Stiltegebieden

1173

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de wijze waarop het onderzoek ten behoeve van de opstelling van de intentieprogramma's voor stiltegebieden, door provinciale staten, dient plaats te hebben.

Periode: 1981-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 121

Producten: Circulaire Stiltegebieden van 13 mei 1980

Waardering: B (4 1994)

1175

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van intentieprogramma's voor stiltegebieden van de provincies.

Periode: 1981-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 120

Opmerking: In het kader van de toetsing - op onderlinge afstemming - worden door provinciale staten de vastgestelde intentieprogramma's aan de minister toegezonden.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na toetsing.

1176

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (mede) vaststellen van een lijst van beschermde natuurmonumenten, staatsnatuurmonumenten, watergebieden en verblijfplaatsen voor watervogels zoals bedoeld in de Conventie van Ramsar, Trb. 11975, 84 en nationale parken, die door de provincies niet als stiltegebied mogen worden aangewezen.

Periode: 1983-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 123, lid 2

Producten: Uitzonderingenlijst stiltegebieden (Stcrt. 1986, nr. 20)

Waardering: B (4 1994)

5.11 Bodembeschermingsgebieden

5.11.1 Regelgeving

1177

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van richtlijnen voor de vaststelling van bodembeschermingsgebieden door de provincies.

Periode: 1985-1988

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling bodembeschermingsgebieden, Nota van toelichting

Producten: Handvatenonderzoek, gezonden naar Gedeputeerde Staten, 7 januari 1988

Waardering: B (4 1994)

5.11.2 Subsidies

1181

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het incidenteel financieren van projecten voor bodembeschermingsgebieden.

Periode: 1990-1992

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling bodembeschermingsgebieden, Nota van toelichting

Producten: Draagvlakregeling Mergelland (waarbij het rijk 2/3 van de kosten voor zijn rekening neemt)

Waardering: B (6 1994)

1182

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van regels inzake de ondersteuning aan Gedeputeerde Staten voor projecten tot bescherming van de bodem in bodembeschermingsgebieden.

Periode: 1986-

Producten: Bijdrageregeling bodembeschermingsgebieden (Stb. 1991, 252)

Wijziging Bijdrageregeling openbare lichamen milieubeheer (Stb. 1993, 322)

Waardering: B (4 1994)

1183

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van voorschotten op het budget van projecten tot bescherming van de bodem in bodembeschermingsgebieden.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Bijdragenregeling bodembeschermingsgebieden (Stcrt. 1991, 252), art. 7

Waardering: V (6 jaar)

1184

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1992-1993

Handeling: Het op basis van een budget verlenen van subsidies aan de provincies voor goedgekeurde projecten tot bescherming van de bodem in bodembeschermingsgebieden.

Periode: 1992-1993

Grondslag/Bron: Bijdragenregeling bodembeschermingsgebieden (Stcrt. 1991, 252), art. 2

Opmerking: Hieronder wordt ook verstaan: -het toekennen van voorschotten, vooruitlopend op de verrekening van projecten (art. 7), -het bij wijze van sanctie verlagen dan wel geheel of gedeeltelijk terugvorderen van een subsidie (art. 11).

Waardering: V (6 jaar)

1187

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks opstellen van verantwoordingen van bodembeschermingactiviteiten.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Bijdragenregeling bodembeschermingsgebieden (Stcrt. 1991, 252), art. 8, lid 1, art. 9, lid 1

Waardering: B (2 1994)

1188

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van nadere aanwijzingen omtrent de wijze van verslaglegging en verantwoording inzake bodembeschermingsgebieden.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Bijdragenregeling bodembeschermingsgebieden (Stcrt. 1991, 252), art. 8, lid 2, art. 9

Waardering: B (4 1994)

1189

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het evalueren van regelingen inzake bodembeschermingsgebieden.

Periode: 1992-

Producten: Bijdrageregeling bodembeschermingsgebieden: Evaluatie 1992

Waardering: B (1 1994)

5.11.3 Verzuringsgevoelige gebieden

1191

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij ministeriele regeling aangeven welke gebieden worden aangemerkt als verzuringsgevoelig.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Interimwet ammoniak en veehouderijen, art. 1, lid 2 en 3

Nitraatrichtlijn (91/676 EEG)

Producten: Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderijen (Stcrt. 1994, nr. 162)

Lijst van kwetsbare zones ter uitvoering van de Europese Nitraatrichtlijn in samenwerking met de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

Opmerking: Deze aanwijzing geschiedt door een omschrijving van de soorten grond in de regelgeving, nader beschreven in een bijlage bij de regeling; bij de regeling is een bodemkaart gevoegd die aangeeft welke gronden volgens de minister verzuringsgevoelig zijn. In diezelfde regeling wordt aangegeven op welke wijze, bij de toepassing van de Interimwet ammoniak en veehouderij en de daarop berustende bepalingen, de depositie en emissie van ammoniak worden bepaald.

Waardering: B (4 1994)

1192

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het afsluiten van convenanten met eigenaren van voor verzuring gevoelige gebieden over de instandhouding daarvan.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderijen, art. 3

Opmerking: Deelnemers aan deze convenanten hebben regelingen gesloten die kunnen afwijken van de voorschriften die gelden voor de ammoniakemissie in verzuringsgevoelige gebieden.

Waardering: B (6 1994)

6. Gebiedsgerichte milieubescherming [Vervallen per 26-04-2009]

6.1 Gebiedsgericht beleid voor specifieke milieuprojecten

1193

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het sluiten van convenanten met stedelijke bestuursorganen voor specifieke milieuprojecten binnen een grootstedelijk gebied ('projecten Stad en Milieu').

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 18a

Conclusies DUIV-conferentie van Nunspeet, 1994

Opmerking: In deze convenanten worden onder meer kaders aangegeven waarbinnen wordt afgeweken van sommige verplichtingen, die de tengevolge van normstellingen op milieugebied zijn ontstaan. Vaak gaat het om concrete situaties waarbij verschillende voorschriften met elkaar in conflict zijn en er een belangenafweging moet komen.

Waardering: B (4 1994)

1194

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overleg met Gedeputeerde Staten en gemeentebesturen stellen van kaders voor specifieke milieuprojecten binnen een grootstedelijk gebied ('projecten Stad en Milieu') op basis van afspraken.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 18a

Conclusies DUIV-conferentie van Nunspeet, 1994, 01-01-1994

Producten: Paradox van een compacte stad: probleemanalyse

Rapportage Stad en milieu: waar vele willen zijn is ook een weg

Waardering: B (4 1994)

1195

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitkeren van subsidies aan gemeenten voor stedebouwkundige milieuprojecten.

Periode: 1996-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen 1996,

Waardering: B (2 1994)

6.2 De vaststelling van infrastructuurprojecten

1196

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Verkeer en Waterstaat over het opstellen van ontwerp-tracébesluiten voor infrastructuurprojecten en het plegen van bestuurlijk overleg naar aanleiding van deze ontwerp-besluiten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Tracéwet, Hoofdstuk III

Waardering: B (6 1994)

1197

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van Verkeer en Waterstaat over het vaststellen van tracés voor infrastructuurprojecten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Tracéwet, art. 15

Waardering: B (6 1994)

1198

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met de minister van Verkeer en Waterstaat voorbereiden van Planologische kernbeslissingen met betrekking tot infrastructuurprojecten.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet op de ruimtelijke ordening, art. 2a

Opmerking: Voorbeelden zijn: de Betuweroute, de Hogesnelheidslijn, de PKB Schiphol. De bovenstaande PKB's zijn bovendien m.e.r.-plichtig. -Voor wat betreft luchtvaartterreinen: zie ook wat omtrent de aanwijzing van luchtvaartterreinen in de paragraaf 'Geluidzones en saneringen' wordt gemeld.

Waardering: B (6 1994)

6.3 Normstellingen

6.3.1 Algemene kaders

1201

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren en evalueren van beleidsstandpunten in nota's circulaires etc. inzake normalisatie en certificatie in relatie met het milieu.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling 1994

Producten: Handreiking Normalisatie en Certificatie

Waardering: B (1 1994)

1202

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het aan Nederlandse instellingen opdragen tot het ontwerpen van normen voor werkwijzen van doelgroepen ter wille van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP 1,

Opmerking: Uitvoerende instellingen zijn TNO, het Nederlands Normalisatie-instituut.

Waardering: B+V (4 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: normen; V 6 jaar: overige stukken

1203

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan Nederlandse instellingen opdragen tot het ontwerpen van normen voor eindproducten ter wille van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP 1

Opmerking: Uitvoerende instellingen zijn TNO, het Nederlands Normalisatie-instituut. Deze normen kunnen in samenhang met monitoringsprogramma's worden geëvalueerd en bijgesteld.

Waardering: B+V (4 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: normen; V 6 jaar: overige stukken.

6.3.2 Bedrijfsinterne milieuzorg

1207

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een organisatie voor de certificering van milieuzorgsystemen.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriele sector aan een communautair milieubeheer- en milieu-auditsysteem (nr. 1863/93

Producten: sluiten van een overeenkomst met de Stichting Certificatie Coördinatie Milieuzorgsystemen (SCCM)

Waardering: B (5 1994)

1209

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een organisatie belast met de erkenning van milieuverificateurs en het toezicht daarop.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriele sector aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (nr. 1863/93)

Producten: sluiten van een overeenkomst met de Raad voor Accreditatie

Waardering: B (5 1994)

6.3.3 Productcertificering: milieukeur

1210

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het oprichten en financieren van een instantie die uitvoering geeft aan het Europese en Nederlandse milieukeurensysteem.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1992 Pb EG L99/1, nr. 880/92), art. 9

Directieplan IBPC 1995, 01-01-1995

Opmerking: De Stichting Milieukeur (SMK) is aangewezen om als bevoegde instantie in Nederland uitvoering te geven aan zowel het Europese als het Nederlandse Milieukeursysteem.

Waardering: B (5 1994)

1211

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het rapporteren aan de Commissie van de EEG inzake de voortgang van het in werking treden van de Verordening inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren.

Periode: 1992-1993

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1992, Pb EG L99/1, nr. 880/92), art. 17

Waardering: V (5 jaar)

6.3.4 Certificering van bouwmaterialen

1213

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van ontwerp-beoordelingsrichtlijnen van de Stichting Bouwkwaliteit voor certificering van bouwstoffen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Interview

Producten: Bindend normeringsadvies

Waardering: B (4 1994)

7. Schadevergoeding [Vervallen per 26-04-2009]

7.1 Schadevergoeding voor gevolgen van de Hinderwet of beschikkingen van het bevoegd gezag inzake milieuvergunningen

1214

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het vaststellen van beleid met betrekking tot het verlenen van schadevergoeding aan vergunninghouders.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Handelingen TK 1984-1985, 18 604, nrs. 1-2, p. 5, 01-01-1985

Producten: Twente-toets (ontworpen door Grimberg, Steenge, Bressers)

Opmerking: Over schaderegelingen inzake de Wet geluidhinder wordt o.m. overleg gevoerd met VNO-NCW.

Waardering: B (4 1994)

1215

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij circulaire geven van regels bij de toekenning van schadevergoeding voor gevolgen van beschikkingen krachtens de Hinderwet.

Periode: 1982-1985

Producten: Circulaire van 31 augustus 1982, DGMH/B 161 470, inzake schadevergoedingsregelingen

Waardering: B (4 1994)

1217

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van schadevergoedingen aan houders van vergunningen krachtens de Wet geluidhinder en de Hinderwet, voor inrichtingen of toestellen die geluidhinder produceren in ten behoeve van door hun geleden schade die redelijkerwijs niet geheel te zijnen laste behoren te komen.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 124, lid 1 en 3

Waardering: V (6 jaar)

1218

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instemmen met het toekennen van schadevergoeding door andere overheden als gevolg van beschikkingen krachtens de Hinderwet.

Periode: 1981-1989

Grondslag/Bron: Hinderwet 1981, art. 26a, lid 1

Circulaire van 31 augustus 1982

Waardering: V (5 jaar)

1220

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in beroep beschikken inzake geschillen met betrekking tot bij algemene maatregel van bestuur gestelde bepalingen inzake de toekenning van Hinderwetvergunningen.

Periode: 1985-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 29a

Waardering: V (20 jaar)

1221

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het voorbereiden van een kroonbeschikking op een verzoek van andere overheden om de kosten van schadeloosstelling aan door een milieumaatregel onevenredig benadeelden ten laste te laten komen door het rijk.

Periode: 1979-1989

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61 ad

Opmerking: Bij deze beslissing moet de Raad van State worden gehoord.

Waardering: V (20 jaar)

7.2 Schadevergoeding voor gevolgen van door het rijk vastgestelde milieuregels

1222

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van een schadevergoeding aan houders van een vergunning naar aanleiding van gewijzigde voorschriften inzake voorzieningen ter verwijdering van chemische afvalstoffen

Periode: 1979-1988

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 36, lid 1

Opmerking: Het gaat hier om kosten of schade die redelijkerwijs niet of niet helemaal voor zijn lasten komen.

Waardering: V (6 jaar)

1223

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toekennen van schadevergoeding aan onevenredig benadeelden door door het rijk vastgestelde milieuregels.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61 ab, lid 2

Wet milieubeheer, art. 15.21, lid 2

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na goedkeuring.

7.3. Het Fonds Luchtverontreiniging

1224

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels inzake het Fonds Luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 64, lid 6 en 7

Wet milieubeheer, art. 15. 24, lid 3

Producten: Besluit Fonds Luchtverontreiniging (Stb. 1972, 471, gewijzigd in Stb. 1980, 407, gewijzigd in Stb. 1990, 569)

Waardering: B (5 1994)

1225

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks verslag afleggen over het beheer van het Fonds Luchtverontreiniging aan de Staten-Generaal.

Periode: 1980-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 64, lid 9

Wet milieubeheer, art. 15.28

Opmerking: Dit verslag wordt gecombineerd met de indiening van de rekening en verantwoording van de minister.

Waardering: B (2 1994)

1226

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van aanvragende slachtoffers van luchtverontreiniging toekennen aan schadevergoeding door middel van het Fonds Luchtverontreiniging.

Periode: 1972-1993

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 64, lid 1

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 20 jaar na goedkeuring.

7.4 Instelling en uitreiking van prijzen

1229

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instellen van prijzen of bijzondere beloningen voor milieuprestaties.

Periode: 1982-

Producten: Dutch Award on Environment, ingesteld in 1986

Bedrijfsinterne Milieuzorgprijs (BIM-prijs) 1994, later onderdeel van de Dutch Award on Environment

Waardering: B (4 1994)

1230

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het samenwerken aan de instelling van prijzen of bijzondere beloningen voor milieuprestaties door internationale organisaties.

Periode: 1982-

Producten: internationale milieuprijs van de UNEP

Waardering: B (4 1994)

1231

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitreiken van prijzen aan milieuprojecten.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Statuten van de Dutch Award on Environment

Opmerking: De Dutch Award on Environment wordt om de twee jaar toegekend aan een ontwikkelingsproject dat op bijzondere wijze rekening houdt met het milieu. De prijzen worden uitgereikt voor duurzame producten, duurzame vormen van bedrijfsmilieuzorg (in 1995 de BIM-prijs genaamd) en duurzame projecten voor ontwikkelingssamenwerking. De geldsom bij de uitgereikte prijs moet besteed worden aan de opleiding van iemand uit een ontwikkelingsland.

Waardering: B (6 1994)

1232

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitreiken van prijzen aan bedrijven.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Verslag van de Eerste Nationale Milieuzorgdag,

Opmerking: De BIM-prijs wordt uitgereikt aan het bedrijf dat zich het meeste heeft ingezet voor de verbetering van het milieu door een bedrijfsintern milieuzorgsysteem.

Waardering: B (6 1994)

1233

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van reglementen van bijzondere organen voor de toekenning van prijzen aan milieuprojecten.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Statuten van de Dutch Award on Environment

Opmerking: Voor de tweejaarlijkse milieuprijs is ook een kinderjury ingesteld, die afzonderlijke prijzen toekent.

Waardering: B (5 1994)

1234

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bemiddelen bij de inzendingen naar internationale prijsvragen op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1982-

Opmerking: Het gaat hier om verspreiding van de aankondiging van de aangemelde prijsvraag en zonodig op aanvraag: de begeleiding van Nederlandse inzenders.

Waardering: B (6 1994)

8. Voorlichting [Vervallen per 26-04-2009]

8.1 Instrumentele voorlichting

1235

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake milieuvoorlichting.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994,

Producten: Het milieucommunicatiebeleid in Nederland

Waardering: B (1 1994)

1236

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het (laten) verrichten van algemeen onderzoek naar de effecten van milieuvoorlichting

Periode: 1945-

Producten: onderzoek interesse bevolking voor het milieu

Waardering: B (1 1994)

1238

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks opstellen van programma's die betrekking hebben op milieuvoorlichting.

Periode: 1945-

Producten: Programmering Voorlichting, 1994

Waardering: B (4 1994)

1239

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het redigeren en publiceren van tijdschriften die betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1970-

Producten: Milieu en Uitvoering

Handhaving

ROM/ROM-magazine, tijdschrift voor ruimtelijke ordening en milieu, 1982-

Opmerking: Deze handeling betreft alle voorbereidende werkzaamheden die nodig zijn voordat een tijdschrift uitgegeven kan worden.

Waardering: B+V (6 1994) + (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: een exemplaar van het tijdschrift; V 5 jaar: overige stukken

1240

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitdragen en uitwisselen van beleidsvisies op congressen, conferenties en andere speciale bijeenkomsten die betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Congresbundel Planning en monitoring milieubeleid (1994), 01-01-1994

Opmerking: De bijeenkomsten worden door het departement zelf georganiseerd. Hier kan sprake zijn van zowel internationale als nationale conferenties, congressen etc.

Waardering: B (6 1994)

1241

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het facilitair organiseren en geven van uitvoering aan congressen, conferenties en andere speciale bijeenkomsten die betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Congresbundel Planning en monitoring milieubeleid (1994), 01-01-1994

Directieplan Lucht en Energie, 15-05-1994

Opmerking: -Het betreft hier alleen faciliterende activiteiten zoals het afhuren van een congresruimte.- Hier kan sprake zijn van zowel internationale als nationale conferenties, congressen etc.

Waardering: V (6 jaar)

1242

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, opstellen en evalueren van projecten inzake milieuvoorlichting.

Periode: 1945-

Opmerking: Het opstellen van communicatieplannen/campagneplannen maakt deel uit van deze handeling evenals het uitgebrachte voorlichtingsmateriaal. -Bijvoorbeeld: Postbus 51 spot over inzamelen GFT,biologische gewasbescherming.

Waardering: B (6 1994)

1243

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitvoeren van instrumentele voorlichtingsplannen inzake het milieu.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994,

Opmerking: Instrumentele voorlichting: het mede met behulp van voorlichting realiseren van beleidsdoelstellingen. Kenmerk van instrumentele voorlichting is dat de handelingen nader worden onderzocht op hun effect. Een voorbeeld hiervan is productvoorlichting. Een ander voorbeeld is propaganda voor afvalscheiding.

Waardering: V (6 jaar)

1244

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het subsidiëren van instellingen die zich bezig houden met milieuvoorlichting.

Periode: 1945-

Waardering: V (6 jaar)

1245

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van opdrachten tot het vervaardigen voorlichtingsmateriaal.

Periode: 1945-

Opmerking: Bijvoorbeeld: contacten met drukker over folders.

Waardering: V (6 jaar)

1246

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het tezamen met de minister van EZ voorbereiden, vaststellen en evalueren van standpunten inzake het produktinformatie, in nota's, notities etc.

Periode: 1990-

Opmerking: Produktinformatie betreft hier de informatie over de mate waarin een bepaald eindprodukt het milieu belast. Het Milieu-Informatiecentrum Consumenten (MIC) beheert deze informatie in de vorm van produktdossiers. De informatie is primair bedoeld voor consumenten. Het effect van de voorlichting wordt geëvalueerd aan de hand van onderzoeken naar de belasting van het milieu door de consument.

Waardering: B (1 1994)

1247

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten en financieren van informatiepunten.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Handboek GFT 1991,

Directieplan IBPC 1995

Opmerking: Voorbeelden zijn: -het MIC (het MIC is de opvolger van de PIP [Produkt-Informatiepunt]en MIP [Milieu-informatiepunt], -het informatiepunt Preventie en Hergebruik IPH, vroeger geheten Landelijk infopunt GFT. Deze informatiepunten brengen periodiek verslag uit over de effecten van de door hem verstrekte voorlichting.

Waardering: B (5 1994)

8.2 Overige vormen van voorlichting

248

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van dienstverlenende voorlichting inzake het milieu.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994

Producten: Wegen naar een nieuwe milieuvergunning, een handreiking voor vergunningverleners, 's-Gravenhage, 1995

Opmerking: Dienstverlenende voorlichting: is vooral bedoeld als toelichting op wet- en regelgeving., het verspreiden van naslagwerken en vademecums. Niet zelden worden ook door particulieren overzichten gemaakt van de bestaande regelgeving, zoals door Kluwer b.v. Daarnaast worden ook bij de invoering van wetten en regels informatiepunten ingeschakeld, bijvoorbeeld het telefonisch informatiepunt Wet milieubeheer.Let wel: Buiten beschouwing van deze handeling staat het opstellen van handboeken e.d., waarnaar in wetten en besluiten wordt verwezen, omdat het hier om concrete normstelling gaat. Voorbeeld: Voorlichtingsbrochures inzake milieubesluiten en de vergunningprocedures, Voorlichtingsbrochures inzake milieu- en energieconvenanten, Voorlichtingsbrochures inzake uitvoeringsbesluiten van milieuwetten (BOOT, BEES, e.d.), Publicatiereeksen van milieuwetten, Europese regels, emissienormen e.d.

Waardering: B+V (2 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: brochures, t.v. spots e.d.; V 6 jaar overige stukken

1249

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van openbaarheidsvoorlichting die betrekking heeft op het milieu.

Periode: 1945-

Opmerking: De hier beschreven handelingen hebben vooral te maken met verantwoording van het gevoerde milieubeleid aan de burger. Het gaat hier om afzonderlijke handelingen, die niet samenvallen met reeds beschreven handelingen als bijvoorbeeld het beantwoorden van kamervragen. Bijvoorbeeld: het doen uitgaan en/of verspreiden persberichten in serieverband, lezing van minister de Boer over het in stand houden van het Groene Hart.

Waardering: B (6 1994)

1250

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID), 1913-1983

Handeling: Het geven van voorlichting inzake de drinkwatervoorziening.

Periode: 1945-1984

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995), 01-01-1985

Waardering: B (1 1994)

8.3 Kennisverwerving en verbreiding

8.3.1 de Projectgroep Nederlands Onderzoek Biologische In Situ Sanering (NOBIS)

1252

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het financieren van onderzoeksprojecten, uit te voeren door de projectgroep NOBIS.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Kennismakingsdossier Directie Bodem, p. 79,

Waardering: V (6 jaar)

8.3.2 Het Expertisenetwerk Bodembescherming ENBB

1255

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in samenwerking met het RIVM opstellen van regels voor de werkzaamheden van een bodemexpertisenetwerk.

Periode: 1988-1992

Grondslag/Bron: Kennismakingsdossier Directie Bodem, p. 94,

Producten: Expertisenetwerk Bodembescherming ENBB

Financieringsregeling ENBB

Waardering: B (4 1994)

9. Crisisbeheersing in bijzondere omstandigheden [Vervallen per 26-04-2009]

9.1 Algemeen

1257

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, formuleren en evalueren van beleidsstandpunten ten aanzien van crisisbeheersing inzake bijzondere milieu-omstandigheden.

Periode: 1945-

Producten: Nationaal Plan voor de Kernongevallenbestrijding NPK (Handelingen TK 1988-1989, 21 015, nr. 3)

Probleemverkenning project overheidsoptreden bijzondere milieu-omstandigheden (POBM)

Waardering: B (1 1994)

1258

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beantwoorden van kamervragen inzake crisisbeheersing bijzondere milieu-omstandigheden.

Periode: 1945-

Waardering: B (7 1994)

9.2 Commissies

1259

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het deelnemen aan commissies, werkgroepen, advies- en overlegorganen inzake crisisbeheersing bijzondere milieu-omstandigheden waarvan de minister van Milieubeheer noch het voorzitterschap, noch het secretariaat uitoefent maar waarin de minister wel vertegenwoordigd is.

Periode: 1985-

Opmerking: Deze handeling heeft alleen betrekking op nationaal overleg waarvan de minister van Milieubeheer niet de voorzitter of secretaris levert. Voorbeeld van een overleg: Interdepartementaal Overleg Crisisbeheersing (IOC).

Waardering: B (6 1994)

1260

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het participeren in het overlegplatform van directeuren-generaal inzake de planning van crisisbeheersing.

Periode: 1985-

Opmerking: Periodiek komen de directeur-generaal van Milieubeheer en de directeur- generaal van Binnenlandse Zaken bijeen om aangelegenheden inzake bijzondere omstandigheden te bespreken. De bijeenkomsten zijn beurtelings op een van beide ministeries, de notulering gebeurt bij afwisseling. Het DG-overleg wordt voorbereid tijdens overleg van ambtenaren van de ministeries VROM en Binnenlandse Zaken. Het secretariaat ligt afwisselend bij BiZa of VROM.

Waardering: B (3 1994)

9.3 Voorbereiding

1265

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen en evalueren van de crisisbeheersingsorganisatie ten behoeve van een doelmatige bestrijding van bijzondere milieu-omstandigheden.

Periode: 1945-

Producten: Piter-project (pilot-project informatievoorziening en telecommunicatie voor rampenbestrijding)

Paraatheidsdraaiboek VROM

Modeldraaiboek Zomersmog

Opmerking: Deel van deze handeling maakt uit het voorbereiden, vaststellen en onderhouden van handleidingen en draaiboeken in het kader van crisisbeheersing bijzondere milieu-omstandigheden

Waardering: B (5 1994)

1266

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet verlenen van ontheffingen van bij AMvB gestelde regels inzake de instandhouding, door de eigenaren van waterleidingbedrijven, van de openbare drinkwatervoorziening in geval van oorlog en andere buitengewone omstandigheden.

Periode: 1958-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, 14, 3

Waardering: B (6 1994)

1267

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - eventueel tezamen met de ministers van BiZa, V&W, VWS, LNV en SZW - vaststellen van alarmregelingen of beschermingsplannen, inzake de bescherming van mens en milieu tijdens (de dreiging van) een ongewoon vooral, voor inrichtingen.

Periode: 1976-

Producten: Beschikking inzake aanwijzing kernenergiecentrale Dodewaard, 4 mei 1976 (Stcrt. nr. 91)

Beschikking inzake aanwijzing kernenergiecentrale Borssele, 4 mei 1976 (Stcrt. nr. 91)

Beschikking inzake aanwijzing Hoge Flux Reactor Petten, 15 juni 1981 (Stcrt. nr. 137)

Beschikking inzake aanwijzing kerncentrale Doel (België), 21 juni 1983 (Stcrt. nr. 123)

Beschikking inzake aanwijzing Studiecentrum voor Kernenergie Mol, 12 augustus, 1985 (Stcrt. nr. 157)

Beschikking inzake aanwijzing kerncentrale Emsland te Lingen, 20 maart 1988 (Stcrt. nr. 73)

Beschikking inzake vaststelling alarmregeling kernenergiecentrale Borssele, 16 juni 1988 (Stcrt. nr. 107)

Beschikking inzake wijziging alarmregeling kernenergiecentrale Borssele, 28 februari 1992 (Stcrt. nr. 53)

Beschikking inzake vaststelling alarmregeling kernenergiecentrale Dodewaard, 16 juli 1987 (Stcrt. nr. 141)

Beschikking inzake vaststelling alarmregeling Hoge Flux Reactor Petten, 7 september 1981 (Stcrt. nr. 181)

Beschikking inzake vaststelling alarmregeling Kerncentrale Doel, 17 augustus 1981 (Stcrt. nr. 181)

Beschikking inzake vaststelling alarmregeling Studiecentrum voor Kernenergie Mol, 12 augustus 1985 (Stcrt. nr.157)

Beschikking inzake vaststelling alarmregeling kernenergiecentrale Emsland te Lingen, 11 april 1988 (Stcrt. nr. 73)

Opmerking: De hier vastgestelde producten hebben voornamelijk betrekking op kerncentrales, maar kunnen ook betrekking hebben op andere milieugevaarlijke inrichtingen, waarbij de minister een toetsende bevoegdheid heeft.

Waardering: B (6 1994)

1268

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van voorlichting aan de Nederlandse bevolking over mogelijke gevolgen van bijzondere milieu-omstandigheden, de maatregelen ter voorkoming en bestrijding daarvan en de bij deze ongevallen te volgen gedragslijn.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Probleemverkenning project overheidsoptreden bijzondere milieuomstandigheden (POMB), 01-01-1990

Waardering: B+V (6 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B : een exemplaar van voorlichtingsproduct ; V 6 jaar : overige stukken

1270

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanschaffen en onderhouden van middelen die gebruikt dienen te worden in het kader van ongewone omstandigheden welke betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1985-

Opmerking: Het financieren van de aanschaf van middelen door lagere overheden of andere instanties maakt deel uit van deze handeling. De minister van VROM geeft daartoe geld aan de minister van Binnenlandse Zaken. Bijvoorbeeld: aanschaf meetwagens.

Waardering: V (6 jaar)

1271

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van de voorbereidingsmaatregelen inzake crisisbeheersing bijzondere milieu-omstandigheden door middel van training en oefening.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Probleemverkenning project overheidsoptreden bijzondere milieu-omstandigheden (POBM), 01-01-1990

Opmerking: Deze handeling wordt gedaan in overeenstemming met andere ministers.

Waardering: V (3 jaar)

9.4 Beoordeling en coördinatie tijdens incidenten

1272

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van specifieke milieu-aspecten in geval van bijzondere omstandigheden.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Probleemverkenning project overheidsoptreden bijzondere milieu-omstandigheden (POBM)

Jaarverslag RIMH,

Opmerking: De Technische Informatie Groep (TIG) kan worden geactiveerd. Het systeem geschiedt soms in samenwerking met het RIVM. Bijvoorbeeld: registreren radioactieve besmetting in de lucht (art. 58, lid 3, Kernenergiewet).

Waardering: B (7 1994)

1274

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het beoordelen van de omvang van een milieu-ongeval.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Probleemverkenning project overheidsoptreden bijzondere milieuomstandigheden (POBM)

Opmerking: -Afgevaardigden van de ministeries van VROM, SZW en VWS kunnen een beoordelingseenheid vormen. Daaraan kunnen de Commissarissen der Koningin en burgemeesters van respectievelijk de betrokken provincies en gemeenten een bijdrage leveren.-Deel van deze handeling kan uitmaken: Het verzoeken aan de minister van VROM om een (locaal) ongeval met een categorie B-object met die van een Categorie A-object (dus als een nationale ramp) gelijk te stellen (Art. 42, lid 1, en 2, Kernenergiewet).-Naar aanleiding van de conclusie van de ministers wordt bepaald wie de afhandeling van de bijzondere milieuomstandigheden coördineert. De verantwoordelijkheid inzake de coördinatie kan worden gelegd bij:-De lagere overheden (Commissaris van de koningin / burgermeesters), met (eventueel)de inspecteur, in het geval van een milieu-incident;-De minister van Milieubeheer in het geval van een milieu-ongeval van beperkte omvang. Daarbij wordt het Departementaal Coördinatiecentrum (DCC) geactiveerd;-De minister in het geval van een milieu-ongeval of -ramp. De minister treedt op als voorzitter van het Nationaal Beleidsteam. Het Nationaal Beleidsteam komt bijeen in het Nationaal Coördinatie Centrum (NCC). Het Nationaal Beleids Team bestaat uit afgevaardigden van de volgende ministeries: Algemene Zaken, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken, Landbouw, Natuur en Visserij, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Verkeer en Waterstaat, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Volksgezondheid, Welzijn en Sport en eventueel Defensie en Economische zaken.-De minister van Binnenlandse Zaken neemt het voortouw als er sprake is van een ongeval of ramp waarbij de openbare orde en veiligheidsaspecten een belangrijke rol spelen.

Waardering: B (7 1994)

1279

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het optreden tijdens bijzondere milieu-omstandigheden.

Periode: 1945-

Opmerking: De omschrijving hierboven is ruim gesteld omdat niet altijd duidelijk is hoe in de praktijk gehandeld zal worden. Bijvoorbeeld: -Het tijdens bijzondere milieu-omstandigheden, wanneer een algemene maatregel van bestuur niet kan worden afgewacht, vaststellen van een tijdelijke regeling met de strekking van een algemene maatregel van bestuur. (Art. 1, lid 4 Wet chemische afvalstoffen (1977-1994) / Art. 21, Wet bodembescherming / Art. 1.1, lid 12, 8.35, 10.5, Wet milieubeheer / Art. 49, lid 1, Kernenergiewet) ; -het tezamen met andere ministers treffen van alle maatregelen die met het oog op de openbare gezondheid door de omstandigheden noodzakelijk worden geacht, indien het milieu met radioactieve stoffen dreigt te besmetten of al is besmet (Art. 38 - 43, Kernenergiewet) ; -het bevelen aan de drijvers van een inrichting deze te sluiten, buiten werking te stellen of het verblijf - in geval van een voertuig - in Nederland te beëindigen indien deze het milieu zodanig met radioactieve stoffen dreigt te besmetten dat de openbare gezondheid gevaar loopt ; -het treffen van alle maatregelen die naar omstandigheden noodzakelijk worden geacht indien de bedrijfsvoering van een inrichting - als bedoeld in artikel 15, onder b - ernstige tekortkomingen vertoont ; -het treffen van alle maatregelen die met het oog op de bescherming van de mens of het milieu nodig worden geacht indien stoffen of preperaten, dan wel handelingen met stoffen of preperaten onduldbaar gevaar opleveren voor mens en milieu (Art. 40, Wet milieugevaarlijke stoffen). De minister neemt deze maatregel in overeenstemming met de ministers die het mede aangaat, tenzij de vereiste spoed dit naar zijn oordeel niet gedoogt. In dat geval onderwerpt de minister deze maatregel zo snel mogelijk aan het oordeel van de Raad van Ministers. Hiervan kan deel uitmaken: -het geheel of gedeeltelijk stopzetten van het vervaardigen of in Nederland invoeren van stoffen of preparaten of van producten die die stoffen of preparaten bevatten indien deze onduldbaar gevaar voor mens en milieu kunnen opleveren. het in beslag nemen en, zo nodig, vernietigen van stoffen of preparaten die die stoffen of preparaten bevatten indien deze onduldbaar gevaar voor mens en milieu kunnen opleveren ; -het beletten dat bepaalde gebieden zonder toestemming van de minister van Milieubeheer worden betreden door dieren, planten of goederen zonder zodanige toestemming daarbinnen of daarbuiten worden gebracht indien deze gebieden zijn besmet of dreigen te worden besmet door stoffen of preparaten of produkten die die stoffen bevatten ; -het buiten toepassing verklaren van hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne indien een vergunningaanvraag betrekking heeft op chemische afvalstoffen of afgewerkte olie, die als gevolg van bijzondere milieu-omstandigheden dringend verwijderd dienen te worden. (Art. 12, lid 3, Wet chemische afvalstoffen) ; -het, indien dit door een ongewoon voorval nodig is, in het belangvan de bescherming van het milieu, bij degene bij wie afvalstoffen worden ingezameld, afgegeven, ontstaan of aanwezig zijn, opleggen van verplichtingen of verboden(Art. 17.4, lid 2, Wet milieubeheer).Bij inrichtingen die op grond van artikel 8.35 in bijlage III Ivb zijn aangewezen wordt de handeling gedaan door de minister van Milieubeheer in de plaats van Gedeputeerde Staten.

Waardering: B (7 1994)

9.5 Nadere beschikkingen

1280

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor tijdens bijzondere milieuomstandigheden getroffen maatregelen.

Periode: 1970-

Waardering: B (6 1994)

1285

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het tezamen met de minister van SZW en VWS toekennen van schadevergoedingen aan personen of instellingen die door toepassing van maatregelen - die betrekking hebben op de bestrijding bijzondere milieu-omstandigheden - schade hebben geleden.

Periode: 1970-

Opmerking: De schade kan worden verhaald op degene die voor het ontstaan van deze omstandigheden aansprakelijk kan worden gesteld. Bijvoorbeeld: het toekennen van een schadevergoeding aan personen, voor wie uit de toepassing van onderscheidenlijk artikel 39, 40, 41, 42, 43, 44, 45 of 46 van de Kernenergiewet schade is ontstaan (art. 48 KEW).

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar na de financiële controle.

1286

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen van aanbevelingen aan de houders van inrichtingen naar aanleiding van een ongewoon ongeval waardoor nadelige gevolgen voor milieu zijn ontstaan.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 17.3

Waardering: V (2 jaar)

1287

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzoeken aan het bevoegde gezag om na een ongewoon voorval, de milieuvergunning te wijzigen of buiten werking te stellen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 17.4, lid 3

Waardering: V (3 jaar)

1289

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het, na een ongewoon voorval, geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van milieuvergunningen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 17.4, lid 3

Waardering: B (7 1994)

1290

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het met andere ministeries vaststellen van een schadeloosstellingregeling na bijzondere voorvallen.

Periode: 1945-

Opmerking: Hieronder worden alleen handelingen opgenomen die leiden tot uitkeringen onder verantwoording van het ministerie van VROM als gevolg van ingrepen die door VROM zelf waren verricht. Schade door rampen worden uitgekeerd door het Nationaal Rampenfonds, dat daarvoor een afzonderlijke wettelijke bevoegdheid kent. Vooralsnog wordt in deze handeling ook inbegrepen de beslissing of de schade ook aan derden kan worden verhaald. Dan wel kan worden verzekerd.

Waardering: B (7 1994)

1291

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het met andere ministeries verhalen van schade aan veroorzakers van milieurampen.

Periode: 1970-

Opmerking: Gegevens over relevante incidenten bevinden zich in de dossiers van hogere instanties van de rechterlijke macht.

Waardering: V (6 jaar)

10. Handhaving [Vervallen per 26-04-2009]

10.1 Beleidsvoorbereiding en -planning handhaving milieuregels

10.1.1 Algemeen

1292

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Producten: Meerjarig Intensiveringsprogramma handhaving wetgeving chemische afvalstoffen MIP 1984

producten van beleidsafdelingen van het ministerie zijn bijdragen aan notities inzake de handhaving van het milieubeleid, met name op het gebied van de geluidhinder

Opmerking: Dit valt voor een groot deel onder de werkzaamheden van de Afdeling Handhaving Milieuwetgeving ban 1984, die later opging in de Rijksinspectie Milieuhygiëne. Hierbij worden de volgende problemen aan de orde gesteld: de achterstand in het gemeentelijk vergunningenbeleid, het gedogen van afwijkingen van milieuregels als gevolg van ontoereikende toepassing van de Hinderwet, het justitieel vervolgingsbeleid.

Waardering: B (1 1994)

1293

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het evalueren van de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van de milieuwetgeving.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Handhaving, maart 1996,

Waardering: B (3 1994)

1295

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen inzake de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Waardering: B (7 1994)

10.1.2 Commissies

1296

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het instellen van bijzondere adviescommissies inzake de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Waardering: B (5 1994)

1297

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van leden van commissies, raden etc., welke betrekking hebben op de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Waardering: V (2 jaar)

1298

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het deelnemen aan commissies, werkgroepen, advies- en overlegorganen - waarvan de minister van Milieubeheer noch het voorzitterschap, noch het secretariaat uitoefent maar waarin de minister wel vertegenwoordigd is - ten behoeve van het uitdragen van het gezichtspunt van de minister van milieubeheer inzake de handhaving van de milieuregels.

Periode: 1962-

Opmerking: Bijvoorbeeld: deelname aan de Projektgroep Aanpak Zware Milieucriminaliteit.

Waardering: V (2 jaar)

10.1.3 Onderzoek

1300

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van onderzoeksprogramma's inzake de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Producten: Handhavingsonderzoekprogramma (HOP)

Opmerking: Het HOP heeft tot doel samenhang en afstemming te brengen in de verschillende beleidsonderbouwende onderzoeken ten behoeve van de ontwikkeling en intensivering van de handhaving.

Waardering: B (1 1994)

1301

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (laten) verrichten van algemeen beleidsondersteunend onderzoek naar de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Opmerking: Het financieren van onderzoek kan deel uitmaken van deze handeling.

Waardering: B (1 1994)

10.1.4.1 Aanwijzing

1302

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu.

Periode: 1962

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 1

Producten: Beschikking, houdende aanwijzing van een inspecteur, 8 januari 1971 (Stcrt. nr. 8), 2 augustus 1971 (Stcrt. nr. 153)

Waardering: B (5 1994)

1303

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren, belast met het toezicht op de bodemsanering.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering, art. 23

Producten: Aanwijzing van de Hoofdinspecteur van de Milieuhygiëne en het Corps Controleurs Gevaarlijke Stoffen (Stcrt. 1994, nr. 40)

Waardering: B (5 1994)

1304

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in overeenstemming met de minister die het mede aangaat - aanwijzen van diensten/ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de milieuwetgeving.

Periode: 1958-

Grondslag/Bron: Gezondheidswet (Stb. 1958, 397)

Producten: Besluit 1961 (Stb. 480)

Opmerking: Het bepalen dat door de hem - minister van Milieubeheer - aangewezen ambtenaren uitsluitend belast zijn met het toezicht inzake bepaalde gevallen of categorieen van gevallen maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: B (5 1994)

1306

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van personen of instellingen die toezicht houden op de naleving van de Kernenergiewet.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 58, lid 1-3

Producten: Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet (Stcrt. 1969, nr. 38)

Beschikking, houdende nadere aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Kernenergiewet (Stcrt. 1969, nr. 25)

Beschikking, houdende aanwijzing toezichthoudende ambtenaren (Stcrt. 1988, nr. 228)

Opmerking: Deel van deze handeling maakt onder andere uit:- Het aanwijzen van geneeskundigen die medisch toezicht houden op personen die werken met radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen, -Het aanwijzen van een ambtenaar die op basis van artikel 25, eerste lid, onder a van de Warenwet die gegevens registreert betreffende het bereiden, voorhanden hebben, vervoeren, toepassen, binnen Nederlands grondgebied brengen of ontdoen van radioactieve stoffen, -Het aanwijzen van een dienst of instelling die verifieert of straling uitzendende toestellen regelmatig gecontroleerd worden, -Het aanwijzen van ambtenaren die de zorg hebben over het meetprogramma maakt ook deel uit van deze handeling, -Het aanwijzen van geneeskundigen die belast zijn met het medisch toezicht op personen die met straling in aanraking kunnen komen, -Het toelaten van personen, die zijn aangewezen om de naleving van internationale overeenkomsten te controleren, -Het controleren van de administratie van een inrichting inzake het voorhanden hebben, toepassen en zich ontdoen van radioactieve stoffen.

Waardering: B (5 1994)

1307

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een instelling of persoon die in beslag genomen splijtstoffen en ertsen beheert.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 22, lid 4, art. 33 lid 4

Waardering: B (5 1994)

1308

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art 1

Producten: Beschikking, houdende aanwijzing van een inspecteur, 8 januari 1971, (Stcrt. nr. 8), 2 augustus 1971 (Stcrt. nr. 153)

Waardering: B (5 1994)

1310

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren, belast met het toezicht op de bodemsanering.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering, art. 23

Producten: Aanwijzing van de Hoofdinspecteur van de Milieuhygiëne en het Corps Controleurs Gevaarlijke Stoffen (Stcrt. 1994, nr. 40)

Waardering: B (5 1994)

1311

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in overeenstemming met de minister die het mede aangaat - aanwijzen van diensten/ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de wetgeving inzake de geluidhinder.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 148, lid 1 en 3

Opmerking: Vanaf 1992 is het toezicht op de geluidhinder geregeld in de Wet Milieubeheer.

Waardering: B (5 1994)

1312

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in overeenstemming met de minister die het mede aangaat - aanwijzen van diensten/ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de wetgeving inzake afvalstoffen en chemisch afval.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet

Wet chemische afvalstoffen

Producten: Besluit van 8 april 1982 (Stcrt. nr. 77), houdende aanwijzing toezichthoudende ambtenaren Wet chemische afvalstoffen en Afvalstoffenwet

Opmerking: Vanaf 1992 is het toezicht op de geluidhinder geregeld in de Wet Milieubeheer.

Waardering: B (5 1994)

10.1.4.2 Coördinatie en taakinvulling

1313

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van taakomschrijvingen van ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving op de luchtverontreiniging.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 75, lid 2 en 3

Producten: Besluit taakvervulling provinciale en gemeentelijke toezichtambtenaren luchtverontreiniging (Stb. 1975, 470)

Waardering: B (4 1994)

1317

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het maken van afspraken inzake de communicatie tussen de provinciale overheid en de rijksoverheid betreffende de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1945-

Producten: bestuursovereenkomst

samenwerkingsovereenkomst

Opmerking: Afgevaardigden van het ministerie van Milieubeheer en het IPO nemen deel aan het zogenaamde Protocol Overleg. Een en ander kan er toe leiden dat het rijk onderzoek doet naar het handhavingsbeleid van gemeenten en regio's.

Waardering: B (5 1994)

1318

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzorgen en instandhouden van overlegplatforms ten behoeve van de handhaving van de milieuwetgeving in de provincie.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 155, lid 1

Producten: Declaratie

Aanwijzingsbeschikking

Opmerking: Een voorbeeld is het Inspectieberaad Externe Veiligheid IBEV, waarin de ministers, de inspecteur en de regionale inspecteurs zitting hebben. In dit overleg wordt de externe veiligheidsrapportage van risicovolle ondernemingen besproken.

Waardering: V (5 jaar)

1319

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het leveren van inhoudelijke bijdragen aan overlegplatforms ten behoeve van de handhaving van de milieuwetgeving in de provincie.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 155, lid 1

Producten: Vergaderverslag

Waardering: B (3 1994)

1320

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het vaststellen van taakomschrijvingen van ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving op de geluidhinder.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 55, lid 2

Waardering: B (4 1994)

1323

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in overeenstemming met de ministers onder wier ministerie de toezichthoudende diensten/ambtenaren ressorteren - stellen van (nadere)regels betreffende de taakvervulling van de diensten/ambtenaren die toezicht houden op de naleving van de milieuwetgeving.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.4, lid 2 e.a.

Opmerking: Voorbeelden: Het geven van bindende aanwijzingen over de uitoefening van het door de minister verleende mandaat met betrekking tot de publiekrechtelijke dwangsom.

Waardering: B (4 1994)

1325

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en wijzigen van handleidingen, draaiboeken en richtlijnen inzake de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1970-

Producten: Handboek toezicht op uitvoeringsbesluiten m.b.t. de Wet milieugevaarlijke stoffen

Handreiking toezicht vergunninghouders voor de verwijdering van chemische afvalstoffen en afgewerkte olie

Voorlopige Inspectierichtlijn blootstellingsrisico bij bodemverontreiniging (1990)

Handhaving van het besluit gebruik dierlijke meststoffen BGDM in de praktijk

Circulaire Uitvoering en handhaving van het asbestbeleid door de gemeenten

Handhavingsuitvoeringsmethode voor de EG-verordening betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen naar en uit de Europese Gemeenschap (EVOA)

Inspectierichtlijn lijkbezorging

Opmerking: Deze handleidingen gelden als toelichting op de wet- en regelgeving en dienen ter openbaarmaking van de criteria die door de inspectie worden gehanteerd.

Waardering: B (4 1994)

1326

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van werkplannen inzake de handhaving van het milieubeleid.

Periode: 1985-

Producten: Inspectieplan

Waardering: B (4 1994)

1327

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten en evalueren van projekten inzake het stimuleren van een uniforme en gecoördineerde handhaving.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, 03-03-2003

Producten: Landelijk handhavingsproject Uitvoering bestuursovereenkomst vergunningverlening en handhaving door de provincie in 1992. 1993

pilot-projecten inzake de ontwikkeling van een uniform en praktisch handhavingsmodel

totstandbrenging van een handhavingsnetwerk en het gecoördineerd uitvoeren van de handhaving

PMO-project Noord-Holland (project inzake subsidiering externe ondersteuning provincie bij het opzetten van o.a. een provinciale handhavingsstructuur)

Waardering: B (5 1994)

1328

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van uitvoering aan projekten inzake het stimuleren van een uniforme en gecoördineerde handhaving.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: NMP, 01-01-1986

Waardering: V (2 jaar)

10.1.4.3 Opleidingsprogramma's

1329

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (mede) opzetten van organisaties inzake het overdragen van kennis die direct of indirect betrekking heeft op de handhaving en de uitvoering van de milieuwetgeving.

Periode: 1985-

Producten: Stichting inzake Opleidingen Dierplagenbestrijding

Waardering: B (5 1994)

1330

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten van onderwijsprogramma's en het meewerken aan instructieboeken inzake de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1985-

Producten: Stage-programma inzake handhaving van de EVOA

Werkboek handhaving milieuwetgeving [voor de politie]. 1991-

Handhavingsbundel CFK-regelgeving, 1993

Waardering: V (3 jaar)

Bewerkingsinstructie: 3 jaar na het in onbruik zijn van het programma.

1331

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van of assisteren bij de uitvoering aan onderwijs- of instructieprogramma's inzake de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1945-

Waardering: V (3 jaar)

10.2 Toezicht milieuregels

10.2.1 Toezicht algemeen

1332

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, opzetten en evalueren van projekten en programma's inzake het toezicht op de naleving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Producten: Inspectieprogramma Stralingsbescherming (IPS)

Project Geweigerde Vergunningen

Project Kwaliteit Dierplagenbestrijding 1992/1993, 1996

Actie Supermarkt CFK

Actie Horeca CFK

Opmerking: Andere inspecties - zoals bijvoorbeeld de arbeidsinspectie - kunnen ook bij deze handeling betrokken zijn.

Waardering: B (6 1994)

1334

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het repressief en preventief controleren van vergunningplichtige en niet-vergunningplichtige inrichtingen op de naleving van de milieuregels.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: milieuwetten, diverse

Opmerking: Vanaf 1945 tot en met 1984 was het Rijksinstituut voor de Drinkwatervoorziening (RID) belast met het toezicht op de (drink)watervoorziening. Het toezicht op de uitvoering van de Hinderwet geschiedt op provinciaal niveau. Deel van deze handeling maakt ook uit: -het houden van toezicht op de uitvoering van bodemsaneringsprojekten -het uitoefenen van toezicht op waterleidingbedrijven (art. 2, Waterleidingbesluit) -toezichthoudende bevoegdheden zijnde bevoegdheid inzage te krijgen en afschrift te nemen van boeken en andere zakelijke bescheidende bevoegdheid vervoermiddelen en hun lading te onderzoeken -de bevoegdheid met apparatuur alle plaatsen te betreden -de bevoegdheid zich te laten vergezellen door bepaalde aangewezen personen -de bevoegdheid goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en daarvan monsters te nemen -de bevoegdheid om in afwachting van een nadere maatregel bepaalde handelingen te verbieden als er gevaar dreigt voor het milieu. Een en ander is expliciet geformuleerd met betrekking tot handelingen met radioactieve stoffen. In veel gevallen volgt na zo'n verbod spoedig een nieuwe controle. De inspecteur kan het verbod herhalen mocht tijdens de hernieuwde controle geconstateerd worden dat de houder van de inrichting zich niet aan het verbod houdt. Dit kan eventueel gebeuren met dreiging van bestuursdwang -de bevoegdheid om door het opmaken van een proces-verbaal strafbare feiten te constateren en aangifte te doen bij justitie.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na afdoening van de zaak.

1338

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvrage van toezicht houdende ambtenaren afgeven van een schriftelijke machtiging tot het betreden van particuliere eigendommen in verband met de Kernenergiewet.

Periode: 1969-1994

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 61, lid 1

Opmerking: Deze handeling wordt tevens gedaan door de ministers die het rechtstreeks aangaat. Na 1994 heeft de milieu-inspecteur een rechtstreekse bevoegdheid om op te treden, zoals ook bij andere milieuwetten gebruikelijk is. Handelingen die leiden tot rechtstreeks ingrijpen zijn beschreven in hoofdstukken betreffende sancties.

Waardering: V (2 jaar)

10.2.2 Gedoogverklaringen

1340

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake het gedogen van situaties, die niet in overeenstemming zijn met milieuregels.

Periode: 1945-

Producten: Nota Gedoogbrieven (Handelingen TK 1989-1990, 21 137, nr. 26)

Opmerking: De minister van Verkeer en Waterstaat is nauw bij deze handeling betrokken.

Waardering: B (1 1994)

1341

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag bij het verlenen van gedoogbeschikkingen aan houders van inrichtingen die niet aan de milieuregels voldoen.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Nota Gedoogbrieven (Handelingen TK 1989-1990, 21 137, nr. 26), 03-03-2003

Opmerking: Deze adviezen kunnen gezien worden als 'ministeriele gedoogbeschikkingen', die soms op aanvraag van belangengroeperingen zijn genomen.

Waardering: B (6 1994)

1343

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het behandelen van een beroep tegen een beschikking afgegeven door personen of instellingen die zich bezig houden met de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1945-

Opmerking: Het betreft bevelen tot staking van werkzaamheden, bevelen tot sluiting, wijziging van vergunningsvoorwaarden, intrekking van vergunning, e.d., beschreven in de volgende hoofdstukken, voorzover lagere overheden of de inspecteur bevoegd gezag zijn.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na de definitieve uitspraak.

10.2.2.1 Controle op de drinkwatervoorziening

1351

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID), 1913-1983

Handeling: Het adviseren van derden inzake gevallen van waterzuivering.

Periode: 1945-1984

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995), 03-03-2003

Waardering: V (5 jaar)

1352

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beslissen op een door de eigenaar van een waterleidingbedrijf bij de minister ingesteld beroep tegen een beslissing van de inspecteur, inzake onderzoekingen naar de kwaliteit van het drinkwater.

Periode: 1961-1993

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art 17, lid 2

Waardering: V (15 jaar)

1355

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een rapport over de kwaliteit van het drinkwater.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Jaarverslag Inspectie Milieuhygiëne 1994, blz. 9

Producten: Rapport De kwaliteit van het drinkwater in Nederland

Opmerking: Dit rapport wordt voorbereid door de inspecteur. Vanaf 1992 wordt dit rapport mede samengesteld op grond van de gegevens, verstrekt door de regionale inspecteurs, op grond van een vragenlijst van het RIVM.

Waardering: B (2 1994)

1357

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het goedkeuren van de toevoeging van stoffen aan water door de eigenaar van een waterleidingbedrijf met het doel deze door middel van het drinkwater aan de verbruikers te doen toekomen.

Periode: 1961-1976

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 4, lid 3

Waardering: B (6 1994)

1358

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aan de eigenaar van een waterleidingbedrijf wegens bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting zich te houden aan kwaliteitsnormen, zoals vastgesteld in tabel III van het Waterleidingbesluit.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art.4, lid 2,

Waardering: B (6 1994)

1360

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het onder bepaalde omstandigheden ontheffing verlenen van voor de eigenaar van een waterleidingbedrijf geldende verboden drinkwater te bereiden uit oppervlaktewater.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art.17e

Opmerking: Van de bedoelde omstandigheden is in een der volgende gevallen sprake: 1. indien de eigenaar een zodanige behandeling - met inbegrip van menging - van het water kan toepassen dat het bereide drinkwater voldoet aan de in het Waterleidingbesluit t.a.v. drinkwater gestelde eisen; 2. indien de eigenaar is aangewezen op oppervlaktewater dat, ofschoon niet voldoende aan kwaliteitsklasse III, in zijn gebruik geen onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid meebrengt; 3. indien overschrijding van de in bijlage D van het Waterleidingbesluit genoemde waarden het gevolg is van de natuurlijke gesteldheid van de bodem en de invloed daarvan op het water; 4. in de in bijlage D van het Waterleidingbesluit aangegeven gevallen: a. indien overschrijding van de waarden plaatsvindt bij oppervlaktewater uit meren met een diepte van ten hoogste 20 meter, waarin de vervanging van het water meer dan een jaar in beslag neemt en waarin geen afvalwater wordt geloosd; b. indien de overschrijding van de waarden het gevolg is van uitzonderlijke geografische omstandigheden. In de omstandigheden 3 en 4 kan van de bedoelde verboden alleen ontheffing worden verleend indien het belang van de volksgezondheid zich daartegen niet verzet.

Waardering: V (2 jaar)

1367

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het beslissen in een beroep, aangespannen door de eigenaar van een waterleidingbedrijf, tegen een beschikking van een geneeskundige inspecteur inzake de gezondheid van het personeel.

Periode: 1961-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 23, lid 1,

Opmerking: Hierbij is inbegrepen de schadeloosstelling die als gevolg van dit beroep aan het waterleidingbedrijf zou moeten worden toegekend.

Waardering: V (15 jaar)

10.2.3 Controle van een inrichting op grond van Wet op de hygiëne en de veiligheid van zweminrichtingen

1369

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van de gegevens op de door Gedeputeerde Staten aangelegde en bijgehouden lijst van de zweminrichtingen en de niet-ingerichte zwemplaatsen in oppervlaktewater.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, art. 10b, lid 2

Waardering: V (5 jaar)

1372

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake het sluiten van een inrichting op grond van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden.

Periode: 1952-1993

Waardering: B (1 1994)

1375

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlengen van de termijn waarbinnen zwemplaatsen in oppervlaktewater moeten worden gesloten of waarbinnen ten aanzien van deze plaatsen een zwemverbod zal worden ingesteld.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, art. 11, lid 4

Waardering: V (2 jaar)

1377

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beslissen in een beroep tegen een besluit van Gedeputeerde Staten/de Commissaris van de koningin tot het ongedaan maken van, of de afwijzing van een verzoek tot, de sluiting van een zweminrichting of de intrekking van een zwemverbod op een niet-ingerichte zwemplaats.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, art. 13, lid 1 en 2

Waardering: V (2 jaar)

10.3.1 Intrekken van vergunningen en ontheffingen

1385

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake het intrekken of wijzigen van vergunningen of ontheffingen.

Periode: 1945-

Waardering: B (1 1994)

10.3.2 Intrekken van gedoogverklaringen

1386

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van gedoogverklaringen inzake overtredingen van de milieuregels.

Periode: 1945-

Waardering: B (6 1994)

10.3.3 Intrekken van Hinderwetvergunningen

1388

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van door de Kroon toegewezen Hinderwetvergunningen wegens gebleken gevaar of hinder.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet, art. 26, onder b

Opmerking: Voor de toewijzing van Hinderwetvergunningen door de Kroon, zie handeling nr.

Waardering: B (6 1994)

10.3.4 Intrekken van milieuvergunningen op grond van de Wet milieubeheer

1393

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag inzake het intrekken van vergunningen of ontheffingen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.13

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na het onherroepelijk zijn van de beschikking.

1394

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzoeken aan Gedeputeerde Staten of het college van B&W om een vergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken of om de voorschriften verbonden aan een vergunning te wijzigen, aan te vullen of in te trekken.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 8.39, lid 1 onder a en b, art. 18.14, lid 1

Wet milieubeheer, art. 8.1

Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50), art. 3.1, 3.2, 4.1

Waardering: V (15 jaar)

1395

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van een bindende aanwijzing aan het bevoegde gezag inzake het intrekken van verleende vergunningen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.14, lid 2

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na het onherroepelijk zijn van de beschikking.

1396

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van vergunningen welke op basis van de Wet milieubeheer zijn verleend door de minister van milieubeheer.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.12,

Opmerking: Zie inleiding uitvoeringsinstrument Vergunningverlening Wm de vergunningen die de minister van Milieubeheer worden verleend.

Waardering: B (6 1994)

1397

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van ontheffingen inzake verboden die betrekking hebben op afvalstoffen en die zijn gesteld in de Wet milieubeheer.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.12

Waardering: B (6 1994)

10.3.5 Wet luchtverontreiniging

1399

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van ontheffingen in het belang van de landsverdediging inzake verboden die voortkomen uit de Wet op de luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1993

Grondslag/Bron: Wet op de luchtverontreiniging, art. 33 en 34

Waardering: B (6 1994)

10.3.6 Intrekken vergunningen Wet geluidhinder

1402

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van ontheffingen van het verbod om apparaten te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren, te vervoeren of te gebruiken.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 2.1, 33

Waardering: B (6 1994)

10.3.7 Intrekken van vergunningen voor afvalverwerking (Afvalstoffenwet)

1404

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van vergunningen welke voortkomen uit de Afvalstoffenwet en zijn verleend aan inrichtingen die zich van afvalstoffen ontdoen en van meer dan provinciaal belang zijn.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 51

Waardering: V (30 jaar)

1406

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van ontheffingen van in de Afvalstoffenwet gestelde verboden.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 51

Waardering: B (6 1994)

10.3.8 Intrekken van vergunningen Wet bodembescherming

1408

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het wijzigen van voorschriften en voorwaarden op verleende ontheffingen van bepalingen tegen bodemverontreiniging of intrekking van die ontheffingen.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374), art. 66

Waardering: B (6 1994)

1409

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van vergunningen - welke voortkomen uit de Wet bodembescherming - tot het houden van stortplaatsen op militaire terreinen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.12,

Waardering: V (30 jaar)

1410

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van vergunningen - welke voortkomen uit de Wet bodembescherming - tot het lozen van afvalwater vanaf militaire terreinen.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.12

Waardering: V (30 jaar)

1411

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het intrekken van vergunningen - welke voortkomen uit de Wet bodembescherming - tot het infiltreren van grondwater.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.12

Waardering: V (30 jaar)

1412

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van vergunningen - welke voortkomen uit de Wet bodembescherming - voor het houden van ondergrondse opslagtanks met een inhoud van meer dan 150 kubieke meter ten behoeve van de krijgsmacht.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.12

Waardering: V (30 jaar)

1415

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van ontheffingen - op basis van de Wet bodembescherming van een verbod op lozing van huishoudelijk afvalwater, koelwater en overige vloeistoffen op de bodem door inrichtingen die onder een door de minister aangewezen categorie van verontreinigende inrichtingen vallen.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming 1986, art. 66

Wet milieubeheer, art. 18.12

Waardering: B (6 1994)

10.3.9 Intrekken van vergunningen Wet chemische afvalstoffen

1418

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het intrekken van vergunningen - verleend op basis van de Wet chemische afvalstoffen - inzake het zich ontdoen, bewerken, verwerken of vernietigen van chemische afvalstoffen en afgewerkte olie.

Periode: 1979-1992

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 13

Waardering: B (6 1994)

1419

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van ontheffingen die betrekking hebben op verboden die zijn gesteld in de Wet chemische afvalstoffen.

Periode: 1979-1992

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen, art. 13

Waardering: B (6 1994)

10.3.10 Intrekken van vergunningen Kernenergiewet

1420

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (doen) intrekken van vergunningen betreffende handelingen met splijtstoffen of ertsen.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 20 onder a, lid 1

Opmerking: Voor het intrekken van vergunningen inzake kernenergiecentrales is de minister van Economische Zaken de eerstverantwoordelijke. Voor handelingen met radiologische apparaten zijn de ministers van Sociale Zaken en/of Volksgezondheid de eerste verantwoordelijke.

Waardering: B (6 1994)

1422

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het intrekken van vergunningen door de minister van Sociale Zaken betreffende het vervoer en het gebruik van ioniserende en stralende toestellen.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 20 onder a, lid 1

Waardering: B (6 1994)

1423

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het intrekken van ontheffingen - verleend in het belang van de landsverdediging of ten behoeve van instellingen van de wetenschap - welke betrekking hebben op verplichtingen of verboden zoals staan vermeld in artikel 15, 29 en 34 van de Kernenergiewet.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 20 onder a, lid 1

Waardering: B (6 1994)

1424

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het intrekken van ontheffingen - inzake het vervoer van ertsen of radioactieve stoffen - welke betrekking hebben op bepalingen die staan vermeld in de reglementen betreffende vervoer van gevaarlijke stoffen over spoor (VSG), land (VLG) en binnenwateren (VBG).

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 20 onder a, lid 1

Opmerking: Verklaringen gebruikte afkortingen: VSG - Reglement betreffende het vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen, Stcrt. 1982, 19. VLG - Reglement betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen, Stcrt. 1985, 211. VBG - Reglement betreffende het vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen, Stcrt. 1968, 207.

Waardering: B (6 1994)

1425

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het leveren van een bijdragen aan het intrekken van ontheffingen van verboden met betrekking tot het gebruik van radioactieve stoffen en toestellen.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 20 onder a, lid 1

Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465) en zijn voorlopers het Radioactieve stoffenbesluit (Stb. 1981, 501) en het Toestellenbesluit (Stb. 1981, 565)

Waardering: B (6 1994)

1426

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het verlengen van de termijn van een beschikking inzake het verbod dat betrekking heeft op het verrichten van werkzaamheden met radioactieve stoffen, ioniserende straling uitzendende toestellen of lijken van dieren en mensen die in contact zijn geweest met ioniserende straling.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 36, lid 3

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na aflopen van de definitieve termijn.

1427

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het behandelen van een beroep tegen een beschikking afgegeven door personen of instellingen die zich bezig houden met de naleving van de Kernenergiewet.

Periode: 1969-

Grondslag/Bron: Besluit stralenbescherming Kernenergiewet (Stb. 1986, 465)

Opmerking: Het behandelen van een verzoek voor herkeuring, afkomstig van een persoon die een medisch onderzoek heeft gehad dat al dan niet resulteerde in het verbod om werkzaamheden te verrichten met radioactieve stoffen of straling uitzendende toestellen, maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: B (6 1994)

10.3.11 Intrekken van vergunningen aan waterwin- en waterleidingbedrijven

1428

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van een vergunning aan waterleidingbedrijven.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 16

Waardering: B (6 1994)

1430

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van aan een vergunning inzake grondwaterwinning.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 15, lid 1 en 5

Waardering: B (6 1994)

1431

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van een vergunning, indien de vergunninghouder schriftelijk verklaart daarvan geen gebruik te zullen maken of indien de inrichting waarvoor zij is verleend gedurende vier achtereenvolgende jaren niet wordt gebruikt of een andere bestemming krijgt.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 16

Waardering: V (2 jaar)

1432

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van een ontheffing met betrekking tot het verbod drinkwater te bereiden uit oppervlaktewater.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 17f, lid 1

Waardering: B (6 1994)

1433

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van een aan de eigenaar van een waterleidingbedrijf verleende ontheffing van de verplichting zich te houden kwaliteitsnormen, zoals vermeld in tabel III in bijlage A van het Waterleidingsbesluit.

Periode: 1984

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 4, lid 3

Waardering: B (6 1994)

10.3.12 Luchtvaartwet

1434

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het intrekken van de aanwijzing van een luchtvaartterrein om redenen van geluidshinder of milieugevaar

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 29

Waardering: B (6 1994)

10.3.13 Sluitingsbevel aan een inrichting op grond van Hinderwet

1435

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake het sluiten van een inrichting op grond van de Hinderwet.

Periode: 1945-1993

Waardering: B (1 1994)

1436

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag inzake het sluiten van een inrichting die niet over een Hinderwetvergunning beschikt of niet voldoet aan de in die vergunning gestelde voorwaarden.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet, art. 28

Waardering: B (6 1994)

1438

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het indienen van een verzoek - bij het bevoegde gezag - tot sluiting van een inrichting die niet over een Hinderwetvergunning beschikt of niet aan de in die vergunning gestelde voorschriften voldoet.

Periode: 1952-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet, art. 28, lid 3

Waardering: B (6 1994)

1442

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanzeggen van een bevel tot de sluiting van een inrichting, die niet van een Hinderwetvergunning is voorzien of niet voldoet aan de in die vergunning gestelde voorschriften.

Periode: 1981-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet, art. 28

Waardering: B (6 1994)

10.3.14 Ingrijpen op grond van de Kernenergiewet

1445

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlengen van de termijn van een beschikking inzake een verbod - afkomstig van ambtenaren belast met de naleving van de Kernenergiewet - dat betrekking heeft op het verrichten van werkzaamheden met radioactieve stoffen, ioniserende stralen uitzendende toestellen of lijken van dieren en mensen die in contact zijn geweest met ioniserende straling.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Kernenergiewet, art. 36, lid 3

Waardering: B (6 1994)

10.3.15 Saneringsbevelen

1451

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overreden van en desnoods bevelen aan veroorzakers/eigenaars van verontreinigde grond om verontreinigende activiteiten te staken of het geven van voorwaarden aan dergelijke activiteiten.

Periode: 1982-1994

Grondslag/Bron: Interimwet bodemsanering (Stb. 1982, 63), art. 12

Opmerking: Eigenaars worden, alvorens zij worden geconfronteerd met een bevel, eerst tot medewerking op vrijwillige basis uitgenodigd (Leidraad Bodemsanering). Aan het uiteindelijke bevel als laatste machtsmiddel gaat overleg met gedeputeerde staten van desbetreffende provincie vooraf. De beslissing tot een bevel zou veelal worden genomen bij toetsing van provinciale saneringsprogramma's. Tegen een dergelijk bevel staat beroep open bij de Raad van State. In bepaalde gevallen is er aan een ministerieel bevel een schadevergoedingsregeling verbonden.

Waardering: V (20 jaar)

10.3.16 Bestuursdwang

1453

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake bestuursdwang.

Periode: 1945-

Producten: administratief voorschrift

gedragsregel

aanwijzing

Waardering: B (1 1994)

1454

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag van andere overheden bij het toepassen van bestuursdwang tot nakoming van opgelegde verplichtingen.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Draaiboek toezicht en optreden inzake milieuwetgeving (VNG/ Den Haag, 1988)

Opmerking: De bevoegdheden voor de gemeentebesturen, Gedeputeerde Staten en Commissaris van de Koningin en waterschapsbesturen zijn vastgelegd in de zogenaamde organieke wetten.

Waardering: B (3 1994)

1457

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzoeken van het bevoegde gezag om bestuursdwang toe te passen.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Draaiboek toezicht en optreden inzake milieuwetgeving (VNG/ Den Haag, 1988)

Waardering: B (6 1994)

1461

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - eventueel tezamen met de ministers die het mede aangaat - toepassen van bestuursdwang als in strijd met de milieuregels is gehandeld.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 18.7, 8 en 9

Hinderwet, art. 30, onder c

Wet chemische afvalstoffen, art. 49 en 49 a

Afvalstoffenwet, art. 33 en 81

Wet geluidhinder, art. 17 en 175

Wet luchtverontreiniging, art. 90

Waterleidingwet, art. 63

Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 64

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 61, ao

Kernenergiewet, art. 22 lid 3

Opmerking: Op basis van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet verontreiniging zeewater is de minister van V&W tevens bevoegd bestuursdwang toe te passen.

Waardering: B (6 1994)

10.3.17 Dwangsom

1463

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van beleidsstandpunten inzake de publiekrechtelijke dwangsom als handhavingsinstrument.

Periode: 1981-

Waardering: B (1 1994)

1464

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag bij het opleggen van publiekrechtelijke dwangsommen.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Juridische analyse dwangsombepalingen (Evaluatiecommissie Wabm, 1992)

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na afdoening van de zaak.

1465

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzoeken aan het bevoegde gezag om publiekrechtelijke dwangsommen op te leggen bij overtredingen van de milieuregels.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Juridische analyse dwangsombepalingen (Evaluatiecommissie Wabm, 1992), 01-01-1992

Waardering: V (10 jaar)

1466

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opleggen, wijzigen of intrekken van publiekrechtelijke dwangsommen indien in strijd met de milieuvoorschriften wordt gehandeld.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Hinderwet [1981-1990], art. 28, onder a

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne [1990-1993], art. 61 ap

Wet milieubeheer [1993 -], art. 18.9 - 18.11

Opmerking: Naast de minister van Milieubeheer kunnen op basis van de Wabm ook de betrokken ministers een dwangsom opleggen.

Waardering: V (10 jaar)

10.4 Strafrechtelijke handhaving

1468

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met andere ministers inzake het voorbereiden, opstellen en evalueren van beleidsstandpunten inzake de strafrechtelijke handhaving in nota's, notities etc.

Periode: 1945-

Producten: Notitie Aanpak van de zware criminaliteit

Waardering: B (1 1994)

1469

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het oprichten van een bijstandseenheid die de opsporingsactiviteiten van de politie bij milieucriminaliteit ondersteunt.

Periode: 1983-

Producten: Milieubijstandsteam (MBT)

Waardering: B (5 1994)

1471

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzamelen en analyseren van gegevens over vermoedelijke milieudelicten en andere strafbare feiten die daarmee samenhangen (verkennend vooronderzoek?).

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Zesde voortgangsbericht handhaving milieuwetgeving

Producten: Handboek (gecompliceerde) milieudelicten

Opmerking: Het CLIM (Centraal Landelijk Informatiepunt Milieudelicten) registreert de informatie. Het CLIM onderhoudt contacten met o.a. Centrale Inlichtingen Dienst (CRI).

Waardering: B+V (4 1994) + (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: publicaties; V 5 jaar; overige stukken

1472

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het afsluiten van een convenant met de minister van Justitie inzake het verlenen van ondersteuning door het Milieu Bijstandsteam bij de opsporing en bewijsvoering van milieudelicten.

Periode: 1945-

Producten: Convenant Milieubijstandsteam

Waardering: B (5 1994)

10.5 Privaatrechtelijke handhaving

1474

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van privaatrechtelijke processen om de naleving van milieu-overeenkomsten te bewerkstelligen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Handreiking toezicht vergunninghouders voor de verwijdering van chemische afvalstoffen en afgewerkte olie (VROM, 1993)

Waardering: V (10 jaar)

1475

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van privaatrechtelijke processen om schadeloosstelling te verkrijgen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Jaarverslag IMH, 31-12-1992

Opmerking: Voorbeeld: kostenverhaal van verwijdering van kunststofafval uit Duitsland in strijd met de EVOA.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na afdoening van de zaak.

10.6 Sancties op handelingen van andere overheden

1477

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verrichten van onderzoek bij een lagere overheid inzake de uitvoering van de milieuregels door deze overheid.

Periode: 1945-

Opmerking: Het gaat hier om geconstateerde overtredingen van milieuregels waarbij het rijk bevoegd gezag is.

Waardering: B (6 1994)

11. Milieubeleidsmonitoring [Vervallen per 26-04-2009]

11.1 Algemeen

1478

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet in internationaal verband (doen) vaststellen van methoden en instrumenten met betrekking tot het monitoren van het milieubeleid.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Environmental indicators, a systematic approach to measuring and reporting on environmental policy performance in the context of sustainable development (SCOPE, Washington, 1995)

Producten: beredeneerde indicator

Opmerking: Beleidsstandpunten inzake het monitoren van het milieubeleid zijn een integraal onderdeel van de milieubeleidsplanning als zodanig. Hier gaat het om gegevensverzameling en nadere benadering van indicatoren.

Waardering: B (1 1994)

1479

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het eventueel in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen bij het ontwerpen en evalueren van monitoringsprogramma's.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Congresbundel Planning en monitoring milieubeleid, 01-01-1982

Kadertekst milieubeleidsmonitoring, 01-01-1980

Producten: Informatieplan Afvalstoffen, 1991

Opmerking: Een monitoringsprogramma is een document, waarin is vastgelegd: -de informatiebehoefte die tot monitoring moet leiden -een beschrijving van de bestaande situatie en de situatie die men wil bereiken -de wijze waarop de monitoringssytemen worden opgezet en beheerd -een voorstel voor monitoring en/of scanning-een begroting.Tot deze handelingen kan men ook de minder gesystematiseerde beschrijvingen van monitoringsbeleid met betrekking tot een bepaalde vraagstelling rekenen.

Waardering: B (1 1994)

1480

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het eventueel in samenwerking met andere ministeries leveren van bijdragen bij het ontwerpen en evalueren van monitoringsstelsels.

Periode: 1992

Grondslag/Bron: Besluit luchtkwaliteit stikstofdioxide, art. 4 en 7

Kadertekst milieubeleidsmonitoring,

NMP 2, 03-03-2003

Producten: Monitoring Systeem Water (MSW) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit, tot registratie van de kwaliteit van het grondoppervlak, de kwaliteit van het ondiepe grondwater

Boskarteringsprogramma

Opmerking: Een monitoringsstelsel is een gestructureerd en weloverwogen geheel van afspraken en voorzieningen, zoals organisatiestructuren, fysieke meetnetten, statistische methoden e.d. om zo efficient mogelijk gegevens te kunnen verzamelen. Het opzetten van monitoringsstelsels is voorgeschreven in enkele besluiten tegen de luchtverontreiniging. Monitoringsstelsels kunnen in andere gevallen leiden tot nadere aanwijzingen in de verslaglegging van organen, ondernemingen en instellingen die op grond van regelingen, vergunningen of verleende subsidies daartoe verplicht zijn.

Waardering: B (6 1994)

1481

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ontwikkelen van standaarden voor metingen en meetnetten.

Periode: 1991

Grondslag/Bron: Congresbundel Planning en monitoring milieubeleid, p. 146, 01-01-1992

Producten: Nota Kwaliteitsvoorwaarden voor meten (samen met het ministerie van Verkeer en Waterstaat)

Opmerking: De meetsystemen moeten in ieder geval voldoen aan de GL (Good Laboratory Practices) voorwaarden van de OESO.

Waardering: B (4 1994)

1482

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen bij het opzetten, operationeel houden en evalueren - door onder andere het RIVM - van monitorings- of meet- en waarnemingssystemen.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Besluit luchtkwaliteit koolstofmonoxide en lood, art. 4, lid 1

Besluit luchtkwaliteit benzeen, art. 4

Besluit luchtkwaliteit zwaveldioxide en zwevende deeltjes (zwarte rook), art. 12, lid 1

Kadertekst milieubeleidsmonitoring

Opmerking: Een monitoringssysteem is het geheel van infrastructurele voorzieningen dat nodig is voor het ontwikkelen, beheren en exploiteren van monitoring en scanning. Voorbeelden zijn de Emissieregistratie en het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit. Het landelijk meetnet bestaat reeds vanaf 1963 en is in feite uitgevoerd door het RIVM.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na uitwerking van het milieubeleidsplan.

1484

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bemiddelen bij de werkzaamheden van onderzoeksinstellingen bij metingen of gegevensverstrekking ten behoeve van het monitoren van de kwaliteit van het milieu.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Kadertekst milieubeleidsmonitoring, 03-03-2003

Opmerking: Gedacht moet worden aan TNO, Centraal Bureau voor Statistiek, universitaire instellingen e.d. Het RIVM stelt in overeenstemming met de andere hier genoemde instituten meetsystemen op, houdt ze operationeel en evalueert ze.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na uitwerking van het milieubeleidsplan

1485

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen bij het periodiek opstellen van overzichten van gegevens - door onder andere het RIVM - welke zijn verkregen door het monitoren van de kwaliteit van het milieu.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Kadertekst milieubeleidsmonitoring

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na uitwerking van het milieubeleidsplan.

1486

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van periodieke rapportages over gegevens die zijn verkregen door het monitoren van de kwaliteit van het milieu.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Kadertekst milieubeleidsmonitoring,

Waardering: B+V (4 1994) + (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: monitoringrapportages; V 2 jaar: overige stukken

1487

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het op aanvraag van monitoringspartners en derden verstrekken van gegevens.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: Kadertekst milieubeleidsmonitoring

Opmerking: Het betreft hier: -De verstrekking van onbewerkte gegevens op aanvraag, die in de regel gratis worden geleverd.-De verstrekking van nader bewerkte gegevens, waarvoor kosten in rekening worden gebracht.

Waardering: V (2 jaar)

11.2 Lucht

11.2.1 Monitoring door emissieregistratie

11.2.1.1 Kaderstellend

1488

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het stellen van (nadere) regels betreffende de wijze waarop emissies naar lucht dienen te worden gemeten.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Besluit luchtkwaliteit zwaveldioxide en zwevende deeltjes (Stb. 1993, 42), art. 12, onder a

Opmerking: Bijvoorbeeld: het stellen van regels betreffende de wijze waarop de posities van de meetpunten dienen te worden bepaald die de luchtverontreiniging.

Waardering: B (1 1994)

1490

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bekendmaken van vastgestelde criteria voor luchtverontreiniging.

Periode: 1984

Grondslag/Bron: IMP-Lucht 1976-1980, p. 82

Producten: rapporten (opgesteld door het RIVM en verschenen in de Publicatiereeks lucht van het ministerie)

Waardering: B+V (1 1994) + (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: B : publicaties ; V 2 jaar : overige stukken

11.2.1.2 Uitvoerend

1493

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het in overeenstemming met het ministerie van V&W, het RIV(M), CBS en TNO opzetten en operationeel houden van systemen inzake de vaststelling van de omvang van emissies naar lucht.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Besluit luchtkwaliteit stikstofdioxide, art. 4 en 7

Waardering: B (4 1994)

1496

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het al dan niet goedkeuren van een meetmethode, opgesteld door Gedeputeerde Staten, inzake het meten van de luchtverontreiniging.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Besluit luchtkwaliteit zwaveldioxide en zwevende deeltjes (zwarte rook) (Stb. 1986, 78), art. 11, lid 1, onder b

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na uitwerking van het milieubeleidsplan.

1497

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het sluiten van bestellingscontracten bij bedrijven voor de levering van meetapparatuur inzake de luchtverontreiniging.

Periode: 1968-1985

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Producten: Overeenkomst met de n.v. Philips inzake apparatuur voor een landelijk meetnet, 1968

Waardering: B+V (6 1994) + (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: overeenkomsten; V 2 jaar: overige stukken

1499

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het gelasten van andere overheden om hun medewerking te verlenen aan metingen van rijkswege.

Periode: 1972-

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 59-60

Opmerking: Bij de uitoefening van deze bevoegdheid moet worden gedacht aan incidentele metingen van TNO, die als afzonderlijke opdracht gelden. Hieronder moet tevens worden verstaan het vorderen [of: verplichten tot gedogen] van gebruik van ruimten.

Waardering: V (2 jaar)

1500

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vorderen van gebruik van ruimten in onroerende goederen van eigenaren voor het verrichten van metingen door openbare lichamen ter bepaling van de luchtverontreiniging.

Periode: 1972-1994

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 60, lid 1

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na afdoening van de vordering.

1502

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van vrijstellingen en ontheffingen van verboden en verplichtingen met betrekking tot de luchtverontreiniging in het belang van de landsverdediging.

Periode: 1972-1994

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 86

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na verstrijking van de vergunning.

1513

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van emissies naar lucht.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Symposium Emissieregistratie en informatiemanagement (VROM, 1991),

Opmerking: Na 1985 valt het registreren van de emissies door de minister verder onder doelgroepmonitoring. Bij de periodisering wordt hier uitgegaan van 1945 omdat individuele ambtenaren van de Farmaceutische Inspectie zich voor 1962, uit eigen beweging, al bezig hielden met het registreren van emissies naar lucht.

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar (AFVAL).

1516

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het registreren van jaarlijks verslagen inzake het overschrijden van de grens- en richtwaarden in de lucht door benzeen, koolstofmonoxide, stikstofdioxide, lood, zwaveldioxide en zwevende deeltjes en dat tevens een overzicht geeft van de maatregelen die tegen het overschrijden zijn genomen of nog worden genomen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Besluit luchtkwaliteit koolstofmonoxide en lood, art. 4, lid 2

Besluit luchtkwaliteit benzeen (Stb. 1992, 35), art. 6, lid 2

Besluit luchtkwaliteit stikstofdioxide, art. 4, lid 1, art. 11, lid 2

Waardering: V (5 jaar)

1517

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uit eigen initiatief opstellen van overzichten van gegevens verkregen door het registreren van emissies naar lucht.

Periode: 1945-1985

Grondslag/Bron: Symposium Emissieregistratie en informatiemanagement (VROM, 1991),

Producten: Inventarisatie van onderzoeken naar stankuitworp (publikatiereeks VROM, 1985 nr. 39)

Opmerking: Bij de periodisering wordt hier uitgegaan van 1945 omdat individuele ambtenaren van de Farmaceutische Inspectie zich voor1962, uit eigen beweging, al bezig hielden met het registereren van emissies naar lucht.

Waardering: B (1 1994)

11.3 Lawaai

11.3.1 Metingen in het kader van de Wet geluidhinder

1528

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bekendmaken van de uitkomsten van van overheidswege verrichte geluidsmetingen.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 163, lid 3

Waardering: V (5 jaar)

1529

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het opleggen van de verplichting aan eigenaars van onroerende zaken tot het tijdelijk of permanent toelaten van meetapparatuur voor geluidmetingen en het laten verrichten van metingen.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 164, lid 1

Opmerking: Permanente verplichtingen worden vanwege de minister vastgelegd in het Kadaster.

Waardering: V (5 jaar)

11.3.2 Monitoring in het kader van milieubeleidsplanning, thema verstoring

1530

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van indicatoren in het kader van het monitoringsprogramma in het kader van het thema Ruimtelijk beeld verstoring

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Waardering: B (6 1994)

1531

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vaststellen van meetmethoden in het kader van het monitoringsprogramma in het kader van het thema Ruimtelijk beeld verstoring.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: NMP's,

Opmerking: 5 jaar na beëindiging van het gebruik van de systemen.

Waardering: V (5 jaar)

1532

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzamelen van meetgegevens in het kader van het monitoringsprogramma in het kader van het thema Ruimtelijk beeld verstoring.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: NMP, 1986

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging van het gebruik van de systemen.

11.3.3 Metingen in het kader van uitvoeringsprocedures

1533

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het monitoren van de uitvoering van de sanering industrielawaai door de provincies.

Periode: 1992-

Opmerking: De informatieverplichting is geregeld in een bestuursovereenkomst tussen de minister van VROM en het IPO.

Waardering: V (20 jaar)

Ingang vernietiging: 2010

1534

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het monitoren van de uitvoering van de sanering van verkeersgeluidhinder door het Bureau Sanering Verkeerslawaai (BSV).

Periode: 1985-1994

Opmerking: In dit kader worden er door BSV maandelijkse rapporten opgesteld en worden er besprekingen met BSV gehouden.

Waardering: V (5 jaar)

1535

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het monitoren van de uitvoering van de sanering industrielawaai door extern bureau Sight, die namens de minister de sanering van bulkprojecten behandeld.

Periode: 1994-

Waardering: V (20 jaar)

Ingang vernietiging: 2010

11.4 Grondwater

1537

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het periodiek registreren van gegevens (indicatoren) over het grondwater.

Periode: 1977-

Grondslag/Bron: IMP-Bodem 1984-1988

Producten: Kwetsbaarheidskaart Grondwater en daarbij behorende indicatoren

Waardering: B (6 1994)

1538

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID)

Handeling: Het verzamelen, bewerken en beheren van door verschillende autoriteiten en particulieren aangeleverde grond- en watermonsters ten behoeve van het geologisch- en geo-hydrologisch archief.

Periode: 1945-1983

Grondslag/Bron: Bewerkingsplan Archief Rijksinstituut voor Drinkwatervoorziening, Ministerie van VWS, CDBFO/DIV (april 1995)

Opmerking: Het betreft boorstaten van onder meer brandputten, waterleidingen, Rijkswaterstaat en Zuiderzeewerken.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na voltooiing van het rapport.

11.5 Bodemkwaliteit

1542

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het monitoren van het stikstofgehalte, het zuurgehalte en andere gegevens op agrarische terreinen als gevolg van bemesting.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Besluit kwaliteit en gebruik overige agrarische meststoffen, art. 11

Opmerking: Deze handeling bestaat uit het bestuderen van de verslagen van Gedeputeerde Staten aan de hand van de jaarlijks ontvangen mestboekhouding van producenten van zuiveringsslib, compost en zwarte aarde. De controle- en inspectiebevoegdheden berusten bij de minister van Landbouw.

Waardering: V (20 jaar)

1543

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het registreren van kengetallen inzake projecten, voortgangsgegevens over bodemsanering en subsidies.

Periode: 1983-

Grondslag/Bron: Kennismakingsdossier Directie Bodem 1995, p. 147

Producten: Informatiesysteem Bodemsanering IBS

Waardering: V (6 jaar)

11.6 Eindproducten

1548

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ontwerpen en evalueren van documentatie- en monitoringssystemen inzake de milieubelasting van eindprodukten.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Directieplan IBPC 1995

Opmerking: Andere ministeries, bedrijven en instellingen kunnen bij deze handeling betrokken zijn.

Waardering: B (6 1994)

1549

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verzamelen van gegevens (monitoren) van de milieubelasting van eindprodukten.

Periode: 1995-

Opmerking: Bedoeld is hiermee: het bijhouden van documentatie en informatie over eindprodukten met het oog op hun milieubelasting, hun duurzaamheid en hun vervangbaarheid. Andere ministeries, bedrijven en instellingen kunnen bij deze handeling betrokken zijn. Bijvoorbeeld: het nagaan in hoeverre een milieukeur daadwerkelijk leidt tot minder milieubelasting.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na voltooiing van het rapport/verslag.

1550

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (laten) opstellen van (totaal)overzichten die betrekking hebben op de gegevens die zijn verkregen door het monitoren van de milieubelasting van eindprodukten.

Periode: 1995-

Opmerking: Andere ministeries, bedrijven en instellingen kunnen bij deze handeling betrokken zijn.

Waardering: B (6 1994)

1552

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (laten) opstellen van (totaal)overzichten die betrekking hebben op de gegevens die zijn verkregen uit het door het ministerie ingestelde Informatiecentrum Preventie en Hergebruik.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Wegen naar een nieuwe milieuvergunning, p. 179,

Waardering: B (6 1994)

11.7 Prestatiemonitoring van overheden

1554

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, opstellen en evalueren van projecten inzake het controleren van andere overheden met betrekking tot de uitvoering van de milieuregels en -beleid.

Periode: 1945-

Opmerking: Deze projecten kunnen als monitoringsprogramma's en -systemen worden aangemerkt.Bijvoorbeeld: project Premover (voorheen Rechtdoor). Er zijn drie fasen in dit project te herkennen: een beschrijving van de huidige situatie; de opstelling van een toekomstvisie; het maken van concrete afspraken met lagere overheden omtrent te realiseren doelstellingen.

Waardering: B (6 1994)

1555

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks evalueren van de financiële situatie van bodemsanering en bodembescherming.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Controleplan Directie Bodem 1995, 01-01-1985

Opmerking: Dit moet volgens interne voorschriften in ieder geval leiden tot: -een overzicht waarin de milieu en omgevingsgevoeligheid per regeling is aangegeven, -een overzicht van de geldstromen bij de directie Bodem en de daarbij gehanteerde administratieve organisatie, -een controleplan waarin de risico's ten aanzien van financiële processen worden aangegeven met de daarin voorgestelde maatregelen.

Waardering: B (4 1994)

1558

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van verslagen inzake het toezicht op de naleving van de Wet geluidhinder door provinciale en gemeentelijke opsporingsambtenaren.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 156, lid 3a

Waardering: V (10 jaar)

1559

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het toetsen van verslagen van lagere overheden inzake de uitvoering van de milieuregels en het milieubeleid door andere overheden.

Periode: 1945-

Opmerking: In deze handeling worden mogelijke activiteiten beschreven, die niet zijn opgenomen in de BUGM en de VOGM of de regelgeving met betrekking tot milieubeleidsplanning in de Wet Milieubeheer. Bijvoorbeeld: het toetsen van het verslag van Gedeputeerde Staten dat betrekking heeft op het overschrijden van de grens- en richtwaarden in de lucht door benzeen, koolstofmonoxide, stikstof, lood, zwaveldioxide en zwaveldioxide en zwevende deeltjes en dat tevens een overzicht geeft van de maatregel die tegen het overschrijden zijn genomen of nog worden genomen. (Art. 9, Besluit luchtkwaliteit zwaveldioxide en zwevende deeltjes, Stb. 1986, 78).

Waardering: V (10 jaar)

11.8. Doelgroepmonotoring

11.8.1 Algemeen

1561

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voorbereiden, opstellen en evalueren van projekten inzake het controleren van andere overheden met betrekking tot de uitvoering van de milieuregels en -beleid.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: convenant, 01-01-1985

Afspraak, 01-01-1985

Producten: Programma van eisen voor doelgroepmonitoring

Opmerking: De vaststelling van indicatoren geschiedt mede door middel van internationaal overleg (EU-regelingen). De hier beschreven handelingen betreffen gegevensverzamelingen, voorzover zij niet reeds in convenanten zijn vastgelegd.

Waardering: B (4 1994)

1562

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het monitoren van de milieubelasting van de verschillende doelgroepen.

Periode: 1985-

Opmerking: Andere ministeries, bedrijven en instellingen, zoals de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV), en het AOO, kunnen bij deze handeling betrokken zijn.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na voltooiing van de verslaglegging van de doelgroep.

1563

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het (laten) opstellen van (totaal)overzichten van de gegevens die zijn verkregen door het monitoren van de verschillende doelgroepen.

Periode: 1985-

Producten: Emissieregistratie Nederland 1993, met voorspellingen voor 1994

Emissies in Nederland, trends, thema's en doelgroepen, 1992

Emissies vuilstortplaatsen

Industriele emissies in Nederland, Vierde inventarisatienota, 1988

Opmerking: Andere ministeries, diensten en instellingen kunnen bij deze handeling betrokken zijn zoals bijvoobeeld bij het opstellen van emissie-overzichten, het ministerie van LNV en V&W, het RIVM en het TNO.

Waardering: B (6 1994)

11.8.2 Monitoringsprogramma's voor het weg- en spoorwegverkeer

1565

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het ontwerpen van monitoringssystemen voor de milieubelasting door wegvoertuigen.

Periode: 1960-

Producten: Programma personenauto's

Programma vrachtwagens

databestand brandstoffen

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging van het gebruik van de systemen.

1566

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten en operationeel houden van monitoringssystemen voor de milieubelasting door wegvoertuigen.

Periode: 1960-

Producten: Programma personenauto's

Programma vrachtwagens

databestand brandstoffen

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging van het gebruik van de systemen.

1567

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het doen uitvoeren van monitoringssystemen voor de milieubelasting door wegvoertuigen en railverkeer.

Periode: 1960-

Producten: databestand brandstoffen

verkeersmilieukaarten door de gemeenten

Steekproefcontroleprogramma personenauto's

Steekproefcontroleprogramma vrachtwagens

Opmerking: -het Steekproefontroleprogramma personenauto's (uitvoering TNO) -het Steekproefontroleprogramma vrachtwagens (uitvoering TNO)Beide programma's betreffen onderzoeken op basis van steekproeven naar de milieubelasting door wegvoertuigen. Er wordt dan ook gelet op de relatie tussen emissie en voertuig.-het databestand brandstoffen (uitvoering INNAS) -het NS-bestand bevat alle voor de emissie van de spoorwegen relevante informatie. Het wordt bijgehouden door de NS en eenmaal per jaar aan het ministerie toegezonden -de verkeersmilieukaarten door de gemeenten

Waardering: B+V (6 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: eindgegevens; V 6 jaar: overige stukken.

12. Internationale milieuzaken [Vervallen per 26-04-2009]

12.1 Algemeen

1568

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitdragen van standpunten inzake milieubeheer tijdens internationale (ad hoc) conferenties en symposia.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539)

Opmerking: Bijvoorbeeld: op de internationale milieuwethandhavingsconferenties te Utrecht, Boedapest, Oaxaca (Mexico) en Thailand. Internationale conferentie industrieel milieubeleid.

Waardering: B (1 1994)

1569

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het mede organiseren van internationale (ad hoc) conferenties en symposia.

Periode: 1945-

Waardering: V (5 jaar)

1570

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op ad hoc basis adviseren van regeringen of (handhavings)instanties in het buitenland of de houders van inrichtingen gelegen in het buitenland inzake aangelegenheden welke betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Tien jaar handhaving milieubeheer ('Handhaving', 1994),

Opmerking: Deze handeling wordt niet gedaan ter uitvoering van een Memorandum of Understanding (MoU) of actieprogramma. Ambtenaren/inspecteurs van het ministerie van Milieubeheer of IMH kunnen op eigen gelegenheid naar het land gaan waar een milieu-ongeval of ramp heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden, om advies te geven. De mogelijkheid bestaat dat dit gebeurt onder de vleugels van de Verenigde Naties (bijvoorbeeld omdat het verblijf als ambtenaar van de VN in verband met de veiligheid - diplomatenstatus - een aantal voordelen heeft).

Waardering: V (10 jaar)

1571

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het notificeren van internationale instanties of het bevoegde gezag in andere landen over de toestand van het milieu in Nederland en over handelingen die in Nederland verricht zijn of verricht zullen worden voor zover die van invloed zijn op het milieu.

Periode: 1958-

Grondslag/Bron: Euratom-Verdrag 1958

Opmerking: Opmerkingen: Deze handeling wordt eventueel gedaan in overeenstemming met andere ministers, en wordt hier opgevoerd als een afzonderlijke procedure ter vervulling van in het kader van Euratom en EG vastgestelde verdragen, richtlijnen en verordeningen. Zij kan echter ook deel uitmaken van regelgeving en als zodanig als activiteit bij dat proces zijn betrokken. In dat geval zijn er geen afzonderlijke gegevens opgeslagen. Bijvoorbeeld: -Het informeren van de Europese Commissie over de uitvoer van op milieugevaar geregistreerde stoffen uit de EU, -Het jaarlijks rapporteren aan de Europese Commissie en de OESO van de in-, uit- en doorvoer van radioactieve stoffen en ertsen door Nederland.

Waardering: V (10 jaar)

1572

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het doen notificeren of aanmelden van Nederlandse maatregelen op het gebied van het milieubeheer aan de Commissie van de Europese Unie.

Periode: 1983-

Grondslag/Bron: Richtlijn (EU) van 26 april 1983 ( Pb L 109)

Opmerking: De primaire verantwoordelijkheid berust bij het Ministerie van Economische Zaken (Mededingingsbeleid). De verplichting tot aanmelding van milieuregels door VROM is eerst vanaf 1999 rechtstreeks.

Waardering: V (5 jaar)

1573

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het voeren van overleg met de minister van Economische Zaken inzake het nader notificeren van niet verrichte aanmeldingen van Nederlandse maatregelen op het gebied van het milieubeheer aan de Commissie van de Europese Unie.

Periode: 1997

Grondslag/Bron: Richtlijn (EU) van 26 april 1983 (Pb L 109)

Waardering: B (6 1994)

12.2 Verdragen inzake het milieu

1574

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van verdragen die betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539),

Rapport Evaluatie strategie NMP,

Opmerking: Hier valt ook het internationaal overleg onder voorafgaand aan het ratificeren van een verdrag. Deel van deze handeling is de Nederlandse inbreng tijdens overleg overeen verdrag.

Waardering: B (1 1994)

1575

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opzetten van nationale programma's ter uitvoering van internationale onderzoeksafspraken.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie 1995,

Producten: Nationaal Onderzoeksprogramma Klimaatbeheersing

National Remote Sensing Programma NRSP-2 (i.s.m. Verkeer en Waterstaat)

Waardering: B (1 1994)

1576

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het inrichten van interne organisaties ter uitvoering van internationale overeenkomsten op nationaal niveau.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie,

Producten: Bureau Nationaal Onderzoeksplan Klimaatverandering (NOP-bureau) met stuurgroep

Begeleidingsgroep National Remote Sensing Program met projecten BCRS

Waardering: B (5 1994)

1577

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van de Nederlandse bijdrage aan instanties voor de uitvoering van het Verdrag van Bazel over gevaarlijk afval.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 20,

Opmerking: Nederland vervulde het interimsecretariaat.

Waardering: B (1 1994)

1578

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van de Nederlandse bijdrage aan instanties voor de uitvoering van het Verdrag van Montreal inzake het terugdringen van het gebruik van stoffen die de ozonlaag aantasten.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 20, 01-01-1990

Opmerking: Nederland vervulde het secretariaat te Nairobi en beheerde het fonds.

Waardering: B (1 1994)

12.3 Coördinatiemechanismen in het internationaal overleg

1579

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het deelnemen aan overleg in het kader van de Coördinatiecommissie Internationale Milieuvraagstukken (CIM).

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539),

Waardering: B (1 1994)

1580

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het deelnemen aan overleg in het kader van de Coördinatie-commissie Ontwikkelingssamenwerking (COCOS) ten behoeve van het milieu in relatie tot ontwikkelingssamenwerking.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539)

Waardering: B (1 1994)

1581

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),

Handeling: Het deelnemen aan overleg in het kader van de Coördinatie-commissie Verenigde Naties en Geassocieerde Organisaties (COCO VNGO) ten behoeve van het milieu in relatie tot ontwikkelingssamenwerking.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539

Waardering: B (1 1994)

12.4 Niet-geformaliseerd bilateraal overleg

1585

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van niet-geformaliseerd bilateraal overleg met Europese landen inzake het milieubeheer.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539)

Opmerking: Bijvoorbeeld: het tezamen met de minister van Defensie opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten tijdens bijeenkomsten met het Pentagon (VS) betreffende het bezoek van nucleaire schepen aan Nederland; overleg met België over risicobepalingen bij inrichtingen.

Waardering: B (1 1994)

1586

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van - niet-geïnstitutionaliseerd - bilateraal en multilateraal overleg over het integrale produktenbeleid in Nederland.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Directieplan IBPC 1995,

Waardering: B (1 1994)

1587

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van - niet-geïnstitutionaliseerd - bilateraal overleg over afvalstoffen.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: IMP-Chemische afvalstoffen 1985-1989,

Opmerking: Het opstellen van een Memory of Understanding kan deel uitmaken van dit overleg.

Waardering: B (1 1994)

1589

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het uitzenden van deskundigen ter advisering van regeringen, instellingen of houders van inrichtingen gelegen in het buitenland over te treffen maatregelen tijdens (de dreiging van) een milieu-incident, milieu-ongeval of milieuramp.

Periode: 1985-

Opmerking: Ambtenaren/inspecteurs van het ministerie van Milieubeheer of IMH kunnen op eigen gelegenheid als deskundigen naar het land gaan waar een ongeval heeft plaatsgevonden of dreigt plaats te vinden. De mogelijkheid bestaat dat dit - onder andere in verband met de diplomatenstatus - gebeurt als hulpverlening onder de vleugels van een internationale organisatie.

Waardering: B (6 1994)

12.5 Niet-geformaliseerd multilateraal overleg

1590

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van niet-geformaliseerd multilateraal overleg met Europese landen inzake het milieubeheer.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539), 01-01-1972

Waardering: B (1 1994)

1591

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van - niet-geïnstitutionaliseerd - multilateraal overleg over het integrale produktenbeleid in Nederland.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Directieplan IBPC 1995, 01-01-1995

Waardering: B (1 1994)

1592

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van overleg in internationale handhavingsnetwerken.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: 1984-1994, Tien jaar handhaving milieubeheer, 01-01-1995

Opmerking: In 1992 werd het Chester-network opgericht, dat mede bestond uit vier werkgroepen. Gezamenlijk overleggen zij om een handhavingssysteem op te voeren.

Waardering: B (1 1994)

1593

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van - niet-geïnstitutionaliseerd - multilateraal overleg over afvalstoffen.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: IMP-Chemische afvalstoffen 1985-1989, 01-01-1985

Waardering: B (1 1994)

1594

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op aanvraag verstrekken van inlichtingen aan het buitenland over het milieubeleid in Nederland.

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, 01-01-1990

Waardering: V (5 jaar)

1595

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het eigener beweging verspreiden van inlichtingen over het milieubeheer in Nederland.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 62

Producten: Essential environmental information - The Netherlands, Den Haag 1993

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: De periodieken en brochures blijven bewaard. Waardering: B, Criterium 7,2.

1596

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het via ambassades aanvragen van inlichtingen over het milieubeleid in het buitenland.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 62, 01-01-1990

Opmerking: Sedert 1992 reageren ambassades op een verzoek van de Nederlandse regering om periodiek te rapporteren over het milieubeleid in het land waarin hun post gevestigd is. Sedert 1993 is aan de posten opgedragen 'milieuwerkzaamheden' te verrichten.

Waardering: V (5 jaar)

12.6 Geformaliseerd bilateraal europees overleg

12.6.1 Algemeen

1597

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van geformaliseerd bilateraal overleg inzake Memoranda of Understanding (MoU's) met Europese landen.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539)

Opmerking: Memories of Understanding worden gesloten tussen de ministers van beleide landen, belast met het milieubeheer. In 1988 bestonden deze memoranda reeds met 9 landen, waaronder Polen en Hongarije. Deze MoU kunnen zijn: algemene afspraken, verdragen inzake smog of grensoverschrijdende luchtverontreiniging, maar ook Joint Implementation Program's in het kader van het UNO-verdrag inzake klimaatverandering. De aangeboden projecten moeten door het ministerie worden bestudeerd en goedgekeurd. Een van de redenen van goedkeuring is dat er bij de uitvoering van het project een Oost-Europese partner is gegarandeerd.

Waardering: B (1 1994)

1598

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van departementale bijdragen aan samenwerkingsprogramma's met Oost-Europese landen.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 25, 01-01-1995

Waardering: B (1 1994)

1599

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan een werkgroep van West- en Oosteuropese landen ter verbetering van de smogsituatie en informatie aan de bevolking.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie

Opmerking: Deze werkgroep registreert een jaarlijkse uitwisseling van gegevens over smog. Zij maken afspraken over harmonisering van smogregelingen en ontwikkeling van modellen. Nederland speelt een centrale rol in deze werkgroep.

Waardering: B (1 1994)

1600

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van halfjaarlijks overleg met de ministers belast met het milieubeheer in Belgie en Duitsland over wederzijdse milieuvraagstukken.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Producten: Ontwerp-protokol 'Deutsch-Niederlandische Zusammenarbeit bei Bekampfung der Veruntreinigung des Milieus', September 1969

Waardering: B (1 1994)

1601

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het raadplegen van aangrenzende EG-lidstaten inzake ontheffngen van lozingen op de bodem door inrichtingen, waarvan lozingen gevolgen kunnen hebben voor gebieden over de grens.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming, art. 29

Waardering: B (1 1994)

1602

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het vastleggen van bilaterale uitwisselingsafspraken met verschillende landen over uitwisseling van milieugegevens.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Bestrijdingsplan verzuring 2000,

Producten: Uitwisselingsovereenkomst tussen het RIVM en het Deense Luchtverontreinigingslaboratorium

Waardering: B (1 1994)

12.6.2 Eems Commissie

1603

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten welke betrekking hebben op het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de Eems Commissie.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539), 01-01-1972

Waardering: B (1 1994)

12.6.3 Niederländisch-Deutschen Kommission fur grenznahe Kerntechnische Einrichtungen (NDKK)

1604

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten welke betrekking hebben op het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de NDKK.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539), 01-01-1972

Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling 1995, 03-03-2003

Waardering: B (1 1994)

12.7 Geformaliseerd bilateraal mondiaal overleg

12.7.1 Algemeen

1605

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het voeren van geformaliseerd bilateraal overleg inzake MoU's met niet-Europese landen.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539)

Opmerking: MoU: Memorandum of Understanding. Bijvoorbeeld: overleg inzake MoU met Zuid Korea.

Waardering: B (1 1994)

1606

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven van uitvoering aan MoU's die betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1971-

Waardering: B (1 1994)

12.8 Geformaliseerd multilateraal Europees overleg

12.8.1 Raad van Europa

1607

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen aan verklaringen van de Raad van Europa op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1948-

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van Antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Producten: Declaration of Principles inzake de bestrijding van de luchtverontreiniging, 8 maart 1968

Europees handvest voor de Bodem, 1973

Europese conventie inzake de civiele aansprakelijkheid voor schade aan het milieu, juni 1993

Waardering: B (1 1994)

1608

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van organisatorische en constitutionele bijdragen aan comités, voortkomend uit verdragen, gesloten in het kader van de Raad van Europa.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van Antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling 1995, 01-01-1995

Producten: benoeming van delegaties naar bijeenkomsten en uitvoerende comités

Opmerking: Voorbeelden van comités: Comité van deskundigen inzake de civiele aansprakelijkheid voor schade aan het milieu, Comité van Deskundigen van de Raad van Europa inzake de Luchtverontreiniging, Comité van Deskundigen inzake de bodemverontreiniging.

Waardering: B (4 1994)

1609

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer in bijeenkomsten van comités, voortkomend uit verdragen, gesloten in het kader van de Raad van Europa.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van Antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling 1995, 01-01-1995

Opmerking: Voorbeelden van comités: Comité van deskundigen inzake de civiele aansprakelijkheid voor schade aan het milieu, Comité van Deskundigen van de Raad van Europa inzake de Luchtverontreiniging, Comité van Deskundigen inzake de bodemverontreiniging.

Waardering: B (1 1994)

1610

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer in bijeenkomsten van het Comité Europeen de Normalisation (CEN).

Periode: 1952-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling, 01-01-1995

Waardering: B (1 1994)

12.8.2 Europese Unie (EU)

1611

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van strategische beleidsplannen ten aanzien van communautaire instellingen.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Formatieplan strategie en planning 1996, 01-01-1996

Opmerking: (NB: Strategische Planning heeft zijn bijdragen aan EU herleid tot handeling 5 en verzamelt EG-verslagen, vermoedelijk voor zijn eigen documentatie).

Waardering: B (1 1994)

Bewerkingsinstructie: Voor ingekomen verslagen en publicaties van overlegorganen van de EU: Waardering V, Termijn: 5 jaar.

1617

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in begeleidingswerkgroepen voor de implementatie van richtlijnen, het oprichten van communautaire instellingen en de uitvoering van communautaire actieprogramma's.

Periode: 1970-

Waardering: B (1 1994)

12.8.2.1 De Raad van ministers en de Milieuraad

1612

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het CIM-EG-overleg.

Periode: 1970-

Waardering: B (1 1994)

1614

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het Permanente Vertegenwoordiger Instructie Overleg van de Milieuraad van de Europese Unie.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Directieplan GV, 01-01-1970

Directieplan IMZ, 01-01-1970

Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling, 01-01-1970

Directieplan IBPC, 01-01-1970

Directieplan Afvalstoffen, 01-01-1970

Waardering: B (1 1994)

1615

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in de Milieuraad van de Europese Unie.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Directieplan GV, 01-01-1970

Directieplan IMZ, 01-01-1970

Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling, 01-01-1970

Directieplan IBPC, 01-01-1970

Directieplan Afvalstoffen, 01-01-1970

Waardering: B (1 1994)

1616

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van het Milieuraad-dossier van de Europese Unie.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Directieplan GV, 01-01-1970

Directieplan IMZ, 01-01-1970

Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling, 01-01-1970

Directieplan IBPC, 01-01-1970

Directieplan Afvalstoffen, 01-01-1970

Waardering: B (1 1994)

12.8.2.2 Europese Commissie

1618

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen in de ad hoc werkgroepen van de Commissie van de EU ter voorbereiding van Milieu Aktie Programma's.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 3,

Producten: OJ 1973, C112, Eerste Milieu Aktieprogramma tot COM (92) 23, Vijfde Milieu Aktieprogramma

Waardering: B (1 1994)

1619

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen in de ad hoc werkgroepen van de Commissie van de EU (Europese Unie) ter voorbereiding van richtlijnen, verordeningen en andere communautaire beleidsdocumenten op het gebied van het milieubeheer.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 3

Waardering: B (1 1994)

1620

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in begeleidingswerkgroepen voor de implementatie van richtlijnen, het oprichten van communautaire instellingen en de uitvoering van communautaire actieprogramma's.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 3,

Producten: Adviezen inzake de EG-richtlijn inzake emissies van grote stookinstallaties (Pb EG 1988 L 336/1) en de herziening daarvan

adviezen inzake de herziening van de gasolierichtlijn van 1975, gewijzigd in 1987

adviezen inzake richtlijnen voor diverse bedrijfstakken

adviezen inzake richtlijnen voor het verbranden van gevaarlijk afval (ENV 17)

adviezen inzake richtlijnen voor Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC)

initiatief inzake de vaststelling van een Europese Emissie Richtlijn EUREM (harmonisatie inzake de regelgeving van emissies in Europa)

adviezen inzake de Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit

adviezen inzake milieugevaarlijke stoffen

Opmerking: Richtlijnen dienen te worden geïmplementeerd bij Nederlands AMvB's.

Waardering: B (1 1994)

1621

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in technische comités van de Commissie van de EU ter voorbereiding van besluiten in het kader van de aan de Commissie gedelegeerde bevoegdheden om uitvoeringsregelingen van richtlijnen vast te stellen.

Periode: 1985-

Opmerking: Een belangrijk voorbeeld is de Europese normalisatiecommissie CEN, die bindende normen vaststelt met betrekking tot procedes, stoffen, apparaten en metingen. Andere commissies is het ERPG-overleg inzake eindproducten.

Waardering: B (1 1994)

1622

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten op het gebied van milieubeheer in technische comités van de Europese Commissie ter voorbereiding van besluiten in het kader van de aan de Commissie gedelegeerde bevoegdheden om uitvoeringsregelingen van richtlijnen vast te stellen.

Periode: 1985-

Opmerking: De verplichting tot het insturen van deze verslagen en informatie is geregeld in de diverse richtlijnen. De gegevens voor deze verslaglegging worden meestal ingewonnen uit de rapportage die aan vergunninghouders van inrichtingen, die aan de richtlijnen moeten voldoen, Deze verslaglegging valt meestal samen met emissieregistratie of de opstelling van Euro-BAT's. Vanaf 1991 wordt deze verslaglegging gestandaardiseerd aan de hand van door de minister ontworpen vragenlijsten. Deze verslaglegging wordt in eerste instantie verplicht aan de vergunninghouder opgelegd.

Waardering: B (1 1994)

1623

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en toezenden van verslagen en informatie aan de Commissie van de EEG in het kader van de bedrijfsinterne milieuzorg (European Audit Court?).

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriele sector aan een communautair milieubeheer- en auditsysteem (93/1863: EMAS)

Waardering: B (1 1994)

1624

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en toezenden van uitvoeringsverslagen en informatie over de implementatie van Europese milieurichtlijnen in de Nederlandse regelgeving.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriele sector aan een communautair milieubeheer- en auditsysteem (93/1863: EMAS)

Opmerking: Vanaf 1991 wordt deze verslaglegging ter wille van rapportage naar de EC gestandaardiseerd aan de hand van door de minister ontworpen vragenlijsten. Deze vragenlijsten worden verplicht aan elke vergunninghouder van een inrichting voorgelegd, en maken dus ook deel uit van het Nederlandse monitoringsstelsel. De voorstukken worden dus binnen dat circuit samengesteld.

Waardering: B (2 1994)

1625

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van studieopdrachten aan wetenschappelijke instellingen voor adviezen aan de Commissie van de Europese Unie.

Periode: 1958-

Grondslag/Bron: EGA/Euratomverdrag, art. 30-39

Verordeningen (EU) milieugevaarlijke stoffen

Bestrijdingsplan verzuring 2000, 01-01-1999

Opmerking: De studies met betrekking tot milieugevaarlijke stoffen worden voor een deel uitgevoerd door het RIVM.

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: N.B: De resultaten die aan de commissie worden aangeboden, maken deel uit van te bewaren handelingen op het gebied van beleidsvoorbereiding of rapportage aan de Europese Commissie.

1626

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten van werkgroepen en commissies van de Europese Unie of de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom).

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling 1995, 01-01-1995

Opmerking: Deze bijdragen geschieden in overleg met het ministerie van Economische Zaken. Voorbeelden van werkgroepen en commissies zijn: Standing workgroup of the safe transport of radioactive waste, Commissie Radioactief Afval, Comité van Beheer en Coordinatie Stralingsbescherming.

Waardering: B (1 1994)

1627

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM),-

Handeling: Het leveren van bijdragen aan het onderzoek van Europese expertise comités.

Periode: 1982-

Opmerking: Bijvoorbeeld: EU expert committee on ozone.

Waardering: B (1 1994)

1628

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen tot de vaststelling van de Best Available Technique op het gebied van milieubeheer door inrichtingen (Euro-BAT) door de Commissie van de Europese Unie.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: IPPC-lucht van de EU

Producten: NL-BAT-document

Opmerking: Voor de voorbereiding van de EuroBAT stelt Nederland zelf rapporten op over de technische vooruitgang inzake emissiebestrijding, de zgn. NedBAT. Met deze BAT-uitwisseling worden 30 processen gemonitord. BAT's worden ook opgesteld m.b.t. waterverontreiniging. De vergunningverlener wordt overeenkomstig Europese IBPC-richtlijnen eraan gehouden de BAT toe te passen in zijn voorwaarden. De inspecteur adviseert de minister over de handhaafbaarheid van BAT-documenten.

Waardering: B (4 1994)

1629

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van Nederlandse bijdragen tot de vaststelling van de jaarlijkse Europese Afvalcatalogus.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Pb EG 1994, L 5,

Opmerking: Tevoren hebben discussies tussen de lidstaten plaats gevonden over de vraag welke producten als afval moeten worden aangemerkt. Deze lijst kan tevens worden doorgegeven aan het VN-register in het kader van de UNEP. De lijst is vastgesteld op basis van een resolutie van de Europese Commissie van december 1993.

Waardering: B (4 1994)

12.8.2.3 Uitvoerings-overlegorganen

12.8.2.3.1 Diverse organen

1631

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen op milieugebied aan de nadere ontwikkeling van vastgestelde technologische ontwikkelings- en onderzoeksprogramma's van de EU.

Periode: 1971-

Opmerking: In het kader van deze programma;s worden ook EG-subsidieregels vastgesteld. Voor de uitvoering van deze subsidieregelingen zie het hoofdstuk met betrekking tot het beleidsinstrument subsidies. Het gaat hier om programma's voor milieuvriendelijke en duurzame technologie, energiebesparing e.d.; de minister heeft hierin voornamelijk een adviserende functie. Voorbeelden van opgezette projecten zijn: LIFE: demonstratieprojecten voor milieuvriendelijke technologie, JOULE: energieprojecten als alternatief voor kernenergie en zwavelhoudende energie, ENVIRONMENT/ENVIDI, environmental data emergency.

Waardering: B (4 1994)

1632

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen en standpunten in het overleg van het handhavingsnetwerk van de EU, in het bijzonder het European Network for the implementation and Enforcement of Environmental Law (IMPEL).

Periode: 1980-

Opmerking: IMPEL is een informeel EU-netwerk voor de afstemming van informatie-uitwisseling over de handhavingsstrategieën in de landen van de EU. Daarnaast voert het IMPEL-netwerk overleg over een gezamenlijke aanpak van de problemen van de implementatie van EG- verordeningen en richtlijnen. Er zijn ook specifieke handhavingsprojecten, zoals Transfrontier shipment of hazardous waste.

Waardering: B (1 1994)

1633

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen aan de organisatie van Europese monitoringscentra.

Periode: 1985-

Producten: Vierjarenprogramma met het oog op de ontwikkeling van de milieustatistieken (COM (92) 483)

Opmerking: In 1985 werd het CORINE programma opgesteld (besluit 85/338). Op deze grondslag werd een permanent Europees monitoringsprogramma opgesteld De Raad besliste over de organisatie en bevoegdheden van CORINE. In 1989 werd deze taak overgenomen door het Europese Milieu Agentschap.

Waardering: B (1 1994)

1634

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van Nederlandse delegaties in de Administratieve Raad van het Europese Milieuagentschap.

Periode: 1990

Opmerking: Het Europese Milieu-agentschap wordt bestuurd door een Administratieve Raad, bestaande uit vertegenwoordigers van de EU-lidstaten. Het agentschap sluit schakels met ontwikkelingslanden en Oosteuropese landen voor oplossing van de milieuproblemen. Een van haar werkzaamheden is de oprichting van een regionaal milieucentrum voor Oost-Europa in Boedapest, dat als een niet-gouvernementele organisatie opereert.

Waardering: B (1 1994)

12.8.2.3.2 Milieukeur

1635

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van Nederlandse delegaties in de adviescommissie met betrekking tot de vaststelling van regels ter toekenning van een EEG-milieukeur aan specifieke producten.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1992, Pb EG L99 1, nr. 880/92)

Waardering: B (1 1994)

1636

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten in het Beheerscomité Milieukeur van de EU.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Directieplan IBPC 1995,

Waardering: B (1 1994)

1637

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek en/of periodiek rapporteren aan de Commissie van de EEG inzake de voortgang van het in werking treden van de Verordening inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren.

Periode: 1992-1993

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (1992, Pb EG L99/1, nr. 880/92), art. 17

Waardering: B (2 1994)

12.8.2.3.3 Rapportage inzake specifieke stoffen

12.8.2.3.3.1 Splijtbaar materiaal

1638

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het overeenstemmen met de minister van SZW inzake het informeren van het bevoegd gezag van betrokken lidstaten betreffende de in-, uit- of doorvoer van radioactieve afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen (Stb. 1993, 626)

Opmerking: Deze handeling heeft ook betrekking op mededelingen betreffende de ontvangst of de afgifte van radioactieve afvalstoffen.

Waardering: V (5 jaar)

1639

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het overeenstemmen met SZW inzake het informeren van de Commissie van de Europese Gemeenschappen over de weigering een vergunning te verlenen voor het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen (Stb. 1993, 626)

Waardering: V (5 jaar)

12.8.2.3.3.2 Milieugevaarlijke stoffen

1642

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het aanwijzen van een rapporteur inzake de aan Nederland toegedeelde milieugevaarlijke prioriteitstoffen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen, art. 2

Waardering: B (5 1994)

1643

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het rapporteren inzake aan Nederland toegedeelde milieugevaarlijke prioriteitstoffen voor rapportage.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen, art. 10

Opmerking: NB: Incidentele rapportage aan de Europese Commissie in verband met direct milieugevaar is het gevolg van bijzondere omstandigheden. Hiervoor zijn andere handelingen geformuleerd.

Waardering: V (10 jaar)

1644

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het informeren van de Europese Commissie over de uitvoer van op milieugevaar geregistreerde stoffen uit de EEG.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (nr. 2455/92, Pb EG L 251), art. 3-4

Opmerking: Deze kennisgeving vindt plaats op basis van een door de EEG ontworpen formulier.

Waardering: V (10 jaar)

1646

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het notificeren van de Europese Commissie inzake een aangemelde nieuwe stof.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 3

Opmerking: Het betreft hier mogelijk afzonderlijk geregistreerde procedures ter uitvoering van door EG-regelingen vastgestelde voorschriften. De resultaten worden in Europese of UNEP-gegevenssystemen verwerkt.

Waardering: V (10 jaar)

12.8.2.4 Manifestaties

1647

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het installeren van Nederlandse comités voor de landelijke organisatie voor Europese manifestaties.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Eindrapportage Europees Jaar van het Milieu,

Producten: Nationaal Comité voor het Europees Jaar van het Milieu (21 april 1986)

Waardering: B (2 1994)

1648

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen in Europese stuurgroepen van Europese manifestaties.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Eindrapportage Europees Jaar van het Milieu

Waardering: B (1 1994)

12.8.3 BENELUX

1649

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake milieubeheer in de BENELUX-raad.

Periode: 1958-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994,

Waardering: B (1 1994)

1650

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten welke betrekking hebben op het milieu tijdens het BENELUX-overleg over grondwater.

Periode: 1958-

Waardering: B (1 1994)

1651

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)-

Handeling: Het leveren van een Nederlandse bijdrage in de Bijzondere Commissie van de Volksgezondheid in de Benelux.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van Antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Waardering: B (1 1994)

12.8.4 Conference Européenne des Ministres de Transports (CEMT)

1652

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen tijdens bijeenkomsten in het kader van de Conference Européenne des Ministres de Transports (CEMT) welke betrekking hebben op het milieu.

Periode: 1971-

Waardering: B (1 1994)

12.8.5 Noordzeeministers-conferentie (NZMC)

1653

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van het Noordzeeministers-conferenties (NZMC).

Periode: 1984-

Waardering: B (1 1994)

12.8.6 Waddenzee-overleg

1654

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van het Waddenoverleg.

Periode: 1982-

Waardering: B (1 1994)

12.8.7 Internationale Maas Commissie

1655

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten welke betrekking hebben op het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de Technische Maas Commissie.

Periode: 1983-1986

Waardering: B (1 1994)

1656

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten welke betrekking hebben op het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de Internationale Maas Commissie.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Verdrag van Charleville-Mezieres (1994)

Waardering: B (1 1994)

12.8.8 Internationale Rijn Commissie (IRC)

1657

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten welke betrekking hebben op het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de IRC (Internationale Rijncommissie).

Periode: 1970-

Waardering: B (1 1994)

12.8.9 Centrale Commissie voor de Rijnvaart

1658

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake milieubeheer in de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994

Waardering: B (1 1994)

12.8.10 Internationale Schelde Commissie

1659

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de Technische Schelde Commissie.

Periode: 1993-

Opmerking:

Waardering: B (1 1994)

1660

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de Internationale Schelde Commissie.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Verdrag van Charleville-Mezieres (1994)

Waardering: B (1 1994)

12.8.11 PARCOM/OSCOM/OSPARCOM

1661

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de PARCOM/OSCOM/OSPARCOM.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Internationaal milieubeleid: stand van zaken bij de uitvoering van het NMP-beleid (Directie Internationale Milieuzaken, 1995), 03-03-2003

Waardering: B (1 1994)

12.9 Geformaliseerd multilateraal mondiaal overleg

12.9.9.1 Verenigde Naties

12.9.1.1 Algemeen en hoofdorganisaties

1662

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van Nederlandse bijdragen bij de totstandkoming van internationale organisaties op milieugebied.

Periode: 1972-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 20,

Opmerking: Voorbeelden zijn: De Wereld Meteorologische Organisatie WMO, Het United Nations Envitronment Programme, Stockholm 1972 (UNEP), Het UNEP Industry and Environment Programme Activity Centre, Het Environment Protection Agency: International resistant pest management, Global Environment Facility (GEF), Het United Nations Conference on Environment and Development (UNCED, Rio de Janeiro, 1992) en de daarop volgende High Level Commission on Sustainable Development (CSD).

Waardering: B (1 1994)

1663

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen van de door Nederland in te brengen standpunten en bijdragen met betrekking tot het milieu in relatie met ontwikkelingssamenwerking ten behoeve van bijeenkomsten in het kader van de Verenigde naties.

Periode: 1968-

Waardering: B (1 1994)

1664

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van de Commissie Bruntland.

Periode: 1980-

Waardering: B (1 1994)

1665

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer in bijeenkomsten van Internationale Organisatie voor Standaardisatie (ISO).

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling,

Waardering: B (1 1994)

1666

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van de UNSCEAR (United Nations Scientific Committee on the Effects of Atomic Radiation).

Periode: 1968-

Waardering: B (1 1994)

1667

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van de UNESCO.

Periode: 1948-

Waardering: B (1 1994)

1668

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van de Wereldvoedselorganisatie FAO.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: IMP-Bodem 1984-1988,

Producten: World Soil Charter

Waardering: B (1 1994)

1669

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van het Antarctica-Verdrag.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994,

Waardering: B (1 1994)

12.9.1.2 Het United Nations Environmental Programma (UNEP)

1670

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van de Commissie Duurzame Ontwikkeling of Commission for Sustainable Development (VNCDO/UNCSD).

Periode: 1972-

Waardering: B (1 1994)

1671

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten van de beheersraad van het UNEP.

Periode: 1972-

Waardering: B (1 1994)

1672

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van Nederlandse bijdragen aan richtlijnen, rapporten en aanbevelingen van de UNEP.

Periode: 1972-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 20,

Producten: World Conservation Strategy

World Charter for Nature

World Soil Policy nota

Waardering: B (1 1994)

1673

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van Nederlandse bijdragen aan het International Register of Potentially Toxic Chemicals van de UNEP (IRPTC) in Geneve. en het werk van het International Program on Chemical Safety IPCS.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 20,

Opmerking: De stukken betreffen de nadere registratie van aangemelde milieugevaarlijke stoffen die ook aan de Europese Commissie zijn doorgegeven en getoetst worden aan de hand van EuroBAT's.

Waardering: B (1 1994)

1674

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het - in het kader van de Verenigde Naties Environmental Program UNEP - geven van voorlichting aan milieuhandhavers in onderontwikkelde landen.

Periode: 1972-

Opmerking: Bijvoorbeeld: de opbouw van een milieuinspectie in Sri Lanka, Egypte, Zimbabwe etc. met behulp van de deskundigheid van de IMH.

Waardering: B (1 1994)

1675

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer in zittingen van de PAN (Pesticides Action Network).

Periode: 1972-

Waardering: B (1 1994)

12.9.1.3 Wereld Milieu Fonds (GEF)

1676

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen voor de middelenaanvulling van het Wereld Milieu Fonds/Global Environmental Facility (GEF).

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Milieuverdragen (Kraaij, R.A. en M.A. Boerboom, Den Haag, 1996),

Opmerking: Het beheersfonds van de GEF is het 'Global Environmental Trust Fund' (GET).

Waardering: B (1 1994)

1677

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten tijdens bijeenkomsten in het kader van het Wereld Milieu Fonds/Global Environmental Facility (GEF).

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Milieuverdragen (Kraaij, R.A. en M.A. Boerboom, Den Haag, 1996),

Opmerking: Voorbeeld bijeenkomst: Deelnemersgroep GEF.

Waardering: B (1 1994)

12.9.1.4 Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering (IPCC)

1678

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake het milieu inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van het IPCC (Intergouvernementeel Panel voor Klimaatverandering).

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Milieuverdragen (Kraaij, R.A. en M.A. Boerboom, Den Haag, 1996),

Waardering: B (1 1994)

1679

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de Conferentie van de Partijen van het Klimaatverdrag en het Intergovernmental Panel on Climate Change IPCC

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie 1995,

Producten: Criteria voor joint implementation van verschillende landen

Opmerking: De handelingen bestaan uit het samenvatten van onderzoeksresultaten die moeten leiden tot het Nederlands standpunt bij onderhandelingen over aanscherping van het klimaatverdrag.

Waardering: B (1 1994)

1680

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het geven en financieren van onderzoeksopdrachten ter voorbereiding van het Nederlands standpunt inzake conferenties van het IPCC.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie 1995,

Waardering: V (6 jaar)

1681

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van de jaarlijkse Nederlandse bijdragen aan de State-of-the-art-overzichten van het IPCC.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie 1995,

Waardering: B (2 1994)

1682

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan instellingen, ingesteld door het IPCC.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie,

Directieplan IBPC 1995, 01-01-1995

Opmerking: Een van die instellingen is het Climate Technology Initiative.

Waardering: B (1 1994)

1683

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bij Memorandum of Understanding overeenkomen van Joint Implementation Programs met Oost-Europese landen en ontwikkelingslanden.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Klimaatverdrag

Opmerking: Voor de uitvoering hiervan zijn workshops gehouden in Praag, Moskou, Boedapest, New Delhi, Peking en Riga.

Waardering: B (1 1994)

1684

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het verlenen van bijstand in het kader van een Joint Implementation Program.

Periode: 1993

Grondslag/Bron: Klimaatverdrag

Producten: Verslag

uitvoeringsprogramma

Opmerking: Deze bijstand is experimenteel. Contacten worden gemaakt met Polen, Hongarije, Rusland en de andere voormalige Sovjetstaten en ontwikkelingslanden.

Waardering: V (6 jaar)

1685

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks rapporteren aan de Tweede Kamer over de vorderingen van de Joint Implementation programs van het klimaatverdrag.

Periode: 1993-

Producten: Joint Implementation Newsletter JIN

Opmerking: In dit verslag wordt per land en per project de ontwikkeling van het programma inzake klimaatverandering geschetst. Bij deze handeling behoort ook de nadere rapportage in de vorm van nieuwsbrieven.

Waardering: B (2 1994)

12.9.2 De Wereld Meteorologische Organisatie W.M.O.

1686

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de WMO (World Meteorological Organization).

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Milieuverdragen (Kraaij, R.A. en M.A. Boerboom, Den Haag, 1996),

Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling 1985,

Waardering: B (1 1994)

1687

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van Nederlandse bijdragen aan onderzoekspanels van de WMO.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 20,

Opmerking: Voorbeeld: het Ozone Trends Panel van de NASA.

Waardering: B (1 1994)

1688

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van het VN-Verdrag van Bazel inzake de in-, uit- en doorvoer van afvalstoffen.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994

Waardering: B (1 1994)

1689

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten met betrekking tot bijeenkomsten in het kader van het Protocol van Montreal (Trb. 1988, 11) inzake grensoverschrijdende milieuverontreiniging.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Directieplan IBPC 1995

Waardering: B (1 1994)

12.9.3 International Atomic Energy Agency (IAEA)

1690

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen inzake het milieu tijdens bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en de Raad van Beheer van de IAEA (International Atomic Energy Agency).

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Internationaal milieubeleid: stand van zaken bij de uitvoering van het NMP-beleid (Directie Internationale Milieuzaken, 1995), 01-01-1995

Waardering: B (1 1994)

1691

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen inzake het milieu tijdens bijeenkomsten van werkgroepen van het IAEA (International Atomic Energy Agency).

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Internationaal milieubeleid: stand van zaken bij de uitvoering van het NMP-beleid (Directie Internationale Milieuzaken, 1995), 01-01-1995

nadere informatie van de Directie Stoffen, Veiligheid en Straling, 03-03-2003

Opmerking: Voorbeeld van een werkgroep: Radioactive Transport Study Group (RTSG).

Waardering: B (1 1994)

12.9.4 Economic Commission for Europe (ECE)

1645

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het informeren van de Europese Commissie over de voorgenomen invoer van bij EU-verordening of bij AMvB ter uitvoering van EU-richtlijnen verboden of aan strenge beperkingen gebonden milieugevaarlijke stoffen in Nederland.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Verordening (EEG) betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (nr. 2455/92, Pb EG L 251), art. 8

Opmerking: De Europese Commissie stelt de overige EEG-staten op de hoogte en verzamelt alle gegevens voor een gezamenlijke evaluatie.

Waardering: V (10 jaar)

1692

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van de door Nederland in te brengen standpunten en bijdragen met betrekking tot het milieu ten behoeve van bijeenkomsten in het kader van de Economische Commissie voor Europa (ECE).

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Bestrijdingsplan verzuring 2000

Opmerking: Voorbeeld: Organisatie Workshop olieraffnaderijen in Nederland (1994).

Waardering: B (1 1994)

1693

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van een Nederlandse bijdrage aan (ministers)conferenties en workshops van de E.C.E.

Periode: 1974-

Opmerking: Hierbij zijn ook werkgroepen betrokken voor crisisbeheersing en afstemming van rampenplannen. Voorbeelden zijn: Verslag van de Ministersconferentie in Stockholm, juni 1982, De paneuropese conferenties van milieubewindslieden in Dobris (1991) en Luzern (1993).

Waardering: B (1 1994)

1694

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan besluiten, verklaringen, aanbevelingen en rapporten van de ECE.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 14

Opmerking: Voorbeeld: Het Paneuropees Milieu-actieprogramma.

Waardering: B (1 1994)

1695

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van verdragen van de ECE op het gebied van luchtverontreiniging.

Periode: 1974-

Grondslag/Bron: Conventie van 1979 inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over grote afstand

Producten: Verdrag van Geneve inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging LRTAP 1984

Verdrag van Esposi inzake milieu-effectrapportage in een grensoverschrijdende context, 1991

Verdrag van Helsinki inzake grensoverschrijdende effecten van industriële ongevallen, 1992

Verdrag van Helsinki inzake de bescherming en het gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren, 1992

Opmerking: De verdragen zijn vaak kaderstellend en worden meestal gevolgd door uitvoerende protocollen.

Waardering: B (1 1994)

1696

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan de organisatie van het E.C.E. en de thematische centra.

Periode: 1974-

Opmerking: Het betreft hier aanwijzing van vertegenwoordigingen, zitting in bestuursorganen e.d.

Selectieopmerking: 5 jaar na beëindiging van de delegatie.

Waardering: V (5 jaar)

1697

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het deelnemen aan de door de ECE geëntameerde milieuprojecten inzake Oost-Europa.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Directieplan Lucht en Energie, 01-01-1991

Opmerking: Dit zijn uitvoeringsprojecten op basis van een Memory of Understanding die in het kader van de ECE-samenwerkingsverbanden met oosteuropese landen worden opgesteld. Deze MoU worden mede opgesteld door de minister van Economische Zaken. Voorbeelden hiervan zijn: Bedrijfsbezoeken, georganiseerd door de ECE; Energie Effciency 2000 Project.

Waardering: V (5 jaar)

12.9.5 De executieve van het Verdrag van Geneve inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging (LRTAP)

1698

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen aan vergaderingen van de Executive Body (EB) van de LRTAP en van onder auspiciën van de EB georganiseerde ministersbijeenkomsten in het kader van de EMEP.

Periode: 1983-

Grondslag/Bron: Conventie van 1979 inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over grote afstand

Waardering: B (1 1994)

1699

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het departementaal voorbereiden van protocollen naar aanleiding van het verdrag van Geneve inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging.

Periode: 1983-

Grondslag/Bron: Conventie van 1979 inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over grote afstand

Waardering: B (1 1994)

1700

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het zenden van afvaardigingen naar werkgroepen van de EMEP.

Periode: 1983

Grondslag/Bron: Conventie van 1979 inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over grote afstand

Opmerking: Bijvoorbeeld: werkgroep 'Abatement strategies'.

Waardering: B (1 1994)

1701

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op verzoek van de ECE in het kader van de EMEP verstrekken van gegevens over luchtverontreinigende stoffen en de daartegen te treffen maatregelen.

Periode: 1983

Grondslag/Bron: Conventie van 1979 inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over grote afstand

Producten: rapportages over de NH3-uitstoot en de bestrijdingsmaatregelen (1988-1990)

Opmerking: De rapportages resulteren in protocollen van de ECE inzake de bestrijding van luchtverontreiniging.

Waardering: B (2 1994)

1702

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het beschikbaar stellen van deskundigen aan de ECE voor informatie over luchtverontreinigende stoffen.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Conventie van 1979 inzake grensoverschrijdende luchtverontreiniging over grote afstand

Producten: beschikbaarstelling van de staf van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne.

Waardering: B (5 1994)

12.9.6 De World Health Organizations en de Europese afdeling van de WHO en het Europees centrum voor volksgezondheid en Milieuhygiëne (WHO/ECEH)

1703

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van de WHO.

Periode: 1971-

Waardering: B (1 1994)

1704

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen tijdens bijeenkomsten in het kader van de Europese afdeling van de WHO en de oprichting van WHO/ECEH.

Periode: 1989-

Waardering: B (1 1994)

1705

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het bemiddelen bij studies van het ECEH inzake het milieubeheer in Nederland.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: WHO-ECEH-brochure, 03-03-2003

Opmerking: ECEH verricht studies per land over de risico's van het aldaar gevoerde milieubeheer voor de volksgezondheid.

Waardering: B (6 1994)

12.9.7 International Civil Aviation Organization (ICAO)/European Civil aviation Conference (ECAC)

1706

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen met betrekking tot de milieu-aspecten van de luchtvaart ten behoeve van het overleg binnen de werk- en subgroepen van het Committee on Aviation Environmental Protection (CAEP) van de ICAO.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Nota Luchtverontreiniging en luchtvaart (1991), 03-03-2003

Waardering: B (1 1994)

1707

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse standpunten en bijdragen met betrekking tot de milieu-aspecten van de luchtvaart ten behoeve van het overleg binnen de werk- en subgroepen van de group of experts on Abatements of Nuisances Caused by Air Transport (ANCAT) van de ECAC.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Nota Luchtverontreiniging en luchtvaart (1991)

Waardering: B (1 1994)

12.9.8 International Maritime Organisation (IMO)

1708

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de IMO.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Directieplan Stoffen, Veiligheid, Straling 1995

Opmerking: Voorbeeld van werkgroep of comité: GESAMP (Joint Group of Experts on the Scientific Aspects of Marine Pollution).

Waardering: B (1 1994)

12.9.9 International Whaling Commission (IWC)

1709

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de International Whaling Commission.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Internationaal milieubeleid: stand van zaken bij de uitvoering van het NMP-beleid (Directie Internationale Milieuzaken, 1995)

Waardering: B (1 1994)

12.9.10 General Agreement on Tariffs and Trade (GATT)/ World Trade Organisation (WTO)

1710

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van General Agreement on Tariffs and Trade (GATT)/Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Internationaal milieubeleid: stand van zaken bij de uitvoering van het NMP-beleid (Directie Internationale Milieuzaken, 1995), 03-03-2003

Waardering: B (1 1994)

1711

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen in de GATT-werkgroep Handel en Milieu.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: NMP 2, p. 69

Waardering: B (1 1994)

12.9.11 Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)

1712

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake milieubeheer tijdens bijeenkomsten in het kader van de OESO.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990

Nota Product en milieu, p.32

Directieplan Afvalstoffen 1994

Opmerking: Voorbeelden van werkgroepen of comités: EPoC (Environmental Policy Committee), Joint Session of Trade and Environment Experts, Waste Management Policy Group (OESO/WPMG) en werkgroepen.

Waardering: B (1 1994)

1713

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het leveren van bijdragen voor de totstandkoming van beslissingen, aanbevelingen en/of resoluties van de OESO en het reageren daarop.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 10

Waardering: B (1 1994)

1714

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het (doen) leveren van Nederlandse bijdragen aan het Milieubeleidscomité van de OESO.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Ontwerp-Wet op de luchtverontreiniging, Memorie van Antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Evaluatie Internationale strategie NMP 1990, p. 11

Opmerking: Het Milieubeleidscomité houdt zich met een groot aantal milieu-onderwerpen bezig.

Waardering: B (1 1994)

1715

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het op departementaal niveau voorbereiden van Nederlandse rapportage ('performance reviews') aan het Economisch Beleidscomité van OESO.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990

Waardering: B (1 1994)

1716

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake milieubeheer in werkgroepen en comités van de OESO.

Periode: 1963-

Grondslag/Bron: Evaluatie Internationale strategie NMP 1990

Waardering: B (1 1994)

1717

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen leveren van Nederlandse bijdragen aan door de OESO ingestelde onderzoeksinstellingen (bijvoorbeeld het World Resources Institute).

Periode: 1968-

Producten: uitwisseling van gegevens over milieu-indicatoren

Waardering: V (10 jaar)

1718

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het jaarlijks verstrekken van gegevens voor de rapportage van de OESO naar aanleiding van handelingen die in Nederland verricht zijn of verricht zullen worden voor zover die van invloed zijn op het milieu.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: OESO-Verdrag

Producten: jaarlijkse rapportage van de in-, uit- en doorvoer van radioactieve stoffen en ertsen door Nederland

Waardering: V (10 jaar)

12.9.12 Noord Atlantische Verdrag Organisatie (NAVO)

1719

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het doen inbrengen van Nederlandse bijdragen en standpunten inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de NAVO.

Periode: 1970-

Opmerking: Voorbeeld van werkgroepen of comités: CCMS (Committee on the challenges of modern society).

Waardering: B (1 1994)

12.9.13 Society of Environmental Toxicology and Chemistry (SETAC)

1720

Actoren: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM)

Handeling: Het opstellen en inbrengen van standpunten en bijdragen inzake het milieu tijdens bijeenkomsten in het kader van de Society of Environmental Toxicology and Chemistry (SETAC).

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Nota Product en millieu, p. 24,

Waardering: B (1 1994)

13. Adviesorganen [Vervallen per 26-04-2009]

13.1 Gezondheidsraad

18

Actoren: Gezondheidsraad

Handeling: Het adviseren aan de minister ten aanzien van het milieubeleid.

Periode: 1945-1983

Producten: Advies inzake Grenswaarden SO2 (Handelingen TK 1970-1971, nr. 11 332)

rapporten (verschenen in de V.A.R.-reeks)

Opmerking: De Gezondheidsraad adviseert op het gebied van geluidshinder dat door industriele producten wordt voortgebracht; ook hebben verschillende adviezen betrekking op de effecten van bij luchtverontreiniging en andere emissies aangetroffen stoffen. Daarnaast adviseert de raad het milieugevaar van bepaalde stoffen.

Waardering: B (3 1994)

242

Actoren: Gezondheidsraad

Handeling: Het adviseren aan de minister over de stand van kennis inzake van emissies van bepaalde stoffen in de lucht.

Periode: 1945-1983

Producten: Advies inzake Grenswaarden SO2 (Handelingen TK 1970-1971, nr. 11 332)

rapporten (verschenen in de V.A.R.-reeks)

Opmerking: De resultaten van deze adviezen liggen ten grondslag aan richtlijnen voor vergunningverlening of de opstelling van algemene regels.

Waardering: B (3 1994)

356

Actoren: Gezondheidsraad

Handeling: Het rapporteren inzake normstellingen voor emissies van milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1945-1983

Producten: rapporten (verschenen in de V.A.R.-reeks)

Waardering: B (3 1994)

596

Actoren: Gezondheidsraad

Handeling: Het opstellen van adviezen inzake op de aandachtslijst te plaatsen milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1983

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 22

Opmerking: Deze adviezen worden gepubliceerd.

Waardering: B (4 1994)

1378

Actoren: Gezondheidsraad, 1913-1983

Handeling: Het adviseren van de minister inzake de lijkbezorging.

Periode: 1970-1983

Grondslag/Bron: Wet op de lijkbezorging (Stb. 1991, 130), diverse artikelen

Producten: Interimadvies inzake inrichting en ligging van openbaargelegenheden, 23 juli 1976 (VAR-reeks nr. 9)

Het gebruik van plastic bij het begraven van lijken (VAR-reeks nr. 19)

Opmerking: Het betreft eisen, te stellen aan de wijze van begraven en cremeren overeenkomstig de Inspectierichtlijn lijkbezorging 1989 en nadere regelingen.

Waardering: B (3 1994)

1491

Actoren: Gezondheidsraad

Handeling: Het adviseren aan overheidsinstellingen inzake de keuzen van geautomatiseerde meetnetten voor emissies.

Periode: 1968-

Grondslag/Bron: Ontwerpwet op de luchtverontreiniging, Memorie van Antwoord (Handelingen TK 1968-1969, 9816)

Opmerking: Het betreft vooral metingen van luchtverontreiniging.

Waardering: B (3 1994)

13.2 Raad voor de luchtverontreiniging

146

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het bindend adviseren aan de minister inzake de voordracht van een door de kroon te benoemen voorzitter.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 5, lid 1

Opmerking: De Raad inzake de Luchtverontreiniging wijzigde in 1970 in de Raad voor de Luchtverontreiniging. In 1981 werd deze raad opgenomen in de (Voorlopige) Centrale Raad voor de Milieuhygiëne.

Waardering: B (3 1994)

147

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het benoemen van plaatsvervangers van de voorzitter van de Raad.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 5, lid 2

Waardering: B (5 1994)

149

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het adviseren van de minister in beleidsaangelegenheden.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 2, lid 3

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 3, lid 1

Waardering: B (5 1994)

150

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het adviseren van de minister bij de opstelling van indicatieve meerjarenplannen lucht.

Periode: 1970-1981

Waardering: B (5 1994)

151

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het uitbrengen van een jaarverslag van zijn verrichtingen.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 11

Waardering: B (2 1994)

152

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen van de toestand en de ontwikkeling van de luchtverontreiniging in Nederland.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 3, lid 2

Waardering: B (2 1994)

154

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), 1982-

Handeling: Het instellen van commissies van onderzoek inzake onderwerpen met betrekking op de luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 7,

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 7

Waardering: B (5 1994)

156

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging, 1970-1981

Handeling: Het vaststellen van reglementen inzake haar werkwijze.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de Raad inzake de Luchtverontreiniging (Stb. 1963, 319), art. 9, lid 1

Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art, 10, lid 1

Waardering: B (5 1994)

223

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het adviseren van de minister inzake wettelijke regelingen inzake de luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet op de Raad voor de Luchtverontreiniging, Memorie van Toelichting

Waardering: B (3 1994)

1498

Actoren: Raad voor de Luchtverontreiniging

Handeling: Het verzoeken aan de minister en andere openbare lichamen om inlichtingen over uitkomsten van hun metingen ter bepaling van de luchtverontreiniging.

Periode: 1970-1981

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 59, lid 4

Waardering: V (5 jaar)

13.3 Centrale Raad voor de Milieuhygiëne / Raad voor het milieubeheer

158

Actoren: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

Raad voor het Milieubeheer, 1993-1996

Handeling: Het instellen van vaste commissies voor bepaalde onderwerpen.

Periode: 1980-1996

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 71

Wet Milieubeheer, art. 2.10

Opmerking: De Voorlopige Centrale Raad voor de Milieuhygiëne functioneerde van 1974-1980, de Centrale Raad voor de Milieuhygiëne van 1980-1993, de Raad voor het Milieubeheer van 1993 tot en met 1996, waarna deze adviesraad opging in de VROM-Raad.

Waardering: B (5 1994)

159

Actoren: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

Raad voor het Milieubeheer, 1993-1996

Handeling: Het stellen van nadere regels met betrekking tot de werkwijze van de raad en zijn commissies en instructies voor de secretaris.

Periode: 1980-1996

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 77

Wet Milieubeheer, art. 2.16, eerste en tweede lid

Opmerking: Deze werkwijze en instructies moeten door de minister worden goedgekeurd.

Waardering: B (5 1994)

160

Actoren: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

Raad voor het Milieubeheer, 1993-1996

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een rapport van de stand van zaken op het gebied van milieubeheer.

Periode: 1980-1996

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 3, lid 2

Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 64, eerste lid

Wet milieubeheer, art. 2.3, eerste lid

Opmerking: -Wetswijziging Stb. 1993, 238: uitbrengen van het rapport voor 1 april-Overheidsorganen verstrekken de raad op zijn verzoek gegevens die redelijkerwijs voor de opstelling van het overzicht nodig zijn (art. 2.3, tweede lid).

Waardering: B (2 1994)

161

Actoren: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

Raad voor het Milieubeheer, 1993-1996

Handeling: Het om de vier jaar rapporteren aan de minister omtrent de taakvervulling van de raad.

Periode: 1980-1996

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 216a

Opmerking: In het rapport wordt de taakvervulling van de raad onderzocht en worden voorstellen gedaan voor gewenste veranderingen.

Waardering: B (2 1994)

224

Actoren: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

Raad voor het Milieubeheer, 1993-1996

Handeling: Het adviseren van de minister inzake wettelijke regelingen inzake het milieubeheer.

Periode: 1980-1996

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 88, lid 1

Opmerking: De minister is verplicht de raad in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen.

Waardering: B (3 1994)

225

Actoren: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

Raad voor het Milieubeheer, 1993-1996

Handeling: Het adviseren van de minister inzake wettelijke regelingen inzake het milieubeheer

Periode: 1980-1996

Waardering: B (3 1994)

256

Actoren: Centrale Raad voor de Milieuhygiëne

Raad voor het Milieubeheer, 1993-1996

Handeling: Het verstrekken van advies inzake ontwerpen van algemene maatregelen van bestuur inzake het tegengaan van luchtverontreiniging.

Periode: 1980-1996

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 88, lid 1

Opmerking: De minister is verplicht de raad in de gelegenheid te stellen om advies uit te brengen.

Waardering: B (1 1994)

13.4 Rijksmilieuhygiënische commissie en zijn rechtsvoorgangers

167

Actoren: Rijksmilieuhygiënische Commissie

Handeling: Het adviseren van de minister van VROM en andere ministers met betrekking tot het milieubeleid.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Besluit Rijks Milieuhygiënische Commissie, art. 2

Waardering: B (1 1994)

168

Actoren: Rijksmilieuhygiënische Commissie

Handeling: Het adviseren van de ministerraad inzake het Nationaal Milieu Beleidsplan.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Directieplan Stafbureau Milieubeheer, 01-01-1984

Waardering: V (5 jaar)

169

Actoren: Rijksmilieuhygiënische Commissie

Handeling: Het adviseren van ministers inzake de gevolgen van wettelijke regelingen en uitvoerende maatregelen voor het milieu.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Besluit Rijks Milieuhygiënische Commissie, art. 3, lid 1

Waardering: B (1 1994)

13.4.1 Voorgangers

170

Actoren: Interdepartementale Commissie voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het opstellen van onderzoeksprogramma's om beleidsonderbouwende gegevens en inzichten ten behoeve van de Milieuhygiëne te verkrijgen.

Periode: 1971-1984

Waardering: B+V (1 1994) + (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: B: onderzoekprogramma's: V 6 jaar: overige stukken

171

Actoren: Interdepartementale Commissie Geluidshinder

Handeling: Het opstellen van onderzoeksprogramma's om beleidsonderbouwende gegevens en inzichten ten behoeve van de bestrijding en voorkoming van geluidhinder te verkrijgen.

Periode: 1972-1985

Producten: Integraal onderzoeksprogramma wegverkeerslawaai (TK 1975-1976, 13 639, nrs. 1-4, p. 4)

Onderzoeksprogramma railverkeerslawaai (in samenwerking met de NS en andere tram- en metrobeherende vervoersmaatschappijen uitgevoerd), (TK 1975-1976, 13 639, nrs. 1-4, p. 74)

Selectieopmerking: De eindrapporten. Overige neerslag: Waardering: V, Termijn:

Waardering: B (1 1994)

172

Actoren: Interdepartementale Commissie Geluidshinder

Handeling: Het (laten) doen van beleidsonderbouwend onderzoek ten behoeve van het geluidhinderbeleid.

Periode: 1972-1985

Opmerking: Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van onderzoeksprogramma's.

Waardering: B (1 1994)

Bewerkingsinstructie: De eindrapporten. Overige neerslag: Waardering: V, Termijn: 6 jaar.

173

Actoren: Interdepartementale Commissie Kernenergie

Handeling: Het adviseren van de minister in beleidsaangelegenheden.

Periode: 1972-1985

Waardering: B (4 1994)

174

Actoren: Interdepartementale Commissie Kernenergie

Handeling: Het adviseren van de Ministerraad bij de opstelling van indicatieve meerjarenplannen.

Periode: 1972-1985

Waardering: B (1 1994)

13.5 Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek

178

Actoren: Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)

Handeling: Het adviseren van de minister bij de formulering van onderzoeksprogramma's op het gebied van bodemsanering.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: IMP-Bodem 1984-1988

Opmerking: Deze adviezen zijn gebaseerd op het gebied van geohydrologie, bodemecologie en bodemecotoxicologie. De adviserende werkzaamheid is nader uitgewerkt in het Basisprogramma Bodemonderzoek van 1986.

Waardering: B (3 1994)

179

Actoren: Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)

Handeling: Het adviseren ten aanzien van onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de milieubescherming en het natuur- en landschapsbehoud.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: Besluit Raad voor het milieu- en natuuronderzoek (Stb. 1988, 213)

Producten: Rapport

nota (opgenomen in een bij de jaarverslagen geleverde publicatielijst)

Opmerking: Doelgroepen zijn naast van de ministers van VROM, de ministers, belast met Landbouw, Visserij, Verkeer en Onderwijs en Wetenschapsbeleid ook particuliere organisaties op het gebied van technologie en milieubeheer.

Waardering: B (1 1994)

180

Actoren: Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)

Handeling: Het vierjaarlijks opstellen van een meerjarenvisie in hoofdlijnen en aanbieden aan de minister en de ministers belast met Landbouw en Visserij, Verkeer en Waterstaat en Onderwijs en Wetenschappen.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: Besluit Raad voor het milieu- en natuuronderzoek ( Stb. 1988, 213)

Opmerking: In deze meerjarenvisie zijn de voornemens en voorstellen van de verschillende bij milieu- en natuuronderzoek betrokken instellingen en de ten aanzien van dat onderzoek bestaande maatschappelijke behoeften en wensen tegen elkaar afgewogen. De laatste meerjarenvisie is uit 1992.

Waardering: B (1 1994)

181

Actoren: Raad voor Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO)

Handeling: Het organiseren van symposia.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: Jaarverslag RMNO, 01-01-1988

Producten: Symposium De toekomst van historische ecologie, 1993

Symposium Zo werkt dat niet, 1994

Opmerking: De verslagen zijn in de publicatielijst opgenomen.

Waardering: B+V (5 1994) + (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: B verslagen, bijdragen; V 5 jaar: overige stukken.

13.6 Technische commissie bodembescherming

184

Actoren: Technische Commissie Bodembescherming

Handeling: Het uit eigen beweging adviseren aan de minister, de Raad voor het Milieubeheer en andere adviescolleges.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming (Stb. 1986, 374)

Producten: serie adviezen over technische aspecten van bodembescherming

Opmerking: De adviezen zullen zich eerder bezig houden met de toepasbaarheid van wetenschappelijke bevindingen dan met wetenschappelijk onderzoek.

Waardering: B (3 1994)

189

Actoren: Technische Commissie Bodembescherming

Handeling: Het vaststellen van reglementen van hun organisatie.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming, art. 5

Wet bodembescherming+ 1994, art. 5e

Waardering: B (5 1994)

190

Actoren: Technische Commissie Bodembescherming

Handeling: Het jaarlijks en vierjaarlijks verslag uitbrengen van zijn werkzaamheden.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 5d

Waardering: B (3 1994)

273

Actoren: Technische Commissie Bodembescherming

Handeling: Het adviseren van de minister bij het vaststellen bij AMvB's en de door de AMvB's voorgeschreven normen ter voorkoming van bodemverontreiniging.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 92

Producten: Advies inzake het nader onderzoek van het RIVM inzake de technisch-wetenschappelijke aspecten van de waardering: van de noodzaak van sanering van een verontreinigde bodem en de bepaling van de urgentie van dezelve

Advies Besluit milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen, 1993

Advies eindverliesnormen fosfaat, november 1994

Advies Normering organische microverontreiniging in overige organische meststoffen, april 1995

Opmerking: Deze normen worden als bijlagen bij de AMvB's gevoegd. In de praktijk adviseert de Technische Commissie ook bij andere (brongerichte) milieubesluiten waarbij de bescherming van de bodem in het geding is.

Waardering: B (3 1994)

652

Actoren: Technische Commissie Bodembescherming

Handeling: Het adviseren van de minister van Landbouw inzake het verlenen van ontheffngen van verboden tot het uitrijden van mest aan onderzoeksinstellingen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Besluit dierlijke meststoffen, art. 10A

Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen, art. 36

Waardering: V (20 jaar)

13.7 Nationale Onderzoekprogramma's (NOP's)

102

Actoren: Nationaal Onderzoekprogramma Kolen

Handeling: Het uitvoeren van onderzoeksprogramma's inzake de bescherming van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Meerjarenprogramma 1988-1992 Milieuonderzoek

Opmerking: Hieronder wordt verstaan: het opdragen van onderzoek aan onderzoeksinstellingen en het registeren van de resultaten. Het NOK heeft zich ook bezig gehouden met kolenwinning en energiebevordering. Zie daarvoor de handelingen, beschreven in het PIVOT-rapport 83: 'Energiebeleid II: delfstoffen'. Bij de waardering van deze handelingen wordt rekening gehouden met het feit dat de eindrapportage aan de minister wordt aangeboden.

Waardering: V (10 jaar)

103

Actoren: Nationaal Onderzoek Verspilling

Handeling: Het uitvoeren van onderzoeksprogramma's inzake de bescherming van het milieu

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Meerjarenprogramma 1988-1992 Milieuonderzoek

Opmerking: Hieronder wordt verstaan: het opdragen van onderzoek aan onderzoeksinstellingen en het registeren van de resultaten. Bij de waardering van deze handelingen wordt rekening gehouden met het feit dat de rapportage aan de minister wordt aangeboden.

Waardering: V (5 jaar)

109

Actoren: Nationaal Onderzoekprogramma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering

Nationaal Onderzoek Verspilling, 1985-

Handeling: Het uitvoeren van onderzoeksprogramma's inzake de bescherming van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Meerjarenprogramma 1988-1992 Milieuonderzoek, 01-01-1988

Opmerking: Hieronder wordt verstaan: het opdragen van onderzoek aan onderzoeksinstellingen en het registeren van de resultaten. Bij de waardering van deze handelingen wordt rekening gehouden met het feit dat de eindrapportage aan de minister wordt aangeboden.

Waardering: V (5 jaar)

104

Actoren: Nationaal Onderzoekprogramma Hergebruik Afval

Nationaal Onderzoekprogramma Straling-

Interdepartementale Stuurgroep Bodemecologie

Handeling: Het uitvoeren van onderzoeksprogramma's inzake de bescherming van het milieu.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Netwerk Afvalstoffenonderzoek 1991

Opmerking: Hieronder wordt verstaan: het opdragen van onderzoek aan onderzoeksinstellingen en het registeren van de resultaten. Bij de waardering van deze handelingen wordt rekening gehouden met het feit dat de rapportage aan de minister wordt aangeboden.

Waardering: V (5 jaar)

108

Actoren: Interdepartementale Stuurgroep Bodemecologie

Handeling: Het voeren van overleg inzake de financiering van het onderzoek, dat wordt gecoordineerd door de Programmacommissie Bodemecologie.

Periode: 1985-1990

Grondslag/Bron: Basisprogramma Bodemonderzoek (1986)

Opmerking: Deze stuurgroep is ingesteld door het ministerie, belast met de zorg voor het wetenschapsbeleid.

Waardering: B (3 1994)

13.8 De CFK-commissie

13.8.1 Beleidsadviezen

201

Actoren: CFK Commissie

Handeling: Het adviseren van de minister inzake beleidszaken met betrekking tot de uitbanning van stoffen die de ozonlaag aantasten.

Periode: 1990-1995

Grondslag/Bron: CFK-actieprogramma. Handelingen TK 1989-1990

Producten: Vergaderingsverslag

Waardering: B (4 1994)

202

Actoren: CFK Commissie

Handeling: Het jaarlijks rapporteren over de uitvoering van het CFK-actieprogramma.

Periode: 1990-1995

Grondslag/Bron: CFK-actieprogramma. Handelingen TK 1989-1990, 01-12-1990

Producten: Jaarrapportage CFK-actieprogramma

Waardering: B (5 1994)

286

Actoren: CFK Commissie

Handeling: Het adviseren van de minister inzake AMvB's met betrekking tot stoffen die de ozonlaag aantasten.

Periode: 1990-1995

Grondslag/Bron: CFK-actieprogramma. Handelingen TK 1989-1990

Producten: Vergaderingsverslag

Waardering: B (1 1994)

602

Actoren: CFK Commissie

Handeling: Het adviseren aan de minister inzake het vaststellen van regels voorbeperkte toelating van stoffen die de ozonlaag aantasten.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: Besluit inzake stoffen die de ozonlaag aantasten, Nota van toelichting

Opmerking: De commissie is ingedeeld in werkgroepen, die omschreven zijn in art. 7 van het instellingsbesluit: de werkgroep halonen de werkgroep oplos- en reinigingsmiddelen de werkgroep koeltechniek. De werkgroepen hebben tot taak regels voor te bereiden en onderzoeksprojecten te starten.

Waardering: B (3 1994)

840

Actoren: CFK Commissie

Handeling: Het adviseren van de minister inzake het doelgroepenbeleid ten aanzien van CFK's.

Periode: 1990-

Grondslag/Bron: CFK-actieprogramma (Handelingen TK 1989-1990, 21 137, nr. 20),

Producten: Rapport naar aanleiding van de nota 'Opties voor nadere regels oplos- en reinigingsmiddelen' door het Raadgevend Ingenieursbureau Witteveen & Bos, 1992

Waardering: B (3 1994)

13.8.2 Uitvoeringsadviezen op basis van deskundigheid

1028

Actoren: CFK Commissie, 1990-1995

Handeling: Het adviseren van de minister bij een subsidie-aanvraag voor de ombouw van de produktielijn voor polyurethaan-isolatieschuim.

Periode: 1992-1995

Grondslag/Bron: Regelingen diverse bijdragen, art. 7, lid 5

Waardering: V (6 jaar)

13.9 Drinkwaterorganen

13.9.1 Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening

203

Actoren: Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening

Handeling: Het adviseren van de minister inzake beleidszaken met betrekking tot de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1945-1986

Grondslag/Bron: KB van 17 mei 1913, no. 46

Waardering: B (3 1994)

204

Actoren: Centrale Commissie voor de Drinkwatervoorziening

Handeling: Het op verzoek van de minister opstellen van rapporten over de mogelijkheden tot uitbreiding van het drinkwaternet.

Periode: 1945-1986

Grondslag/Bron: KB van 17 mei 1913, no. 46

Producten: Meerjarenplan 1946

Tienjarenplan 1950

Tienjarenplan 1960

Waardering: B (1 1994)

13.9.2 Raad voor de Drinkwatervoorziening

205

Actoren: Raad voor de Drinkwatervoorziening

Handeling: Het instellen van vaste respectievelijk bijzondere commissies voor bepaalde onderwerpen respectievelijk ter voorbereiding van bepaalde adviezen.

Periode: 1957-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 11

Waardering: B (5 1994)

207

Actoren: Raad voor de Drinkwatervoorziening

Handeling: Het adviseren van de minister, uit eigen beweging of op diens verzoek, omtrent onderwerpen betrekking hebbende op of in verband staande met de drinkwater- en industriewatervoorziening.

Periode: 1957-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 1-2

Opmerking: De Raad en de door de Raad ingestelde commissies kunnen zich doen bijstaan door deskundigen.

Waardering: B (3 1994)

208

Actoren: Raad voor de Drinkwatervoorziening

Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de werkwijze van de Raad en zijn commissies.

Periode: 1957-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 18

Waardering: B (5 1994)

219

Actoren: Raad voor de Drinkwatervoorziening

Handeling: Het adviseren van de minister bij de opstelling van wetten op gebied van drinkwater- en industriewatervoorziening.

Periode: 1957-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 2

Waardering: B (5 1994)

296

Actoren: Raad voor de Drinkwatervoorziening

Handeling: Het adviseren van de minister bij de opstelling van algemene maatregelen van bestuur op grond van de Waterleidingwet.

Periode: 1957-1994

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2, lid 2

Waardering: B (1 1994)

13.9.3 Commissie Drinkwatervoorziening

210

Actoren: Commissie Drinkwatervoorziening

Handeling: Het adviseren van de minister, uit eigen beweging of op diens verzoek, omtrent onderwerpen betrekking hebbende op of in verband staande met de drink- en industriewatervoorziening.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2a, art. 55

Opmerking: De commissie kan, op verzoek, ook andere ministers adviseren.

Waardering: B (3 1994)

212

Actoren: Commissie Drinkwatervoorziening

Handeling: Het periodiek verslag uitbrengen van haar werkzaamheden.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 2c

Producten: rapport (uiteindelijk bestemd voor de Staten-Generaal)

Waardering: B (3 1994)

13.9.4 De Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven (COGROWA)

294

Actoren: Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven (COGROWA)

Handeling: Het adviseren van de minister over regelingsvraagstukken naar aanleiding van de Grondwaterwet Waterleidingbedrijven.

Periode: 1955-1996

Grondslag/Bron: Besluit van 22 februari 1955 (Stb. 61), art. 2

Waardering: V (5 jaar)

715

Actoren: Commissie Grondwaterwet Waterleidingbedrijven (COGROWA)

Handeling: Het adviseren van de minister met betrekking tot aanvragen voor vergunningen tot het onttrekken van grondwater voor drinkwater voor menselijk gebruik.

Periode: 1955-1996

Grondslag/Bron: Besluit van 22 februari 1955 (Stb. 61), art. 2

Waardering: V (5 jaar)

13.9.5 Commissie Spaarbekken IJsselmeer

213

Actoren: Commissie Spaarbekken IJsselmeer

Handeling: Het adviseren van de ministers van VROM en Verkeer en Waterstaat met betrekking tot de (verdere) ontwikkeling van plannen voor een spaarbekken in het IJsselmeer ten behoeve van de openbare drinkwatervoorziening, alsmede met betrekking tot deelplannen.

Periode: 1975-

Grondslag/Bron: Instellingsbeschikking Commissie Spaarbekken IJsselmeer (Stcrt. 1975, nr. 52), p. 3

Waardering: B (3 1994)

13.10 Overige commissies

13.10.1 Bedrijfsinterne milieuzorg

72

Actoren: Commissie Bedrijfsinterne Milieuzorgsystemen

Handeling: Het adviseren van de minister omtrent bedrijfsinterne milieuzorg.

Periode: 1987-1994

Producten: Rapport Milieuzorg in samenspel

Waardering: B (3 1994)

73

Actoren: Coördinatiecommissie Bedrijfsinterne Milieuzorgsystemen

Handeling: Het adviseren van de minister omtrent de verdere beleidsontwikkeling met betrekking tot bedrijfsinterne milieuzorg.

Periode: 1987-1994

Grondslag/Bron: Notitie Bedrijfsinterne milieuzorg (1988), 01-01-1988

Producten: twee verslagen per jaar sinds 1990

Opmerking: Afgevaardigden van verschillende ministeries (LNV, V&W, EZ, SZW), provincies (IPO), en gemeenten (VNG), waterschappen (UvW) werkgevers en werknemers (respectievelijk VNO-NCW, MKB Nederland en VVK en FNV en CNV) en natuur en milieuorganisaties (Stichting Natuur en Milieu) hebben zitting in de commissie. De Commissie wordt voortgezeten door DGM(HIMH).

Waardering: B (3 1994)

825

Actoren: Commissie Bedrijfsinterne Milieuzorgsystemen

Handeling: Het adviseren van de minister inzake een beleid ter bevordering van bedrijfsinterne milieuzorg.

Periode: 1987-1994

Grondslag/Bron: Notitie Bedrijfsinterne milieuzorg (1988)

Producten: Rapport Milieuzorg in samenspel, 1 juli 1988 (Handelingen TK 1987-1988, 20 633)

Waardering: B (3 1994)

13.10.2 Bodembescherming en -sanering

64

Actoren: Overlegorgaan Bodemsanering Bedrijfsterreinen (BOB)

Handeling: Het overleggen over de draagkracht van het bedrijfsleven met betrekking tot bodemsanering.

Periode: 1987

Grondslag/Bron: Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen, Nota van toelichting

Producten: verslagen van de gesprekken in november 1987

Opmerking: Aan dit overleg namen deel: de minister, de minister van Economische Zaken en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in het kader van een breder overleg dat de verbetering van infrastructurele voorzieningen op bedrijfsterreinen ten doel had. Een onderzoek met betrekking tot het regionaal of ruimtelijk economisch beleid is in voorbereiding.

Waardering: B (4 1994)

121

Actoren: Stuurgroep Tien Jaren scenario Bodemsanering

Handeling: Het opstellen van een overzicht van de problematiek van de bodemsanering en de daaraan te verbinden beleidskeuzes voor de komende tien jaar.

Periode: 1986-1989

Grondslag/Bron: Kabinetsstandpunt Tien jaren-scenario bodemsanering van 22 mei 1990 (Handelingen TK 1989-1990, 21 557, nrs. 1-2)

Producten: Rapport Tien jaren-scenario bodemsanering, 13 september 1989

Opmerking: De stuurgroep is samengesteld door afgevaardigden van de minister, het IPO en de VNG.

Waardering: B (1 1994)

269

Actoren: Interdepartementale Commissie Bodembescherming (Intercob)

Handeling: Het adviseren van de ministerraad op het gebied van de wetgeving inzake de bodembescherming.

Periode: 1975-1976

Grondslag/Bron: In dienst van het milieu: enkele memoires van oud-directeur-generaal Milieubeheer prof. ir. W.C. Reij (Koning, M.E.L. de, Alphen aan den Rijn, 1994), p. 152, 01-12-1994

Opmerking: De Intercob, bedoeld als overlegorgaan was het ambtelijk voorportaal van de Ministeriële Commissie Bodembescherming (Micob), die na drie vergaderingen uiteen viel. De commissie wist als gevolg van meningsverschillen niet tot resultaat te komen.

Waardering: B (3 1994)

863

Actoren: Unisercommissie

Handeling: Het rapporteren aan de minister over overtredingen van milieuvoorschriften en milieuverontreinigende activiteiten van het bedrijf Uniser.

Periode: 1985-1989

Producten: Rapport van de onderzoekscommissie naar de bestuurlijke aspecten van de uitvoering van de milieu- en andere wetgeving bij Driscolo BIJV, EMK, Uniser e.a. (Handelingen TK 1982-1983, 17 600 XI, nr. 129)

Waardering: B (1 1994)

865

Actoren: Commissie Bodemsanering in gebruik zijnde Bedrijfsterreinen (BSB)

Handeling: Het adviseren aan de minister en Staten-Generaal over het bodemonderzoek op bedrijfsterreinen.

Periode: 1989-1991

Grondslag/Bron: Kabinetsstandpunt Tien jaren-scenario bodemsanering van 22 mei 1990 (Handelingen TK 1989-1990, 21 557, nrs. 1-2), 22-05-1990

Producten: Interimrapport, 27 december 1989

Eindrapport, 4 juni 1991

lijst van bedrijfsgroepen (later opgenomen als bijlage bij het Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen)

Opmerking: Het betreft onder meer het ontwerpen van een protocol voor het vooronderzoek (verkennend of inventariserend onderzoek). Tevens is er een inventarisatie gemaakt van de bedrijfsgroepen die een verhoogde kans op verontreinigde terreinen hebben. Resultaten van dit advies zijn verwerkt in het Besluit Verplicht Onderzoek bedrijfsterreinen.

Waardering: B (3 1994)

866

Actoren: Werkgroep Bodemsanering (Commissie Welschen)

Handeling: Het adviseren van de minister over de uitvoering van bodemsaneringsprojecten

Periode: 1992-1993

Producten: Advies

Opmerking:

Waardering: B (3 1994)

13.10.3 Evaluatie milieuwetten algemeen

163

Actoren: Adviescommissie Evaluatie Wet Milieubeheer

Handeling: Het adviseren van de minister in beleidsaangelegenheden

Periode: 1981-1987

Grondslag/Bron: Instellingsbesluit. (Stcrt. 1981, 245)

Producten:

Waardering: B (1 1994)

245

Actoren: Adviescommissie Evaluatie Wet Milieubeheer

Handeling: Het adviseren van de minister over de gewenste wijzigingen in wet- en regelgeving inzake milieubeheer

Periode: 1981-1987

Grondslag/Bron: Instellingsbesluit. (Stcrt. 1981, 245)

Producten:

Waardering: B (1 1994)

261

Actoren: Commissie Evaluatie Wet Geluidshinder

Handeling: Het evalueren van de Wet geluidhinder.

Periode: 1983-1985

Grondslag/Bron: Instellingsbeschikking Commissie Evaluatie Wet Geluidhinder, art. 2, lid 1

Producten: Eindrapport Evaluatie van de werking van de Wet geluidhinder, 1985

Waardering: B (1 1994)

529

Actoren: Adviesgroep Richtlijnen Emissie (ARE)

Handeling: Het opstellen van emissierichtlijnen voor houders van inrichtingen.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER), Inleiding

interview

Waardering: B (4 1994)

531

Actoren: Commissie Emissies Lucht

Handeling: Het goedkeuren van emissierichtlijnen.

Periode: 1992-1994

Grondslag/Bron: Nederlandse Emissie Richtlijnen (NER), Inleiding

Producten: Richtlijn Verbranden voor vuilverbrandingsinstallaties, 1985

Nederlandse Emissie Richtlijnen

Opmerking: Vanaf 1 mei 1992 gelden deze richtlijnen als grondslag voor de verstrekking van vergunningen voor inrichtingen tot het uitstoten van stoffen in de lucht.

Waardering: B (4 1994)

1505

Actoren: Bestuurscommissie Emissieregistratie Luchtverontreiniging

Handeling: Het begeleiden van de emissieregistratie van luchtverontreinigende stoffen door TNO.

Periode: 1974-1981

Grondslag/Bron: IMP-Lucht 1976-1980, p. 81

Opmerking: Deze commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de ministers, belast met milieubeheer en verkeer, het Interprovinciaal Overleg, het bedrijfsleven en TNO.

Waardering: V (2 jaar)

13.10.4 Adviescommissies inzake chemisch afval

19

Actoren: Stichting Vaste Afvalstoffen

Handeling: Het adviseren aan de minister van milieubeheer inzake milieuvriendelijke afvalbewerking.

Periode: 1969-1981

Grondslag/Bron: Voorontwerp Wet Bodembescherming, Memorie van Toelichting

Waardering: B (3 1994)

194

Actoren: Adviescommissie Afgewerkte Olie

Handeling: Het adviseren aan de minister inzake milieuvriendelijke afgewerkte olie

Periode: 1977-

Grondslag/Bron: Voorontwerp Wet Bodembescherming, Memorie van Toelichting

Waardering: B (3 1994)

195

Actoren: Commissie Afval

Handeling: Het geven van advies aan de minister van milieubeheer inzake afvalstoffen

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Advies inzake klein chemisch afval (CRMH)

Waardering: B (3 1994)

196

Actoren: Commissie KCA depots

Handeling: Het ontwikkelen van maatregelen ten behoeve van KCA-depots

Periode: 1979-1983

Grondslag/Bron: Landelijk Handhavingsproject Wca eindrapportage

Waardering: B (3 1994)

197

Actoren: Commissie Opslag Niet-Verwerkbare Chemische Afvalstoffen

Handeling: Het doen van voorstellen aan de minister van milieubeheer met betrekking tot een meer bewaarplaatsen voor niet-verwerkbare chemische afvalstoffen

Periode: 1979-1982

Grondslag/Bron: IMP Chemische Afvalstoffen 1985-1989

Waardering: B (3 1994)

198

Actoren: Begeleidingscommissie Studie Integrale Verwijdering Chemische Afvalstoffen

Handeling: Het adviseren van de minister van milieubeheer over een strategie voor de opzet van bedrijven voor de verwijdering van chemische afvalstoffen.

Periode: 1981-1982

Grondslag/Bron: IMP-Chemische Afvalstoffen, 1985-1989

Waardering: B (3 1994)

199

Actoren: Unisercommissie,

Handeling: Het adviseren van de minister van milieubeheer inzake de bestuurlijke aspecten van de verwijdering van chemische afvalstoffen.

Periode: 1985-1989

Grondslag/Bron: IMP-Chemische Afvalstoffen, 1985-1989

220

Actoren: Commissie Afgewerkte Olie

Stuurgroep Gevaarlijk Afval

Handeling: Het adviseren van de minister van milieubeheer inzake het wijzigen van de Wet Chemische Afvalstoffen.

Periode: 1977-1991

Grondslag/Bron: Landelijk Handhavingsproject. WCA eindrapportage., 1979

Waardering: B (3 1994)

282

Actoren: Adviescommissie Afgewerkte Olie

Stuurgroep Gevaarlijk Afval

Handeling: Het adviseren van de minister inzake wettelijke regelingen met betrekking tot chemische afvalstoffen.

Periode: 1977-1991

Grondslag/Bron:

Waardering: B (3 1994)

13.11 Bestrijdingsmiddelencommissie

215

Actoren: Bestrijdingsmiddelencommissie

Handeling: Het adviseren van de ministers die het aangaat inzake het beleid inzake bestrijdingsmiddelen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Bestrijdingsmiddelenwet, art. 20, lid 1

Waardering: B (1 1994)

216

Actoren: Bestrijdingsmiddelencommissie

Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de werkwijze van de Bestrijdingsmiddelencommissie.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Besluit werkwijze Bestrijdingsmiddelencommissie (Stb. 1994, 292), art. 6, lid 1-2

Waardering: B (5 1994)

301

Actoren: Bestrijdingsmiddelencommissie

Handeling: Het adviseren inzake wetten, AMvB's en ministeriële regelingen.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Bestrijdingsmiddelenwet, art. 20, lid 2

Waardering: B (3 1994)

13.12 Commissie voor de MER

457

Actoren: Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER)

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen van zijn werkzaamheden aan de ministers van VROM en van LNV.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 77b

Waardering: B (2 1994)

474

Actoren: Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER)

Handeling: Het adviseren aan het vergunning verlenend gezag inzake de te stellen richtlijnen inzake het milieu-effectrapport

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 41z, 5g, lid 1b

Wet milieubeheer, art. 2.17, lid 2b

Waardering: B (4 1994)

475

Actoren: Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER)

Handeling: Het op aanvraag van het vergunning verlenend gezag toetsen van milieu-effectrapporten.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 41z, 5g, lid 1b

Wet milieubeheer, art. 2.17, lid 2b

Waardering: B (4 1994)

482

Actoren: Commissie voor de Milieueffectrapportage (MER)

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij over verzoeken tot ontheffng van de verplichting tot opstelling van een milieu-effectrapport.

Periode: 1986-1991

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, art. 77a

Wet milieubeheer, art. 2.17, lid 2a

Opmerking: Voor de uitbrenging van zijn advies stelt de commissie een werkgroep samen. Deze stellen hun standpunt vast, zo nodig met meerderheids- en minderheidsbeslissingen.

Waardering: B (3 1994)

13.13 Werkgroep Verkeersemissies

97

Actoren: Werkgroep Verkeersemissies

Handeling: Het onderzoeken van middelen om luchtverontreiniging door uitlaatgassen tegen te gaan.

Grondslag/Bron: Nota van Toelichting van het Besluit permanente eisen motorvoertuigen (Stb. 1982, 36)

Waardering: B (1 1994)

13.14 Waarschuwing tegen radioactiviteit.

1518

Actoren: Coördinatiecommissie voor de metingen van radioactiviteit en Xenobiotische Stoffen (CCRX)

Handeling: Het opstellen en bijhouden van een landelijk meetprogramma inzake radioactieve en xenobiotische stoffen.

Periode: 1974-1993

Grondslag/Bron: Kernenergiewet (Schuurman en Jordens, Zwolle 1973, pagina 67 en 68)

Opmerking: Het bevorderen van een gecoördineerde samenwerking ten aanzien van metingen inzake radioactieve stoffen en xenobiotische stoffen maakt deel uit van deze handeling. Het adviseren van ministers inzake een doelmatige bewaking van het milieu maakt tevens deel uit van deze handeling.

Waardering: B (1 1994)

1519

Actoren: Coördinatiecommissie voor de metingen van radioactiviteit en Xenobiotische Stoffen (CCRX)

Handeling: Het melden van de aan- of afwezigheid van riskante hoeveelheden radioactiviteit in het milieu.

Periode: 1974-1993

Grondslag/Bron: Nationaal plan voor de kernongevallenbestrijding (Handelingen TK 1988-1989, 21 015, nr. 3)

Opmerking: Eventueel kunnen andere onderzoeksinstellingen bij deze handeling betrokken zijn.

Waardering: B (7 1994)

1520

Actoren: Coördinatiecommissie voor de metingen van radioactiviteit en Xenobiotische Stoffen (CCRX)

Handeling: Het periodiek opstellen van overzichten die betrekking hebben op gegevens die zijn verkregen door het monitoren van de aanwezigheid van radioactiviteit in de het milieu.

Periode: 1978-1993

Grondslag/Bron: Nationaal plan voor de kernongevallenbestrijding (Handelingen TK 1988- 989, 21 015, nr. 3)

Waardering: B (2 1994)

13.15 Coördinatiecommissies internationale betrekkingen

1582

Actoren: Coördinatiecommissie Internationale Milieuvraagstukken (CIM)

Handeling: Het opstellen van door Nederland in te brengen standpunten en bijdragen ten behoeve van internationaal overleg over het milieu.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539), 31-12-1972

Waardering: B (1 1994)

1583

Actoren: Coördinatiecommissie Ontwikkelingssamenwerking (COCOS)

Handeling: Het opstellen van door Nederland in te brengen standpunten en bijdragen ten behoeve van internationaal overleg over milieu in relatie tot ontwikkelingssamenwerking.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539), 31-12-1972

Waardering: B (1 1994)

1584

Actoren: Coördinatiecommissie Verenigde Naties en Geassocieerde Organisaties (COCO VNGO)

Handeling: Het opstellen van door Nederland in te brengen standpunten en bijdragen ten behoeve van internationaal overleg over milieu in het kader van de Verenigde Naties.

Periode: 1971-

Grondslag/Bron: Brief van de Minister-president, Minister van Algemene Zaken (Handelingen TK 1971-1972, nr. 11 539), 31-12-1972

Waardering: B (1 1994)

1613

Actoren: Coördinatiecommissie Internationale Milieuvraagstukken (CIM)

Handeling: Het opstellen van de door Nederland in te brengen standpunten en bijdragen met betrekking tot het milieu ten behoeve van de vergaderingen van de Milieuraad van de EEG.

Periode: 1971-

Waardering: B (1 1994)

14. Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne [Vervallen per 26-04-2009]

14.1 Beleidsvoorbereiding

2

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het leveren van bijdragen bij het bepalen van standpunten van de Nederlandse regering welke betrekking hebben op het milieubeheer.

Periode: 1962-

Waardering: B (3 1994)

15

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het zelfstandig formuleren van beleidsvoorstellen inzake het milieubeleid.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Siraa e.a. Met het oog op de omgeving, p. 245, 249 e.a

Producten: beleidsadviezen in concrete gevallen van milieuverontreiniging (vooral van 1962 tot 1971)

Nota De zorg voor de hygiëne van het milieu, 1972

Waardering: B (3 1994)

16

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het voeren van onderling overleg over het milieubeleid.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Siraa e.a. Met het oog op de omgeving p. 245,

Producten: beleidsadviezen in concrete gevallen van milieuverontreiniging (vooral van 1962 tot 1971)

verslagen van vergaderingen van de Inspectie Beleids Coördinatie IBC en van de deelprojecten IBC die overleg voeren met de directoraten van het ministerie

Waardering: B (3 1994)

43

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van de provinciale overheden bij de opstelling van een provinciaal afvalstoffenplan.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 11, lid 1- 3, art. 12, lid 3, art. 14, lid 1

Opmerking: Het betreft adviezen ter begeleiding van het werk van de provincie, vooruitlopend op bevoegdheden waarin later in art. 4.10, lid 2, Wet Milieubeheer voorzieningen zijn getroffen.

Waardering: V (5 jaar)

49

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het leveren van bijdragen bij het bepalen van standpunten welke betrekking hebben op het beleidsterrein ruimtelijke ordening en/of het ruimtelijk economisch beleid.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Jaarverslag Inspectie Milieuhygiëne 1995

Waardering: V (5 jaar)

82

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de provinciale overheden bij het opstellen van milieuplannen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.10, lid 2

Waardering: V (3 jaar)

84

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het toetsen van provinciale Milieubeleidsplannen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.11 en 4.13

Opmerking: De toetsing vindt in de praktijk plaats tijdens de voorbereiding van het PMB. GS zenden hun conceptplan naar de minister, die het in overleg met de inspecteur toetst op overeenstemming met het NMP en op de onderlinge samenhang tussen de provinciale plannen. Ook wordt nagegaan of de gewenste resultaten meetbaar zijn. Daarna wordt het concept door de inspecteur naar GS toegezonden, voorzien van de geplaatste kanttekeningen. Na voltooiing wordt het plan gecontroleerd op opvolging van de gegeven kanttekeningen.

Waardering: V (5 jaar)

89

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het al dan niet in overleg met GS adviseren van gemeentebesturen inzake gemeentelijke Milieubeleidsplannen en -programma's.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.23

Waardering: V (15 jaar)

91

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het registeren van gemeentelijke milieuplannen en -programma's.

Periode: 1980-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 4.23,

Opmerking: Bijvoorbeeld het registeren van gemeentelijke rioleringsplannen.

Waardering: V (5 jaar)

1237

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van de minister inzake (de effecten van) Milieuvoorlichting.

Periode: 1982-

Opmerking: Bijvoorbeeld onderzoek interesse bevolking voor het milieu.

Waardering: V (2 jaar)

1243

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het uitvoeren van instrumentele voorlichtingsplannen inzake het milieu.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994

Opmerking: Instrumentele voorlichting: het mede met behulp van voorlichting realiseren van beleidsdoelstellingen. Kenmerk van instrumentele voorlichting is dat de handelingen nader worden onderzocht op hun effect. Een voorbeeld hiervan is productvoorlichting. Een ander voorbeeld is propaganda voor afvalscheiding.

Waardering: V (6 jaar)

1248

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het geven van dienstverlenende voorlichting inzake het milieu.

Periode: 1962-

Grondslag/Bron: Directieplan Afvalstoffen 1994

Producten: Wegen naar een nieuwe milieuvergunning, een handreiking voor vergunningverleners, 's-Gravenhage, 1995

voorlichtingsbrochures inzake milieubesluiten en de vergunningprocedures

voorlichtingsbrochures inzake milieu- en energieconvenanten

voorlichtingsbrochures inzake uitvoeringsbesluiten van milieuwetten (BOOT, BEES, e.d.)

publicatiereeksen van milieuwetten, Europese regels, emissienormen

Opmerking: Dienstverlenende voorlichting: is vooral bedoeld als toelichting op wet- en regelgeving., het verspreiden van naslagwerken en vademecums. Niet zelden worden ook door particulieren overzichten gemaakt van de bestaande regelgeving, zoals door Kluwer b.v. Daarnaast worden ook bij de invoering van wetten en regels informatiepunten ingeschakeld, bijvoorbeeld het telefonisch informatiepunt Wet milieubeheer. Let wel: buiten beschouwing van deze handeling staat het opstellen van handboeken e.d., waarnaar in wetten en besluiten wordt verwezen, omdat het hier om concrete normstelling gaat.

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: De brochures e.d. bewaren.

14.2 Wetgeving

222

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het in het belang van het milieubeheer adviseren van de minister van Milieubeheer en andere ministers bij de voorbereiding van wetten.

Periode: 1962-

Producten: wetgeving op de dierplaagbestrijding

projectmatig onderzoek m.b.t. het gemeentelijke beleid inzake de dierplagenbestrijding

wetgeving op de lijkbezorging

Opmerking: De hier omschreven wetgeving valt in hoofdlijnen buiten het specifieke beleidsterrein milieubeheer, maar is mede door de inspectie aangestuurd. Zij regelen met name de zorg van de gemeente voor het milieu.

Waardering: B (1 1994)

229

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het door middel van publicaties geven van toelichtingen op tot stand gekomen wetten, AMvB's en ministeriele regelingen.

Periode: 1970-

Opmerking: Dit is de zgn. 'openbaarheidsvoorlichting'. Doel is de soms complexe materie toe te spitsen op doelgroepen en belanghebbenden.

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: De brochures: B, Criterium: 1.

230

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het op aanvrage verstrekken van inlichtingen over tot stand gekomen wetten, AMvB's en ministeriële regelingen.

Periode: 1970-

Producten: Brochure

Serie

Opmerking: Dit is de zgn. 'dienstverlenende voorlichting'.

Waardering: V (6 jaar)

241

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het per circulaire geven van aanwijzingen aan provincie- en gemeentebesturen over de toepassing van de Hinderwet en de daarbij gewenste voorschriften in verband met het milieugevaar.

Periode: 1962-

Producten: Circulaire van 28 april 1978 en 29 juni 1983 DGMH/B, nr. 2 763 inzake LPG-tankstations voor het wegverkeer

Waardering: B (4 1994)

284

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister bij het voorbereiden, opstellen en wijzigen van wet- en regelgeving inzake milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1962-

Waardering: B (3 1994)

288

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister bij het opstellen van wet- en regelgeving inzake kernenergie en

straling.

Periode: 1969-

Waardering: B (3 1994)

315

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake het opnemen van bepaalde regels in de provinciale milieuverordening.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art. 10.46, lid 1

Opmerking: Het betreft hier de bevoegdheid van de minister tot het geven van bindende aanwijzingen.

Waardering: B (4 1994)

320

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten over de vaststelling van een verordening omtrent de organisatie en de uitvoering van geluidsmetingen en de behandeling van klachten over geluidhinder.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 159, lid 2

Waardering: B (3 1994)

324

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren inzake provinciale regels voor bodemsanering op regionaal terrein.

Periode: 1991-1994

Grondslag/Bron: Rapport Bodemsanering AR, p. 21, 01-01-1991

Producten: Rapport Bodembescherming en bodemsanering, door de regionale inspecteur van Zuid-Holland

Waardering: B (5 1994)

332

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake het opleggen van regelingen tot het zich ontdoen van afvalstoffen.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 2, lid 3, art. 3, lid 2 , art. 16, lid 1

Waardering: V (15 jaar)

338

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de provincies bij het opstellen van gemeentelijke verordeningen inzake afvalstoffen.

Periode: 1970-1994

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 2, lid 3

Waardering: V (5 jaar)

14.3 Vergunningen

14.3.1 Hinderwet

349

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het per circulaire geven van aanwijzingen aan provincie- en gemeentebesturen over de toepassing van de Hinderwet en de daarbij gewenste voorschriften in verband met het milieugevaar.

Periode: 1952-1993

Producten: Circulaire van 28 april 1978 en 29 juni 1983 DGMH/B, nr. 2 763 inzake LPG-tankstations voor het wegverkeer

Waardering: B (4 1994)

351

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het uitbrengen van adviezen over gevaarlijke en hinderlijke bedrijven ter voorbereiding van circulaires.

Periode: 1978-1987

Producten: Circulaire van 28 april 1978 en 29 juni 1983 DGMH/B, nr. 2 763 inzake LPG-tankstations voor het wegverkeer

Waardering: V (5 jaar)

359

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de Kroon inzake aanvragen van Hinderwetvergunningen van beheerders van inrichtingen van departementen van algemeen bestuur en van spoorweginrichtingen.

Periode: 1962-1980

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 26, lid 2

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

361

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van de Kroon op aanvragen van Hinderwetvergunningen voor inrichtingen.

Periode: 1962-1965

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 16

Hinderwet 1952, art. 4, lid 5

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

362

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren aan B&W en andere instellingen van bevoegd gezag over de aanvraag van Hinderwetvergunningen.

Periode: 1962-1980

Grondslag/Bron: Hinderwet, art. 8 en 16

Opmerking: Bij de inspecteur worden in ieder geval afschriften van de bescheiden toegezonden, die tot een aanvraag van de Hinderwet behoren. Over de aard en de nauwkeurigheid van deze bescheiden wordt uitvoerig ingegaan in een circulaire inzake de uitvoering van de Hinderwet van 1981. De inspecteur ontvangt ook de processen-verbaal van de hoorzittingen, die aan de verlening van een Hinderwetvergunning vooraf zijn gegaan.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

364

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren inzake kroonberoepen ontslaan van houders van Hinderwetvergunningen van aan deze vergunningen gestelde voorwaarden.

Periode: 1962-1965

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 12,

Opmerking: Hieronder kan ook worden verstaan: het instellen van een kroonberoep tegen een Hinderwetvergunning.

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na aflopen vergunning.

366

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van de minister inzake toestemming aan gemeenten en andere overheidsinstellingen voor wijzigingen van in hoger beroep gegeven voorschriften bij beschikkingen inzake Hinderwetvergunningen.

Periode: 1962-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 4, lid 4 art., 4, lid 5,

Opmerking: Deze toestemming is vereist binnen de periode van twee jaar na de genomen beschikking in hoger beroep.

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na aflopen vergunning.

367

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van de burgemeester van een gemeente inzake het verstrekken van een Hinderwetvergunning.

Periode: 1962-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 12, lid 2

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

368

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het beschikken op aanvragen van Hinderwetvergunningen voor inrichtingen.

Periode: 1962-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 16

Hinderwet 1952, art. 4, lid 2.4

Opmerking: De provincie heeft vanaf 1945 de bevoegdheid om vergunningen te verstrekken aan: -Rechthebbenden van inrichtingen die in meer dan een gemeente gelegen zijn. Vanaf 1952 geldt die bevoegdheid ook voor: -Inrichtingen waarvoor B&W om vergunning aan de provincie vragen; -Inrichtingen, waarvoor een beschikking van B&W na een vastgestelde termijn van 6 werken is uitgebleven (art. 19 Hinderwet 1952, vervallen in 1981).

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na aflopen vergunning.

372

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het geven van bindende aanwijzingen aan Gedeputeerde Staten inzake het nemen van een besluit inzake een verzoek om een Hinderwetvergunning.

Periode: 1962-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 4a

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

373

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het beschikken op aanvragen van Hinderwetvergunningen voor inrichtingen.

Periode: 1962-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1875, art. 17

Hinderwet 1952, art. 4, lid 5

KB van 5 januari 1973, nr. 26 (Kroonberoep)

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van een vergunning.

375

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het verlenen van een verklaring aan reeds bestaande inrichtingen die na wetswijziging of invoering van een AMvB onder een verbod zouden komen te vallen.

Periode: 1962-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 36

Producten: Gedoogbeschikking

Opmerking: Binnen zes maanden na ingang van de wetswijziging moeten de rechthebbenden van deze getroffen inrichtingen aangifte doen, waarop zijn een verklaring van het bevoegd gezag krijgen. Zij hebben dan twee jaar de tijd om zich in de gelegenheid te stellen om alsnog te voldoen aan de bepalingen van de nieuwe Hinderwet. Over de nadere toepassing van deze praktijk zie het hoofdstuk Handhaving.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verlopen van de geldigheid.

377

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het verlenen van ontheffngen van verplichtingen, opgelegd door bepalingen in een Hinderwetbesluit, aan bedrijven die krachtens deze bepalingen buiten de Hinderwet vallen.

Periode: 1985-1993

Grondslag/Bron: Hinderwet 1985 (Stb. 494), art. 36

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

430

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het ten behoeve van gemeentebesturen toetsen van aanvragen voor een Hinderwetvergunning op milieugevolgen.

Periode: 1964-1981

Grondslag/Bron: Hinderwet 1981, art. 1, lid 3

Circulaire van 13 september 1964, nr. 8620 inzake aanpak luchtverontreiniging,

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het vervallen van de vergunning.

1219

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren aan de minister inzake een instemming met de toekenning tot schadevergoeding als gevolg van beschikkingen van lagere overheden krachtens de Hinderwet.

Periode: 1981-1989

Grondslag/Bron: Circulaire van 31 augustus 1982

Waardering: V (5 jaar)

14.3.2 Wet Algemeen Bepalingen Milieuhygiëne

382

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren inzake aanvragen van vergunningen tot het exploiteren van een inrichting.

Periode: 1980-1993

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 2-3, 6-33

Wet milieubeheer, art. 13-14

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

385

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren inzake een kroonbesluit inzake een beroep tegen een milieubeschikking van Gedeputeerde Staten.

Periode: 1980-1989

Opmerking: Hieronder kan ook worden verstaan: het instellen van een kroonberoep tegen een Hinderwetvergunning.

Waardering: V (10 jaar)

473

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren bij de totstandkoming van een MER van een andere overheidsinstantie.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 41a, lid 2b,

Wet milieubeheer, art. 7.6, lid 2

Waardering: V (15 jaar)

486

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren inzake nadere MER-regelingen door andere overheidsinstanties.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet algemene bepalingen Milieuhygiëne, art. 41a, lid 2b

Wet milieubeheer, art. 7.6, lid 2

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: Afstemming.

14.3.3 Wet milieubeheer

396

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag bij het verlenen, herzien of intrekken van milieuvergunningen of ontheffngen daarvan op aanvraag.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer, art 8.7, lid 1, art. 13

Opmerking: Deze adviserende rol houdt tevens in: -Het vaststellen of een aangemelde inrichting al dan niet een milieuvergunning moet aanvragen dan wel voldoet aan algemene regels-Het (doen) gedogen van een inrichting voor de periode dat hij nog geen milieuvergunning heeft aangevraagd (afgeven van een gedoogbeschikking)-Het voeren van overleg met een inrichting inzake de invoering van nieuwe vergunningsvoorwaarden als gevolg van emissieregels e.d.

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na de uitspraak.

402

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het toetsen van aangiften van oprichting of voornemen tot oprichting, uitbreiding, wijziging of verandering van inrichtingen aan de hand van de algemene regelgeving .

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: besluiten milieubeheer

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen van de vergunning.

403

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het registreren van meldingen inzake het verlenen of wijzigen van Wm-vergunningen.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Landelijk handhavingsprojekt gemeentelijk milieubeleid, 1990-1994/1995-1997 (VROM 1995/104)

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen van de vergunning.

14.3.4 Luchtverontreiniging

436

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake aanvragen om ontheffngen op het verbod om niet goedgekeurde motorvoertuigen die op grond van art. 3, lid 1 van de Wet luchtverontreiniging keuringsplichtig zijn, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren, te vervoeren of te gebruiken.

Periode: 1974-1989

Grondslag/Bron: Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging, art. 3

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit minister VROM.

14.3.5 Geluidhinder

1086

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van B&W met betrekking tot de vaststelling, wijziging of opheffng van zones rondom industrieterreinen met inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder produceren, buiten welke zones de geluidsbelasting niet hoger mag zijn dan 50 dB(A).

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 44, lid 1

Opmerking: De inspecteur heeft tot taak na te gaan of de keuze van de ligging van de zonegrenzen in overeenstemming is met de bepalingen van de Wet geluidhinder en of het akoestisch onderzoek op de juiste wijze heeft plaatsgevonden (Memorie van toelichting).

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, waarbij de geluidszone wordt vastgesteld. (= 10 jaar na vaststelling van het dossier zonering van RIMH).

1088

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten over de vaststelling van de geluidsbelastingwaarde binnen zones rond industrieterreinen, waarop geluidhinder producerende inrichtingen gelegen zijn, die hoger is dan 50 dB(A) en van geluidsbelastingswaarden voor de gevels van andere gebouwen dan woningen en van andere geluidsgevoelige objecten.

Periode: 1982-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 47, lid 3, 48, lid 2, 50, lid 2 en 68, lid 4

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het onherroepelijk worden van de betreffende hogere waarde(n).

1097

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake zones voor reeds bestaande vestigingsgebieden voor geluidhinder producerende inrichtingen, buiten welke zones de geluidsbelasting de waarde van 50 dB(A)

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 57

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar nadat artikel 59 Wet geluidhinder (zones van rechtswege) in werking is getreden (dus 1998).

1098

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van B&W, Gedeputeerde Staten en de minister inzake de vaststelling van zones rond reeds bestaande industrieterreinen voor geluidhinder producerende inrichtingen.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 63, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar nadat artikel 59 Wet geluidhinder (zones van rechtswege) in werking is getreden (dus 1988).

1101

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten over de vaststelling van de geluidbelastingswaarde binnen bestaande zones met geluidhinder producerende inrichtingen die hoger is dan 50 dB(A).

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 67, lid 3

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar nadat artikel 59 Wet geluidhinder (zones van rechtswege) in werking is getreden (dus 1998).

1109

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van provinciale staten over de opstelling van programma's van maatregelen ter beperking van geluidsoverlast aan de gevels van woonhuizen in zones rond bestaande industrieterreinen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 71, lid 3

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar nadat artikel 59 Wet geluidhinder (zones van rechtswege) in werking is getreden (dus 1998).

1116

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van B&W met betrekking tot de vaststelling of herziening van bestemmingsplannen voor gebieden waarbinnen een geluidszone langs een weg is gelegen.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 78, lid 1

Opmerking: Deze adviezen vallen samen met advisering van de inspectie over Milieu-effectrapportage.

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na uitbrenging advies.

1117

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van B&W over een door de gemeenteraad te nemen besluit waarin wordt vastgesteld welke maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de geluidsbelasting van een aan te leggen weg de wettelijke waarden overschrijdt.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 81, lid 2

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na uitbrenging advies.

1120

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten over de vaststelling van een hogere waarde dan 50 dB, die bij de geluidsbelasting van woningen binnen een aanwezige of toekomstige zone gehanteerd dient te worden.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 87, lid 1

Opmerking: De beschikking wordt door GS genomen onder voorbehoud van goedkeuring door de minister. De praktijk was dat de aan VROM voorgelegde besluiten in het archief werden gedeponeerd. dit had tot gevolg dat deze besluiten na verloop van 3 maanden stilzwijgend werden geacht te zijn goedgekeurd.

Waardering: V (20 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na het laatste advies.

Ingang vernietiging: 2000

1127

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van B&W over de door hun op te stellen saneringsprogramma's voor de geluidsoverlast rond wegen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 89, lid 2

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na uitbrenging advies.

1133

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van B&W omtrent de vaststelling van bestemmingsplannen waarbij geluidszones rond spoor-, tram- of metrowegen in het geding zijn.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit geluidhinder spoorwegen, art. 6 en art. 21, lid 2

Waardering: V (10 jaar)

1135

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne, 1962-

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten over de vaststelling van de geluidsbelastingwaarde voor zones rond spoor-, tram of metrowegen, die hoger is dan de in art. 7 van het Besluit geluidhinder spoorwegen aangegeven waarde.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit geluidhinder spoorwegen, art. 12, lid 2

Waardering: V (10 jaar)

Bewerkingsinstructie: 10 jaar na besluit Minister van VROM.

1136

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het toetsen van verzoeken van B&W en van spoorwegexploitanten aan Gedeputeerde Staten om een maximaal toegestane geluidsbelastingwaarde voor zones rond spoor-, tram of metrowegen vast te stellen, die hoger is dan de in art. 7 van het Besluit geluidhinder spoorwegen aangegeven waarde.

Periode: 1987-

Grondslag/Bron: Besluit geluidhinder spoorwegen, art. 17

Opmerking: In het kader van deze toetsing zijn B&W en de spoorwegexploitant verplicht om een afschrift van het verzoek aan Gedeputeerde Staten aan de genoemde inspecteurs toe te zenden.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1154

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister bij zijn overleg met het ministerie van Verkeer en Waterstaat omtrent de aanwijzing van luchtvaartterreinen.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 24

Waardering: V (15 jaar)

1161

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake te treffen isolatievoorzieningen in verband met de aanwijzing van luchtvaartterreinen.

Periode: 1978-

Grondslag/Bron: Luchtvaartwet, art. 24

Opmerking: Het plan komt in overleg met de RLD tot stand. Het betreft: de geluidsisolering van woningen binnen de geluidszone van een luchtvaartterrein; subsidie voor de bouw van nieuwe woningen in de nabijheid van luchtvaartterreinen; de vaststelling van handhavingsvoorschriften voor luchtvaartterreinen door de minister van Verkeer en Waterstaat.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

1170

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van provinciale staten over de opstelling van programma's van maatregelen ter beperking van geluidsoverlast aan de gevels van woonhuizen rondom zones van reeds bestaande industrieterreinen in Jumboprojecten

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 71, lid 3

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Provinciale Staten

14.3.6 Bodemsanering

502

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het in overleg met B&W adviseren aan Gedeputeerde Staten over te nemen beschikkingen over de ernst en urgentie van sanering van verontreinigde bodem.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+ 1994, art. 27, lid 4 en art. 28, lid 5

Waardering: V (20 jaar)

506

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het deelnemen aan onderhandelings- en procesteams voor gevallen van bodemverontreiniging.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Circulaire Inwerkingtreding saneringsregeling Wet bodembescherming, 01-01-1994

Opmerking: Deze teams bestaan uit gedelegeerden van het bevoegd gezag en de landsadvocaat.

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na aflopen van de beschikking

507

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne.

Handeling: Het adviseren aan Gedeputeerde Staten inzake een bevel tot bodemsanering.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+, art. 45, lid 2 en art. 47, lid 2,

Opmerking: De inspecteur krijgt ambtshalve toegezonden:-alle bevelen tot bodemsanering;-alle ambtsberichten van de minister aan de Raad van State bij beroepsaangelegenheden tegen genomen beschikkingen door lagere overheden inzake bodemverontreiniging.

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na afdoening van de sanering.

14.3.7 Luchtverontreiniging

79

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister bij het verlenen van vergunningen die voortkomen uit de Kernenergiewet.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Jaaroverzicht van de activiteiten van de hoofdafdeling Handhaving Milieuwetgeving, 1994,

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na geldigheid van de vergunning.

525

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake normen voor luchtkwaliteit.

Periode: 1970-

Producten: studie van de beschikbare gegevens om te komen tot normen voor de toelaatbare SO2-concentraties

Waardering: B (6 1994)

536

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake aanvragen om ontheffngen op het verbod om niet goedgekeurde motorvoertuigen die op grond van art. 3, lid 1 van de Wet luchtverontreiniging keuringsplichtig zijn, te vervaardigen, in te voeren, in voorraad te hebben, te koop aan te bieden, af te leveren, te vervoeren of te gebruiken.

Periode: 1974-1989

Grondslag/Bron: Besluit typekeuring motorrijtuigen luchtverontreiniging, art. 3

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na besluit Minister van VROM.

538

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten over op grond van de Wet geluidhinder te verlenen, in te trekken of te wijzigen vergunningen die betrekking hebben op inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken.

Periode: 1979-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 25, lid 1 en art. 36, lid 1

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na inwerkingtreding Wet Milieubeheer.

Ingang vernietiging: 1998

542

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne-

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten en de minister inzake de aanvraag van een vergunning omtrent het verwijderen van afvalstoffen.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 38, lid 1 en lid 2,

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na verloop vergunning.

548

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten en de minister inzake ontheffng van vergunningsverplichtingen inzake het verwijderen van afvalstoffen.

Periode: 1982-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 38, lid 1 en lid 2

Waardering: V (15 jaar)

558

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake vergunningen en ontheffngen inzake opslag en het verwerken van chemische afvalstoffen.

Periode: 1977-1993

Grondslag/Bron: Wet chemische afvalstoffen,

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na verloop vergunning.

587

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister over verzoeken om ontheffngen inzake de invoer, de vervaardiging of de aanwending van milieugevaarlijke stoffen.

Periode: 1986-

Grondslag/Bron: Wet milieugevaarlijke stoffen, art. 33

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na ongeldigheid van de ontheffng of verlies geding.

634

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake vergunningen tot het houden van stortplaatsen.

Periode: 1993-

Grondslag/Bron: Stortbesluit bodembescherming,

Nota Verwijdering baggerspecie (Handelingen TK 1993-1994, nr. 23 450), 03-03-2003

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

643

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake vergunningen of ontheffngen tot het doen van omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater of tot het lozen van industrieel afvalwater.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Lozingenbesluit bodembescherming,

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na aflopen vergunning.

14.3.8 Drinkwater

711

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne-

Handeling: Het incidenteel adviseren van GS bij de aanvraag van een vergunning of ontheffng.

Periode: 1945-1975

Waardering: V (5 jaar)

721

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake een vergunning voor het tot stand brengen, wijzigen of in werking hebben van een inrichting die bedoeld is om als openbare voorziening water aan de bodem te onttrekken, dat bestemd of mede bestemd is tot drinkwater voor menselijk gebruik.

Periode: 1955-1984

Grondslag/Bron: Grondwaterwet waterleidingbedrijven, art. 2, lid 1, art. 12, lid 1-2

Waardering: V (5 jaar)

723

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van GS inzake ontheffngen van de verplichting aan de eigenaar van een waterleidingbedrijf - indien aan dit bedrijf concessie is verleend voor de levering van drinkwater - de exploitatie van het bedrijf voort te zetten op de wijze waarop dit geschiedde ten tijde van de bekendmaking van de concessieverlening in het provinciaal blad van de bij dit besluit betrokken provincie.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 26, lid 4

Opmerking: Bovengenoemde verplichting beoogt te voorkomen dat een waterleidingbedrijf uitbreidingen tot stand brengt die niet passen in de organisatie van de openbare drinkwatervoorziening. RIMH heeft geen adviesrecht maar adviseert wel incidenteel.

Waardering: V (5 jaar)

724

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het op verzoek adviseren van GS over aanvragen om ontheffng van de vastgestelde concessievoorwaarden.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 26, lid 4

Mededeling van de inspecteur

Opmerking: De inspectie adviseerde incidenteel over waterpompstations.

Waardering: V (15 jaar)

726

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake de organisatie van de drinkwatervoorziening en de aanwijzing van een gebied of gebieden, waar een nadere regeling van de openbare drinkwatervoorziening noodzakelijk is.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 16,

Waardering: V (5 jaar)

727

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake gehele of gedeeltelijke intrekking van de aanwijzing van een gebied of gebieden, waar een nadere regeling van de openbare drinkwatervoorziening noodzakelijk is.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 17, lid 4

Waardering: V (5 jaar)

771

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het op verzoek adviseren van GS over aanvragen om ontheffng van de vastgestelde concessievoorwaarden voor drinkwatervoorziening.

Periode: 1961-1975

Grondslag/Bron: Waterleidingwet, art. 26, lid 4

Mededeling van de inspecteur

Opmerking: De inspectie adviseerde incidenteel over waterpompstations.

Waardering: V (15 jaar)

773

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het aan de eigenaar van een waterleidingbedrijf ontheffng verlenen van de verplichting zich te houden aan vastgestelde kwaliteitsnormen.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art.4, lid 2

De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 1993 (RIVM), blz.14,

Opmerking: De inspecteur verleent alleen ontheffng indien redelijkerwijs niet van de eigenaar kan worden gevergd - de grondstof alsmede de bereiding en distributie van het drinkwater in aanmerking genomen - dat hij voldoet aan de normen. Art. 17c heeft betrekking op het bereiden van drinkwater uit oppervlaktewater.

Waardering: B (6 1994)

1294

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister over de handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid van de milieuwetgeving.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Handhaving, maart 1996,

Waardering: B (3 1994)

14.3.9 Zwemwater

733

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het registreren van het door Gedeputeerde Staten genomen besluit de houder van een zweminrichting al of niet ontheffng te verlenen van voorschriften met betrekking tot de hygiëne en veiligheid in die zweminrichting.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, art. 5, lid 5

Waardering: V (5 jaar)

734

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het bij de Kroon in beroep komen tegen een provinciale ontheffng van de voorschriften.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden, art.6, lid 1

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na de uitspraak.

14.3.10 Lijkbezorging

737

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag inzake het al dan niet verlenen van vergunningen tot het aanleggen van begraafplaatsen en crematoria.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Wet op de lijkbezorging, 34, 40, 1, 2

Opmerking: Bijvoorbeeld: Het adviseren van burgemeester en wethouders inzake het al dan niet verlenen van vergunningen betreffende de aanleg of uitbreiding van begraafplaatsen. Hiervoor werden tot de Wet op de lijkbezorging en de daarop volgende besluiten in 1993 richtlijnen toegepast die door de inspecteur werden opgesteld.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na het verstrijken van de vergunning. De handelingen met betrekking tot de opstelling van de richtlijnen worden bewaard, omdat zij als andere handelingen zijn geregistreerd, die met dat kenmerk zijn voorzien.

14.3.11 Bestrijdingsmiddelen

739

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het, op verzoek van het College voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, verrichten van onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in het belang van de besluitvorming van het College.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Regeling toelating bestrijdingsmiddelen, 1995, art. 6,

Opmerking: Per bestrijdingsmiddel wordt een deugdelijkheidsdossier samengesteld.

Waardering: B (6 1994)

741

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het verrichten van nader onderzoek naar de werking van bestaande bestrijdingsmiddelen.

Periode: 1945-

Opmerking: De Afdeling Dierplagen adviseert over te nemen maatregelen bij het optreden van resistentie tegen bestrijdingsmiddelen van bepaalde plaagdieren.

Waardering: B (6 1994)

14.4 Subsidies

907

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren aan brancheorganisaties over voor subsidie in aanmerking komende modelsystemen van bedrijfsinterne milieuzorg in hun bedrijven.

Periode: 1988-

Grondslag/Bron: Notitie Bedrijfsinterne milieuzorg (1988), p. 37,

Waardering: B (4 1994)

920

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren over de verslaglegging van gesubsidieerde milieuorganisaties, milieuprojecten en milieu-investeringen.

Periode: 1987-1994

Grondslag/Bron: Stimuleringsregeling milieuorganisaties 1987

Waardering: B (3 1994)

944

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten inzake de kwaliteit van te subsidieren algemene afvalwaterafvoerplannen en rioleringsprojecten.

Periode: 1980-1986

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling kostbare rioleringswerken 1980 (Stcrt. 1979, nr. 241), art. 15, lid 2,

Waardering: V (6 jaar)

967

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het uitbrengen van advies ten aanzien van het verslag van de provincie over de voortgang van de realisatie van een adequaat uitvoeringsniveau van de Wet op de luchtverontreiniging.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: Bestuursovereenkomst van 19 maart 1991

Opmerking: Doel is de opzet van een beleidsmonitoringsinstrument.

Waardering: V (5 jaar)

974

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het jaarlijks rapporteren aan de minister en de Tweede Kamer over de vorderingen van het milieubeleid als gevolg van de bijdragen aan andere overheden.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: AO-procedure inzake de uitvoering van art 28, Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm (BUGM/FUN, VOGM)

Waardering: B (6 1994)

976

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van de minister van Milieubeheer om een subsidie - verleend aan een lagere overheid voor de uitvoering van het milieubeleid - stop te zetten of terug te vorderen.

Periode: 1945-

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar na goedgekeurde verrekening van de subsidie.

977

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake het intrekken of terugvorderen van subsidies die zijn verleend aan lagere overheden in het kader van het stimuleren van de uitvoering van door het rijk opgestelde milieubeleid.

Periode: 1995-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 27f, 271,

Waardering: B (6 1994)

995

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten bij de opstelling van hun lijst milieuhinderlijke instellingen.

Periode: 1981-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, art. 3, lid 2

Waardering: V (6 jaar)

997

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne,

Handeling: Het adviseren van Gedeputeerde Staten bij de opstelling van hun saneringsprogramma voor milieuhinderlijke bedrijven.

Periode: 1983-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, art. 6, lid 3

Waardering: V (15 jaar)

998

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het uit eigen beweging adviseren van burgemeester en wethouders van gemeenten bij de sanering van milieuhinderlijke bedrijven.

Periode: 1983-1993

Grondslag/Bron: Bijdrageregeling sanering milieuhinderlijke bedrijven in de woonomgeving, Memorie van Toelichting,

Waardering: V (15 jaar)

1017

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren aan de minister over bedenkingen tegen door de provincie uitgevoerde omvangrijke saneringsprojecten.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Leidraad Bodembescherming deel III (1994)

Waardering: B (6 1994)

1022

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van GS bij de vordering of vrijstelling van gemeenten inzake bijdragen van de kosten voor sanering van verontreinigde bodem.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+, art. 79, lid 2

Waardering: V (6 jaar)

1024

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van GS inzake subsidies aan gemeenten voor kosten in verband met de aankoop van verontreinigde percelen.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet bodembescherming+, art. 83,

Waardering: V (6 jaar)

1190

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegd gezag inzake de instelling en subsidiering van bodembeschermingsgebieden.

Periode: 1985-

Grondslag/Bron: Mededeling RIMH

Waardering: V (6 jaar)

14.5 Rampenbestrijding

1264

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister bij de planmatige voorbereiding van maatregelen voor milieurampen.

Periode: 1962-

Waardering: B (3 1994)

1273

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag inzake het bepalen van de omvang van een milieu-ongeval

Periode: 1945-

Grondslag/Bron: Probleemverkenning project overheidsoptreden bijzondere milieuomstandigheden (POBM)

Waardering: V (10 jaar)

1275

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het optreden tijdens milieu-incidenten.

Periode: 1945-

Opmerking: De omschrijving hierboven is ruim gesteld omdat niet altijd duidelijk is hoe in de praktijk gehandeld zal worden. Bijvoorbeeld: -het verzoeken aan de Commissaris van de Koningin om maatregelen te treffen bij ernstige verontreiniging of dreigende verontreiniging van de bodem; -het verzoeken aan de Commissaris van de Koningin tot het uitroepen van z.g.n. 'alarmfasen', -het verzoeken aan de Commissaris van de Koningin om een inrichting voorschriften op te leggen of eventueel te sluiten ter beperking van de luchtverontreiniging.

Waardering: B (7 1994)

1282

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het verzoeken aan overheden om een verbod van bepaalde categorieën toestellen of brandstof in verband met de luchtverontreiniging.

Periode: 1972-1994

Grondslag/Bron: Wet inzake de luchtverontreiniging (Stb. 1970, 580), art. 49,

Producten: Adviezen inzake het uitroepen van alarmfasen

Opmerking: Deze handeling kan worden verricht in bijzondere omstandigheden van tijdelijke aard.

Waardering: B (7 1994)

1283

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het bevelen tot staking van werkzaamheden.

Periode: 1994-

Grondslag/Bron: Wet milieubeheer

Opmerking: Onder deze bevelen kan men verstaan: het tijdelijk sluiten van bedrijven, autorijverbod, afkondiging van regulier alarm, e.d.

Waardering: B (7 1994)

14.6 Handhaving

14.6.1 Voorbereiding handhavingsbeleid

1297

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het benoemen, schorsen of ontslaan van leden van commissies, raden etc., welke betrekking hebben op de handhaving van de milieuwetgeving.

Periode: 1962-

Waardering: V (2 jaar)

1299

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het deelnemen aan commissies, werkgroepen, advies- en overlegorganen - waarvan de Inspecteur voor de Milieuhygiëne noch het voorzitterschap, noch het secretariaat uitoefent maar waarin de Inspecteur wel vertegenwoordigd is - ten behoeve van het uitdragen van het gezichtspunt van de Inspecteur voor de Milieuhygiëne inzake de handhaving van de milieuregels.

Periode: 1962-

Opmerking: Bijvoorbeeld deelname aan het overlegplatform ten behoeve van de handhaving van de Wet geluidhinder.

Waardering: V (2 jaar)

1318

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het verzorgen en instandhouden van overlegplatforms ten behoeve van de handhaving van de milieuwetgeving in de provincie.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 155, lid 1

Producten: Declaratie

Aanwijzingsbeschikking

Opmerking: Een voorbeeld is het Inspectieberaad Externe Veiligheid IBEV, waarin de ministers, de inspecteur en de regionale inspecteurs zitting hebben. In dit overleg wordt de externe veiligheidsrapportage van risicovolle ondernemingen besproken.

Waardering: V (5 jaar)

1319

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het leveren van inhoudelijke bijdragen aan overlegplatforms ten behoeve van de handhaving van de milieuwetgeving in de provincie.

Periode: 1976-

Grondslag/Bron: Wet geluidhinder, art. 155, lid 1

Producten: Vergaderverslag

Waardering: B (3 1994)

14.6.2 Uitoefening toezicht

1334

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Rijks Instituut voor de Drinkwatervoorziening (RID), 1913-1983

Handeling: Het repressief en preventief controleren van vergunningplichtige en niet-vergunningplichtige inrichtingen op de naleving van de milieuregels.

Periode: 1970-

Grondslag/Bron: Milieuwetten

Opmerking: Vanaf 1945 tot en met 1984 was het Rijksinstituut voor de drinkwatervoorziening (RID) belast met het toezicht op de (drink)watervoorziening. Het toezicht op de uitvoering van de Hinderwet geschiedt op provinciaal niveau. Deel van deze handeling maakt ook uit: het houden van toezicht op de uitvoering van bodemsaneringsprojecten, het uitoefenen van toezicht op waterleidingbedrijven (art. 2, Waterleidingbesluit). Toezichthoudende bevoegdheden zijn:-de bevoegdheid inzage te krijgen en afschrift te nemen van boeken en andere zakelijke bescheiden, -de bevoegdheid vervoermiddelen en hun lading te onderzoeken, -de bevoegdheid met apparatuur alle plaatsen te betreden, -de bevoegdheid zich te laten vergezellen door bepaalde aangewezen personen, -de bevoegdheid goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen en daarvan monsters te nemen, -de bevoegdheid om in afwachting van een nadere maatregel bepaalde handelingen te verbieden als er gevaar dreigt voor het milieu. Een en ander is expliciet geformuleerd met betrekking tot handelingen met radioactieve stoffen. In veel gevallen volgt na zo'n verbod spoedig een nieuwe controle. De inspecteur kan het verbod herhalen mocht tijdens de hernieuwde controle geconstateerd worden dat de houder van de inrichting zich niet aan het verbod houdt. Dit kan eventueel gebeuren met dreiging van bestuursdwang - de bevoegdheid om door het opmaken van een proces-verbaal strafbare feiten te constateren en aangifte te doen bij justitie.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na afdoening van de zaak.

1335

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het opstellen c.q. aankondigen van procedures bij het repressief en preventief controleren van vergunningplichtige en niet-vergunningplichtige inrichtingen op de naleving van de milieuregels.

Periode: 1970-

Producten: Inspectierichtlijn

Landelijk handhavingsproject Wet chemische afvalstoffen: Handreiking toezicht vergunninghouders voor de verwijdering van chemische afvalstoffen en afgewerkte olie (VROM, 1993/78)

Opmerking: Voor inspectierichtlijnen in het belang van het milieu, die betrekking hebben op regels buiten de milieuwetgeving om, zie de hoofdstukken met betrekking tot lijkbezorging, dierplagen en bestrijdingsmiddelen.

Waardering: B (4 1994)

1336

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het toezicht houden op de uitvoering van bodemsaneringen.

Periode: 1982-1992

Grondslag/Bron: Rapport Bodemsanering AR, p. 20-21

Opmerking: Aanvankelijk oefende de inspecteur toezicht uit op alle saneringsprojecten. Weldra beperkte hij zich tot regelmatig toezicht op de omvangrijke projecten. Met betrekking tot de budgetprojecten hielden de verschillende regionale inspecteurs er verschillende opvattingen op na.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: 5 jaar na beëindiging van het toezicht.

1344

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het instellen van een beroep bij GS of de minister tegen een beschikking afgegeven door andere overheden.

Periode: 1962-

Opmerking: Het betreft bevelen tot staking van werkzaamheden, bevelen tot sluiting, wijziging van vergunningsvoorwaarden, intrekking van vergunning, e.d., beschreven in de volgende hoofdstukken, voorzover lagere overheden of de inspecteur bevoegd gezag zijn.

Waardering: V (15 jaar)

Bewerkingsinstructie: 15 jaar na de definitieve uitspraak.

1345

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het doen van meldingen aan de minister met betrekking tot het gedogen van situaties, die niet in overeenstemming zijn met milieuregels.

Periode: 1962-

Waardering: B (1 1994)

1346

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van het bevoegde gezag bij het verlenen, het instandhouden en intrekken van gedoogbeschikkingen aan houders van inrichtingen die niet aan de milieuregels voldoen.

Periode: 1989-

Grondslag/Bron: Gedoogbrieven (Handelingen TK 1989-1990, 21 137, nr. 26), 31-12-1990

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: 2 jaar na verstrijken van de geldigheid doordat een vergunning is toegekend of andere voorwaarden zijn gesteld.

14.6.3 Controle op de uitvoering van beleidsinstrumenten

14.6.3.1 Het vergunningenbeleid

1347

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het monitoren van effecten van algemene milieu- en Hinderwetregels, alsmede Hinderwet- en Wm-vergunningen.

Periode: 1981-

Grondslag/Bron: Landelijk handhavingsprojekt gemeentelijk milieubeleid, 1990-1994/1995-1997 (VROM 1995/104)

Opmerking: N.B.: De adviezen die leiden tot wijziging van regels en richtlijnen bevinden zich in het gegevensbeheer van de desbetreffende handelingen.

Waardering: V (5 jaar)

Bewerkingsinstructie: Eventuele verslagen: Waardering: B, Criterium: 2.

1348

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het monitoren van effecten van vergunningen die op basis van de Afvalstoffenwet door Gedeputeerde Staten zijn verleend of gewijzigd.

Periode: 1979-1993

Grondslag/Bron: Afvalstoffenwet, art. 47, lid 4, onder c,

Opmerking: Vergunningen dienen ter kennisneming aan de inspecteur te worden gezonden.

Waardering: V (2 jaar)

Bewerkingsinstructie: Eventuele verslagen: Waardering: B, Criterium: 2.

14.6.3.2 Het subsidiebeleid aan andere overheden

1349

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het monitoren van de effecten van de verlening van bijdragen aan de gemeenten.

Periode: 1991-

Grondslag/Bron: Bijdragenbesluit openbare lichamen Wabm, art. 32-35,

Waardering: V (6 jaar)

Bewerkingsinstructie: 6 jaar na goedgekeurde verrekening van de subsidie. Eventuele verslaglegging of toetsing daarvan: Waardering: B, Criterium: 2.

14.6.4 Controle van de drinkwaterproductie

14.6.4.1 Drinkwaterkwaliteit

1350

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het opdragen van een onderzoek naar de kwaliteit van het drinkwater aan een eigenaar.

Periode: 1961-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit (1961-1984), art. 9, lid 2,

Waterleidingbesluit (1984- ), art. 6, lid 7

Opmerking: Het gaat hier om onderzoekingen op grond van technische en hygienische voorschriften. Er kan (of kon) onder meer sprake zijn van de volgende activiteiten: -Het bepalen dat onderzoekingen veelvuldiger of minder veelvuldig moeten plaatsvinden, of dat andere dergelijke onderzoekingen moeten worden verricht, of dat dergelijke onderzoekingen mede ten aanzien van door de inspecteur aan te wijzen winningsmiddelen moeten worden verricht. -Het aanwijzen van plaatsen in een distributiegebied waar de eigenaar van het waterleidingbedrijf in kwestie de druk van het water voortdurend moet laten registreren. -Het voor elk waterleidingbedrijf afzonderlijk vaststellen welke fysisch-chemische onderzoekingen, bedoeld in art. 7, lid 1 en 2, van het Waterleidingbesluit, door dat bedrijf moeten worden verricht (1961-1984). -Het goedkeuren van het door de eigenaar van een waterleidingbedrijf opgestelde schema voor het onderzoek van het drinkwater tussen de verschillende stadia van behandeling(1984- ).-Het goedkeuren van de door de eigenaar van een waterleidingbedrijf bepaalde plaatsen waar monsters voor drinkwateronderzoek moeten worden genomen(1984- ).

Waardering: V (15 jaar)

1354

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het in opdracht van de inspectie opstellen van overzichten van de kwaliteit van het drinkwater.

Periode: 1992-

Grondslag/Bron: De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 1993 (RIVM)

Opmerking: Deze overzichten zijn met een bespreekpuntenlijst door het RIVM toegestuurd aan de IMH's. Ze maken een controle van de uitgevoerde meetprogramma's op bedrijfsniveau mogelijk voor ruw, rein en gedistribueerd water.

Waardering: V (2 jaar)

1356

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het beslissen over de toelaatbaarheid van drinkwaterwinningprocedes.

Periode: 1961-1984

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 9, lid 1

Opmerking: Het gaat hier om vraagstukken als: -of de installaties voor winning, zuivering en berging van water voldoen (vgl. art. 6, onder II, D, sub a, van het Waterleidingbesluit), -of er grondwater dan wel toegelaten oppervlaktewater wordt gebruikt.

Waardering: B (6 1994)

1359

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het aan de eigenaar van een waterleidingbedrijf ontheffng verlenen van de verplichting zich te houden aan de voorgeschreven kwaliteitsnormen van het Waterleidingbesluit.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art.4, lid 2

Opmerking: De inspecteur verleent alleen ontheffng indien redelijkerwijs niet van de eigenaar kan worden gevergd - de grondstof alsmede de bereiding en distributie van het drinkwater in aanmerking genomen - dat hij voldoet aan de normen.

Waardering: B (6 1994)

1361

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het adviseren van de minister inzake een ontheffng verlenen van voor de eigenaar van een waterleidingbedrijf geldende verboden drinkwater te bereiden uit oppervlaktewater.

Periode: 1984-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art.17e

Waardering: V (15 jaar)

14.6.4.2 Geneeskundige onderzoek ter voorkoming van besmetting van water

1362

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het, bij verschil van inzicht tussen de inspecteur en de eigenaar van een waterleidingbedrijf, beslissen over de vraag of een personeelslid geneeskundig onderzoek moet worden onderworpen.

Periode: 1961-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 18, lid 2

Waardering: V (5 jaar)

1363

Actoren: Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiëne

Handeling: Het verplichten tot geneeskundige onderzoekingen van personeelsleden van waterleidingbedrijven.

Periode: 1961-

Grondslag/Bron: Waterleidingbesluit, art. 19, lid 3,

Opmerking: De geneeskundige inspecteur kan bepalen dat deze onderzoekingen meermalen of periodiek worden verricht en kan de daarvoor benodigde laboratoria aanwijzen.

Waardering: V (5 jaar)</