Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling spaarverlof primair onderwijs[Regeling vervallen per 04-10-2006 met terugwerkende kracht tot en met 01-08-2006.]

Geldend van 21-06-2003 t/m 31-07-2006

Regeling spaarverlof primair onderwijs

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op:

  • artikel 32 ( I-C41), zevende lid, van het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 De in deze regeling gebruikte begrippen hebben dezelfde betekenis als zij hebben in het Rpbo, voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

  • 2 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. Rpbo:

      Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel

    • b. fre:

      formatierekeneenheid

    • c. betrokkene:

      degene die is aangesteld in de formatie met uitzondering van personeel dat is benoemd:

      • 1. voor vervanging van afwezig personeel ten laste van het Vervangingsfonds;

      • 2. voor een termijn van 6 maanden of korter;

      • 3. in een functie als bedoeld in artikel 173 ( I-S102a) van het Rpbo;

      • 4. in een functie als bedoeld in titel 15 ( hoofdstuk I-T) van het Rpbo.

    • d. centraal financieel arrangement:

      het orgaan dat belast is met de uitvoering van dit besluit;

    • e. spaarverlof:

      het verlof in verband met arbeidsduurverkorting, bedoeld in artikel 32 ( I-C41), zevende lid, van het Rpbo;

    • f. spaarperiode:

      de periode waarin het spaarverlof wordt opgebouwd;

    • g. verzilveringstarief:

      de geldswaarde per fre ten behoeve van spaarverlof, bedoeld in artikel 123, tweede lid, onderdeel e, van de Wet op het primair onderwijs; artikel 120, tweede lid, onderdeel d, van de Wet op de expertisecentra en artikel 235, tweede lid, onderdeel d, van deel II van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Artikel 2. Verzoek aan bevoegd gezag [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 Betrokkene verzoekt het bevoegd gezag om te kunnen sparen voor spaarverlof.

  • 2 Betrokkene dient zijn verzoek in bij het bevoegd gezag vóór 1 februari van het schooljaar voorafgaande aan het schooljaar waarin begonnen wordt met sparen.

  • 3 Bij het verzoek maakt betrokkene tevens kenbaar over welke periode en hoeveel uren hij wenst te sparen.

  • 4 Het gedeelte van de betrekkingsomvang bedoeld in artikel 113 ( I-P80), eerste lid, onder a en b, van het Rpbo blijft buiten beschouwing voor de vaststelling van de omvang van het spaarverlof.

  • 5 Aan het verzoek wordt slechts dan voldaan, indien de formatie naar het oordeel van het bevoegd gezag hiertoe toereikend is.

  • 6 Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing over het verzoek van betrokkene aan betrokkene mede uiterlijk vóór 1 maart voorafgaand aan het schooljaar waarin betrokkene wenst te gaan sparen.

  • 7 In het Decentraal Georganiseerd Overleg kunnen nadere voorwaarden voor het deelnemen aan het spaarverlof worden overeengekomen, welke voorwaarden worden neergelegd in de Collectieve arbeidsovereenkomst primair onderwijs.

Artikel 3. Spaarperiode [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 De spaarperiode bedraagt tenminste vijf jaren en voor een betrokkene die op 1 augustus 1998 50 jaar of ouder was, tenminste vier jaren.

  • 2 De spaarperiode bedraagt ten hoogste twaalf jaar.

  • 3 De spaarperiode vangt aan bij het begin van het schooljaar en eindigt bij het einde van het schooljaar, met dien verstande dat bij aanvang van de benoeming, als bedoeld in artikel 156 ( I-R108) van het Rpbo, de periode ingaat op de eerste dag na de zomervakantie.

  • 4 De opbouw van het spaarverlof in het schooljaar geschiedt naar evenredigheid per kalendermaand.

  • 5 In afwijking van het vierde lid kan de spaarperiode op een ander tijdstip aanvangen ingeval betrokkene niet bij het begin van het schooljaar is benoemd en hij in zijn vorige dienstverband al spaarde voor het verkrijgen van spaarverlof.

Artikel 4. Verlenging en onderbreking spaarperiode [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 Met inachtneming van de maximale spaarperiode kan het bevoegd gezag in overeenstemming met betrokkene op diens verzoek de spaarperiode tweemaal verlengen met minimaal 2 jaar per verlenging. Alleen wanneer betrokkene reeds 11 jaar heeft gespaard, kan de spaarperiode met 1 jaar worden verlengd.

  • 2 Betrokkene dient het verzoek tot het verlengen van de spaarperiode bij het bevoegd gezag in vóór 1 februari van het laatste schooljaar van de overeengekomen spaarperiode.

  • 3 Met inachtneming van artikel 2, vijfde en zevende lid, kan de spaarperiode, na een onafgebroken periode van drie schooljaren, eenmaal worden onderbroken, met dien verstande dat de onderbreking niet tijdens een schooljaar kan plaatsvinden.

  • 4 Op basis van een medische verklaring dan wel indien het derde lid tot onbillijkheden leidt voor de werknemer, kan van het derde lid worden afgeweken.

  • 5 In afwijking van het tweede lid kunnen betrokkene en bevoegd gezag op een later moment, doch uiterlijk 1 juli 2003, afspraken maken over verlenging van de spaarperiode wanneer deze op 1 augustus 2003 verstrijkt.

Artikel 5. Vormen van verlof [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 De betrokkene kan het spaarverlof opnemen:

    • a. als sabbatsverlof, in een aaneengesloten periode van verlof van ten hoogste 1659 uren of;

    • b. als seniorenverlof, wanneer betrokkene 52 jaar of ouder is, in een periode van verlof evenredig verdeeld over het schooljaar van tenminste 40 uren per schooljaar, of ten hoogste 830 uren per schooljaar bij een normbetrekking. Indien betrokkene ook reeds gebruik maakt van de Regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en/of jaarverlof geldt dit maximum voor het spaarverlof, de Regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en het jaarverlof tezamen.

  • 2 Op verzoek van betrokkene kunnen het bevoegd gezag en betrokkene afspreken dat het verlof, in afwijking van het eerste lid onder a, op de volgende wijze wordt opgenomen:

    • a. als gespreid sabbatsverlof, in meerdere periodes van volledig verlof in periodes van minimaal één schoolweek;

    • b. als deeltijdverlof, in evenredig over het schooljaar verdeelde periodes van tenminste 40 uren per schooljaar, of ten hoogste 830 uren per schooljaar bij een normbetrekking door een betrokkene jonger dan 52 jaar. Indien betrokkene ook gebruik maakt van jaarverlof geldt dit maximum voor het spaarverlof en jaarverlof tezamen.

  • 3 Indien betrokkene werkzaam is in een betrekking kleiner dan de normbetrekking, wordt het aantal uren, genoemd in het eerste en tweede lid, met uitzondering van het in het eerste lid, onder b en tweede lid, onder b, aangegeven aantal van 40 uren naar evenredigheid verminderd.

  • 4 Het bepaalde in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing indien het sparen is onderbroken door het gestelde in artikel 8, eerste lid.

Artikel 6. Opname spaarverlof [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 Het spaarverlof wordt opgenomen in het schooljaar aansluitend aan de spaarperiode.

  • 2 Bevoegd gezag en betrokkene kunnen afspreken dat het spaarverlof op een later tijdstip wordt opgenomen, de verlofopname begint uiterlijk in het vijfde schooljaar na de spaarperiode.

  • 3 Vóór 1 februari van het schooljaar voor de opname van het spaarverlof deelt betrokkene aan het bevoegd gezag mede in welke vorm hij het spaarverlof wil opnemen.

  • 4 Ingeval betrokkene in aanmerking wil komen voor de toepassing van het seniorenverlof of het deeltijdverlof deelt hij het bevoegd gezag tevens mede voor hoeveel uren per jaar hij verlof wenst op te nemen en op welke wijze hij deze uren wil verdelen binnen een schooljaar.

  • 5 Het bevoegd gezag deelt zijn beslissing over het verzoek van betrokkene mede vóór 1 maart van het schooljaar waarin de spaarperiode eindigt.

  • 6 In afwijking van het derde en vijfde lid kunnen betrokkene en bevoegd gezag op een later moment, doch uiterlijk 1 juli 2003, afspraken maken over de verlofopname in het schooljaar 2003/2004.

Artikel 7. Actuele waarde [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 De actuele waarde is de tegenwaarde in geld van het door de betrokkene gespaarde aantal uren op het moment dat de spaarperiode eindigt.

  • 2 De actuele waarde wordt als volgt berekend:

    (A : 131) x (F x 8,11%) x V waarbij:

    A = het totaal aantal gespaarde uren dat bestaat uit T + G waarbij:

    T = het totaal aantal uren dat is gespaard tot het schooljaar waarin de actuele waarde wordt vastgesteld;

    G = het, naar evenredigheid, in het schooljaar gespaarde aantal uren tot de eerste van de maand voorafgaand aan de maand waarin de actuele waarde moet worden vastgesteld.

    F = het verbruik van fre's behorende bij de functie waarin de betrokkene is aangesteld als bedoeld in artikel 112 (I-P78) van het Rpbo.

    V = het verzilveringstarief op het moment dat de actuele waarde moet worden bepaald;

  • 3 Indien de financiële positie van het Centraal financieel arrangement een volledige vergoeding van de actuele waarde voor de herbezetting niet toelaat, wordt het spaarverlof van alle betrokkenen zodanig verminderd dat over het verminderde spaarverlof een vergoeding kan worden gewaarborgd die is gebaseerd op het op dat moment van toepassing zijnde verzilveringstarief. De formele vaststelling van de vermindering vindt plaats in de Sectorcommissie Onderwijspersoneel (SCOP) op basis van een advies van een door de SCOP aan te wijzen externe actuaris.

Artikel 8. Sparen tijdens ziekte of periodes van buitengewoon verlof [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 De betrokkene die geheel of gedeeltelijk verlof geniet, doordat hij wegens ziekte geheel of gedeeltelijk verhinderd is zijn arbeid te verrichten, bouwt spaarverlof op gedurende ten hoogste twaalf maanden na de kalendermaand waarin de verhindering is ontstaan.

  • 2 De in het eerste lid vastgestelde termijn eindigt, indien betrokkene ten minste vier weken zijn werkzaamheden daadwerkelijk volledig heeft hervat.

  • 3 Indien betrokkene zijn volledige werkzaamheden hervat na afloop van de in het eerste lid vastgestelde termijn, wordt het opbouwen van spaarverlof hervat vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de laatste dag van de in het tweede lid genoemde termijn valt.

  • 4 De spaarperiode wordt opgeschort zolang betrokkene lang buitengewoon verlof geniet voor het geheel van zijn werkzaamheden.

  • 5 Indien betrokkene lang buitengewoon verlof geniet voor een deel van zijn werkzaamheden, spaart betrokkene voor het spaarverlof in verhouding tot zijn oorspronkelijke betrekkingsomvang.

Artikel 9. Opschorting opname spaarverlof [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 Het spaarverlof wordt opgeschort, indien betrokkene op de eerste dag van het spaarverlof geheel of gedeeltelijk verlof geniet in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid.

  • 2 Behoudens het eerste lid wordt voor betrokkene die spaarverlof geniet en die tevens, gerekend vanaf de eerste ziektedag vier weken verlof geniet wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, het spaarverlof opgeschort voor zolang het verlof wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid duurt.

  • 3 Betrokkene die tijdens het spaarverlof voor een gedeelte van zijn betrekking verlof geniet wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, geniet, te rekenen van de eerste ziektedag, na vier weken zijn spaarverlof over dat gedeelte van zijn betrekking waarvoor hij arbeidsgeschikt is.

  • 4 Indien betrokkene tijdens het spaarverlof lang buitengewoon verlof geniet voor een deel zijn werkzaamheden, wordt het spaarverlof volledig opgenomen.

  • 5 Bij volledig lang buitengewoon verlof wordt het spaarverlof opgeschort.

Artikel 10. Beëindiging dienstverband [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 Bij beëindiging van het dienstverband in verband met het aanvaarden van een andere dienstbetrekking binnen het onderwijs, bij vrijwillige beëindiging van het dienstverband dan wel bij onvrijwillige beëindiging van het dienstverband in verband met de opheffing van de instelling of betrekking kan betrokkene kiezen tussen:

    • a. het opnemen van spaarverlof vóór de beëindiging van het dienstverband, ongeacht het feit dat de spaarperiode nog niet is voltooid,

    • b. het ontvangen van 70 procent van de actuele waarde, of c. het beheer van het spaarverlof door het Centraal financieel arrangement dan wel door het instellingsbestuur teneinde op enig moment het sparen te hervatten, met dien verstande dat betrokkene uiterlijk binnen een opeenvolgende termijn van vijf jaren kenbaar moet maken dat hij dit spaarverlof wil handhaven.

  • 2 Onder uitsluiting van het eerste lid kan de betrokkene die zijn dienstverband beëindigt in verband met het aanvaarden van andere dienstbetrekking binnen het onderwijs er voor kiezen de actuele waarde door het Centraal financieel arrangement dan wel door het instellingsbestuur over te laten dragen aan de nieuwe werkgever.

Artikel 11. Aanvaarding van een dienstverband buiten het onderwijs [Vervallen per 04-10-2006]

Bij beëindiging van het dienstverband op verzoek van betrokkene in verband met het aanvaarden van een betrekking buiten het onderwijs kan betrokkene met het vervallen van de andere mogelijkheid kiezen tussen:

  • a. het opnemen van spaarverlof vóór de beëindiging van het dienstverband, ongeacht het feit dat de spaarperiode nog niet is voltooid.

  • b. het ontvangen van 70 procent van de actuele waarde, of

  • c. de aanspraken op spaarverlof door het Centraal financieel arrangement dan wel door het instellingsbestuur laten overdragen aan zijn nieuwe werkgever buiten het onderwijs.

Artikel 12. Ontbinding dienstverband anders dan wegens lichamelijke of psychische gebreken [Vervallen per 04-10-2006]

Bij beëindiging of ontbinding van het dienstverband op grond van onbekwaamheid of ongeschiktheid dan wel onverenigbaarheid van karakters of bij beëindiging van het dienstverband op staande voet ontvangt betrokkene 70 procent van de actuele waarde.

Artikel 13. Overlijden of blijvende volledige arbeidsongeschiktheid [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 Wanneer betrokkene is overleden of bij beëindiging van het dienstverband van betrokkene op grond van blijvende volledige arbeidsongeschiktheid wordt 70 procent van de actuele waarde uitgekeerd aan de nabestaanden van betrokkene dan wel aan betrokkene.

  • 2 Bij aanstelling bij dezelfde werkgever na beëindiging van het dienstverband wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid blijft het spaarverlof geheel gehandhaafd.

  • 3 Bij aanstelling bij een andere werkgever aansluitend aan de beëindiging van het dienstverband op grond van blijvende arbeidsongeschiktheid is artikel 10, eerste lid, onder b of c dan wel het tweede lid, of artikel 11, onder c, van overeenkomstige toepassing op betrokkene.

Artikel 14. Inzet spaarverlof voor employability [Vervallen per 04-10-2006]

  • 1 Indien betrokkene het (gespreid) sabbatsverlof opneemt voor een studie en/of activiteiten die bijdragen aan het verhogen van de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt van betrokkene, worden de kosten van deze studie dan wel activiteiten in de vorm van een scholingstoelage door de werkgever voor 50 procent vergoed tot een maximum van € 1361,-.

  • 2 De kosten van deze scholingstoelage komen ten laste van het schoolbudget.

Artikel 15. Verzilvering van fre's [Vervallen per 04-10-2006]

Voor zover het bevoegd gezag voor vervanging van de betrokkene spaart via de verzilvering, dient het aantal fre's dat hiervoor in aanmerking komt, te worden verzilverd volgens de formule:

TVF = (A : 131) x (% van F) waarin:

TVF= te verzilveren fre's;

A = het aantal uren dat een betrokkene in het betreffende schooljaar spaart volgens de verzilvering;

% = het gemiddeld herbezettingpercentage, waarbij het volgende percentage geldt voor:

Onderwijzend personeel en directie: 8,11%;

Onderwijsondersteunend personeel: 5,68%;

F = het verbruik van fre's behorende bij de functie waarin de betrokkene is aangesteld ( artikel I-P78 van het Rpbo).

De aldus berekende uitkomst wordt op rekenkundige wijze afgerond op twee decimalen.

Artikel 16. Administratieplicht [Vervallen per 04-10-2006]

Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling legt het bevoegd gezag in zijn administratie vast:

  • a. het aantal door betrokkene in het desbetreffende schooljaar te sparen uren;

  • b. de functie en de daarbij behorende maximumschaal van betrokkene;

  • c. de overeengekomen spaarduur.

Artikel 17. Overgangsregeling voor (voortgezet) speciaal onderwijs [Vervallen per 04-10-2006]

Het personeel dat is benoemd aan een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en door wetswijziging komt te vallen onder de decentrale collectieve arbeidsovereenkomst van het voortgezet onderwijs kan er voor kiezen om:

  • a. vóór de beëindiging van het dienstverband het spaarverlof op te nemen, ongeacht het feit dat de spaarperiode nog niet is voltooid, dan wel;

  • b. 70 procent te ontvangen van de actuele waarde, dan wel;

  • c. de actuele waarde van het spaarverlof door het Centraal financieel arrangement dan wel door het instellingsbestuur laten overdragen aan zijn nieuwe werkgever.

Artikel 18. Intrekking regeling Spaarverlof [Vervallen per 04-10-2006]

De regeling spaarverlof (Uitleg OCenW Regelingen 14, 24 mei 2000, kenmerk AB/A&A-1999/53786) wordt ingetrokken.

Artikel 19. Inwerkingtreding [Vervallen per 04-10-2006]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1998.

Artikel 20. Citeertitel [Vervallen per 04-10-2006]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling spaarverlof primair onderwijs.

Artikel 21. Bekendmaking [Vervallen per 04-10-2006]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

M.J.A. van der Hoeven