Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen

Geldend van 03-12-2004 t/m heden

Instelling Commissie interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 3 van het besluit van 11 oktober 1988 (Stb. 1988, 476), houdende een regeling betreffende coördinatie met betrekking tot civiele zeegaande vaartuigen van de rijksoverheid danwel door deze gesubsidieerde stichtingen;

In overeenstemming met de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Financiën, Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • Commissie: de Commissie Interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen;

  • Loket Vlootzaken: het Loket Vlootzaken van Rijkswaterstaat Noordzee;

  • Beheerder: degene die is belast met het beheer over een civiel zeegaand rijksvaartuig.

Artikel 2

  • 1 Er is een Commissie Interdepartementaal Overleg inzake Zeegaande Vaartuigen.

  • 2 De Commissie wordt bijgestaan door een secretariaat en het Loket Vlootzaken.

Artikel 3

  • 1 De Commissie adviseert de ministers van Verkeer en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Defensie, Financiën, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen jaarlijks omtrent:

    • a. het interdepartementaal gebruik van de bij de in de aanhef genoemde ministeries in beheer zijnde civiele zeegaande rijksvaartuigen;

    • b. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen voor de rijksoverheid; en

    • c. de verwerving van civiele zeegaande vaartuigen ten behoeve van stichtingen of andere instellingen die geheel of overwegend door de rijksoverheid worden gesubsidieerd.

  • 2 De Commissie doet van een door haar uitgebracht advies als bedoeld in het eerste lid, een afschrift toekomen aan het Interdepartementaal Directeuren Overleg Noordzee.

Artikel 4

  • 1 De Commissie ontwerpt met betrekking tot de civiele zeegaande vaartuigen voor de in artikel 3 genoemde ministers jaarlijks een interdepartementaal vlootplan.

  • 2 Het in het eerste lid bedoelde vlootplan wordt opgesteld aan de hand van:

    • a. de jaarlijks door de afzonderlijke ministers of beheerders in te dienen vlootplannen en operationele en financiële gegevens; en

    • b. de geplande operationele inzet en ontwikkelingen vanuit:

      • - het Nederlands Hydrografisch Instituut, als federatieve samenwerkingsorganisatie voor hydrografische activiteiten van een aantal rijksdiensten; en

      • - de Kustwacht, als samenwerkingsorganisatie van een aantal operationele rijksdiensten.

Artikel 5

De Commissie bestaat uit een voorzitter, een secretaris, en zes leden.

Artikel 6

  • 1 De voorzitter en de secretaris van de Commissie worden benoemd door de Minister van Verkeer en Waterstaat.

  • 2 De leden van de Commissie worden als volgt aangewezen:

    • a. één lid door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    • b. één lid door de Minister van Defensie;

    • c. één lid door de Minister van Financiën;

    • d. één lid door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

    • e. één lid door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; en

    • f. één lid door de Minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel 7

Het secretariaat van de Commissie wordt verzorgd door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en wordt organisatorisch ondergebracht bij Rijkswaterstaat Noordzee van dat ministerie.

Artikel 8

De Commissie stelt haar advies op overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid van haar leden.

Een afwijkende mening van een lid kan op diens verzoek in het advies worden vermeld en in een minderheidsnota bij het advies worden gevoegd.

Artikel 9

  • 1 Een minister, genoemd in artikel 3, of een beheerder meldt aan de voorzitter van de Commissie wanneer er tijdelijk behoefte aan een civiel zeegaand vaartuig bestaat.

  • 2 De Commissie overlegt na de ontvangst van een verzoek als bedoeld in het eerste lid over de wijze waarop in de tijdelijke behoefte kan worden voorzien. De voorzitter van de Commissie kan hiertoe voorstellen doen. De Commissie deelt na haar beraadslaging de uitslag aan de minister of beheerder mede.

  • 3 Bij dringende behoefte aan een civiel zeegaand vaartuig overlegt het desbetreffende commissielid, in afwijking van het eerste en tweede lid, met de voorzitter van de Commissie. De uitslag wordt zo spoedig mogelijk aan de leden van de Commissie medegedeeld.

Artikel 10

  • 1 Het Loket Vlootzaken beheert en onderhoudt een databestand met gegevens van de civiele vaartuigen. De beheerders van deze vaartuigen leveren daartoe op verzoek van het Loket Vlootzaken de benodigde gegevens.

  • 2 Het Loket Vlootzaken publiceert iedere twee jaar een overzicht van de bij de in artikel 3 genoemde ministers in beheer zijnde civiele vaartuigen.

Artikel 11

Het Loket Vlootzaken stelt adviezen op betreffende de ontwerptechnische, bedrijfseconomische en financiële aspecten van de volgens het interdepartementale vlootplan bedoeld in artikel 4, eerste lid, te verwerven civiele zeegaande vaartuigen en de wijze van aanbesteding, aankoop of huur van deze vaartuigen.

Artikel 12

Het Loket Vlootzaken kan op verzoek van een in artikel 3 genoemde minister of een beheerder:

  • a. ondersteunend optreden bij de uitvoering van de in artikel 11 bedoelde adviezen met betrekking tot aanbesteding, aankoop of huur van civiele zeegaande vaartuigen;

  • b. adviseren met betrekking tot civiele zeegaande vaartuigen, ten aanzien van:

    • doelmatig gebruik;

    • plannen en kostenramingen betreffende het jaarlijks onderhoud en belangrijke tussentijdse herstelwerkzaamheden;

    • verbouwing van bestaande vaartuigen;

    • het rationaliseren van onderhoudsintervallen.

Artikel 13

De Commissie zendt 4 jaar na de inwerkingtreding van dit besluit aan de Minister van Verkeer en Waterstaat een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van dit besluit in de praktijk.

Artikel 16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

Roelf H. de Boer