Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vrijstelling III gewasbeschermingsmiddelen teeltseizoen 2003[Regeling vervallen per 01-01-2004.]

Geldend van 26-04-2003 t/m 31-12-2003

Regeling vrijstelling III gewasbeschermingsmiddelen teeltseizoen 2003

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

In overeenstemming met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, M. Rutte;

Gelet op artikel 16aa van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder 'wet': Bestrijdingsmiddelenwet 1962

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Van het verbod van artikel 2 van de wet wordt voor het afleveren, voorhanden of in voorraad hebben en het binnen Nederland brengen van gewasbeschermingsmiddelen die één of meer van de in deel I van de bijlage bij deze regeling vermelde werkzame stoffen bevatten, vrijstelling verleend aan producenten van en handelaren in bestrijdingsmiddelen.

  • 2 Van het verbod van artikel 2 van de wet wordt voor het voorhanden of in voorraad hebben en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen die één of meer van de in deel I van de bijlage bij deze regeling vermelde werkzame stoffen bevatten, vrijstelling verleend aan degenen die gedurende het teeltseizoen 2003:

    • a. beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam zijn in de teelt waarvoor het betrokken middel in de bijlage bij deze regeling is aangewezen, of

    • b. ten behoeve van een onder a bedoeld persoon ter uitoefening van een beroep of bedrijf werkzaamheden met het betrokken gewasbeschermingsmiddel verrichten.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2004]

Van het verbod van artikel 10, eerste lid, van de wet wordt voor het voorhanden of in voorraad hebben en het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen die één of meer van de in deel II van de bijlage bij deze regeling vermelde werkzame stoffen bevatten, vrijstelling verleend aan degenen die gedurende het teeltseizoen 2003:

  • a. beroeps- of bedrijfsmatig werkzaam zijn in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld, of

  • b. ten behoeve van een onder a bedoeld persoon ter uitoefening van een beroep of bedrijf werkzaamheden met het betrokken gewasbeschermingsmiddel verrichten.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2004]

De in artikel 2, onderscheidenlijk 3, bedoelde vrijstelling is slechts van toepassing op de gewasbeschermingsmiddelen die voor de betrokken werkzame stof in deel I, onderscheidenlijk II, van de bijlage bij deze regeling staan vermeld, en voor zover het afleveren, het voorhanden of in voorraad hebben, het binnen Nederland brengen of het gebruiken van die gewasbeschermingsmiddelen plaats vindt ten behoeve van de bestrijding van de ziekte of plaag in de teelt waarvoor het betrokken middel ingevolge deze regeling is vrijgesteld.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De in artikel 2 bedoelde vrijstelling is voorts slechts van toepassing, voor zover:

    • a. het gehalte aan werkzame stof en de verdere samenstelling, kleur, vorm, afwerking, verpakking, aanduiding en overige vermeldingen op, aan of bij de verpakking van het gewasbeschermingsmiddel zijn aangebracht in overeenstemming met hetgeen daaromtrent is bepaald in:

      • 1°. . de Regeling samenstelling, indeling, verpakking en etikettering bestrijdingsmiddelen, zoals die voor het betrokken middel gold op het tijdstip waarop dat middel laatstelijk was toegelaten;

      • 2°. de paragrafen II (samenstelling, vorm en afwerking) en IV (verpakking en etikettering) van het toelatingsbesluit van het college, zoals dat laatstelijk voor het betrokken middel gold, met uitzondering van het wettelijk gebruiksvoorschrift, de gebruiksaanwijzing, de gevaarsaanduiding en de veiligheidsaanbevelingen, en

      • 3°. de gebruiksvoorschriften en de gebruiksaanwijzing, zoals die voor de betrokken werkzame stof zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

  • 2 De in artikel 2, onderscheidenlijk 3, bedoelde vrijstelling is voorts slechts van toepassing, voor zover het middel wordt gebruikt overeenkomstig de gebruiksvoorschriften, zoals die voor de betrokken werkzame stof zijn opgenomen in deel I, onderscheidenlijk deel II, van de bijlage bij deze regeling, en de overige voorschriften in deel III van de bijlage bij deze regeling worden nageleefd.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2004]

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling vrijstelling III gewasbeschermingsmiddelen teeltseizoen 2003.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 24 april 2003

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ,

C.P. Veerman

Bijlage [Vervallen per 01-01-2004]

Deel I. Voorschriften per werkzame stof voor de gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in artikel 2 (niet toegelaten middelen) [Vervallen per 01-01-2004]

I.A. Middelen op basis van carbaryl [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en laatstelijke toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Brabant Carbaryl (laatstelijk toegelaten onder 5803 N)

  • Sevin SL (laatstelijk toegelaten onder 8786 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als vruchtdunningsmiddel, met maximaal 1 toepassing per teeltseizoen in de teelt van appels, tot maximaal 4 weken na het einde van de bloei.

De toepassing door middel van een vliegtuig is verboden.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Niet toegestaan is toepassing in niet-bloeiende gewassen die actief bezocht worden door bijen of hommels (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van luizen die honingdauw afscheiden).

Het middel is giftig voor waterorganismen, derhalve zodanig toepassen dat het niet in oppervlaktewater terecht komt.

In de teelt van appels is in de buitenste bomenrij van percelen langs watergangen de toepassing uitsluitend toegestaan indien:

  • -

    - tussen de watergang en de buitenste bomenrij een aaneengesloten windscherm is geplaatst en het windscherm niet wordt bespoten, en/of

  • -

    - in de buitenste bomenrij langs de watergangen het middel wordt verspoten met een tunnelspuit, en/of

  • -

    - in de buitenste bomenrij langs de watergangen het middel wordt verspoten met een dwarsboomspuit die van een reflectiescherm is voorzien, en/of

  • -

    - de laatste bomenrij éénzijdig in de richting van het perceel wordt bespoten.

Dit middel is licht irriterend voor de ademhalingswegen, schadelijk bij inademing en opname door de mond.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Een beschermingsmiddel voor het gezicht dragen

  • Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding, zowel bij toepassen als bij werkzaamheden in behandeld gewas tot 2 weken na de toepassing.

  • Tijdens de bespuiting een geschikt ademhalingsbeschermingsmiddel dragen

  • Bij een ongeval of indien men zich onwel voelt, onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

Gebruiksaanwijzing:

Toepassingen

Vruchtdunning bij appels

Algemene regels

  • -

    - Toepassen na afloop van de bloei.

  • -

    - Op sterk groeiende bomen bestaat grote kans op een te sterke vruchtdunning.

  • -

    - In de kop van de boom is de dunning van nature minder. Door regelen van de vloeistofafgifte moet meer vloeistof boven in de boom komen.

  • -

    - Nadunnen met de hand is meestal noodzakelijk.

Dosering: 50-200 gram (Brabant Carbaryl) c.q. 50-200 ml (Sevin SL) per 100 liter water, afhankelijk van het ras.

N.B.:

Het juiste bespuitingsmoment en de geschikte dosering variëren van ras tot ras.

Gebruik van carbaryl kan vruchtverruwing tot gevolg hebben.

II.B. Middelen op basis van calcium polysulfide [Vervallen per 01-01-2004]

Naam van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Polisolfuro di calcio

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel - mits het gehalte zwavel 23% bedraagt - in de teelt van appel en peer, tot maximaal 2 weken na het einde van de bloei.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel vormt giftige gassen in oplossing en is irriterend voor de ogen, ademhalingswegen en de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens het gebruik.

  • Na aanraking met de huid of de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen.

  • Draag geschikte handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen.

  • Draag geschikte ademhalingsbescherming gedurende het legen van de verpakking en het aanmaken van de spuitvloeistof.

  • Spuitnevel niet inademen.

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen

Het middel kan worden gebruikt als fungicide ter bestrijding van schurft op appel in situaties dat een behandeling met zwavel minder effectief is, bijvoorbeeld als het koud is, of als de schurftinfectie reeds tot stand is gekomen.

Toepassing

Appel en peer, ter bestrijding van schurft (Venturia inequalis resp. Venturia pirina).

Het middel kan worden toegepast tussen het verschijnen van de eerste groene delen en maximaal 2 weken na het einde van de bloei. De toepassing moet plaatsvinden kort voor of binnen 20 uur na het ontstaan van een schurftinfectie. De toepassing zo nodig enkele malen herhalen.

Dosering: 15 kg middel per hectare.

Niet, of in lagere doseringen gebruiken op zwavelgevoelige rassen, zoals Cox's Orange, Pippin en Goudreinet. Niet gebruiken op zoete appels. Kans op schade aan bladeren en vruchtverruwing kan niet worden uitgesloten. Met name bij toepassing onder langzaam drogende omstandigheden, kort voor nachtvorst en bij toepassing bij een temperatuur boven 25 °C.

Attentie

Polysulfide heeft een vruchtdunnend effect, indien het middel tijdens de bloei wordt toegepast.

Het middel niet vermengd met andere bestrijdingsmiddelen of meststoffen verspuiten.

Deel II. Voorschriften per werkzame stof voor de gewasbeschermingsmiddelen, bedoeld in artikel 3 (middelen die zijn toegelaten voor andere doeleinden) [Vervallen per 01-01-2004]

II.A. Middelen op basis van abamectine [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Holland Fyto Abamectine (toegelaten onder 10770 N)

  • Imex Abamectine (toegelaten onder 10574 N)

  • Parimco Abamectine (toegelaten onder 11588 N)

  • Vectine (toegelaten onder 10575 N)

  • Vertimec (toegelaten onder 10020 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insecten- en mijtenbestrijdingsmiddel:

  • a. in de bedekte teelt van Spaanse pepers:

    • -

      - voor de periode van 1 maart tot 1 november geldt dat de periode tussen de laatste toepassing en de oogst niet korter mag zijn dan 3 dagen.

    • -

      - voor de periode van 1 november tot 1 maart geldt dat het middel uitsluitend toegepast mag worden vóór de bloei (dit is vóór de zetting).

    Gebruik niet meer dan 1,25 liter middel per toepassing, waarbij tussen de toepassingen een interval dient te worden aangehouden van tenminste zeven dagen en niet meer dan 5 liter middel per ha per teelt.

  • b. in de vollegrondsteelt van boomkwekerijgewassen.

    Gebruik om arbeidshygiënische redenen niet meer dan 1,5 liter middel per toepassing per hectare.

In de bedekte teelt mag het middel uitsluitend worden toegepast door middel van:

  • een gewasgerichte behandeling met hydraulische spuitapparatuur (hogedrukspuit) mits per hectare minimaal 250 liter spuitvloeistof wordt toegepast met een druk bij de pomp die niet hoger is dan 25 bar (d.d. 2500 kPa of 25 kgf/cm3 of 25 atm),

  • een ruimtebehandeling met een Laag Volume vernevelaar (low Volume Misters).

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Niet toegestaan is toepassing in niet-bloeiende gewassen die actief bezocht worden door bijen of hommels (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van luizen die honingdauw afscheiden).

Het middel is gevaarlijk voor waterorganismen, daarom het middel zodanig toepassen dat het niet in het oppervlaktewater terecht kan komen.

Dit middel is schadelijk bij inademing, opname door de mond en aanraking met de huid en is irriterend voor de ogen.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

  • Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

  • Draag een geschikte ademhalingsbeschermingsmiddel (volgelaatsmasker of luchtkap met aanblaascombinatiefilter (P2-voorfilter + A2-koolfilter))

  • Behandelde gebieden niet zonder beschermende kleding betreden totdat de spuitvloeistof is opgedroogd.

In geval van een ongeval of indien men zich onwel voelt onmiddellijk een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen)

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen

Het maximale effect tegen mijten wordt drie tot vijf dagen na behandeling bereikt. Verspuit het middel onder hoge druk met voldoende water om optimale verdeling over zowel boven- als onderzijde van het blad te bereiken.

Indien een dusdanige hoeveelheid spuitvloeistof wordt gebruikt dat bij de aangegeven concentratie minder dan 0,5 liter middel per ha wordt gebruikt, dan dient de concentratie dusdanig te worden verhoogt dat tenminste 0,5 liter middel per ha wordt gebruikt.

Het is niet nodig om een uitvloeier toe te voegen.

Toepassingen

  • In de bedekte teelt van Spaanse peper, ter bestrijding van larven van trips (Frankliniella occidentalis).

    Toepassen zodra larven worden waargenomen. De behandeling indien nodig herhalen.

    Dosering: 0,05% (50 ml middel per 100 liter water).

  • In de vollegrondsteelt van boomkwekerijgewassen, ter bestrijding van spintmijten (Tetranychus urticae) en buxustopmijten (Phytoptus canestrinii, Aceria unguiculata).

    Een behandeling uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. De behandeling zonodig herhalen.

    Dosering: 0,025% (25 ml middel per 100 liter water).

N.B.: Gevoeligheid van gewassen: Het middel is getoetst op een groot assortiment van snijbloemen, bladplanten, bloeiende potplanten, plantmateriaal van diverse bladgroenten, vruchtgroenten en andere groentegewassen. Als nog geen ervaring is opgedaan met het middel, dient een proefbespuiting uitgevoerd te worden teneinde de verdraagzaamheid van het gewas te testen.

II.B. Middelen op basis van captan [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Brabant Captan Flowable (toegelaten onder 10331N)

  • Brabant Captan 83 (toegelaten onder 4759 N)

  • Luxan Captan Flowable (toegelaten onder 9763 N)

  • Luxan Captan 83% Spuitpoeder (toegelaten onder 3532 N)

  • Captosan 500 SC (toegelaten onder 10104 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen en maximaal 1,7 kg werkzame stof per toepassing in de bedekte teelt van grondgebonden bloemisterijgewassen.

Het is niet toegestaan dit middel toe te passen door middel van een met de hand getrokken of geduwde spuitboom (spuitfiets).

Het middel is giftig voor waterorganismen, daarom zodanig toepassen dat het middel niet in het oppervlaktewater terecht komt.

Het middel is schadelijk bij inademing, er is gevaar voor ernstig oogletsel en voor overgevoeligheid bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Het poeder (in geval van gebruik van Brabant Captan 83 of Luxan Captan 83% spuitpoeder) en de spuitnevel niet inademen.

  • Draag bij het klaarmaken van de spuitvloeistof en het toepassen beschermende handschoenen, beschermende kleding en een beschermingsmiddel voor de ogen.

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen

Voor het bereiden van de spuitvloeistof eerst een flinke hoeveelheid water in de aanmaakemmer doen. Daarna de gewenste hoeveelheid middel toevoegen. Het poeder laten doorzakken zodat het goed bevochtigd is, daarna flink roeren en in de spuittank gieten. (Dit geldt alleen bij gebruik van Brabant Captan 83 of Luxan Captan 83% spuitpoeder).

Menging met insecticiden is af te raden. Moet echter toch met insecticiden worden gemengd, maak dan geen gebruik van vloeibare middelen.

Toepassingen

In de bedekte teelt van grondgebonden snijbloemen, ter bestrijding van verwelkingsziekte (Verticillium spp.).

Een bespuiting uitvoeren zodra aantasting wordt waargenomen. Na behandeling inregenen, zodat het middel in de wortelzone kan binnendringen.

Dosering: 0,15 - 0,20% (150 - 200 gram per 100 liter water) bij gebruik van Brabant Captan 83 of Luxan Captan 83% spuitpoeder

0,23 - 0,3% (230 - 300 ml per 100 liter water) bij gebruik van Luxan Captan Flowable

0,25 - 0,35% (250 - 350 ml per 100 liter water) bij gebruik van Brabant Captan Flowable of Captosan 500 SC.

II.C. Middelen op basis van chloorthalonil [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Daconil 500 Vloeibaar (toegelaten onder 7827 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel in de teelt van bloemisterijgewassen onder glas met maximaal 5 toepassingen per teeltseizoen.

Voor de bespuiting mag geen gebruik worden gemaakt van een spuitgeweer of een spuitkanon.

Het betreden van een behandelde ruimte is slechts toegestaan na minimaal 4 uur luchten en draag beschermende handschoenen bij werkzaamheden in het gewas.

Dit middel kan onherstelbare effecten veroorzaken, kan ernstig oogletsel veroorzaken en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Spuitnevel niet inademen.

  • Bij aanraking met de ogen onmiddellijk met overvloedig water afspoelen en deskundig medisch advies inwinnen.

  • Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor de ogen.

Gebruiksaanwijzing:

Toepassingen

Potplanten onder glas, ter bestrijding valse meeldauw.

Toepassen zodra aantasting wordt waargenomen. De behandelingen dienen regelmatig te worden herhaald.

Dosering: 0,3% (300 ml per 100 liter water).

Als nog geen ervaring is opgedaan met het middel, dient een proefbespuiting uitgevoerd te worden teneinde de verdraagzaamheid van het gewas te testen.

II.D. Middelen op basis van clomazone [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Centium 360 CS (toegelaten onder 12148 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel met maximaal 1 toepassing per teelt of teeltseizoen:

  • a. in de vollegrondsteelten van witte kool, rode kool, bloemkool, broccoli, boerenkool en spruitkool;

  • b. in de vollegrondsteelten van spinazie;

  • c. in de teelt van uitgangsmateriaal van asperge

  • d. in de produktieteelt van asperge met dien verstande dat het alleen ná de oogst van asperges tot uiterlijk in september toegepast mag worden.

Dit middel is schadelijk voor niet-doelwit arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Dit middel kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Aanraking met de huid vermijden.

  • Draag geschikte handschoenen.

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen

Centium 360 CS is een bodemherbicide ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden. Het middel wordt opgenomen door de wortels en de scheuten en opwaarts getransporteerd. Gevoelig zijn kleefkruid (Gallium aparine), zwaluwtong (Polygonum convulus), perzikkruid (Polygonum persica) en vogelmuur (Stellaria media).

Toepassingen

  • In de vollegrondsteelt van witte kool, rode kool, bloemkool, broccoli, boerenkool en spruitkool, ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden.

    Centium 360 CS toepassen na het aanslaan van de planten, op een onkruidvrije, vochtige grond over een droog gewas. Voor verbreding van het werkingsspectrum het middel mengen met een daartoe geschikt product.

    Dosering: 0,25 l middel per hectare.

  • Spinazie in de vollegrond, ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden.

    Centium 360 CS toepassen tot uiterlijk 3 dagen na zaai op niet voorgekiemd zaad. Voor verbreding van het werkingsspectrum het middel mengen met een daartoe geschikt product.

    Dosering: 0,15 l middel per hectare.

    Na een eenmalige toepassing van Centium 360 CS is enige bladverkleuring tot aan het einde van de teelt niet uitgesloten hetgeen met name problemen kan geven bij de teelt van verse spinazie. Bij opeenvolgende toepassingen van Centium 360 CS in hetzelfde groeiseizoen is enige accumulatie niet uitgesloten waardoor er toenemende problemen kunnen ontstaan met gewasreacties.

  • In de teelt van uitgangsmateriaal van asperge, ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden.

    Centium 360 CS direct na het zaaien en vóór opkomst van het gewas te worden toegepast.

    Dosering: 0,25 l middel per hectare

  • In de produktieteelt van asperge, met dien verstande dat het alleen ná de oogst van asperges tot uiterlijk in september toegepast mag worden, ter bestrijding van éénjarige breedbladige onkruiden.

    Het middel dient ná het steekseizoen kort na het afploegen van de bedden en vóór het uitlopen van het gewas te worden toegepast.

    Dosering: 0,25 l middel per hectare

Waarschuwing

Centium 360 CS kan bij koolgewassen en spinazie gewasreacties in de vorm van bladverkleuring (chlorose) en enige groeiremming veroorzaken, zeker als er veel neerslag in de periode rond de toepassing is. Deze gewasreacties zijn van tijdelijke aard en hebben in het onderzoek geen negatieve effecten op de opbrengst veroorzaakt.

Mocht de teelt in het voorjaar van bovenstaande gewassen mislukken dan is het af te raden om zomertarwe, zomergerst, haver en suikerbiet als vervanggewas te gebruiken.

Door dampwerking kan het middel schadelijke effecten veroorzaken aan naburige gewassen waaronder fruitbomen en andere houtige beplantingen.

II.E. Middelen op basis van imidacloprid [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Admire (toegelaten onder 11483 N)

  • Gaucho Horti (toegelaten onder 12341 N)

  • Imex-Imidacloprid (toegelaten onder 11547 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik van Admire en Imex-Imidacloprid als insectenbestrijdingsmiddel:

  • a. In de bedekte teelt van Spaanse peper, met dien verstande dat het middel slechts centraal met de voedingsoplossing c.q. door middel van directe kraanvak-injectie mag worden meegegeven, met dien verstande dat het middel op de dag van de oogst niet vóór de oogst mag worden toegepast. Maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen.

  • b. In de bedekte teelt van de opkweek van plantmateriaal van Spaanse peper door middel van een gewasbehandeling. Maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen.

Toegestaan is voorts uitsluitend het gebruik van Gaucho Horti als middel voor de behandeling van zaden van andijvie en raddichio rosso ter voorkoming van schade door insecten, met maximaal 1 toepassing per teelt. Het zaaien is alleen toegelaten met behulp van precisiezaai, waarbij het behandelde zaad direct na zaai met grond bedekt wordt. Morsen van het behandelde zaad ten allen tijde voorkomen en verwijderen. Resten van het behandelde zaad nooit verspreiden of vervoederen aan dieren.

Admire en Imex-Imidacloprid zijn gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen of hommels. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn.

Gaucho Horti is gevaarlijk voor regenwormen.

Genoemde middelen zijn schadelijk bij opname door de mond.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

  • Draag geschikte beschermende kleding, handschoenen en een beschermingsmiddel voor het gezicht (bij gebruik van Gaucho Horti).

  • Tijdens de zaadontsmetting een geschikte ademhalingsbescherming dragen (bij gebruik van Gaucho Horti).

  • Behandelde zaden niet voor menselijke of dierlijke consumptie bestemmen (bij gebruik van Gaucho Horti).

Gebruiksaanwijzing (voor Admire en Imex-Imidacloprid):

Algemeen

Admire en Imex-Imidacloprid zijn systemische middellen, het middel wordt bij de druppelbehandeling door de wortels opgenomen en vervolgens in de plant verspreid. De werkingssnelheid wordt mede bepaald door de activiteit van het gewas. Laat in geval van substraatteelt, voordat u het middel toepast, het gewas de matten wat droogtrekken. Dit bevordert de opname. Het middel dient met de voedingsoplossing te worden meegedruppeld.

Toepassingen

  • In de bedekte teelt van Spaanse peper op kunstmatig substraat, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

    Zodra een aantasting wordt waargenomen een behandeling uitvoeren. Het middel centraal met de voedingsoplossing meegeven, c.q. door middel van directe kraanvak-injectie toepassen.

    Dosering: 3,5 gram per 1.000 planten.

  • In de bedekte teelt van plantmateriaal van Spaanse peper, ter bestrijding van boterbloemluis (Aulacorthum solanii), groene en rode perzikluis (Myzus persicae), katoenluis (Aphis gossypii) en zwarte boneluis (Aphis fabae).

    Zodra een aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren.

    Dosering: 100 gram per ha.

Gebruiksaanwijzing (voor Gaucho Horti):

Algemeen

Het middel heeft een werkingsduur van minimaal 1 maand.

In de laatste weken voor de oogst dient mogelijk nog 1-2 keer tegen luizen te worden gespoten met een daarvoor toegelaten middel.

Het middel uitsluitend toepassen bij het pilleren van zaden.

Toepassingen

  • Zaadbehandeling van andijvie en Raddichio rosso in de vollegrond, ter voorkoming van aantasting door bladluizen (Aphidiae).

    Dosering: 1150 gram middel per kg zaden.

II.F. Middelen op basis van minerale olie [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Sunspray 11E (toegelaten onder 10238 N)

  • Ovirex VS (toegelaten onder 9388 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insektenbestrijdingsmiddel, met maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen, in de bedekte teelt van bloemisterijgewassen.

Dit middel is irriterend voor de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Spuitnevel niet inademen.

  • Draag bij het klaarmaken van de spuitvloeistof en het toepassen beschermende handschoenen en beschermende kleding.

Gebruiksaanwijzing:

Toepassingen

Bedekte teelt van bloemisterijgewassen, ter bestrijding bladluis (Aphididae), dop-, wol- en schildluis (Coccoidea), tabakswittevlieg (Bemisia tabaci en B. argentifolii), kaswittevlieg (Trialeurodes vaporariorum) .

Toepassen zodra aantasting wordt waargenomen. Zonodig de behandeling herhalen, in totaal 3 bespuitingen per teelt of teeltseizoen.

Dosering: 3% (3 liter middel per 100 liter water).

Opmerkingen

  • Fytotoxiciteit tengevolge van de bespuitingen is mogelijk;

  • Het verdient aanbeveling eerst door een proefbespuiting vast te stellen of de in aanmerking komende gewassen het middel goed verdragen.

II.G. Middelen op basis van pirimifos-methyl [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

• Actellic 50 (toegelaten onder 6469 N)

• Wopro-pirimifos-methyl 50% EC (toegelaten onder 12377 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insecten- en mijtenbestrijdingsmiddel, middels:

  • a. een gewasbehandeling in de teelt van potplanten onder glas, met maximaal 2 toepassingen per teelt of teeltseizoen.

  • b. een plantgoedbehandeling ten behoeve van de teelt van lelie.

Dit middel is gevaarlijk voor bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of in niet-bloeiende gewassen wanneer deze actief bezocht worden door bijen en hommels. Niet toegestaan is toepassing wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn. Bijen kunnen actief vliegen op niet-bloeiende gewassen, bijvoorbeeld om honingdauw te verzamelen die door luizen is afgescheiden.

Het is verboden dit middel te gebruiken in grondwaterbeschermingsgebieden als bedoeld in de Wet milieubeheer, daaronder niet begrepen de gebieden waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen zoals grondboringen zijn verboden.

Betreden van een behandelde ruimte is slechts toegestaan na minimaal 4 uur luchten.

Dit middel is ontvlambaar, schadelijk bij opname door de mond en irriterend voor de ogen en de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Spuitnevel niet inademen.

  • Draag geschikte handschoenen, beschermende kleding en geschikte ademhalingsbescherming.

  • Indien men zich onwel voelt een arts raadplegen (indien mogelijk hem dit etiket tonen).

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen:

Het middel kenmerkt zich door een goede contactwerking en dampwerking. Het middel dringt diep in het plantenweefsel door. De nawerking van het middel is kort. Het middel kan zowel worden verspoten als verneveld door middel van Puls- en Swingfog. Het effect van het middel wordt sterk beïnvloed door de temperatuur. Bij voorkeur niet beneden 20 °C behandelen. Het middel is ook geschikt voor de bestrijding van mijten, bijvoorbeeld bij plantgoed. De kiemkracht van het plantgoed wordt niet beïnvloed door het middel.

Toepassingen:

  • In de teelten onder glas van potplanten, ter bestrijding van wolluis (Pseudococcidae), schildluis (0.a. Aspidiotus nerii) en dopluis (o.a. Coccus hesperidum en Saissetia coffeae).

    Zodra aantasting wordt waargenomen een gewasbehandeling uitvoeren. Zonodig de behandeling maximaal één keer herhalen met een interval van 10-14 dagen.

    Dosering: 0,2 % (200 ml per 100 liter water).

    N.B. : Veiligheid voor het gewas: op een groot aantal soorten en variëteiten (ook potplanten) is het middel toegepast zonder dat beschadiging aan het gewas optrad, met uitzondering van een aantal gevallen in de teelt van rozen, Gerbera, Euphorbia (syn. Poinsettia, kerstster) en Adiantum (venushaar). De gebruikelijke voorzorgsmaatregelen bij het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen dienen in acht te worden genomen. Bij twijfel over fytotoxiciteit wordt aangeraden een proefbespuiting uit te voeren.

  • Ten behoeve van de teelt van lelie, plantgoedbehandeling (schubben) ter bestrijding van de bollemijt.

    De schubben, vóór het in bewaring brengen, dompelen in een oplossing met het middel. Na het dompelen de schubben opslaan bij een temperatuur van 20 tot 23 graden (of hoger) en gedurende 48 uur geen lucht verversen ter bevordering van de dampwerking. Zorg er voor dat de cel steeds goed volgestapeld is. Is dit niet mogelijk, dan de behandelde schubben afdekken met plastic.

    Dosering: 0,5% (0,5 liter middel per 100 liter water).

    N.B. : Bij deze toepassing wordt uitgegaan van een standaardontsmettingswijze, waarbij gestreefd dient te worden naar minimale restanten door opgebruik. Voor de toegestane wijze van verwerken van restanten ontsmettingsvloeistof wordt verwezen naar de `Beschikking verwijdering dompelvloeistof bloembollen en knollen'.

II.H. Middelen op basis van propamocarb-hydrochloride [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Imex-propamocarb (toegelaten onder 11175 N)

  • Previcur N (toegelaten onder 7920 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als schimmelbestrijdingsmiddel, met maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen:

  • a. Ten behoeve van en in de bedekte teelt van andijvie;

  • b. Ten behoeve van en in teelt van peterselie.

Veiligheidstermijnen

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 3 weken.

Dit middel is schadelijk voor niet-doel arthropoden. Vermijd onnodige blootstelling.

Het volgende moet in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Spuitnevel niet inademen.

  • Na aanraking met de huid onmiddellijk wassen met veel water.

  • Draag geschikte handschoenen en beschermende kleding.

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen

Het middel is een systemisch fungicide met een specifieke werking tegen schimmels, die voetrot en wortelrot veroorzaken, zoals Pythium-, Phytophthora-, Perenospora- en Aphanomyces-soorten.

Toepassingen

  • Bedekte teelt van andijvie, ter voorkoming van voetrot.

    Behandeling voor het uitplanten (over de planten in de perspot of op plantenbed):

    Dosering: 0,1% (100 ml per 100 liter water). Per m2 5 liter spuitvloeistof gebruiken.

    Naregenen is noodzakelijk om het middel in de wortelzone te laten dringen en van de bladeren af te spoelen.

    Behandeling na het uitplanten:

    Kort na het uitplanten een behandeling uitvoeren door aangieten van de plantbasis.

    Dosering: 0,1% (100 ml per 100 liter water). Per plant 100 ml oplossing gebruiken. Indien nodig de behandeling na 2 weken herhalen.

  • Peterselie, ter bestrijding van valse meeldauw (Plasmopara spp.)

    Op het plantenbed een aangietbehandeling uitvoeren.

    Dosering: 5 ml per m2, toepassen in 0,5-1 liter water per m2.

    Binnen een week na het uitplanten een gewasbespuiting uitvoeren en deze behandeling maximaal 2 maal herhalen met een interval van 10 dagen.

    Dosering: 1,5 liter per ha, toepassen in 1000 liter per ha.

II.I. Middelen op basis van prosulfocarb [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

• Boxer (toegelaten onder 12148 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als onkruidbestrijdingsmiddel met gebruikmaking van driftreducerende doppen van 90% in de zaadteelt van zwenk- en raaigrassen, met dien verstande dat geen beweiding of vervoedering van het graszaadstro mag plaatsvinden.

Het middel is toxisch voor waterorganismen. Vermijd blootstelling.

Dit middel is irriterend voor de huid en kan overgevoeligheid veroorzaken bij contact met de huid.

Het volgende moet daarom in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Draag geschikte beschermende kleding.

  • Draag geschikte handschoenen.

  • Tijdens de bespuiting een geschikte ademhalingsbescherming dragen.

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen

Boxer is een bodemherbicide met een breed werkingsspectrum. Onder ideale omstandigheden worden de volgende onkruiden goed bestreden: éénjarige grassen zoals duist, windhalm en straatgras en tweezaadlobbige onkruiden zoals kleefkruid, muur, ereprijssoorten, paarse dovenetel, hoenderbeet, muur, zwarte nachtschade (ook triazine-resistente), knopkruid, klein kruiskruid, herderstasje, vergeetmijniet, echte kamille en hennepnetel.

Melganzevoet, stippelganzevoet, uitstaande melde, éénjarige melkdistel en veelknopigen zoals perzikkruid, varkensgras, zwaluwtong, knopige en viltige duizendknoop zijn minder gevoelig hetgeen vooral onder droge omstandigheden tot tegenvallende resultaten leidt. Akkerviool, bingelkruid en hanepoot zijn ongevoelig. Voor bestrijding van deze onkruiden wordt een tankmengsel aanbevolen.

Door de beperkte werkingsduur van het middel moet rekening worden gehouden met nakieming van bijvoorbeeld duist en kamille na de toepassing.

Vochtige, bezakte grond tijdens de toepassing is ideaal voor een goede werking. Onkruiden zijn het gevoeligste in het stadium kort voor opkomst. Neerslag in de periode kort na de toepassing bevordert de bodemwerking van het middel.

Waterhoeveelheid: 200-400 liter per hectare.

Toepassingen

In de zaadteelt van zwenk- en raaigrassen, ter bestrijding van straatgras.

In zwenkgrassen het middel toepassen na de oogst van de dekvrucht of na de oogst van het eerste jaars graszaad. Het tijdstip hangt af van de straatgras ontwikkeling. Kleiner straatgras is gevoeliger voor Boxer dan het grotere.

Dosering: 4 l middel per hectare.

II.J. Middelen op basis van teflubenzuron [Vervallen per 01-01-2004]

Naam en toelatingsnummer van de vrijgestelde gewasbeschermingsmiddelen:

  • Nomolt (toegelaten onder 9914 N)

Gebruiksvoorschriften:

Toegestaan is uitsluitend het gebruik als insectenbestrijdingsmiddel met maximaal 3 toepassingen per teelt of teeltseizoen in de bedekte teelt van Spaanse peper.

Veiligheidstermijnen

De termijn tussen de laatste toepassing en de oogst mag niet korter zijn dan 3 dagen.

Het middel is gevaarlijk voor bijen - en hommelbroed. Niet toegestaan is toepassing in bloeiende gewassen of wanneer bloeiende onkruiden aanwezig zijn.

Gebruik is wel toegestaan op bloeiende planten onder glas mits er geen bijen of hommels in de kas worden gebruikt.

Het volgende moet in acht worden genomen:

  • Buiten bereik van kinderen bewaren.

  • Verwijderd houden van eet- en drinkwaren en van diervoeder.

  • Niet eten, drinken of roken tijdens gebruik.

  • Spuitnevel niet inademen

  • Aanraking met de ogen vermijden.

Gebruiksaanwijzing:

Algemeen

Het middel is een insecticide dat inwerkt op het vervellingsmechanisme. Hierdoor worden larvale stadia van verscheidene insectensoorten bestreden. Gedrag en eetpatroon van de rupsen blijven vrijwel onveranderd tot de eerstvolgende vervelling. Een snelle werking kan dan ook niet worden verwacht. Om vraatschade zoveel mogelijk te voorkomen, is een vroege behandeling gewenst.

Toepassingen

  • In de bedekte teelt van Spaanse peper, ter bestrijding rupsen (o.a. van de Floridamot, Spodoptera exigua).

    De behandeling maximaal 2 maal herhalen met een interval van een week.

    Dosering: 0,1% (100 ml per 100 liter water).

  • In de bedekte teelt van Spaanse peper, ter bestrijding van larven van witte vlieg.

    Toepassen zodra larven worden waargenomen. De behandeling maximaal 2 maal herhalen met een interval van een week.

    Dosering: 0,05% (50 ml per 100 liter water), met een maximum van 900 liter per ha.

Deel III. Administratievoorschriften [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Fabrikanten, importeurs en handelaren houden in een daartoe bestemd register met betrekking tot de door hen in voorraad gehouden, ontvangen of afgeleverde hoeveelheden van de in deel I van deze bijlage vermelde gewasbeschermingsmiddelen op overzichtelijke wijze en naar waarheid de volgende gegevens bij:

    • a. de naam, zoals die op de verpakking is vermeld, en het nummer van het middel, zoals voor dat middel aangegeven in deel I van deze bijlage;

    • b. de voorraad op de datum waarop deze regeling in werking treedt;

    • c. de geleverde hoeveelheid per levering, met vermelding van de datum van de levering;

    • d. de afgenomen hoeveelheid voorraad, niet zijnde de geleverde hoeveelheid, met vermelding van de datum waarop die afname heeft plaatsgevonden;

    • e. de van leveranciers ontvangen hoeveelheid per aflevering, met vermelding van de datum waarop de aflevering heeft plaatsgevonden;

    • f. de toegenomen hoeveelheid voorraad, met vermelding van de datum waarop de toename heeft plaatsgevonden;

    • g. de naam, het adres en de woonplaats van de leverancier, onderscheidenlijk afnemer, van het gewasbeschermingsmiddel;

    • h. de voorraad op de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt.

  • 2 De in punt 1 bedoelde gegevens, met uitzondering van de in punt 1, onder b, bedoelde gegevens, worden in het register opgenomen binnen 3 dagen nadat de voorraadmutatie heeft plaatsgevonden of het gewasbeschermingsmiddel is ontvangen of geleverd. Het in punt 1, onder b, bedoelde gegeven wordt binnen één maand na de aldaar aangegeven datum in het register opgenomen.

  • 3 De betrokken fabrikanten, importeurs en handelaren bewaren alle desbetreffende aantekeningen en bescheiden, waaronder mede begrepen nota's, brieven en andere bewijsstukken, boeken, registers of andere hulpmiddelen waarin die gegevens zijn vastgelegd, op overzichtelijke wijze gedurende zeven kalenderjaren gerekend vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging.

  • 4 De betrokken fabrikanten, importeurs en handelaren verstrekken aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij binnen 7 dagen na 1 oktober 2003 door middel van het in de bijlage bij de Regeling administratievoorschriften gewasbeschermingsmiddelen 2001 vastgestelde en volledig en naar waarheid ingevulde formulier naar de stand per 1 oktober 2003:

    • a. per geleverd gewasbeschermingsmiddel dat voor gebruik in Nederland bestemd is, de naam, het toelatingsnummer en de geleverde hoeveelheid in kilogrammen of liters;

    • b. per hoeveelheid geleverd gewasbeschermingsmiddel, de hoeveelheid werkzame stof, gespecificeerd naar werkzame stof in kilogrammen.

  • 5 De betrokken fabrikanten, importeurs en handelaren verstrekken aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij binnen drie maanden na de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, door middel van het in punt 4 bedoelde formulier de in punt 4 bedoelde gegevens naar de stand per 31 december 2003.

  • 6 Het in de punten 4 en 5 bepaalde is niet van toepassing op fabrikanten, importeurs en handelaren indien binnen de gestelde termijn de gegevens over de door hen afgeleverde hoeveelheid werkzame stoffen, gespecificeerd naar werkzame stof, door de Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie, Nefyto, onderscheidenlijk de vereniging Agrodis aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij worden verstrekt.