Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Uitvoeringsregeling BSE-2003 duurzame energie[Regeling vervallen per 11-06-2005.]

Geldend van 20-12-2003 t/m 10-06-2005

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 17 april 2003, nr. WJZ 3006220, tot uitvoering van het Besluit subsidies energieprogramma's, inhoudende vaststelling van het programma duurzame energie (Uitvoeringsregeling BSE-2003 duurzame energie)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 2, tweede lid, 3, tweede lid, 5, en 6, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 11-06-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder minister: de Minister van Economische Zaken.

Artikel 2 [Vervallen per 11-06-2005]

  • 1 Als energieprogramma als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's, wordt vastgesteld het programma opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.

  • 2 Voor het in de bijlage opgenomen programma worden subsidieplafonds vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de bijlage, onderdeel F.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde bedragen zijn beschikbaar voor aanvragen die zijn ontvangen in de in de bijlage, onderdeel G, opgenomen perioden.

  • 4 De bedragen in de bijlage, onderdeel F, onder a en b, worden verdeeld op de wijze, bepaald in artikel 9, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's. De bedragen in de bijlage, onderdeel F, onder c, worden verdeeld op de wijze, bepaald in artikel 9, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's.

Artikel 3 [Vervallen per 11-06-2005]

  • 1 De aanvraag om subsidie, die wordt ingediend in de periode als bedoeld in onderdeel G, onder 2b, van de Bijlage bij deze regeling, kan elektronisch worden ingediend met gebruikmaking van de elektronische weg die daartoe is geopend en voor zover dat geschiedt met toepassing van de pincode en het certificaat die aan de aanvrager zijn toegekend.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van de documenten die zijn vermeld in het aanvraagformulier BSE.

  • 3 Als tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt.

  • 4 De minister bevestigt de ontvangst van de aanvraag.

  • 5 De minister kan weigeren de aanvraag te aanvaarden indien de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid daarvan onvoldoende zijn gewaarborgd, gelet op de aard en inhoud van de aanvraag. De minister deelt een weigering zo spoedig mogelijk aan de afzender mee.

  • 6 De ontvangstbevestiging, bedoeld in het vierde lid, en de weigering, bedoeld in het vijfde lid, worden elektronisch verzonden. Als tijdstip waarop het bericht is verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarover de minister geen controle heeft.

Artikel 4 [Vervallen per 11-06-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5 [Vervallen per 11-06-2005]

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling BSE-2003 duurzame energie.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

J.G. Wijn

Bijlage bij de Uitvoeringsregeling BSE-2003 duurzame energie [Vervallen per 11-06-2005]

Programma duurzame energie

A. Doel, afbakening [Vervallen per 11-06-2005]

In het kader van het Besluit subsidies energieprogramma's wordt via diverse energieprogramma's subsidie verleend voor activiteiten op het gebied van energiebesparing en duurzame energie.

Het doel van het energieprogramma duurzame energie (hierna: het programma) is het bevorderen van projecten die een bijdrage leveren aan de doelstellingen van het beleid inzake duurzame energie van de Nederlandse overheid en waarvan de resultaten van betekenis zijn voor de Nederlandse energievoorziening, door middel van:

  • a. het bevorderen van innovatie ten behoeve van toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie,

  • b. het verbeteren van de prijs-prestatieverhouding van technologieën op het gebied van duurzame energie, of

  • c. het wegnemen van knelpunten voor de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie.

    In het kader van het programma is verstrekking van subsidie mogelijk voor de volgende typen projecten (nadere omschrijving in artikel 1 van het Besluit subsidies energieprogramma's):

    • -

      haalbaarheidsprojecten;

    • -

      kennisoverdrachtprojecten;

    • -

      onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten;

    • -

      praktijkexperimenten;

    • -

      demonstratieprojecten;

    • -

      marktintroductieprojecten.

    Toelichting

    Het programma moet een bijdrage leveren aan de doelstelling van de Nederlandse overheid om in 2020 met behulp van duurzame energiebronnen in 10% van de Nederlandse energiebehoefte te voorzien. Voor 2010 wordt een aandeel duurzame energie in de energievoorziening van 5% nagestreefd. Voor het aandeel uit duurzame bronnen geproduceerde elektriciteit in de elektriciteitsvoorziening zijn de overheidsdoelstellingen: 6% in 2005 en 9% in 2010.

    In het Energierapport 2002 (Kamerstukken II 2001/02, 28 241, nr.2) heeft de overheid kenbaar gemaakt ten behoeve van het aandeel duurzame energie het opwekkingspotentieel in eigen land te willen uitbreiden.

    Onder duurzame energie wordt verstaan (combinaties van) windenergie, fotovoltaïsche zonne-energie, thermische zonne-energie, passieve zonne-energie, omgevingswarmte, thermische energieopslag in de bodem, kleinschalige waterkracht tot een vermogen van 15 MW, aardwarmte, getijdenenergie, energie uit biomassa en energie uit afval voor zover dat afval van organische oorsprong is.

    Waterkracht met een vermogen groter dan 15 MW is een vorm van duurzame energie. Financiële ondersteuning van deze vorm van opwekking van duurzame energie wordt echter, gelet op de kostprijs daarvan, niet wenselijk geacht.

B. Beoordeling [Vervallen per 11-06-2005]

  • 1 Aanvragen die niet voldoen aan het Besluit subsidies energieprogramma's en het gestelde in onderdeel A van dit programma, worden door de minister afgewezen.

  • 2 Aanvragen betreffende haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten, die voldoen aan de voorschriften van het Besluit subsidies energieprogramma's en het gestelde in onderdeel A van dit programma, worden door de minister getoetst aan de voorwaarden van onderdeel C van dit programma.

  • 3 De minister wint omtrent aanvragen betreffende onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten die voldoen aan de voorschriften van het Besluit subsidies energieprogramma's en het gestelde in onderdeel A van dit programma, advies in bij de Adviescommissie duurzame energie.

  • 4 De commissie geeft de minister een negatief advies over de aanvragen, bedoeld onder 3 van dit onderdeel, die op grond van onderdeel C van dit programma niet voor subsidie in aanmerking komen.

  • 5 De commissie geeft inzake de aanvragen, bedoeld onder 3 van dit onderdeel, waarover de commissie geen negatief advies als bedoeld onder 4 van dit onderdeel heeft gegeven, een advies over de volgorde van rangschikking aan de hand van de criteria, bedoeld in onderdeel D van dit programma.

  • 6 De minister kan afwijken van een advies van de commissie, indien een advies van de commissie in strijd is met het Besluit subsidies energieprogramma's dan wel op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

Toelichting

Haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten worden behandeld in volgorde van ontvangst. Onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten worden in een tenderprocedure met elkaar vergeleken. De Adviescommissie duurzame energie adviseert de minister over de volgorde waarin de aanvragen worden gerangschikt. Voor demonstratieprojecten en marktintroductieprojecten is artikel 8, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's van belang. Hierin worden de gevallen genoemd waarin de minister in ieder geval afwijzend dient te beslissen op een aanvraag. Onderdeel c van artikel 8, eerste lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's is ingevoegd naar aanleiding van de nieuwe Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001, C 37). Deze kaderregeling schrijft voor dat voor investeringen die betrekking hebben op de aanpassing aan bepaalde normen, geen subsidie mag worden verleend.

C. Voorwaarden [Vervallen per 11-06-2005]

Geen subsidie wordt verstrekt:

  • 1 indien het project niet betekenisvol bijdraagt aan de doelstelling van het programma;

  • 2 indien onvoldoende vertrouwen bestaat in de haalbaarheid van het project;

  • 3 indien het onaannemelijk is dat een haalbaarheidsproject binnen een jaar, een kennisoverdrachtproject binnen anderhalf jaar, een onderzoeks- of ontwikkelingsproject binnen vier jaar, dan wel een van de overige soorten projecten binnen drie jaar na subsidieverlening kan worden voltooid;

  • 4 indien een kennisoverdrachtproject niet gericht is op het overdragen van kennis en informatie inzake de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie aan een doelgroep met bijzondere betrokkenheid bij het onderwerp van de kennisoverdracht, op een wijze die aansluit bij de doelgroep van de over te dragen kennis;

  • 5 indien de met een kennisoverdrachtproject verkregen kennis en informatie inzake de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie niet op niet discriminerende basis aan communautaire ondernemingen op hun verzoek zal worden overgedragen;

  • 6 indien een kennisoverdrachtproject onderdeel uitmaakt van een ander project;

  • 7 indien een kennisoverdrachtproject niet een meting van het effect van het project in relatie tot de doelstelling van het programma bevat;

  • 8 voor projectkosten voor zover deze zijn gemaakt vóór de indiening van de aanvraag;

  • 9 voor projectkosten die betrekking hebben op investeringen die in aanmerking komen voor een energiepremie als bedoeld in de Tijdelijke Regeling Energiepremies 2003;

  • 10 voor een duurzame-energiescan die niet kan worden aangemerkt als een haalbaarheidsproject.

Toelichting

Ad 2. Bij de beoordeling van de haalbaarheid van een project kunnen worden betrokken de belemmeringen en mogelijkheden voortvloeiend uit regelgeving, normen of certificatie. Daarnaast zal een projectuitvoerder moeten beschikken over de noodzakelijke financiële middelen en de benodigde organisatorische en technisch-wetenschappelijke kwaliteiten.

Ad 4. Een kennisoverdrachtproject is een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het overdragen van kennis en informatie op het terrein van duurzame energie. Het gaat in het kader van dit programma om projecten waarbij bepaalde doelgroepen met een bijzondere betrokkenheid bij het onderwerp van de kennisoverdracht systematisch worden gewezen op de concrete mogelijkheden van de toepassing van technologieën op het gebied van duurzame energie aan de hand van voorbeelden en methodieken. Het moet gaan om daadwerkelijk en actief overdragen van informatie. Hierbij kan worden gedacht aan het organiseren van voorlichtingsdagen, workshops, presentaties, cursussen en dergelijke. Het enkel genereren van kennis of ter beschikking stellen van informatie is niet voldoende om voor een subsidie in aanmerking te komen.

Ad 5. Alle communautaire ondernemingen dienen, op niet discriminerende basis, van de resultaten van een kennisoverdrachtproject kennis te kunnen nemen. Novem zal in ieder geval de benodigde informatie verstrekken over de resultaten van een op basis van deze regeling gesubsidieerd kennisoverdrachtproject. Aan de hand daarvan zal detailinformatie bij de subsidie-ontvanger kunnen worden opgevraagd.

Ad 7. De aanvrager dient door middel van een meting aan te tonen in welke mate de resultaten van het kennisoverdrachtproject een bijdrage leveren aan de doelstelling van het programma.

Ad 8. Alleen de projectkosten die worden gemaakt na de indiening van de aanvraag komen voor subsidie in aanmerking. De projectkosten die vóór de indiening van de aanvraag worden gemaakt, worden bij de verlening van de subsidie buiten beschouwing gelaten.

Ad 9. Om te voorkomen dat in het kader van dit programma subsidie wordt verstrekt voor investeringen waarvoor een energiepremie beschikbaar is, worden de projectkosten die horen bij deze investeringen uitgesloten.

D. Criteria rangschikking [Vervallen per 11-06-2005]

  • 1 Rangschikking vindt plaats op grond van de volgende criteria:

    • a. de bijdrage van het project aan een toename van de toepassing van duurzame energie in relatie tot de gevraagde subsidie;

    • b. de mate van innovativiteit van het project en het belang van die innovativiteit voor de doelstellingen van het beleid inzake duurzame energie van de centrale overheid.

  • 2 Voor de rangschikking weegt criterium a twee keer zo zwaar als criterium b.

Toelichting

Ad 1a. De bijdrage van het project aan een toename van de toepassing van duurzame energie wordt beoordeeld in relatie tot de gevraagde subsidie. Hiermee wordt een zo effectief mogelijke inzet van de subsidie gerealiseerd.

Aspecten die daarbij meespelen zijn de indirecte energieverdienste van het project (productie aan duurzame energie door navolging van het project of door gebruikmaking van de resultaten van het project) en de kans dat deze wordt gerealiseerd, de mate van kennisoverdracht en spin off-effecten van het project. De directe energieverdienste van het betrokken project zelf speelt geen rol bij de beoordeling. De directe energieverdienste van duurzame-energieprojecten is reeds de grondslag voor stimulering via het generieke financiële instrumentarium voor duurzame energie.

Ad 1b. Bepalend voor de mate van innovativiteit is in hoeverre de projecten innovatief zijn ten opzichte van de huidige ontwikkeling of toepassing van de technologie op het gebied van duurzame energie in het desbetreffende toepassingsgebied. Voor het belang van de innovativiteit is bepalend de relevantie van de innovatie voor de toename van duurzame energie voor wetenschap, technologieontwikkelaars en marktpartijen.

E. Subsidiepercentages en maximumbedragen [Vervallen per 11-06-2005]

  • 1 De subsidie bedraagt voor een:

    • a. haalbaarheidsproject:

      • 1°. in geval van een duurzame-energiescan voor een gemeente, een deelgemeente of een industriële onderneming 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 10 000 per project;

      • 2°. in geval van een duurzame-energiescan voor een bedrijventerrein 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 35 000 per project;

      • 3°. in de overige gevallen 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 45 000 per project;

    • b. kennisoverdrachtproject: 60 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 60 000 per project;

    • c. onderzoeks- of ontwikkelingsproject:

      • 1°. in het geval, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, onder 1°, van het Besluit subsidies energieprogramma's, 60 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 900 000 per project;

      • 2°. in het geval, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, onder 2°, van het Besluit subsidies energieprogramma's, 60 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 900 000 per project;

      • 3°. in de overige gevallen 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 900 000 per project;

    • d. praktijkexperiment: 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 900 000 per project;

    • e. demonstratieproject: 40 procent van de projectkosten, voor zover de projectkosten niet meer dan € 454 000 bedragen en 25 procent van de projectkosten, voor zover de projectkosten meer dan € 454 000 bedragen, maar in totaal niet meer dan € 900 000 per project;

    • f. marktintroductieproject: 25 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 900 000 per project.

  • 2 Onverminderd het onder 1 bepaalde bedraagt de subsidie ten hoogste het gevraagde bedrag.

Toelichting

Ad 1c, onder 2°. In dit artikelonderdeel wordt verwezen naar artikel 3, tweede lid, onder a, onder 2°, van het Besluit subsidies energieprogramma's. Laatstgenoemd artikelonderdeel wordt op dit moment aangepast aan de huidige stand van zaken van het Communautaire recht en zal daarom voortaan verwijzen naar verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 (PbEG L 70) betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote bedrijven.

Ad 2. Relevant in dit kader is ook de anticumulatiebepaling in artikel 3, vierde lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's.

F. Subsidieplafonds [Vervallen per 11-06-2005]

De subsidieplafonds voor het in 2003 en 2004 verlenen van subsidies op grond van het programma duurzame energie bedragen:

  • a. voor aanvragen inzake haalbaarheidsprojecten, ontvangen in de periode, bedoeld in onderdeel G, onder 1, van dit programma, € 2 530 000;

  • b. voor aanvragen inzake kennisoverdrachtsprojecten, ontvangen in de periode, bedoeld in onderdeel G, onder 1 van dit programma, € 1 470 000;

  • c. voor aanvragen inzake onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en marktintroductieprojecten, ontvangen in de periode, bedoeld in:

    • 1°. onderdeel G, onder 2a, van dit programma, € 7 000 000;

    • 2°. onderdeel G, onder 2b, van dit programma, € 7 000 000.

G. Aanvraagperiodes [Vervallen per 11-06-2005]

  • 1 Aanvragen op grond van het programma duurzame energie voor haalbaarheids- en kennisoverdrachtprojecten moeten worden ontvangen in de periode die loopt van de tweede dag na publicatie van deze regeling in de Staatscourant tot en met 23 oktober 2003, uiterlijk 17:00 uur.

  • 2 Als perioden na afloop waarvan de aanvragen op grond van het programma duurzame energie voor onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en marktintroductieprojecten, die in die perioden zijn ontvangen, worden behandeld, worden vastgesteld:

    • a. de tweede dag na publicatie van deze regeling in de Staatscourant tot en met 28 augustus 2003, uiterlijk 17:00 uur;

    • b. 29 augustus 2003 tot en met 11 december 2003, uiterlijk 17:00 uur.

De aanvragen moeten worden ingediend bij:

Novem

Catharijnesingel 59,

3511 GG Utrecht

Postbus 8242

3503 RE Utrecht

Voor informatie:

(030) 2393798

www.den.novem.nl