Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Circulaire Aanpassingen WZV na modernisering AWBZ

Geldend van 15-04-2003 t/m heden

Circulaire Aanpassingen WZV na modernisering AWBZ

Aan besturen van ziekenhuisvoorzieningen ex WZV

Inleiding

Met deze circulaire informeer ik u over de wijzigingen in de toepassing van de Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV) per 1 april 2003 in verband met het in werking treden van het nieuwe Besluit zorgaanspraken AWBZ in het kader van de modernisering van de AWBZ.

Waar de AWBZ voorheen uitging van instellingen, gaat deze per 1 april 2003 uit van zorgfuncties. De bedoeling daarvan is in Nederland de keuze van de cliënt centraal te stellen en daarvoor een ruimer en meer divers zorgaanbod te laten ontwikkelen. Veel van de gewenste nieuwe klantgerichte initiatieven zullen in de praktijk voorlopig afkomstig zijn van bestaande aanbieders. Om die reden is het van belang dat niet alleen de regels over de aanspraken, maar ook de regels over de planning en bouw van zorginstellingen aan de modernisering van de AWBZ worden aangepast. Uitgangspunt daarbij is dat de overheid zich niet bemoeit met zorg die extramuraal geleverd wordt, ook al levert die zorgaanbieder ook de functie verblijf. Voor instellingen die vallen onder de werking van de WZV is daarom geregeld dat zij voor initiatieven die gericht zijn op zorgverlening aan cliënten die niet verblijven in de eigen instelling niet langer vergunningplichtig zijn. Hierdoor ontstaat er een gelijke concurrentiepositie voor wat betreft extramurale zorgverlening voor instellingen die daarnaast geen verblijf leveren en instellingen die dat wel doen.

Aanpassingen in de WZV

1

Met het nieuwe Besluit zorgaanspraken AWBZ is het Besluit aanwijzing inrichtingen WZV aangepast (Stb. 2002, 527). Met ingang van 1 april 2003 valt een instelling onder de WZV als deze de functie verblijf wil gaan leveren (of levert), gecombineerd met ten minste één van de andere AWBZ-functies, niet zijnde huishoudelijke verzorging.

2

Met ingang van 1 januari 2001 zijn de regionale instellingen voor beschermd wonen (RIBW-en) onder de werking van de WZV uit gehaald. Met ingang van 1 juli 2002 gevolgd door de kleinschalige woonvormen voor gehandicapten. Op grond van artikel 1, tweede lid, van het nieuwe Besluit zorgaanspraken AWBZ zijn deze oude regelingen “vertaald” naar de functiegerichte omschrijvingen van de AWBZ en zijn de bedoelde kleinschalige voorzieningen uitgesloten van de werkingsfeer van de WZV. De reikwijdte van de WZV blijft hiermee gelijk aan de situatie van vóór 1 april 2003.

3

Verder is het Besluit begripsomschrijvingen Wet ziekenhuisvoorzieningen vervangen door de nieuwe Regeling begripsomschrijvingen WZV. Hiermee is opnieuw gedefinieerd wat onder nieuwbouw of bestemmingswijziging wordt verstaan. In combinatie met het Besluit uitzondering toestemmingsprocedures WZV volgt hier uit voor welke initiatieven met bouw voortaan een WZV-vergunning nodig is of met een melding kan worden volstaan. Ook is in de regeling bepaald dat instellingen voor initiatieven die gericht zijn op zorgverlening aan cliënten die niet verblijven in de eigen instelling, met ingang van 1 april 2003 niet langer vergunningplichtig zijn.

4

Bovendien zijn de Regeling toestemmingsprocedures WZV, het Besluit uitzondering toestemmingsprocedures WZV en de betrokken gegevensbesluiten ex art. 22 WZV aangepast, in die zin dat de instellingsbegrippen vervangen zijn door een functiegerichte omschrijving.

5

Tot slot is ook in het toetsingskader waaraan bouwinitiatieven worden getoetst, de beleidsregels ex artikel 3 WZV, de functiegerichte benadering doorgevoerd. Bij de omschrijving van de criteria is rekening gehouden met het feit dat na 1 april 2003 slechts de initiatieven gericht op zorgverlening aan cliënten die in de eigen instelling verblijven, vergunningplichtig zijn.

Wanneer valt een zorgaanbieder onder de reikwijdte van de WZV?

In het Besluit aanwijzing inrichtingen Wet ziekenhuisvoorzieningen staat omschreven welke instellingen onder de WZV vallen. Dat besluit geeft aan dat vanaf 1 april 2003 een instelling onder de WZV valt wanneer deze de functie verblijf levert of wil gaan leveren in combinatie met één of meer andere functies genoemd in het Besluit zorgaanspraken AWBZ, (niet zijnde huishoudelijke verzorging), ten behoeve van de volgende groepen zorggebruikers: mensen met somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoeningen of beperkingen, met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of psychosociale problematiek.

In welke gevallen van bouw moet een zorgaanbieder een WZV vergunning aanvragen?

In artikel 1, vierde lid, van de WZV is het begrip “bouw” omschreven. Dit begrip is in de nieuwe “Regeling begripsomschrijvingen WZV” nader omschreven. Op één punt is een wijziging ten opzichte van de vroegere definitie aangebracht. Voor AWBZ-instellingen is met ingang van 1 april 2003 bepaald dat initiatieven niet onder het begrip “bouw” vallen wanneer deze gericht zijn op de zorgverlening aan cliënten die niet verblijven in de eigen instelling. Deze initiatieven zijn dus niet meer vergunningplichtig.

Nieuwbouw

Voor nieuwbouw ten behoeve van de functie verblijf, dat wil zeggen het geheel nieuw oprichten van een ziekenhuisvoorziening waarin aan cliënten de functie verblijf wordt geleverd, is een WZV-vergunning nodig. Van nieuwbouw is niet alleen sprake wanneer een geheel nieuw gebouw wordt neergezet, maar ook het gaan huren of in gebruik nemen van een bestaande ruimte ten behoeve van cliënten die daar gaan verblijven, valt er onder.

Uitbreiding verblijfscapaciteit

Voor de bestaande doelgroep:

Wanneer een instelling de verblijfscapaciteit wil uitbreiden en dit gaat gepaard met bouw, dan heeft de instelling een WZV-vergunning nodig. In de circulaire inzake “capaciteitswijzigingen zonder bouw” van 9 mei 1990 (FPB/AFB/EP-42271) is hierover aangegeven dat onder “bouw” naast bouwkundige veranderingen (ongeacht de omvang daarvan) eveneens wordt verstaan ingebruikname van een gebouw als ziekenhuisvoorziening en wijziging van de bestemming van een ruimte van de ziekenhuisvoorziening.

Voor uitbreiding van de verblijfscapaciteit ten behoeve van de bestaande doelgroep is geen WZV vergunning nodig wanneer de uitbreiding niet gepaard gaat met bouw. Als er geen sprake is van “bouw” volstaat een aanvraag bij het College voor zorgverzekeringen voor uitbreiding van de capaciteit in de toelating.

Voor een nieuwe doelgroep:

Voor uitbreiding van de verblijfscapaciteit ten behoeve van een andere dan de bestaande doelgroep is een WZV-vergunning nodig wanneer de uitbreiding gepaard gaat met bouw in de zin van de WZV. Wanneer er geen bouw plaatsvindt is alleen een uitbreiding van de toelating nodig.

Vervangen bestaande verblijfscapaciteit

Wanneer een instelling haar bestaande verblijfscapaciteit wil gebruiken voor een andere dan de bestaande doelgroep (bijvoorbeeld van de 100 bedden wil een instelling er 20 gaan gebruiken voor een andere doelgroep), dan is een WVZ-vergunning nodig wanneer dit initiatief gepaard gaat met bouw. De instelling kan echter volstaan met het vragen van een aanpassing van zijn toelating, wanneer er geen sprake is van bouw.

Uitbreiding van zorgfuncties

• Ten behoeve van cliënten die verblijven

Een WZV-instelling heeft geen nieuwe WZV-vergunning nodig wanneer deze nieuwe zorgfuncties (artikelen 4 tot en met 8 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ) wil gaan leveren aan cliënten die in de instelling verblijven en wanneer het initiatief niet gepaard gaat met bouw. De instelling kan dan volstaan met het wijzigen van de toelating. Wanneer er wél sprake is van bouw, valt het onder de WZV, maar kan met een WZV-melding worden volstaan.

Ten behoeve van cliënten die niet verblijven

Een WZV-instelling die zorgfuncties wil gaan leveren aan cliënten die niet in de instelling verblijven heeft hiervoor geen WZV-vergunning nodig, ook niet als daarvoor moet worden gebouwd, verbouwd, gehuurd of in gebruik genomen. Deze werkzaamheden worden met ingang van 1 april 2003 niet begrepen onder “bouw” in de zin van de WZV. In het geval de instelling de zorg al krachtens zijn toelating mag leveren, mag de instelling de zorg ook buiten de instelling leveren. Indien de instelling nog geen toelating voor de gewenste functie heeft, moet een aanvraag worden ingediend tot uitbreiding van de toelating met de nieuw te leveren functie.

De meldingsregeling

In de Regeling toestemmingsprocedures WZV en het Besluit uitzondering toestemmingsprocedures WZV (meldingsregeling) zijn de instellingsbegrippen vervangen door een functiegerichte omschrijving. De meldingsregeling is vanaf 1 april 2003 niet meer van toepassing op de hierbovengenoemde initiatieven gericht op zorgverlening buiten de eigen instelling, aangezien dergelijke initiatieven vanaf die datum niet meer onder het regime van de WZV vallen.

Verkorte procedure huidige verzorgingshuizen

De meldingsregeling is niet van toepassing op de huidige verzorgingshuizen. In de plaats daarvan is vanaf 1 januari 2001 de verkorte procedure (Vkp) van kracht. De Vkp biedt de mogelijkheid om beperkte instandhoudingsbouw te realiseren zonder voor die initiatieven de hele WVZ procedure van verklaring en vergunning te doorlopen. In artikel 3 van het Besluit uitzondering toestemmingsprocedures WZV is ook de functiegerichte benadering doorgevoerd. Het instellingsbegrip verzorgingshuis is vervangen door een functiegerichte omschrijving. De Vkp is geregeld in het Besluit Uitzondering toestemmingsprocedures WZV in artikel 3. Hierin is aangegeven dat voor de Vkp geen verklaring ex WZV is vereist. Wel dient de instelling te beschikken over een vergunning ex WZV. De behandeling van schetsontwerp en vergunning is tot één procedure gecomprimeerd. De instellingen mogen over een periode van 12 maanden initiatieven voor maximaal € 1.815,12 per plaats aan investeringskosten indienen. De Vkp blijft gehandhaafd. Artikel 3 van het Besluit uitzondering toestemmingsprocedures WZV is aangepast.

Kwaliteitswet

Indien de WZV niet van toepassing is wordt de huisvesting van een instelling formeel niet voorafgaand getoetst aan de bouwmaatstaven van het College bouw ziekenhuisvoorzieningen. Voor zover de instelling een (aanpassing van zijn) toelating behoeft zal het College voor zorgverzekeringen beoordelen of de instelling in staat is de aanspraak daadwerkelijk en op verantwoorde wijze te leveren. Daartoe behoort ook dat de gebouwelijke omgeving waarin die zorg wordt verleend, aan de vereisten van de Kwaliteitswet moet (blijven) voldoen. De instelling draagt zelf de verantwoordelijkheid om verantwoorde zorg te verlenen en daarvoor zo nodig eerst de noodzakelijke verbeteringen in zijn huisvesting aan te brengen. De bouwmaatstaven kunnen daarbij een kenbron zijn.

Uitbreiding van zorgfuncties voor mensen die niet verblijven in APZ-en en reguliere ziekenhuizen

Een bijzondere groep van instellingen vormen de Algemene en Academische Ziekenhuizen die een psychiatrische afdeling hebben. Deze vormen met een instelling voor mensen met psychiatrische aandoeningen of beperkingen en of psychosociale problematiek een regionaal GGZ-centrum (RGC). In deze voorzieningen wordt onder meer extramurale zorg geleverd via de polikliniek en de afdeling deeltijdbehandeling. Die extramurale zorg wordt geleverd zonder verblijf en valt dus niet onder de WZV.

Beleidsregels ex art. 3 WZV

Op grond van artikel 3 van de WZV worden beleidsregels opgesteld, die onder meer betrekking hebben op behoeftecriteria en op de samenhang zowel tussen ziekenhuisvoorzieningen onderling als tussen ziekenhuisvoorzieningen en andere voorzieningen. De beleidsregels dienen volgens de wet als handvat voor het ontwerpen van plannen door de provincie. Aangezien er in de meeste sectoren al jaren geen provinciale plannen meer worden vastgesteld, worden de beleidsregels tegenwoordig rechtstreeks gehanteerd als toetsingskader bij aanvragen om een WZV-verklaring.

De beleidsregels omvatten de criteria die de Minister van VWS hanteert bij de beoordeling van de aanvraag van bestaande en nieuwe aanbieders om een verklaring van behoefte op grond van de WZV. In deze beleidsregels is ook de richting aangegeven voor een door overheid en veld gezamenlijk gedragen visie op de beleidsontwikkeling voor de onderscheiden cliëntengroepen. Dat betekent dat niet alleen het verblijf aandacht krijgt, maar dat ook, met name in de toelichting, andere aspecten van het beleid worden belicht. De beleidsregels waren tot nu toe aanbodgericht ingedeeld in de vier categorieën van instellingen: ziekenhuizen, verpleeg- en verzorgingshuizen, instellingen voor de geestelijke gezondheidszorg en instellingen voor gehandicapten. De beleidsregels voor de categorieën ziekenhuisvoorzieningen die AWBZ-zorg leveren heb ik herzien. Het onderscheid naar de genoemde categorieën van instellingen is vervangen door een onderscheid naar vormen van zorg en categorieën van patiënten of cliënten. De beleidsregels voor de ziekenhuizen worden later dit jaar herzien.

Overgangsregeling

Op het moment van inwerkingtreden van de nieuwe beleidsregels ex artikel 3 van de WZV op 1 april 2003 zijn tal van plannen ontwikkeld om te voorzien in capaciteitsuitbreiding en voor het renoveren van bestaande zorginstellingen. Voor zover die planontwikkeling al een vervolg heeft gehad door de plaatsing van het voorgenomen project op de bouwprioriteitenlijst voor de periode 2002 - 2006 moet worden bepaald of zo'n initiatief doorgang kan vinden.

A. Initiatieven

  • - die in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen zijn ingediend,

  • - die zijn geplaatst op de bouwprioriteitenlijst 2002 - 2006, en

  • - die in het bezit zijn van een onherroepelijk geworden verklaring,

worden afgehandeld als ingediend, tenzij de initiatiefnemer in overleg met het zorgkantoor en de overige regionale partijen besluit tot een andere, meer in lijn met dit beleidskader liggende invulling.

Voor zover het om volume-initiatieven gaat zijn de voorwaarden hiervoor dat de exploitatie op hetzelfde tijdstip start als aangegeven op de bouwprioriteitenlijst en dat het eerdere initiatief wordt ingetrokken. Voor zover het om instandhoudinginitiatieven gaat geldt bovendien als derde voorwaarde dat het initiatief nooit hogere investeringskosten mag hebben dan die in de gereserveerde middelen voor de exploitatie zijn verwerkt en dat die kosten lager zijn op het moment dat van een lagere capaciteit wordt uitgegaan.

B. Initiatieven:

  • - die in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen zijn ingediend,

  • - die zijn geplaatst op de bouwprioriteitenlijst 2002 - 2006,

  • - die zullen worden gerealiseerd in 2003 en 2004, en

  • - die tot ontwikkeling zijn gebracht onder de vigeur van de beleidsregels ex artikel 3 van de Wet ziekenhuisvoorzieningen zoals die golden tot de inwerkingtreding van de nieuwe beleidsregels,

worden afgehandeld als ingediend, tenzij de initiatiefnemer in overleg met het zorgkantoor en de overige regionale partijen besluit tot een andere, meer in lijn met dit beleidskader liggende invulling. Voor zover het om volume-initiatieven gaat zijn de voorwaarden hiervoor dat de exploitatie op hetzelfde tijdstip start als aangegeven op de bouwprioriteitenlijst en dat het eerdere initiatief wordt ingetrokken. Voor zover het om instandhoudinginitiatieven gaat geldt bovendien als derde voorwaarde dat het initiatief nooit hogere investeringskosten mag hebben dan die in de gereserveerde middelen voor de exploitatie zijn verwerkt en dat die kosten lager zijn op het moment dat van een lagere capaciteit wordt uitgegaan.

C. Initiatieven:

  • - die in het kader van de Wet ziekenhuisvoorzieningen zijn ontwikkeld,

  • - die zijn geplaatst op de bouwprioriteitenlijst 2002 - 2006,

  • - die al hebben verzocht om een verklaring als bedoeld in de Wet ziekenhuisvoorzieningen,

  • - die zullen worden gerealiseerd in 2005 of 2006 en

  • - die niet in overeenstemming zijn met deze beleidsregels

moeten in overeenstemming met deze regels worden gebracht.

De reservering op de bouwprioriteitenlijst blijft in tact tot op het moment dat de initiatiefnemer in overleg met het zorgkantoor en de overige regionale partijen besluit geen gewijzigde invulling te willen geven aan het initiatief. In ongewijzigde zin komen dergelijke initiatieven niet in aanmerking voor een verklaring.

Voor meer informatie over de inhoud van deze circulaire kunt u contact opnemen met de volgende medewerkers van mijn departement:

De heer ing. H.P.C. Verbeek van de directie Verpleging, Verzorging en Ouderen, 070-3405325, email: hp.verbeek@minvws.nl

De heer A.H.J. Melis van de directie Geestelijke Gezondheidszorg, Verslavingszorg en Maatschappelijke opvang, 070-3407098, email: ah.melis@minvws.nl

De heer ing. G. de Water van de directie Gehandicaptenbeleid, 070-3407698, email: g.d.water@minvws.nl

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

C. Ross-van Dorp