Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen 2003[Regeling vervallen per 01-01-2004.]

Geldend van 09-04-2003 t/m 31-12-2003

Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 april 2003, Directoraat-Generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen, nr. 27493/DGUB/2003, houdende toedeling van taken en doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden aan onder de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen ressorterende functionarissen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen 2003)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 7, derde lid, aanhef en onder a, 7, zesde lid, aanhef en onder b, en 53, eerste lid, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2004]

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. directie: een organisatieonderdeel van het ministerie dat ressorteert onder de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen;

  • b. directeur: een functionaris die leiding geeft aan een directie;

  • c. directeur-generaal: de directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen.

§ 2. Organisatie [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2004]

Onder de directeur-generaal ressorteren de volgende organisatieonderdelen:

  • a. de directie Uitvoering Werk en Inkomen;

  • b. het Expertcentrum Gegevensverkeer en Informatiemanagement;

  • c. de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst;

  • d. het Bureau Opsporingsbeleid;

  • e. het Departementaal Projectbureau Handhavingsbeleid;

  • f. een stafbureau.

§ 3. Verantwoordelijkheden directeuren [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Elk van de directeuren is verantwoordelijk voor:

    • a. het leiding geven aan de eigen directie;

    • b. het door tussenkomst van de directeur-generaal adviseren van de bewindspersonen ten aanzien van het werkterrein van de eigen directie en het attenderen van hen op politiek of maatschappelijk gevoelige aspecten;

    • c. het coördineren van de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de eigen directie met de beleidsontwikkeling en -uitvoering van de andere onderdelen van het ministerie en van andere ministeries;

    • d. het zorgdragen voor een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering, met uitzondering van de vaststelling van de formatie, voor periodieke evaluatie daarvan en voor planning en bewaking van de productie van de eigen directie;

    • e. de personeelsaangelegenheden van de onder elk van hen ressorterende functionarissen, voorzover dit niet is voorbehouden aan de secretaris-generaal dan wel de directeur-generaal;

    • f. het zorgdragen voor de administratieve en financiële afhandeling van de uitvoering van de eigen personeelsaangelegenheden, voorzover deze niet is opgedragen aan anderen zoals de directie Personeel, Organisatie en Informatie, de directie Financieel-Economische Zaken, de directie Gemeenschappelijke Ondersteuning Bedrijfsvoering en de Stichting Pensioenfonds ABP;

    • g. het op orde hebben van de admini-stratieve organisatie en informatiebeveiliging;

    • h. het formuleren en uitvoeren van jaarplannen voor de eigen directie binnen de door de secretaris-generaal en de directeur-generaal vastgestelde uitgangspunten;

    • i. het rapporteren aan de directeur-generaal over de uitvoering van de jaarplannen betreffende de eigen directie;

    • j. het, na overeenstemming daarover met de directeur-generaal, aanwijzen van een plaatsvervangend directeur;

    • k. het zorgdragen voor de vastlegging van de organisatie van de eigen directie en de daarbinnen geldende mandaten, volmachten en machtigingen in een organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit voor de eigen directie;

    • l. de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht voorzover deze betrekking hebben op gedragingen van de onder hen ressorterende functionarissen;

    • m. een juiste, volledige en tijdige aanlevering aan de secretaris-generaal en de directeur-generaal van de gegevens die opgenomen moeten worden in het mandaat-, volmacht- en machtigingsregister SZW, genoemd in artikel 4, vijfde lid, onder i, van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit SZW 2002.

  • 2 Het bepaalde in het eerste lid, onder k, is niet van toepassing op directeuren die leiding geven aan een directie met een omvang van maximaal 12 fulltime-equivalenten.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2004]

De directie Uitvoering Werk en Inkomen is verantwoordelijk voor:

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2004]

Het Expertcentrum Gegevensverkeer en Informatiemanagement is verantwoordelijk voor de bevordering van de doeltreffende en doelmatige toepassing van informatie- en communicatietechnologie in het gehele uitvoeringsdomein van het ministerie, in het bijzonder de keteninformatisering tussen de verscheidene organen. Het Expertcentrum Gegevensverkeer en Informatie-management draagt zorg voor:

  • a. het ontwikkelen van een sectorbreed informatiebeleid en advisering over inrichting en uitvoering van het informatiebeleid in de afzonderlijke kolommen;

  • b. het behartigen van alle aspecten van de sectorbrede informatiearchitectuur en -infrastructuur voor de uitvoeringsorganen in hun onderlinge ketenafhankelijkheid;

  • c. het vertalen van nieuwe (technische en beleids)ontwikkelingen naar processen en technische facilitering van uitvoeringsorganisaties.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst is - onder gezag van de officier van justitie - verantwoordelijk voor de opsporing van zware strafbare feiten op de beleidsterreinen waarvoor de minister verantwoordelijkheid draagt en de strafbare feiten, welke worden geconstateerd in het kader van genoemde opsporing en welke daarmee verband houden. In het kader van de opsporing van deze strafbare feiten is de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst verantwoordelijk voor het voeren van registers als genoemd in de Wet politieregisters en het verwerken van persoonsgegevens binnen het kader van de Wet bescherming persoongegevens.

  • 2 De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst is mede in verband met de opsporing, bedoeld in het eerste lid, belast met het toetsen van voorgenomen wet- en regelgeving op handhaafbaarheid en fraudegevoeligheid, het verzamelen van beleidsrelevante informatie, het opstellen van rapportages (criminaliteitsbeelden, risicoanalyses en onderzoeksevaluaties) en het adviseren van beleidsdirecties daarover.

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2004]

Het Bureau Opsporingsbeleid is verantwoordelijk voor de coördinatie en monitoring van het opsporingsbeleid op het werkterrein van het ministerie. Het Bureau draagt zorg voor de opstelling en bijstelling van het jaarlijkse opsporingsbeleidsplan en handhavingsarrangement, alsmede voor het periodiek rapporteren over de resultaten van dit plan respectievelijk arrangement. Tevens verzorgt het Bureau de contacten met het Openbaar Ministerie, voorzover deze geen betrekking hebben op concrete strafzaken of concrete opsporingsprojecten. Het Bureau bevordert de samenwerking tussen het ministerie en de opsporingspartners op het terrein van het Sociale Zaken en Werkgelegenheid, teneinde tot een adequate afstemming tussen beleidsontwikkeling en opsporingspraktijk te komen.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2004]

Het stafbureau is verantwoordelijk voor advisering aan en ondersteuning van de directeur-generaal bij de aansturing van de onder hem ressorterende directies, zowel beleidsinhoudelijk als beheersmatig.

§ 4. Bevoegdheden directeuren [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Elk van de directeuren is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voorzover zij verband houden met de taken en verantwoordelijkheden van zijn directie, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal of de directeur-generaal.

  • 2 Aan elke directeur wordt mandaat en machtiging verleend tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:

  • 3 De in het eerste lid genoemde bevoegdheid omvat de bevoegdheid tot het verlenen en vaststellen van subsidies en rijksvergoedingen, het aangaan van verbetertrajecten en het korten op bevoorschotting, voorzover het de uitvoering betreft van regelingen op zijn werkterrein.

  • 4 De in het eerste lid genoemde bevoegdheid om overeenkomsten aan te gaan is beperkt tot overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 20.000,- per overeenkomst, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een waarde van € 500.000,- per overeenkomst:

    • a. overeenkomsten welke gebaseerd zijn op een mantelovereenkomst;

    • b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;

    • c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder de directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;

    • d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;

    • e. overeenkomsten met betrekking tot raden en commissies;

    • f. overeenkomsten met betrekking tot onderzoek.

§ 5. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Directeuren die leiding geven aan een directie met een omvang van meer dan 12 fulltime-equivalenten, kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden slechts kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voorzover het betreft:

    • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

    • b. het houden van manager-medewerkergesprekken;

    • c. verlof van medewerkers;

    • d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

  • 2 De directeur van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst kan zijn vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hem te bepalen omvang doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen, met dien verstande dat doorverlening van bevoegdheden met betrekking tot personeelsaangelegenheden aan functionarissen, niet zijnde afdelingshoofden van deze dienst, slechts is toegestaan voorzover het gaat om regiomanagers van de regiokantoren, dan wel regionale projectmanagers en teammanagers die rechtstreeks ressorteren onder een van de afdelingshoofden, en slechts voorzover het betreft:

    • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

    • b. het houden van manager-medewerkergesprekken;

    • c. verlof van medewerkers;

    • d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur.

  • 3 Directeuren die leiding geven aan een directie met een omvang van maximaal 12 fulltime-quivalenten kunnen hun vertegenwoordigingsbevoegdheden slechts doorverlenen aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur-generaal.

  • 4 Onverminderd het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid kunnen directeuren hun vertegenwoordigingsbevoegdheden doorverlenen aan functionarissen van een ander organisatiedeel, mits de betreffende functionaris daarmee schriftelijk instemt.

  • 5 De (door)verlening van (onder)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij een schriftelijk besluit geschieden.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2003.

  • 2 Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directoraat-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen 2003.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 1 april 2003

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
namens deze,
de

directeur-generaal Uitvoeringsbeleid Werk en Inkomen

,

M.A. Ruys