Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003[Regeling vervallen per 04-12-2010.]

Geldend van 26-08-2006 t/m 03-12-2010

Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003

Het bestuur van het Productschap Vis heeft,

gelet op de artikelen 93 en 95 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, de artikelen 5, 6 en 7 van de Instellingsverordening Productschap Vis, op 27 maart 2003 vastgesteld de navolgende verordening.

Artikel 1 [Vervallen per 04-12-2010]

Voor de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt verstaan onder:

productschap :

:

het Productschap Vis;

bestuur :

:

het bestuur van het Productschap;

zoetwatervis :

:

de vissoorten: aal of paling, baars, brasem, karper, snoek, snoekbaars, spiering, voorn en zeelt;

vergunning :

:

een vergunning als bedoeld in artikel 2, lid 2, sub b.

Artikel 2 [Vervallen per 04-12-2010]

  • 1 Het is een ieder, die zoetwatervis heeft verkregen door uitoefening van de binnenvisserij als bedoeld in artikel 1 van de Visserijwet 1963 dan wel door uitoefening van de visserij in de Zuid-Hollandse Stromen, verboden deze vis voor menselijke consumptiedoeleinden te verkopen.

  • 2 Het verbod, gesteld in lid 1, geldt niet:

    • a. voor zover het zoetwatervis betreft, welke afkomstig is uit het IJsselmeer, als bedoeld in het Reglement voor de binnenvisserij 1985 voor degene, die in het bezit is van een geldige vergunning tot uitoefening van de visserij met alle geoorloofde vistuigen op het IJsselmeer, afgegeven door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

    • b. voor zover het zoetwatervis betreft, welke niet afkomstig is uit het IJsselmeer als evenbedoeld, voor degenen die in het bezit is van een te zijnen name gestelde, door het productschap voor deze verkoop verleende vergunning.

Artikel 3 [Vervallen per 04-12-2010]

  • 1 Aan een vergunning kunnen voorwaarden worden verbonden.

  • 2 Een vergunning is niet voor overdracht vatbaar.

Artikel 4 [Vervallen per 04-12-2010]

  • 1 Ten einde voor een vergunning in aanmerking te komen, dient degene, die zoetwatervis wenst aan te voeren een daartoe strekkende schriftelijke aanvraag bij het productschap in te dienen op een daartoe door of vanwege het productschap beschikbaar gesteld formulier van een door de voorzitter van het productschap vastgesteld model.

  • 2 Een aanvraag wordt geacht niet te zijn ingediend, zolang het in lid 1 bedoelde formulier niet volledig en naar waarheid is ingevuld en door aanvrager ondertekend door het productschap is ontvangen.

  • 3 Op een aanvraag wordt binnen 2 maanden beslist. Alvorens de beslissing op een aanvraag wordt genomen, wordt advies ingewonnen van de Combinatie van Beroepsvissers.

  • 4 De beslissing wordt aan de aanvrager schriftelijk en, indien zij een weigering inhoudt, onder opgave van redenen meegedeeld.

Artikel 5 [Vervallen per 04-12-2010]

  • 1 Indien een vergunning wordt verleend, wordt de aanvrager een te zijnen name gesteld bewijs van vergunning verstrekt, waarop is vermeld de inhoud der verleende vergunning, hieronder begrepen de aan de vergunning verbonden voorwaarden.

  • 2 Het model van het bewijs van vergunning wordt door de voorzitter van het productschap vastgesteld.

  • 3 Het bewijs van vergunning dient op eerste vordering van de met de controle belaste ambtenaren aan dezen te worden getoond.

  • 4 Het bewijs van vergunning blijft eigendom van het productschap en moet onverwijld aan het productschap worden teruggezonden, zodra de vergunning is vervallen of ingetrokken.

Artikel 6 [Vervallen per 04-12-2010]

De vergunning wordt verleend aan degene, die ten genoegen van het productschap kan aantonen, dat hij op een rechtmatige wijze de beschikking heeft of zal krijgen over viswater, hetwelk gelet op de aard van de uit te oefenen visserij naar het oordeel van het productschap voldoende is voor de uitoefening van de visserij op zoetwatervis als uitsluitend dan wel als hoofdbedrijf of belangrijk nevenbedrijf en hij over een voor het uit te oefenen bedrijf voldoende uitrusting beschikt of zal beschikken.

Artikel 7 [Vervallen per 04-12-2010]

Aan een aanvrager, die niet aan het bepaalde in artikel 6 voldoet, zal niettemin een vergunning worden verleend, voor zover gronden van redelijkheid en billijkheid daartoe aanleiding geven.

Artikel 8 [Vervallen per 04-12-2010]

Een vergunning vervalt:

  • a. indien de vergunninghouder overlijdt;

  • b. indien de vergunninghouder, anders dan door overmacht, gedurende een jaar zijn bedrijf ononderbroken heeft gestaakt;

  • c. zodra de vergunninghouder niet meer op rechtmatige wijze de beschikking heeft over naar het oordeel van het productschap voldoende viswater;

  • d. zodra de vergunninghouder schriftelijk aan het productschap heeft kennis gegeven, dat hij afstand doet van de hem verleende vergunning, dan wel het bedrijf heeft beĆ«indigd.

Artikel 9 [Vervallen per 04-12-2010]

  • 1 De vergunning kan worden ingetrokken, indien de ter verkrijging van de vergunning verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig waren, dat deze zou zijn geweigerd, indien bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest.

  • 2 De intrekking wordt aan de betrokkene onder opgave van redenen bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht. Zij wordt eerst van kracht, indien daartegen geen beroep meer openstaat.

Artikel 10 [Vervallen per 04-12-2010]

De bij of krachtens deze verordening gestelde regelen binden naast degene, die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld, mede de bij een onderneming werkzame personen, alsmede andere natuurlijke of rechtspersonen, voor zover deze andere personen handelingen verrichten, die bedrijfsmatig in ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld, plegen te worden verricht.

Artikel 11 [Vervallen per 04-12-2010]

Op overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde kunnen tuchtrechtelijke maatregelen worden opgelegd.

Artikel 12 [Vervallen per 04-12-2010]

In afwijking van het bepaalde in deze verordening worden diegenen, die op de dag voorafgaand aan het in werking treden van deze verordening, in het bezit waren van een geldige erkenning, als bedoeld in de Verordening regeling verkoop zoetwatervis 1959, geacht in het bezit te zijn van een geldige vergunning.

Artikel 13 [Vervallen per 04-12-2010]

  • 1 De voorzitter is, namens het bestuur. belast met de uitvoering van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12 van deze verordening.

  • 2 De voorzitter kan, namens het bestuur, nadere voorschriften vaststellen ter uitvoering van het bepaalde ten aanzien van:

    • -

      het verbinden van voorwaarden aan de vergunning, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze verordening;

    • -

      het verlenen van vergunningen, als bedoeld in de artikelen 6 en 7 van deze verordening;

    • -

      de beoordeling over de rechtmatige beschikking over voldoende viswater, als bedoeld in artikel 8 sub c;

    • -

      het intrekken van vergunningen, als bedoeld in artikel 9 van deze verordening.

  • 3 De voorzitter kan, namens het bestuur, voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 van deze verordening. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een ontheffing kunnen, namens het bestuur, voorschriften worden verbonden bij welker niet, niet tijdige of niet behoorlijke nakoming de desbetreffende ontheffing geacht wordt niet te zijn verleend. Een verleende ontheffing kan te allen tijde worden gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 14 [Vervallen per 04-12-2010]

  • 1 Deze verordening treedt in werking op de tweede dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

  • 2 Met ingang van de in het voorgaande lid genoemde datum wordt de Verordening regeling verkoop zoetwatervis 1959 ingetrokken.

  • 3 Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening regeling verkoop zoetwatervis 2003.

Namens het bestuur van het Productschap,

P.J.H.M. Loonen

voorzitter

G.J. van Balsfoort

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 22 mei 2003 en door de staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 13 mei 2003, nr. TRCJZ/2003/3305.