Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Regeling zorgaanspraken AWBZ

Geldend op 08-02-2012


  • Regeling houdende nadere regels met betrekking tot de aanspraak op zorg ingevolge het Besluit zorgaanspraken AWBZ en wijziging van andere regelingen in verband met invoering van dat besluit alsmede wijziging van de Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet
  • De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    Gelet op artikel 2, derde lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten, artikel 1p van de Ziekenfondswet, de artikelen 2, vierde lid, 13, eerste lid, 17 en 18 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ en artikel 16 van het Verstrekkingenbesluit ziekenfondsverzekering;

    Besluit:

  • Hoofdstuk I. Definitiebepaling

  • Artikel 1

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. het Besluit: het Besluit zorgaanspraken AWBZ;

    • b. intramurale zorg: zorg waarbij sprake is van opneming of verblijf in een instelling gedurende tenminste één nacht;

    • c. extramurale zorg: zorg die niet behoort tot de intramurale zorg;

    • d. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, alsmede Zwitserland;

    • e. cliëntprofiel: een profiel als omschreven in bijlage 2 van deze regeling, van zorgvragers met een vergelijkbare behoefte aan met verblijf samenhangende zorg en met vergelijkbare beperkingen op dezelfde terreinen, bij wie de verzorgings-, verplegings-, begeleidings- of behandelingsdoelen naar aard en inhoud overeenkomen;

    • f. zorgzwaartepakket: naar aard, inhoud en omvang bij een cliëntprofiel passende samenhangende zorg als omschreven in bijlage 2 van deze regeling.

  • Hoofdstuk II. De aanspraken

  • Artikel 1a

    • 2. De verzekerde heeft aanspraak op meer zorg dan waarop hij op grond van het eerste lid aanspraak heeft, voor zover naar het oordeel van de zorgverzekeraar meer zorg nodig is om te voorzien in zijn behoefte aan zorg en:

      • a. de verzekerde die is aangewezen op zorgzwaartepakket VG-5, VG-7, VG-8, LG-5, LG-7, ZG-3 auditief, ZG-5 visueel, LVG-4, LVG-5 of SGLVG een behoefte aan zorg heeft die minimaal 25% hoger is dan de in dat zorgzwaartepakket opgenomen zorg, of

      • b. de behoefte aan zorg tevens bestaat uit gespecialiseerde epilepsiezorg, chronische invasieve beademing, non-invasieve beademing, klinische intensieve behandeling of niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie.

  • Artikel 2

    • 1. Indien het verblijf van de verzekerde in een instelling wordt beëindigd in verband met verblijf als bedoeld in artikel 2.10 van het Besluit zorgverzekering, bestaat nog gedurende een periode van ten hoogste acht dagen aanspraak op tandheelkundige zorg.

    • 2. Tot negen weken na beëindiging van het verblijf in een instelling bestaat aanspraak op de levering en het aanbrengen van een nieuwe of overgezette tandheelkundige prothese, zijnde een plaat-, overkappings-, opbouw- of frameprothese, alsmede van kronen of bruggen, indien deze tandheelkundige hulp voor het beëindigen van het verblijf was aangevangen. De zorgverzekeraar kan, gehoord de adviserend tandarts, een langere termijn van ten hoogste tweeënvijftig weken vaststellen.

  • Artikel 3

    • 1.Het individueel gebruik van een rolstoel omvat mede de voor de verzekerde noodzakelijke aanpassing en vervanging alsmede het noodzakelijke onderhoud en herstel van de hem in gebruik gegeven rolstoel. Indien de verzekerde daarop is aangewezen, kan een tweede exemplaar in een andere uitvoering worden verstrekt.

    • 2.De aanspraak op het individueel gebruik van een rolstoel bestaat indien dat gebruik is aangewezen in verband met het ontbreken van de loopfunctie dan wel in verband met blijvende of langdurige loopfunctiestoornissen.

    • 3.Indien het verblijf in een instelling eindigt, wordt de verzekerde in de gelegenheid gesteld de bij hem in gebruik zijnde rolstoel in eigendom te verwerven tegen betaling van een bedrag dat gelijk is aan de aanschafprijs, met inbegrip van de prijs van de daaraan naderhand aangebrachte wijzigingen, een en ander verminderd met de kosten van afschrijving.

    • 4.Bij de toepassing van het derde lid geldt een afschrijvingstermijn van drie jaren voor elektrisch aangedreven rolstoelen en van vijf jaren voor niet-elektrisch aangedreven rolstoelen.

  • Artikel 4

    • 1.Bij doventolkzorg als bedoeld in artikel 12 van het Besluit, bestaat aanspraak op maximaal 30 uren zorg door een doventolk, dan wel indien de verzekerde doofblind is, aanspraak op maximaal 168 uren per kalenderjaar.

    • 2.In afwijking van het eerste lid bestaat aanspraak op meer uren, indien het niet verlenen van meer uren voor de verzekerde zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

    • 3.Aanspraak op zorg door een doventolk bestaat slechts indien de zorg minimaal 30 minuten duurt.

  • Artikel 5

    • 1. Het onderzoek, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het Besluit, omvat onderzoek naar het voorkomen van Adrenogenitaal syndroom, Biotinidase deficiëntie, Congenitale hypothyreoïdie, Galactosemie, Cystic Fibrosis, Glutaar acidurie type I, G-CoA-lyase deficiëntie, Holocarboxylase synthase deficiëntie, Homocystinurie, Isovaleriaan acidemie, Long-chain hydroxyacyl-CoA dehydrogenase deficiëntie, Maple syrup urine disease, Medium-chain acylCoA dehydrogenase deficiëntie, 3-methylcrotonyl-CoAcarboxylase deficiëntie, Phenylketonurie, Sikkelcelziekte, Thalassemie, Tyrosinemie type I en Very long-chain acylCoA dehydrogenase deficiëntie en wordt uitgevoerd door een laboratorium dat daartoe door het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu is aangewezen.

    • 2. Aanspraak op het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, bestaat voor de zuigeling die de leeftijd van twee maanden nog niet heeft bereikt, en in zeer bijzondere gevallen voor oudere zuigelingen.

    • 3. Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, vindt in de regel plaats op de leeftijd van vier tot en met zeven dagen van betrokkene.

    • 4. Het laboratoriumonderzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgevoerd volgens de onderzoekmethoden, vastgesteld door het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, dat tevens voor dit laboratoriumonderzoek wordt aangewezen als referentie-instituut.

  • Artikel 6

    • 1. Het vaccinatieprogramma van het Besluit omvat toediening van de hierna aangegeven vaccins, afgeleverd door of vanwege het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, aan de daartoe opgeroepen verzekerden:

      • a. in de leeftijd tot 1 maand het hepatitis B-vaccin indien de moeder van de verzekerde HbsAg-positief is;

      • b. in de leeftijd van 2–15 maanden: gecombineerd Difterie-, Kinkhoest-, Tetanus-, Poliomyelitis-vaccin gemengd met Haemophilus influenzae type b-vaccin en hepatitis B-vaccin alsmede geconjugeerd pneumokokkenvaccin;

      • c. in de leeftijd van 3–16 maanden: gecombineerd Difterie-, Kinkhoest-, Tetanus-, Poliomyelitis-vaccin gemengd met Haemophilus influenzae type b-vaccin en hepatitis B-vaccin alsmede geconjugeerd pneumokokkenvaccin;

      • d. in de leeftijd van 4–17 maanden: gecombineerd Difterie-, Kinkhoest-, Tetanus-, Poliomyelitis-vaccin gemengd met Haemophilus influenzae type b-vaccin en hepatitis B-vaccin alsmede geconjugeerd pneumokokkenvaccin;

      • e. in de leeftijd van 11–23 maanden: gecombineerd Difterie-, Kinkhoest-, Tetanus-, Poliomyelitis-vaccin gemengd met Haemophilus influenzae type b-vaccin en hepatitis B-vaccin alsmede geconjugeerd pneumokokkenvaccin;

      • f. in de leeftijd van 14–23 maanden: gecombineerd Bof-, Mazelen-, Rubella-vaccin alsmede geconjugeerd meningokokken C-vaccin;

      • g. geboren in het vierde kalenderjaar, voorafgaande aan het lopende kalenderjaar: gecombineerd Difterie-, Tetanus-, Polio-vaccin alsmede Kinkhoest-vaccin;

      • h. geboren in het negende kalenderjaar, voorafgaande aan het lopende kalenderjaar: gecombineerd Difterie-, Tetanus-, Polio-vaccin alsmede gecombineerd Bof-, Mazelen-, Rubella-vaccin.

    • 2. In bijzondere gevallen kan de toediening van de vaccins, genoemd in het eerste lid, aan een niet of niet volledig gevaccineerde verzekerde tot de leeftijd van negentien jaar worden aangemerkt als te geschieden in het kader van de uitvoering van het vaccinatieprogramma.

  • Hoofdstuk III. Procedurele voorwaarden en vergoedingen

  • Artikel 6a

    • 1.Voor het verkrijgen van aanspraak op vergoeding van kosten voor extramurale zorg in een andere lidstaat dan Nederland behoeft de verzekerde geen toestemming van de zorgverzekeraar.

    • 2.De vergoeding voor deze zorg is gelijk aan de gemaakte kosten voor deze zorg en bedraagt niet meer dan de kosten die in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend zijn te achten.

  • Artikel 6b

    • 1.Een zorgverzekeraar kan aan een verzekerde toestemming verlenen zich voor intramurale zorg te wenden tot een niet door hem gecontracteerde zorgaanbieder in een andere lidstaat dan Nederland indien de zorgverzekeraar heeft vastgesteld dat dat voor de geneeskundige verzorging van de verzekerde nodig is.

    • 2.Een zorgverzekeraar kan aan een verzekerde toestemming verlenen zich voor intra- of extramurale zorg te wenden tot een niet door hem gecontracteerde zorgaanbieder in Nederland of een andere staat dan een lidstaat, indien de zorgverzekeraar heeft vastgesteld dat dat voor de geneeskundige verzorging van de verzekerde nodig is.

    • 3.De vergoeding voor deze zorg is gelijk aan de gemaakte kosten voor deze zorg en bedraagt niet meer dan de kosten die in de Nederlandse marktomstandigheden in redelijkheid passend zijn te achten.

  • Artikel 7

    • 1. De verzekerde heeft slechts aanspraak op de zorg, bedoeld in de artikelen 4, 5, 6, 8, 9, 9a en 13, eerste en tweede lid, van het Besluit, indien binnen twee weken na de aanvang van de zorg door of namens hem aan het uitvoeringsorgaan is gemeld met ingang van welke datum de zorg is aangevangen, welke zorg wordt geleverd en wie die zorg levert.

    • 2. De verzekerde heeft slechts aanspraak op de zorg, bedoeld in artikel 12 van het Besluit, indien hij aan de zorgverzekeraar een verklaring van de huisarts of behandelend keel-, neus en oorarts heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij op die zorg is aangewezen.

    • 3. Het vierde lid is niet van toepassing indien de verzekerde:

  • Artikel 7a

    De verzekerde heeft geen aanspraak op zorg als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 8 van het Besluit gedurende het reizen of het tijdelijk verblijven buiten Nederland, voorzover deze door een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, onder 1°, van de wet wordt verleend.

  • Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2011]

  • Artikel 9

    De verzekerde heeft slechts aanspraak op tandheelkundige zorg die nodig is met het oog op een ernstige aangeboren of verworven tandheelkundige aandoening of een lichamelijke of geestelijke aandoening, indien de zorgverzekeraar vooraf toestemming heeft verleend.

  • Artikel 10

    • 1.De verzekerde heeft slechts aanspraak op een rolstoel als bedoeld in artikel 3, indien de zorgverzekeraar daartoe vooraf toestemming heeft verleend.

    • 2.Voorafgaande toestemming is niet vereist voor zover het aanpassingen of herstel van een rolstoel betreft waarvan de kosten minder bedragen dan:

      • a. € 1 000, indien het een elektrisch aangedreven rolstoel betreft; en

      • b. € 500, indien het een niet-elektrisch aangedreven rolstoel betreft.

  • Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2011]

  • Hoofdstuk IV. Wijziging van andere regelingen

  • Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2006]

  • Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2006]

  • Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2006]

  • Hoofdstuk V. Overgangs- en slotbepalingen

  • Artikel 15

    De verzekerde die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 9 van het Besluit in verband met een psychiatrische aandoening dan wel in een instelling als bedoeld in artikel 13 van het Besluit, behoudt aanspraak op dat verblijf gedurende vier weken nadat een indicatiebesluit als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is vastgesteld waaruit blijkt dat hij geïndiceerd is voor verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 9 van het Besluit in verband met een somatische of psychogeriatrische aandoening, mits dat voortgezette verblijf verband houdt met een tekort aan plaatsingsmogelijkheden.

  • Artikel 16

    • 1. In afwijking van artikel 6, eerste lid, wordt het hepatitis B-vaccin voor het eerst toegediend bij verzekerden die op of na 1 augustus 2011 zijn geboren.

    • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op:

      • a. verzekerden met een moeder die HbsAg-positief is;

      • b. verzekerden met een ouder die afkomstig is uit een ander land dan een land, genoemd in bijlage 1;

      • c. verzekerden met het Downsyndroom.

  • Artikel 17

    Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2003.

  • Artikel 18

    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling zorgaanspraken AWBZ.

  • Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    De

    staatssceretaris

    voornoemd,

    C. Ross-van Dorp

  • Bijlage 1. van de Regeling zorgaanspraken AWBZ

    Lijst van de landen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel a

    Andorra

    Australië

    Bahamas

    Barbados

    België

    Bermuda

    Canada

    Chili

    Colombia

    Costa Rica

    Cuba

    Cyprus

    Denemarken

    Duitsland

    El Salvador

    Estland

    Finland

    Frankrijk

    Hongarije

    Ierland

    Luxemburg

    Mexico

    Monaco

    Nederland

    Nicaragua

    Nieuw-Zeeland

    Noorwegen

    Oostenrijk

    Paraguay

    Peru

    San Marino

    Sri Lanka

    Slowakije

    Tsjechië

    Uruguay

    IJsland

    Verenigd Koninkrijk

    Verenigde Staten

    Zweden

    Zwitserland

  • Bijlage 2. van de Regeling zorgaanspraken AWBZ

    Bijlage behorende bij artikel 1, onderdelen e en f, van de Regeling zorgaanspraken AWBZ

    248168
    248172
    248173
    248174
    248175
    248176
    248177
    248178

    ZZP 9a VV

    Geriatrische revalidatiezorg

    Cliëntprofiel

    Bij deze cliëntgroep heeft medisch-specialistische diagnostiek/interventie plaatsgevonden waarbij doorgaans sprake is geweest van een opname. In aansluiting op deze interventie is behoefte aan revaliderende behandeling zoals die door (of onder regie van) specialisten ouderengeneeskunde wordt uitgevoerd en die een integrale en multidisciplinaire aanpak vereist in een tijdelijke verblijfssetting (meestal 2–6 maanden) met een therapeutisch leefklimaat. De medisch-specialistische diagnostiek/interventie is afgerond. Naast de aandoening waarvoor de cliënt wordt gerevalideerd heeft de cliënt ook andere problemen in de zin van kwetsbaarheid en comorbiditeit (zoals problemen met de bloedsomloop, psychogeriatrische aandoeningen, het bewegingsapparaat en/of metabole stoornissen), hetgeen leidt tot instabiliteit, complicaties en er kan sprake zijn van een verminderde leer- en trainbaarheid.

    De begeleiding bij sociale redzaamheid is primair gericht op het weer oppakken van allerlei zaken. De cliënten hebben ten aanzien van de psychosociale/cognitieve functies hulp, toezicht en sturing nodig, met name als gevolg van beperkingen op het gebied van concentratie.

    Ten aanzien van de ADL is in het begin veelal sprake van overname van zorg. In de loop van de tijd neemt deze zorgbehoefte meestal af. Bij de overgang naar huis/beschut wonen met oproepbare wacht is de vereiste advisering en instructie nodig.

    Ten aanzien van de mobiliteit hebben de cliënten vaak hulp of overname van zorg nodig. Gedurende de verblijfsperiode vermindert de mobiliteitsproblematiek grotendeels.

    In het kader van herstel is verpleegkundige aandacht nodig, die gedurende de herstelperiode zal afnemen.

    Bij deze cliënten is meestal geen sprake van gedragsproblematiek of psychiatrische problematiek.

    De aard van het begeleidingsdoel is ontwikkelingsgericht. De behandeldoelen zijn erop gericht, dat de cliënt op verantwoorde wijze zelfstandig kan wonen (thuis of in het verzorgingshuis).

    Het beperkingenbeeld in het kader van de revalidatie vermindert snel.

    De cliënten hebben een tijdelijke behoefte aan (extra) behandeling en zorg, op meerdere momenten per dag. De zorgverlening is voortdurend in de nabijheid te leveren. Bij deze cliëntgroep is sprake van een multidisciplinaire inzet van behandelaars, waarbij specialistische deskundigheid op het gebied van ouderengeneeskunde noodzakelijk is.

    De dominante grondslag is een somatische of soms psychogeriatrische ziekte/aandoening.

    Gemiddelde scores beperkingen)

    249544
     

    Aard van de psychiatrische problematiek

    249545
     

    Aard van het begeleidingsdoel

    249546
     
     

    Functies en tijd per cliënt per week

    Woonzorg

    Dagbesteding

    Behandelaars (BH)

    Totaaltijd

    Functie

    BG

    PV

    VP

    Is integraal onderdeel van het ZZP.

    Bij de zorgverlening zijn behandelaars betrokken.

    Inclusief dagbesteding: 18,0 tot 22,0 uur

     

    ja

    ja

    Ja

    Verblijfskenmerken

    Setting: beschermd verblijf.

    Nachtdienst: wakende wacht.

    Leveringsvoorwaarde: voortdurend in de nabijheid.

    ZZP 9b VV

    Herstelgerichte behandeling met verpleging en verzorging

    Cliëntprofiel

    Bij deze cliëntgroep heeft medisch-specialistische diagnostiek/interventie plaatsgevonden waarbij doorgaans sprake is geweest van een opname. Voorafgaand aan de interventie ontvingen (vrijwel) alle cliënten uit deze groep reeds behandeling in combinatie met verblijf. In aansluiting op de interventie is behoefte aan herstelgerichte behandeling die aanvullende integrale en multidisciplinaire aanpak vereist. De medisch-specialistische diagnostiek/interventie is afgerond. Naast de aandoening waarvoor de cliënt (aanvullende) behandeling ontvangt heeft de cliënt ook andere problemen in de zin van kwetsbaarheid en comorbiditeit (zoals problemen met de bloedsomloop, psychogeriatrische aandoeningen, het bewegingsapparaat en/of metabole stoornissen), hetgeen leidt tot instabiliteit, complicaties en verminderde leer- en trainbaarheid. Herstel tot het niveau van functioneren van vóór de acute aandoening wordt nagestreefd.

    Aanvullend op de herstelgerichte behandeling kan functionele diagnostiek noodzakelijk zijn. Deze aanvullende functionele diagnostiek is vooral gericht op het beperkingenniveau van de cliënt, het onderzoeken welke behandeldoelen haalbaar zijn en het onderzoeken van behandelmogelijkheden (verbeteren van het functioneren van de verzekerde voor zover mogelijk, voorkomen van verergering van beperkingen en het zo lang mogelijk handhaven van zelfstandigheid).

    De cliënten hebben ten aanzien van sociale redzaamheid op alle aspecten in ieder geval hulp en vaak overname van zorg nodig. Er is bij deze cliënten sprake van vergaand verlies van zelfregie. Er kan sprake zijn van zwerfgedrag. De cliënten hebben geen grip meer op hun eigen doen en laten.

    Cliënten hebben ten aanzien van de verschillende psychosociale/cognitieve functies continu hulp, toezicht en sturing nodig, omdat de cliënten veel beperkingen hebben met betrekking tot oriëntatie, concentratie, geheugen en denken. Er is vaak sprake van desoriëntatie naar tijd, plaats en persoon.

    Ten aanzien van ADL hebben cliënten op alle aspecten hulp of overname van zorg nodig, waaronder eten en drinken, kleine verzorgingstaken, de persoonlijke zorg voor tanden, haren, nagels en huid, de toiletgang, het wassen en kleden.

    Ten aanzien van mobiliteit hebben de cliënten vaak hulp of overname van zorg nodig. Gedurende de verblijfsperiode vermindert de mobiliteitsproblematiek substantieel.

    In het kader van herstel is verpleegkundige aandacht nodig.

    De cliënten kunnen soms gedragproblematiek vertonen. Dit betreft met name dwangmatig gedrag, ongecontroleerd/ontremd gedrag of reactief gedrag met betrekking tot interactie.

    Meestal is geen sprake van psychiatrische problematiek.

    De aard van het begeleidingsdoel is veelal gericht op stabilisatie, soms op ontwikkeling of begeleiding bij achteruitgang.

    Het beperkingenbeeld van de cliënt verandert langzaam.

    De cliënten hebben een tijdelijke behoefte (2-6 maanden)aan extra behandeling en zorg, op meerdere momenten per dag. De zorgverlening is voortdurend in de nabijheid te leveren. Bij deze cliëntgroep is sprake van een multidisciplinaire inzet van behandelaars, waarbij specialistische deskundigheid op het gebied van ouderengeneeskunde noodzakelijk is.

    De dominante grondslag is meestal een somatische of psychogeriatrische ziekte/ aandoening.

    Gemiddelde scores beperkingen

    249547
     

    Aard van de psychiatrische problematiek

    249548
     

    Aard van het begeleidingsdoel

    249549
     
     

    Functies en tijd per cliënt per week

    Woonzorg

    Dagbesteding

    Behandelaars (BH)

    Totaaltijd

    Functie

    BG

    PV

    VP

    Is integraal onderdeel van het ZZP.

    Bij de zorgverlening zijn behandelaars betrokken.

    Inclusief dagbesteding: 18,0 tot 22,0 uur

     

    ja

    Ja

    Ja

    Verblijfskenmerken

    Setting: beschermd verblijf.

    Nachtdienst: wakende wacht.

    Leveringsvoorwaarde: voortdurend in de nabijheid.

    248181
    248182
    248183
    248184
    248185
    248186
    248187
    248188
    248189
    248190
    248191
    248192
    248193
    248194
    248195
    248196
    248197
    248198
    248199
    248200
    248201
    248202
    248203
    248204
    248205
    248206
    248207
    248208
    248209
    248210
    248211
    248212
    248213
    248214
    248215
    248216
    248217
    248218
    248219
    248220
    248221
    248222
    248223
    248224
    248225