Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling subsidies diensten Kenniswijk 2003[Regeling vervallen per 19-09-2004.]

Geldend van 01-07-2004 t/m 18-09-2004

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken houdende verstrekking van subsidies ter bevordering van de ontwikkeling van innovatieve elektronische diensten in het gebied Kenniswijk (Regeling subsidies diensten Kenniswijk 2003)

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 19-09-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 19-09-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de Minister van Economische Zaken;

  • b. ondernemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

  • c. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

    • 1°. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, die direct of indirect:

      • - meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

      • - volledig aansprakelijk vennoot is van of

      • - overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

    • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

  • d. samenwerkingsverband: een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit ten minste twee, niet in een groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen;

  • e. non-profitinstelling: instelling zonder winstoogmerk, niet zijnde een ondernemer;

  • f. Kenniswijk: grondgebied als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Subsidieregeling breedband Kenniswijk;

  • g. demonstratie- en pilotproject: samenhangend geheel van activiteiten, die een technisch en economisch risico inhouden, bestaande uit het treffen van technische of beheersmatige voorzieningen met behulp van:

    • voor Nederland nieuwe producten, apparaten, systemen of technieken of

    • een voor Nederland nieuwe toepassing van producten, apparaten, systemen of technieken, alsmede de daarmee samenhangende activiteiten bestemd voor het demonstreren van voorzieningen en de daarmee samenhangende resultaten. Deze demonstratieactiviteiten kunnen vooruitlopend op een definitief exploitatiemodel reeds een commercieel operationeel karakter hebben;

  • h. haalbaarheids- en marktonderzoeksproject: samenhangend geheel van activiteiten, bestaande uit een analyse en een beoordeling van de mogelijkheden om een product, apparaat, systeem of techniek te ontwikkelen of in de praktijk toe te passen of het marktperspectief te onderzoeken;

  • i. kennisontwikkelings- en -overdrachtsproject: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het ontwikkelen en overdragen van kennis en informatie over de toepassing van informatie- en communicatietechnologie aan een bepaalde doelgroep;

  • j. ontwikkelproject vanuit de vraagkant: samenhangend geheel van activiteiten, gericht op het door consumenten ontwikkelen van nieuwe breedbanddiensten, -applicaties of -concepten;

  • k. klein dienstenproject: samenhangend geheel van activiteiten gericht op het realiseren van een uitbreiding van een bestaande elektronische dienst of op het realiseren van een nieuwe elektronische dienst, die nog niet eerder in Nederland is geïntroduceerd, gericht is op gebruikers en opschaalbaar en kopieerbaar is;

  • l. project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten: project als bedoeld in onderdelen g, h, i of j, gericht op de ontwikkeling van nieuwe breedbanddiensten of applicaties door bedrijven, instellingen of consumenten;

  • m. sleutelproject: project als bedoeld in de onderdelen g, h of i met betrekking tot maatschappelijk actuele en relevante onderwerpen die een grote invloed hebben of kunnen hebben op het dagelijks leven van de gebruiker;

  • n. Kenniswijk diensten speerpuntenprogramma: een door Kenniswijk Regio Eindhoven B.V. opgesteld, door de minister goedgekeurd en in de Staatscourant gepubliceerd dienstenstimuleringsprogramma waarin concrete onderwerpen en thema's worden bepaald die bij kleine dienstenprojecten, projecten met betrekking tot interactieve breedbanddiensten en sleutelprojecten in het daaropvolgende kalenderjaar in het bijzonder zullen worden gestimuleerd;

  • o. Kenniswijkportal: virtuele poort, beheerd door Kenniswijk Regio Eindhoven BV, die gebruikers toegang biedt tot een geordend aanbod van diensten die door middel van elektronische communicatienetwerken geleverd worden en van daarbij behorende faciliteiten.

Artikel 2 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De minister verstrekt subsidies voor kleine dienstenprojecten, projecten met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of sleutelprojecten welke als doel hebben bij te dragen aan de ontwikkeling van een gevarieerd en volwaardig aanbod van interactieve elektronische diensten van de toekomst voor consumenten in Kenniswijk.

  • 2 De subsidie wordt op aanvraag verstrekt aan:

    • a. een ondernemer of een non-profitinstelling die voor eigen rekening en risico een klein dienstenproject of een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten uitvoert;

    • b. de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of een sleutelproject uitvoeren.

  • 3 Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie is opgetreden.

  • 4 Geen subsidie wordt verstrekt:

    • a. indien voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;

    • b. indien aan de aanvrager voor het project of een vergelijkbaar project subsidie is of zal worden verstrekt op grond van de Stimulus Kenniswijkregeling;

    • c. aan een aanvrager die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onder a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10);

    • d. indien, door een of meer bestuursorganen, aan de aanvrager die een ondernemer is in de drie aan de aanvraag voorafgaande jaren reeds € 100 000 of meer aan subsidie is verstrekt zonder goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 3 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De subsidie voor een klein dienstenproject bedraagt 50 procent van de projectkosten, maar niet meer dan:

    • a. € 30 000, indien het een ondernemer, niet zijnde een non-profitinstelling, betreft;

    • b. € 35 000, indien het een non-profitinstelling betreft.

  • 2 De subsidie voor een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of een sleutelproject bedraagt 50 procent van de projectkosten of, ingeval van een ontwikkelproject vanuit de vraagkant, 80 procent van de projectkosten, maar in elk geval niet meer dan € 400 000.

  • 3 Indien de aanvrager een ondernemer is, wordt het bedrag van de subsidie verlaagd voor zover dit tezamen met in de drie voorafgaande jaren door een bestuursorgaan aan de aanvrager verstrekte subsidie waarvoor geen goedkeuring van de Commissie van de Europese Gemeenschappen was verkregen, meer bedraagt dan € 100 000.

  • 4 Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag dat is genoemd in het eerste respectievelijk tweede lid, noch, uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, meer bedraagt dan het relevante percentage dat is genoemd in het eerste respectievelijk tweede lid.

Artikel 4 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Als projectkosten worden bij een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of een sleutelproject uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:

      • 1°. loonkosten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom 'loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken directe personeel, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1750 productieve uren per jaar;

      • 2°. kosten van aangeschafte machines en apparatuur, berekend op basis van de historische aanschafprijzen of lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, een en ander uitsluitend voor zover de kosten vermeld zijn op de fiscale balans en de taxatiewaarde niet te boven gaan;

      • 3°. kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen;

      • 4°. andere aan derden verschuldigde kosten, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten;

    • b. een opslag voor algemene kosten, groot 25 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.

  • 2 Als projectkosten worden bij een klein dienstenproject uitsluitend in aanmerking genomen de kosten, bedoeld in eerste lid, onderdeel a, onder 2° tot en met 4°.

  • 3 Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden winstopslagen bij transacties binnen een groep alleen in aanmerking genomen voor zover het gebruikelijk is die winstopslagen ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen.

  • 4 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 5 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Er is een Onafhankelijke Toetsingscommissie, nader te noemen OTC, die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De adviezen van de OTC gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

  • 3 De OTC bestaat uit een voorzitter en ten minste twee en ten hoogste vijf andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de OTC een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.

  • 4 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste twee jaar benoemd. Zij zijn te allen tijde opnieuw benoembaar.

  • 5 De OTC stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast. De schriftelijke vaststelling bevat in elk geval bepalingen omtrent:

    • a. de vergaderfrequentie;

    • b. de vertrouwelijkheid van de vergaderingen en de uitgebrachte adviezen;

    • c. het nader toelichten van aanvragen door aanvragers;

    • d. de wijze waarop de advisering geschiedt.

  • 6 Een lid van de OTC neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

  • 7 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de OTC bij te wonen.

  • 8 In het secretariaat van de OTC wordt door de minister voorzien.

  • 9 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de OTC geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de OTC bewaard in het archief van dat ministerie.

  • 10 De OTC verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 11 De OTC stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Op verzoek van de minister stelt de OTC tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Ieder begrotingsjaar wordt bij ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van deze regeling.

    Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën projecten.

  • 2 Het subsidieplafond voor het in 2003 verlenen van subsidie bedraagt voor:

    • a. kleine dienstenprojecten:

      • 1°. die worden uitgevoerd door ondernemers: € 450.000;

      • 2°. die worden uitgevoerd door non-profitinstellingen: € 400.000;

    • b. projecten met betrekking tot interactieve breedbanddiensten: € 1.800.000;

    • c. sleutelprojecten: € 2.000.000.

  • 3 Het subsidieplafond voor het in 2004 verlenen van subsidie bedraagt voor:

    • a. kleine dienstenprojecten:

      • 1°. die worden uitgevoerd door ondernemers: € 275.000;

      • 2°. die worden uitgevoerd door non-profitinstellingen: € 200.000;

    • b. projecten met betrekking tot interactieve breedbanddiensten: € 1.600.000;

    • c. sleutelprojecten: € 1.400.000.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 19-09-2004]

Artikel 7 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een raming van de kosten voor het project alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

  • 3 Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient een der deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in en gaat de aanvraag vergezeld van de overeenkomst waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 8 [Vervallen per 19-09-2004]

De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 9 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Indien op de aanvraag niet afwijzend wordt beslist, en deze een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening een raming van de projectkosten per deelnemer in het samenwerkingsverband.

  • 2 Elke deelnemer in het samenwerkingsverband is tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde projectkosten berekende bedrag aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidie-ontvangers daartoe verplicht zijn.

Artikel 10 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De minister beslist in elk geval afwijzend op een aanvraag voor een klein dienstenproject indien:

    • a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

    • b. onvoldoende aannemelijk is, dat het project zonder de subsidie naar verwachting niet of met belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;

    • c. onvoldoende aannemelijk is dat het project past binnen het doel, genoemd in artikel 2, eerste lid, of het voor desbetreffende kalenderjaar relevante Kenniswijk diensten speerpuntenprogramma;

    • d. indien het project een onvoldoende experimenteel en innovatief karakter heeft;

    • e. de maatschappelijke of economische perspectieven van het project onvoldoende zijn onderbouwd;

    • f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de financiële haalbaarheid van het project;

    • g. onvoldoende vertrouwen bestaat dat op basis van het projectplan het project naar behoren kan worden uitgevoerd.

  • 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

Artikel 11 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De minister beslist in elk geval afwijzend op een aanvraag voor een project met betrekking tot interactieve breedbanddiensten of een sleutelproject, indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling.

  • 2 De minister wint omtrent aanvragen als bedoeld in het eerste lid waarop niet afwijzend is beslist, het advies in van de OTC.

  • 4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien de OTC een negatief advies heeft uitgebracht.

  • 6 De minister kan afwijken van het vierde lid, indien een advies van de OTC in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

§ 3. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 19-09-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Op alle subsidie-ontvangers rusten de in de artikelen 13 tot en met 16 opgenomen verplichtingen, met dien verstande dat de in artikel 15 opgenomen verplichtingen slechts gelden voor de subsidie-ontvanger die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.

Artikel 13 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger vangt het project binnen twee maanden na subsidieverlening aan en doet van het tijdstip van aanvang onverwijld mededeling aan de minister.

  • 2 De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk binnen twee jaar na het tijdstip van aanvang, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het langer duren, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het project.

  • 3 De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het tweede lid voorschriften of beperkingen verbinden.

Artikel 14 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 4, eerste lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

  • 2 De subsidie-ontvanger verstrekt op verzoek van de minister gegevens en bescheiden omtrent de subsidie en de aanwending daarvan en verleent medewerking aan een onderzoek naar de besteding van de subsidie op basis van de administratie van de subsidie-ontvanger.

  • 3 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van:

    • a. de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van beta-ling aan hem of tot faillietverklaring van hem;

    • b. alle overige omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de subsidie.

Artikel 15 [Vervallen per 19-09-2004]

De subsidie-ontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten. Het verslag bevat tevens een planning van uitvoering van het project en een raming van de projectkosten voor de resterende looptijd van het project.

Artikel 16 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger draagt, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, met betrekking tot de resultaten van het project zorg voor:

    • a. de tenaamstelling op eigen naam en de verwerving van rechten van intellectuele eigendom op de resultaten die daarvoor in aanmerking komen;

    • b. de instandhouding van de onder a bedoelde rechten;

    • c. de instandhouding van andere voor de uitvoering van het project van belang zijnde en door de uitvoering van het project opgedane kennis.

  • 2 De subsidie-ontvanger stelt, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, niet ter beschikking van derden:

    • a. rechten van intellectuele eigendom op de resultaten van het project;

    • b. aanspraken op een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;

    • c. rechten die voortvloeien uit een aanvraag om een intellectueel eigendomsrecht op de resultaten van het project;

    • d. niet door rechten van intellectuele eigendom beschermde resultaten van het project.

  • 3 De subsidie-ontvanger brengt desgevraagd aan de minister verslag uit omtrent de toepassing van de resultaten van het project.

  • 4 De subsidie-ontvanger zal, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, niet:

    • a. indien hij een rechtspersoon is, de rechtspersoon ontbinden of geheel of gedeeltelijk vervreemden;

    • b. indien hij deelnemer is in een samenwerkingsverband in de vorm van een commanditaire vennootschap, een vennootschap onder firma of een maatschap, meewerken aan de ontbinding ervan of aan het uittreden van een of meer deelnemers ervan.

  • 5 Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 17 [Vervallen per 19-09-2004]

Indien een project geheel of gedeeltelijk bestaat uit het aanbieden van een elektronische dienst, kan de minister de subsidie-ontvanger verplichten:

  • a. de dienst binnen een jaar na de subsidieverlening daadwerkelijk aan te bieden;

  • b. de dienst voor een bepaalde periode uitsluitend via de Kenniswijkportal aan te bieden.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 19-09-2004]

Artikel 18 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.

  • 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. Het totaal van het bedrag aan voorschotten zal niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

  • 3 Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend gemaakt en betaald zijn.

  • 4 Indien dit voor de uitvoering van het project meer aangewezen is, kan op aanvraag in afwijking van het tweede lid, eerste volzin, een voorschot worden berekend naar rato van de geraamde kosten. Het totaal van het bedrag aan voorschotten op basis van geraamde kosten zal niet groter zijn dan 25 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximumbedrag.

Artikel 19 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 2 Indien de aanvraag een project betreft dat wordt uitgevoerd door een samenwerkingsverband, dient de deelnemer in het samenwerkingsverband die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden, de aanvraag mede namens de andere deelnemers in.

Artikel 20 [Vervallen per 19-09-2004]

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 19-09-2004]

Artikel 21 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het project ingevolge artikel 13, tweede lid, moet zijn voltooid.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

  • 3 De aanvraag gaat, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld, vergezeld van:

    • a. een eindrapportage omtrent de uitvoering en de resultaten van het project,

    • b. een financiële verantwoording.

  • 4 Indien de projectkosten € 50 000 of meer bedragen, is de financiële verantwoording voorzien van accountantsverklaring. De minister kan een controleprotocol vaststellen dat door de accountant bij het opstellen van de verklaring moet worden gehanteerd.

Artikel 22 [Vervallen per 19-09-2004]

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 19-09-2004]

Artikel 23 [Vervallen per 19-09-2004]

Aanvragen dienen uiterlijk op 31 december 2005 door de minister te zijn ontvangen.

Artikel 24 [Vervallen per 19-09-2004]

De Regeling subsidies diensten Kenniswijk wordt ingetrokken, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft met betrekking tot subsidies die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling zijn aangevraagd.

Artikel 25 [Vervallen per 19-09-2004]

  • 1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

  • 2 [Red: Wijzigt deze regeling.]

Artikel 26 [Vervallen per 19-09-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidies diensten Kenniswijk 2003.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 17 maart 2003

De

Staatssecretaris

van Economische Zaken,

J.G. Wijn

Bijlage 1 [Vervallen per 19-09-2004]

[Red: Ligt ter inzage bij Senter te 's-Gravenhage.]

Bijlage 2 [Vervallen per 19-09-2004]

[Red: Ligt ter inzage bij Senter te 's-Gravenhage.]

Bijlage 3 [Vervallen per 19-09-2004]

[Red: Ligt ter inzage bij Senter te 's-Gravenhage.]