Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Vaststellingsregeling selectielijst neerslag handelingen Stichting Reclassering Nederland [...] het beleidsterrein Reclassering over de periode 1948–1999

Geldend van 23-07-2004 t/m heden

Vaststellingsregeling selectielijst neerslag handelingen Stichting Reclassering Nederland op het beleidsterrein Reclassering over de periode 1948–1999

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, C.H.J. van Leeuwen,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 4 september 2001, nr. arc-2001.2443/2);

Besluit:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 17 maart 2003

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
namens deze:
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

Basisselectiedocument

Reclassering 1948–1999

1. Afkortingen en begrippen

ARA: Algemeen Rijksarchief

Awb: Algemene wet bestuursrecht

BSD: basis-selectiedocument

KNHG: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

PIVOT: Project invoering verkorting overbrengingstermijn

OCenW: Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

RAD: Rijksarchiefdienst

RIO: rapport institutioneel onderzoek

Stb.: Staatsblad

Stcrt.: Staatscourant

SRN: Stichting Reclassering Nederland

TBS: Ter Beschikking van de Staat

WVC: Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

actor: overheidsorgaan of particuliere organisatie/persoon die een rol speelt op een beleidsterrein

handeling: complex van activiteiten, gericht op het tot stand brengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid

B: de selectiebeslissing ‘(blijvend) te bewaren’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van een gewaardeerde handeling

V: de selectiebeslissing ‘(op termijn) te vernietigen’ ten aanzien van de archiefbescheiden die de neerslag vormen van een gewaardeerde handeling

2. Verantwoording

2.1. Wettelijk kader voor de selectie van overheidsarchieven

Ingevolge artikel 3 van de Archiefwet 1995 (Stb. 276) dient de overheid haar archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren. Onder 'archiefbescheiden' worden niet slechts papieren documenten te verstaan, maar alle bescheiden – ongeacht hun vorm – die door een overheidsorgaan zijn ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd zijn daaronder te berusten. Ook digitaal vastgelegde informatie valt dus onder de werking van de archiefwetgeving.

Het in goede en geordende staat bewaren van archiefbescheiden houdt onder meer in dat een overheidsarchief op gezette tijden wordt geschoond. In dat verband schrijft de Archiefwet 1995 (Stb. 276) zowel een vernietigingsplicht (art. 3) als de overbrengingsplicht (art. 12) voor. Beide plichten rusten op degene die de bestuurlijke verantwoordelijkheid draagt voor het beheer van het desbetreffende archief: de zorgdrager.

De verplichting tot overbrenging bepaalt dat de zorgdrager zijn archiefbescheiden die niet voor vernietiging in aanmerking komen en ouder zijn dan twintig jaar ter blijvende bewaring overbrengt naar een archiefbewaarplaats. Wat de archiefbescheiden van de ministeries en de Hoge Colleges van Staat betreft, is de aangewezen archiefbewaarplaats het Algemeen Rijksarchief (ARA) in Den Haag. Het ARA is een onderdeel van de Rijksarchiefdienst (RAD). Deze dienst ressorteert onder de Minister van OCenW en staat onder leiding van de Algemene Rijksarchivaris.

In verband met de selectie van hun archiefbescheiden zijn zorgdragers verplicht hiertoe selectielijsten op te stellen. In een selectielijst dient te worden aangegeven welke archiefbescheiden voor vernietiging, dan wel voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Voorts dient een selectielijst de termijnen aan te geven, waarna de te vernietigen bestanddelen dienen te worden vernietigd.

Een selectielijst is naar haar aard een duurzaam instrument. Het ligt in de rede dat een organisatie een vastgestelde lijst niet eenmalig toepast maar (zonodig in geactualiseerde vorm) blijft hanteren om de periodieke aanwas van archiefmateriaal te selecteren. Een selectielijst vormt zo een belangrijk onderdeel van het instrumentarium voor het beheer van de documentaire informatievoorziening in een overheidsorganisatie.

Bij het ontwerpen van een selectielijst dient krachtens art. 2, lid 1 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) rekening gehouden te worden met:

  • 1. de taak van het desbetreffende overheidsorgaan;

  • 2. de verhouding van dit overheidsorgaan tot andere overheidsorganen

  • 3. de waarde van de archiefbescheiden als bestanddeel van het cultureel erfgoed

  • 4. het belang van de in de bescheiden voorkomende gegevens voor overheidsorganen, recht- of bewijszoekenden en historisch onderzoek.

Voorts moeten ingevolge art. 3 van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 671) bij het ontwerpen van een selectielijst ten minste betrokken zijn een deskundige op het gebied van de organisatie en taken van het desbetreffende overheidsorgaan, een deskundige ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van dat orgaan en (een vertegenwoordiger van) de algemene rijksarchivaris.

Wat betreft de geldigheidsduur van het BSD als selectielijst wordt uitgegaan van de wettelijke periode van twintig jaar vanaf de vaststelling. Dit laat uiteraard onverlet dat de selectielijst (of een bepaald onderdeel daarvan) binnen deze termijn zal komen te vervallen, indien dit mocht worden bepaald bij de vaststelling (via de aangewezen archiefwettelijke weg) van een nieuwe dan wel herziene selectielijst.

2.2. Basis Selectiedocument

Een basisselectiedocument (BSD) is een bijzondere vorm van een selectielijst. In de regel heeft een BSD niet zozeer betrekking op (alle) archiefbescheiden van één (enkele) organisatie, als wel op het geheel van de bescheiden die de administratieve neerslag vormen van het overheidshandelen op een bepaald beleidsterrein.

Het BSD geldt dus voor de archiefbescheiden van verschillende overheidsorganen (veelal ook diverse zorgdragers), en wel voor zover de desbetreffende actoren op het terrein in kwestie werkzaam zijn (geweest). Dit betekent dat er geen handelingen van particuliere actoren worden opgenomen.

Een BSD wordt opgesteld op basis van institutioneel onderzoek. In het rapport institutioneel onderzoek (RIO) wordt het betreffende beleidsterrein beschreven, evenals de taken en bevoegdheden van de betrokken organen. De handelingen van de overheid op het beleidsterrein staan in het RIO in hun functionele context geplaatst. In het BSD zijn de handelingen overgenomen, alleen nu geordend naar de actor. Bovendien is bij elke handeling aangegeven of de administratieve neerslag hiervan bewaard dan wel vernietigd moet worden.

Het niveau waarop geselecteerd wordt is dus niet dat van de stukken zelf, maar dat van de handelingen waarvan die archiefbescheiden de administratieve neerslag vormen. Een BSD is derhalve geen opsomming van (categorieën) stukken, maar een lijst van handelingen van overheidsactoren, waarbij elke handeling is voorzien van een waardering en indien van toepassing een vernietigingstermijn.

Door de beleidsterreingerichte benadering komen verschillende aspecten betreffende het beheer van de eigen organisatie van de zorgdrager (personeelsbeleid, financieel beleid, etc.) niet aan bod. Voor het selecteren van de administratieve neerslag die betrekking heeft op de instandhouding en ontwikkeling van de eigen organisaties van overheidsorganen dienen een aantal zogeheten ‘horizontale’ BSD’s. Deze horizontale BSD’s zijn van toepassing zijn op alle organisaties van de rijksoverheid.

Het opgestelde ontwerp-BSD wordt voorgelegd aan de Raad van Cultuur en op verschillende plaatsen ter inzage gelegd. Na eventuele wijziging van het ontwerp-BSD kan worden overgegaan tot de vaststelling. Het BSD wordt vastgesteld in een gezamenlijk besluit van de minister belast met het cultuurbeleid (tegenwoordig de minister van OCenW) en de betrokken zorgdrager(s).

2.3. Het BSD Reclassering

Het PIVOT-rapport Reclassering. Een institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein reclassering 1948–1999 (’s-⁠Gravenhage, 2000) vormt de grondslag voor dit ontwerp-BSD. Het RIO geeft een historische beschrijving van het beleidsterrein reclassering en een overzicht van de handelingen die overheidsorganen hebben verricht.

Het onderzoek naar het beleidsterrein reclassering werd uitgevoerd in het kader van de tussen de Algemene Rijksarchivaris en de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie gesloten convenant. In dit convenant zijn afspraken vastgelegd inzake de overdracht van de na 1940 gevormde archieven.

Het institutioneel onderzoek naar het beleidsterrein reclassering is verricht in de periode augustus 1998 – mei 1999. Het rapport is, na in december 1999 te zijn vastgesteld door het ministerie van Justitie, gepubliceerd in de PIVOT-reeks van de RAD onder nummer 87.

Dit ontwerp-BSD omvat voorstellen voor selectie van de administratieve neerslag van de handelingen van de overheid op het beleidsterrein reclassering. Hierbij dienen echter twee kanttekeningen te worden gemaakt:

  • 1. De handelingen die de rechtelijke macht verricht op het beleidsterrein reclassering zijn niet opgenomen in het RIO en BSD. Vanuit de rechterlijke organisatie heeft men ervoor gekozen om een organisatiegerichte selectielijst op te stellen. Om overlappingen in de selectie van archieven te voorkomen is er voor gekozen om geen handelingen van de rechterlijke macht op te nemen.

  • 2. Krachtens de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) is de Stichting Reclassering Nederland (SRN) ingesteld. Sindsdien worden alle reclasseringswerkzaamheden is ons land onder de verantwoordelijkheid van deze privaatrechtelijke organisatie uitgevoerd. De Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) kent aan de SRN de bevoegdheid toe om instellingen te erkennen die reclasseringswerkzaamheden verrichten op een bijzondere wijze of ten behoeve van een bijzondere categorie van personen. Tevens is de SRN krachtens de voornoemde regeling bevoegd om reclasseringswerkers te erkennen. Slechts wat deze twee handelingen betreft is de SRN bekleed met openbaar gezag en geldt zij als bestuursorgaan. Beide handelingen zijn daarom opgenomen in het RIO en het BSD.

De afbakening in tijd en ten opzichte van andere beleidsterreinen is verantwoord in paragraaf 1.3 van het RIO reclassering. Hier kan dus worden volstaan met deze verwijzing.

Voor de toetsing van dit ontwerp-BSD is het raadzaam om eerst de leeswijzer bij de handelingenlijst te raadplegen. Afwijkingen van de handelingenlijst uit het RIO worden hierin toegelicht.

2.4. Selectiedoelstelling

Het BSD is opgesteld in overeenstemming met de selectiedoelstelling van de RAD/PIVOT. Bij de behandeling van het ontwerp van de Archiefwet 1995 (Stb. 1995, 276) in de Tweede Kamer op 13 april 1994 verwoordde de Minister van WVC deze doelstelling als volgt: het mogelijk maken van een reconstructie van de hoofdlijnen van het handelen van de overheid. Door het Convent van Rijksarchivarissen is de selectiedoelstelling vertaald in de richting van de (bewaar)doelstelling van de RAD als ‘het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring’.

De algemene selectiedoelstelling is in dit BSD geoperationaliseerd voor het beleidsterrein reclassering. Bij de hier geformuleerde selectievoorstellen stond steeds de vraag centraal: ten aanzien van welke handelingen is de administratieve neerslag noodzakelijk om een reconstructie mogelijk te maken van de hoofdlijnen van het overheidshandelen op het beleidsterrein reclassering?

2.5. Selectiecriteria

Uitgaande van de algemene selectiedoelstelling heeft PIVOT in 1998 een (gewijzigde) lijst van algemene selectiecriteria geformuleerd. Met behulp van die algemene criteria wordt in een BSD een waardering toegekend aan de handelingen die door middel van het institutioneel onderzoek in kaart zijn gebracht.

De algemene selectiecriteria van PIVOT zijn positief geformuleerd; het zijn bewaarcriteria. Is een handeling op grond van een criterium gewaardeerd met B (‘blijvend te bewaren’), dan betekent dit dat de administratieve neerslag van die handeling te zijner tijd geheel dient te worden overgebracht naar het ARA. De neerslag van een handeling die niet aan één van de selectiecriteria voldoet, wordt op termijn vernietigd. De waardering van de desbetreffende handeling luidt dan V (vernietigen), onder vermelding van de periode waarna de vernietiging dient plaats te vinden. De neerslag die uit dergelijke handelingen voortvloeit, is dus niet noodzakelijk geacht voor een reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen.

Overigens verlangt art. 5, onder e van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 1995, 276) dat selectielijsten de mogelijkheid bieden om neerslag die met een V is gewaardeerd in exceptionele gevallen te bewaren op grond van een uitzonderingscriterium. PIVOT heeft daarom het volgende uitzonderingscriterium geformuleerd

In een brief, gedateerd op 2 juni 1999 (R&B/OSTA/99/572), is dit medegedeeld aan de relaties op de ministeries.

:

Ingevolge artikel 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Om de selectiedoelstelling te bereiken worden de handelingen in het BSD gewaardeerd aan de hand van de volgende algemene selectiecriteria:

  • 1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

  • 2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieruit worden niet perse consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

  • 3. Handelingen die betrekking hebben verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

    Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

  • 4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

    Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

  • 5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

    Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

  • 6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

    Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Naast de algemene criteria kunnen er in een BSD, eveneens binnen het kader van de selectiedoelstelling, beleidsterrein-specifieke criteria worden geformuleerd. Daar de noodzaak hiertoe niet aanwezig werd geacht, is in dit BSD de mogelijkheid om specifieke selectiecriteria te formuleren niet benut.

2.6. Leeswijzer bij de handelingenlijst

In hoofdstuk 4 staan de handelingen van overheidsorganen op het beleidsterrein reclassering beschreven. Deze zijn naar actor geordend. De handelingen worden beschreven in een handelingenblok, zoals op de volgende pagina staat afgebeeld:

(X): Dit is het nummer van de handeling. Deze nummering is uit het bijbehorende RIO overgenomen. Een handeling kan echter door verschillende actoren (gelijktijdig of opeenvolgend in tijd) zijn uitgevoerd. In dit geval is de betrokken handeling in het BSD uitgesplitst naar de betreffende actoren. Een handeling kan dus onder hetzelfde unieke nummer onder meerdere actoren zijn opgenomen.

Handeling: Dit is een complex van activiteiten die een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. In de praktijk komt een handeling meestal overeen met een procedure of een werkproces.

De formulering van de handelingen is in de regel toegespitst op het product. Echter, een handeling als zodanig omvat alle activiteiten die leiden tot het product. Dientengevolge is de neerslag van een handeling niet beperkt tot het (eind)product, maar omvat ze alle archiefbescheiden die in verband daarmee zijn voortgebracht. Zo betreft de neerslag van een beschikkende handeling niet alleen het originele besluit, maar ook alle voorstukken.

Aangezien handelingen voortvloeien uit taken en bevoegdheden is het mogelijk dat een vermelde handeling in de praktijk nimmer (volledig) is uitgevoerd.

Periode: Hier staat het tijdvak vermeld gedurende welke jaren de handeling is verricht. Wanneer er geen eindjaar staat vermeld wordt de handeling op het moment van het verschijnen van het RIO nog steeds uitgevoerd.

Grondslag: Dit is de wettelijke basis op grond waarvan de actor de handeling verricht. Wanneer er geen wettelijke grondslag voor een handeling bestaat, kan de bron worden genoemd waarin de betreffende handeling staat vermeld.

Opmerking: Deze aanvullende informatie wordt slechts vermeld wanneer de strekking van de handeling toelichting behoeft.

Waardering: De afkorting ‘B’ staat voor ‘bewaren’, dat wil zeggen het na afloop van de wettelijke overbrengingstermijn overdragen aan het ARA van de documentaire neerslag (ongeacht de gegevensdrager) van de handeling. Bij een B-handeling is achter de selectiebeslissing aangegeven welk selectiecriterium is toegepast.

De afkorting ‘V’ staat voor ‘vernietigen (op termijn)’ oftewel ‘niet overbrengen’. Bij de desbetreffende handelingen wordt de vernietigingstermijn vermeld. Deze termijn betreft het aantal volle jaren dat dient te zijn verlopen sinds het einde van het jaar waarin een archiefbestanddeel (dossier, register, databestand) dat behoort tot de neerslag van de handeling, is afgesloten.

Ter wille van de overzichtelijkheid wordt in de handelingenlijst in tussenkopjes steeds aangegeven:

  • wie de actor is van de vermelde handeling(en);

  • het onderwerp waarop de handeling(en) betrekking heeft/hebben;

  • een verwijzing naar de paragraaf van het RIO waarin de desbetreffende handeling(en) is/zijn opgenomen

2.7. Vaststelling BSD

Op 13 november 2000 is het ontwerp-BSD door de Minister van Justitie aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 1 december 2000 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van het Ministerie van Justitie en de Stichting Reclassering Nederland, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie/regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 4 september 2001 bracht de RvC advies uit (arc-2001.2443/2), hetwelk aanleiding heeft gegeven tot de volgende wijzigingen in de ontwerp-selectielijst:

  • de waardering van handeling 86 is gewijzigd van V in B 5;

  • de waardering van handeling 180 is gewijzigd van V in B 5;

  • de vernietigingstermijn van handelingen 190 en 192 is gewijzigd van 50 in 25 jaar.

Daarop werd het BSD op 17 maart 2003 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Stichting Reclassering Nederland vastgesteld (C/S/03/816) en op 22 juni 2004 door de Algemene Rijksarchivaris, namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, en de Minister van Justitie (C/S/03/712).

3. Handelingen

3.1. Minister van Justitie

Minister van Justitie: algemene handelingen 1(RIO: § 4.1.1)

1.

Handeling: Het voorbereiden, mede-vaststellen, coördineren en evalueren van het reclasseringsbeleid

Periode: 1948–

Opmerking: Onder deze handeling valt ook:

  • Het voeren van overleg met de andere betrokken actoren op het beleidsterrein

  • Het voorbereiden van een standpunt ter inbrenging in de Ministerraadvergaderingen voor beraad en besluitvorming betreffende het beleidsterrein

  • Het voeren van overleg met/het leveren van bijdragen aan het overleg met het Staatshoofd betreffende het beleidsterrein

  • Het voorbereiden van de Memorie van toelichting op de Rijksbegroting betreffende het beleidsterrein; zie ook handelingen 5, 177 en 183 van het BSD ‘Per slot van Rijksrekening’

  • Het toetsen van de uitvoering van het beleid (evaluatie)

  • Het leveren van commentaar op de recht- en doelmatigheidscontroles van de Algemene Rekenkamer op het beleidsterrein; zie ook 'Per Slot van Rijksrekening' handeling 295, 357 en 374

  • Het aan externe adviescommissies verzoeken om advies betreffende het beleidsterrein

  • Het informeren van het Kabinet van de Koningin over ontwikkelingen op het beleidsterrein

  • Het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (als beleidsinstrument)

Waardering: B 1, 2

2.

Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wet- en regelgeving betreffende het beleidsterrein reclassering

Periode: 1948–

Opmerking: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van allerlei wet- en regelgeving is zoveel mogelijk in afzonderlijke handelingen geformuleerd.

Waardering: B 1

3.

Handeling: Het opstellen van periodieke verslagen over ontwikkelingen op het beleidsterrein reclassering

Periode: 1948–

Waardering: B 3

4.

Handeling: Het beantwoorden van Kamervragen en het anderszins op verzoek incidenteel informeren van leden of commissies uit de Kamers der Staten-Generaal betreffende het beleidsterrein reclassering

Periode: 1948–

Opmerking: Onder deze handeling wordt hier ook verstaan het procedureel voorbereiden van bezoeken van kamercommissies aan reclasseringsinstellingen.

Waardering: B 2, 3

5.

Handeling: Het informeren van de Commissies voor Verzoekschriften en andere tot het onderzoeken van klachten bevoegde commissies uit de Kamers der Staten-Generaal en de Nationale Ombudsman naar aanleiding van klachten over de uitvoering of de gevolgen van het reclasseringsbeleid

Periode: 1948–

Waardering: B 3

6.

Handeling: Het beslissen op bezwaarschriften naar aanleiding van beschikkingen betreffende reclassering en het voeren van verweer in bezwaarschriftprocedures voor administratiefrechtelijke organen

Periode: 1948–

Opmerking: Handelingen omtrent bezwaar- en beroepsprocedures inzake reclasseringsbezoek in penitentiaire inrichtingen zijn opgenomen in sub-paragraaf 4.10.4.

Waardering: V, 5 jaar

7.

Handeling: Het beantwoorden van vragen van individuele burgers, bedrijven en instellingen over het beleidsterrein reclassering

Periode: 1948–

Waardering: V, 1 jaar

8.

Handeling: Het uitvoeren van voorlichtingsactiviteiten op het terrein van de reclassering

Periode: 1948–

Opmerking: Zie voor het voorbereiden en vaststellen van het voorlichtingsbeleid (waarbij voorlichting als beleidsinstrument gehanteerd wordt) handeling 1

Waardering: V, 2 jaar na vervallen

NB Van het gedrukte voorlichtingsmateriaal wordt één exemplaar bewaard. De voorbereidende stukken worden vernietigd.

9.

Handeling: Het voorbereiden van intern (wetenschappelijk) onderzoek en het vaststellen van onderzoeksrapporten over reclassering

Periode: 1948–

Opmerking: Zie handeling 1 voor (interdepartementale) commissies

Waardering: B 1,2

10.

Handeling: Het voorbereiden en begeleiden van extern (wetenschappelijk) onderzoek betreffende over reclassering

Periode: 1948–

Waardering: B 2

Minister van Justitie: reclasseringsregelingen (RIO: § 4.1.2)

12.

Handeling: Het voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van een reclasseringsregeling

Periode: 19**–

Grondslag: Wetboek van Strafrecht art. 14d, lid 2, 16 en 22, Wetboek van Strafvordering, art. 147, 177, lid 2 en 310, Wet overdracht ten uitvoerlegging strafvonnissen (Stb. 1986, 464), art. 19, lid 1 en Gratiewet (Stb. 1987, 598), art. 15, lid 1

Opmerking: Bij deze handeling is het moeilijk vast te stellen wat het aanvangsjaar is.

Ter wille van de beknoptheid staan alleen de grondslagen vermeld waar Reclasseringsregeling 1995 uitwerking aan geeft.

Waardering: B 1

Minister van Justitie: nadere te bepalen wet- regelgeving (RIO: § 4.1.3)

14.

Handeling: Het geven van nadere regels ter uitvoering van een reclasseringsregeling

Periode: 1948–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 4, lid 1 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 4, lid 2 (Stb. 1969, 598) en Reclasseringsregeling 1995, art. 38, lid 3 en 40 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 1

Minister van Justitie: functies en benoemingen van Centraal College voor de Reclassering (RIO: § 4.2.1)

15.

Handeling: Het voorbereiden van een KB, waarin nadere regels worden gesteld omtrent de functies van het Centraal College voor de Reclassering en de wijze van uitoefening hiervan

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 38 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: B 4

16.

Handeling: Het eventueel voorbereiden van een KB, waarin voorzieningen worden getroffen ter vervulling van de werkzaamheden van het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 25, lid 7 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: Deze handeling wordt slechts verricht bij tijdelijke ontstentenis van het Centraal College voor de Reclassering.

Waardering: B 4

17.

Handeling: Het voorbereiden van een KB, waarbij de leden, de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter van het Centraal College voor de Reclassering worden benoemd en ontslagen

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 25, lid 2 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

18.

Handeling: Het toewijzen van een ambtenaar van het Ministerie van Justitie aan het Centraal College van de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 25, lid 3 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: Deze ambtenaar heeft recht aan de beraadslagingen deel te nemen en een adviserende stem uit te brengen.

Waardering: V, 2 jaar

19.

Handeling: Het voorbereiden van een KB, waarbij een secretaris aan het Centraal College voor de Reclassering wordt toegevoegd en zijn bezoldiging wordt geregeld

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 25, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

20.

Handeling: Het toewijzen van één of meer plaatsvervangende secretarissen aan het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 25, lid 5 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 5 jaar

22.

Handeling: Het aanstellen van administratief personeel bij het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 25, lid 6 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

Minister van Justitie: vergoedingen aan het Centraal College voor de Reclassering (RIO: § 4.2.2)

24.

Handeling: Het toekennen van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan de leden en secretaris van het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 28 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 1 jaar

25.

Handeling: Het toekennen van een vergoeding ter bestrijding van bureelkosten, kosten van vergaderingen en andere uitgaven aan het Centraal College voor de Reclassering [secretaris]

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 29, lid 1 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953, 238)

Waardering: V, 7 jaar

26.

Handeling: Het vaststellen van de wijze waarop het Centraal College voor de Reclassering [secretaris] zich jaarlijks verantwoordt voor de besteding van de toegekende vergoeding ter bestrijding van bureelkosten, kosten van vergaderingen en andere uitgaven

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 29, lid 2 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953

Waardering: V, 7 jaar

Minister van Justitie: reglement van orde van het Centraal College voor de Reclassering (RIO: § 4.2.3)

29.

Handeling: Het beslissen op een verzoek voor goedkeuring van het reglement van orde door het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 31 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: B 4

Minister van Justitie: openbaarheid Centraal College voor de Reclassering (RIO: § 4.2.5)

32.

Handeling: Het beslissen op het verzoek van het Centraal College voor de Reclassering om een door haar behandelde zaak openbaar te maken

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 37 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 20 jaar

Minister van Justitie: openbaarheid Sectie Reclassering (RIO: § 4.3.5)

41.

Handeling: Het beslissen op het verzoek van de Sectie Reclassering om een door haar besproken zaak openbaar te maken

Periode: 1953–

Grondslag: KB van 16 mei 1953, art. 10 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 20 jaar

Minister van Justitie: functies en benoemingen van reclasseringsraden en reclasseringscommissies (RIO: § 4.4.1)

46.

Handeling: Het eventueel voorbereiden van een KB, waarin voorzieningen worden getroffen ter vervulling van de werkzaamheden van een reclasseringsraad of reclasseringscommissie

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 40, lid 3 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Opmerking: Deze handeling wordt slechts verricht bij tijdelijke ontstentenis van een reclasseringsraad of reclasseringscommissie

Waardering: B 4

47.

Handeling: Het voorbereiden van een KB, waarbij de leden en de voorzitter van een reclasseringsraad of een reclasseringscommissie worden (her-)benoemd en ontslagen

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 40, lid 1 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 32 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

49.

Handeling: Het verlenen van ‘tussentijds’ ontslag aan een lid van een reclasseringsraad

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 33 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Tussentijds ontslag kan verleend worden in verband met het bereiken van zeventigjarige leeftijd, het verlies van de hoedanigheid of beëindiging van de ambtsvervulling waardoor de benoeming heeft plaatsgevonden of op eigen verzoek. Het verlenen van tussentijds ontslag gebeurt niet bij KB.

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

51.

Handeling: Het verlenen van onvrijwillig ontslag aan een lid van een reclasseringsraad om gewichtige redenen

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 34 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

52.

Handeling: Het voorbereiden van een KB, waarbij de benoeming en de bezoldiging of het ontslag wordt geregeld van de secretaris van:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 40, lid 2 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 36, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Krachtens de Reclasseringsregeling 1970 (art. 36, lid 1) is bepaald dat de reclasseringsraad in kwestie wordt gehoord omtrent de benoeming van haar secretaris. In de Reclasseringsregeling 1970 wordt niet langer melding gemaakt van een bezoldiging voor de secretaris van een reclasseringsraad. De Nota van Toelichting op deze regeling vermeldt dat deze in zijn hoedanigheid als rijksambtenaar een bezoldiging ontvangt.

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

54.

Handeling: Het goedkeuren van de door een reclasseringsraad opgestelde instructie voor de werkzaamheden van:

  • de secretaris

  • de bij de raad aangestelde reclasseringsambtenaren

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 37, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

55.

Handeling: Het aanstellen van administratieve ambtenaren bij het bureau van een reclasseringsraad

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 41, lid 3 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Elke reclasseringsraad heeft een bureau ter uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden. Naast administratieve ambtenaren zijn ook reclasseringsambtenaren aan dit bureau verbonden.

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

Minister van Justitie: vergoedingen aan reclasseringsraden en reclasseringscommissies (RIO: § 4.4.2)

57.

Handeling: Het toekennen van een vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan de leden en de secretaris van:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 43 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 35 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Op grond van de Reclasseringsregeling 1970 is bepaald dat de leden voor hun werkzaamheden ten behoeve van de reclasseringsraad een vergoeding van reis- en verblijfkosten ontvangen overeenkomstig de bepalingen welke te dien aanzien voor de burgerlijke rijksambtenaren zijn of zullen worden vastgesteld.

Waardering: V, 7 jaar

58.

Handeling: Het toekennen van een vergoeding voor de gemaakte kosten aan:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 44, lid 1 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 63 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Het gaat hier om een vergoeding voor de kosten die reclasseringsraad of -commissie heeft gemaakt in verband met zijn/haar werkzaamheden.

Waardering: V, 7 jaar

59.

Handeling: Het stellen van regels inzake de toekenning van een vergoeding voor de gemaakte kosten van een reclasseringsraad

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 63 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 10 jaar

60.

Handeling: Het vaststellen van de wijze waarop verantwoording wordt gegeven voor de gemaakte kosten door:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 44, lid 2 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 63 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Justitie: reglement van orde van een reclasseringsraad of reclasseringscommissie (RIO: § 4.4.3)

63.

Handeling: Het beslissen op een verzoek voor goedkeuring van het reglement van orde door:

een reclasseringsraad 1948–1986

een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 46 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art.37, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: B 4

Minister van Justitie: jaarverslagen van reclasseringsraden en reclasseringscommissies (RIO: § 4.4.4)

64.

Handeling: Het geven van voorschriften voor de inrichting van de jaarverslagen van de:

  • reclasseringsraden 1948–1986

  • reclasseringscommissies 1948–1970

Periode: 1947–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 55, lid (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 47, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: B 3

Minister van Justitie: openbaarheid reclasseringsraden en reclasseringscommissies (RIO: § 4.4.5)

67.

Handeling: Het beslissen op het verzoek van een reclasseringsraad of een reclasseringscommissie om een door hem/haar behandelde zaak openbaar te maken

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 56 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 20 jaar

Minister van Justitie: advisering en toezicht reclasseringsraad of reclasseringscommissie (RIO: § 4.4.6)

70.

Handeling: Het goedkeuren van een algemeen bindend geldende regeling voor particuliere reclasseringsinstellingen uitgevaardigd door:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 47, lid 4 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598.)

Waardering: B5

Minister van Justitie: overleg reclasseringsraden (RIO: § 4.4.7)

73.

Handeling: Het nemen van maatregelen ter bevordering van de totstandkoming van een éénvormig beleid van de reclasseringsraden

Periode: 1954–1986

Bron: J.P. Heinrich, Particuliere reclassering en overheid in Nederland sinds 1823 (Arnhem, 1995) p. 188–189

Opmerking: Sinds 1954 stimuleerde de Minister van Justitie de het onderling overleg tussen de reclasseringsraden. De min of meer vrijblijvende deelname werd aan het eind van 1965 door hem verplicht gesteld.

Waardering: B 5

Minister van Justitie: het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden aan reclasseringsraden en reclasseringscommissies (RIO: § 4.4.9)

76.

Handeling: Het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden aan:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 54 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 46 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 20 jaar

Minister van Justitie: vernietiging van een beslissing van een reclasseringsraad of reclasseringscommissie (RIO: § 4.4.10)

79.

Handeling: Het vernietigen van een beslissing van:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 57 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 40 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 20 jaar

80.

Handeling: Het geven van een opdracht tot het treffen van voorzieningen in verband met de vernietiging van een beslissing van:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 57 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 40 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 20 jaar

Minister van Justitie: het opheffen van de reclasseringsraden (RIO: § 4.4.13)

83.

Handeling: Het opheffen van de reclasseringsraden

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 50, lid 2 (Stb. 1985, 1)

Waardering: B 4

Minister van Justitie: erkenning van particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.1)

85.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake de erkenning van een particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 5, (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1964 (Stb. 1964, 393), Reclasseringsregeling 1970, art. 5 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: De erkenning kon voorwaardelijk geschieden.

Waardering: B 5

Minister van Justitie: controleren van particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.2)

86.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de werkzaamheden van een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 8, lid 1 en 3 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 7, lid 1 en 3 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: Onder het controleren van de werkzaamheden van particuliere reclasseringsinstellingen wordt hier ook het inspecteren van vestigingsplaatsen verstaan.

Waardering: B 5

87.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de financiële administratie van een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 3 en 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid 3 (Stb. 1969, 598) vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 7 jaar

88.

Handeling: Het geven van voorschriften voor de inrichting van de financiële administratie van een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 9, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 8, lid, lid 3 (Stb. 1969, 598), gewijzigd 1978 (Stb. 1978, 254), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 10 jaar

89.

Handeling: Het beslissen op het verzoek van een erkende particuliere reclasseringsinstelling om de controle van haar financiële administratie te laten verrichten door een accountant-administratieconsulent.

Periode: 1978–1995

Grondslag: KB werd op 16 mei 1978 (Stb. 1978, 254), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: Op grond van de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) zijn de erkende particuliere reclasseringsinstellingen verplicht om de controle over hun financiële administratie overdragen aan een registeraccountant. Bij het KB van 16 mei 1978 (Stb. 1978, 254) is bepaald dat de Minister van Justitie hierin ontheffing kan verlenen, in die zin dat een instelling kan volstaan met de controle van haar financiële administratie door een accountant-administratieconsulent.

Waardering: V, 1 jaar

Minister van Justitie: subsidies aan particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.3)

91.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag van algemene subsidie door een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 16 t/m 19 (Stb. 1947, H 423), KB van 8 juni 1965, art. 11 t/m 17 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 10 t/m 16 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

93.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag van bijzondere subsidie door een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 11 t/m 15 (Stb. 1947, H 423), KB van 8 juni 1965, art. 19 t/m 21 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 18 t/m 20 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

95.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag van bouwsubsidie door een erkende reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 20 (Stb. 1947, H 423), KB van 8 juni 1965, art. 22 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 21 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 10 jaar

97.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag van speciale subsidie door een erkende reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 18 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 9 t/m 21 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

98.

Handeling: Het beslissen over een plan van een erkende particuliere reclasseringsinstelling voor de aankoop, bouw, verbouw, inrichting en uitbreiding van een gebouw

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 20, lid 2 (Stb. 1947, H 423), KB van 8 juni 1965, art. 22, lid 4 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 21, lid 4 (Stb. 1969, 598), gewijzigd 1974 (Stb. 1974, 718), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 10 jaar

99.

Handeling: Het treffen van een gemeenschappelijke regeling met een overheidsorgaan dat eveneens subsidie toekent aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1965–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 15 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 14 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: Bij deze handeling gaat het om particuliere instellingen die, behalve reclasseringsarbeid, ook andere werkzaamheden verrichten en daarvoor subsidies ontvangen.

Waardering: B 5

100.

Handeling: Het toekennen van subsidie in de kosten van werkzaamheden die gericht zijn op de behartiging van gemeenschappelijke belangen van de erkende particuliere reclasseringsinstellingen

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 9, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: Deze bepaling maakt het mogelijk om subsidie te verlenen aan overkoepelende organisaties die zich bezighouden met bijvoorbeeld een centrale loonadministratie, een centrale registratie c.q. documentatie, centraal georganiseerde opleidingen, etc.

Waardering: V, 10 jaar

101.

Handeling: Het stellen van nadere regels voor de toekenning van bijzondere subsidie

Periode: 1965–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 19, lid 3 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 18, lid 3 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

102.

Handeling: Het vaststellen van:

  • de termijnen voor de verpleging en behandeling van aangewezen personen

  • de wijze van berekening van de kosten van deze verpleging en behandeling

  • de eisen waaraan deze verpleging en behandeling moeten voldoen

Periode: 1965–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 19 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 19 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: In het kader van de toekenning van bijzondere subsidie aan particuliere reclasseringsinstellingen verricht de Minister van Justitie de bovenstaande handeling.

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Justitie: verpleeginrichtingen van particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.4)

104.

Handeling: Het vaststellen van de eisen waar de aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling verbonden verpleeginrichting moet voldoen

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 6, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 6, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

105.

Handeling: Het goedkeuren van de aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling verbonden verpleeginrichtingen

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 6, lid 1 en 3 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 6, lid 1, 3 en 4 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: Een weigering van de goedkeuring wordt door de Minister van Justitie met redenen omkleed. Aan de goedkeuring kan de Minister voorwaarden verbinden.

Waardering: V, 20 jaar

106.

Handeling: Het stellen van voorwaarden voor de opname van een persoon in een verpleeginrichting die niet aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling toebehoort

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 7 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Opmerking: Een dergelijke opname geschiedt alleen na overlegging van een verklaring van het bestuur van een inrichting dat zij zich zou houden aan de voor deze opname gestelde voorwaarden. In de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) is het bovengenoemde artikel niet langer opgenomen, omdat een reclasseringsinstelling zich bij een opname in welke verpleeginrichting dan ook, altijd vooraf met het departement van Justitie moet verstaan.

Waardering: V, 20 jaar

Minister van Justitie: overige handelingen van particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.5)

107.

Handeling: Het stellen van regels voor de wijze waarop een erkende particuliere reclasseringsinstelling de door haar behandelde gevallen registreert

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 8, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 7, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

108.

Handeling: Het goedkeuren van de personeelsformatie van een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1965–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 12 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 11 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 10 jaar

109.

Handeling: Het stellen van regels voor de werving en opleiding van personeel in dienst van erkende particuliere reclasseringsinstellingen

Periode: 1965–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 13, sub b (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 12, sub b (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

110.

Handeling: Het stellen van regels voor de noodzakelijke dienstreizen van personeel in dienst van erkende particuliere reclasseringsinstellingen

Periode: 1965–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 13, sub c (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 12, sub b (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 5 jaar

Minister van Justitie: erkenning van de reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.6.1)

112.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake de erkenning van de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 5, lid 3 (Stb. 1985, 1), gewijzigd in 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

114.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake de erkenning van een reclasseringsstichting

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 4, lid 2 en 5, lid 2 en 4 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Krachtens het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215) is een reclasseringsstichting verplicht om een voornemen tot wijziging van haar statutaire doel mede te delen aan de Minister van Justitie. Uiteraard kan een wijziging van het statutaire doel gevolgen hebben voor de erkenning van een de betreffende stichting.

Waardering: B 5

116.

Handeling: Het stellen van algemene voorwaarden inzake de erkenning van een reclasseringsstichting

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 5, lid 3 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De Minister van Justitie heeft aan de erkenning van elke reclasseringsstichting algemene voorwaarden verbonden: Erkenningsvoorwaarden Reclasseringsinstellingen (Stcrt. 1986, 82). De Toelichting op de Erkenningsvoorwaarden Reclasseringsinstellingen vermeldt nadrukkelijk dat de Minister van Justitie naast deze algemene voorwaarden nog nadere voorwaarden kan stellen. Hij kan dit bij afzonderlijke stichtingen doen maar ook in het algemeen. Wanneer de Minister bij een afzonderlijke stichting voorwaarden stelt voor haar erkenning valt dit onder handeling 114.

Waardering: B 5

117.

Handeling: Het geven van de zienswijze van de Minister van Justitie over de benoeming van een nieuwe directeur aan de betreffende reclasseringsstichting

Periode: 1986–1995

Bron: Toelichting op de Erkenningsvoorwaarden Reclasseringsinstellingen (Stcrt. 1986, 82), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Op grond van de Erkenningsvoorwaarden Reclasseringsinstellingen (Stcrt. 1986, 82) is een reclasseringsstichting verplicht om haar voornemen tot de benoeming van een nieuwe directeur tenminste een maand voordien te melden aan de Minister van Justitie. De Toelichting op de Erkenningsvoorwaarden Reclasseringsinstellingen (Stcrt. 1986, 82) vermeldt dat deze voorwaarde de Minister de mogelijkheid geeft om vooraf zijn zienswijze mede te delen over de te benoemen persoon.

Waardering: B 5

118.

Handeling: Het goedkeuren van de door een reclasseringsstichting opgestelde regels inzake:

  • de verzameling, opslag en verwerking van persoonsgegevens

  • het registratiesysteem voor cliëntenbestand en de productie van reclasseringswerkzaamheden

Periode: 1986–1995

Grondslag: Erkenningsvoorwaarden Reclasseringsinstellingen, art. 5 (Stcrt. 1986, 82), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Over de opstelling van deze regels pleegt de stichting overleg met de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen en met instellingen die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verrichten.

Waardering: B 5

Minister van Justitie: controleren van reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.6.2)

119.

Handeling: Het vaststellen van een jaarlijks inspectieplan in overleg met de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Instructie Inspectie Reclassering, art. 3 (Stcrt. 1986, 42), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In dit overleg kunnen zich ook instellingen voegen die in meer dan een arrondissement op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verrichten.

Waardering: B 5

120.

Handeling: Het in overleg met de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen vaststellen van de inhoud van het jaarlijkse verslag over de verrichtte inspectie werkzaamheden

Periode: 1986–1995

Grondslag: Instructie Inspectie Reclassering, art. 5 (Stcrt. 1986, 42), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In dit overleg kunnen zich ook instellingen voegen die in meer dan een arrondissement op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verrichten. Het jaarlijkse verslag is openbaar.

Waardering: B 5

121.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de werkzaamheden van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 44 t/m 48 (Stb. 1986, 1) en art. 48a, zoals is ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Onder het controleren van de werkzaamheden van de NFR wordt ook het inspecteren van vestigingsplaatsen verstaan.

Waardering: V, 15 jaar

122.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de financiële administratie van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 46, lid 3 (Stb. 1986, 1), en art. 48a, zoals is ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 7 jaar

Minister van Justitie: subsidies aan reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.6.4)

124.

Handeling: Het stellen van nadere regels inzake de toekenning van subsidie aan de reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16 (Stb. 1986, 1), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

126.

Handeling: Het geven van richtlijnen voor de inrichting van:

  • de plannen van de reclasseringsstichtingen

  • het landelijke plan van de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 9, lid 5 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 215), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

127.

Handeling: Het nemen van een beslissing inzake de goedkeuring van het landelijk plan van de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 9, lid 3, t/m 6 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 215), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

128.

Handeling: Het nemen van een beslissing inzake de goedkeuring van het jaarlijkse plan van een reclasseringsstichting

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 9, lid 1,4, 5 en 6 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1992 (Stb. 1992, 215), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Instellingen die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verrichten worden hier ook in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze uiteen te zetten. De Nota van Toelichting op de Reclasseringsregeling 1986 (Stb. 1986, 1) vermeldt dat wanneer de Minister van Justitie aarzelt over de goedkeuring van het jaarlijks plan van een reclasseringsstichting, hierover met de betrokken partijen nader overleg plaatsvindt.

Waardering: B 5

129.

Handeling: Het beslissen op de toekenning van algemene subsidie aan een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 10 t/m 13 (Stb. 1986, 1), art. 10 t/m 12, 16B, 16C, 16G, 16 H, 16K en 16R, zoals gewijzigd en ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

130.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag voor bijzondere subsidie van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 14 en 15 (Stb. 1986, 1), art. 13 en 14, lid 2 en 4, 16M en 16R, zoals gewijzigd en ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

131.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag bouwsubsidie van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 14 en 15 (Stb. 1986, 1), art. 13 en 14, lid 3 en 4, 16, 16J, en 16R, zoals gewijzigd en ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 10

132.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag speciale subsidie van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 14 en 15 (Stb. 1986, 1), art. 13 en 14, lid 1 en 4, 15, 16C, 16 I, en 16R, zoals gewijzigd en ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

133.

Handeling: Het vaststellen van de norm voor het uitdrukken van reclasseringswerkzaamheden in uren

Periode: 1986–1995

Bron en Grondslag: Nota van Toelichting op de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1986, 1) en Reclasseringsregeling 1986, art. 11, lid 4, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215) en art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De Minister van Justitie stelt deze norm vast in overleg met de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen en de reclasseringsstichtingen. Uit de Nota van Toelichting op de Reclasseringsregeling 1986 blijkt dat dit overleg al vanaf 1986 plaatsvindt. Pas in 1992 kreeg dit overleg echter een wettelijke grondslag.

Waardering: B 5

134.

Handeling: Het bijhouden van een financiële administratie betreffende de personen ten behoeve van wie een bijzondere subsidie wordt verstrekt

Periode: 1992–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16M, lid 3, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215) en art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 7 jaar

135.

Handeling: Het bepalen van een model voor de aanvraag van bijzondere subsidie door reclasseringsstichtingen

Periode: 1992–1993

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16M, lid 3, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), vervallen in 1993 (Stb. 1993, 399)

Waardering: V, 10 jaar

136.

Handeling: Het bij ministeriële regeling stellen van nadere regels voor het verlenen van bouwsubsidie aan:

  • een reclasseringsstichting

  • de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16, lid 3 en 16R, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), art. 48a zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875}

Waardering: V, 10 jaar

137.

Handeling: Het subsidiëren van wachtgelden in verband met ontslagen bij:

  • een reclasseringsstichting

  • de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 16A, lid 1 en 16R, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 7 jaar

138.

Handeling: Het doen van een vordering bij:

  • een reclasseringsstichting

  • de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Subsidieregeling Reclassering, art. 14 en 17 (Stcrt. 1986, 68), Reclasseringsregeling 1986, art. 16N, lid 1, 4 en 5 en 16R, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215) en art. 48a, zoals is ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De Minister van Justitie kan een vordering doen bij een reclasseringsstichting of de NFR in verband met:

  • het beëindigen van reclasseringswerkzaamheden

  • het vervreemden en aan hun bestemming onttrekken van door de Minister (mede) bekostigde gebouwen, terreinen of roerende zaken

Waardering: V, 7 jaar

139.

Handeling: Het jaarlijks vaststellen voor de reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen van:

  • de normatieve personeelsformatie

  • de bedragen die beschikbaar worden gesteld voor het uitbesteden van reclasseringswerkzaamheden

  • de deelbudgetten die beschikbaar worden gesteld voor honoraria consulenten, secundaire personeelskosten, reis- en verblijfkosten, bijdrage landelijke vereniging en apparaatskosten

Periode: 1986–1995

Grondslag: Subsidieregeling Reclassering, art. 4, lid 2, 3 en 4 en 17 (Stcrt. 1986, 68), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

140.

Handeling: Het toekennen van een tijdelijke toeslag op het deelbudget apparaatskosten van:

  • een reclasseringsstichting

  • de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Subsidieregeling Reclassering, art. 4, lid 5 en 17 (Stcrt. 1986, 68), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De Minister van Justitie kan een dergelijke toeslag toekennen in verband met de huisvestingssituatie.

Waardering: V, 7 jaar

141.

Handeling: Het goedkeuren van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen van:

  • onvoorziene uitgaven die een wijziging betekenen in de goedgekeurde begroting

  • het aangaan of wijzigen van organisatorische of financiële banden

  • aan- en verkoop van onroerend goed

  • het bezwaren van onroerend goed

  • het aangaan of beëindigen van huurverplichtingen ter zake ontroerend goed

  • het aangaan van financiële verplichtingen, die niet voor subsidie van het Ministerie in aanmerking komen en niet uit het eigen vermogen gedekt kunnen worden

  • plannen voor de aankoop, bouw, verbouw van een inrichting

Periode: 1986–1995

Grondslag: Subsidieregeling Reclassering, art. 5, t/m 8, 13 en 17 (Stcrt. 1986, 68), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

142.

Handeling: Het beslissen op het verzoek van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen om de jaarrekening vergezeld te laten gaan van een verklaring van een accountant-administratieconsulent

Periode: 1986–1995

Grondslag: Subsidieregeling Reclassering, art. 9, lid 5 en 17 (Stcrt. 1986, 68), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De jaarrekening moet vergezeld gaan van een verklaring van een register-accountant. Hierop kan ontheffing in de bovengenoemde zin worden gevraagd.

Waardering: V, 1 jaar

143.

Handeling: Het vooraf goedkeuren van een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen tot:

  • het afsluiten van een huur- of koopovereenkomst die leidt tot een jaarlijkse last van meer dan f 25.000,–

  • het aangaan of het verstrekken van geldleningen en het medewerken aan het vestigen van een zekerheidsrecht op de hieruit voortvloeiende rechten

  • het vervreemden van of bezwaren van goederen en/of andere vermogensbestanddelen waarvan de verwervingskosten en/of lasten (mede) bekostigd zijn door subsidie

  • het aangaan van een verbinding als borg of hoofdelijk medeschuldenaar of het zich voor derden sterk maken of het zich tot zekerstelling voor schulden aan derden verbinden

  • het cederen van vorderingen

  • de oprichting van een rechtspersoon (alleen of met anderen)

  • het wijzigen van tarieven voor het doorberekenen of verrekenen van diensten of werkzaamheden

  • het aangaan van verplichtingen in het kader van een automatiseringsproject

  • het veranderen van huisvesting

  • het vormen van fondsen en reserveringen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16E en 16R, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Aangezien de in de bovenstaande handeling genoemde activiteiten financiële implicaties van structurele aard (kunnen) hebben, is vooraf toestemming nodig van de zijde van de subsidiegever.

Waardering: V, 7 jaar

144.

Handeling: Het onder voorschriften verlenen van ontheffing van één of meerdere bepalingen van de subsidieregels aan:

  • een reclasseringsstichting

  • de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1992–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16Q en 16R, zoals ingevoegd bij KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 10 jaar

145.

Handeling: Het geven van toestemming aan een reclasseringsstichting of de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen om:

  • de bestemming, bouw of indeling van een te (ver)bouwen inrichting te wijzigen

  • de inrichting in zijn geheel of ten dele te vervreemden of te bezwaren

Periode: 1992–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16J, lid 4 en 16R, zoals ingevoegd bij het KB van 1 april 1992 (Stb. 1992, 215), art. 48a, zoals ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Justitie: erkenning van de Stichting Reclassering Nederland (RIO: § 4.7.1)

147.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake de erkenning van een landelijke reclasseringsstichting (Stichting Reclassering Nederland)

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 2, lid 1 en art. 3, lid 2, 3 en 4 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In de Reclasseringsregeling 1995 (art. 3, lid 2) is vastgelegd dat de Minister van Justitie in overleg met de SRN de voorwaarden voor haar erkenning kan wijzigen.

Waardering: B 5

Minister van Justitie: controleren van de Stichting Reclassering Nederland (RIO: § 4.7.2)

148.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de werkzaamheden van de Stichting Reclassering Nederland

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 34 t/m 36 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Onder het controleren van de werkzaamheden van de SRN wordt ook het inspecteren van vestigingsplaatsen verstaan. Het Ministerie kan ook onderzoek doen naar aanleiding van een incidentmelding.

Waardering: V, 15 jaar

149.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de financiële administratie van de Stichting Reclassering Nederland

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 21, lid 1 en 34, lid 3 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 7 jaar

Minister van Justitie: subsidie aan de Stichting Reclassering Nederland (RIO: § 4.7.3)

150.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag van de jaarlijkse subsidie door de Stichting Reclassering Nederland

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 15 t/m 28 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Onder deze handeling wordt zowel de voorlopige subsidieverlening, de definitieve subsidievaststelling en verstrekken van voorschotten verstaan.

Waardering: B 5 De SRN is verantwoordelijk voor alle reclasseringswerkzaamheden. Deze werkzaamheden worden in de subsidieaanvraag beschreven.

151.

Handeling: Het in overleg met de Stichting Reclassering Nederland ontwikkelen van de fiancierings- en afrekensystematiek voor de stichting

Periode: 1996–

Bron: Toelichting op de Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche (Stcrt. 1998, 109)

Opmerking: Deze systematiek is in de paragrafen subsidieaanvraag en subsidievaststelling van Hoofstuk 3 van de Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche (Stcrt. 1998, 109) opgenomen.

Dit gebeurde mede ter uitvoering van een toezegging aan de Algemene Rekenkamer.

Waardering: B 5

152.

Handeling: Het bij Ministeriële regeling vaststellen van de eisen voor de inrichting van het jaarverslag en het activiteitenverslag van de Stichting Reclassering Nederland

Periode: 1995–

Bron: Toelichting op de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De Toelichting op de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) vermeldt dat zo nodig bij Ministeriële regeling wordt bepaald hoe het jaarverslag en het activiteitenverslag moet worden ingericht.

Waardering: B 2,3

153.

Handeling: Het vaststellen van de bijdrage aan de arbeidskosten en de ruimte voor arbeidsvoorwaardenontwikkeling in kader van de subsidiering van de Stichting Reclassering Nederland

Periode: 1998–

Grondslag: Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche, art. 9 (Stcrt. 1998, 109)

Opmerking: Jaarlijks voeren de Minister en de Stichting Reclassering Nederland hierover overleg. Indien zij niet tot overeenstemming kunnen komen, kunnen de Minister en de stichting zowel afzonderlijk als gezamenlijk advies vragen aan de Adviescommissie arbeidskostenontwikkeling gesubsidieerde sectoren Justitie.

Waardering: B 5

154.

Handeling: Het beslissen op de aanvraag van een afzonderlijke subsidie ten behoeve van de bouw, inrichting en de uitbreiding van gebouwen ten dienste van de reclassering

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 15, lid 2 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Bij Overeenkomst van 25 oktober 1995 tussen het Ministerie van Justitie en de Stichting Reclassering Nederland (Kenmerk 522191/95/PJR) zijn de randvoorwaarden afgesproken waaronder de financiering van de herhuisvesting van grote onderdelen van de reclasseringsorganisatie zal plaatsvinden.

Waardering: V, 10 jaar

155.

Handeling: Het beslissen op een verzoek van de Stichting Reclassering Nederland tot:

  • het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, alsmede van andere vermogensbestanddelen

  • het overbrengen van vermogen en/of vermogensbestanddelen naar andere organisaties met of zonder rechtspersoonlijkheid, zonder reële tegenprestatie

  • het vormen van voorzieningen en reserveringen anders dan in dit besluit

  • het oprichten dan wel deelnemen aan een rechtspersoon

  • het wijzigen van de statuten

  • een juridische fusie als bedoeld in artikel 309 van Boek II van het Burgerlijk Wetboek

  • het doen van aangifte tot haar faillissement of het aanvragen van haar suréance van betaling

  • het ontbinden van de stichting

Periode: 1998–

Grondslag: Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche, art. 19 (Stcrt. 1998, 109)

Waardering: B 4, 5

156.

Handeling: Het doen van een verzoek aan de Stichting Reclassering Nederland tot het verstrekken van een beschrijving van de tussen haar en andere rechtspersonen bestaande organisatorische en financiële banden

Periode: 1998–

Grondslag: Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche, art. 21 (Stcrt. 1998, 109)

Waardering: B 4

157.

Handeling: Het doen van een vordering bij de Stichting Reclassering Nederland

Periode: 1998–

Grondslag: Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche (Stcrt. 1998, 109)

Opmerking: De Minister kan een vordering doen bij de Stichting Reclassering Nederland in verband met:

  • het beëindigen van reclasseringswerkzaamheden

  • het vervreemden en aan hun bestemming onttrekken van door de Minister (mede) bekostigde gebouwen, terreinen of roerende zaken

Waardering: V, 7 jaar

Minister van Justitie: regels inzake werkzaamheden van de Stichting Reclassering Nederland en de wijze waarop zij hierover de Minister informeert (RIO § 4.7.4)

158.

Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van regels inzake de werkzaamheden van de Stichting Reclassering Nederland en de wijze waarop zij hierover de Minister informeert

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 2, lid 3 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

159.

Handeling: Het geven van de zienswijze van de Minister van Justitie over:

  • het aangaan van huurovereenkomsten door de Stichting Reclassering Nederland die leiden tot een jaarlijkse lasten van meer dan ƒ 100.000,–

  • het aangaan of verstrekken van geldleningen en lease-overeenkomsten door de Stichting Reclassering Nederland en het meewerken aan het vestigen van een zekerheidsrecht of hieruit voortvloeiende rechten die een bedrag van ƒ 50.000,– te boven gaan

Periode: 1998–

Grondslag: Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche, art. 17 (Stcrt. 1998, 109)

Opmerking: De Stichting Reclassering Nederland is verplicht om de bovennoemde zaken te melden bij de Minister van Justitie.

Waardering: V, 7 jaar

Minister van Justitie: erkenning van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht (RIO: § 4.8.1)

161.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake de erkenning van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht

Periode: 1986 –1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 6, lid 1 en 2 (Stb. 1986, 1) en Reclasseringsregeling 1995, art. 4, lid 1, 2 en 3 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De Minister van Justitie kon aan de erkenning voorwaarden verbinden. Wanneer de erkenning reeds had plaatsgevonden, kon de Minister, na overleg met de betreffende instelling, nadere voorwaarden stellen.

Waardering: B 5

162.

Handeling: Het geven van een oordeel over het voornemen van de Stichting Reclassering Nederland inzake de erkenning van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1995, art. 4, lid 4 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

Minister van Justitie: controleren van instellingen die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verrichten (RIO: § 4.8.2)

163.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de werkzaamheden van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 44 t/m 48 (Stb. 1986, 1), Instructie Inspectie Reclassering, art. 2, 4, 6, en 7 (Stcrt. 1986, 42), Reclasseringsregeling 1995, art. 34 t/m 36 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 15 jaar

164.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de controle van de financiële administratie van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 46, lid 3 (Stb. 1986, 1), Reclasseringsregeling 1995, art. 34, lid 3(Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 7 jaar

Minister van Justitie: reclasseringsambtenaren en reclasseringsagenten (RIO: § 4.9.1)

166.

Handeling: Het vaststellen van de eisen voor een erkenning of aanstelling als reclasseringsambtenaar

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 24, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: B 5

167.

Handeling: Het beslissen inzake de aanstelling of erkenning van een:

  • een reclasseringsambtenaar 1948–1986

  • een plaatselijke reclasseringsagent 1948–1970

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 17, 60, lid 1 en 64 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 24, lid 2 en 25, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: De Nota van Toelichting op de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) vermeldt dat de Minister van Justitie legitimatiebewijzen verstrekt aan reclasseringsambtenaren.

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

169.

Handeling: Het toekennen van een bezoldiging, abonnement voor bureelkosten en vergoeding voor reis- en verblijfkosten aan een door de Minister van Justitie aangestelde:

  • reclasseringsambtenaar

  • reclasseringsagent

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 61 en 64 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 7 jaar

170.

Handeling: Het opstellen en wijzigen van de instructie voor een door de Minister van Justitie aangestelde:

  • reclasseringsambtenaar

  • reclasseringsagent

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 60, lid 2 Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Opmerking: De Nota van Toelichting op de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) vermeldt dat het hier handelt om een uit de ambtenaarsverhouding voortspruitende bevoegdheid, waarvan het niet noodzakelijk was om haar nog eens afzonderlijke te bepalen. In de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) is deze bevoegdheid dan ook niet langer opgenomen.

Waardering: B 5

171.

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de eedaflegging van reclasseringsambtenaren

Periode: 1948–1988

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art.62, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 26, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1988 (Stcrt. 1988,139)

Waardering: V, 5 jaar

172.

Handeling: Het beslissen over de uitoefening van een nevenfunctie of andere betrekking door een reclasseringsambtenaar

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 63 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 27 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 5 jaar

Minister van Justitie: ambtenaren belast met het controleren van het functioneren van de reclassering (RIO: § 4.9.2)

174.

Handeling: Het vaststellen van een instructie voor ambtenaren die het functioneren van de reclassering controleren

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 43, lid 2 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399) en art. 48a, zoals is ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407)

Opmerking: In de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) is deze bepaling niet langer opgenomen. De Motie van Toelichting hierop vermeldt echter dat ook zonder een dergelijke bepaling de Minister bevoegd is om een dergelijks ambtsinstructie vast te stellen.

Waardering: B 5

175.

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren die het functioneren van de reclassering controleren

Periode: 1948–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 8, lid 1 en 3 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 7, lid 1 en 3 en 29 (Stb. 1969, 598), Reclasseringsregeling 1986, art. 43, lid 1 (Stb. 1986, 1) en art. 48a, zoals is ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), Reclasseringsregeling 1995, art. 33, lid 1 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) is vastgelegd dat de Minister van Justitie aan de bovengenoemde ambtenaren legitimatiebewijzen verstrekt.

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

Minister van Justitie: reclasseringswerkers (RIO: § 4.9.3)

177.

Handeling: Het vaststellen van de eisen voor een erkenning of aanwijzing als reclasseringswerker

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 17, lid 2 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), Reclasseringsregeling 1995, art. 6, lid 4 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

178.

Handeling: Het beslissen inzake een erkenning of aanwijzing van een reclasseringswerker

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 17, lid 1 en 3(Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), Reclasseringsregeling 1995, art. 6, lid 2 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In het Besluit beëindiging reclasseringswerkers (Stcrt. 1988, 139) is vastgelegd dat de Minister van Justitie legitimatiebewijzen verstrekt aan de reclasseringswerkers.

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

179.

Handeling: Het stellen van regels omtrent de eedaflegging van reclasseringswerkers

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 18, lid 2 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), Reclasseringsregeling 1995, art. 6, lid 4 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 5 jaar

Minister van Justitie: voorlichtingsrapporten (RIO: § 4.10.1)

180.

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de vergoeding van voorlichtingswerkzaamheden ten behoeve van de rechtspraak door:

  • een reclasseringsambtenaar

  • een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: (1925) 1948–1970

Grondslag: KB van 25 december 1925, art. 5 (Stb. 1925, 486), gewijzigd 1930 (Stb. 1930, 203), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Opmerking: Het bovengenoemde KB, dat het geven van voorlichting in strafzaken regelt, werd in 1970 ingetrokken. Na de inwerkingtreding van het nieuwe kinderstrafrecht had deze KB alleen nog betekenis voor de reclassering. De inhoud van deze KB werd daarom opgenomen in de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598).

Waardering: B 5

181.

Handeling: Het geven van toestemming aan een reclasseringsambtenaar tot het verrichten van voorlichtingswerkzaamheden in het belang van een strafzaak

Periode: (1930) 1948–1970

Grondslag: KB van 17 mei 1930, art. 1 (Stb. 1930, 203), gewijzigd 1956 (Stb. 1956, 339), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Opmerking: Ook particuliere instellingen en personen kunnen een opdracht tot voorlichting ten behoeve van de rechtspraak ontvangen. Zij behoeven echter geen toestemming van de Minister te vragen om een dergelijke opdracht uit te voeren.

Waardering: V, 10 jaar

183.

Handeling: Het vaststellen van regels voor de aanwijzing van een reclasseringsraad bij het uitbrengen van voorlichtingsrapporten

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 49, lid 1(Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: B 5

Minister van Justitie: voorwaardelijke veroordeling (RIO: § 4.10.2)

184.

Handeling: Het vaststellen op welke wijze het Openbaar Ministerie de Minister van Justitie bericht over een uitgesproken voorwaardelijke veroordeling

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 65, lid 2 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 10 jaar

185.

Handeling: Het geven van voorschriften inzake de inrichting en het gebruik van het register, waarin de Minister van Justitie gegevens over voorwaardelijk veroordeelden opneemt

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 66, lid 2 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: B 5

186.

Handeling: Het opnemen in een algemeen register van gegevens omtrent een voorwaardelijke veroordeling

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 66, lid 1, art. 67, lid 2 en 68 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Opmerking: Het OM deelt een door de rechter uitgesproken voorwaardelijke veroordeling (de proeftijd, de hiermee verbonden voorwaarden en mogelijke wijzigingen hierin) onmiddellijk mede aan de Minister van Justitie. Daarnaast deelt het OM alle feiten die van invloed (kunnen) zijn voor een voorwaardelijke veroordeling mede. De Minister van Justitie neemt deze gegevens op in een algemeen register.

Waardering: V, 50 jaar

187.

Handeling: Het vaststellen op welke wijze het Openbaar Ministerie degene die met het bijzonder toezicht is belast bericht over een voorwaardelijk veroordeelde

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 70 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Justitie: voorwaardelijke invrijheidstelling (RIO: § 4.10.3)

190.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake een voorstel tot een voorwaardelijke invrijheidstelling

Periode: 1948–1991

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 71, lid 2, 3 en 4 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 54, lid 2, 3 en 4 (Stb. 1969, 598), Reclasseringsregeling 1986, art. 30 (Stb. 1986, 1), vervallen in 1991 (Stb. 1991, 414)

Waardering: V, 25 jaar

191.

Handeling: Het bepalen op welke wijze de rapportering over voorwaardelijk invrijheidgestelden geschiedt

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 73 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 10 jaar

192.

Handeling: Het opnemen in een algemeen register van de door het Openbaar Ministerie verschafte gegevens die van invloed (kunnen) zijn voor een voorwaardelijke invrijheidstelling

Periode: 1948–1991

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 76 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 58 (Stb. 1969, 598), Reclasseringsregeling 1986, art. 34 (Stb. 1986, 1), vervallen in 1991 (Stb. 1991, 414)

Waardering: V, 25 jaar

Minister van Justitie: reclasseringsbezoek en reclasseringswerkzaamheden in politiebureaus en penitentiaire inrichtingen (RIO: § 4.10.4)

195.

Handeling: Het voorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van Bezoekregeling 1958

Periode: 1948–1987

Grondslag: Reclasseringregeling 1947, art. 52 (Stb. 1947, H 423) en Reclasseringsregeling 1970, 52, lid 2 (Stb. 1969, 598.)

Waardering: B 5

197.

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van de regeling Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen

Periode: 1970–1987

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, 52, lid 2 (Stb. 1969, 598)

Waardering: B 5

199.

Handeling: Het voorbereiden, wijzigen en intrekken van Toelatingsregeling reclasseringswerk door derden in inrichtingen (Stcrt. 1987, 231)

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 7, lid 2 en art. 8, lid 3 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 339, vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

205.

Handeling: Het doen van een uitspraak inzake de geweigerde toegang aan een reclasseringsbezoeker of het opschorten van een reclasseringsbezoek

Periode: 1958–1987

Grondslag: Bezoekregeling 1958, art. 10 en 11 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 10 jaar

209.

Handeling: Het doen van een uitspraak inzake de intrekking van het toegangsbewijs van een reclasseringsbezoeker

Periode: 1958–1987

Grondslag: Bezoekregeling 1958, art. 25 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Justitie: verlenen van hulp en steun aan ex-gedetineerden (RIO: § 4.10.5)

216.

Handeling: Het voorbereiden van de bij AMVB vast te stellen regels inzake het verlenen van hulp en steun door de reclassering

Periode: 1988–

Grondslag: Wetboek van Strafrecht, art. 16, opnieuw vastgesteld bij de wet van 26 november 1986 (Stb. 1986, 593)

Waardering: B 5

219.

Handeling: Het geven van voorschriften voor de rapportering omtrent de wijze waarop de reclassering uitvoering heeft gegeven aan een opdracht tot verlenen van hulp en steun

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 61 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 10 jaar

221.

Handeling: Het verzoeken om rapportering omtrent de wijze waarop de reclassering uitvoering heeft gegeven aan een opdracht tot verlenen van hulp en steun

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 37 (Stb. 1986, 1), Reclasseringsregeling 1995, art. 12, lid 1 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Behalve de Minister van Justitie kan ook de rechter of de officier van Justitie hierom verzoeken.

Waardering: V, 10 jaar

Minister van Justitie: taakstraffen (RIO: § 4.10.6)

223.

Handeling: Het stellen van nadere regelgeving omtrent de werkzaamheden van de reclassering bij de uitvoering van taakstraffen

Periode: 1991–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 38a, lid 2, zoals ingevoegd bij KB van 17 juli 1991 (Stb. 1991, 414), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

Minister van Justitie: reclasseringsmaatregelen voor individuele gevallen (RIO: § 4.10.7)

224.

Handeling: Het nemen van maatregelen met betrekking tot een persoon van wie de reclasseringsbelangen niet of onvoldoende behartigd worden

Periode: 1948–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 23, lid 1 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 3, lid 2 (Stb. 1969, 598), Reclasseringsregeling 1986, art. 20, lid 3 (Stb. 1986,1), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 15 jaar

225.

Handeling: Het nemen van maatregelen met betrekking tot een persoon voor wie de bemoeiingen van een erkende particuliere reclasseringsinstelling ongewenst zijn

Periode: 1948–1965

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 24 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1965 (Stb. 1965, 240)

Waardering: V, 15 jaar

Minister van Justitie: gratie (RIO: § 4.11.1)

227.

Handeling: Het aanwijzen van ambtenaren belast met het verlenen van hulp en steun aan gegratieerden

Periode: 1976–

Grondslag: Gratieregeling 1976, art. 15 (Stb. 1976, 378) en Gratieregeling 1987, art. 15 (Stb. 1987, 598)

Waardering: V, 10 jaar

228.

Handeling: Het voorbereiden van een AMVB voor het aanwijzen van reclasseringsinstellingen belast met het verlenen van hulp en steun aan gegratieerden

Periode: 1987–

Grondslag: Gratieregeling 1987, art. 15 (Stb. 1987, 598)

Waardering: B 5

229.

Handeling: Het geven van een opdracht tot hulp en steun aan een gegratieerde

Periode: 1948–

Grondslag:–, Gratieregeling 1976, art. 15 (Stb. 1976, 378) en Gratieregeling 1987, art. 15 en 18 (Stb. 1987, 598)

Opmerking: De Minister van Justitie kan een dergelijke opdracht zowel aan een reclasseringsinstelling als aan een speciaal daartoe aangewezen ambtenaar geven.

Waardering: V, 10 jaar

230.

Handeling: Het beslissen inzake de aanstelling van een ambtenaar belast met het verlenen van hulp en steun aan gegratieerden

Periode: 1948–

Grondslag:–, Gratieregeling 1976, art. 15 (Stb. 1976, 378) en Gratieregeling 1987, art. 15 en 18 (Stb. 1987, 598)

Opmerking: De Minister van Justitie kan een dergelijke opdracht zowel aan een reclasseringsinstelling als aan een speciaal daartoe aangewezen ambtenaar geven.

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

Minister van Justitie: internationale rechtshulp (RIO: § 4.11.2)

231.

Handeling: Het voorbereiden van de bij AMVB vast te stellen regels inzake de werkzaamheden van de reclassering bij de overdracht van de tenuitvoerlegging van een buitenlands strafvonnis

Periode: 1988–

Grondslag: Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen, art. 19, lid 1 (Stb. 1986, 464)

Waardering: B 5

Minister van Justitie: TBS (RIO: § 4.11.3)

232.

Handeling: Het voorbereiden van de bij AMVB vast te stellen eisen waaraan instellingen moeten voldoen die hulp en steun verlenen aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk) ontslagen TBS-gestelden

  • TBS-gestelden met proefverlof

  • TBS-gestelden met aanwijzingen

Periode: (1928) 1948–

Grondslag: Wet van 21 juli 1928 (Stb. 1928, 251), gewijzigd 1951 Stb. 1951, 596), vernummerd tot art. 38a, lid 3 (Stb. 1997, 282) en art. 38g, lid 2, zoals ingevoegd bij de wet van 19 november 1986 (Stb. 1986, 587)

Waardering: B 5

234.

Handeling: Het beslissen inzake de erkenning van een instelling of een persoon die hulp en steun te verleent aan:

  • Voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk ontslagen) TBS-gestelden

  • Periode: (1928) 1948–1988

  • Grondslag: Psychopathenreglement, art. 130 t/m 132 en 135 (Stb. 1928, 386), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Waardering: B 5

235.

Handeling: Het registreren van instellingen en personen bevoegd tot het verlenen van hulp en steun aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk) ontslagen TBS-gestelden

Periode: (1928) 1948–1988

Grondslag: Psychopathenreglement art. 133–136 (Stb. 1928, 386), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Waardering: B 5

236.

Handeling: Het verlenen van subsidie aan personen bevoegd tot het verlenen van hulp en steun aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk ontslagen) TBS-gestelden

Periode: (1928) 1948–1988

Grondslag: Psychopathenreglement art. 152 (Stb. 1928, 386), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Waardering: V, 10 jaar

237.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake een opdracht tot het verlenen van hulp en steun aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk ontslagen) TBS-gestelden

Periode: (1928) 1948–1988

Grondslag: Psychopathenreglement, art. 14, 15, 126, 129, lid 3 en 4, 130, 144, 152 (Stb. 1928, 386), gewijzigd 1977 (Stb. 1977, 422), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Opmerking: Diegene die met het verlenen van hulp en steun is belast dient de Minister van Justitie op diens verzoek van raad en advies. Op eigen initiatief kan hij echter ook de Minister van advies of informatie voorzien.

Waardering: V, 10 jaar

238.

Handeling: Het beslissen inzake de aanstelling van een ambtenaar belast met het verlenen van hulp en steun aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk) ontslagen TBS-gestelden

Periode: (1928) 1948–1988

Grondslag: Psychopathenreglement art. 138 (Stb. 1928, 386), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Waardering: V, 75 jaar na geboortedatum

239.

Handeling: Het opstellen van een instructie voor ambtenaren belast met het verlenen van hulp en steun aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk) ontslagen TBS-gestelden

Periode: (1928) 1948–1988

Grondslag: Psychopathenreglement art. 138 (Stb. 1928, 386), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Waardering: B 5

240.

Handeling: Het treffen van voorzieningen bij de verhindering of ontsteltenis van een bijzondere ambtenaar belast met het verlenen van hulp en steun aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • voorwaardelijk ontslagen TBS-gestelden

Periode: (1928) 1948–1988

Grondslag: Psychopathenreglement art. 143 (Stb. 1928, 386), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Opmerking: Hier wordt o.a. het aanstellen van plaatsvervangers en het toekennen van een toelage onder verstaan.

Waardering: V, 5 jaar

241.

Handeling: Het stellen van nadere regels omtrent de bemiddeling van een reclasseringsraad bij de voorbereiding van het voorwaardelijke ontslag van TBS-gestelden

Periode: 19**–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 60 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: De Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) trad op 1 januari van dat jaar in werking met uitzondering van artikel 60. Dit artikel moest een einde maken aan de afzonderlijke regeling betreffende de hulp- en steunverlening bij de naleving van bijzondere voorwaarden ten behoeve van TBS-gestelden en voorwaardelijk ontslagenen TBS-gestelden, zoals was vastgelegd in art. 130–146 van het Psychopathenreglement (Stb. 1928, 386). De aanpassing van het Psychopathenreglement (Stb. 1928, 386), die hiervoor nodig was, en de omstandigheid dat de reclasseringsraden nog over onvoldoende psychiatrisch geschoold personeel beschikte, maakte het noodzakelijk de inwerkingtreding van art. 60 van de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598), voor het zover de beide groepen van hiervoor genoemde veroordeelden betrof, op te schorten. Het is niet duidelijk of deze handeling werkelijk is verricht, zodat het aanvangsjaar hier onvermeld is gelaten.

Waardering: B 5

244.

Handeling: Het vaststellen van regels omtrent de betrokkenheid bij reclasseringswerkzaamheden voor TBS-gestelden door:

  • een reclasseringsstichting

  • de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1991

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 36 (Stb. 1986, 1), vervallen in 1991 (Stb. 1991, 414)

Waardering: B 5

245.

Handeling: Het maken van een afspraak met de betrokken reclasseringsinstelling inzake de rapportage over TBS-gestelden wier verpleging voorwaardelijk is beëindigd

Periode: 1988–1997

Grondslag: Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, art. 43 (Stb. 1988, 282), vervallen in 1997 (Stb. 1997, 217)

Opmerking: In het Reglement verpleging ter beschikking gestelden (Stb. 1997, 217) is vastgelegd dat de Reclassering ten minste eenmaal per drie maanden rapporteert aan de Minister van Justitie en het Openbaar Ministerie, dat het toezicht op de TBS-gestelde uitoefent. Hiermee verviel de noodzaak tot het maken van een afspraak inzake de rapportage.

Waardering: V, 10 jaar

246.

Handeling: Het geven van opdrachten die voortvloeien uit de taak van de Minister om reclasseringswerkzaamheden te bevorderen voor TBS-gestelden die niet van overheidswege worden verpleegd

Periode: 1988–

Grondslag: Reglement tenuitvoerlegging terbeschikkingstelling, art. 35(Stb. 1988, 282)

Waardering: V, 20 jaar

3.2. Het Centraal College voor de Reclassering

Centraal College: reclasseringsregelingen (RIO: § 4.1.2)

11.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake het vaststellen, wijzigen en intrekken van een reclasseringsregeling

Periode: 19**–1953

Grondslag: Reclassering 1915, art. 65 (Stb. 1915, 504), Reclasseringsregeling 1947, art. 35 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: Bij deze handeling is het moeilijk vast te stellen wat het aanvangsjaar is.

Waardering: B 1

Centraal College: nader te bepalen wet- en regelgeving (RIO: § 4.1.3)

13.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake het geven van nadere regels ter uitvoering van een reclasseringsregeling

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 35 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Product Advies

Waardering: B 1

Centraal College: functies en benoemingen (RIO: § 42.1)

21.

Handeling: Het doen van aanbevelingen inzake de aanstelling van administratief personeel voor het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 25, lid 6 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 10 jaar

23.

Handeling: Het doen van mededelingen aan de Minister van Justitie omtrent het periodiek aftreden van leden van het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 26, lid 3 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 10 jaar

Centraal College: vergoedingen (RIO: § 4.2.2)

27.

Handeling: Het jaarlijks verantwoorden voor de besteding van de toegekende vergoeding ter bestrijding van bureelkosten, kosten vergaderingen en andere uitgaven

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 29, lid 2 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: Aan de secretaris van het Centraal College voor de Reclassering kent de Minister van Justitie jaarlijks de voornoemde onkostenvergoeding toe. De secretaris verantwoordt zich voor de besteding hiervan op een door de Minister te bepalen wijze.

Waardering: V, 7 jaar

Centraal College: reglement van orde (RIO: § 4.2.3.)

28.

Handeling: Het onder goedkeuring van de Minister van Justitie opstellen van een reglement van orde

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 31 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: B 4

Centraal College: jaarverslagen (RIO: § 4.2.4)

30.

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag ten behoeve van de Minister van Justitie

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 36 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: B 2, 3

Centraal College: openbaarheid (RIO: § 4.2.5)

31.

Actor Centraal College voor de Reclassering

Handeling: Het aan de Minister van Justitie verzoeken om een door haar behandelde zaak openbaar te maken

Periode: 1948–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 37 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 20 jaar

Centraal College: advisering en algemeen toezicht (RIO: § 4.2.6)

33.

Handeling: Het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van de Minister van Justitie over onderwerpen betreffende de reclassering

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 35 (Stb. 1947, H 423), vervallen in (Stb. 1953, 238)

Opmerking: In het kader van deze handeling kunnen vraagstukken op het gebied van reclassering worden bestudeerd. De uitkomst van een onderzoek wordt, zo mogelijk in de vorm van een voorstel, aan de Minister van Justitie medegedeeld.

Waardering: B 1

34.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de toezicht houdende taak

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 32 t/m 34 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: Deze handeling vloeit voor uit de wettelijk toegekende taak om een algemeen toezicht te houden op zaken de reclassering betreffende. De reclasseringsraden, reclasseringsinstellingen en de directies van strafgestichten zijn verplicht om aan hiertoe aan de bovenstaande actoren alle gewenste inlichtingen te verstrekken.

Waardering: B 5

35.

Handeling: Het verlenen van machtigingen aan de leden en de secretaris van het Centraal College voor de Reclassering voor het bezoeken van strafinrichtingen en de daarin opgenomen personen

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 34, lid 3 en 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: In het kader van de toezichthoudende taak op zaken de reclassering betreffende hebben de leden en de secretaris van het Centraal College vrij toegang tot strafgestichten en de daarin opgenomen personen. Voor deze bezoeken is een machtiging van de voorzitter nodig. Deze wordt voor elk bezoek afzonderlijk verleend.

Waardering: V, 1 jaar

Centraal College: overleg (RIO: § 4.2.7)

36.

Handeling: Het voeren van intern periodiek overleg

Periode: 1948–1953

Bron: Zie opmerking

Opmerking: Alhoewel het voeren van periodiek overleg negens wettelijk voorgeschreven is (zoals bij de sectie reclassering), kan redelijkerwijs veronderstellen dat dit plaatsvindt.

Waardering: B 1, 2

Centraal College: het instellen van een commissie of werkgroep (RIO: § 4.2.8)

37.

Handeling: Het instellen van een commissie of werkgroep

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 31 lid 1 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 20 jaar

Centraal College: het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden (RIO: § 4.2.9)

38.

Handeling: Het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden aan één of meerdere van de eigen leden

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 31, lid 2 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 20 jaar

Centraal College: vernietiging van een beslissing van een reclasseringsraad of reclasseringscommissie (RIO: § 4.4.10)

78.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie over de vernietiging van een beslissing van:

  • een reclasseringsraad

  • een reclasseringscommissie

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 57, lid 1 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 40, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: De beslissing van een reclasseringsraad kon, hetzij op verzoek van de belanghebbende, hetzij ambtshalve door de Minister van Justitie worden vernietigd. Hieromtrent adviseerde tot 1953 het Centraal College de Minister.

Waardering: V, 20 jaar

Centraal College: erkenning van particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.1)

84.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van een particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 5, lid 4 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 5, lid 4 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

Centraal College: subsidie aan particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.3)

90.

Handeling: Het (op verzoek) adviseren van de Minister van Justitie inzake de toekenning van algemene subsidie aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 22 (Stb. 1947, H 423),

Waardering: B 5

92.

Handeling: Het op verzoek adviseren van de Minister van Justitie inzake de toekenning van bijzondere subsidie aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 22 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), KB van 8 juni 1965, art. 23 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 22 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

94.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de toekenning van bouwsubsidie aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 22 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 10 jaar

Centraal College: verpleeginrichtingen van particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.1)

103.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake zijn besluit omtrent de goedkeuring van de aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling verbonden verpleeginrichting

Periode: 1948–1953

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 6, lid 3 (Stb. 1947, H 423) vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Waardering: V, 10 jaar

3.3. Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing (Sectie Reclassering en Sectie TBS)

Sectie Reclassering/Centrale Raad: reclasseringsregelingen (RIO: § 4.1.2)

11.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake het vaststellen, wijzigen en intrekken van een reclasseringsregeling

Periode: 1953–

Grondslag: KB van 16 mei 1953, art. 26 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: Er staat geen eindjaar vermeld omdat de handeling nog steeds wordt verricht.

Waardering: B 1

Sectie Reclassering/Centrale Raad: reclasseringsregelingen (RIO: § 4.1.3)

13.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake het geven van nadere regels ter uitvoering van een reclasseringsregeling

Periode: 1953–

Grondslag: Beginselenwet gevangeniswezen, art. 5 (Stb. 1951, 596) gewijzigd in 1987 (Stb. 1987, 646), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 63), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 323) en het KB van 16 mei 1953, art. 26 (Stb. 1953, 238)

Product Advies

Waardering: B 1

Sectie Reclassering/Centrale Raad: jaarverslagen (RIO: § 4.3.4)

39.

Handeling: Het opstellen van een jaarverslag ten behoeve van de Centrale Raad

Periode: 1953–

Grondslag: KB van 16 mei 1953, art. 28, lid 1 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: De Centrale Raad brengt zijn jaarverslag uit aan de Minister van Justitie.

Waardering: B 2, 3

Sectie Reclassering/Centrale Raad: openbaarheid (RIO: § 4.3.5)

40.

Handeling: Het aan de Minister van Justitie verzoeken om een haar behandelde zaak openbaar te maken

Periode: 1953–

Grondslag: KB van 16 mei 1953, art. 10 (Stb. 1953, 238.

Waardering: V, 20 jaar

Sectie Reclassering/Centrale Raad: advisering en algemeen toezicht (RIO: § 4.3.6)

42.

Handeling: Het desgevraagd of uit eigen beweging adviseren van de Minister van Justitie over onderwerpen betreffende de reclassering

Periode: 1953–

Grondslag: Beginselenwet gevangeniswezen, art. 5 (Stb. 1951, 596) gewijzigd in 1987 (Stb. 1987, 646), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 63), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 323) en het KB van 16 mei 1953, art. 26 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: In het kader van deze handeling kunnen vraagstukken op het gebied van reclassering worden bestudeerd. De uitkomst van een onderzoek wordt, zo mogelijk in de vorm van een voorstel, aan de Minister van Justitie medegedeeld.

Waardering: B 1

43.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de toezicht houdende taak

Periode: 1953–

Grondslag: KB van 16 mei 1953, art. 25 (Stb. 1953, 238)

Opmerking

Deze handeling vloeit voor uit de wettelijk toegekende taak om een algemeen toezicht te houden op zaken de reclassering betreffende. De reclasseringsraden, reclasseringsinstellingen en de directies van strafgestichten zijn verplicht om hierbij aan de sectie reclassering alle gewenste inlichtingen te verstrekken.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: overleg (RIO: § 4.3.7)

44.

Handeling: Het voeren van intern periodiek overleg

Periode: 1953–

Grondslag: KB van 16 mei 1953, art. 28 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: Krachtens het bovenstaande artikel is de sectie reclassering verplicht om tenminste eenmaal in de vier maanden te vergaderen.

Waardering: B1, 2

Sectie Reclassering/Centrale Raad: het instellen van een commissie of werkgroep (RIO: § 4.3.8)

45.

Actor Sectie Reclassering

Handeling: Het instellen van een commissie of werkgroep

Periode: 1953–

Bron: Jaarplan 1999

Opmerking: In de verschillende secties van de Centrale Raad vindt de inhoudelijke bespreking van adviesontwerpen plaats, veelal aan de hand van advisering door (pre-)adviescommissies.

Waardering: V, 20 jaar

Sectie Reclassering/Centrale Raad: functies en benoeming bij reclasseringsraden en reclasseringscommissies (RIO: § 4.4.1)

50.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake het onvrijwillig ontslag van een lid van een reclasseringsraad om gewichtige redenen

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 34 (Stb. 1968, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Het gaat hierbij om exceptionele gevallen, waarbij een lid van de raad niet langer te handhaven is, doch weigert om zelf ontslag te nemen. In de Reclasseringsregeling 1947 (Stb. 1947, H 423) was in deze mogelijkheid nog niet voorzien. Behalve de Centrale Raad wordt tevens de betrokken persoon gehoord alvorens de Minister van Justitie een beslissing neemt.

Waardering: V, 10 jaar

Sectie Reclassering/Centrale Raad: vernietiging van een beslissing van een reclasseringsraad of reclasseringscommissie (RIO: § 4.4.10)

78.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie over de vernietiging van een beslissing van:

  • een reclasseringsraad 1953–1986

  • een reclasseringscommissie 1953–1970

Periode: 1953–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 57, lid 1 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 40, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: De beslissing van een reclasseringsraad kon, hetzij op verzoek van de belanghebbende, hetzij ambtshalve door de Minister van Justitie worden vernietigd. Hieromtrent adviseerde tot 1953 het Centraal College de Minister. Het KB van 16 mei 1953 bepaalde echter dat voortaan de sectie reclassering van de Centrale Raad hierover advies uit moest brengen. Krachtens de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) is bepaald dat voortaan de Centrale Raad in zijn geheel de Minister hierover adviseerde en dat een besluit tot vernietiging met redenen moest worden omkleed. In geval van vernietiging kon de Minister de voorzieningen treffen die hij nodig achtte.

Waardering: V, 20 jaar

Sectie Reclassering/Centrale Raad: erkenning particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.1)

84.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van een particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1953–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 5, lid 4 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 5, lid 4 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: De sectie reclassering verrichtte deze handeling in de periode 1953–1970. Daarna werd het advies door de Centrale Raad in zijn geheel uitgebracht.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: subsidie aan particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.3)

90.

Handeling: Het (op verzoek) adviseren van de Minister van Justitie inzake de toekenning van algemene subsidie aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1953–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 22 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), KB van 8 juni 1965, art. 23 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 22 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: De sectie reclassering verrichtte deze handeling in de periode 1953–1970. Daarna werd het advies door de Centrale Raad in zijn geheel uitgebracht.

De Minister was voor 1970 verplicht om advies te vragen daarna niet meer.

Waardering: B 5

92.

Handeling: Het op verzoek adviseren van de Minister van Justitie inzake de toekenning van bijzondere subsidie aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1953–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 22 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1953 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: De sectie reclassering verrichtte deze handeling in de periode 1953–1970. Daarna werd het advies door de Centrale Raad in zijn geheel uitgebracht.

Waardering: B 5

94.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de toekenning van bouwsubsidie aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1953–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 22 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), KB van 8 juni 1965, art. 23 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 22 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: De sectie reclassering verrichtte deze handeling in de periode 1953–1970. Daarna werd het advies door de Centrale Raad in zijn geheel uitgebracht.

Waardering: V, 10 jaar

96.

Handeling: Het op verzoek adviseren van de Minister van Justitie inzake de toekenning van speciale subsidie aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1965–1986

Grondslag: KB van 8 juni 1965, art. 23 (Stb. 1965, 240), Reclasseringsregeling 1970, art. 22 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: De sectie reclassering verrichtte deze handeling in de periode 1965–1970. Daarna werd het advies door de Centrale Raad in zijn geheel uitgebracht.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: verpleeginrichtingen van particuliere reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.5.4)

103.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake zijn besluit omtrent de goedkeuring van de aan een erkende particuliere reclasseringsinstelling verbonden verpleeginrichting

Periode: 1953–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 6, lid 3 (Stb. 1947, H 423), gewijzigd 1953 (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 6, lid 4 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: De sectie reclassering verrichtte deze handeling in de periode 1953–1970. Daarna werd het advies door de Centrale Raad in zijn geheel uitgebracht.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: erkenning van de reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.6.1)

111.

Handeling: Het ambtshalve of op verzoek adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Beginselenwet Gevangeniswezen, art. 5 (Stb. 1951, 596), gewijzigd in 1987 (Stb. 1987, 646), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In de Reclasseringsregeling 1986 (Stb. 1986, 1) is niet in een afzonderlijke bepaling vastgelegd dat de Centrale Raad de Minister van Justitie adviseert inzake de erkenning van de NFR. Op grond van de Beginselenwet Gevangeniswezen is dit strikt genomen ook niet noodzakelijk.

Waardering: B 5

113.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van een reclasseringsstichting

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 5, lid 5 (Stb. 1985, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

115.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie [staatssecretaris] inzake het vaststellen van algemene voorwaarden voor de erkenning van een reclasseringsstichting

Periode: 1986–1995

Bron: Erkenningsvoorwaarden Reclasseringsinstellingen

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: subsidie aan de reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen (RIO: § 4.6.3)

123.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake nadere regelgeving voor de toekenning van subsidie aan de reclasseringsstichtingen en de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 16 (Stb. 1986, 1), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

125.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie [staatssecretaris] inzake het vaststellen van richtlijnen voor de inrichting van:

  • de plannen van de reclasseringsstichtingen

  • het landelijke plan van de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1995

Bron: Richtlijnen Inrichting Reclasseringsplannen (Stcrt. 1987, 108)

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: erkenning van de Stichting Reclassering Nederland (RIO: § 4.7.1)

146.

Handeling: Het ambtshalve of op verzoek adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van de Stichting Reclassering Nederland

Periode: 1995–

Grondslag: Beginselenwet Gevangeniswezen, art. 5 (Stb. 1951, 596), gewijzigd 1987 (Stb. 1987, 646) en KB van 16 mei 1953, art. 26, lid 1 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: De Nota van Toelichting op de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) vermeldt dat in het bovenstaande KB reeds bepaald is dat de sectie reclassering op verzoek of ambtshalve de Minister van Justitie van advies dient in aangelegenheden de reclassering rakende. Een aparte bepaling in de Reclasseringsregeling 1995, betreffende het adviseren van de Centrale Raad inzake de erkenning van de SRN, achtte de Minister van Justitie derhalve niet nodig.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: erkenning van instellingen die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verrichten (RIO: § 4.8.1)

160.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 6, lid 2 (Stb. 1986, 1), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: reclasseringsambtenaren en reclasseringsagenten (RIO: § 4.9.1)

165.

Handeling: Het ambtshalve of op verzoek adviseren van de Minister van Justitie inzake de vaststelling van de eisen voor een erkenning of aanstelling als reclasseringsambtenaar of reclasseringsagent

Periode: 1970–1986

Grondslag

Beginselenwet gevangeniswezen, art. 5 (Stb. 1951, 596), gewijzigd in 1987 (Stb. 1987, 646), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 63), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 323) en het KB van 16 mei 1953, art. 25, lid 2 en art. 26, lid 1 (Stb. 1953, 238)

Opmerking In de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) is geen afzonderlijke bepaling opgenomen betreffende het adviseren van de Centrale Raad of de Sectie Reclassering bij de vaststelling van de eisen voor een erkenning of aanstelling als reclasseringsambtenaar of reclasseringsagent. Op grond van de bovengenoemde wettelijke bepalingen is dit ook niet noodzakelijk.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: ambtenaren belast met het controleren van het functioneren van de reclassering (RIO: § 4.9.2)

173.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie over de vaststelling van een instructie voor ambtenaren die het functioneren van de reclassering controleren

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 43, lid 2 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399) en art. 48a, zoals is ingevoegd bij het KB van 8 juni 1994 (Stb. 1994, 407), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) is niet langer een afzonderlijke bepaling opgenomen betreffende het adviseren van de Centrale Raad bij de vaststelling van een instructie voor ambtenaren die met het controleren van het functioneren van de reclassering belast zijn. Op grond van art. 5 van de Beginselenwet gevangeniswezen (Stb. 1951, 596) is dit strikt genomen ook niet noodzakelijk.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: reclasseringswerkers (RIO: § 4.9.3)

176.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de vaststelling van de eisen voor een erkenning of aanwijzing als reclasseringswerker

Periode: 1986–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 17, lid 2 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), vervallen 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In de Reclasseringsregeling 1995 (Stb. 1994, 875) is niet langer een afzonderlijke bepaling opgenomen betreffende het advies van de Centrale Raad bij de vaststelling van de eisen voor erkenning als reclasseringswerker. Op grond van art. 5 van de Beginselenwet gevangeniswezen (Stb. 1951, 596) is dit ook niet noodzakelijk.

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: reclasseringsbezoek en reclasseringswerkzaamheden in politiebureaus en penitentiaire inrichtingen (RIO: § 4.10.4)

194.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake Bezoekregeling 1958

Periode: 1948–1987

Bron: Bezoekregeling 1958 (Stcrt. 1958, 162)

Waardering: B 5

198.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake het vaststellen van Toelatingsregeling reclasseringswerk door derden in inrichtingen (Stcrt. 1987, 231)

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 7, lid 2 en art. 8, lid 3 (Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 339, vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: taakstraffen (RIO: § 4.10.6)

222.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake nadere regelgeving omtrent de werkzaamheden van de reclassering bij de uitvoering van taakstraffen

Periode: 1991 –1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 38a, lid 2, zoals ingevoegd bij het KB van 17 juli 1991 (Stb. 1991, 414), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Waardering: B 5

Sectie Reclassering/Centrale Raad: klachtencommissie(s) (RIO: § 4.10.8)

226.

Handeling: Het ambtshalve of op verzoek adviseren van de Minister van Justitie inzake de klachtencommissie(s) voor de reclassering

Periode: 1986–

Grondslag: Beginselenwet gevangeniswezen, art. 5 (Stb. 1951, 596) gewijzigd in 1987 (Stb. 1987, 646), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 63), gewijzigd in 1997 (Stb. 1997, 323) en het KB van 16 mei 1953, art. 25, lid 2 en art. 26, lid 1 (Stb. 1953, 238)

Opmerking: In de Reclasseringsregeling 1986 is geen afzonderlijke bepaling opgenomen betreffende het advies van de Centrale Raad inzake de klachtencommissie(s) voor de reclassering. Op grond van de bovengenoemde wettelijke bepalingen is dit ook niet noodzakelijk.

Waardering: B 5

Sectie Psychopathenzorg/ TBS/ Centrale Raad: TBS (RIO: § 4.11.3)

233.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van een instelling of persoon die hulp om hulp en steun verleent aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk) ontslagen TBS-gestelden

Periode: (1928) 1953–1988

Grondslag: KB van 16 mei 1953, art. 21, lid 2 (Stb. 1953, 238), vervallen in 1988 (Stb. 1988, 282)

Waardering: B 5

243.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake regelgeving omtrent de betrokkenheid bij reclasseringswerkzaamheden voor TBS-gestelden door:

  • een reclasseringsstichting

  • de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen

Periode: 1986–1991

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 36 (Stb. 1986, 1), vervallen in 1991 (Stb. 1991, 414)

Waardering: B 5

3.4. Reclasseringsraden

Reclasseringsraad: functies en benoemingen (RIO: § 4.4.1)

48.

Handeling: Het doen van een aanbeveling aan de Minister van Justitie inzake een te benoemen lid van een reclasseringsraad

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 32, lid 3 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: De reclasseringsraad betrekt in zijn aanbeveling het advies van de betrokken reclasseringsinstellingen, wanneer het om de benoeming van een vertegenwoordiger van de reclasseringsinstellingen gaat.

Waardering: V, 15 jaar

53.

Handeling: Het opstellen van een instructie voor de werkzaamheden van:

  • de secretaris

  • de bij de raad aangestelde reclasseringsambtenaren

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 37, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: B 5

56.

Handeling: Het doen van mededelingen aan de Minister van Justitie omtrent het periodiek aftreden van de eigen leden

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 41, lid 3 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 15 jaar

Reclasseringsraad: vergoedingen (RIO: § 4.4.2)

61.

Handeling: Het geven van een jaarlijkse verantwoording aan de Minister van Justitie over de gemaakte kosten

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 44, lid 3 (Stb. 1947, H 423)

Opmerking: De vergoeding voor de gemaakte kosten van een reclasseringsraad kent de Minister van Justitie toe aan de secretaris hiervan. Deze legt jaarlijks verantwoording af aan de Minister over de besteding van het toegekende bedrag.

Waardering: V, 7 jaar

Reclasseringsraad: reglement van orde (RIO: § 4.4.3)

62.

Handeling: Het onder goedkeuring van de Minister van Justitie opstellen van een reglement van orde

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 46 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art.37, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Elke raad stelt zijn eigen reglement van orde op.

Waardering: B 4

Reclasseringsraad: jaarverslagen (RIO: § 4.4.4)

65.

Handeling: Het uitbrengen van een jaarverslag aan:

  • de Minister van Justitie 1948–1986

  • het Centraal College voor de Reclassering 1948–1953

  • de Sectie Reclassering 1953–1970

  • de Centrale Raad 1970–1986

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 55, lid 1 (Stb. 1947, H 423), KB van 16 mei 1953, art. 29, c (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 47, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Oorspronkelijk brachten de reclasseringsraden aan het Centraal College voor de Reclassering verslag uit. Het KB van 16 mei 1953, art. 29, c (Stb. 1953, 238) schreef voor dat het jaarlijkse verslag voortaan aan de sectie reclassering moest worden uitgebracht. In art. 47, lid 1 van de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) is bepaald dat voortaan de Centrale Raad in zijn geheel deze rapporten ontvangt.

Waardering: B 3

Reclasseringsraad: openbaarheid (RIO: § 4.4.5)

66.

Handeling: Het verzoeken aan de Minister van Justitie om een door de reclasseringsraad behandelde zaak openbaar te maken

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 56 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringsraad: advisering en algemeen toezicht (RIO: § 4.4.6)

68.

Handeling: Het op verzoek of uit eigen beweging adviseren van autoriteiten en reclasseringsinstellingen

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 48 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 45 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 20 jaar

69.

Handeling: Het aan particuliere reclasseringsinstellingen geven van:

  • een aanwijzing

  • een algemeen bindend geldende regeling

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 47, lid 2 en 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: B 5

71.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de toezicht houdende taak

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 47 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 43 (Stb. 1970, 598), vervallen 1986 (Stb. 1986, 1)

Opmerking: Deze handeling vloeit voort uit de wettelijk toegekende taak om een algemeen toezicht te houden op reclasseringsaangelegenheden.

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringsraad: overleg (RIO: § 4.4.7)

72.

Handeling: Het voeren van intern periodiek overleg

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 39, lid 4 (Stb. 1969, 598)

Opmerking: Alhoewel het voeren van periodiek overleg pas in het bovenstaande AMVB wettelijk voorgeschreven wordt, vond uiteraard ook daarvoor overleg plaats.

Waardering: B 2

74.

Handeling: Het voeren van overleg met andere reclasseringsraden om zo tot een éénvormig beleid te komen

Periode: 1954–1986

Bron: J.P. Heinrich, Particuliere reclassering en overheid in Nederland sinds 1823 (Arnhem, 1995) p.188–189 en C. Rooijackers, Inventarissen van de archieven van de reclasseringsraden 1916–1986 Afd. documentatie en archieven, Ministerie van Justitie (’s-⁠Gravenhage 1991)

Waardering: B 5

Reclasseringsraad: het instellen van een commissie of werkgroep (RIO: § 4.4.8)

75.

Handeling: Het instellen van een commissie of werkgroep

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 45, lid 1 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 38, lid 1 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Uit C. Rooijackers, Inventarissen van de archieven van de reclasseringsraden 1916–1986 Afd. documentatie en archieven, Ministerie van Justitie (’s-Gravenhage, 1991) blijkt dat er diverse commissies en werkgroepen door afzonderlijke reclasseringsraden zijn ingesteld.

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringsraad: het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden (RIO: § 4.4.9)

77.

Handeling: Het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden aan één of meerdere van de eigen leden

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 45, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 38, lid 2 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringsraad: opdracht tot het verrichten van reclasseringswerkzaamheden (RIO: § 4.4.11)

81.

Handeling: Het geven van een opdracht tot het verrichten van reclasseringswerkzaamheden tot een daarvoor in aanmerking komend persoon

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 51, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 38, lid 2 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: Een reclasseringsraad kan hiertoe opdracht geven indien voor de betreffende persoon geen reclasseringsbemoeienis te verwachten is.

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringsraad: het nemen van maatregelen ter bevordering van de samenwerking (RIO: § 4.4.12)

82.

Handeling: Het nemen van maatregelen ter bevordering van een doelmatige samenwerking tussen de in het ressort werkzame reclasseringsinstellingen onderling en van deze met andere instellingen van maatschappelijke welzijn en organen van strafrechtspleging

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 49, lid 2 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 42, lid 1 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringsraad: reclasseringsambtenaren en reclasseringsagenten (RIO: § 4.9.1)

168.

Handeling: Het uitbrengen van advies aan de Minister van Justitie over een bij de reclasseringsraad aan te stellen reclasseringsambtenaar

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 25, lid 2 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 10 jaar

Reclasseringsraad: voorlichtingsrapporten (RIO: § 4.10.1)

182.

Handeling: Het uitbrengen van voorlichtingsrapporten

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 51 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 49 t/m 51 (Stb. 1970, 598)

Waardering: V, 50 jaar

Reclasseringsraad: voorwaardelijke invrijheidstelling (RIO: § 4.10.3)

189.

Handeling: Het beoordelen van een voorstel inzake een voorwaardelijke invrijheidstelling

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 71 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 54, lid 2 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 10

193.

Handeling: Het beëindigen van een opdracht tot het verlenen van hulp en steun aan een voorwaardelijk invrijheidgestelde door een particuliere reclasseringsinstelling

Periode: 1971–1986

Bron: J.P. Heinrich, Particuliere reclassering en overheid in Nederland sinds 1823 (Arnhem, 1995) p. 229.

Opmerking: In 1971 delegeerde het departement deze bevoegdheid naar de reclasseringsraden

Waardering: V, 10

Reclasseringsraad: reclasseringsbezoek en reclasseringswerkzaamheden in politiebureaus en penitentiaire inrichtingen (RIO: § 4.10.4)

196.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de regeling Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen

Periode: 1970–1987

Bron: Brieven van het hoofd Directie Gevangeniswezen aan reclasseringsinstellingen en de (genees-)directeuren van penitentiaire inrichtingen, allebei gedateerd op 11 mei 1981.

Waardering: B 5

201.

Handeling: Het toewijzen van reclasseringsbezoeken

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 52 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 52 (Stb. 1970, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering : V, 5 jaar

202.

Handeling: Het verzoeken om toelating van een reclasseringsbezoeker

Periode: 1948–1987

Grondslag: Bezoekregeling 1923, Bezoekregeling 1958, art. 5 en 10 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, art. 8 (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 5 jaar

204.

Handeling: Het aantekenen van beroep bij de Minister van Justitie tegen een negatief antwoord op het verzoek tot toelating van een reclasseringsbezoeker of het opschorten van een reclasseringsbezoek

Periode: 1958–1986

Grondslag: Bezoekregeling 1958, art. 10 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 50 jaar

206.

Handeling: Het registreren van alle reclasseringsbezoekers

Periode: 1958–1987

Grondslag: Bezoekregeling 1958, art. 14 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 5 jaar

208.

Handeling: Het intrekken van het toegangsbewijs van een reclasseringsbezoeker

Periode: 1958–1987

Grondslag: Bezoekregeling 1958, art. 25 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Opmerking: De reclasseringsraad is bevoegd om het toegangsbewijs van een reclasseringsbezoeker in te trekken wanneer deze zich niet aan de regels houdt. De directeur kan hiertoe een voorstel doen. De reclasseringsbezoeker en de betreffende instelling worden gehoord alvorens de reclasseringsraad een beslissing neemt. De directeur wordt zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld van het genomen besluit. Tegen een besluit tot intrekking kunnen de reclasseringsbezoeker en zijn de instelling een beroep aantekenen bij de Minister van Justitie.

Waardering: V, 50 jaar

210.

Handeling: Het opstellen van een regeling voor de toelating van niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot penitentiaire inrichtingen

Periode: 1970–1981

Bron: Brief van de staatssecretaris van Justitie (directie Gevangeniswezen) aan reclasseringsinstellingen, 11 mei 1981.

Waardering: V, 15 jaar

211.

Handeling: Het instellen van een commissie die de reclasseringsraad (secretaris) adviseert inzake de toelating van niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot penitentiaire inrichtingen

Periode: 1981–1986

Grondslag: Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, art. 4 (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Opmerking: Voor de samenstelling van deze commissie pleegt de reclasseringsraad overleg met de directeur(en) van de in zijn arrondissement gelegen inrichting(en).

Waardering: V, 10 Jaar

212.

Handeling: Het beslissen op het verzoek van niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners om toegelaten te worden in penitentiaire inrichtingen

Periode: 1981–1986

Grondslag: Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 5 jaar

213.

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen over het verloop van de toelatingsregeling voor niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners

Periode: 1981–1986

Grondslag: Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, art. 16 t/m 18 (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Opmerking: De reclasseringsraad bracht jaarlijks verslag uit aan de directeur het verloop van genoemde regeling. De directeur bracht op zijn beurt verslag uit aan de reclasseringsraad. Beide actoren waren verplicht om een afschrift van het eigen verslag toe te zenden aan de Minister van Justitie.

Waardering: V, 5 jaar

Reclasseringsraad: het verlenen van hulp en steun aan ex-gedetineerden (RIO: § 4.10.3)

218.

Handeling: Het verstrekken van opdrachten tot het verlenen van hulp en steun aan een ex-gedetineerde

Periode: 1948–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 53, lid 3 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 53 (Stb. 1970, 598), vervallen 1986 (Stb. 1986, 1)

Waardering: V, 5 jaar

220.

Handeling: Het uitbrengen van rapporten waarin verslag wordt gedaan op welke wijze uitvoering is gegeven aan een opdracht tot het verlenen van hulp en steun

Periode: 1970–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 61 en 62 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringsraad: TBS (RIO: § 4.11.3)

242.

Handeling: Het bemiddelen bij de voorbereiding van het voorwaardelijke ontslag van een TBS-gestelde

Periode: 19**–1986

Grondslag: Reclasseringsregeling 1970, art. 60 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Opmerking: De Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598) trad op 1 januari van dat jaar in werking met uitzondering van artikel 60. Dit artikel moest een einde maken aan de afzonderlijke regeling betreffende de hulp- en steunverlening bij de naleving van bijzondere voorwaarden ten behoeve van TBS-gestelden en voorwaardelijk ontslagenen TBS-gestelden, zoals was vastgelegd in art. 130–146 van het Psychopathenreglement (Stb. 1928, 386). De aanpassing van het Psychopathenreglement (Stb. 1928, 386), die hiervoor nodig was, en de omstandigheid dat de reclasseringsraden nog over onvoldoende psychiatrisch geschoold personeel beschikte, maakte het noodzakelijk de inwerkingtreding van art. 60 van de Reclasseringsregeling 1970 (Stb. 1969, 598), voor het zover de beide groepen van hiervoor genoemde veroordeelden betrof, op te schorten. Het is niet duidelijk of deze handeling werkelijk is verricht, zodat het aanvangsjaar hier onvermeld is gelaten.

Waardering: V, 20 jaar

3.5. Reclasseringscommissies

Reclasseringscommissie: functies en benoemingen (RIO: § 4.4.1)

56.

Handeling: Het doen van mededelingen aan de Minister van Justitie omtrent het periodiek aftreden van de eigen leden

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 5 jaar

Reclasseringscommissie: vergoedingen (RIO: § 4.4.2)

61.

Handeling: Het geven van een jaarlijkse verantwoording aan de Minister van Justitie over de gemaakte kosten

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 44, lid 3 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423)

Opmerking: De vergoeding voor de gemaakte kosten van een reclasseringscommissie kent de Minister van Justitie toe aan de secretaris hiervan. Deze legt jaarlijks verantwoording af aan de Minister over de besteding van het toegekende bedrag.

Waardering: V, 7 jaar

Reclasseringscommissie: reglement van orde (RIO: § 4.4.3)

62.

Handeling: Het onder goedkeuring van de Minister van Justitie opstellen van een reglement van orde

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 46 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: B 4

Reclasseringscommissie: jaarverslag (RIO: § 4.4.4)

65.

Handeling: Het uitbrengen van een jaarverslag aan:

  • de Minister van Justitie

  • het Centraal College voor de Reclassering

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 55, lid 1 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), KB van 16 mei 1953, art. 29, c (Stb. 1953, 238), Reclasseringsregeling 1970, art. 47, lid 1 (Stb. 1969, 598), vervallen in 1986 (Stb. 1986,1)

Waardering: B 3

Reclasseringscommissie: openbaarheid (RIO: § 4.4.5)

66.

Handeling: Het verzoeken aan de Minister van Justitie om een door de reclasseringscommissie behandelde zaak openbaar te maken

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 56 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1969, 598)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringscommissie: advisering en algemeen toezicht (RIO: § 4.4.6)

68.

Handeling: Het op verzoek of uit eigen beweging adviseren van autoriteiten en reclasseringsinstellingen

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 48 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: V, 20 jaar

69.

Handeling: Het aan particuliere reclasseringsinstellingen geven van:

  • een aanwijzing

  • een algemeen bindend geldende regeling

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 47, lid 2 en 4 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: B 5

71.

Handeling: Het rapporteren in het kader van de toezicht houdende taak

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 47 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Opmerking: Deze handeling vloeit voort uit de wettelijk toegekende taak om een algemeen toezicht te houden op reclasseringsaangelegenheden.

Waardering: B 2

Reclasseringscommissie: overleg (RIO: § 4.4.7)

72.

Handeling: Het voeren van periodiek overleg

Periode: 1948–1970

Opmerking: Alhoewel het voeren van periodiek overleg nergens stond voorgeschreven kan redelijkerwijs veronderstellen dat dit plaatsvond.

Waardering: B 3

Reclasseringscommissie: het instellen van een commissie of werkgroep (RIO: § 4.4.8)

75.

Handeling: Het instellen van een commissie of werkgroep

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 45, lid 1 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringscommissie: het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden (RIO: § 4.4.9)

77.

Handeling: Het opdragen van nader te bepalen werkzaamheden aan één of meerdere van de eigen leden

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 45, lid 2 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringscommissie: opdracht tot het verrichten van reclasseringswerkzaamheden (RIO: § 4.4.11)

81.

Handeling: Het geven van een opdracht tot het verrichten van reclasseringswerkzaamheden tot een daarvoor in aanmerking komend persoon

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 51, lid 2 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Opmerking: Een reclasseringscommissie kan hiertoe opdracht geven indien voor de betreffende persoon geen reclasseringsbemoeienis te verwachten is.

Waardering: V, 5 jaar

Reclasseringscommissie: het nemen van maatregelen ter bevordering van de samenwerking (RIO: § 4.4.12)

82.

Handeling: Het nemen van maatregelen ter bevordering van een doelmatige samenwerking tussen de in het ressort werkzame reclasseringsinstellingen onderling en van deze met andere instellingen van maatschappelijke welzijn en organen van strafrechtspleging

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 49, lid 2 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: V, 20 jaar

Reclasseringscommissie: voorlichtingsrapporten (RIO: § 4.10.1)

182.

Handeling: Het uitbrengen van voorlichtingsrapporten

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 51 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: V, 50 jaar

Reclasseringscommissie: reclasseringsbezoeken en reclasseringswerkzaamheden in politiebureaus en penitentiaire inrichtingen (RIO: § 4.10.4)

201.

Handeling: Het toewijzen van reclasseringsbezoeken

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 52 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering V, 5 jaar

202.

Handeling: Het verzoeken om toelating van een reclasseringsbezoeker

Periode: 1948–1970

Opmerking: Alhoewel de reclasseringscommissies in Reclasseringsregeling 1947 dezelfde taken en bevoegdheden werden toegekend als de reclasseringsraden werden zijn in de Bezoekregeling 1958 (Stcrt. 1958, 162) niet genoemd. Redelijkerwijs kan men veronderstellen dat reclasseringscommissie die verbonden was aan de Bijzondere Strafgevangenis voor Jonge Mannen te Zutphen ook deze handeling heeft uitgevoerd.

Waardering: V, 5 jaar

204.

Handeling: Het aantekenen van beroep bij de Minister van Justitie tegen een negatief antwoord op het verzoek tot toelating van een reclasseringsbezoeker of het opschorten van een reclasseringsbezoek

Periode: 1958–1970

Opmerking: Zie de opmerking bij handeling 202 van de reclasseringscommissie.

Waardering: V, 50 jaar

206.

Handeling: Het registreren van alle reclasseringsbezoekers

Periode: 1958–1970

Opmerking: Zie de opmerking bij handeling 202 van de reclasseringscommissie.

Waardering: V, 5 jaar

208.

Handeling: Het intrekken van het toegangsbewijs van een reclasseringsbezoeker

Periode: 1958–1970

Opmerking: Zie de opmerking bij handeling 202 van de reclasseringscommissie.

Waardering: V, 50 jaar

Reclasseringscommissie: het verlenen van hulp en steun aan ex-gedetineerden (RIO: § 4.10.5)

218.

Handeling: Het verstrekken van opdrachten tot het verlenen van hulp en steun aan een ex-gedetineerde

Periode: 1948–1970

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 53, lid 3 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), vervallen in 1970 (Stb. 1970, 598)

Waardering: V, 5 jaar

3.6. Directeur

Directeur: voorwaardelijke invrijheidstelling (RIO: § 4.10.3)

188.

Handeling: Het doen een voorstel inzake een voorwaardelijke invrijheidstelling aan:

  • Een reclasseringsraad 1948–1986

  • Een reclasseringsstichting/de Minister van Justitie 1986–1991

Periode: 1948–1991

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 71 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 54, lid 2 (Stb. 1970, 598), Reclasseringsregeling 1986, art. 30 (Stb. 1986, 1), vervallen in 1991 (Stb. 1991, 414)

Waardering: V, 10 jaar

Directeur: reclasseringsbezoeken en reclasseringswerkzaamheden in politiebureaus en penitentiaire inrichtingen (RIO: § 4.10.4)

196.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de regeling Toelating niet-justitiegebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen

Periode: 1970–1987

Bron: Brieven van het hoof Directie Gevangeniswezen aan reclasseringsinstellingen en de (genees-)directeuren van penitentiaire inrichtingen, allebei gedateerd op 11 mei 1981.

Waardering: B 5

200.

Handeling: Het verstrekken van een maandelijkse opgave van gedetineerden aan:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

  • een reclasseringsstichting 1986–1995

  • de Stichting Reclassering Nederland 1995–

Periode: 1948–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 52, lid 2 en 58, lid 4 (Stb. 1947, H 423), Bezoekregeling 1958, art. 6 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), Reclasseringsregeling 1986, art. 24 (Stb. 1986, 1), gewijzigd 1991 (Stb. 1991, 414), Reclasseringsregeling 1995, art. 11, lid 1 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: De directeur is verplicht om de bovenstaande opgave te verstrekken in verband met het reclasseringsbezoek dat iedere gedetineerde zo spoedig mogelijk dient te ontvangen.

Aanvankelijk droegen de reclasseringsraden en de reclasseringscommissies zorg voor het reclasseringsbezoek. Na de opheffing van de reclasseringsraden in 1986 namen de particuliere reclasseringsstichtingen deze taak over. Met de reorganisatie van 1995 is deze taak vervolgens overgedragen aan de Stichting Reclassering Nederland.

Waardering V, 1 jaar

203.

Handeling: Het beslissen op het verzoek tot toelating van een reclasseringsbezoeker

Periode: 1948–

Grondslag: Bezoekregeling 1923, Bezoekregeling 1958, art. 5 en 10 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, art. 9 en 10 (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), Toelatingsregeling reclasseringswerk door derden, art. 5 t/m 8 (Stcrt. 1987, 231) en Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche, art. 25 (Stcrt. 1998, 109)

Opmerking: Tot 1981 kon reclasseringsbezoek aan een gedetineerde door iemand van het andere geslacht slechts plaatsvinden met toestemming van de directeur. Daarnaast bestond natuurlijk altijd de mogelijkheid dat de directeur bezwaar had tegen de toelating van een bepaalde reclasseringsbezoeker.

Waardering: V, 1 jaar

206.

Handeling: Het registreren van alle reclasseringsbezoekers

Periode: 1958–1987

Grondslag: Bezoekregeling 1958, art. 14 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 10 jaar

207.

Handeling: Het verzoeken om het toegangsbewijs van een reclasseringsbezoeker in te trekken

Periode: 1958–1987

Grondslag: Bezoekregeling 1958, art. 24 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 10 jaar

210.

Handeling: Het opstellen van een regeling voor de toelating van niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot penitentiaire inrichtingen

Periode: 1970–1981

Bron: Brief van de staatssecretaris van Justitie (directie Gevangeniswezen) aan reclasseringsinstellingen, 11 mei 1981.

Waardering: V, 10 jaar na intrekking

212.

Handeling: Het beslissen op het verzoek van niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners om toegelaten te worden in penitentiaire inrichtingen

Periode: 1981–1986

Grondslag: Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 5 jaar

213.

Handeling: Het jaarlijks verslag uitbrengen over het verloop van de toelatingsregeling voor niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners

Periode: 1981–1987

Grondslag: Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, art. 16 t/m 18 (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), vervallen in 1987 (Stcrt. 1987, 231)

Opmerking: De reclasseringsraad bracht jaarlijks verslag uit aan de directeur het verloop van genoemde regeling. De directeur bracht op zijn beurt verslag uit aan de reclasseringsraad. Beide actoren waren verplicht om een afschrift van het eigen verslag toe te zenden aan de Minister van Justitie.

Waardering: V, 5 jaar

214.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake de in- en uitvoer van geld of goederen ten behoeve van een gedetineerde door een reclasseringsbezoeker

Periode: 1958–

Grondslag en Bron: Bezoekregeling 1958, art. 21 (Stcrt. 1958, 162), Uitvoering Reclasseringsregeling 1970 (Stcrt. 1970, 19), Toelating niet-justitie-gebonden professionele hulpverleners tot de penitentiaire inrichtingen, art. 11 (circulaire 11 mei 1981/ nr. 376/381), Toelatingsregeling reclasseringswerk door derden in inrichtingen, art. 2, lid 1, sub a (Stcrt. 1987, 231)

Waardering: V, 5 jaar

215.

Handeling: Het in overleg met een reclasseringsstichting aanwijzen van één of meer penitentiaire reclasseringswerkers

Periode: 1986–1995

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 25, lid 1 (Stb. 1986, 1), vervallen in 1995 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Deze reclasseringswerkers zijn in het bijzonder belast met het verrichten van reclasseringswerkzaamheden in de betreffende inrichting.

De concrete inzet en de werkwijze van de penitentiaire reclasseringswerkers werden beschreven in het landelijke plan van de Nederlandse Federatie van Reclasseringsinstellingen en in de plannen van de reclasseringsstichtingen.

Waardering: V, 10 jaar na beëindiging aanstelling

Directeur: het verlenen van hulp en steun aan ex-gedetineerden (RIO: § 4.10.5)

217.

Handeling: Het mededelen van de ontslagdatum van een voor hulp en steun in aanmerking komende gedetineerde aan:

  • een reclasseringsraad 1948–1986

  • een reclasseringscommissie 1948–1970

  • een reclasseringsstichting 1986–1995

  • de Stichting Reclassering Nederland 1995–

Periode: 1948–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1947, art. 53, lid 2 en 58 (Stb. 1947, H 423), Reclasseringsregeling 1970, art. 53, lid 1 en 2 (Stb. 1969, 598), Reclasseringsregeling 1986, art. 29, lid 1 (Stb. 1986, 1), gewijzigd 1991 (Stb. 1991, 414), Reclasseringsregeling 1995, art. 11, lid 2 (Stb. 1994, 875)

Waardering: V, 5 jaar

3.7. Algemene Raad voor Psychopathenzorg

Algemene Raad voor Psychopathenzorg: TBS (RIO: § 4.11.3)

233.

Handeling: Het adviseren van de Minister van Justitie inzake de erkenning van een instelling of persoon die hulp om hulp en steun verleent aan:

  • voorwaardelijk TBS-gestelden

  • (voorwaardelijk) ontslagen TBS-gestelden

Periode: (1928) 1948–1953

Grondslag: Psychopathenreglement, art. 163, lid 3 (Stb. 1928, 386), vervallen 1953 (Stb. 1953, 237)

Waardering: B 5

3.8. Stichting Reclassering Nederland

Stichting Reclassering Nederland: erkenning van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht (RIO: § 4.8.1)

161.

Handeling: Het nemen van een besluit inzake de erkenning van een instelling die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verricht

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 6, lid 1 en 2 (Stb. 1986, 1) en Reclasseringsregeling 1995, art. 4, lid 1, 2 en 3 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: Sinds 1 januari 1995 erkent de SRN deze instellingen die op een bijzondere wijze of voor een bijzondere categorie van personen reclasseringswerkzaamheden verrichten. Het bestuur van de SRN voert overleg met de bestaande erkende instellingen over het erkennen of schorsen dan wel intrekken van een erkenning. Voorts deelt de SRN elk voornemen inzake een erkenning mede aan de Minister van Justitie, die vervolgens daarover zijn oordeel geeft.

Waardering: B 5

Stichting Reclassering Nederland: reclasseringswerkers (RIO: § 4.9.3)

178.

Handeling: Het beslissen inzake een erkenning of aanwijzing van een reclasseringswerker

Periode: 1995–

Grondslag: Reclasseringsregeling 1986, art. 17, lid 1 en 3(Stb. 1986, 1), gewijzigd in 1993 (Stb. 1993, 399), Reclasseringsregeling 1995, art. 6, lid 2 (Stb. 1994, 875)

Opmerking: In de Uitvoeringsregeling reclassering (Stcrt. 1994, 247) en de Uitvoeringsregeling reclassering tweede tranche (Stcrt. 1998, 109) is vastgelegd dat de SRN legitimatiebewijzen verstrekt aan de reclasseringswerkers.

Waardering: V, minimaal 2 en maximaal 5 jaar na uittreden

  • ^ [1]

    De algemene handelingen zijn op 24 februari 1998 vastgesteld door de Rijksarchiefdienst. Deze handelingen hebben geen grondslag (in de voor het beleidsterrein specifieke wet- en regelgeving. De algemene handeling omtrent ‘het medevoorbereiden van het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen en het presenteren van Nederlandse standpunt in intergouvernementele organsaties’ is niet opgenomen in het RIO en BSD. Deze handeling komt niet voor op het beleidsterrein reclassering. De algemene handeling omtrent ‘het verstrekken van subsidies aan personen, bedrijven en instellingen’ is eveneens niet opgenomen in dit rapport. Het verstrekken van subsidies aan personen en instellingen, die actief zijn op het beleidsterrein reclassering, is steeds in wet- en regelgeving vastgelegd. Op basis van deze grondslagen zijn afzonderlijke handelingen geformuleerd.