Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Selectielijst beleidsterrein Arbeidsverhoudingen vanaf 1945

Geldend van 11-04-2003 t/m heden

Selectielijst beleidsterrein Arbeidsverhoudingen vanaf 1945

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mr. drs. C.H.J. van Leeuwen,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 14 januari 2002, nr. arc-2002.3245/2);

Besluit:

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 14 maart 200

De

Staatssecretaris

van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
namens deze,
de

Algemene Rijksarchivaris

,

M.W. van Boven

Selectielijst voor de archiefbescheiden van de actor bedrijfscommissies op het beleidsterrein Arbeidsverhoudingen vanaf 1945

1. Verslag vaststelling van de selectielijst

Op 7 juni 2001 is het ontwerp-BSD door de Algemene Bedrijfscommissie namens de bedrijfscommissies aan de Staatssecretaris van OC&W aangeboden, waarna deze het ter advisering heeft ingediend bij de Raad voor Cultuur (RvC). Van het gevoerde driehoeksoverleg over de waarderingen van de handelingen is een verslag gemaakt, dat tegelijk met het BSD naar de RvC is verstuurd. Vanaf 2 juli 2001 lag de selectielijst gedurende acht weken ter publieke inzage bij de registratiebalie van het Nationaal Archief evenals in de bibliotheken van de Algemene Bedrijfscommissie, het Ministerie van OC&W en de rijksarchieven in de provincie / regionaal historische centra, hetgeen was aangekondigd in de Staatscourant en in het Archievenblad.

Op 14 januari 2002 bracht de RvC advies uit (arc-2002.3245/2) hetwelk geen aanleiding heeft gegeven tot wijziging van de ontwerp-selectielijst.

2. Inleiding

Deze ontwerp-selectielijst is een selectielijst als bedoeld in artikel 2, eerste lid van het Archiefbesluit 1995 (Stb. 671) ter uitvoering van de Archiefwet 1995 (Stb. 276). De hierna volgende ontwerp-selectielijst maakt deel uit van het Basisselectiedocument op het beleidsterrein arbeidsverhoudingen vanaf 1945 en deze inleiding moet dan ook worden gelezen als onderdeel van de inleiding op dat document. Het BSD op het beleidsterrein arbeidsverhoudingen is gebaseerd op de handelingen, zoals beschreven in drs. E. Burger, Werkende arbeidsverhoudingen. Een institutioneel onderzoek in het kader van PIVOT op het terrein van rijksoverheid en arbeidsverhoudingen, (1940) 1945-1994. De ontwerp-selectielijst voor de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is op 29 maart 2001 ter inzage gelegd. Ten behoeve van de hiernavolgende ontwerp-selectielijst voor de actor bedrijfscommissie zijn er nieuwe handelingen geformuleerd. Deze zullen uiteindelijk bij het basis-selectiedocument worden gevoegd.

Het BSD wordt gebruikt om een onderscheid te maken tussen archiefbescheiden die moeten worden bewaard en overgebracht naar de Rijksarchiefdienst en archiefbescheiden die op termijn worden vernietigd. De selectiedoelstelling voor de archieven van de rijksoverheid luidt: 'het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen in relatie tot zijn omgeving op hoofdlijnen'. De handelingen - en dus de neerslag van die handelingen - worden voor de selectie beoordeeld op hun waarde voor het reconstrueren van het handelen van de rijksoverheid op hoofdlijnen.

Ten behoeve van de selectie zijn door PIVOT een aantal criteria geformuleerd die op elk beleidsterrein, voor elk BSD van toepassing zijn. Daarnaast kunnen er per beleidsterrein specifieke selectiecriteria worden geformuleerd.

De selectiecriteria zijn positief geformuleerd, dat wil zeggen dat zij aangegeven van welke handelingen de neerslag na 20 jaar naar een rijksarchief dient te worden overgebracht. Handelingen die aan een van de criteria voldoen, zijn gewaardeerd voor Bewaren (B). Bij de waardering staat het nummer van het criterium vermeldt.

Handelingen die niet voldoen aan een van de criteria, worden gewaardeerd voor vernietiging (V). Daarbij wordt een termijn vastgesteld waarbinnen de archiefbescheiden niet mogen worden vernietigd.

In een BSD wordt op grond van een aantal selectiecriteria aan elke handeling een waardering gegeven, die neerkomt op een selectiebeslissing over de bescheiden die de neerslag van de handeling vormen. B wil zeggen `te Bewaren' en in goede, geordende en toegankelijke staat overbrengen naar de Rijksarchiefdienst. V wil zeggen op termijn `te Vernietigen'.

Deze criteria zijn:

Algemene selectiecriteria

Handelingen die worden gewaardeerd met B (ewaren)

1. Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

2. Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

3. Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren

Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

4. Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen

Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

5. Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt

Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

6. Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten

Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Het BSD fungeert deels als vervanging van bestaande vernietigingslijsten de bedrijfscommissies en deels als een nieuw selectie-instrument.

3. De actor bedrijfscommissies op het beleidsterrein arbeidsverhoudingen

Dit ontwerp heeft betrekking op het onderdeel bedrijfscommissies en meer in het bijzonder op de Algemene Bedrijfscommissie, waarvan het secretariaat wordt gevoerd bij dat van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Bedrijfscommissies worden ingesteld door de SER krachtens de Wet op de ondernemingsraden (WOR) van 1950, Stb. K 174. Van 1950 tot de wetswijziging van april 1990 waren (hoofd)bedrijfschappen van rechtswege bedrijfscommissie, sedert 1990 worden zij desgewenst door de SER aangewezen.

Aanvankelijk, in het op 1 juli 1948 ingediende wetsontwerp, is uitgegaan van een koppeling van de WOR en de Wet op de Bedrijfsorganisatie in die zin dat (hoofd)bedrijfsschappen zodra ingesteld de plaats zouden innemen van bedrijfscommissies. De ondernemingsraad is echter nooit, zoals oorspronkelijk gedacht, een verlengstuk van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie geworden.

Bij de wijziging van de WOR in 1990 (Stb. 91) zijn de discretionaire bevoegdheden van de bedrijfscommissies komen te vervallen. De bedrijfscommissie registreren nog de (voorlopige) reglementen van ondernemingsraden en ingeval bij de medezeggenschap betrokken partijen de kantonrechter om een beslissing willen verzoeken omdat zij er samen niet uit komen dienen zij vooraf de bedrijfscommissie te vragen om te bemiddelen.

Slaagt de bemiddelingspoging niet dan brengt de bedrijfscommissie een verslag van haar bevindingen uit met een advies.

4. Leeswijzer bij de handelingen

In het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) worden de handelingen op het beleidsterrein arbeidsverhoudingen beschreven. Iedere handeling is vastgelegd in een gegevensblok met zes of zeven velden. Zo:

(..)

actor: ....

handeling: ....

grondslag: ....

produkt: ....

periode: ....

Iedere handeling is voorzien van een uniek volgnummer.

Een actor is een orgaan dat een rol speelt op een beleidsterrein en de bevoegdheid heeft tot het zelfstandig verrichten van handelingen op grond van attributie of delegatie. De naam die voor een actor wordt gebruikt komt overeen met de naam uit de actorenbeschrijving in het hoofdstuk Actoren. Een orgaan is niet altijd hetzelfde als een organisatie. Waar bijvoorbeeld `de minister' als actor wordt vermeld, is meestal het ministerie van Sociale Zaken (en Werkgelegenheid) de uitvoerende organisatie.

Een handeling is een complex van activiteiten gericht op het totstandbrengen van een product, dat een actor verricht ter vervulling van een taak of op grond van een bevoegdheid. Een actor kan handelingen via mandatering door organisatieonderdelen of -leden laten verrichten. De handelingen zijn in principe positief geformuleerd. Dat wil zeggen dat bij een handeling als `het vaststellen van een regeling' ook `het intrekken van een regeling' inbegrepen wordt geacht.

De grondslag geeft de wet of de regeling krachtens de wet waarop een handeling is gebaseerd. Een groot aantal aangetroffen gelijksoortige grondslagen is soms samengevat of tot een keuze beperkt. Als een wettelijke grondslag niet aanwezig is, maar uit een andersoortige bron (nota, verslag, Rijksbegroting, literatuur) blijkt dat het desbetreffende orgaan een handeling uitvoert, is de veldnaam gewijzigd in bron. Voor enkele (algemene) handelingen is geen grondslag of bron aangetroffen.

De periode geeft aan wanneer een handeling is uitgevoerd. Hoewel het institutioneel onderzoek zich beperkt tot de periode 1940-1994, zijn handelingen waarvan de grondslag een vroegere startdatum doet vermoeden hier voorzien van een eerder gelegen jaartal. Waar een handeling nog niet is beëindigd, is achter het eerste jaartal alleen een streepje gezet (bijvoorbeeld: 1950-). Deze handelingen waren bij het afsluiten van het onderzoek nog niet beëindigd. Onderhoud aan de selectielijst zal eventuele eindjaren moeten achterhalen.

Soms was het noodzakelijk bepaalde velden in de gegevensblokken te verduidelijken met een opmerking.

Onderaan het handelingenblok is de waardering voorgesteld.

5. De handelingen

98

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het aanwijzen van organisaties van werknemers welke gerechtigd zijn kandidatenlijsten op te stellen voor verkiezingen van ondernemingsraadsleden.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. K174, 1950), art 11. eerste lid en art 28.

Product: Besluit

Periode: 1950-1990

Opmerking: Indien er voor de betrokken groep ondernemingen een (hoofd)bedrijfschap is ingesteld worden de aan de bedrijfscommissie toegekende taak en bevoegdheden uitgeoefend door een zodanig lichaam.

Waardering : B 5

99

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap:

Handeling: Het bepalen dat een door de bedrijfscommissie vast te stellen aantal werknemers gerechtigd is een kandidatenlijst op te stellen voor verkiezingen van ondernemingsraadsleden

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb K174, 1950) art. 11 tweede lid en art. 28

Product: Besluit

Periode: 1950-1971

Opmerking: Indien er voor de betrokken groep ondernemingen een (hoofd-)bedrijfschap is ingesteld, worden de aan de bedrijfscommissie toegekende taak en bevoegdheden uitgeoefend door een zodanig lichaam.

Waardering: V na vaststelling van de selectielijst

100

Actor: De bedrijfscommissie/(hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het op verzoek van het hoofd of de bestuurder van een onderneming bepalen dat een of meer voorgestelde kandidaten voor de ondernemingsraadsverkiezingen vervangen moeten worden.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. K174, 1950), art.11, zesde lid en art. 28

Product: Besluit

Periode: 1950-1979

Waardering: B 5

101

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het treffen van voorzieningen in afwijking van de wet met betrekking tot het opstellen van kandidatenlijsten voor verkiezingen van ondernemingsraadsleden.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. K174, 1950) art.11 en art 28.

Product: besluit

Periode: 1950-1971

Waardering : B 5

102

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beschikken op verzoek van het hoofd, bestuurder of ondernemingsraad van een onderneming tot schorsing of ontslag van een gekozen ondernemingsraadslid.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. K174, 1950) art. 14 en art.28; vanaf 1971 art. 13 (Stb. 1971, 54)

Product: Schorsings- of ontslagbesluit

Periode: 1950-1990

Waardering: B 5

105

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het adviseren van de Sociaal Economische Raad over toekenning van andere dan de in de wet genoemde bevoegdheden aan een of meer ondernemingsraden.:

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. K174, 1950), art.6, vierde lid en art. 28

Product: advies

Periode: 1950-1971

Waardering : B 5

106

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het van toepassing verklaren van de Wet op de ondernemingsraden op onderdelen van een onderneming

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb K174, 1950) art.1, tweede lid en art. 28

Product: Besluit

Periode: 1950-1990

Opmerking: Vanaf 1990 wordt dit een recht van de ondernemer, Wet op de ondernemingsraden (Stb.1990, 91) art. 4

Waardering: V na vaststelling van de selectielijst

107

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap:

Handeling: Het voor een bepaalde tijd verlenen van ontheffing aan ondernemingen van de verplichting tot het instellen van een ondernemingsraad.:

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb K174, 1950) art. 3, eerste lid en art. 28.

Product: Ontheffingsbeschikking

Periode: 1950-1990

Opmerking : Bevoegdheid gaat in 1990 over op SER

Waardering : V na vaststelling van de selectielijst

110

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beschikken op verzoeken afwijking toe te staan van het wettelijke verplichte aantal leden van een ondernemingsraad.:

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. K174, 1950) art. 8.3 en art. 28

Product: Besluit

Periode: 1950-1990

Waardering: V na vaststelling van de selectielijst

111

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het goedkeuren van het reglement van een ondernemingsraad als bedoeld in art. 5 Wet op de ondernemingsraden (Stb K174, 1950)

Grondslag: Wet op de Ondernemingsraden (Stb K174, 1950) art. 20 en art. 5

Product: Besluit

Periode: 1950-1990

Waardering: V na vaststelling van de selectielijst

112

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen van geschillen in een ondernemingsraad

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. K174, 1950), art. 21 en art. 28; Wet op de ondernemingsraden (Stb. 54, 1971) art. 16, vierde lid.

Product: Besluit

Periode: 1950-1990

Opmerking: In 1971 werd de beslissingsbevoegdheid beperkt tot geschillen over het uitnodigen van deskundigen.

Waardering: B 5:

113

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap:

Handeling: Het goedkeuren van besluiten van ondernemers waarmee de ondernemingsraad conform art. 27 Wet op de Ondernemingsraden (Stb. 54, 1971) niet heeft ingestemd.

Grondslag: Wet op de Ondernemingsraden (Stb. 54, 1971), art. 27, derde en vierde lid

Product: Besluit

Periode: 1950-1990

Waardering: B 5

116

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het uitbrengen van een jaarlijks verslag aan onze minister:

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb 54, 1971) art. 40, eerste lid. en art 43

Product: Jaarverslag

Periode: 1971-

Waardering: B 3

117

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het uitbrengen van een verslag van de bevindingen en advies na schriftelijke bemiddeling tussen partijen.

Grondslag: Wet op de Ondernemingsraden (Stb 74, 1971) art. 36.4 en art 43

Product: Schriftelijk verslag van bevindingen + advies

Periode: 1971-

Opmerking: Een verzoek aan de kantonrechter door een van de partijen o.g.v. deze wet m.u.v. art 21, derde en vijfde lid, is niet ontvankelijk zonder schriftelijke bemiddeling van de BC vooraf.

Waardering: B 5

119

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het desgevraagd verstrekken aan bedrijfsverenigingen en ondernemers van een opgave van ondernemers op wie een verplichting tot instelling van een ondernemingsraad rust.

Grondslag: Wet van 23 augustus 1974 tot wijziging van de Wet op de Ondernemingsraden (Stb.538) art.1; Wet op de Ondernemingsraden (Stb. 54, 1971) art. 46a, vierde lid en art 43

Product: Opgave

Periode: 1974 -

Waardering: V na verstrekken van de volgende opgave

123

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen over een bezwaar van de ondernemer tegen het ter beschikking stellen van nodige agendastukken aan de OR.

Grondslag: Wet op de Ondernemingsraden (Stb 74, 1971) art.19.1 en (Stb 449, 1979) art. 31.1 en (Stb 93, 1990) art. 31.1

Product: Besluit

Periode: 1971-1990

Opmerking: In 1979 uitgebreid werd deze bezwaarprocedure uitgebreid met het `verstrekken van bepaalde inlichtingen of gegevens'.

Waardering: B 5

124

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het voorzien in een besluit dat is vernietigd door de minister.

BC voorziet in hetgeen vernietigd is.

Grondslag: (Stb. 54, 1971) art. 45.3 en (Stb. 449, 1979) art. 45.3. en art 43

Product: Besluit

Periode: 1971-1990

Opmerking: Vervallen in 1990

Waardering: B 5

125

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen op het bezwaar van een der partijen over de instelling of een besluit van de Centrale Ondernemingsraad.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. 54, 1971) art. 33.3 en (Stb. 449, 1979) art. 33.3 en art 43

Product: Besluit

Periode: 1971-1990

Opmerking: Beslissing bij bezwaar gaat in 1990 over op kantonrechter.

Waardering: B 5

126

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen op een bezwaar van een of meer van de betrokken ondernemingsraden op een besluit van de groepsondernemingsraad

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. 54, 1971) art. 33.2 en (Stb 449, 1979) art. 33.2. en art 43

Product: Besluit

Periode: 1971-1990

Opmerking: Deze handeling vervalt per 1990: in 1990 gaat deze bevoegdheid over op de kantonrechter

Waardering: B 5

127

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen op een bezwaar van de meerderheid van de betrokken ondernemingsraden op een besluit van de Centrale ondernemingsraad.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. 54, 1971) art. 33.1 en (Stb. 449, 1979) art. 33.1 en art.43

Product: Besluit

Periode: 1971-1990

Opmerking: Beslissing bij bezwaar gaat in 1990 over op kantonrechter.

Waardering: B 5

130

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het goedkeuren van een verzoek van de ondernemer waarop de OR geen instemming heeft gegeven.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb. 54, 1971) art. 27.3 en (Stb. 449, 1979) art. 27.4 en art. 43

Product: Besluit

Periode: 1971-1990

Opmerking: Beslissing gaat in 1990 over op kantonrechter.

Waardering: B 5

129

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen over het uitnodigen van een deskundige door de OR of de ondernemer, bij bezwaar van de ondernemer of OR.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb 54, 1971) art 16.4 en (Stb. 449, 1979) art. 23a6 en art 43

Product: Besluit

Periode: 1971-1990

Opmerking: Beslissingsrecht gaat in 1990 over op de kantonrechter.

Waardering: B 5

130

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen over afspraken over vaststellen en bekend maken van de verslagen van overlegvergaderingen, bij gebrek aan overeenstemming tussen ondernemer en OR.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb 449, 1979) art. 23a5d en art 43

Product: Besluit

Periode: 1979-1990

Opmerking: Dit gaat vanaf 1990 in gezamenlijk overleg tussen ondernemer en ondernemingsraad.

Waardering: B 5

131

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Bij bezwaar van ondernemer of OR om bijeen te komen beslist de BC.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb 449, 1979) art. 23.1 en art 43

Product: Besluit

Periode: 1979-1990

Opmerking: BC beslissen bij bezwaar is extra toevoeging tav 1971 en weer vervallen in 1990

Waardering: B 5

132

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen over de vergoeding van kosten voor deskundigen door de ondernemer.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb 449, 1979) art. 22.2 en art. 16 en art 43

Product: Besluit

Periode: 1979-1990

Waardering: B 5

133

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het beslissen over de instelling van een commissie door de OR, bij bezwaar van de ondernemer.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb 449, 1979) art. 15.3 en art. 43

Product: Besluit

Periode: 1979-1990

Opmerking: BC beslissing is extra toevoeging t.o.v. 1971. Vanaf 1990 wordt een onderdeelscommissie ingesteld.

Waardering: B 5

134

Actor: De bedrijfscommissie/ (hoofd)bedrijfschap

Handeling: Het bepalen dat personen die arbeid verrichten zonder arbeidsovereenkomst voor de toepassing van deze wet geacht worden werkzaam te zijn in de onderneming.

Grondslag: Wet op de ondernemingsraden (Stb 449, 1979) art. 1.4 en art 43

Product: Besluit

Periode: 1979-1990

Opmerking: Vervallen in 1990

Waardering: V na vaststelling van de selectielijst