Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening heffingen broedeieren 2003[Regeling materieel uitgewerkt per 17-04-2004.]

Geldend van 01-01-2005 t/m heden

Verordening heffingen broedeieren 2003

Het bestuur van het Productschap Pluimvee en Eieren heeft,

gelet op artikel 126 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie en de artikelen 5 en 9 van de Instellingsverordening Productschap Pluimvee en Eieren 1998-I, op 14 november 2002 vastgesteld de navolgende VERORDENING

Titel I. Definities

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

productschap

:

het Productschap Pluimvee en Eieren;

onderneming

:

een onderneming waarvoor het productschap is ingesteld;

ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft;

broedeieren

:

eieren van kippen, onderscheidenlijk eenden, onderscheidenlijk kalkoenen, onderscheidenlijk parelhoenders, die zich ter verkrijging van kuikens in een broedmachine bevinden, dan wel kennelijk bestemd zijn om tot dit doel in een broedmachine te worden ingelegd;

samengestelde groep

:

een groep hoenders opgebouwd uit meer dan één ras;

legrassen

:

rassen van kippen, onderscheidenlijk eenden, dan wel samengestelde groepen van deze rassen, waarvan het eindmateriaal bestemd is voor de productie van consumptie-eieren;

vleesrassen

:

rassen van kippen, onderscheidenlijk eenden, dan wel samengestelde groepen van deze rassen, alsmede kalkoenen, waarvan het eindmateriaal bestemd is voor de productie van pluimveevlees;

fok- en vermeerderingsmateriaal:

:

kuikens bestemd voor de productie van broedeieren;

eindmateriaal

:

kuikens direct bestemd voor de productie van consumptie-eieren of pluimveevlees.

Titel II. Heffingen

Artikel 2

  • 1 De ondernemer die in het kalenderjaar 2003 bedrijfsmatig broedeieren bestemd om hieruit fokmateriaal, vermeerderingsmateriaal of eindmateriaal te verkrijgen inlegt of pleegt in te leggen, ongeacht of er al dan niet daadwerkelijk kuikens uit verkregen worden, is aan het productschap een heffing verschuldigd.

  • 2 Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van fok- en vermeerderingsmateriaal:

    • a. voor broedeieren legrassen kippen € 0,04042 per ingelegd broedei,

      waarvan

      € 0,03436 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,00140 voor het gezondheidszorgfonds,

      € 0,0041 voor het o. en o. fonds en

      € 0,00057 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds

      bestemd is;

    • b. voor broedeieren vleesrassen kippen € 0,00501 per ingelegd broedei,

      waarvan

      € 0,0044 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,00042 voor het gezondheidszorgfonds,

      € 0,00015 voor het o. en o. fonds en

      € 0,00004 voor her kwaliteitsverbeteringsfonds

      bestemd is;

    • c. voor broedeieren eenden € 0,00161 per ingelegd broedei

      waarvan

      € 0,00026 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,00061 voor het gezondheidszorgfonds en

      € 0,00074 voor het o. en o. fonds

      bestemd is.

  • 3 De in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van eindmateriaal:

    • a. voor broedeieren legrassen kippen € 0,00337 per ingelegd broedei

      waarvan

      € 0,00249 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,00067 voor het gezondheidszorgfonds,

      € 0,00014 voor het o. en o. fonds en

      € 0,00007 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds

      bestemd is;

    • b. voor broedeieren vleesrassen kippen € 0,00146 per ingelegd broedei

      waarvan

      € 0,00059 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,00077 voor het gezondheidszorgfonds,

      € 0,00009 voor het o. en o. fonds en

      € 0,00001 voor het kwaliteitsverbeteringsfonds

      bestemd is;

    • c. voor broedeieren eenden € 0,00161 per ingelegd broedei

      waarvan

      € 0,00026 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,00061 voor het gezondheidszorgfonds en

      € 0,00074 voor het o. en o. fonds

      bestemd is;

    • d. voor broedeieren kalkoenen € 0,00359 per ingelegd broedei

      waarvan

      € 0,00118 voor de dekking van huishoudelijke uitgaven,

      € 0,00168 voor het gezondheidszorgfonds en

      € 0,00073 voor het o. en o. fonds

      bestemd is.

Artikel 2b

  • 1 Op voet van artikel 2, eerste lid, is de ondernemer tevens een heffing verschuldigd ten behoeve van het Veeziektenfonds PPE rekening a.

  • 2 Het tarief van de in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van fok- en vermeerderingsmateriaal:

    • a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,0156 ten behoeve van rekening a;

    • b. voor broedeieren vleesrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00122 ten behoeve van rekening a;

  • 3 De in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van eindmateriaal

    • a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00009 ten behoeve van rekening a;

    • b. voor broedeieren vleesrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00011 ten behoeve van rekening a;

Artikel 2c

  • 1 Op voet van het bepaalde in artikel 2, eerste lid, is de ondernemer tevens een heffing verschuldigd ten behoeve van het Veeziektenfonds PPE.

  • 2 Het terief van de in het eerste lid bedoeld heffing bedraagt5 voor broedeieren voor het verkrijgen van fok- en vermeerderingsmateriaal:

    • a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,02069;

    • b. voor broedeieren vleesrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,0017;

  • 3 De in het eerste lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van eindmateriaal:

    • a. voor broedeieren legrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00633

    • b. voor broedeieren vleesrassen kippen, per ingelegd broedei € 0,00166.

  • 4 De in het eesrte lid bedoelde heffing bedraagt voor broedeieren voor het verkrijgen van eindmateriaal: voor broedeieren kalkoenen, per ingelgd broedei € 0,0164.

Artikel 3

  • 1 De door een ondernemer ingevolge deze verordening verschuldigde heffingsbedragen zullen door het productschap worden vastgesteld op basis van aan het productschap, door middel van het Koppel Informatiesysteem Pluimvee van het productschap, ten dienste staande gegevens.

  • 2 In het geval de gegevens van het Koppel Informatiesysteem Pluimvee, als bedoeld in het vorige lid, onjuist of onvolledig zijn, is de in artikel 2 bedoelde ondernemer verplicht om uiterlijk 10 dagen na het verstrijken van elke kalendermaand, door middel van invulling en ondertekening van een hem door het productschap verstrekt opgaveformulier, naar waarheid opgave te doen van die bedrijfsgegevens waarvan de opgave in dat formulier wordt verlangd.

  • 3 De heffing die aan de ondernemer wordt opgelegd kan worden aangemerkt als voorschotbetaling. Na afloop van het kalenderjaar vindt dan een definitieve heffingsoplegging plaats en zo nodig verrekening tussen feitelijk verschuldigd bedrag en betaalde voorschotten.

  • 4 De in het opgaveformulier te verstrekken gegevens hebben betrekking op de door de ondernemer in de desbetreffende kalendermaand ingelegde broedeieren, onderscheiden naar kip, legras of vleesras, eend en kalkoen.

  • 5 Iedere ondernemer is verplicht van dag tot dag een zodanige administratie te voeren, dat de gegevens, benodigd voor de vaststelling van de heffing, te alle tijde op een eenvoudige wijze kunnen worden gekend.

  • 6 Het bestuur van het productschap is bevoegd bij uitvoeringsbesluit minimumeisen te stellen waaraan de door de ondernemer met betrekking tot de inleg van broedeieren te voeren administratie dient te voldoen.

  • 7 In het geval aan een ondernemer de verplichting uit het tweede lid is opgelegd en niet heeft voldaan aan deze op hem rustende verplichting, waaronder begrepen het verstrekken van onvolledige en/of onjuiste gegevens, kan te zijnen aanzien de in artikel 2 omschreven heffing ambtshalve door het productschap worden vastgesteld aan de hand van aan het productschap ten dienste staande gegevens, zo nodig door middel van een schatting.

Artikel 4

Een ingevolge deze verordening verschuldigd heffingsbedrag dient uiterlijk binnen 14 dagen nadat dit bedrag aan de betrokken ondernemer in rekening is gebracht, aan het productschap te worden voldaan.

Artikel 5

  • 1 Een schuldenaar, die enig door hem uit hoofde van het bij of krachtens een heffingsverordening bepaalde verschuldigde heffing niet tijdig volledig heeft betaald is, na bij aangetekend schrijven aangemaand om binnen een termijn van 10 dagen de heffing te voldoen, aan het productschap de heffing verschuldigd, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, waaronder begrepen de wettelijke rente.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde rente wordt berekend vanaf de dag waarop de in dat lid genoemde termijn is verstreken tot aan de dag van de algehele voldoening.

Titel III. Algemene bepalingen en slotbepalingen

Artikel 6

Het niet nakomen van een verplichting, gesteld in artikel 3, waaronder mede verstaan wordt het verstrekken van geheel of gedeeltelijk onjuiste gegevens, is een strafbaar feit.

Artikel 7

  • 1 De door het productschap uit hoofde van deze verordening verkregen gegevens omtrent ondernemingen worden in handen gesteld van de voorzitter van het productschap; zij worden, behoudens aan personeelsleden van het secretariaat van het productschap, niet bekendgemaakt.

  • 2 De voorzitter van het productschap kan, in afwijking van het gestelde in het eerste lid, besluiten tot bekendmaking van getotaliseerde gegevens omtrent groepen van ondernemingen, doch nimmer op zodanige wijze dat daaruit gegevens omtrent een bepaalde onderneming kunnen worden afgeleid.

Artikel 8

De voorzitter van het productschap is bevoegd, onder door het bestuur te stellen regelen, van het bepaalde in of krachtens deze verordening ontheffing te verlenen en daaraan voorwaarden te verbinden.

Artikel 9

De voorzitter kan artikel 3, 4, 5 en 6 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie, en werkt terug tot 1 januari 2003 met uitzondering van het bepaalde in artikel 6.

Artikel 11

Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening heffingen broedeieren 2003'.

Voor het bestuur

J.J. Ramekers

voorzitter

S.B.M. Jongerius

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 18 december 2002 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 31 januari 2003, nr. TRCJZ/2002/12701.