Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2003 (RV 2003)

Geldend van 01-01-2011 t/m heden

Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2003 (RV 2003)

De Nederlandsche Bank N.V.;

Gelet op artikel 7 van de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994 (Stb. 1994, 258);

Besluit:

Definities

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • b. Bijzondere Financiële Instellingen: ondernemingen of instellingen, ongeacht de rechtsvorm, welke ingezetenen zijn en waarin niet-ingezetenen, direct of indirect, via aandelenkapitaal of anderszins deelnemen of invloed uitoefenen en die tot doel hebben en/of zich in belangrijke mate bezighouden met het, al dan niet in combinatie met andere binnenlandse groepsmaatschappijen:

    • 1. hoofdzakelijk in het buitenland aanhouden van activa en passiva en/of

    • 2. doorgeven van omzet bestaande uit in het buitenland verkregen royalty- en licentieopbrengsten aan buitenlandse groepsmaatschappijen en/of

    • 3. het genereren van omzet en kosten die hoofdzakelijk afkomstig zijn uit herfacturering van en naar buitenlandse groepsmaatschappijen;

  • c. E-Line Betalingsbalans en e-Line DNB: door de Bank ontwikkelde internetapplicaties ten behoeve van het opstellen en het aanleveren van rapportages;

  • d. Gecentraliseerde rapportage: rapportage onder een enkel registratienummer betreffende meerdere ingezetenen binnen een groep;

  • e. Groep: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden;

  • f. Kredietinstelling: een onder prudentieel toezicht staande kredietinstelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, Wet toezicht kredietwezen 1992 (Stb. 1992, 722);

  • g. Rapportage: uit hoofde van de Wet en deze rapportagevoorschriften door de Bank gevraagde inlichtingen en gegevens ten behoeve van de samenstelling van de betalingsbalans van Nederland;

  • h. Rapportageprofiel: rapportageformulieren voor een categorie van rapporteurs die vanuit betalingsbalansperspectief vergelijkbare activiteiten ontplooien;

  • i. Rapporteur: ingezetene als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet, die door de Bank is aangewezen rapportages op te stellen en aan te leveren;

  • j. Vertegenwoordiger: ingezetene die de, al dan niet gecentraliseerde rapportages, namens één of meer rapporteurs opstelt en aanlevert;

  • k. Wet: de Wet financiële betrekkingen buitenland 1994.

Aanwijzing rapporteurs

Artikel 2

  • 1 De Bank wijst de ingezetenen aan die ten behoeve van de samenstelling van de betalingsbalans van Nederland aan de Bank dienen te rapporteren.

  • 2 Binnen een door de Bank te stellen termijn dient een ingezetene die niet als rapporteur is aangewezen desgevraagd aan de Bank inlichtingen en gegevens te verstrekken, opdat de Bank kan beoordelen of de ingezetene als rapporteur dient te worden aangewezen.

Frequenties, termijnen en bewaring van rapportages

Artikel 3

  • 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 5, derde lid, ten aanzien van jaarrapportages, dienen de rapportages op maandelijkse basis plaats te vinden. Van deze maandelijkse rapportageverplichting zijn de profielen zoals opgenomen in artikel 5, vierde en vijfde lid, uitgezonderd.

  • 2 Maandrapportages dienen uiterlijk 15 werkdagen na het verstrijken van de laatste dag van elke kalendermaand te zijn ontvangen door de Bank.

  • 3 Jaarrapportages vinden plaats over het boekjaar van de rapporteur. De jaarrapportages dienen uiterlijk 4 maanden na afloop van het boekjaar te zijn ontvangen door de Bank.

  • 4 Kwartaalrapportages dienen uiterlijk 30 werkdagen na het verstrijken van de laatste dag van elk kalenderkwartaal te zijn ontvangen door de Bank.

  • 5 Rapporteurs kunnen gebruik maken van de mogelijkheid de ingezonden rapportages op de webserver van de Bank op te slaan. Indien hiervan geen gebruik wordt gemaakt, dienen de rapporteurs de rapportages over het lopende kalenderjaar en 3 jaar daarvoor te bewaren.

Verstrekking van inlichtingen en gegevens aan de Bank

Artikel 4

  • 1 Binnen een door de Bank te stellen termijn dienen ingezetenen na te zijn aangewezen als rapporteur de volgende inlichtingen en gegevens aan de Bank te verstrekken:

    • a. naam en correspondentieadres;

    • b. bezoekadres;

    • c. inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel;

    • d. naam, correspondentie- en bezoekadres van de vertegenwoordiger (indien van toepassing);

    • e. gegevens van contactpersonen (naam, geslacht, telefoonnummer, e-mailadres);

    • f. laatste maand van het boekjaar;

    • g. in geval van gecentraliseerde rapportage, een overzicht van de rapporteurs die in de rapportage zijn begrepen (inclusief de gegevens zoals vermeld onder a en c van dit lid).

  • 2 Rapporteurs zijn verplicht wijzigingen in de onder lid 1 gevraagde inlichtingen en gegevens onverwijld schriftelijk of elektronisch aan de Bank te melden.

  • 3 In geval van gecentraliseerde rapportage, dient de ingezetene die de gecentraliseerde rapportage opstelt en aanlevert, de inlichtingen en gegevens in de zin van het eerste en tweede lid van dit artikel aan de Bank te verstrekken.

Inhoud van de rapportageverplichtingen

Artikel 5

  • 1 De Bank bepaalt volgens welk rapportageprofiel, dan wel in voorkomende gevallen rapportageprofielen, aangewezen rapporteurs dienen te rapporteren. Voor wat betreft de inhoud van de rapportageprofielen wordt verwezen naar de rapportageformulieren en toelichtingen, die door de Bank aan de rapporteur ter beschikking worden gesteld.

  • 2 De volgende rapportageprofielen worden onderscheiden:

    BFI = profiel Bijzondere Financiële Instellingen;

    BFS = profiel Bijzondere Financiële Instellingen, SPV’s;

    BIC = profiel Beleggingsinstellingen Compleet, met deelnemingen

    BIV = profiel Beleggingsinstellingen Volledig, zonder deelnemingen

    BWB = profiel Bewaarbedrijven;

    CLM = profiel Banken en Clearingmembers;

    CSD = profiel Centrale Effecten Depotinstelling;

    GTK = profiel Geldtransactiekantoren

    MFI = profiel overige Monetaire Financiële Instellingen;

    NFV = profiel Niet-Financiële Vennootschappen;

    OFI = profiel Overige Financiële Instellingen;

    OVH = profiel Overheidsinstellingen;

    PNM = profiel Pensioenfondsen Maandvariant;

    PNK = profiel Pensioenfondsen Kwartaalvariant;

    SLB = profiel Syndicaatsleningen Buitenland;

    SLN = profiel Syndicaatsleningen Nederland;

    VRM = profiel Verzekeringsinstellingen Maandvariant;

    VRK = profiel Verzekeringsinstellingen Kwartaalvariant;

    ZVK = profiel Zorgverzekeringsinstellingen.

  • 3 Rapporteurs met de volgende rapportageprofielen dienen naast maandrapportages ook jaarrapportages bij de Bank aan te leveren: BFI, BFS, BIC, NFV, OFI, PNM, PNK, VRM en VRK.

  • 4 Rapporteurs met het rapportageprofiel GTK dienen kwartaalrapportages bij de Bank aan te leveren.

  • 5 Rapporteurs met het rapportageprofiel ZVK dienen kwartaalrapportages en jaarrapportages bij de Bank aan te leveren.

  • 6 Rapportages dienen correct en volledig te zijn en tijdig aan de Bank te worden verstrekt.

Gecentraliseerde rapportage

Artikel 6

  • 1 Rapporteurs met het rapportageprofiel NFV stellen een gecentraliseerde rapportage op met daarin opgenomen alle juridische entiteiten, voor zover deze tot het profiel NFV worden gerekend, waarin de Nederlandse moedermaatschappij voor meer dan de helft van het stemgerechtigde kapitaal houdt of waarin de Nederlandse moedermaatschappij op grond van aanvullende regelingen beschikt over beslissende zeggenschap ter zake van het bestuur en het financiële beleid.

  • 2 Een rapporteur, niet zijnde een rapporteur met het rapportageprofiel NFV, kan de Bank toestemming vragen namens meerdere rapporteurs een gecentraliseerde rapportage op te stellen en bij de Bank aan te leveren. Gecentraliseerde rapportage is slechts toegestaan onder de volgende voorwaarden:

    • a. de rapporteurs die zijn begrepen in de gecentraliseerde rapportage behoren tot dezelfde groep;

    • b. de in onderdeel a bedoelde rapporteurs zouden als individuele rapporteur onder hetzelfde rapportageprofiel rapporteren;

    • c. de buitenlandse activa en passiva van de in onderdeel a bedoelde rapporteurs worden volledig in de gecentraliseerde rapportage verwerkt.

  • 3 De rapporteur die de gecentraliseerde rapportage opstelt en aanlevert, is verantwoordelijk voor het nakomen van de rapportageverplichtingen van de rapporteurs namens wie wordt gerapporteerd.

  • 4 De Bank verzendt de correspondentie met betrekking tot de gecentraliseerde rapportage naar het correspondentieadres van de rapporteur die de gecentraliseerde rapportages opstelt en aanlevert.

Het aanstellen van een vertegenwoordiger

Artikel 7

  • 1 Rapporteurs kunnen een vertegenwoordiger aanstellen, die namens hen de gehele, al dan niet gecentraliseerde, rapportage opstelt en aan de Bank verstrekt.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 6, derde lid, zijn de rapporteurs verantwoordelijk voor het nakomen van de rapportageverplichtingen.

  • 3 De Bank verzendt de correspondentie met betrekking tot de gehele rapportage van een rapporteur naar het correspondentieadres van de vertegenwoordiger.

Rapportageverplichtingen voor kredietinstellingen

Artikel 8

  • 1 Onverminderd het bepaalde in artikel 3, eerste lid, dienen door de Bank aangewezen kredietinstellingen per kwartaal een opgave te verstrekken over hun dienstenverkeer met niet-ingezetenen. De rapportages dienen uiterlijk 15 werkdagen na het verstrijken van de laatste dag van het kwartaal te zijn ontvangen door de Bank.

  • 2 In het kader van de Wet kan de Bank aan kredietinstellingen op maandelijkse en jaarlijkse basis aanvullende inlichtingen en gegevens vragen over buitenlandse activa en passiva. De kredietinstellingen houden zich bij het verstrekken van de aanvullende inlichtingen en gegevens aan de door de Bank te stellen termijnen.

Meldingsplicht Bijzondere Financiële Instellingen

Artikel 9

  • 1 Bijzondere Financiële Instellingen dienen zich niet later dan drie weken na oprichting van de vennootschap schriftelijk bij de Bank te melden, opdat de Bank kan beoordelen of de Bijzondere Financiële Instellingen als rapporteur dienen te worden aangewezen.

  • 2 Bij de melding in de zin van het eerste lid van dit artikel dienen genoemde instellingen de volgende inlichtingen en gegevens aan de Bank te verstrekken:

    • a. naam, correspondentie- en bezoekadres;

    • b. datum van oprichting;

    • c. inschrijvingsnummer bij de Kamer van Koophandel;

    • d. het balanstotaal;

    • e. een omschrijving van de eigen bedrijfsactiviteiten;

    • f. een omschrijving van de bedrijfsactiviteiten van de buitenlandse groep waarvan de instelling deel uitmaakt;

    • g. gegevens van contactpersonen (naam, geslacht, telefoonnummer, e-mailadres);

    • h. naam van het trustkantoor dat de instelling in Nederland vertegenwoordigt (indien van toepassing).

  • 3 Bijzondere Financiële Instellingen zijn verplicht wijzigingen in de onder lid 2, sub a, g en h gevraagde inlichtingen en gegevens onverwijld schriftelijk of elektronisch aan de Bank te melden.

Verstrekking van nadere inlichtingen aan de Bank

Artikel 10

Rapporteurs dienen op verzoek van de Bank onverwijld nadere inlichtingen en gegevens te verstrekken.

Afwijkende rapportagevoorschriften

Artikel 11

In afwijking van deze regeling kan de Bank met rapporteurs een andere wijze van rapportage overeenkomen.

Wijze van indiening van de rapportages

Artikel 12

  • 1 Rapportages dienen op aanwijzing van de Bank via e-Line Betalingsbalans (https://bb.dnb.nl) of e-Line DNB (https://e-line.dnb.nl) bij de Bank te worden aangeleverd. Rapporteurs die niet in staat zijn rapportages aan te leveren via deze internetapplicaties, dienen met de Bank alternatieve afspraken te maken over de wijze van aanlevering van de rapportages.

  • 2 Meldingen en te verstrekken inlichtingen en gegevens aan de Bank worden gericht aan:

    De Nederlandsche Bank N.V., Divisie Statistiek & Informatie, Afdeling Ecs, Postbus 98, 1000 AB Amsterdam. E-mailadres: sir.dra@dnb.nl

Overgangsregeling

Artikel 13

Rapportages die na 1 april 2003 bij of krachtens de Wet bij de Bank zijn of worden ingediend en die betrekking hebben op een periode vóór inwerkingtreding van deze rapportagevoorschriften, worden geacht te zijn gemaakt op grond van de voor die periode geldende rapportagevoorschriften (RV 2000).

Slotbepalingen

Artikel 14

De Rapportagevoorschriften buitenlands betalingsverkeer 2000 (RV 2000) worden met ingang van 1 april 2003 ingetrokken.

Artikel 15

Deze rapportagevoorschriften treden in werking met ingang van 1 april 2003.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Rapportagevoorschriften betalingsbalansrapportages 2003 (RV 2003).

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 4 februari 2003

De Nederlandsche Bank N.V.